'Hoe vaak heb ik niet iemand tot winnaar uitgeroepen die dat achteraf bekeken eigenlijk niet verdiende?' Het Lieve Leven: Michel Wuyts

‘Natúúrlijk ken ik Het Lieve Leven’, begroet Michel Wuyts (58) mij. ‘Al vele jaren ben ik abonnee.’ Kijk, zo willen wij het horen.

Zijn confessiones zullen bijna drie uur duren. Wat voor onze nationale Michel eigenlijk peanuts is: bij een beetje bergrit zit hij vaak dubbel zo lang aan de microfoon.

Vooraleer samen in de hemel én de beerput van het hedendaagse wielrennen te duiken, wil ik graag wat weten over Michels afkomst. En ook dat blijkt al meteen problematisch. De hele rit klinkt een tremolo van oprechtheid in z’n stem: hij méént ieder woord dat hij zegt. Een eerlijk en waarheidlievend man, gelouterd en gehard door het leven.

Michel Wuyts «Tot mijn 13de was ik enig kind, nadien kwam er een zus bij. Toen mijn ouders de eerste keer op een PMS-gesprek (nu CLB, red.) uitgenodigd werden om er de persoonlijkheid en de toekomst van het mensje Michel Wuyts te horen analyseren, klonk het daar: ‘Uw kind, meneer en mevrouw, is te braaf. En te stil. Als we hem niet zelf aanspreken, weten we niet dat hij in de klas zit.’ Dat kwam zo: als kleuter was ik opgegroeid in een kleine, zeer veilige gemeenschap, in Lovenjoel. Maar vanaf het eerste studiejaar werd ik, omdat mijn oom er hoofd was, naar een staatsschool gestuurd op de Vandenbemptlaan in het grote, mondaine Heverlee. En daar kon ik moeilijk aarden: die school… beving mij. Dus ik kroop in mijn schulp.

»Mijn moeder was een merkwaardige vrouw. Perfectionistisch, enorm veeleisend. Maar vooral: bipolair. In hoge mate. Een bipolaire stoornis is een zeer ernstige psychische ziekte. En dat heb ik geweten… Moeder kwam uit een arbeidersmilieu: haar vader, bompa Juul, werkte in de mijn. En na z’n uren was hij kapper. Of hij hielp mee in de bouw. Mijn vader was van betere komaf: herenboeren met het nodige fortuin; er bestond dus een duidelijk klassenverschil ten aanzien van mijn moeder. En dat heeft ze met haar drang naar perfectie proberen te compenseren. Binnen de familie van m’n vader vonden ze m’n moeder ‘niet goed genoeg’. Tijdens familiebezoeken werd ze door de nichten gekeurd – letterlijk. Moeder was een bijzonder mooie vrouw, maar die nichten gingen zó ver dat ze haar bij de borsten grepen om na te gaan of die wel voldoende volume hadden.

»Moeder was vaak helemaal van de wereld weg. Maar tegelijk werkte ze zich binnen haar job bij de toenmalige RTT op tot wat je nu een sociaal assistente zou noemen. Haar grootste gedrevenheid was: de anderen vooruithelpen. Ons huis werd een soort RVA avant la lettre. Iedereen kwam met z’n problemen naar haar toe, de mensen stonden in de rij om raad te vragen of aan een job bij de RTT (nu Belgacom, red.) te raken. Jammer genoeg nam zij die problemen méé, ze raakte ze niet kwijt. De dingen stapelden zich op. En dan stortte ze in.

»Een bipolaire stoornis is vaak genetisch bepaald. Ik neem aan dat ze het van háár moeder, mijn marraine, heeft overgeërfd. Mijn moeder heeft zich enkele sterfgevallen in de familie zeer zwaar aangetrokken. Ze lag vele maanden te bed, wilde geen daglicht zien, wilde geen mensen zien. Terwijl ze tijdens haar euforische periodes ontzettend kon charmeren: dan begaf ze zich met het grootste gemak in de betere kringen, raakte bevriend met hoge omes, tot ministers toe. In dat milieu was ze één en al glamour en werd ze geprezen om haar schoonheid, ze was geliefd en gevierd. In haar betere periodes had moeder een vitaliteit waar niemand aan kon tippen. Maar de andere kant, de depressie, hield ze voor de besloten kring van het gezin. En dan vooral voor mij.

»Als kleine jongen voelde ik mij verantwoordelijk voor haar geluk. Een verpletterende opdracht, besef ik achteraf. Ik vond het mijn verdomde plicht haar te plezieren. En zij was… ontzettend veeleisend, om niet te zeggen onverzadigbaar. Ze bedreigde mij, letterlijk. Fysiek en emotioneel. Als ze aan het flippen was, klonk het: ‘Als je mij nog één keer teleurstelt met je schoolresultaten, maak ik mezelf van kant.’ Bovenaan de trap staan en dreigen met springen. Dan sta je daar, als 7-jarige. Een kind van die leeftijd is weerloos. Om je een idee te geven hoever het kon gaan: op het einde van het derde studiejaar hield de school haar jaarlijkse proclamatie in de Stadsschouwburg van Leuven. M’n moeder had gehoopt dat ik, net als het jaar voordien, als eerste van de klas afgeroepen zou worden. Maar, o jee, ik was twééde. Vanaf het balkon hoorde ik geroep, getier, tumult, gehuil. Haar wereld verging. Wéér anderhalve maand de dieperik in. Dan sliep ze met gewichten en katrollen, bevestigd aan een harnas, om haar nek uit te rekken. Anders bestierf ze het van de artrosepijn. Het was een eeuwig smachten naar erkenning, naar begrip, naar liefde. En hoeveel je haar ook gaf, het was nooit genoeg.

»Moeder weigerde pertinent om zich psychiatrisch te laten behandelen. Wel propte ze zich vol met medicatie: librium, valium, Temesta, de hele reutemeteut. Prozac bestond nog niet. Wij hebben haar altijd met fluwelen handschoenen aangepakt. Vader kon het niet over z’n hart krijgen om haar onder dwang te laten opnemen, daarvoor was hij te zachtaardig. Ze heeft zich effectief van kant proberen te maken: vader moest haar met geweld dwingen om de pillen weer uit te spuwen.»

HUMO Je deelt je genen met die doodbrave vader en die bipolaire moeder. Leeft dat in jou? Herken je die gemoedstoestanden?

Wuyts «Ik heb zeker wat dingen van moeder geërfd: haar perfectionisme, haar liefde voor taal. Mijn praten, mijn babbel, dat is zíj. Gelukkig ben ik weerbaarder. Ik kan incasseren. Met de jaren ben ik mentaal sterker geworden. Op m’n 30ste raakte ik nog altijd snel gekwetst, dan diende ik me af te zonderen – al was het maar voor een uurtje. Dat zal mij nu niet meer overkomen. Die sterkte heb ik uit m’n vak gehaald, denk ik. Als je je in de media of in het wielermilieu kwetsbaar toont, blaast men je zó van de weg. Bij de minste fout vegen ze de vloer met je aan.»

HUMO Heeft je moeder jouw steile opgang als tv-commentator nog meegemaakt?

Wuyts «Ja. En ook dat was dubbel. Naar de buitenwereld toe was ze best trots. Maar binnenskamers was er afwijzing: ‘Waar ben je in godsnaam mee bezig, Mich? Altijd weg van huis. Hou ermee op en kies voor je gezin.’

»Je vroeg daarnet wat mijn voorgeschiedenis mij geleerd heeft. Wel, veel empathie, wat mij van pas komt in de koers. En de gave om gedachtegangen en breinen sneller te doorgronden. De tragiek zien, het lijden, de euforie ook. Inlevingsvermogen. Mijn dochter en mijn zoon hebben dat ook. Wij hebben niet veel nodig – een blik, een woord – om perfect te weten wat wij over iets of iemand denken.»

HUMO Ben je ooit zelf in behandeling geweest?

Wuyts «Niet echt. Maar in de jaren 90 werd ik geveld door klierkoorts. Ik was lusteloos, tot niets meer in staat. M’n huisdokter zei: ‘Dit neigt naar een depressie.’ Ik heb enige tijd een licht antidepressivum geslikt en heb toen voor mezelf beslist: ‘Dat was het dan. Dit zal mij nooit meer overkomen.’ Ik weet het: het is een droevig verhaal. Maar hier zit geen verbitterd of gebroken man. Wél zit hier een overlever. Je kent dat gezegde: ‘What doesn’t kill you makes you stronger.’ Een gouden levensles, vind ik.»


Het verlangen naar zuiverheid

HUMO Over naar de koers. Je hebt als commentator vele jaren niet over doping gerept. Was dat naïviteit of compliciteit?

Wuyts «De twee. Er was het naïeve geloof dat na een aantal frappante feiten – de maatregelen na de Festina-Tour, bijvoorbeeld – en het vinden van een middel om epo te detecteren, de zaak opnieuw schoon was. Hoe vaak heb ik niet gedacht: ‘Nu staan we echt voor een keerpunt. De nieuwe generatie rijdt zuiver.’ En iedere keer opnieuw werd ik in die hoop bedrogen. Dus ja, noem het maar naïviteit.

»Ik herinner me een winter dat ik afspraken maakte met zowel de ploegleiding van Mapei als die van Lotto en met ze uit eten ging. Zij gaven het mij op ’n briefje: ‘Michel, bij ons kan en mag helemaal niets meer. Vanaf nu: zero tolerance.’ Ze zwoeren het met de hand op het hart, ze zwoeren het op de hoofden van hun vrouw en kinderen. En ze deden dat met zo veel overtuiging dat ik met een gerust gevoel aan een nieuw seizoen kon beginnen: eindelijk kan ik weer met een onbezwaard gemoed van de wielersport houden. Tja…

»De grootste oplawaai die ik in mijn carrière heb gekregen, was niet de zaak-Armstrong, maar de affaire-Landuyt (indertijd ploegdokter bij Quick•Step, red.). Bij dokter Landuyt voelde ik mij er echt en rechtstreeks ingeluisd: Johan Museeuw, Chris Peers, Jo Planckaert en nog enkele anderen bleken betrokken partij. De troostende gedachte, of juister: het troostende verlangen naar een cleane wielersport, was plotseling dood. Voordien was je geneigd te denken dat de grote rondes het zwaarst geïnfecteerd waren. En dat wij, met onze Vlaamse eendagskoersen, nog altijd buiten schot bleven. Quod non.

»Het moedigste getuigenis dat ik hieromtrent heb gelezen, kwam van Museeuw zélf: ‘Het was de ziekte van onze tijd. En het ging niet over het einde van m’n carrière, het ging over het grootste deel ervan.’ Daarbovenop deed Museeuw een nauwelijks verholen oproep aan zijn generatiegenoten: ‘Alsjeblieft. Kom ermee voor de pinnen. Vertel hoe het er wérkelijk toeging.’

HUMO Je had het daarnet ook over je compliciteit.

Wuyts «Natuurlijk was ik een medeplichtige. Al was het maar door schuldig verzuim. Maar wat wil je? Je vraagt om uitleg en je botst op een muur, iedere keer opnieuw. Eén coureur heeft ooit iets toegegeven: Chris Peers, in tempore non suspecto. Hij was toen cocommentator, tijdens de Tour van 2001: ‘Epo is niet weg, ondanks de invoering van de epotest.’ Verder heeft níémand uit het milieu ooit, on of off the record, bij mij een bekentenis afgelegd. Niemand. Het strafste: toen Peers die uitspraak deed, was epo godverdomme al vervangen door bloeddoping!»

HUMO Heb je nooit gedacht: ‘Eigenlijk zit ik in een semicrimineel milieu’? Als het niet om doping gaat, of om het kopen en verkopen van koersen, gaat het om ‘zware en massale belastingontduiking’, zoals onlangs bij Quick•Step, alweer.

Wuyts «‘Semicrimineel’ is een zwaar woord. Maar ik ben net iets te vaak – lees: een paar honderd keer – bedrogen om er zomaar overheen te stappen. Hoe vaak heb ik niet iemand tot winnaar uitgeroepen die dat achteraf bekeken eigenlijk niet verdiende? Daar word je als mens niet beter van. Als ik er met terugwerkende kracht over zit te piekeren: mijn God… Dat je je afvraagt: heeft mijn leven als wielercommentator wel enige zin gehad? Dan komt er een moment dat je voor jezelf een besluit moet nemen: blijf ik in die wereld, of stap ik eruit? Ik durf je wel te vertellen dat ik meermaals overwogen heb om er voorgoed mee te kappen. Uiteindelijk ben ik gebleven, maar dan wel met een veel grotere terughoudendheid en een veel kritischer instelling. De jongste vijf, zes jaar zul je dat ongetwijfeld aan mijn verslaggeving hebben gemerkt: ik ben véél meer op m’n hoede nu, en waar ik kan, plaats ik vraagtekens. Ik heb dat ook rechtstreeks bij mijn VRT-bazen afgedwongen: dat ik niet langer als loopjongen en sandwichman van het peloton hoefde te fungeren.»

HUMO Met die houding loop je de kans gebroodroofd te worden.

Wuyts «Dat klopt. Het is mij al overkomen dat ik, na één van mijn columns (voor ‘Sportmagazine’, red.), een aangetekend schrijven van een stel gerenommeerde advocaten kreeg, waarvan het laatste zinnetje luidde: ‘Hoe denkt u onze cliënt te vergoeden?’ Terwijl ik met zekerheid wist dat ik de waarheid had geschreven.»

HUMO Werd je wel vaker door het milieu onder druk gezet?

Wuyts «Meermaals. In 2009 heeft de heer Johan Bruyneel mij aangepakt omdat ik in een column had geschreven dat ik ‘de terugkeer van Lance Armstrong niet wist te waarderen’. Hij heeft mij letterlijk laten chanteren en bedreigen. Ik móést openlijk mijn excuses aanbieden. Ik heb dat geweigerd. Nadien, in de Tour, heeft Bruyneel ons, Sporza, zonder meer geboycot.»

HUMO Nog straffer: de crème de la crème van de naoorlogse Tourrenners willen dat Armstrong zijn zeven medailles terugkrijgt! Inclusief Andy Schleck, drie keer tweede in de Tour, die natuurlijk zeer goed weet dat hij zélf boter op z’n hoofd heeft.

Wuyts «Weet je, in 2006 had L’Equipe uitgebracht dat uit latere analyse van bewaarde bloedstalen was gebleken dat Armstrong ook in z’n eerste Tour, in 1999, al aan de epo had gezeten. De ASO (Amaury Sport Organisation, red.) spuwde z’n walging uit: tijdens de voorstelling van de Tour 2006 werd niet één beeld van de winnaar van 2005 – Armstrong – getoond.

»Misschien is ‘semicrimineel’ bij nader inzien tóch niet te zacht uitgedrukt (lacht). En dan zit je daar met dat verlangen: was die sport toch maar zuiver op de graat. Werd er maar eerlijk en met gelijke middelen gestreden.

»Waarom ben ik erin gebleven? Niet om het absolute geweten van het wielrennen te gaan spelen. Maar om er een klein steentje toe bij te dragen dat alles weer zuiver verloopt.»

HUMO Mag ik stellen dat je je bedrogen voelt en dat je de zaak nu probeert te ontsmetten?

Wuyts «Ja, voor zover ik daartoe in staat ben. (Mijmerend) Nog zo’n herinnering: toen ik in de cyclocross een paard een paard noemde – om duidelijker te zijn: toen ik in m’n commentaar vermeldde dat aan een bepaalde naam een dopingsmet kleefde – kreeg ik nog tijdens de uitzending een sms-bericht: ‘Wacht maar. Wij weten jou te vinden, meneer Wuyts!’

»Toen Valverde in 2014 tweede werd in Luik-Bastenaken-Luik herinnerde ik het tv-publiek aan het dopingverleden van de Spanjaard – het Fuentes-schandaal. Een maand later zei Eddy Merckx me tijdens de Ronde van België: ‘Moest je dat nu echt weer oprakelen, Michel? Wie wordt daar beter van?’ Tja…

»En het kán zuiver, hè. Eén van de weinigen voor wie ik nog altijd mijn hand in het vuur durf te steken, is Sven Nys. Anders had hij nooit zo’n carrière kunnen neerzetten. Mét doping kun je onmogelijk twintig jaar je sport overheersen zoals Nys dat heeft gedaan. Na het WK van 2005, in Sankt Wendel, vroeg ik aan Nys, die net wereldkampioen was geworden: ‘Wil je tot zeven uur vanavond hier blijven? Dan kunnen we tijdens ‘Het journaal’ rechtstreeks op antenne.’ Na dat interview heb ik Nys terug naar België gereden. We hadden tijdens die lange rit een fantastisch gesprek. En halverwege keek hij mij aan en zei: ‘Je weet toch, Michel, dat ik dat allemaal op een boterham met confituur doe?’ Dat heeft hij drie keer herhaald, z’n ogen vastgeschroefd in die van mij.»


98 procent blij

HUMO Ik wilde het even over je trouwe cocommentator José De Cauwer hebben. Zéér sympathieke gast, ik hoor hem graag bezig en hij vult je perfect aan: de ideale tweede man. Maar als jij het onderwerp doping aansnijdt, valt De Cauwer stil. Cauwerke is overigens zélf in opspraak gekomen, als leverancier van doping aan ex-coureur Ronny Vansweevelt, die met een amfetamineverslaving kampte. Ik vraag mij af: is De Cauwer niet de waakhond die het milieu jou heeft meegegeven?

Wuyts «Ik ben ervan overtuigd dat íédere mondige man uit het milieu voor waakhond zou spelen. José is in dat milieu opgegroeid, hij ontleent er zijn status aan. Nooit zal hij die willen opgeven door op dat milieu in te hakken. Paul Herygers zal dat ook niet doen. En Eddy Merckx ook niet. Wie de zaak door en door kent, zwijgt, vergoelijkt, relativeert. Het is wachten op een nieuwe generatie van cocommentatoren die het wél aandurft – José is tenslotte al 64. Een Kevin De Weert loopt over van mondigheid én kennis. Benieuwd of hij die witte raaf wordt.

»Ik heb een afspraak met De Cauwer: ‘Als jij vindt dat de zaak te belastend en te pijnlijk wordt, laat het dan aan mij over. Je krijgt het recht om te zwijgen. Maar dan verwacht ík wel dat jij mijn uitspraak niet begint af te zwakken tot een niemendalletje.’

»En ten slotte: hoeveel persoonlijkheden ontmoet je in je leven van wie je kunt zeggen: ‘Hij maakt me blij’? Wel, José is zo’n man. Hij is 98 procent van de tijd goedgezind. ’s Ochtends altijd fris en monter op. Ook na een nachtje doorzakken (lacht). En ja, wij kennen elkaar door en door. Na al die jaren kun je je niet meer voor de ander wegsteken.»

HUMO Wat houdt jou gevangen in de besloten wielerwereld? Is er niet meer te koop in het leven? Je bent tenslotte een zeer gecultiveerde man. Je hobby is: het zingen van gregoriaanse kerkmuziek.

Wuyts «Het zal je misschien verwonderen, maar: waar het mij in mijn job echt om te doen is, heeft weinig te maken met het bewieroken van de overwinnaar van een bergrit in Tour, Giro of Vuelta, maar alles met het verbeteren van mijn taal. Dat is het einddoel. Spreek- én schrijftaal. Dat is een proces dat nooit af is. Ik vind het heerlijk om, na de stress van de rechtstreekse uitzending, achterin de auto te stappen, m’n laptop boven te halen en mijn column te typen.»

HUMO Je bent een legendarisch nauwgezette voorbereider.

Wuyts (knikt) «Daarin ben ik maniakaal. Eigenlijk is het niet meer nodig: alles zit in m’n hoofd. Bekijk het als een erecode, een afspraak met mezelf: je komt niet onvoorbereid op antenne. En het gebeurt vaak dat er helemaal níéts gebeurt in de koers (lacht). Dan val je terug op jezelf en je voorbereiding. En op José, natuurlijk.»

HUMO Sommige ronderitten kun je simpelweg dromen: een vroege ontsnapping van vijf wordt in de laatste 3 kilometer ongedaan gemaakt, waarna een massaspurt volgt. Dan is het aan jou en José om de uitzending te kleuren. De heren renners zouden daar je handjes voor mogen kussen: jij hebt het vuile werk gedaan.

Wuyts «Mooie uitspraak (lacht). Maar van dat handjes kussen komt niets in huis. Integendeel: vaak behandelen ze je als een vod, zeker als je een aantal keren een kritische noot hebt geblazen. Het hoeft niet eens over doping te gaan. Als je vraagtekens bij een bepaalde koerstactiek plaatst, kan dat voor een kopman voldoende zijn om te zeggen: die interviewt mij niet meer.»

HUMO Ik herinner me schrijnende situaties waarin je collega Lieven Van Gils weer eens aan een rennershotel op een snotneus van 25 stond te wachten die uiteindelijk z’n kat stuurde. Beschamend.

Wuyts «Beschamend, dat klopt. Mettertijd ga je wel beseffen dat België allang niet meer het superieure wielerland bij uitstek is, en dat je dus niet meer op privileges moet rekenen. Dat is verleden tijd en je kunt niet anders dan het accepteren. Als straks de Amerikaanse en de Duitse persarmada weer in de technische zone van de Tour neerstrijkt, zullen we het geweten hebben.

»Maar het ergst van al is het dedain van de persverantwoordelijken. En je kunt ze niet meer omzeilen. Gelukkig ben ik immuun geworden voor hun onbeleefdheid: wie zich zo opstelt, is kansloos bij mij. In de Vuelta werd ik ooit door de Amerikaanse persverantwoordelijke van de BMC-ploeg uitgekafferd, op een ronduit vernederende, kwetsende manier. En dat alles omdat ik de tactiek van BMC in vraag had gesteld.»

HUMO Is het niet Armstrong geweest die dat dedain heeft geïntroduceerd? Het neerkijken op, het spotten met, het manipuleren en bedreigen van journalisten?

Wuyts «Dat was Lance, ja. Armstrong, Bruyneel en hun entourage. Het ‘afsluitmodel’. In Arras verbleven José en ik in hetzelfde hotel als de ploeg van Armstrong. Ze hadden een volledige vleugel gehuurd en die werd hermetisch afgesloten door buitenwippers. Later zijn de kopmannen zich beginnen te omringen met ‘persoonlijke assistenten’, kleerkasten die hun poulain hermetisch van de buitenwereld afschermen. José had ooit op antenne gezegd: ‘Als Ulrich de Tour nog ’ns wil winnen, moet hij nú toeslaan. Ik zie een goeie Ulrich en ik zie tekenen van verval bij Armstrong.’ Bon, we zitten aan een tafeltje wat te drinken, José en ik, en plotseling komt Bruyneel briesend aangestoven. Hij vliegt op José af: ‘Tegen u spreek ik nooit meer. Gij zijt tegen ons.’ Ik heb De Cauwer getroost: ‘Welkom op de zwarte lijst van Armstrong, José.’»


Ach, Bach

HUMO Iets helemaal anders: je bent een behoorlijke bariton, meen ik te weten.

Wuyts «Dat klopt. Ik heb twaalf jaar lang in het koor van de basiliek van Scherpenheuvel gezongen. Daarnaast nog in een vijfkoppig koor, gespecialiseerd in gregoriaanse gezangen en barok. De Bach-cantates, het contrapunt van Bach, iedere stem die haar eigen melodische lijn volgt: het hoogste wat er is. Daar kan niemand meer bij. Bach doet mij de koers vergeten. »Ik ben een man van vele passies. Ik organiseer geregeld sportavonden voor de slachtoffers van de ziekte van Duchenne, een aandoening van de spieren. Ik lees ook veel: tegenwoordig verslind ik alles van Murakami en Houellebecq. En verder loop ik nu al vijf jaar marathons, met trainingsschema’s en goede raad van Fred Vandervennet – voormalig Europees kampioen, twee keer de 20 km door Brussel gewonnen, onder het uur! Ik heb onlangs mijn vijfde marathon gelopen, mijn snelste, in 3 uur 38 minuten. Ik raad het iedereen aan: jog jezelf naar de extase (lacht). Mijn betere ideeën ontstaan tijdens het lopen. Je leert doorheen de pijn te gaan. Want aan de andere kant van de pijn ligt de euforie. De renners weten dat ook. Het smeedt een band.»

HUMO Heb je iets geleerd van alle coureurs en coureurkes die je in je carrière ontmoet hebt?

Wuyts «Als kind al was Eddy Merckx mijn idool. Merckx heeft mijn jeugd gekleurd. Later, na z’n actieve carrière, heb ik de andere Merckx leren kennen: een bourgondische figuur vol levensvreugde, die, ondanks z’n renommee, bescheidenheid en eenvoud predikte, en goeie wil. Van hem heb ik veel geleerd, ja.»

HUMO Heb je enige vriendschap aan het peloton overgehouden?

Wuyts «Nee. Wel zijn er coureurs met wie het klikt. Ik heb op dit ogenblik een natuurlijke, goede band met John Degenkolb. Ik hou van zijn hartenklop en zijn blik, ’s ochtends, tijdens de voorstelling. Hij wuift mij vanuit de verte toe en kijkt al uit naar die prettige babbel die we zullen hebben: ‘Hey! Michel!’, en dan omhelst hij me. Show? Ik denk het niet. We liggen elkaar. Punt.

»En je hebt natuurlijk de ex-coureurs die de straat oversteken en je een warme handdruk komen geven. Ik denk aan Andrea Tafi: fidele kerel. Michele Bartoli is ook een man naar mijn hart. En Indurain komt nog altijd graag gedag zeggen. Een lieve beer.»


De anti-Armstrong

HUMO Wat brengt het nieuwe voorjaarsseizoen? Krijgen we weer de gekende protagonisten: Cancellara, Boonen, Valverde, Gilbert? Of komt de broodnodige aflossing van de wacht er?

Wuyts «Ik verwacht een overgangsjaar. De huidige gezagvoerders worden oud. Het is nu aan de subtop van vorig jaar om hun slag te slaan: Peter Sagan, Sep Vanmarcke, Greg Van Avermaet. Sep vind ik een héérlijke jongen, als coureur en als mens. Op Vanmarcke en Van Avermaet zit nog groei, geloof me. Ook in de grote rondes zie ik een machtswissel. Als ronderenner ga je doorgaans mee tot je 34ste, 35ste – ongeveer de leeftijd van Alberto Contador. Hij is gulzig en wil de Giro én de Tour winnen. Té gulzig, vrees ik, hij zou weleens een zware prijs moeten betalen. Froome en Nibali zullen er wel staan. Maar misschien wordt de lachende derde Quintana

HUMO Hoe schat je de wonderlijke coureur Bradley Wiggins in? Totaal atypisch, vind ik.

Wuyts «Wiggins is een uitermate aantrekkelijke figuur. Hij is de anti-Armstrong. Onnavolgbare Britse humor. Flegma, relativeringsvermogen. Naar het schijnt geeft hij een mooie imitatie van mij weg (lacht). Hij wil nu Parijs-Roubaix winnen, goud halen op de Olympische Spelen in Brazilië en dan stoppen. Prachtig, toch? Voor de Tour past hij. Dat is zijn sterkte, hij kent zichzelf en wéét: dit kan ik niet meer opbrengen. Geef ons meer Wigginsen, alsjeblieft. Ik heb het er vaak met José over gehad: uiteindelijk beleven wij in het wielrennen een laagconjunctuur op het vlak van grote persoonlijkheden. Achter welke coureur zit nog een echt verhaal? Boonen is wél zo’n figuur. Sagan ook. Maar verder zie ik… niemand.»

HUMO Terug naar het uitgangspunt van deze reeks: de levenslessen.

Wuyts «Wel, ik heb een moeilijke start gekend – het probleem met m’n moeder. Maar nu, op driekwart van het verhaal, vind ik het verdomd de moeite het leven te leven en ervan te genieten. Ik hoop dat ik in het laatste kwart niet word teruggefloten. Hier en daar gaan alarmlichten knipperen: mijn cholesterol, m’n darmen.

»(Mijmerend) Verder prijs ik mezelf gelukkig dat ik in mijn echtgenote de vrouw heb gevonden die de antipode van m’n moeder blijkt: nuchter en toch gevoelig, met beide benen op de grond. Ik was vroeger schooldirecteur maar mijn vrouw heeft mij door dik en door dun gesteund toen ik de zeer onzekere stap naar de VRT zette. Ze zei: ‘Volg je hart. Ik zal je erbij helpen.’ Wij zijn al sinds 1978 samen. Een godsgeschenk. En ten slotte wens ik de wereld, in al z’n toegenomen mondigheid, minder ergernis toe. Ik erger mij aan de ergernis. Ergernis draagt nooit bij tot je gelukservaring.

»Wat míj ergert is de hel van de sociale media. We zitten ’s avonds aan tafel met enkele collega’s. Ze nemen wat snelle happen en duiken dan in hun smartphone. In plaats van met z’n allen gezellig te kletsen. Wel, dan grijp ik zélf naar m’n mobieltje en stuur ze een sms: ‘Smaakt het?’ Leve het directe contact. Er komt een revival van het gemeenschapsleven. Kan niet anders. Leve het goede gesprek. Ik heb het zo nodig.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234