Jan Jambon en Viktor OrbánBeeld BELGA

analysehongarije

Hoe Viktor Orbán een baken werd voor rechtse denkers

Hongarije geldt in radicaal rechtse kringen als gidsland. In Nederland flirten Geert Wilders en Thierry Baudet openlijk met Viktor Orbáns gedachtengoed. Zijn ‘illiberale’ democratie biedt hun een doortimmerd alternatief voor de open democratie.

Wat Orbán aantrekkelijk maakt voor tal van politici op rechts en onderscheidt van andere autocraten (Trump, Poetin, Erdogan), is dat hij een ogenschijnlijk filosofisch doortimmerd alternatief biedt voor de klassieke, rechtsstatelijke democratie. Dat model doopte hij in 2014 de ‘illiberale’ (niet-liberale) democratie.

Het gaat, kort samengevat, om een vorm van bestuur waarbij Orbán de meerderheid die hij bij de stembus krijgt, presenteert als een stempel van goedkeuring om alles te doen wat volgens hem ‘in het nationale belang’ is. Controlemechanismen - de pers, de oppositie, justitie, kritische universiteiten - legt hij aan banden of draait hij de duimschroeven aan, omdat ze die belangen alleen maar hinderlijk in de weg zitten. Het gevolg, zo bleek uit een recente peiling, is dat 55 procent van de Hongaren denkt dat het onmogelijk is geworden via de stembus van de regerende Fidesz-partij af te komen.

Het liberale model heeft afgedaan, verklaarde Orbán begin dit jaar op een conferentie in Rome, waar ook Thierry Baudet tot de sprekers behoorde. Volgens Orbán faalde het liberalisme niet één maar twee keer: eerst bij de financieel-economische crisis van 2008, daarna bij de migratiecrisis van 2015. ‘We hebben iets nieuws nodig.’

Vrijhaven

Orbán had het draaiboek al klaarliggen vóór zijn klinkende verkiezingsoverwinning van 2010. ‘We hoeven maar één keer te winnen, maar dan naar behoren’, zei hij tegen partijgenoten. Lees: met een stevige marge. Hij kreeg een tweederdemeerderheid in het parlement en heeft die tien jaar later (met dank aan hertekende kiesdistricten) nog altijd. Omdat hij ook de grondwet herschreef, kan hij zelfs de meest dubieuze wetgeving voorzien van een vernislaagje wettigheid. Dit alles roept vragen op: waarin schuilt zijn aantrekkingskracht?

Het nette, voorkomende gezicht van Orbáns intellectuele aanhang kun je vinden op het terras van een Italiaanse brasserie, op een korte wandeling van de zonovergoten Donau. John O’Sullivan (78) was ooit speechschrijver en adviseur van de Iron Lady, Margaret Thatcher, en staat nu aan het hoofd van het Danube Institute, een denktank die - via een andere stichting - financieel overeind wordt gehouden door Orbáns regering.

Orbán wordt verkeerd begrepen, betoogt O’Sullivan, anekdoten opdissend in een onvervalst Oxford-accent. Hij noemt zichzelf een ‘klassiek liberaal’. Journalisten die over het verval van de rechtsstaat schrijven, beschouwt hij als ‘links bevooroordeeld’.

Naar eigen zeggen ontmoette O’Sullivan premier Orbán negen à tien keer. Een van die gesprekken vond plaats kort na Orbáns beroemde toespraak waarin hij zijn idee van de ‘illiberale democratie’ lanceerde. ‘Ik zei: je hebt een fout gemaakt. Je bent niet tegen het liberalisme, maar tegen het ondemocratisch opdringen van liberalisme! Na een korte discussie zei hij: ik denk dat je gelijk hebt.’ Onlangs voegde Orbán daaraan toe dat een liberaal niets anders is dan een ‘communist met een universitair diploma’, maar die uitspraak lijkt O’Sullivan glad te zijn vergeten.

Hoeveel geld O’Sullivans denktank precies krijgt, wil de Hongaarse bestuursvoorzitter niet zeggen. Bekend is wel dat de stichting waar ze onder valt, vorig jaar een slordige 9,8 miljoen euro opstreek uit het communicatiepotje van Orbáns kabinet.

Gevraagd naar de aantrekkingskracht van het Hongaarse model, begint O’Sullivan over twee thema’s: immigratie en de Hongaarse nationale identiteit waarover Orbán als een moederkloek waakt. ‘Er bestaat geen mensenrecht om te immigreren’, vindt hij. Tegenwerpingen (Orbáns regering overtreedt met zogeheten pushbacks het asielrecht, en zette asielzoekers in detentiecentra waar ze soms vijf dagen lang geen eten kregen) schudt hij van zich af door te beginnen over Australië, waar het beleid een tandje harder is.

Dezelfde manoeuvre past hij toe als het gaat om de persvrijheid: afgezet tegen de Verenigde Staten, waar zijn vrouw vandaan komt, is het volgens O’Sullivan zo beroerd nog niet. ‘Een Amerikaanse universiteit scoort qua tirannie veel hoger dan Hongarije. Mensen worden ontslagen voor het uiten van hun mening. Hier is veel meer vrijheid.’

Daarmee is meteen een rode draad benoemd die door alle gesprekken met Orbán-adepten loopt. Meer nog dan door een liefde voor Hongarije worden ze gedreven door antiwesterse sentimenten. Meningen die vroeger nog als ‘normaal’ golden in het Westen, is de klacht, gaan nu in de shredder van de cancel culture. Hongarije is zo bezien een vrijhaven waar je die dingen nog gewoon kunt zeggen. ‘Ik ben de enige geluksvogel onder Europese conservatieven die kan zeggen wat hij denkt’, verklaarde Orbán in Rome.

Het is de Europese Unie zelf die antiliberaal is geworden, betoogde de in Hongarije geboren socioloog Frank Füredi twee jaar geleden in de Volkskrant. Veel liberale waarden zijn door de EU ‘geherformuleerd als iets heel anders’, vond hij, waardoor er een nieuwe orthodoxie zou zijn ontstaan. In Hongarije worden ‘afwijkende opinies’ daarentegen wel getolereerd.

Het in het Westen dominante liberalisme beschouwen Orbán-adepten als volstrekt doorgeschoten, of zelfs ‘totalitair’, zoals de Frans-Hongaarse journalist François Lavallou (32) zegt. Sinds vier jaar is hij hoofdredacteur van Visegrád Post, een Engelstalige website met berichten over de regio. Net als in het geval van O’Sullivan heeft de Hongaarse regering hem weten te vinden: het voorbije jaar streek hij een subsidie van dik 11 duizend euro op.

Lavallou ontvluchtte Frankrijk in 2010, zo vertelt hij in een hip koffiehuis in Boedapest. In de lhbti-emancipatie en Black Lives Matter-beweging ziet hij tekenen dat het liberalisme aan het ‘wezen van de mens’ probeert te sleutelen, ‘net als het communisme en nazisme’. Alle drie de ideologieën vallen bovendien ‘het traditionele gezin’ aan. De wortels van dat doorgeschoten vrijheidsdenken gaan volgens Lavallou terug tot de Franse Revolutie, eind 18de eeuw, die volgens hem uit de koker kwam van ‘vrijmetselaars’.

‘Ik ben er trots op een Italiaan te zijn’, zei de jonge filosoof Diego Fusaro in het voorjaar van 2018 tijdens een conferentie in Boedapest. Spontaan begon de zaal te applaudisseren, haast als een collectieve verzuchting: we zijn onder elkaar, hier in Hongarije hoef je niet bang te zijn om verketterd te worden als extremist.

Hoofdspreker op de conferentie - die plaatsvond onder de vlag van het blok van Midden-Europese landen, de Visegrád-4 (V4) - was Steve Bannon, destijds Trumps adviseur in het Witte Huis. Volgens Bannon was Orbán niets minder dan een ‘Trump vóór Trump’. Daarna hield hij een wat sleetse tirade tegen Hillary Clinton.

Het waren anderen die de toon zetten. In het panel met de Italiaanse filosoof Fusaro zat een Belg met een zwart hemd en dito stropdas die in minstens zo donkere bewoordingen de val van het Westen aankondigde. ‘Massa-immigratie, demografisch verval, sociale ongelijkheid, de aanval op de familie, de verdwijning van traditionele religie, de cultus van de minderheid, globalisering en de overwinning van het materialisme’, somde de (inmiddels) 41-jarige historicus David Engels op.

Zwarte schapen

Het zijn stuk voor stuk thema’s die Orbán anders aanpakt dan West-Europa. Immigratie: hij weigerde asielzoekers op te nemen uit Griekenland en Italië. Demografie: het krijgen van kinderen moedigt hij aan met aantrekkelijke financiële prikkels. Religie: hij liet in 2011 een nieuwe grondwet opstellen waarin de woorden ‘God’ en ‘christelijk’ drie keer voorkomen in de eerste zeven zinnen.

Aan de telefoon vertelt Engels dat hij België verliet in 2018. Enkele daders van de Parijse aanslag (2015) op de Bataclan woonden volgens hem op een steenworp afstand van zijn huis in de Waalse stad Verviers. Nu werkt hij voor het Zachodni Instituut in de Poolse stad Poznań, een denktank verbonden aan dat andere zwarte schaap in Europa, de regering in Warschau. Hongarije en Polen doen hem denken aan het België van de jaren tachtig, zegt hij. ‘Netjes, ordelijk, nog zonder massa-immigratie en alternatieve families. Ik zie ze als haast utopische samenlevingen, een beetje zoals in Little House on the Prairie.’

Opvallend genoeg strooien veel van Orbáns volgelingen met woorden die ooit voorbehouden waren aan politiek links. Lavallou, de man van Visegrád Post, noemt zichzelf onverkort ‘antikapitalist’. Hij zegt zich te herkennen in de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891, waarin de kerk met een pleidooi voor solidariteit en rechtvaardigheid arbeiders probeerde los te weken van het marxisme.

Of luister naar Diego Fusaro, de genoemde filosoof op de V4-conferentie. ‘Kapitalisme probeert migranten van ons te maken: zonder vaderland, zonder stabiliteit, wortels of identiteit.’ Het gevolg is - in marxistisch jargon - ‘vervreemding’, aldus Fusaro. Tijdens het studentenuitwisselingsprogramma Erasmus, algemeen beschouwd als een van Europa’s grootste successen, leren jongeren volgens hem ‘hun vaderland te haten’.

Zelfverrijking

In deze voorstelling van zaken zijn de regeringen van Polen en Hongarije de enige in Europa die de kleine man beschermen tegen de uitwassen van de globalisering en de mondiale markteconomie. In het geval van Polen, dat met een groot kinderbijslagprogramma aan armoedebestrijding doet, valt daar iets voor te zeggen.

Maar voor Hongarije? Critici zien hoe Orbáns vrienden en familie zich verrijken met EU-subsidies en lucratieve aanbestedingen, zodat de premier moeilijk ‘antimarkt’ te noemen is.

Orbáns schoonzoon István Tiborcz stormde in korte tijd de top-40 binnen van rijkste Hongaren. Geschat vermogen: 98 miljoen euro. De Europese anticorruptiewaakhond Olaf verdenkt hem van malversaties bij een aanbesteding met EU-geld ter waarde van bijna 44 miljoen euro. Het dossier belandde in een diepe la waar justitie in Hongarije nooit iets mee heeft gedaan. Geen lidstaat in de EU wordt zo vaak door Olaf op de vingers getikt. ‘Als iets in het nationale belang is’, zo verdedigde een vertrouweling van Orbán zich, ‘is het geen corruptie.’

De Hongaarse regering gaat er prat op dat ze de werkloosheid heeft teruggebracht, en ook dat slaat aan, bijvoorbeeld bij Philipp Blond, een conservatieve Brit die tien jaar terug gold als een van de belangrijkste denkers achter het premierschap (2010-2016) van David Cameron. De arbeidsparticipatie van de Roma - de armste groep in Hongarije - is onder Orbán enorm toegenomen, zei Blond eerder dit jaar in de podcast UnHerd.

Wat hij er niet bij vertelde, is dat tienduizenden van de nieuw gecreëerde banen nauwelijks bestaanszekerheid bieden. Het gaat om werkverschaffing, zoals het schoffelen van bloemenperkjes, tegen 150 euro per maand. Het is de lokale burgemeester (vaak van Fidesz-huize) die over de arbeidsplaatsen gaat, hetgeen corruptie en handjeklap in de hand werkt. In verkiezingstijd, ontdekten sociologen, gaan bijna al die stemmen naar Fidesz, omdat mensen bang zijn hun nieuwe baantje kwijt te raken.

Blond (die niet inging op vragen van de Volkskrant) vaart wel bij zijn steun voor Hongarije. Hij was vorig jaar te gast op een grote Fidesz-bijeenkomst in Transsylvanië en is sinds kort verbonden aan NKE, een door de regering gecreëerde universiteit waar een nieuwe ambtelijke elite wordt klaargestoomd.

Afgelopen zomer schreef John O’Sullivan, de voormalige Thatcher-adviseur, een opiniestuk voor het Amerikaanse blad National Review, waarin hij Orbáns omstreden noodwet verdedigde. Dankzij die wet - inmiddels weer opgeheven - kon Fidesz wekenlang per decreet regeren. Kritischer is de Brit over het wegpesten van de eminente Central European University (CEU), een gehaat instituut bij Fidesz omdat het werd opgericht door de liberale multimiljardair George Soros. ‘Dat was een fout, een eigen doelpunt.’

Heeft hij dat publiekelijk gezegd? ‘Tegen iedereen die me ernaar vroeg’, zegt O’Sullivan licht geïrriteerd. Het was niet in hem opgekomen er een opiniestuk aan te wijden. Na een aarzeling: ‘Ik denk niet dat ik evenveel linkse als rechtse stukken hoef te schrijven om mezelf te rechtvaardigen.’ Prompt staat O’Sullivan op, hij moet gaan. Na een snelle handdruk is hij verdwenen.

(VK)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234