Hoe Vlaamse meisjes vallen voor IS: 'Zo'n viriele IS-strijder is voor hen de prins op het witte paard'

In Parijs werd in september een aanslag verijdeld van drie vrouwen die een met gasflessen volgepropte auto in brand probeerden te steken nabij de Notre-Dame. Het trio, onder wie een meisje van 19, vormde het eerste vrouwelijke IS-commando in Europa.


Bekijk de trailer van 'Layla M.', over een radicaliserend moslimmeisje:

'Het deed echt pijn om te lezen hoe mijn dochter de Belgen belachelijk maakte, met hun Kerstmis en hun Sinterklaas'

Op 15 mei 2014 werden op de luchthaven van Zaventem twee Antwerpse meisjes aangehouden die op het punt stonden naar Syrië te vliegen. Voor Hakima M. (18), van wie de broer en de zus haar naar Raqqa waren voorgegaan, was het al de derde mislukte poging. Zij nam de 17-jarige Jessy H. op sleeptouw, een Vlaams meisje uit Antwerpen dat drie maanden eerder door haar ouders als vermist was opgegeven. Terwijl Hakima en Jessy die namiddag op de achterbank van de politiewagen weggevoerd werden, de handboeien om hun dunne polsen, kreeg de vader van Jessy een verlossend telefoontje.

‘De arrestatie van mijn dochter was een enorme opluchting, vertelt Rudi H. ‘Ik kon alleen maar denken: ‘Oef, ze hebben haar, ze kan niet naar Syrië, ik weet eindelijk waar ze zit.’ Ze was al twee keer weggelopen. Ik wist dat ze in Nederland was gesignaleerd, waar ze in nikab over straat liep. Ik had foto’s van haar op het internet gezien waarop alleen haar ogen nog zichtbaar waren. Ik sliep al maanden niet meer.’

Rudi H. houdt van motoren, tatoeages, AC/DC. Van de islam had hij tot twee jaar geleden niet meer dan een vaag idee. In zijn modern gemeubileerde huiskamer, in het licht van de grote schuiframen, staat een oldtimer-Suzuki te glimmen. Niets in het interieur zou doen vermoeden dat hier een meisje woonde dat zich stiekem tot de islam bekeerde en zo radicaal werd dat ze met iedereen in België wilde breken om in Syrië te gaan trouwen met een IS-strijder en er een nieuw leven te beginnen als ‘vrouwe van Halal’.

Rudi H. «Jessy heeft haar bekering tot moslima lang voor mij verborgen gehouden. Niet dat we racistisch zijn, maar mijn dochter wist dat ze niet met een Marokkaans lief naar huis moest komen. Ze woonde toen een tijdje bij haar moeder – mijn ex – en stopte haar hoofddoek weg als ze bij mij kwam. Dat mijn dochter bekeerd was, hoorde ik voor het eerst in het politiebureau, toen Jessy de eerste keer was weggelopen. Na school was ze in een auto gestapt bij een man met een baard die Ahmed heette. Ze was al 24 uur vermist. Die politieagent bracht het heel voorzichtig aan: ‘U weet dat uw dochter bekeerd is, meneer?’ – ‘Huh, bekeerd?’ Hij toonde mij de pas van mijn dochter, en daar staat ze met een sjalleke op! Bleek dat ze ook van school was veranderd omdat ze daar een hoofddoek en lange gewaden mocht dragen. Mijn ex dacht dat het een bevlieging was en liet haar doen. Op die school heeft ze Hakima en andere vriendinnen leren kennen die haar verder in dat IS-bad hebben getrokken.»

Jessy H. was één van de honderden namen die op de inmiddels beruchte lijst van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) terechtkwam. In die databank van Foreign Terrorist Fighters worden niet alleen strijders opgelijst die naar Syrië zijn vertrokken, maar ook kandidaat-vertrekkers en terugkeerders. Zo’n honderd vrouwen staan er momenteel bij, op een totaal van 640 namen. Girlpower die vaak over het hoofd gezien wordt als het over terreurdreiging gaat. Ten onrechte, bewees de recente verijdeling van een – volgens de speurders amateuristische – aanslag door een vrouwelijk trio in Parijs. In het Duitse Hannover stak een 15-jarig meisje begin dit jaar een politieagent neer ‘in naam van IS’. En eind september werden nog twee Franse geradicaliseerde meisjes van 17 en 19 in Nice opgepakt, waar ze een jihadistische aanslag beraamden. De twee stonden onder invloed van Rachid Kassim, een Frans IS-kopstuk dat ook het Parijse drietal inspireerde.

Sinds Islamitische Staat terrein verliest in Syrië en de exodus van strijders uit Europa is gestopt – ook al omdat het heel moeilijk is om nog in IS-gebied te geraken – roept de terreurgroep haar westerse aanhangers op om in hun eigen land te blijven en daar dood en vernieling te zaaien. Daarbij richten ze zich ook in ons land steeds meer tot minderjarigen, zegt het federale parket: jongens én meisjes van 16 en 17 jaar die erg beïnvloedbaar zijn en gemakkelijk via de sociale media te bewerken zijn. Sinds de zomer kreeg het gerecht minstens tien radicaliseringsdossiers binnen met minderjarige verdachten die communiceerden met IS’ers via geheime chatrooms op Telegram. Voor de politie is het niet simpel om die jongeren te controleren, en al helemaal niet om hen te bestraffen. Heel wat magistraten en jeugdrechters zijn niet vertrouwd met het fenomeen van de radicalisering en hebben geen flauw benul van wat ze aan moeten met de jonge extremisten. En al zéker niet met de meisjes, zoals uit het verhaal van Jessy H. zal blijken.

'Sommige rechters denken dat er scholen bestaan waar je met extreme ideeën binnengaat en twee jaar later als gederadicaliseerde afstudeert'


Oei, een strenge

Rudi H. «Jessy is nooit een probleemkind geweest. Wel een stille. Blijkbaar zoeken ze die stille types het eerst op. Ze was bezig met hiphop en mode, schminkte zich als Lady Gaga en ging graag shoppen met haar halfzussen. Op school haalde ze heel goede cijfers, op het oudercontact kreeg ik tranen van trots. Ze kon fantastisch mooi tekenen en ik was ervan overtuigd dat ze het ging maken in de modewereld of in de reclamewereld.

»Ze heeft het wel moeilijk gehad met onze scheiding. Mijn ex en ik maakten veel ruzie. Jessy was een meisje dat duidelijkheid en structuur nodig had. Maar er waren altijd stress-situaties. Voor mijn dochter was het moeilijk om haar plek te vinden. Op school had ze Marokkaanse vriendinnen. Op een keer bracht ze een vriendin mee naar huis, maar toen ik die een hand wilde geven, trok ze de hare terug. Ik dacht: ‘Oei, da’s een strenge.’

»Rond haar 15de begon ze te puberen en werd ze soms opstandig. Ze vond mij te streng, ik had te veel regels: ‘Je beperkt mij in wat ik echt wil zijn.’ Zij en haar vriendinnen zaten in een fase waarin ze zichzelf moesten ontdekken en de vaders waren in hun ogen de ‘tegenhouders’. Toen is ze terug bij haar moeder gaan wonen, waar ze zich bekeerd heeft.

»Jessy is een strever: als ze iets doet, wil ze daar altijd perfect in zijn. Ze begon een sjaaltje en lange gewaden te dragen, ging lessen Arabisch volgen en heette plots Oum Abbas. Haar Marokkaanse vriendinnen bewierookten haar, ze genoot van de aandacht en ging er steeds verder in. In de maanden dat ze vermist was, heb ik op het internet de weg gevolgd die zij had afgelegd. Ik ging van alles lezen over de islam en de Koran en zat nachtenlang te zoeken op islamitische sites. Ik vond haar op Facebook onder een schuilnaam en merkte in de chats hoe ze gerespecteerd werd door die vriendinnen – ‘zusters’ noemden zij elkaar – en hoeveel respons ze kreeg. In die kringen wás ze echt iemand. Ik kon me goed voorstellen dat je je daar helemaal door laat inpalmen als je je niet zo goed in je vel voelt. Ik was verdorie bijna zelf moslim geworden. Het was voor mij dan ook een periode van zwarte dagen en slapeloze nachten.

»Ik zag de beelden die zij ook gezien moet hebben, van kinderen in Syrië met afgerukte armen en benen, baby’s onder het bloed, dakloze families naast hun platgebombardeerde huizen… En dan plots een foto van zo’n stoere IS-strijder die zoveel kufar of ongelovigen had gedood: dat is dan de redder, de moedige leeuw. Die jongens zagen er ook niet slecht uit. De mannen van IS waren de goeien, de Belgen waren de slechten. Het deed soms echt pijn om sommige van haar posts te lezen waarin ze de Belgen belachelijk maakte ‘met hun Kerstmis en hun Sinterklaas’. Dat kwetste mij, want ik had daar altijd mijn best voor gedaan. Ze keek ook niet meer naar het westerse nieuws, alleen nog naar dat van de Arabische zender Al Jazeera.

»Van haar ‘zusters’ kreeg ze allerlei tips om niet door de politie gevonden te worden: ze nam een andere gsm, ze haalde geen geld meer af. Waar ze al die weken gezeten heeft, heeft ze nooit verteld. Ik weet dat ze een tijdje bij een moslimfamilie in Antwerpen zat en dat ze hen had wijsgemaakt dat ze thuis niet meer binnen mocht vanwege haar geloof.»

HUMO Wist je dat ze intussen ook islamitisch getrouwd was?

Rudi H. «Op een bepaald moment zag ik op haar Facebookpagina de status ‘getrouwd’. Ik schrok me een bult. Gelukkig is dat daarna weer veranderd.

»Die eerste keer is ze na een paar weken zelf teruggekeerd, op aandringen van haar zus. Ze is toen weer bij mij komen wonen, en ik heb me toen uitgesloofd om het haar naar haar zin te maken, hoewel ik niet blij was met dat islamgedoe. Ik maakte speciaal moslim-eten, zonder varkensvlees. Ik ging op zoek naar een school waar ze haar sjalleke mocht dragen. Ik zag ook, voor het eerst, de hatelijke blikken van racisten naar mijn dochter op de tram. Een blanke met een hoofddoek vinden ze nog erger dan een Marokkaanse. In één school keek een lerares met zoveel afschuw naar mijn dochter dat ik zei: ‘Kom, we zijn hier weg.’ Uiteindelijk vonden we een schooltje in Berchem. De eerste dag dat ze naar de klas moest, kreeg ik ’s middags telefoon van de directeur. ‘Ik dacht dat Jessy ging komen?’ Bam, ik wist genoeg. Ik heb haar pas teruggezien toen ze op de luchthaven was opgepakt, drie lange maanden later.»

'Ik benijd mijn man zo, ik was zo graag bij hem geweest om samen te ontploffen'


Assepoester

Vorige week kwam de Nederlandse film ‘Layla M.’ uit in onze zalen, over een tienermeisje van Marokkaanse afkomst dat vanuit haar boosheid over alledaags racisme radicaliseert en naar Syrië probeert te reizen. Meisjes als Layla en Jessy kennen ze ook in Vilvoorde, dat enkele jaren geleden nog ‘de stad van de jihadi’s’ werd genoemd.

‘Meisjes radicaliseren doorgaans op veel jongere leeftijd dan jongens,’ zegt burgemeester Hans Bonte. ‘De meesten zijn tieners of jonge twintigers. Een Vilvoords meisje dat op de luchthaven van Düsseldorf werd onderschept, was pas 15, haar vriendinnetje uit Brussel 14.’ Uit Vilvoorde vertrokken sinds de lente van 2012 in totaal maar liefst 25 jongens en 3 meisjes naar Syrië. Verschillende andere meisjes werden tegengehouden op de luchthaven of omgepraat in de weken vóór hun vertrek, dankzij het uitstekende werk van de preventiedienst van de stad. Van over de hele wereld komen experten kijken in Vilvoorde naar hoe Bonte en co. erin slaagden om de exodus van vertrekkers te stoppen, twee jaar eerder dan in de rest van Vlaanderen.

Hans Bonte «Het laatste echte vertrek dateert van mei 2014. Eind juni 2014 hebben we die twee meisjes tegengehouden in Düsseldorf, en sindsdien zijn we er vroeger bij.

»Meisjes die radicaliseren zijn moeilijker te bereiken dan jongens omdat ze minder buitenkomen. Hun rekrutering gebeurt ook individueler. Jongens worden bepraat op bijeenkomsten als die van Sharia4Belgium, de meisjes meestal in één-op-ééngesprekken via chatrooms op het internet. Méér nog dan de jongens worstelen ze met hun identiteit, vaak door een moeilijke thuissituatie, frustraties over het hoofddoekenverbod of racisme, een ontluikende seksualiteit.»

‘Ik moet vaak denken aan Assepoester,’ zegt Jessika Soors, coördinator van de preventiedienst radicalisering in Vilvoorde.

Jessika Soors «De meisjes die we in Vilvoorde zagen radicaliseren, hadden thuis dikwijls een zware verantwoordelijkheid. Vaak ging het om éénoudergezinnen waar zij als oudste dochter moesten instaan voor de zorg van hun jongere broertjes of zusjes. ’s Avonds moesten ze voor het eten zorgen, bij het huiswerk helpen en naar de oudercontacten gaan. Tegelijk moeten ze beantwoorden aan een verstikkend traditioneel rollenpatroon, waarin ze bijvoorbeeld geen contact met mannen mogen hebben en onder enorme controle van de ouders staan. In Vilvoorde was het telkens de oudste zus van het gezin die vertrokken is.»

HUMO Waarom zoeken zulke Assepoesters een oplossing in het extremisme?

Soors «Het is een manier om te ontsnappen uit die huishoudelijke gevangenis, om het gevoel te krijgen dat ze hun leven in eigen handen kunnen nemen. Hun zusters in Syrië hangen op Facebook een idyllisch beeld op van het leven in het kalifaat aan de zijde van zo’n viriele IS-strijder: voor hen is dat de prins op het witte paard. De radicale islam is dan niet meer dan een context voor hen waarin ze die droom kunnen waarmaken. In de koffer van een meisje dat naar Syrië wilde vertrekken, vonden we tussen een IS-vlag en een powerpointpresentatie over de basisbegrippen van de islam nog een boodschappenlijstje. Een zak appelsienen, vijf dozen melk, een kilo bloem. Heel aandoenlijk.

»Het hoofddoekenverbod op scholen geeft hen vaak ook een duwtje in de radicale richting. Net op een leeftijd waarop ze zo hard met hun identiteit bezig zijn, krijgen ze het gevoel dat ze niet helemaal zichzelf kunnen zijn op school. En dan gaan ze spijbelen en worden ze buiten de schoolpoorten opgevangen door islamitische zusterbewegingen waar ze zich wél begrepen voelen.

»Ik heb een Vlaams meisje begeleid dat geen migratieachtergrond had, maar zich bekeerd had en door zo’n radicale zusterorganisatie werd omarmd. De moeder wilde niks van de bekering weten en het meisje, dat op internaat zat, mocht niet naar huis komen met Kerstmis. Dat dreef haar nog meer in de armen van die zusters, die haar dan eten kwamen brengen. Het meisje voelde zich erg aangetrokken door de samenhorigheid en de warmte die ze er vond. En ze was ontzettend onwetend en beïnvloedbaar. Ze las boeken van radicale salafistische predikers die ze van haar zusters kreeg en slikte alles als koek. De enige norm waar ze zich aan spiegelde, was die van de zusterbeweging.

»Radicaal zijn is eigenlijk heel gemakkelijk: iemand vertelt je wie je bent, als je je bekeert krijg je zelfs een nieuwe naam. Er wordt je gezegd met wie je wel en niet mag omgaan, wat je over bepaalde dingen moet denken, welke boeken je wel of niet mag lezen, welke kleren je wel of niet mag dragen… Al die vragen waar een jongere per definitie al mee worstelt. Er wordt je een identiteit aangeboden in een kant-en-klaar pakketje, waardoor je ineens van al die moeilijke vragen verlost bent.»

HUMO Gek genoeg zien die meisjes het als een nieuwe vorm van feminisme om zich bij IS aan te sluiten.

Soors (knikt) «De redenering is dat het niet de islam is die vrouwen onderdrukt, maar de westerse cultuur die vrouwen tot een lustobject verlaagt. In de islam word je met respect behandeld als vrouw, in het Westen moet je in bikini over straat lopen en je als hoer gedragen om aandacht te krijgen.

»De rol van vrouwen in de radicaliseringsproblematiek wordt onderschat. Het zijn echt niet allemaal arme passieve schaapjes die met open ogen in hun ongeluk lopen. Heel wat meisjes weten goed wat ze doen en kiezen er bewust voor. In Syrië spelen sommigen een heel actieve rol in het rekruteren en het verspreiden van propaganda. Eén van hun taken is ook het opvoeden van de volgende IS-generatie, nog radicaler dan voorheen. Intussen krijgen wij hier de kinderfoto’s te zien via de ouders van de meisjes die naar Syrië zijn vertrokken en die ginder moeder zijn geworden: meisjes van 2 of 3 jaar die in een nikab in Raqqa over straat lopen en van wie alleen de ogen zichtbaar zijn.

»Maar er zijn ook vrouwen die als seksslavin worden gebruikt en koortsachtig naar manieren zoeken om terug te komen. Via de ouders horen we ook verhalen van vrouwen die in Syrië thuis in angst zitten te wachten op hun man die naar het front vertrokken is.»

HUMO Nemen vrouwen ook deel aan de strijd?

Soors «Doorgaans niet, want het past niet in hun ideologie. Maar we hebben wel meisjes gezien die vertrokken zijn met een idealistisch idee om humanitaire hulp te gaan bieden, en na een tijdje namen ze zelf de wapens op en waren ze in staat tot bruut geweld.»

'Je krijgt een identiteit aangeboden in een kant-en-klaar pakketje, waardoor je ineens van al die moeilijke vragen verlost bent.' (Foto uit de film 'Layla M.'.)'


Zwarte weduwe

De Schaarbeekse Nora Verhoeven was 19 toen ze in september 2012 naar Syrië reisde om haar man, de 20-jarige Tarik Taketloune, te vervoegen. Amper drie weken later werd hij voor haar ogen vermoord in Aleppo. Oum Khattab, zoals Verhoeven zichzelf noemde, liet haar moeder weten dat ze in Syrië wilde blijven om ‘zich nuttig te maken’. Maanden later begon ze filmpjes van zichzelf op Facebook te posten waarop ze zelf de wapens opnam als ‘zwarte weduwe’. In een afgeluisterd telefoongesprek vroeg ze 1.000 euro aan haar moeder – om een kleinere kalasjnikov te kopen die ze onder haar nikab kon dragen.

De vrouw van de intussen gesneuvelde Antwerpse bekeerling Brian De Mulder postte dan weer op haar Facebookpagina dat ze die dag samen met haar man zweepslagen had mogen geven en hoe leuk ze dat had gevonden. En de Mechelse Kaoutar Bioui (30), een notoire IS-aanhangster en de echtgenote van het Antwerpse IS-kopstuk Hicham Chaib, poseerde op Facebook met de bomgordel die ze van haar man cadeau had gekregen. Via Facebook bedreigde ze ook Vlaams Belang-politicus Filip Dewinter met de dood en riep ze op om het voorbeeld te volgen van Mohammed B., die Theo van Gogh heeft vermoord: ‘Laat er een Mohammed B. onder jullie opstaan die met dit varken afrekent zoals onze broeder met het zwijn Van Gogh heeft afgerekend. Moge Allah onze ogen verlichten met de afslachting van die vetzak.’

In Frankrijk kreeg Dounia Bouzar, oprichtster van een preventiecentrum tegen radicalisering, toegang tot foto’s op de laptops van teruggekeerde vrouwen uit Syrië. Ze beschrijft de macabere kiekjes die de vrouwen naar elkaar sturen: ‘Net zoals mannen wisselen ze foto’s uit waarop hun kinderen van enkele jaren oud met afgehakte hoofden voetballen. Ze moedigen hun mannen ook aan om zich op de lijst van de martelaren in te schrijven: ‘Drie keer al heb ik hem gezegd om zich in te schrijven. Als hij het nu niet doet, vraag ik de scheiding aan!’’

Dat achter elke ‘grote man’ een vrouw staat, bleek ook uit een boodschap die de vrouw van één van de zelfmoordterroristen in de Bataclan na 13 november aan een vriendin in Syrië schreef: ‘Ik was van in het begin op de hoogte en heb mijn man aangemoedigd om het Franse volk te terroriseren. Ik benijd mijn man zo, ik was zo graag bij hem geweest om samen te ontploffen.’


Opstel over 9/11

Jessy H. wilde niet naar Syrië om te vechten of aanslagen te plegen, zei ze toen ze door de politie werd onderschept: haar enige bedoeling was om kleren te gaan naaien voor die arme kinderen in oorlogsgebied. De vliegtuigtickets voor haar en Hakima had ze betaald met de opbrengst van spullen en zelfgemaakte schilderijen die ze op het internet had geveild. In afwachting van hun vertrek hadden de twee onderdak gekregen in Brussel bij de Nederlandse bekeerlinge Rosliana Adelline Geerman (21), die een maand later werd aangehouden. ‘De eerste vrouwelijke Syrië-ronselaar opgepakt,’ kopten de kranten over Geerman, want net vóór Jessy en Hakima waren al vier andere meisjes met haar hulp naar Syrië vertrokken.

Ook Jessy en Hakima hadden concrete plannen. Ze hadden contacten met mensen in Syrië die hen zouden opvangen, een man voor Jessy zouden zoeken en een smokkelaar hadden geregeld om de grens met Turkije over te steken. Ze wisten dat ze de kleren in hun koffers best in plastic verpakten omdat ze een rivier moesten oversteken. Tegen de tijd van het vertrek stond Jessy al maanden geseind. Bij de grenscontrole op Zaventem liep ze tegen de lamp.

‘Na haar arrestatie werd Jessy in de gesloten jeugdinstelling De Zande in Beernem geplaatst,’ zegt haar advocate Chantal Van den Bosch. De meerderjarige Hakima ging naar de gevangenis, maar kwam al na drie maanden vrij met een enkelband. Jessy bleef acht maanden in Beernem, hoewel haar advocate zich bleef verzetten tegen de zinloos lange opsluiting.

Chantal Van den Bosch «Zinloos, want in al die maanden is er in de instelling geen enkele poging ondernomen om Jessy van haar extreme gedachtegoed af te helpen. Van het fenomeen radicalisering hadden ze daar geen flauw benul. Wel raadpleegden ze het OCAD, dat het dreigingsniveau in de instelling verhoogde wegens Jessy’s aanwezigheid. Maar een aparte therapie was er intussen niet voor haar. De enige maatregel van de jeugdrechtbank was dat ze naar een documentaire over 9/11 moest kijken, en daar een opstel over schrijven. Een deradicaliseringsambtenaar is nooit gecontacteerd, de beloofde deskundige kwam er ook nooit. De vader van Jessy zocht zelf een imam om met zijn dochter te praten, om haar het verschil tussen IS en de islam te laten inzien, maar die man mocht de instelling niet binnen uit veiligheidsoverwegingen. Concreet kwam het erop neer dat het kind acht maanden in de gesloten instelling heeft gezeten zonder dat er iets met haar werd gedaan.»

En dus probeerde vader Rudi het op zijn eigen manier. De metselaarsknecht vatte zelf een plan op om zijn dochter te deradicaliseren – een woord dat hem nog elke keer over zijn tong doet struikelen.

Rudi H. «Ik wou haar eigenlijk liever helemaal uit dat islamgedoe krijgen. Maar ik wist dat ik moest temperen als ik mijn dochter wilde redden. Wanneer ik haar ging bezoeken in de instelling, kon ik niet zomaar kritiek op de islam geven, hoor. Dan stopte ze haar oren dicht en begon ze bijna te wenen. Ik kon haar niet meer bereiken. Alles wat ik zei, gleed van haar af.

»Na een paar keer heb ik het anders aangepakt. ‘Schatteke, gij móógt moslim zijn van mij,’ zei ik haar. ‘Ik vind dat zelfs goed. Iedereen moet kunnen doen waar hij zich goed bij voelt. Maar één ding: dat er voor een geloof doden moeten vallen, dát kan niet. Voor geen enkele godsdienst.’ Zo probeerde ik haar van IS weg te krijgen. Ik ging allerlei dingen opzoeken over radicalisering, want wat ik zei, moest juist zijn. Ik babbelde de twee bezoekuren vol over van alles en nog wat, had het dan een kwartiertje over die extreme ideeën en daarna, hup, begon ik weer over iets anders.

»Ik bracht schildergerei voor haar mee om haar gedachten te verzetten en zong westerse liedjes, zodat ze die nog eens hoorde – want naar muziek luisteren mocht niet van haar geloof. Zo heb ik haar zélf elke week een klein brainwashje proberen te geven. Pas op, het was niet simpel om daar elke week te raken, de autorit naar West-Vlaanderen op vrijdagavond was elke keer een hel. Maar ik moest íéts doen, want de instelling deed niks. Met zo’n opstel over 9/11, ga je daar iemand mee deradicaliseren? Nee, in mijn ogen heb ik het zelf opgelost. En stilaan begon ik kleine veranderingen in haar gedrag te zien.»

Ook advocate Chantal Van den Bosch zag de evolutie: Jessy verscheen niet meer in nikab, maar in jeans voor de jeugdrechter. Na acht maanden kreeg ze de tiener vrij, nadat ze had gedreigd met het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Van den Bosch «Jessy werd strenger behandeld dan een meerderjarige omdat niemand wist wat ze met haar aan moesten. Het hof heeft mijn argumenten gevolgd, en Jessy aan haar vader toevertrouwd.»


Staatsgevaarlijk

Ook het 15-jarige meisje uit Vilvoorde dat op de luchthaven van Düsseldorf werd opgepakt, kwam uiteindelijk in Beernem terecht. Ook bij haar was de begeleiding rond deradicalisering onbestaande.

Hans Bonte «De hulpverlening in Vlaanderen schiet op dat vlak pijnlijk tekort. Je kunt een meisje in zo’n instelling plaatsen omdat ze anders opnieuw wegloopt, maar dat heeft weinig zin als je verder niet met haar werkt. In Beernem kennen ze niets van radicalisering. Wij hebben onze hulp aangeboden, maar ze zouden het zelf wel oplossen. Ten einde raad hebben ze dat meisje gewoon geïsoleerd in de instelling: ze kreeg geen post en mocht enkel bezoek ontvangen van haar ouders, die voor de ogen van alle andere ouders werden gefouilleerd, want hun dochter was ‘staatsgevaarlijk’. Zo creëer je natuurlijk ook geen vertrouwensband, terwijl je die ouders net nodig hebt om het meisje goed te omringen. De moeder en de zus zijn verschillende keren op mijn kabinet komen uithuilen. Maar als de instelling ons niet binnenliet, konden wij ook niets doen.

»Een tweede pijnlijke vaststelling is dat ook justitie het probleem van de radicalisering nauwelijks kent. De wereldvreemdheid van de rechters op dat domein is erg groot, en dat is erg voor een fenomeen dat de hele wereld bezighoudt. En dan krijg je absurde sancties. Een rechter legde onlangs aan een geradicaliseerde Vilvoordenaar als sanctie een verplichte deradicaliseringscursus van twee jaar op, bestaande uit psychologische en religieuze begeleiding.»

HUMO Er bestaan hier toch geen deradicaliseringscentra waar je zulke cursussen kunt volgen?

Bonte «Er zijn rechters die dat niet weten. Die denken dat er scholen bestaan waar je met extreme ideeën binnengaat en twee jaar later als gederadicaliseerde afstudeert.»

HUMO Hoe doen jullie dat in Vilvoorde?

Bonte «Het is altijd maatwerk. Elke persoon, elk gezin en elke situatie is anders. We bekijken elk verhaal apart en proberen op allerhande manieren de sociale contacten van vroeger te herstellen. Een goeie vriend, een ex-lief, een oud-leraar, een voetbaltrainer… We betrekken er zoveel mogelijk de ouders en broers en zussen bij. We hebben het vertrouwen van de families, die we niet als de oorzaak van het probleem bejegenen, maar als slachtoffers en een deel van de oplossing.

»Voor de religieuze component werken we samen met de moskeeën en imams, die de dogmatische visie op de islam kunnen doorprikken. Het is een totaalpakket. Je moet investeren in het sociaal verankeren van mensen, en hun een perspectief bieden. Ze laten inzien dat ze ook hier hun dromen kunnen waarmaken en hun frustraties kwijt kunnen.»


zonder hoofddoek

Rudi H. was blij en gespannen toen zijn dochter thuiskwam.

Rudi H. «Je wil niks fout doen. Ik heb haar ook niet meer op de rooster gelegd. Je bent gewoon blij dat ze terug is. We hebben allebei wat compromissen moeten sluiten over het eten en haar kledij en zo. Lange gewaden mochten niet, dat sjalleke wel. Ik ben zelf ook een beetje veranderd. Door alles wat ik over de islam heb gelezen, kreeg ik er een nieuwe kijk op. Je hoort ineens andere dingen dan wat er in het dorp wordt verteld. Vroeger deed ik weleens mee als mensen van mijn generatie het over ‘die vuile bruine’ of ‘profiteurs’ hadden, maar vandaag keur ik die woorden echt niet goed. Racisme komt dikwijls voort uit onwetendheid.»

Rudi’s dochter is intussen 20. Ze volgt een cursus grime in het volwassenenonderwijs, en ze is gek van alles wat met Harry Potter te maken heeft. Over IS praten vader en dochter nooit meer. Ook niet toen op 22 maart de aanslagen in Brussel werden gepleegd.

Rudi H. «Ik had kunnen zeggen: ‘Dat zijn jouw vriendjes.’ Maar ik heb gezwegen. Voor haar was het ook niet plezant. En ik wil het onderwerp vermijden. Ik ben bang dat te veel aandacht haar terugwerpt naar dat milieu. De eerste keer dat ik haar zonder hoofddoek zag, was op een selfie op Facebook, toen zij en haar zus gingen shoppen. Ik zie dat, maar ik zeg er niks van.»

HUMO Was het IS-gedoe alleen maar een voorbijgaande fase, zoals sommige meisjes gothic of punk worden?

Rudi H. «Ik hoop het. Natuurlijk ben ik nog weleens ongerust als ze uren op haar kamer zit of bij een vriendinnetje gaat slapen. Maar dan kalmeer ik mezelf: ‘Rustig, laat haar maar doen, ze moet zichzelf zijn….’ Zo moet je het spelen, hoor. Het gaat goed, nu. Ze draagt haar sjaaltje niet meer, ze luistert weer naar muziek, haar haren zijn opnieuw blond. Ze is nog wel bezig met de islam, maar op een laag pitje. Ik heb mij er ook bij neergelegd dat ze misschien met een Marokkaanse vriend naar huis komt. Waarom niet? Dat zijn geen slechte gasten, doorgaans.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234