null Beeld

'Hoe wanhopig is de progressieve Vlaming?' Bram Van Splunteren blikt terug op 'Het voordeel van de twijfel'

Samen met acteur-filosoof Stefaan Van Brabandt maakte de Nederlandse cineast Bram van Splunteren de achtdelige Canvasreeks ‘Het voordeel van de twijfel’. Exclusief voor Humo kijkt Van Splunteren met een filosofische blik terug op de draaiperiode.

‘Kijken, daar draait het om in de filosofie, kijken naar wat er gebeurt, wat we doen, waarom we het doen, en wat het betekent. Niet alleen filosofen doen dat, maar ook dichters, schrijvers en schilders. En mijn opa die landbouwer was, deed het ook. Op zijn manier.’ Wim Helsens wijze woorden belandden in de prullenbak van de computer waarop we ‘Het voordeel van de twijfel’ monteerden, en dat deed even pijn. Het lukte niet ze in te passen in de serie, maar gelukkig kan ik ze er voor deze gelegenheid nog even uitvissen. Omdat Helsen mooi verwoordt wat ik van het maken van ‘Het voordeel van de twijfel’ geleerd heb, namelijk dat filosofie bedrijven niet uitsluitend voorbehouden moet zijn aan een intellectuele elite.

We zijn allemaal een beetje filosoof, als we dat willen. Met aandacht kijken naar de dingen, voorbij de eerste indruk, niet gehinderd door moraal, dogma’s of gezag, er vragen bij stellen, met als doel tot nieuwe, verrassende inzichten te komen, daar gaat het om, denk ik.

Dat is ook wat Vera Marchand, de vrouw van professor sociologie Walter Weyns, deed in één van mijn favoriete fragmenten uit de serie. We waren bij Weyns op bezoek voor de aflevering over selfies, status en de nieuwe ijdelheid, en wetende dat hij het zou gaan hebben over lastige begrippen als ‘liquide identiteit’, ‘mimetische begeerte’ en ‘impressie-management’, leek het me leuk om Weyns even uit zijn professor-rol te halen, door zijn vrouw die toevallig thuis was, erbij te vragen, en ze beiden te laten vertellen of ze zelf eigenlijk op Facebook zitten. Dit bleek niet het geval, om verschillende redenen: het is te tijdrovend, ze zijn misschien te ouderwets, je moet dan opeens van alles liken, foto’s plaatsen, enzovoort. En nadat het onderwerp ‘waarom het echtpaar Weyns-Marchand niet op Facebook zit’ al afgesloten leek, en Weyns de narcistische kanten van de selfiescultuur reeds aan het bespreken was, kwam Marchand opeens verrassend uit de hoek: ‘Waarom zijn wij eigenlijk zo bang om op Facebook te gaan? Misschien zijn wij juist wel erg ijdel, en houden we krampachtig vast aan een beeld dat we van onszelf hebben, terwijl die jongeren dat beeld al lang los hebben gelaten door zoveel verschillende foto’s van zichzelf, in verschillende situaties, in de openbare ruimte te plaatsen.’

De ‘vloeibare identiteit’ van filosoof Zygmunt Bauman in een paar zinnen uitgelegd aan de hand van een simpel voorbeeld, en gekoppeld aan een verrassend staaltje van ‘omdenken’; in gedachten maakte ik een diepe buiging voor mevrouw Marchand, in het dagelijks leven lerares, maar nu vrolijk meefilosoferend voor onze camera.

Nu zou men kunnen zeggen dat Marchand makkelijk praten heeft. Zij heeft niet net een heel dik boek geschreven, waarin ze haar visie op een belangwekkend thema heeft uiteengezet, het product van jaren denken en schrijven, een visie die zij nu tegen de buitenwereld moet verdedigen, en een boek dat zij, als het even kan, aan de man moet zien te brengen. Die buitenwereld zou raar staan kijken als ze met het nieuwe boek nog maar amper in de winkel, zou verklaren dat ze inmiddels tot een ander inzicht is gekomen, compleet tegengesteld aan dat wat er in haar boek beschreven staat. Haar uitgever waarschijnlijk ook.

'Wat is dat toch met die Vlaamse intellectuelen? Hebben die naast hun studie stiekem een avondopleiding shakespeareaans acteren gevolgd?'

Toch had ik dat soort momenten van twijfel, juist ook aan de eigen uitgangspunten of aan de juistheid van de eigen motieven, wel vaker willen zien in de serie. Was het toeval dat een vrouw deze lucide, zelfrelativerende bijdrage aan ons programma leverde? Hoe zit het eigenlijk met de mannen in de academische wereld, en hun ego’s? Zouden die mannen zo wijs zijn dat ze daar geen last van hebben? De vraag stellen, is soms inderdaad ook: hem beantwoorden…


Redeneerkunst

Het mag duidelijk zijn dat ik me meer thuis voel in het kamp van de filosoof Alain de Botton dan in dat van de hardliners die vinden dat De Botton de filosofie verkwanseld heeft, en er een soort MacFilosofie van heeft gemaakt. Ik vroeg hem tijdens het 30 minuten durende interview dat we met hem hadden (De Botton won de prijs voor efficiëntste spreker: zijn interview is voor vier verschillende afleveringen gebruikt!), of hij vindt dat filosofie de dingen ingewikkeld moet maken. Ja, antwoordde hij volmondig, maar het doel daarvan moet altijd zijn: uiteindelijk tot een oplossing komen. Hij verweet zijn collega’s in de academische wereld dat ze verliefd zijn op het ingewikkeld maken der dingen, en dat ze denken dat dát filosofie is, terwijl ze de laatste stap – die naar een oplossing – niet zetten.

De filosofie de straat weer op schoppen, dat is wat De Botton wil, in de geest van Socrates, die mensen op de markt van Athene bestookte met vragen om ze aan het denken te zetten, ondertussen bewerend het antwoord zelf ook niet te hebben. Dat is wat De Botton ook beoogt met zijn School of Life, en dat is wat wij uiteindelijk ook hebben geprobeerd met ‘Het voordeel van de twijfel’.

null Beeld

Ook Dirk De Wachter weet met zijn filosofische overpeinzingen de weg naar het grote publiek te vinden. Niet het minst dankzij zijn bloemrijke taalgebruik en uitmuntende voordracht. Is ‘consumentistisch’ een bestaand woord? Wanneer De Wachter het woord gebruikt, twijfel je daar geen moment meer aan. Geef hem de telefoongids van Antwerpen en hij zal ’m laten klinken als een prijswinnend, wetenschappelijk artikel. De Wachter heeft het gepassioneerd, intellectueel redeneren tot kunst verheven. Leren ongelukkig te zijn? Uit De Wachters mond klinkt het als het coolste dat er bestaat.

Maar waar de redeneerkunst tot grote hoogten stijgt, is het altijd extra oppassen met de inhoud van het gebodene, zo heb ik geleerd.

Zo maakt De Wachter zich, net als collega-onderzoeker van de menselijke psyche Paul Verhaeghe, grote zorgen over onze ‘kapitalistische prestatiemaatschappij’, die door beiden als ‘ziekmakend’ wordt getypeerd. Ze beroepen zich hierbij op het grote aantal burn-outs, depressies en zelfmoorden van tegenwoordig. Harde cijfers worden niet genoemd, maar ook anderen zoals Walter Weyns, en mijn landgenoot historicus Rutger Bregman wijzen daarop. Vrijwel iedereen haalt een onderzoek aan van twee Engelse onderzoekers, Wilkinson en Pickett, die zouden hebben aangetoond dat in landen waar de sociale ongelijkheid groot is (lees: waar de prestatiemaatschappij op volle toeren draait, zoals in de Verenigde Staten) er meer sociale problemen zijn – geweld, drugsgebruik, obesitas, zelfmoord – dan in landen waar de sociale ongelijkheid kleiner is. Pas na onze interviews lees ik dat hun onderzoek en de gevonden correlaties in wetenschappelijke kringen zeer omstreden zijn – google en gij zult vinden.


Amerika, de boosdoener

Ik herinner me één van de eerste vergaderingen van ons programma. ‘Pas op voor neomarxisme,’ krabbelt de redacteur in kleine letters naast het lijstje van Vlaamse filosofen en intellectuelen dat mijn partner in crime Stefaan Van Brabandt had opgesteld. Onder de namen van Dirk De Wachter, Paul Verhaeghe, Walter Weyns en Johan Braeckman staan termen als ‘geïnternaliseerd arbeidsethos’, ‘gelukkige slaven’, en ‘maakbaarheidsideologie’. Ik denk terug aan mijn studietijd in Amsterdam, de jaren 70, toen wij ook wisten wat goed was voor het volk, en op de barricaden vochten met de burgerlijke, kapitalistische maatschappij die onze idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de weg stond. Stefaan houdt Paul Verhaeghes ‘Identiteit’ omhoog. Een belangwekkend boek, vindt hij, over onze ‘neoliberale prestatiemaatschappij’. Op het omslag de zwaar opgemaakte Amerikaanse kleuter Savanha. En nog een overeenkomst: ook toen al, in die wilde jaren 70, was Amerika de grote boosdoener.

Als we Dirk De Wachter erop wijzen dat zowel België als Nederland in de top 20 staan van de gelukkigste landen ter wereld, en dat wij het hier in Europa, historisch gezien, nog nooit zo goed hebben gehad, riposteert de psychiater met een ferm ‘Ja, we zijn ziek van gelukkigheid.’ Daar heb ik niet van terug. De Wachter doet zijn bewering met zoveel bravoure, dat ik me onmiddellijk begin af te vragen of ik misschien ook niet, zonder het te weten, ziek ben van gelukkigheid.

null Beeld

De Wachter is niet de enige Vlaming die me tijdens de opnamen van ‘Het voordeel van de twijfel’ imponeert met zijn flamboyante redeneerstijl. De ‘lofzang op de luiheid’ die filosoof Johan Braeckman, gezeten aan de rand van de grote vijver in zijn achtertuin, ten beste geeft, spreekt me inhoudelijk niet zo aan – ik ben een hardwerkende freelancefilmmaker, met de verantwoordelijkheid voor een opgroeiend kind, een kind dat niet bepaald gebaat is bij een luie vader – maar ik moet bekennen dat Braeckman me met zijn voordracht van mijn sokken blaast, en dat vooral de manier waarop hij het woord lui uitspreekt (met langgerekte driedubbele l) me heel even verlangend doet uitkijken naar de dag dat ook ik lllui mag zijn.

Over goede sprekers gesproken: het kan niet anders dan dat Friedrich Nietzsche vanuit zijn graf bij de dorpskerk van het Duitse plaatsje Röcken, tevreden toeziet met welk een verve en gevoel zijn gedachtegoed door professor wijsbegeerte Eric Oger voor het voetlicht wordt gebracht. Met pijn in het hart moesten we tijdens de montage grote stukken van Ogers liefdevolle betoog over de ‘bange adelaar’ Nietzsche vanwege de lengte laten sneuvelen.

‘Wat is dat toch met die Vlaamse intellectuelen?’, begonnen wij ons tijdens de montage in Amsterdam af te vragen. ‘Hebben die naast hun studie stiekem een avondopleiding Shakespeareaans acteren gevolgd?’ Of moeten wij nuchtere Hollanders gewoon van hen leren dat het toch vooral de ton is die la musique maakt?

'Dirk De Wachter klonk potdorie als een dominee uit de jaren vijftig, die het volk vanaf de kansel oproept tot matiging en soberheid'

Ondertussen stel ik me, denkend aan Paul Verhaeghe, Dirk De Wachter, Walter Weyns en Johan Braeckman wel de vraag of in een ideale wereld filosofie en politiek eigenlijk geen natuurlijke vijanden van elkaar behoren te zijn. Hoe kun je werkelijk vrij denken als je ideeën in dienst staan van een politieke ideologie? Bob Dylan zong het al in de jaren 60: ‘Don’t follow leaders, watch the parking meters.’ Oftewel: volg geen leiders, zelfs geen filosofen, ook niet als ze van links komen, of je slap in de knieën maken met hun mooie woorden, of eruitzien als je favoriete popster. Alain de Botton zegt het zo: ‘Volg nooit één bepaalde filosoof, maar stel liever uit de ideeën van verschillende filosofen je eigen filosofie samen.’

Met Stefaan, de echte filosoof van ons tweeën, voerde ik tijdens het maken van ons programma pittige maar ook vruchtbare discussies over de noodzaak van een tegengeluid tegenover de linkse visie van de Paul Verhaeghes en de Dirk De Wachters. Stefaan vond dat dat voor ons programma niet interessant was, omdat dat tegengeluid volgens hem al de hele dag op radio en tv te horen is, uit de monden van de mensen die de touwtjes in België in handen hebben: de ondernemers en de multinationals. Zij die ons vertellen dat we moeten blijven groeien, en dat wie daar niet aan meewerkt een profiteur is, aldus Stefaan.

null Beeld






Levenslessen

Mag of moet een filosofieprogramma de luis in de pels zijn van de maatschappij? En moet de twijfel die bij ons programma hoort vooral de twijfel zijn aan de ‘heersende opvattingen’ binnen die maatschappij? Moesten wij met ons programma de luis in de pels zijn van de Belgische ‘neoliberale prestatiemaatschappij’, zoals filosofen als Karl Marx, John Rawls en Bertrand Russell in het verleden ook de gevestigde orde met tegengestelde zienswijzen hadden bestookt? Wanneer ik tijdens het interview met Dirk De Wachter opeens de term ‘neoliberale prestatiemaatschappij’ uit mijn eigen mond hoor komen, begin ik me toch een beetje zorgen te maken.

Die nacht heb ik een boze droom waarin ons programma deel uit blijkt te maken van een neomarxistisch complot, onder leiding van Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe, bedoeld om de rechtse regering van België omver te werpen. De coupe mislukt, en ik eindig – als de Leni Riefenstahl van links Vlaanderen – in een rode overall op een schavot in een winderige uithoek van de Antwerpse haven, waar ik door VOKA-voorzitter Jo Libeer hoogstpersoonlijk word onthoofd. Als ik even later badend in het zweet wakker word, blij dat ik nog leef, vraag ik mij af of mijn idee om televisieprogramma’s te gaan maken in een land waar de politieke tegenstellingen zo groot zijn, en dat ik eigenlijk niet goed ken, wel zo slim was.

De term ‘neoliberaal’ blijft mij ondertussen achtervolgen. Ik besluit me er – als politiek ongeschoolde – in te verdiepen, en kom er zo achter dat de Nederlandse filosoof-politicoloog Martin van Hees er in 2014 een heel boek over heeft geschreven, ‘Neoliberalisme’ getiteld. Van Hees probeert in het boek aan te tonen dat neoliberalisme een vage parapluterm is voor iets dat eigenlijk niet bestaat. (Dat typeert de ware filosoof: een boek schrijven over iets dat niet bestaat!) Van Hees noemt neoliberalisme ‘de boksbal van links’, en vergelijkt de term met wat in de jaren 70 het ‘militair-industrieel complex’ werd genoemd, door hen die een boosdoener zochten voor de kapitalistische kwalen van die tijd. Van Hees haalt de Nederlandse schrijver Gerard Reve aan die zich indertijd afvroeg in welk telefoonboek hij het adres van dat complex kon vinden.

Een andere vraag die ik me begon te stellen tijdens het maken van ‘Het voordeel van de twijfel’ is of een filosoof in de praktijk moet brengen wat hij predikt. Wat moeten we ervan denken dat Nietzsche het even onstuimig als onvoorwaardelijk ja-zeggen tegen het leven predikte, terwijl hij zelf nauwelijks iets ondernam omdat hij een bange wezel was? De 18de-eeuwse Franse filosoof Jean Jacques Rousseau schreef een beroemd boek over opvoeding (‘Emile’), en schreef over de voordelen van het opvoeden van kinderen in de natuur, terwijl hij de vijf kinderen die hij verwekt had bij de wasvrouw en dienster Thérèse Levasseur bij het vondelingentehuis had laten bezorgen. De boeddhistische monnik die wij in Bangkok interviewden over selfies en de nieuwe ijdelheid had zo zijn vragen bij de geloofwaardigheid van veel westerse filosofen, die de wijze levenslessen die ze de wereld instuurden, kennelijk zelf niet wilden of konden naleven.


Nuchter en cynisch

‘Leren genieten van het kleine, het glas als halfvol leren zien in plaats van halfleeg. Dankbaarheid tonen. Dat is waar het in het leven om gaat,’ verkondigt hoogleraar wijsbegeerte Antoon Vandevelde in onze uitzending over geluk vanuit zijn schier onmetelijke achtertuin, met grote boomgaard, waar in het achterste deel de halve Ark van Noach lijkt te zijn neergestreken. Toon brengt er veel van zijn tijd door, ver weg van de jachtige prestatiemaatschappij, het gras maaiend of de kippen en pauwen voerend, of ze beschermend tegen de kwade streken van de vos die ergens verderop huist. Wij kunnen ons daar iets bij voorstellen, mijn monteur en ik, dat Antoon daar vaak zit, in zijn groene paradijs, mijmerend over zijn volgende boek of lezing. Maar voor de zekerheid beperken we het aantal shots van Antoons achtertuin, opdat het Vlaamse kijkvolk niet al te zeer zal gaan mopperen dat Vandevelde wel erg makkelijk praten heeft.

En ‘Moeten we leren lui te zijn?’, was dat niet vooral een retorische vraag van professor filosofie Johan Braeckman aan zichzelf? Hij die net een sabbatical had genomen, en nu zijn dagen sleet met de handen in de modder van zijn riante moestuin, of boeken verslindend aan de rand van de fraaie vijver achter zijn huis. Maar was het ook een zinvolle vraag voor de Belg die zich een slag in de rondte werkt om zijn of haar gezin een dak boven het hoofd en elke dag een beetje fatsoenlijk te eten te kunnen geven?

En dan Dirk De Wachters ‘leren om een beetje ongelukkig te zijn.’ Was dat wat een eeuw van verzet tegen het kapitalisme had opgeleverd? Dat wij, eenvoudige stervelingen, ons maar moeten leren schikken in ons miserabele lot, en onze grote dromen moeten bewaren voor het paradijs? De Wachter klonk potdorie als een dominee uit de jaren 50, die het volk vanaf de kansel oproept tot matiging en soberheid. Maar wel een dominee met een riant herenhuis, vol met kunst, waar soberheid ver te zoeken is. Over de liefde is De Wachter al niet minder calvinistisch: ook daar moeten wij leren de gewonigheid te waarderen. Groots en meeslepend leven, je dromen najagen in de liefde of de liefde van je leven zoeken: De Wachter vindt het allemaal maar niets. Pretparkliefde! Amerikaanse maakbaarheidsverzinsels!

Hoe wanhopig is de progressieve Vlaming, dat hij deze jaren 50-boodschap zo gretig omarmt? Voelt het groeiende politieke conservatisme in Vlaanderen zo bedreigend aan, dat iedereen die er maar iets tegenin durft te brengen onmiddellijk op het schild wordt gehesen, ongeacht wat hij of zij precies te zeggen heeft? Deze vragen begonnen mijn monteur en ik ons onwillekeurig toch te stellen, daar in die kille Amsterdamse montagekamer, ver weg van de warme uitstraling en de weergaloze redeneerkunst van onze Vlaamse interviewees.

Of waren wij nu weer te nuchter en te cynisch? En was het ook niet een tikje calvinistisch van ons, en ronduit onredelijk, om stiekem te vinden dat Braeckman, Vandevelde en De Wachter als brengers van die boodschap van matiging en gewonigheid pas serieus genomen mogen worden als zij als moderne Diogenesen in een ton zouden leven?

We besloten, geheel in de geest van het programma, ons oordeel nog even op te schorten. Eerst moesten wij ons maar eens grondig verdiepen in de cultuur van die gekke, charmante, welbespraakte zuiderburen van ons. Misschien moesten we gewoon maar eens een tijdje onze tenten daar opslaan. Camera’s en montagelaptops mee. Wij voelden al een nieuw programmaformat opborrelen. U hoort nog van ons!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234