'Hoe zal ik het zeggen?': Jens Dendoncker over lichte humor en donkere gedachten

Humo’s Comedy Cup winnen kan ernstige gevolgen hebben, dat weet nu ook Jens Dendoncker. Krap een jaar na zijn welverdiende valse cheque van 1.000 euro lijkt het niet meer mis te kunnen gaan met de carrière van de baardige West-Vlaming. In de aanloop naar de première van zijn eerste volwaardige zaalshow ‘Bang van Dendoncker’, is hij te zien in ‘De slimste mens’ en presenteert hij elke maandag het puike ‘Hoe zal ik het zeggen?’ op VTM. En toch loert het onheil om de hoek.

Aan de vooravond van zijn doorbraak bij het grote publiek poseert Jens Dendoncker (27) als een routinier op het dakterras van zijn nieuwe woonst in Antwerpen. ‘Kijk,’ zegt hij tegen onze fotograaf, terwijl hij zijn speelgoedpijl-en-boog op het Sint-Vincentiusziekenhuis richt, ‘daar heb ik pas nog op de spoedafdeling gelegen.’

'Ik heb een zelfmoordpoging ondernomen, ja. Wat kan ik erover zeggen? Dat het niet gelukt is'

HUMO Hoezo?

Jens Dendoncker «Ik heb epilepsie. Een paar maanden geleden kreeg ik in Antwerpen een aanval op straat. Ik heb wel een kaartje in mijn portefeuille zitten waarop kort wordt uitgelegd wat je als omstander het best kunt doen – rustig blijven en me wat ruimte geven – maar meestal raken mensen in paniek en bellen ze de hulpdiensten. Goedbedoeld natuurlijk, maar het aantal keren dat ik urenlang voor niks ergens op de spoedafdeling heb gelegen, zijn niet op twee handen te tellen. Dus ja: een halfuur na die aanval lag ik alweer met mijn duimen te draaien in het Sint-Vincentiusziekenhuis. Mijn vriendin Helene is me komen oppikken, waarna we een blokje om gingen wandelen om een frisse neus te halen. Aan dit pand had net iemand een bordje ‘Te koop’ gehangen. We belden aan en nog geen halfuur later was het al zo goed als beklonken. We wonen hier nu een maand.»

HUMO West-Vlamingen die iets in de stand-upcomedy willen betekenen, vestigen zich doorgaans in Gent. Waarom en wanneer ben jij in Antwerpen komen wonen?

Dendoncker «Ik ben een jaar of drie geleden naar hier verhuisd om dicht bij café The Joker te zitten, hét epicentrum van de Vlaamse stand-upcomedy. Bovendien is het een betere uitvalsbasis als ik in Nederland moet spelen. Van mijn geboortedorp Moen naar pakweg Nijmegen rijden, dat is bijna niet te doen. Zeker als je weet dat ik op anderen moet rekenen voor mijn vervoer: ik mag niet met de auto rijden wegens mijn epilepsie. Zodoende kom ik alleen nog in Moen om mijn ouders te bezoeken.»

HUMO Een aanrader, Moen?

Dendoncker (haalt de schouders op) «’t Is voor mij de heimat, hè? Ik heb er een geweldige kindertijd beleefd.»

HUMO Uit wat voor een gezin kom je?

Dendoncker «Een middenklassegezin, met twee zeer liefhebbende ouders. Als ik al een opmerking zou moeten geven over mijn opvoeding, dan misschien dat mijn ouders wat te beschermend waren.

»Tot de geboorte van mijn vijf jaar jongere zus was ik aan de ene kant van de familie veruit het jongste kleinkind – mijn nichtjes beschouwden me als een levende pop. Aan de andere kant was ik zelfs het enige kleinkind. In beide gevallen was ik de ster van het veld: ik stal altijd en overal de show.»

HUMO Hoe deed je het op school?

Dendoncker «Minder goed (lachje). Zeker vanaf het middelbaar, aan het Heilig Hartcollege in Waregem. Ik was het type dat graag in discussie ging met de leraars en ik gaf ook weerwoord als ik het ergens niet mee eens was. Dat hebben de meeste leraars niet zo graag, hè? Koppig was ik ook al: als ik tien bladzijden straf kreeg, dan bleef ik desnoods de hele nacht wakker om er vijftig te schrijven. ’s Morgens wierp ik het stapeltje dan met veel aplomb op het bureau van de leraar die me straf had gegeven, met de woorden: ‘Heb je terug van vijftig?’ Met dat soort grappen konden ze niet bepaald lachen: op het einde van mijn eerste jaar werd ik vriendelijk verzocht om na de grote vakantie niet meer terug te keren.

»Ik ben het tweede middelbaar op een andere school begonnen, waar ik niemand kende. De eerste dag zat ik ’s middags alleen aan een tafeltje in een grote refter, tussen tweehonderd andere leerlingen. De zon scheen recht in mijn ogen, dus ik stond op, wandelde naar het raam en begon het gordijn te sluiten. Op dat moment stapte de studiejuf op me af, een nogal kleine dame die gek genoeg mevrouw De Groote heette: ‘Maar enfin, doe jij dat thuis ook?’ ‘Ja,’ zei ik zonder na te denken. ‘En bovendien,’ en ik wees op een folder die ik op de vensterbank zag liggen, ‘staat daarin geschreven: ‘Op deze school voel je je thuis’.’ Bluf natuurlijk, ik wist helemaal niet wat in die folder stond, maar ik had het pleit wel gewonnen. De halve refter lachte zich rot. Toen besefte ik voor het eerst: ‘Aha, humor kan een ontsnappingsroute bieden.’»

HUMO De geboorte van een stand-upcomedian!

Dendoncker «Zou kunnen, maar in ieder geval hebben ze me ook op die school vriendelijk verzocht om niet meer terug te komen in september (lacht). En dus startte ik mijn derde middelbaar in een kunstschool in Brugge. Dat is mijn redding geweest. Was ik in het reguliere onderwijs blijven hangen, dan zat ik wellicht nog altijd in het vijfde middelbaar.»

'Ik ben op twee middelbare scholen vriendelijk verzocht om na de vakantie niet meer terug te keren. Dat is mijn redding geweest'

HUMO Was je toen al een epilepsiepatiënt?

Dendoncker «Dat is in die periode begonnen. Ik moet 14 geweest zijn toen ik op een dag uit het niets oncontroleerbare trillingen kreeg in mijn rechterhand. In eerste instantie ben ik er niet mee naar de dokter gestapt – het gebeurde ook maar één keer per maand of zo – maar een jaar later heb ik mijn eerste echte epileptische aanval gehad, met alles erop en eraan: op de grond vallen, schudden, bewustzijnsverlies. Vanaf toen kreeg ik geregeld met aanvallen te maken, wat mijn leven in zekere zin hypothekeerde. Het zorgde ook vaak voor rare reacties, omdat veel mensen niet wisten wat ze moesten doen. Kreeg ik bijvoorbeeld een aanval op een scoutsfuif in één of andere parochiezaal – en met die stroboscooplichten zat die kans er wel in – dan ging men er doorgaans van uit dat het met drugs te maken moest hebben. De uitbaters wisten maar al te goed: als we de hulpdiensten bellen, dan is de kans reëel dat ze de boel meteen sluiten. Liever dan dat risico te nemen, sleepten ze je naar buiten en legden ze je zonder pardon aan de deur tussen de vuilnisbakken. Zo ben ik op een festival eens wakker geworden in de Rode Kruistent, tussen allemaal mensen die te veel drugs hadden genomen.

'Dendoncker in 'Hoe zal ik het zeggen?': 'Ik ben met comedy begonnen omdat ik geen vaste job kon houden door mijn epilepsieaanvallen''

»Na een tijdje begon ik waanvoorstellingen te krijgen tijdens mijn epileptische aanvallen: beangstigende dromen over de afschuwelijkste onderwerpen. Er is zelfs een periode geweest, gelukkig een kortstondige, dat ik dat soort beelden ook vlak voor en vlak na een aanval begon te zien, bij bewustzijn. Ik was een keer naar huis aan het fietsen en naast me zag ik plots een enorme vlammenzee en mensen die met lijkkisten aan het zeulen waren. Die beelden waren zo angstaanjagend dat ik ze niet meer uit mijn hoofd kreeg: ik stond ermee op en ging ermee slapen.

»In sessies met psychologen heb ik later de link kunnen leggen met bekende schilderijen die ik wellicht als kind ooit had gezien. Die vlammenzee, bijvoorbeeld, dat bleken fragmenten te zijn uit wandpanelen van Hiëronymus Bosch. En op een gegeven moment zag ik ook figuren van Velázquez

HUMO Niet zo verwonderlijk dus dat je na je middelbaar kunstgeschiedenis ging studeren.

Dendoncker «Kunst interesseerde me, en ik had geen duidelijk omlijnd toekomstplan. Ik dacht: ‘Laat ik dat maar doen, daarna zien we wel weer verder.’ Maar al na een halfjaar heb ik mijn studie moeten staken, omdat het met mijn epilepsie van kwaad naar erger ging. Om de twee dagen kreeg ik een aanval – nu is dat hooguit één keer per maand.

»Een halfjaar later, toen mijn gezondheid gestabiliseerd was, ben ik aan een lerarenopleiding begonnen – zedenleer en geschiedenis. Dat leek me een concrete, jobgerichte studie. De stages vond ik leuk om te doen – ik vermoed dat ik wel talent had om les te geven – maar ik werd zodanig knettergek van het papierwerk dat erbij kwam kijken, dat ik er na een tijdje de brui aan heb gegeven. In arren moede ben ik dan maar teruggekeerd naar de heimat, waar ik dicht bij mijn ouderlijk huis ben gaan werken in een groothandel in babyspulletjes en kinderspeelgoed – ik was daar een soort manusje-van-alles. Ik deed mijn job heel graag, maar na nog eens anderhalf jaar speelde mijn epilepsie opnieuw te extreem op, en ben ik ook daar moeten stoppen. Dus ik dacht: ‘Wat moet ik nu in godsnaam beginnen?’»

HUMO Laat me raden: stand-upcomedy?

Dendoncker «Mijn vrienden hadden me gezegd dat het iets voor mij was, en in een wilde bevlieging heb ik het erop gewaagd. Na mijn eerste optreden, voor veertig man in een huiskamer in Kortrijk, dacht ik: ‘Hier wil ik mijn job van maken.’ Nog voor ik van de verzekering groen licht kreeg om opnieuw te gaan werken, zei ik tegen mezelf: ‘Weet je wat? Ik ga gewoon voluit voor stand-up en we zien wel waar het schip strandt.’

»Dat ik toen in het diepe ben gesprongen en het heb aangedurfd om grandioos te falen, daar ben ik mezelf nog altijd dankbaar voor. Ik heb alles op alles gezet om mijn droom zo snel mogelijk te verwezenlijken: in drie jaar tijd heb ik achthonderd optredens gedaan, en ik heb meerdere comedyprijzen gewonnen, waarvan Humo’s Comedy Cup de belangrijkste was. Kort daarna ben ik binnengewaaid op de redactie van Shelter (het productiehuis achter ‘Wat als?’ en ‘Safety First’, red.). Sofie Peeters en Tim Van Aelst waren toen juist begonnen aan ‘Hoe zal ik het zeggen?’ Het duurde niet lang of ze vroegen me of ik het wilde presenteren.»

HUMO Tim Van Aelst vertelde me dat hij niet van jouw epilepsie wist toen hij je voor ‘Hoe zal ik het zeggen?’ warm maakte. Hij dacht dat het één van jouw vele verzinsels was.

Dendoncker (lacht) «Meen je dat? Dat wist ik niet. Sofie, de showrunner, was er in elk geval wel van op de hoogte: uiteraard is dat iets wat ik vooraf besproken heb. Want in het slechtste geval krijg ik aan het begin van een draaidag een aanval, en moet de rest van de dag geannuleerd worden – dat kost hun enorm veel geld. Maar ze hebben me bij Shelter altijd gezegd: ‘We kennen het risico en we nemen het.’»

HUMO Nu sta je zowaar in primetime op VTM, tussen de Niels Destadsbaders en de Koen Wautersen van deze wereld. Jij bent wel een héél ander type, hè?

Dendoncker «Ja, maar ik heb het grootste respect voor hen: het zijn absolute professionals.

»Professionaliteit vind ik inspirerend. Toen ik een paar jaar geleden de Humorklas van Radio 2 won, heb ik Jo Vally ontmoet. Ook al zegt zijn muziek me niks, ik neem mijn hoed af voor hoe hij zelfs na veertig jaar in het vak nog alles geeft voor zijn fans. Hij ziet er altijd kraaknet uit, bereidt alles tot in de puntjes voor en treedt zijn fans met een jovialiteit tegemoet die niet geveinsd is. Daar heb ik respect voor, veel meer dan voor figuren die onder het mom van rock-’n-roll hun publiek in de steek laten. Ik heb ook véél liever een komiek die backstage nog eens stilletjes alles doorneemt en dan een dijk van een show neerzet, dan het type dat zich op luidruchtige wijze bezat, maar er op het podium niet veel van bakt. Mijn mentoren Wouter Deprez, Philippe Geubels en Alex Agnew zijn gelukkig allemaal controlefreaks, volkomen gefocust op hun werk.»

HUMO Ik dacht dat Wouter Deprez jouw enige mentor was?

Dendoncker «Wouter was de eerste, en ik heb nog geregeld contact met hem. Maar ondertussen heb ik ook Philippe en Alex leren kennen. Philippe en ik hebben hetzelfde management, Pretpraters, en ik babbel graag met hem omdat hij weet hoe het is om from zero to hero op te klimmen. En met Alex ben ik al vaak op tournee geweest. Hij is inmiddels een goeie vriend, met wie ik graag aan de toog mag hangen.»

'Er zijn maar weinig dingen die ik haat: tl-lampen, de polonaise, mensen die ál hun gedachten uitspreken en de Efteling'

HUMO Noem eens een gouden tip die Wouter Deprez je heeft gegeven?

Dendoncker «Níét praten over mijn ergernissen en frustraties, zoals bijna alle stand-upcomedians doen, maar over de dingen die ik leuk vind. ‘Hoi piepeloi, fans! Zeg, weten jullie wat ik eindeloos de max vind?’ Je zet het cliché dan op zijn kop, wat op de één of andere manier goed werkt bij mij. Die tip neem ik nog altijd ter harte. Ik ben er Wouter erg dankbaar voor.»

HUMO Wat vind jij zoal eindeloos de max?

Dendoncker «Grappig dat je dat vraagt: ik ben onlangs aan een lijstje begonnen met dingen die ik leuk vind, en een lijstje met dingen die ik niet leuk vind. (Scrolt op zijn smartphone) Pakketjes ontvangen en opendoen. Regen tegen de ramen. In een taxi zitten. Dingen ordenen en inventariseren. Lampionslingers. Een douche nemen en daarna in een vers bed duiken. De geur van een bos na een regenbui. Vinylplaten. De geur van nieuw leder. Dat zijn de dingen die ik leuk vind.

»Op het tweede lijstje staan vooralsnog nog maar vier dingetjes: tl-lampen, de polonaise, mensen die iedere gedachte uitspreken die in hen opkomt en de Efteling. Als kind heb ik eens door een Eftelinghuisje gewandeld waar het achter een glaswand krioelde van de muizen. Echt dúízenden en dúízenden muizen liepen daar over elkaar heen. Weken, of zelfs maanden later heb ik nachtmerries gehad over kolonies muizen die me overspoelden. Toch een klein kindertrauma.»

HUMO Heb je zo nog kindertrauma’s opgelopen?

Dendoncker «Onbewust misschien wel, ja. Tijdens mijn eerste drie levensjaren heb ik abnormaal vaak in ziekenhuizen gelegen, met toch behoorlijk serieuze aandoeningen. Eén keer heb ik zelfs een hersenvliesontsteking gehad, waarbij ze een ruggenmergpunctie hebben moeten uitvoeren. Toen heeft mijn leven echt aan een zijden draadje gehangen: achteraf is me meermaals verteld dat ze tien jaar eerder de technologie nog niet hadden om me te redden.»


DE CLUB VAN 27

HUMO Zonder al te naargeestig te willen doen: je bent 27. Mocht je een rockzanger zijn, ik zou ’m beginnen te knijpen.

Dendoncker (lacht) «Ian Curtis, de zanger van Joy Division, is niet op zijn 27ste maar al op zijn 23ste gestorven, hè?»

HUMO Had die ook geen epilepsie?

Dendoncker «’t Is net daarom dat ik het zeg. Vooral sinds de film ‘Control’ van Anton Corbijn, over het leven van Ian Curtis, trokken mijn vrienden weleens parallellen tussen hem en mij. Ik was én epilepticus én ik had een hang naar melancholie én ik was fan van Joy Division: alles kwam samen. Mijn ouders hebben die film ook gezien, en ze waren behoorlijk aangedaan. Er zitten een aantal expliciete epilepsiescènes in, hè? Enfin, ik heb het overleefd: ik ben na mijn 23ste gewoon 24 geworden.»

HUMO Tim Van Aelst vertelde me dat je ooit een zelfmoordpoging hebt ondernomen, en dat je geen schroom hebt om het daarover te hebben.

Dendoncker (knikt) «’t Was in de nasleep van mijn zwaar epileptische periode, de tijd dat ik die waanbeelden had. Op een gegeven moment werd het me allemaal te veel. Ik was het beu om lichamelijk en mentaal zo op de proef gesteld te worden. Ik was kwaad en dacht: ‘Fuck you, ik hoef dit niet meer te slikken.’

»Wat kan ik er verder over zeggen? ’t Is niet gelukt. En mijn ouders hebben de tegenwoordigheid van geest gehad om me te laten opnemen in een psychiatrische instelling in Gent. Ik heb er vijf weken doorgebracht – in de weekends mocht ik naar huis. En ik moet zeggen: het heeft me geholpen. Ik heb nog altijd demonen te overwinnen, en ik word nog steeds ambulant opgevolgd door een psycholoog, maar sindsdien heb ik nooit meer suïcidale gevoelens gehad. Enerzijds is dat een opluchting, anderzijds denk ik: ‘Wow, hoe snel kan het allemaal omslaan?’ De rest van mijn dagen zal ik met die vrees moeten leven: wat als het licht ooit nog eens op die manier uitgaat?»

HUMO Het is een gezellig gesprek aan het worden, Jens.

Dendoncker (lacht) «Misschien moeten we het over iets vrolijkers hebben?»

HUMO Doen we. Vertel me eens welke talenten jij nog hebt, behalve het vertellen van grappen?

Dendoncker «Ik doe verdienstelijk een hond na (voegt de daad bij het woord). En er zijn ook twee gerechten die ik goed kan koken: tagliatelle met zalm en macaroni met kaassaus. Daarnaast ben ik ook een tamelijk goeie schrijver. Toen ik nog in dat babyspulletjesbedrijf werkte, moest ik soms teksten van een duizendtal woorden over de producten schrijven. Ik gaf daar altijd mijn eigen draai aan en verzon er allerlei nonsens bij. Over één of ander knuffelbeertje trok ik dan bijvoorbeeld een tekst uit mijn hol over een recente verkiezing tot zachtste dier ter wereld door het Europese ministerie van Zachtheid of zo. Dat werd wel geapprecieerd. Dus wie weet: mocht het niet lukken als komiek, dan kan ik altijd nog als copywriter aan de slag.»

'Mijn lange haren moesten eraf: te onverzorgd voor VTM. Maar dat is de enige knieval die ik heb moeten maken'

HUMO Schrijf je mee aan ‘Hoe zal ik het zeggen?’

Dendoncker «Absoluut. Bijna alle flauwekul die erin zit, komt van mij. Fijn dat ik mezelf mocht blijven. Ook mijn taaltje mocht ik behouden. Ik heb Tim en Sofie gevraagd of ik geen dictielessen moest volgen, maar dat vonden ze niet nodig. Het enige wat ik wel heb moeten veranderen, was mijn haar: te lang en te onverzorgd volgens de styliste.»

HUMO ’t Is een VTM-programma, hè?

Dendoncker «Laten we daar niet flauw over doen: het is een mainstreamprogramma, waarvan we hopen dat er een zo breed mogelijk publiek naar kijkt. Maar voor zover ik daarvan op de hoogte ben, heeft VTM carte blanche gegeven aan Shelter. ’t Is te zeggen: VTM heeft een aantal suggesties gedaan, maar die heeft Shelter beleefd afgewezen. ‘Dank u, maar we gaan het doen zoals wij het voor ogen hadden.’ Zo hebben ze bij VTM een keer voorgesteld om Olga Leyers een rol te geven in het programma. Dat hebben we geprobeerd, maar het probleem was dat iedereen haar herkende – niet zo gunstig voor een verborgencameraprogramma, natuurlijk. Dat ze bij VTM het been niet stijf hielden, heeft ongetwijfeld te maken met het palmares van Shelter.»

HUMO Maar dat haar van jou moest en zou eraf?

Dendoncker «Da’s de enige knieval voor de commercie die we hebben moeten maken, ja. Het gevolg is dat ik nu een tikje minder op mijn dubbelganger Fokke van der Meulen lijk, de uitbater van The Joker. Echt waar, we zouden vader en zoon kunnen zijn: we hebben dezelfde lichaamsbouw, dezelfde baard en we hadden hetzelfde kapsel. En het gekste is nog dat ik grijs begin te worden op de plekken waar hij ook eerst grijs werd.

»Die lichaamsbouw, daar moet ik misschien eens iets aan doen. Ik ben nooit mager geweest, maar sinds ik met stand-up begonnen ben, is er nog een kilo of 20 bij gekomen. Dat komt door het leven dat erbij hoort: je leeft half overdag, half ’s nachts. En ’s nachts stop je na een optreden al eens aan een tankstation om daar iets binnen te werken.»

HUMO Het is een ongeschreven wet bij verborgencameraprogramma’s dat de presentator vroeg of laat een koekje van eigen deeg mag verwachten – Frans Bauer en Hans Otten kunnen erover meepraten. Zet je je al schrap?

Dendoncker «Ha, daar zeg je zoiets. Ik weet nu al dat ik erin zal trappen: mij kun je alles wijsmaken.»

HUMO Ik heb nieuws voor je: ik ben geen echte journalist, en dit was geen echt interview.

Dendoncker «Meen je dat? O, nee, hè. Ik vond je er al zo raar uitzien. En is dat een pruik?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234