Hoe zou het eigenlijk nog zijn met de boterberg?

Een deuk in een pakje boter slaan is een kostelijke aangelegenheid geworden. Sinds dit voorjaar is boter peperduur. Er heerst immers een botertekort. Margarine is haar gezonde imago verloren, boter werd als ‘natuurlijk product’ weer populair: zo ontstond een schaarste die de winkelprijzen nog tot eind november zal beïnvloeden. Maar waar is dan de beruchte boterberg gebleven, die massieve bult van 5,2 miljard pakjes boter?

'Vroeger werd de melkprijs door Europa beschermd en moesten we boter opruimen. Nu is de melkprijs niet meer beschermd, en worden de boeren opgeruimd'

Dit is niet dé geschiedenis van de boterberg. Dit is een poging om een berg aanschouwelijk te maken die haast niemand met eigen ogen gezien heeft.

Aan de Europese boterberg ging een Nederlandse boterberg vooraf. Die was er al kort na de oorlog. Nederland produceerde veel boter, maar de calvinistische Nederlanders smeerden liever sobere margarine op hun brood. Hun boterberg vond een uitweg naar België, waar de boterproductie kleiner was, en het geen zonde was om boter te gebruiken. Er was ook een enorm prijsverschil: een Nederlands pakje kostte maar half zoveel als een Belgisch. Zo ontstond een gigantische smokkel in de jaren 50 en 60, eerst met de jutezak, later met auto’s en vrachtwagens. Ik vind een berg artikels over die clandestiene botertransporten.

Zo waren de smokkelaars flinke afnemers van grote ‘Amerikaanse bakken’ in de Antwerpse haven. Die hebben grote koffers en sterke motoren en worden in gespecialiseerde garages gepantserd met stalen platen. De wielen krijgen ook ‘volle’ rubberbanden: er wordt immers met scherp geschoten. Om de achtervolgende douaniers af te schudden strooien de smokkelaars kraaienpoten op de weg, stalen stekels die dwars door autobanden gaan.

Na de Amerikaanse sleeën komen de vrachtwagens. Gepantserde forten met vooraan een ‘sneeuwschuiver’ om in vliegende vaart de douanebarricades van de weg te stoten. Ook ijzersterk zijn de citernes van melktankwagens met binnenin schappen voor de boter.

Botersmokkel werd zware criminaliteit, met doden en gewonden, en toch wordt die periode lustig geromantiseerd. Zo richtte de Nederlandse grensgemeente Luyksgestel een monument op met een manshoge kraaienpoot.

Douanier 1 «Die romantisering is compleet doorgeslagen. Ik zeg u: er staan meer standbeelden voor smokkelaars dan monumenten voor douaniers. En wij maar onze nek riskeren voor het algemeen belang! Mijn vader zat in de motorbrigade en heeft vier van zijn collega’s moeten begraven ten tijde van die ‘boteroorlog’.»

In 1961 schatte het Belgisch ministerie van Landbouw dat 10% van de totale Nederlandse boterproductie – zo’n 10 miljoen kilo – illegaal de grens over ging. Dat was één derde van het Belgische verbruik.

Douanier 1 «Die boterberg kostte de Nederlandse regering geld door steunmaatregelen voor de verkoop en de export. Het kwam haar financieel dus goed uit dat haar berg illegaal werd weggevoerd.»

Van die 10 miljoen kilo werd slechts een kwart in beslag genomen. De bittere strijd aan de slagbomen leidde tot grote spanningen tussen België en Nederland en gaf mee de aanleiding tot een nieuwe landbouwpolitiek in de zes landen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG): daarbij moesten die onderlinge prijsverschillen zoveel mogelijk worden weggewerkt.


Melkbrigade

Met die nieuwe landbouwpolitiek van de jaren 60 was echter een nieuwe boterberg in de maak. Eén die ontzaglijk groot zou worden.

Professor emeritus Laurent Martens is landbouweconoom en was twintig jaar lang bestuurlijk betrokken bij de zuiveloverschotten in ons land.

Laurent Martens «We kwamen uit de schaarste van de oorlogsjaren, er moest genoeg voedsel zijn voor de bevolking en dus moest de productiviteit in de landbouw omhoog. Om dat te bereiken moesten de werkkrachten in de landbouw een stabieler inkomen hebben. Er kwamen dus gegarandeerde minimumprijzen voor de melk, zodat een melkveehouder wist wat hij dat jaar aan inkomen kon verwachten.»

Ook de eigenaar van een zuivelkoelhuis – die we ‘Koelman’ zullen noemen – ziet de oorlog als het begin van de boterberg.

Koelman «Na de oorlog lag heel de landbouw plat: praktisch alle vee was opgegeten. Voedsel en landbouw waren dus een heel grote prioriteit voor de naoorlogse politici.»

Die sector werd afgeschermd van de schommelingen van de wereldmarkt. Zo werd de instroom van goedkope boter van buiten de EEG beperkt door heffingen aan de buitengrenzen. Intern was er ook een vangnet: als de boterprijs onder een bepaald minimum zakte, dan kocht Europa die boter op om ze te stockeren in koelhuizen tot de prijzen weer gezond waren.

Er kwamen ook campagnes om de zuivelconsumptie te promoten. Ik ben een kind van de jaren 60, ik heb die grote campagnes gekend. Als lid van de Melkbrigade, een kinderkorps dat dagelijks een glas melk moest drinken. En als deelnemer aan het Boterspel, een koortsachtige ‘Panini’-tijd waarin je geen voetballers maar plaatjes met boterbereidingen verzamelde.

Intussen liep het mis met die EEG-interventie.

Martens «Die heffingen op buitenlandse boter hielden de instroom tegen, en intussen produceerden de Europese boeren volop. Geholpen door de mechanisering vergrootten ze hun veestapel, de koeien zelf werden ook productiever, en zo kwam er meer melk en meer boter. Dat werden overschotten waarvoor Europa financieel moest tussenkomen. Geen goedkope interventies, want de interventieprijs lag veelal hoger dan wat de wereldmarkt voor boter betaalde. En zo kwam de periode dat het aanbod elk jaar de vraag overtrof: het ontstaan van de boterberg.»

Koelman «De politiek maakte zich aanvankelijk weinig zorgen. Over voedsel werd naoorlogs gedacht: liever te veel dan te weinig.»

BRT-kijkers horen het woord ‘boterberg’ al in de tv-journaals van 1969, en in 1970 is dat overschot al zo aanzienlijk dat Europa het wil aanwenden voor veevoeder of de fabricage van zeep. De echte piekperiode van de boterberg valt tussen 1984 en 1987. Met een ‘top’ in 1986: 1,3 miljoen ton. Dat zijn 5,2 miljard pakjes van 250 gram. Ik vraag aan één van m’n wiskundige zonen om met die pakjes een piramide te maken met een voet van een vierkante kilometer. Er komt een grijnzend antwoord: ‘Uw berg is maar 4,13 meter hoog.’ Een teleurstelling, de boterberg is geen berg. Dan maar een betere vergelijking: 1,3 miljoen ton, dat zijn 65.000 vrachtwagens van twintig ton. Dat is een colonne van 1.300 km, dat zijn 26 rijvakken van Antwerpen naar Brussel die vol boter staan. Of ook: als je die 5,2 miljard pakjes op hun smalste kant naast elkaar zet, dan kom je aan een lengte van 200.000 kilometer: een botercirkel die vijfmaal rond de aarde gaat!

Maar hoe zag die boterberg er écht uit?

Koelman «Elk land stockeerde doorgaans zijn eigen overschot. Die boter zat niet in kleine pakjes maar in blokken van 25 kilo, verpakt in kartonnen dozen ingelegd met boterpapier. Meestal werden die paletten met boter twee jaar bewaard, maar de EEG durfde tot drie à vier jaar te gaan. Zonder veel kwaliteitsverlies: boter bewaart goed bij -18 graden.»

De boter zat in een kartonnen ‘EEG-doos’ die uniform was voor alle lidstaten.

Koelman «Dat EEG-karton was een verhaal op zich! Het had meerdere lagen: een binnenkarton, een gewafeld karton tegen temperatuur- en transportschokken, en een speciaal buitenkarton waarop de officiële gegevens konden worden gestempeld. Met de officiële EEG-stempelmachine! Alleen al voor de fabricage van dat karton was er een lastenboek van vijf bladzijden!»

Europa kwam breed tussen. Niet alleen in de huur van de koelruimtes, ook in de kosten van personeel, stroom, onderhoud, en zelfs de schadeverzekering van gebouwen.


Kerstboter

Dat bewaren van boter en andere landbouwoverschotten kostte veel geld. In 1984 ging het volgens landbouwminister Paul De Keersmaeker (CVP) om 46 miljoen frank per dag (1,1 miljoen euro). Ik schrik ervan, zeg ik tegen prof Martens: ik verdiende in die jaren zo’n 500 euro netto per maand. Hij lacht hardop: 1,1 miljoen euro per dag is maar peanuts tussen al die miljardenstromen in Europa.

'Melkpoeder werd als goedkope voedselhulp uitgedeeld in ontwikkelingslanden: zo hielpen we de plaatselijke zuivelmarkt om zeep'

Er zijn natuurlijk pogingen ondernomen om de berg te verkleinen. Zo is er de goedkope kerstboter die in december in de winkels komt. Ze was er al in 1977, maar de ‘topjaren’ waren de kerstperiodes van 1982 tot 1984: de boter kostte slechts de helft van de normale prijs. In Nederland kon men in 1984 de stroom boterklanten niet bolwerken en Albert Heijn moest een tijdlang een rantsoen instellen van één pakje per klant. Ook in ons land liep het storm voor de zilverpakjes met hun rode strik en kerststronk.

Koelman «We hebben massa’s verkocht. De mensen hamsterden die boter. In de supermarkten kochten ze dozen van tien of twintig kilo: dan kwamen ze een heel jaar toe. Weet je wie daarbij een grote rol speelde? Het IJsboerke! Want die kwam toen met zijn diepvriesroomijs en om dat te kunnen bewaren, verkocht het IJsboerke aan zijn klanten diepvriezers tegen inkoopprijs. In die vriezers lag toen veel meer boter dan roomijs. De mensen klaagden wel over Europa en de boterberg, maar ze hebben er groot profijt mee gedaan!»

Europa hoopte dat de consument meer boter zou gaan eten na het proeven van die kerstboter, maar de mensen kochten enkel die goedkope pakjes, ten nadele van de gewone boterverkoop.

Exit kerstboter. Er moest een manier gevonden worden om de melkproductie bij de bron te beperken. In 1984 werden de melkquota ingevoerd. Die bleven bestaan tot in 2015.

Martens «Vóór ’84 was er geen enkele beperking. De Europese ministers van Landbouw aarzelden vijftien jaar lang om quota in te stellen. Omdat men de landbouwers wilde beschermen, maar ook omdat men bang was voor grote massa’s betogende boeren. Door dat politieke onvermogen is de zaak blijven aanslepen.»

Er waren toen ook nog véél boeren. In 1979 waren er nog 71.000 melkveehouders in België. In 2016 zijn dat er maar 11.700 meer.

De melkquota zijn er pas gekomen onder druk van de Wereldhandelsorganisatie en na protest van de Europese ministers van Financiën, die af wilden van die dure overschotten.

Koelman «Het liep uit de hand. De boeren produceerden maar en de zuivelbedrijven gaven geen kik. Want met hun overschot gingen ze gewoon naar de EG (de Europese Gemeenschap, de opvolger van de EEG vanaf 1967, red.): die betaalde en kocht alles op. Men produceerde niet meer voor de markt of de consument, maar om de interventie op te strijken.»

Naast die quota, die stapsgewijs strenger werden, zette de EG ook in op steun aan de export: ze ging de traders helpen. Als de boter op de wereldmarkt één euro per kilo goedkoper was, dan paste Europa die ene euro bij om de handelaars te steunen bij de export.

Ook was er gesubsidieerde export naar de ‘armere’ Sovjet-Unie: die kon tijdens de botercrisis meer dan 500.000 ton boter kopen tegen een vijftiende van de normale prijs. Tot groot onbegrip van de Europese belastingbetaler, die nog altijd dure boter had, ‘terwijl de Russen een spotprijs betalen.’

Er werd ook boter aan Europese armen en voedselbanken geschonken, maar met mondjesmaat.

Martens «Dat is kleinschalig gehouden uit schrik dat die weggeschonken boter toch weer op de commerciële markt zou opduiken.»


Zeep en verf

En zo bleef de boterberg bestaan. Die berg van miljoenen koeien die maanden en maanden in de wei hadden gestaan. Al het zweet van tienduizenden boeren, van arbeiders in melkerijen, van chauffeurs op vrachtwagens en heftrucks, al die vrucht van zoveel arbeid lag daar maar.

Eind 1986 schrijft The New York Times dat de EG ‘bijna bankroet’ is door haar overschotten aan wijn, graan, rundvlees, melkpoeder en boter. Begin 1987 beslisten de EG-ministers van Landbouw dat het genoeg was geweest: 1 miljoen ton boter moest op twee jaar ‘geforceerd worden weggewerkt.’ Dat ging 140 frank kosten per kilo boter, of 140 miljard frank in totaal. Geld dat er niet was in de EG-begroting, dat moest worden geleend bij de lidstaten.

Elke kilo had intussen al 220 frank (5,5 euro) gekost door opkoop en bewaring, maar door dat geforceerd opruimen werd dat 360 frank per kilo (9 euro). Sarcastisch commentaar in het BRT-journaal: ‘Voor die prijs had men de pakjes allang gratis kunnen weggeven en dan nog geld overhouden ook.’

Als deel van die opruiming ging 400.000 ton boter naar voeder voor kalveren. Een haast diabolische operatie. Boter tot voer voor kalveren verwerken, dat is zoals van een boom een volwaardig meubel maken en daarna dat meubel toch maar opstoken. Ook ging 100.000 ton boter naar de zeep- en verfindustrie en zelfs naar smeermiddelen voor machines. Ik heb de kranten van toen nagekeken, van die ‘verspilling’ werd geen ethisch probleem gemaakt.

Insider «Verf en zeep, dat waren industrietakken die geen kwaad konden. Dat was beter dan goedkope boter ‘weggeven’ aan de voedingsindustrie, want dan gaan die bedrijven minder gewone boter aanschaffen en dan verstoor je de markt.»

Volgens ingewijden is nooit overwogen om boter te verbranden of in zee te dumpen. Wat economisch gezien wel de goedkoopste oplossing was geweest, want dan was het ineens gedaan met subsidiëren.

Dat in zee dumpen is niet zo’n vreemde suggestie. Het werd al toegepast in de jaren 30. In die depressiejaren was de vraag naar koffie wereldwijd geslonken. Om de prijzen weer op te krikken besliste Brazilië in 1937-38 om zijn overschotten in zee te dumpen: 48 miljoen zakken koffie (van 60 kilo elk) zijn toen manueel in de Atlantische Oceaan geschept. Ook werden koffiebonen tot brikken geperst als brandstof voor stoomtreinen en fabrieken. Voedsel dat brandstof wordt: een economie kan op alles draaien.

Eind 1989 was de boterberg grotendeels weggewerkt. Toch volgden nog jaren met aanzienlijke overschotten (onder andere 1990-1993 en 2002-2005) en telkens kwam Europa tussen met subsidies voor bewaring en export. Vraag is: wie is er rijk geworden van die boteroverschotten? De koelhuizen?

Koelman «Uiteraard kregen we dat te horen, dat die boterberg ons rijk maakte. Ah ja: ’t was maar camions afladen, dozen stapelen en dik in de handen wrijven. Maar zo simpel was het niet. Er waren jaarlijks openbare aanbestedingen, de aanbieder met de laagste prijs kreeg het contract, dus soms viel je ernaast. En zelfs mét een contract werd je pas betaald voor boter die daadwerkelijk gestockeerd werd. Dus je moest bijvoorbeeld voor 800 ton vriesruimte vrijhouden, maar het kon zijn dat er pas in november 50 ton kwam en dan niks meer. Een povere opbrengst! Sommige koelhuizen reserveerden een heel jaar de helft van alle capaciteit zonder dat er wat kwam. Dus nee, zo’n riante of zekere bron van inkomsten was die boterberg niet.»


Melkpoeder

Volgens een insider heeft de boterberg de Vlaamse koelhuizen wél rijk gemaakt, maar dan vooral op het gebied van knowhow: ‘Door de boterberg hebben die koelhuizen geleerd om grote stocks voeding te beheren, en dat komt vandaag van pas, nu grote stocks groenten voor korte of lange tijd worden gekoeld of ingevroren.’

Maar wie echt rijk zijn geworden met de boterberg, zijn de traders die de gesubsidieerde boter en melkpoeder op de wereldmarkt brachten. Een handelaar of trader die de prijzen op de wereldmarkt volgde, en die door zijn contacten te horen kreeg dat Europa weer van plan was om op te kopen en exportsubsidies te geven, kon met die kennis flink profijt doen.

Renaat Debergh (afgevaardigd bestuurder van de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie) «Die traders kenden de fluctuaties van de wereldmarkt en de landbouwproductie beter dan de EG. Handelaars zijn altijd een stap sneller dan politici of ambtenaren en met dat inzicht hebben ze goeie zaken gedaan. Dat is niet illegaal. Bij zo’n verregaande regulering van de markt krijg je dat soort neveneffecten.»

In dat verband worden de namen van de families Donck (Comelco) en Van Waeyenberge (Ecoval) genoemd. Die behoren tot de 250 rijkste families van België, en zij zijn traders ‘die hun weg kenden in EG-subsidies’. Het past in een verhaal dat allang duidelijk is: landbouwsubsidies gaan niet echt naar boeren; het overgrote deel gaat naar een kleine groep multinationals in de voedingsindustrie en de agribusiness.

Insider «Door de boterberg zijn sommige Belgische traders kunnen uitgroeien tot wereldspelers. De EG werd een grote exporteur op de wereldmarkt en zij surften mee.»

Nog lucratiever dan boter was melkpoeder. Omdat melkoverschotten niet bewaard kunnen worden, werden ze tot poeder verwerkt. Ook die opslag en export werd zwaar gesubsidieerd. Met catastrofale humanitaire gevolgen.

Martens «Wij hebben de wereldmarkt kapotgemaakt door onze geforceerde uitvoer van melkpoeder. Ook hebben we catastrofes veroorzaakt in ontwikkelingslanden. Er werd met dat EG-melkpoeder massaal goedkope voedselhulp verstrekt, waardoor we de lokale zuivelmarkt in die landen om zeep hielpen.»

In de late jaren 80 lag er naast de boterberg ook één miljoen ton melkpoeder. De export daarvan was een goudmijn voor de familie Van Waeyenberge. Zakenman en ex-voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond Piet Van Waeyenberge zei in Trends (2005): ‘Met die overschotten wisten we ons een plaats te veroveren op de wereldmarkt. Ik heb de tijd gekend dat we 2.000 euro subsidie vingen voor een ton melkpoeder die 100 euro kostte.’

Opmerkelijk: Van Waeyenberge zat jarenlang in het bestuur van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau. Hij was dus ‘rechter’ en begunstigde tegelijk. De firma Ecoval stond in 1994 ook een tijd onder verdenking voor het opstrijken van 17 miljoen euro Europese subsidies voor de export van melkpoeder ‘terwijl er geen export was’. De zaak werd geseponeerd bij gebrek aan bewijzen.

Douanier 1 «Een fictieve export op papier zetten, dat was een klassieker. Het waren nooit kleine garnalen die zich met die melkpoederfraude bezighielden. Het ging altijd om grote firma’s.»

Om de melkpoederberg op te ruimen werd er ook veevoeder van gemaakt door toevoeging van gras- en zetmeel (het zogenaamde ‘denatureren’). Een insider zegt dat ‘enkele Belgische families daarmee schatrijk zijn geworden. Men kreeg subsidies voor dat denatureren en bracht dat melkpoeder toch nog naar de reguliere markt.’


Botercarrousel

Ook de boterberg was aantrekkelijk voor fraude en de EG-controle was ontoereikend.

Douanier 1 «De EG had toen geen internationale controleurs om in de lidstaten zelf fraude te detecteren. Ze controleerde vooral de geldstromen naar de lidstaten. Wel had ze een antifraudedienst die informatie verzamelde en samenwerkte met de Belgische douane.»

Vanwege mogelijke boterfraude liepen sommige lidstaten gigantische sommen aan subsidies mis, omdat ze bepaalde transacties niet sluitend konden bewijzen. Er was ook sprake van een botercarrousel.

Douanier 2 «Het was begin jaren 90. Boter uit een Belgisch koelhuis vertrok naar een Oost-Europees land, dus buiten de lidstaten. Bij het overschrijden van de buitengrens werd de landbouwrestitutie opgestreken. De vrachtwagen begon dan aan zijn carrousel: hij reed verder door Oost-Europa en kwam terug binnen via West-Duitsland, waar de boter op papier ineens roomijs werd of een ander laag belastbaar product. Dan ging de reis opnieuw naar de buitengrenzen, en weer was er restitutie. En zo bleef dat transport maar ronddraaien. Tot de fraudeurs te stoutmoedig werden en ze in plaats van een koelvrachtwagen een goedkope camion met dekzeil gingen gebruiken. Gevolg: bij de Frans-Italiaanse grens begon de bevroren boter te smelten en weg te lopen. Dat merkten de douaniers en zo is dat aan het licht gekomen.»

Douanier 1 «Er waren honderden zulke dossiers. Dat is interessante fraude. Je riskeert je leven niet, je zit achter je bureau, je foefelt wat met de administratie en de boekhouding en de winsten zijn gigantisch in verhouding met de inspanning.

'Landbouwsubsidies gaan niet naar boeren. Het overgrote deel gaat naar een kleine groep multinationals in de voedingsindustrie en de agribusiness'

»Die witteboordencriminaliteit ging altijd om heel veel geld, maar vanuit de pers was daarvoor amper interesse. Ja, de botersmokkel van de jaren 60, dat interesseerde álle journalisten. Want dat ging om achtervolgingen en gierende banden en kogels die om de oren floten. Stapels artikels gezien, maar die exportfraude, dat interesseerde geen hond!»

Ook na de boterberg bleef boterfraude nog interessant. In 1997 kwam in Italië een groot schandaal aan het licht. De Napolitaanse camorra had 16.000 ton valse boter op de markt gebracht. Die was aangemaakt met rundvet en olie die ‘ongeschikt was voor menselijke consumptie.’ Voor die ‘boter’ streek de maffiose agroholding miljoenen aan subsidies op.

Ons land kende al in 1966 een groot nepboterschandaal. In Deftinge (nabij Geraardsbergen) maakte de lokale melkerij boter met toevoeging van rundvet en palmolie. Die nepboter was vijf keer goedkoper dan echte boter en de zwendel ging twee jaar zijn gang. Het procedé bleek ook te zijn ‘uitgevoerd’ naar melkerijen in heel België. Achtentwintig melkerijdirecteurs en zuivelgroothandelaars werden veroordeeld tot zware straffen. De verkoop van Belgische boter stortte zelfs wekenlang in mekaar.


Jojo

Intussen is het 2017, en de boter is tussen februari en eind september meer dan verdubbeld in prijs.

Koelman «Dat is nooit eerder gebeurd in honderd jaar. Die schommelingen op de wereldmarkt zijn bruusk en hebben voor de landbouw zware gevolgen. Het laatste anderhalf jaar was er wereldwijd een lage melkprijs. Dat maakte dat melkveehouders in grote zuivellanden als Australië en Nieuw-Zeeland massaal hun melkvee hebben geslacht. Dus het melkaanbod kromp, en kort daarop steeg de mondiale vraag naar boter. Gevolg: hogere boterprijzen op de wereldmarkt. Die boeren in Oceanië zien dat en bouwen hun melkveestapel terug op. Dat duurt wel een dikke twee jaar, maar als Oceanië weer met zuivel op de wereldmarkt komt, dan gaan de Europese melkveehouders klappen krijgen, want die landen produceren goedkoper.»

Vandaar dat de Europese melkveehouders nu twijfelen om te investeren. Ze kregen dit jaar wel hogere melkprijzen, maar hoelang gaat dat nog duren? De boeren hangen nu aan het jojokoord van de wereldmarkt.

Koelman «Vroeger werd de melkprijs door de EG beschermd en moesten we boter en melkpoeder opruimen. Nu is de melkprijs niet meer beschermd, en worden de boeren opgeruimd.»

De boterprijzen hebben intussen een andere wending genomen. In oktober zakte de prijs voor boter op de wereldmarkt; de laatste tien dagen spreekt men zelfs van een ‘botercrash’. Naar verluidt willen de voedingsbedrijven af van de dure boter en zijn ze overgestapt naar goedkopere alternatieven. Die kelderende boterprijzen zullen nog niet meteen zichtbaar zijn in de winkelschappen.

Koelman «Op die kleine pakjes zit een vertraging. De verpakkers hebben die boter in een dure periode aangekocht, dus de supermarkten zullen dat aanbod duur moeten overnemen. Eind november kan de prijs al zakken, maar evengoed kunnen de supermarkten die dure boterprijs nog tot de feestdagen aanhouden. Het is dan wachten op de eerste keten die omlaag duikt, en dan volgen de anderen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234