Hoera Balthasar Boma: Marijn Devalck werd 65

Het is een jubelende zomerochtend. De warmte doet zich al aardig voelen. Een vrouw en twee kinderen drijven een kudde zwartbonte koeien van de ene weide naar de andere, waar het lome melkvee meteen in het lommer van een bomenrij samendromt. De luminist Emile Claus (1849-1924) had wel raad geweten met dit tafereel. Schrijver dezes, die bij gelegenheid óók een luminist is, was bijna vergeten hoe beeldschoon de Vlaamse Ardennen er op uitgelezen zomerdagen bij kunnen liggen. Ooit was hij in deze uithoek volop kind.

'Wat J.R. in 'Dallas' was, wou ik als Boma zijn in 'F.C. De Kampioenen''

Dit deel van de wereld heet Zegelsem en is een deelgemeente van Brakel. Alhier woont, bezijden een landweg die spoorloos in een weiland verdwijnt, de acteur en zanger Marijn Devalck. Toen menigeen nog wilgenhoutjes kon snijden, de kinkhoest een veelgehoord geluid was en The Beatles op doorbreken stonden, was Marijn Devalck ook al zanger: hij liet zich destijds, in zijn tienerjaren, Marino Falco noemen, en net als zijn levend model Salvatore Adamo zong hij in het Frans. Later werd hij toneel- en musicalacteur, en nog later zou één van zijn personages de patroonheilige van de Vlaamse kmo’s worden of het scheelt niet veel: misschien zegt de naam Balthasar Boma u iets.

En ineens was Marijn Devalck 65.

HUMO Je bent 65. Wat nu?

Marijn Devalck «Uitblazen, stilaan. Laat ik zeggen dat ik mentaal mijn schaapjes op het droge heb. Dat betekent dat ik nog bezigheden genoeg heb, onder andere in de plaatselijke politiek: ik ben schepen en OCMW-voorzitter in Brakel. Ik kan me nog altijd op een interessante manier amuseren. Als ik gezond mag blijven, dan ben ik voor de rest van mijn leven binnen.»

HUMO Je ziet er ontspannen en tevreden uit.

Devalck «Ik begin zo langzamerhand te oogsten wat ik gezaaid heb. Nu ja, echte rust heb ik nog altijd niet; ik ben zeven dagen per week in touw – ik ga nooit met vakantie – en het komt nog altijd voor dat ik de klok rond werk. Maar de intentie om het rustiger aan te doen is er meer dan ooit. Het spreekt vanzelf dat ik als acteur en zanger niet meer zo vaak word gevraagd als vroeger. De jonge generatie komt aanzetten, en maar goed ook: zij is aan de beurt.»

HUMO Denk je dat je de gedachte dat je uitgespeeld bent, zowel op het toneel, op de televisie als in de samenleving, goed zal kunnen verdragen?

Devalck «Ik heb een paar jaar geleden beslist om niet meer in het theater te werken. Sindsdien heb ik het toneel en het theaterpubliek nog niet gemist. Ik sta nog wel op het podium als zanger, maar mocht ik morgen te horen krijgen dat ook dát definitief voorbij is en dat ik me voortaan thuis zal moeten amuseren, dan zal ik dat met veel plezier doen. Ik ben niet verslaafd aan aandacht. En ik heb zelfs nauwelijks de behoefte om mensen te zien, hoeveel ik ook van mensen mag houden. Als het niet moet, kom ik mijn huis niet uit, maar het moet nog vaak. Ik ben nog altijd geliefd: laatst hebben ze me op Zotte Maandag in Pittem stoetsgewijs rondgedragen: ‘Boma! Boma! Boma!’ Want voor het publiek ben ik vaker Boma dan Marijn Devalck, hè.»

'Als ik gezond mag blijven, dan ben ik voor de rest van mijn leven binnen.'

HUMO Kan dat jou wat schelen?

Devalck «Ik speel het spelletje mee en ik vind het niet eens vervelend. Wat ik over het algemeen over het publiek denk, dacht ik als teenager al, toen ik Marino Falco was. Dat was een korte, maar intense periode: in 1966 werd ik halsoverkop een vedette, ik werd in de showbusiness gekatapulteerd. In de categorie Belgische Zangers in Humo’s Pop Poll stond Salvatore Adamo in dat jaar op één, Will Tura op twee en ik op drie. In 1968 was de carrière van Marino Falco al voorbij: ik zong in het Frans – ik nam duidelijk een voorbeeld aan Adamo – en rond 1968 lag het Frans minder goed in de markt in Vlaanderen. Leuven Vlaams, hè? Vlaanderen werd Vlaamser en wie mij – soms letterlijk – op de schouders had gedragen, liet mij met het grootste gemak vallen. Sindsdien ga ik ervan uit dat succes nep is. Ik heb het van jongs af aan leren wantrouwen.

»Ik heb nooit zanger of acteur willen worden, want ik voelde me voorbestemd om bij de rijkswacht of in het leger te gaan. Mijn grootvader was rijkswachtcommandant en mijn peter was zwaantje (motoragent, red.) in Gent. Ik keek op naar die mannen. Maar ik speelde gitaar vanaf mijn 10de en ik was goed in voordracht. Als 12-jarige zong ik al rock-’n-roll bij een balorkestje, met mijn communiekostuum aan. En toen ik 14 was, bleek een platenfirma in me geïnteresseerd te zijn, waarna van het ene het andere kwam. Ineens was ik iets wat ik niet had gewild.

»Ik was blij dat ik van Marino Falco af was, maar ondertussen had hij er wel voor gezorgd dat ik de middelbare school had opgegeven. Op een dag werd ik via via gevraagd om een acteur te vervangen – een zingende rol – in de toenmalige Muntschouwburg. De sfeer van het theater vond ik meteen aangenaam: het was als thuiskomen. En ik vond het heerlijk om voor een aandachtig publiek te spelen, mensen die lúísterden. Ik was het gewoel op bals gewoon, hè. Van het acteursechtpaar Charles Cornette en Hilde Uitterlinden, die toen ook in dat stuk stonden, kreeg ik tot mijn verbazing te horen: ‘Jij moet naar de toneelschool.’ Dat vertelde ik thuis en mijn moeder riep meteen: ‘Doen!’ Wat zeker in die tijd, waarin acteurs een veel slechtere naam hadden dan nu, een ongewone reactie was voor een bezorgde ouder. Maar ik droomde er toen van om net als mijn vader vrachtwagenchauffeur te worden. Mijn moeder zei: ‘Jij gaat naar de toneelschool en daarmee uit.’ En dat heb ik dan maar gedaan. In mijn klas waren we eerst met z’n drieën, maar een meisje gaf het na het eerste jaar al op. Mijn andere klasgenoot was Josse De Pauw. Josse moest zittenblijven, zodat ik een jaar eerder ben afgestudeerd. Ik heb me al dikwijls afgevraagd: ‘Heb ik ooit al eens zélf beslist wat ik wilde doen in mijn leven?’ Neen dus. Vandaar ook dat ik het acteren niet zal missen als ik er morgen voorgoed mee moet ophouden.

»Maar goed, na de toneelschool had ik meteen werk bij het experimentele ensemble van de Beursschouwburg. Wijlen de toneelrecensent Wim Van Gansbeke, ook een Brakelaar, zei me later dat hij toen naar mij was komen kijken met het vaste voornemen om me te kraken. Zo van: ‘Marino Falco moet vooral niet gaan denken dat hij voortaan acteur is.’ Hij gaf toe dat hij zijn vooroordeel had moeten herzien. Zo eerlijk was hij wel.»

'Ik ben al mannen tegengekomen die onder invloed van Boma ook zo'n halsketting dragen, zo van: 'Iets dat zo duur is, moet wel mooi zijn!''


Papa kwijt, dikke hit

HUMO Zestigers denken vaak terug aan hun kindertijd. Je was nog een kind toen je vader stierf. Wat is je van die man bijgebleven?

Devalck «Dat hij, net als ik, een sociale drinker was. Ik was 7 toen hij stierf, maar mijn moeder en haar drie kinderen leefden al gescheiden van mijn vader sinds ik 4 was. Mijn twee oudere zussen gingen naar school, zodat ze de ellende thuis minder hebben gezien dan ik. De mensen hielden van mijn vader: ze kenden hem als een aimabele, dienstbare vent die weleens een pintje dronk. Mijn moeder, een mooie vrouw, dreef een café-restaurant in Vollezele. In de tweede speelfilm van ‘F.C. De Kampioenen’ hebben ze uitgerekend dat huis omgebouwd tot De Pussycat, echt waar (lachje). Maar goed, als mijn vader met een glas te veel op thuiskwam, kreeg hij weleens een aanval van jaloezie, denk ik. Ik heb als kleuter zowel verbaal als fysiek geweld meegemaakt: ik heb serviezen zien sneuvelen en flessen door de lucht zien vliegen die dan in de vitrinekast terechtkwamen. Mijn moeder kreeg slaag van hem, ik heb gezien hoe hij haar bij de keel greep. En dan herinner ik me ook nog dat zijn eigen moeder, mijn grootmoeder, tussenbeide probeerde te komen. Geschreeuw, gegil. Door de drank werd hij een ongecontroleerd beest. Maar ik krijg het niet over mijn hart om hem een slecht mens te noemen, want dat was hij niet. Ik heb er zelfs moeite mee om hem een alcoholist te noemen. Hij is gestorven na een amandeloperatie: een bloeding is hem ’s nachts fataal geworden. Jaren later heb ik hem één keer geweldig gemist: een gevoel dat mij op een avond plots overviel. Ik wist niet waar het zo ineens vandaan kwam. Ondanks alles vond ik hem een geweldige vader, ook al sloot hij me voor straf in de kelder op als ik in de kleuterklas in m’n broek had gedaan. Ik had een trapautootje en op een keer zei hij: ‘Kom, we gaan eens op de echte weg rijden.’ Op die autoweg duwde hij me met z’n Vespa vooruit, met het voorwiel van z’n scooter tegen m’n achterbumper. ’t Ging behoorlijk snel. Hij hield van waaghalzerij, en ik ook, zelfs toen hij me als 4-jarige eens over de reling van de pier van Zeebrugge tilde. Onder mij dat klotsende en kolkende water! Mijn moeder riep ‘Fernand! Fernand! Wat doe je? Ben je helemaal zot geworden?’ En Fernand vond mijn moeder een trut.»

HUMO Marino Falco had een hit met ‘Je n’ai plus mon papa’, herinner ik me.

Devalck «Adamo zong ‘Sans toi ma mie’, een nummer dat ook op mijn repertoire stond. Het publiek kreeg tranen in de ogen toen ik het zong. Daardoor heb ik me laten inspireren om in mijn beste schoolfrans ‘Je n’ai plus mon papa’ te schrijven. Eerlijk gezegd meer uit opportunisme dan dat ik aan mijn dode vader dacht. Mijn moeder, die onder mijn vader had geleden, begon te huilen toen ze dat liedje voor het eerst hoorde. Toen wist ik: ‘Het wordt een hit.’»

HUMO Enig idee wat tot nog toe de beste tijd van je leven was?

Devalck «De jaren waarin ik in het theater heb gewerkt. Ik mis het toneel en de musical niet, maar mijn theatertijd is mij al met al dierbaarder dan mijn jaren bij de televisie. Het theater heeft me ook geestelijk verrijkt. Mijn mooiste rol ooit heb ik in 1975 in het Mechels Miniatuur Teater gespeeld, in ‘De put van Babel’, van de Canadees John Herbert. Een stuk over het gevangeniswezen, waarin ik een homoseksuele gevangene speelde. Sindsdien heeft de problematiek van gevangenen en het gevangeniswezen mij niet meer losgelaten. Ik ga nog altijd gevangenen en hun familie bezoeken. En ik sta achter het project De huizen van Hans Claus, de directeur van de gevangenis van Oudenaarde, de rebel onder de gevangenisdirecteurs. Die man ijvert voor detentiewoningen, huizen waarin mensen die van een misdaad beschuldigd worden in relatieve vrijheid hun voorhechtenis kunnen uitzitten. Opdat ze niet het gevoel zouden hebben dat ze, lang voor hun schuld bewezen is, al in de bak zitten. Uiteraard zullen mensen die van heel zware feiten beschuldigd worden, niet meteen voor De huizen in aanmerking komen.»

'Als je het niet kunt hebben dat mensen je herkennen van de televisie, kom dan niet op de televisie.'


Boma contra Bécaud

HUMO Laten we het over Boma en zijn wereldje hebben. Op mooie zomeravonden kijken dezer dagen gemiddeld zo’n 630.000 mensen naar de herhalingen van ‘F.C. De Kampioenen’. Alleen ‘Vive le vélo’ en ‘Het journaal’ doen het, wat kijkcijfers betreft, beter. Kijk jij zelf nog weleens naar ‘F.C. De Kampioenen’?

Devalck «Door het mooie weer kijken er máár 630.000 mensen naar ‘F.C. De Kampioenen’. Had het geregend, dan hadden de herhalingen ongetwijfeld een miljoen kijkers gehaald. Zelf kijk ik er nooit naar.»

HUMO Hoe verklaar jij het aanslepende succes van de serie?

Devalck «Volgens mij heeft het vooral met de herkenning van het oer-Vlaamse lokale verenigingsleven te maken, de clubjesgeest gekoppeld aan een café. Ik heb 21 jaar lang mijn brood verdiend met ‘F.C. De Kampioenen’ en ik heb al die jaren samengewerkt met acteurs die elkaar het licht in de ogen gunden. Dat komt niet veel voor in acteurskringen. ‘F.C. De Kampioenen’ is dus een geschenk. Maar evengoed een vergiftigd geschenk, want alles wat ik ernaast heb gedaan, werd niet opgemerkt. ’t Is vergeefse moeite geweest, en zonde van de energie die ik erin heb gestopt. Oorspronkelijk was ‘F.C. De Kampioenen’ bijkomstig voor mij – ik vond er zelfs ontspanning in. Ik was begin jaren 90 vooral met muziek bezig, en als ik in mijn kleedkamer moest wachten tot ik aan de beurt was op de set, zat ik altijd gitaar te spelen. Ik wilde weer songs schrijven en optreden met een band, ook al omdat ik ervan uitging dat ‘F.C. De Kampioenen’ de volgende dag alweer voorbij kon zijn. Goed, ik maakte een full-cd, maar die werd niet gedraaid bij de openbare omroep. Toen ik na verloop van tijd weer als zanger optrad, vroegen de meeste mensen zich af: ‘Wat zullen we nu krijgen? Zíngt Boma?’»

HUMO Boma zul je niet meer van je kunnen afschudden. Hij is, of je dat nu wil of niet, iconisch op Vlaamse wijze, en bovendien wordt hij in leven gehouden door de eeuwige herhalingen van ‘F.C. De Kampioenen’.

Devalck «Daar kan ik niet meer onderuit. Ik heb het nooit onder controle gehad. En ik heb me ook nooit in de eerste plaats een komisch acteur gevoeld, integendeel.»

HUMO Verdien je nog iets aan de herhalingen van ‘F.C. De Kampioenen’?

Devalck «Niet meer. Ooit wel. Ann Tuts en Herman Verbruggen hebben bij de toenmalige directie van de VRT, Christina von Wackerbarth, aangedrongen op een compensatie voor het feit dat ze door ‘F.C. De Kampioenen’ geen werk meer kregen in het theater. Wij kregen toen allemaal 10.000 frank, een kleine 250 euro, per aflevering die herhaald werd. Dat kon aardig aantikken in de zomer, maar uiteindelijk hadden we er ook recht op. We kregen toen ook van de directie te horen: ‘Als we stoppen met ‘F.C. De Kampioenen’, dan zullen we geen herhalingen meer uitzenden.’ Dat is dus niet gebeurd. En de directie van vandaag heeft niets te maken met beslissingen van vorige directies: andere bazen, andere wetten.»

HUMO Hoe heb je Boma destijds gemaakt?

Devalck «Ik heb op de eerste proefopname in een voetbalkantine in Waasmunster heel snel iets moeten bedenken, à l’improviste, want ik was de vervanger van Marc Peeters, de acteur die Boma oorspronkelijk zou spelen. Om één of andere reden had die afgezegd. Ik was toen pas terug in België, nadat ik eerst in Duitsland twee jaar lang Jezus had gespeeld in ‘Jesus Christ Superstar’, en daarna vier jaar op tournee in Nederland was geweest met het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Maar goed, Boma is om te beginnen samengesteld uit alle voorzitters van plattelandsverenigingen die ik heb gekend: altijd net iets te gewichtig voor wat zo’n voorzitterschap maar voorstelt. Ik weet dat ik hem tijdens die proefopname meteen met een huig-r speelde, en dat ik er toen al ‘Bonzour, tout le monde!’ tussen gooide. Willy Van Dueren, onze regisseur, zei na afloop: ‘De enige die z’n personage al te pakken heeft, is Marijn.’ Maar ik vond dat mijn toon en m’n zinsmelodieën veel te veel op die van Romain Deconinck leken. Mijn schoonvader was in die tijd persfotograaf bij De Morgen. Ik mocht met hem mee naar een presentatie van VTM in Antwerpen, en daar kwam Carlo Gepts aan het woord, toen algemeen directeur van die commerciële zender. Ik hoor die man praten – lijzig Brabants, met een verstopte neus, probleempje met z’n sinussen – en ik wist: ‘Zo klinkt Boma. Dat is ’m.’ Carry Goossens zei me: ‘Ga jij ’m zó spelen? Dat moet je wel kunnen volhouden, hè, makker.’ Ik: ‘Dat is dan mijn probleem, Carry.’ Wat J.R. was in ‘Dallas’, wou ik als Boma zijn in ‘F.C. De Kampioenen’: een controversiële figuur waar iedereen niettemin sympathie voor voelt. Boma is een ritselaar, hè, een sjoemelende zelfstandige die de grijze zone kent als zijn broekzak. Boma moest een dubbelzinnig personage worden.»

HUMO Wanneer is Boma je het meest tot last geweest?

Devalck «Nooit, maar zijn populariteit wel. Op een bepaald moment heb ik het liedjesprogramma ‘Art Bécaud’ gemaakt, een hommage aan Gilbert Bécaud. Dat programma moest aan culturele centra verkocht worden. De man die daarvoor zorgde, kreeg van de cultuurfunctionarissen bijna altijd te horen: ‘Marijn Devalck? Dat is toch Boma? Gaat díé Bécaud zingen? Wel, wel, wel!’ ’t Is heel moeilijk om zulke vooroordelen ongedaan te maken, zeker in de culturele sector. Ik heb ‘Art Bécaud’ op een zondagmiddag in het cultureel centrum van Lokeren nog voor een zaal vol senioren gespeeld. De cultuurfunctionaris met dienst, een jonge vrouw, zei me om te beginnen dat ze helaas niet kon blijven voor de voorstelling. ‘De senioren mochten kiezen, en ze móésten Boma hebben,’ voegde ze eraan toe. Ik zei: ‘Ze zullen hem niet krijgen. Misschien is dat wel een probleem. Vandaag zing ik namelijk het repertoire van Gilbert Bécaud.’ ‘Dat is iemand van voor mijn tijd,’ zei ze, ‘ik ken hem niet.’ Enfin, ik heb er, zonder Boma, die zondagmiddag toch nog een staande ovatie uit gesleept.»

HUMO Je spant Boma ook weleens voor je karretje: je hebt nog steeds een liedjesprogramma dat ‘Boma on the Rocks’ heet.

Devalck «Dat heb ik op aandringen van mijn muzikanten gemaakt, die vaker wilden optreden, en vooral: voor meer publiek. Met mijn eigen repertoire moesten we al moeite doen om honderd man in de zaal te krijgen. ‘Doe Boma,’ zeiden mijn muzikanten, maar ik wist pertinent dat Balthasar Boma geen zanger was. De oplossing was: mezelf splitsen in Boma en Marijn Devalck. Boma speelt zo nu en dan voor conferencier en presentator en na een kostuumwissel – Bomajas uit – zing ik liedjes uit de jaren 50 en 60, de jukeboxnummers van toen: Perry Como, Tom Jones...»

HUMO Je kunt in Vlaanderen niet populairder zijn dan Boma. Ik ben er zeker van dat het verschil tussen Boma en jou soms onbestaand is in de ogen van het ruime publiek, en dat het daardoor misschien iets te familiaar met je omgaat. Wat doe je dan?

Devalck «Ik antwoord dat publiek in z’n eigen taal. En ik reageer ál-tijd als mensen iets roepen. Een gouden raad is: negeer ze vooral niet! Geef ze net iets meer aandacht dan ze verwachten, en ze zullen je met rust laten. Ze kunnen te ver gaan, maar dat moet je er maar bij nemen als je bekend bent. Ik merk wel dat het makkelijker is dan vroeger om elementaire beleefdheidsregels met voeten te treden. Het soort respect, of schroom, waardoor het publiek lang geleden toch op een afstandje bleef, is intussen ver te zoeken. Ik ken collega’s die daar nooit, nooit aan zullen wennen. Onlangs zat ik in Sint-Niklaas met Liliane Saint-Pierre op een terras. Twee vrouwen wilden met me op de foto: ‘Zou u dat erg vinden, meneer Boma?’ Ik: ‘Helemaal niet. En het is jullie misschien niet opgevallen, maar dit is Liliane Saint-Pierre.’ Meteen moest ze ook op de foto. Ik zag dat Liliane zich op slag slecht voelde, ze kromp ineen. ‘Ik kan het niet,’ zei ze me later. Als je het niet kunt hebben dat mensen je herkennen van de televisie, kom dan niet op de televisie.»

HUMO Dat klinkt wel erg gedecideerd.

Devalck «Je moet je eigen leven niet verpesten. Ik kan nergens meer komen of ik word herkend, en daar ga ik soepel mee om, omdat ik er vooral geen probleem van maak. Ik wil mijn dagen niet verkloten. Nog een gouden raad: hecht vooral geen waarde aan je bekendheid.»

HUMO Als ik in het journaal beelden van de ‘Thuisdag’ zie, voel ik een zekere compassie met de acteurs van die soap.

Devalck «Pas op, die acteurs worden door het publiek met veel meer respect behandeld dan wij van ‘F.C. De Kampioenen’. Wij zijn clowns en zij zijn ‘echte’ acteurs.»

HUMO Hou je van Boma?

Devalck «Ja. Hij heeft me al die jaren aan een inkomen geholpen. Ik mag niet ondankbaar zijn, hè? Hij was geen hoofdrol, maar geleidelijk aan is hij er één geworden. Hij is nu eenmaal de markantste figuur: zijn garderobe zal daar ook wel toe hebben bijgedragen.»

HUMO Ik denk daarbij aan een tekenend accessoire: de halsketting die hij boven zijn hemdsboord draagt.

Devalck «Pas op, ik ben al mannen tegengekomen die onder invloed van Boma ook zo’n halsketting dragen, zo van: ‘Iets dat zo duur is, moet wel mooi zijn!’ (lacht) Vorige zaterdag kwam ik er nog één tegen op een jubileumfeest: een rasechte Brusselaar, een kermisexploitant. Nadat hij van zijn verbazing was bekomen dat de schepen van feestelijkheden Boma zelf was, wees hij trots op z’n halsketting: ‘Schuun, hè!’ (lacht)»

'Ik ga ervan uit dat succes nep is. Ik heb het van jongs af aan leren wantrouwen'


Afghaan in Brakel

HUMO Op welke partij zou Boma stemmen, denk je?

Devalck «Open VLD, het kan niet anders (lacht). Open VLD wordt toch verondersteld iets voor kmo’s te doen?»

HUMO Open VLD is ook jouw partij. Wat trekt je aan in het liberalisme?

Devalck «De vrijheidsgedachte: het vrije denken. Ik kom uit een CVP-nest, maar toen ik voor het eerst naar de stembus ging, heb ik op Herman De Croo gestemd, omdat ik hem toen al bekwaam vond. Bovendien was hij een plaatselijke politicus die ook in Brussel een vinger in de pap had, en niet zomaar een vakbondsknecht die tot burgemeester was gebombardeerd. En ik vond ook dat hij geweldig kon praten, nog steeds eigenlijk. Een bijzonder intelligent man in academische zin, maar daarbovenop heeft hij ook gezond boerenverstand. In de loop der jaren zijn wij vrienden geworden, maar ik heb nooit een beroep op hem gedaan. Ik had geen kruiwagens nodig, en ik heb ook nooit moeten lobbyen. Ik heb ook nooit voorspraak nodig gehad om een rol te krijgen.»

HUMO Een rol krijgen op voorspraak van een politicus? Dat kan niet.

Devalck «O, neen? Het Ballet van Vlaanderen was destijds van CVP- en SP-signatuur. Ik heb er gewerkt en ik weet zeker dat bepaalde mensen er door middel van politieke voorspraak voorrang kregen op anderen. Maar goed, Herman De Croo heeft mij in 2012 gevraagd om me kandidaat te stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen in Brakel. Hij vond me geschikt omdat ik mijn schouders onder projecten in verband met autisme, muco en gedetineerden had gezet. ‘Je moet je sociale engagement maar eens in je eigen gemeente bewijzen,’ zei hij. Hij was er zeker van dat ik verkozen zou worden. Ik heb daar lang over moeten nadenken, want ik had niet de minste ervaring met besturen. Ik dacht: ‘Nu ja, een beetje sturing geven aan het plaatselijke culturele leven, dat zal wel lukken, zeker?’»

HUMO Je bent ook voorzitter van het Brakelse OCMW.

Devalck «Ik hoorde onlangs dat de groepsgeest uitstekend is in ons OCMW: laat dat dan een bescheiden verdienste zijn van de voorzitter, maar voor de rest vraag ik me af waarom zo iemand nodig is, hoe graag ik dat werk ook doe. Een bekwame secretaris maakt een voorzitter overbodig.»

HUMO Hoeveel armoede valt er te bestrijden in een gemeente als Brakel, die zo’n 15.000 zielen telt?

Devalck «Niet zoveel, ook al is er nauwelijks werkgelegenheid. Industrie hebben we niet. Maar de armoede die er is, zien we niet altijd, ook al omdat er uit gêne over gezwegen wordt. Bij het OCMW gaan aankloppen is voor de meeste mensen op het platteland nog altijd een grote stap. Laatst was er nog een schrijnend geval in het centrum van Brakel: twee mensen die toch al weinig contact hadden met hun buurt, kwamen door hun armoede hun huis niet meer uit. Later vernamen we dat ze zich zo schaamden dat ze zelfs de deur niet meer opendeden voor hun kinderen. En ook die kinderen zwegen. Uiteindelijk hebben de buren alarm geslagen. Die twee mensen zijn ondervoed naar het ziekenhuis gebracht. Hun hond was al van de honger gecrepeerd. Ondertussen zouden ze aan de beterende hand zijn.

»Er zijn ook mensen die zich willens en wetens in de armoede werken. Je kunt niet anders dan ze helpen, maar ze moeten wel meewerken, en meewerken wil zeggen: werk zoeken en kunnen bewijzen dat je solliciteert. Anders moet je als OCMW op een bepaald moment zeggen: ‘Hier houdt onze samenwerking op. Als je niet wil werken, krijg je niet vanzelf geld van het OCMW.’ Ik heb ook al op de kosten van ons OCMW bespaard door een eind te maken aan zogenoemde verworven rechten en andere gewoontes van vroeger: mensen die sinds jaar en dag bijna onbewoonbare en in ieder geval mensonwaardige huizen aan het OCMW verhuurden. Met het geld dat ik op die huishuur heb uitgespaard, heeft de gemeente een noodwoning gekocht, waarin we mensen kunnen huisvesten die van de ene dag op de andere, door bijvoorbeeld een brand, op straat komen te staan.»

''F.C. De Kampioenen' was ook een vergiftigd geschenk, want alles wat ik ernaast heb gedaan, werd niet opgemerkt.'

HUMO Je hebt al eens gezegd dat het OCMW-voorzitterschap zin aan je leven gaf. Had je leven dan minder zin vóór je OCMW-voorzitter was?

Devalck «Ja, want ik was altijd op mijn eigen carrière gefixeerd. Dat is nu anders. Mijn bekende kop interesseert me niet, tenzij ik me ermee verdienstelijk kan maken voor de samenleving, ook in mijn eigen gemeente. Ik ben tevreden over wat ik artistiek heb gedaan, en voor de rest leid ik met mijn vrouw een vredig bestaan in dit huis. Als OCMW-voorzitter krijg ik een salaris en als ik zo nu en dan nog een beetje zing, verdien ik ongeveer evenveel als vroeger.»

HUMO Er zijn elf asielzoekers in Brakel, weet ik.

Devalck «Onlangs kwam een Afghaan, die overgeplaatst was van Stekene naar Brakel, hier een week te vroeg aan, waardoor er nog geen meubels in zijn appartementje stonden. Ik ging langs om te kijken wat ik voor hem kon betekenen. Ik bel aan, hij doet open en nog voor ik me goed en wel had voorgesteld, riep hij: ‘Actor! Actor! Kampioen! Kampioen!’ Ik zeg: ‘Do you know me?’ Hij haalde zijn iPhone boven en toonde mij een hele reeks foto’s van Boma! Ik zweer het je!»

HUMO Veel gekker moet integratie niet worden.

Devalck «Ik heb die avond nog een matras voor hem geregeld, en de volgende ochtend had hij al meubelen. We hebben hem intussen werk gegeven bij de gemeente, waar hij heel dankbaar voor is. En daar put ik dan weer voldoening uit.»

'De logerituelen zijn slecht theater in archaïsche taal, met een Gents accent dan nog: ik heb weleens binnenpretjes'


Boma de bouwer

HUMO Ik wil het met jou nog even over zingeving hebben: je bent een vrijmetselaar. Wat vind je in de loge?

Devalck «Ik ben in het verleden een aantal keren aangezocht om bij de loge te gaan. Sommige mensen kloppen zelf bij de loge aan. Uiteindelijk ben ik lid geworden van de reguliere loge in Gent omdat de pure eenvoud van de maçonnieke beginselen mij aansprak: een mens bouwt zijn hele leven aan zichzelf om een goede schakel te zijn in onze gemeenschap. Ik ben er in een artistieke groep terechtgekomen: architecten, muzikanten, beeldend kunstenaars. Ik voel me goed tussen hen, maar ik weet dat er in de loge ook gezelschappen zijn die indruisen tegen het idee dat wij een broederketen van gelijken vormen. Ik bedoel: in zo’n gezelschap zijn er rangen en standen. Nu ja, de loge is hiërarchisch: je kunt er de hogere graden bereiken en grootmeester worden. Dat je in het gewone leven al zo hard je best moet doen om iets te worden, vind ik ruim voldoende. Om ook in de loge carrière te maken, daar had ik geen zin in.»

HUMO Hoe beleef je de logerituelen?

Devalck «’t Is slecht theater in archaïsche taal, die in mijn loge met een zwaar Gents accent wordt uitgesproken. Ik heb er weleens binnenpretjes. Er zijn mensen die op de rituelen afknappen: ’t Is soms een beetje komisch, maar vreemd genoeg zorgt het bij mij voor een zekere rust: de herhaling van altijd dezelfde teksten is op de duur niet onaangenaam. Maar ik beleef meer genoegen aan de bouwstukken van mijn logebroeders. Dat zijn een soort lezingen die elk lid van de loge moet houden over een onderwerp dat hem na aan het hart ligt. Het ging al vaak over alchemie, en ik herinner me ook een bouwstuk over verbanden tussen muziek en maçonnerie die een muzikant aan de hand van eigen composities toelichtte. Het is de bedoeling dat we iets van elkaar leren. Ik vind het heel ontspannend om naar die mensen te luisteren. Ik heb er ook echte broederschap gevoeld, maar sinds ik in de politiek zit, ben ik vooral een slapend lid. Maar dat geeft niet, want ook buiten de loge blijf je een logebroeder. Mijn OCMW-voorzitterschap zie ik dan ook als maçonniek werk: zelf een goede schakel proberen te zijn en de zwakkere schakels proberen te versterken.»

HUMO Had je de loge nodig om te beseffen dat je een heel leven aan jezelf moet bouwen om een goede schakel te zijn in de gemeenschap?

Devalck «Neen, maar ik denk dat je geen vrijmetselaar kunt worden als je het al niet van nature bent.»

HUMO Waarover ging je eerste bouwstuk?

Devalck «Over autisme. Ooit heb ik op de radio gezegd dat ik graag zou kennismaken met autisten en hun familie, om te weten hoe autisme in het echt is. Dat is toen gebeurd, en sindsdien steun ik autismeverenigingen. In mijn overgang van leerling naar gezel heb ik aan het eind van mijn bouwstuk de wens uitgesproken om leerling te blijven. Dat kan. Je hoeft niet te klimmen in de hiërarchie.»

HUMO Tussen ons gezegd en gezwegen, zou er in Boma een logebroeder schuilen?

Devalck «Hij lijkt me typisch iemand die ongenood bij de loge gaat aankloppen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234