Hoet af: het afscheidsinterview

Jan Hoet is vanmorgen overleden. In 2008 sprak Jan Haerynck uitgebreid met hem, voor wat zijn afscheidsinterview moest worden. Je kan dat interview hier integraal herlezen.

Als één plek in Duitsland zich met recht en reden een godvergeten gat mag noemen, dan is het Herford. Het stadje werd op de kaart gezet door the one & only Jan Hoet (71), die er enige jaren geleden artistiek leider werd van het gloednieuwe MARTa-museum.

Nu is hij de eerste kartonnen dozen aan het inpakken: eind dit jaar stapt hij er definitief op. En dus sta ik na negen uur treinen op een zonnige vrijdagmiddag op het zo goed als verlaten stationsplein van Herford. Twee zwervers met een blik bier in de hand proberen me een euro af te troggelen. Een taxi weigert me naar het MARTa te brengen: 'Dat brengt me te weinig op, Herr. Ga maar te voet.'

Op het feeërieke terras van het majestueuze museum - getekend: Frank O. Gehry, die van het Guggenheim in Bilbao - begroet Michael Train me met de woorden: 'Jan ist kaputt.' Train, chef techniek en Hoets Duitse toeverlaat, laat weten dat zijn baas even op krachten moet komen. En of ik eerst even 'Ad absurdum' wil bezoeken, de (tijdelijke) tentoonstelling met werken van Picasso, Borremans, Delvoye en Magritte, die Hoets briljante én stekelige adieu aan het onwillige provincienest is.

We zijn net in het museum als de meester klapwiekend binnenstormt. 'Ik ben geen mens meer om een museum te leiden,' bekent hij. 'Je moet vierentwintig uur per dag op de barricades staan, en dat kan ik fysiek niet meer aan. Vanmorgen moest ik om zes uur opstaan om naar de nierdialyse te gaan. Vanmiddag heb ik met de Amerikaanse kunstenaar Dennis Oppenheim door de stad gehold, en daarna was ik bekaf. Het is niet mijn gewoonte, maar ik ben naar bed gegaan en ik heb meer dan een uur geslapen. Dat zijn slechte tekens. Vroeger had ik aan vier uur slaap genoeg om de hele dag én een stuk van de nacht tegen driehonderd per uur gas te geven. Nu kan ik 's nachts niet meer slapen. Ik neem een pilletje, maar dat helpt nauwelijks, en zwaardere pillen vertrouw ik niet. Ik slik nu al zevenentwintig medicijnen voor mijn nieren. Zevenentwintig!'

HUMO Je hebt de dood al meer dan eens recht in de ogen gekeken. Was je dan bang?

Jan Hoet «Nee, er kwam juist een grote rust over me heen. Zonder de medische wetenschap was ik al vijf keer gestorven, maar ik besef dat we geboren zijn om te sterven. Ik vel geen oordeel over de keuze van Hugo Claus - op zijn begrafenis had ik een ferme krop in mijn keel - maar ik zou nooit voor euthanasie kiezen. Hoe erg ik er ook aan toe ben, ik blijf vechten tot de laatste snik.

.... »In het ziekenhuis liggen vind ik héérlijk. Twee dagen na een zware operatie ga ik mijn medepatiënten al opmonteren. ‘Ewel Cyriel, voelt ge u al beter? Ge begint al serieus wat kleur te krijgen. Kent ge de laatste klucht over de Duitsers?’ Zelfs de dokters en de verpleegsters komen na een zware dagtaak op krachten in mijn kamertje. Mijn koelkast staat vol champagne!»

HUMO Wacht je nog altijd op een nieuwe nier?

Hoet «Nee, daar ben ik te oud voor. Die nier laat ik graag aan een bloedmooi meisje van twintig (lacht).»


Lees verder »
Hoet af: De wraak van God

De museumdeuren moeten nu echt dicht. Ik stel voor het gesprek voort te zetten in een goed restaurant, maar Hoet antwoordt als de bliksem: ‘Die zijn er hier niet. Hou je geld maar op zak, ik ga zelf koken. Kom, we zijn weg.’ En hup, we stappen de auto in. Onderweg lapt Herr Direktor alle verkeersregels aan zijn laars: hij rijdt met een flinke klap over een stekelig bermpje heen en heeft geen tijd om te wachten tot de rode lichten op groen springen. Algauw draaien we zwierig de privéparking van een tandartsenpraktijk op. Hierboven heeft hij een ruim, kraakwit appartement.

Binnen stormt hij de keuken in: ‘Waar zijn de patatten?’ De zak aardappelen ploft op de keukentafel, tussen catalogi, boeken, tijdschriften en een overvolle asbak. ‘Acht maanden was ik gestopt met roken, maar ik ben wéér opnieuw begonnen. Definitief! Voor de rest van mijn leven. Gemiddeld leef je er anderhalf jaar minder door, maar wat is anderhalf jaar voor een oude man als ik?’

HUMO Heb je nog veel contact met het Gentse thuisfront?

Hoet «Om de drie weken ga ik op bezoek bij mijn vrouw, en soms komt zij hier samen met de kinderen en de kleinkinderen een paar dagen logeren. Dan maak ik het beste etentje klaar dat je je kunt inbeelden, want ik zie ze allemaal doodgraag.

»Ik heb niet zo'n moderne vrouw met een eigen carrière: ze staat er altijd voor mij. Ze koopt nog altijd mijn kostuums en mijn schoenen, precies zoals in mijn drukke Gentse periode. Maar eigenlijk kén ik haar niet. Ik kan wel vermoeden wat ze denkt, maar echt doorgronden: neen.»

HUMO Klaagden je kinderen vroeger nooit dat je zo uithuizig was?

Hoet «Op alle moeilijke momenten stond ik voor ze klaar. Ze zijn nu nog oprecht blij als ze me zien, en ze bewonderen wat ik doe.

.... »Ik heb ze niet altijd goed opgevoed. Ik was báng om ze op te voeden. Ik vluchtte dikwijls weg, liet ze over aan mijn vrouw omdat ik wist: bij haar zijn ze in veilige handen. Tijdens hun puberteit was ik wel verschrikkelijk bang dat ze met drugs zouden gaan experimenteren. Ik heb genoeg kunstenaars gekend - ik denk aan Muñoz - die zijn gestorven aan cocaïnegebruik. 'Hartaderbreuk' heet dat dan officieel. Maar voor zover ik weet, zijn mijn kinderen altijd verstandig omgesprongen met die gevaarlijke spullen. Gelukkig, want anders was ik overmeesterd door totale paniek.

.... »Vaders die te sterk gefocust zijn op hun kinderen: neen. Dat merk ik vooral in gezinnen met één kindje. Die aandacht! Die controle! Dat wonderkind! Mijn ouders hadden zeven kinderen, en wij waren echt vrij.»

HUMO Je zoon Jan jr. runt nu een galerie. Geef je hem raad?

Hoet «Nee. Hij moet het zelf doen. Ik zeg hem wel dat hij op zoek moet naar jong, onbekend talent van de academies.»

HUMO Werkt hij soms samen met kunstenaars die jij niet kunt appreciëren?

Hoet «Hij heeft dat eens gedaan, en toen heb ik hem gezegd dat ik dat werk niet goed vond. Ik maak geen omwegen.»

HUMO Was hij kwaad?

Hoet «Hij was een beetje op zijn ongemak, maar hij is een eigenzinnigaard, net als ik.»

HUMO Hij zit natuurlijk met die achternaam.

Hoet «Mijn dochter heeft het op dat vlak nog veel moeilijker. Zij is directrice bij Christie’s België - een wereld waar ik aanvankelijk niks voor voelde. Ze heeft me toen wel om raad gevraagd, en ze heeft ook aandachtig geluisterd, maar ze is toch haar eigen weg gegaan. Hoe moet ik dat noemen, de wraak van God? Vadermoord?

»Van mijn dochter heb ik geleerd dat een mens zich kan verkijken. Op kunst, op kunstenaars en op collectioneurs. Soms denk je van iemand: wat een monster, maar dan ontmoet je hem en blijkt dat hij toch ook z'n charmes heeft.»

HUMO Aan charmes ontbreekt het jou evenmin. Men vertelt dat vrouwen als vliegen voor je vallen.

Hoet «Niet overdrijven hè. Maar: ik ken de pijn en de vreugde van een vluchtige verliefdheid. Vrouwen zijn complexe wezens. Van een man weet je nauwelijks hoe hij denkt, maar je weet wel hoe hij is. Van een vrouw weet je altijd hoe ze denkt, maar nooit wie ze is.»

De aardappelen zijn gaar, onze gastheer gooit brochetten in de pan en doceert als een ware Piet Huysentruyt : ‘Zout! Ketchup! Peper! En nog een snuifje straffe kruiden. En waar zijn de tomaten, godverdomme? Nu begint mijn geheugen mij ook al in de steek te laten.'


Lees verder »
Hoet af: Bakken Stront

Vijf jaar geleden ruilde Jan Hoet zijn geliefde SMAK in voor het MARTa. Hij werd er met tromgeroffel binnengehaald, maar algauw kwam hij in aanvaring met de lokale autoriteiten. Sindsdien kreeg hij bakken stront over zich heen.

Hoet «Ze hebben het me verdomd moeilijk gemaakt, maar ik ben ze niet gaan haten. Natuurlijk besef ik dat mijn smaak niet beantwoordt aan die van de doorsnee Herforder. Hier houden ze vooral van de klassieke aquareltechniek: als ze hun kerkje op een schilderij herkennen, zijn ze door het dolle heen. Maar ik heb me er uiteindelijk mee verzoend dat ik ze toch niet kan bekeren.»

HUMO Komt de plaatselijke bevolking nog naar het museum?

Hoet «Ze mijden het als de pest. Ik zeg niet dat ze géén cultuur hebben, maar dan toch geen hedendaagse. Ze voelen zich vooral verbonden met de grond. Op veel boerderijen zie je nog een riek of een pik voor de deur staan. Altijd strijdvaardig! Altijd hardnekkig! Altijd noest! Zo wil men zijn.

»Vorige week kwam een groepje inwoners een pint pakken in de museumcafetaria. ‘Wij zijn maar een dorp!’, riepen ze me toe. ‘Wat moeten we met dit museum? Precies een keuken waar het binnenregent.’ Ik ben dan in een Vlaamse colère geschoten: ‘Tijdens mijn kleuterjaren hadden de Duitsers de vensters van de klas weggeschoten, en het sneeuwde binnen. Dat vonden wij allemaal fantastisch.’ Amaai, het spel zat op de wagen. Dáár kunnen ze absoluut niet tegen.»

HUMO Maar was het ook niet compleet idioot om in zo'n boerengat een museum voor hedendaagse kunst neer te zetten?

Hoet «Nee, nee, in de middle of nowhere kun je juist veel meer realiseren. In Berlijn krijg je constant dezelfde clan over de vloer. Zelfs in het SMAK zie je haast altijd dezelfde bezoekers, meestal in zwart pak. In een stadje als Herford krijg je deining en stormen, maar ook onverwacht applaus. De mensen lopen al eens per abuis binnen om te zien of er geen aliens zitten (lacht).

»Maar dat ze ooit nog terugkomen, dát lijkt me nu onwaarschijnlijk. Ik was ervan overtuigd dat ik hier vanuit het niets een prachtig museum kon opbouwen, maar de belangstelling zal nooit zo groot worden als ik gedroomd had. Dat is mijn verdriet.

»In december ben ik definitief weg. Moet ik weg! Een contractverlenging heb ik geweigerd: ik had te dikwijls ruzie. Het is me hier wat geweest, jongen. De vroegere burgemeester, die MARTa altijd te vuur en te zwaard verdedigde, heeft daardoor de verkiezingen verloren. Arme man! Afgestraft door de kiezers omdat hij me in bescherming nam. Zijn opvolger gaat natuurlijk graag in de clinch met dat geldverkwistende museum. Maar ik ben een ouwe bokser, hè. Ik laat me niet zo gauw KO slaan, ik vecht altijd terug. Zo heb ik nog mijn opvolger mogen aanduiden, Roland Nachtigäller

HUMO Enkele maanden geleden werd je contract bijna vervroegd opgezegd, omdat je financieel zwaar over de schreef zou zijn gegaan. Op de tentoonstelling ligt er zelfs een duidelijke verwijzing naar je boekhouder, die je op de vingers tikte omdat je welgeteld 246.574 euro schulden had gemaakt.

Hoet «Ach, dat heb ik in het SMAK al allemaal meegemaakt. Altijd bonje over geld. Ik trek me daar niks van aan. Ik maak een deal met de kunstenaar: ‘Een aankoopbudget heb ik niet, maar over drie jaar krijg je je geld. Zeker weten.’ Dan ga ik aankloppen bij sponsors, collectioneurs of kunstliefhebbers. Zo heb ik het altijd gedaan, en altijd heb ik de kunstenaars kunnen betalen. Ze moesten alleen wat geduld hebben.

»Kunstenaars hebben begrip voor dat standpunt, maar ik vraag ze om toch een factuur naar het museum te sturen. Wat is er gebeurd? De boekhouder heeft zo'n factuur onderschept. Hij verwittigt de controleur, die me per brief laat weten dat hij het geld dat ik aan de kunstenaar beloofd had, van mijn wedde zal aftrekken. Hij doet niet eens de moeite om twee bureaus verder met mij de zaak uit te praten!»

HUMO Geen sufferds, die Duitsers.

Hoet «Als ik zoiets meemaak, moet ik aan de bezetting denken. In mijn geboortedorp Geel maakten die Duitsers geweldige indruk met hun strakke uniformen en hun loodrechte tankcolonnes. Als kind van vier stond ik daar verbluft naar te kijken, maar een paar jaar later was het wél de totale catastrofe. Niets werd ooit beter bureaucratisch georganiseerd dan de holocaust.»

HUMO Heb je nog plannen voor je laatste maanden hier?

Hoet «Tot eind dit jaar maak ik nog wat kleinere tentoonstellingen, en ik ga elke keer het volle pond geven. Daarna heb ik plannen voor een grote expositie in Osnabrück. Ik ben zelfs uitgenodigd om in Rome een park aan te leggen.»


Lees verder »
Hoet af: Aangereden door Horion

We gaan naar het enige café dat op dit late uur nog open is. Tipsy advocaten komen Hoet uitbundig op de schouders slaan. Die reageert stomverbaasd: ‘Godverdomme, nu willen ze dat ik blijf! Allez, daar moeten we iets op drinken!’ Ondertussen vraagt hij aan de knappe dienster hoe het met haar kind is. Het meisje kijkt verongelijkt: ‘Een kind? Ik? Dat moet een vergissing zijn, Herr Hoet!’ Maar Herr Hoet is niet van zijn stuk te brengen. ‘Je hebt werkelijk een volmaakt lichaam. Het kan niet anders dat je al een kind gebaard hebt.’ En hij geeft haar een extra fooi.

HUMO Het lijkt me dat je nog niets van je zwerverstemperament verloren bent. Vroeger sliep je weleens in een station of in de hal van een luchthaven.

Hoet «Ooit zou een kunstenaar me opwachten op het perron: hij vond me nergens, dwaalde wat rond en trof me aan in mijn pyjama op een bankje. Want waar ik ook sliep, ik trok altijd mijn pyjama aan. Op die manier heb ik zonder een cent op zak 92 landen bezocht. Van Rusland over China tot Argentinië!

»Ik vergeet vooral de armoede in Afrika niet. Ik kan niet tegen kinderen die sterven van de honger, daar word ik woest en wanhopig van. Maar: in het kleinste dorpje vond je een kunstenaar die interessant genoeg was om te laten exposeren.»

HUMO Ben je onderweg nooit bang geweest voor het onbekende?

Hoet «Bang? Nooit. Ik ken dat woord niet. Behalve als ik moet vliegen. Schrik, jongen! Iedere keer moet ik mezelf een stamp onder mijn gat geven of vlug drie whisky’s drinken. Ik ken er véél die in een vliegtuigongeval zijn omgekomen, hoor.»

HUMO Er verongelukken veel meer mensen met de auto dan met het vliegtuig. Jij staat bekend om je zware voet.

Hoet «Hard rijden heb je zelf in de hand. Als het dan toch misgaat, is het je Schicksal.

.... »Eén keer heb ik een ongeval gehad. In het centrum van Brussel, midden in de nacht, reed er één tegen mij aan. Ik vloog tegen vijf andere auto’s. Die chauffeur bleek een echte gangster te zijn. Hij stapte uit en vroeg: ‘Hoeveel moet je hebben om de politie er niet bij te halen?‘ Maar ik ben de politie toch gaan roepen, en toen ik terugkwam was hij weg. (Sissend) Als ik zijn foto op televisie zie, dringt het telkens weer tot me door wie me dat gelapt heeft. Horion, die was het. Freddy Horion.»

HUMO Je bent zelf meer dan eens met mensen in botsing gekomen. Heb je dan achteraf spijt?

Hoet «Ooit heb ik Patrick Monsaert, de toenmalige burgemeester van Gent, letterlijk uit het museum geschopt. Op mijn kousenvoeten ben ik me achteraf gaan verontschuldigen: ‘Kom, Patrick, hoe was dat toch mogelijk? Maar ja, man, het was toch ook een beetje jouw schuld...'»

HUMO Heb je veel kunstenaars pijn gedaan?

Hoet «Dat zal wel. Kunstenaars zijn zeer gevoelig.

.... »Het kost me altijd heel veel moeite om duidelijk te maken dat ik een installatie of een schilderij niet goed vind. Soms moet ik zeggen: ‘Ik vind je een formidabele kerel, maar je werk trekt op niks.’ Dat snijdt door je eigen vlees.»

HUMO Je speelt dan geen komedie?

Hoet «Te weinig. Ik zou dat moeten leren.»

HUMO We hebben vanmiddag je afscheidstentoonstelling gezien, 'Ad absurdum'. Een afscheid in volle glorie?

Hoet «Van Herford, ja. Maar niet van de kunst. Zonder kunst heeft mijn leven geen zin. Dan kan ik mezelf beter ophangen.

»Musea zijn decennialang mijn echte thuis geweest. Ik zal dat verschrikkelijk missen als ik hier straks weg ben. Nu zoek ik hoe ik mijn nieuwe leven moet gaan organiseren. Dag in dag uit thuis rondhangen is geen goed idee: dan werk ik mijn vrouw maar op de zenuwen. Ze zou het ook niet appreciëren dat ik ging luieren: ze weet dat de hond al eens moet losbreken.

»Ze wil wél niet al mijn boeken in huis. Ze is ongelofelijk netjes, ze vindt dat te veel rommel. Gelukkig heb ik een ruimte voor mijn boeken gevonden bij mijn zoon.»

HUMO Heeft je vrouw geen eenzaam leven geleid?

Hoet «Die vraag krijg ik vaak, maar ze is volmaakt gelukkig. Wat is een huwelijk? Het is zoeken naar een soort eenheid, en die wordt gerepresenteerd door de tegenstelling man-vrouw.»


Lees verder »
Hoet af: Ouwe zeur

The morning after. Een paar slokken zwarte koffie en Hoet is weer op dreef.

Hoet «Cultuur wordt nog altijd stiefmoederlijk behandeld. De overheid stuurt links en rechts wel een beetje bij, maar zelden of nooit vanuit een overkoepelende visie. Als ik minister van Cultuur was, zou ik de musea verplichten alléén werk te kopen kunstenaars onder de veertig. Dan zouden we zoveel jaar later weten welke directeur een oog had voor kwaliteit.»

HUMO Heb je het beleid in de loop der jaren zien veranderen?

Hoet «De beste momenten in Vlaanderen waren met minister Frans Van Mechelen ('minister van Nederlandse Cultuur' van 1968 tot 1972, red.). Die had een duidelijke strategie: het volk opvoeden en de musea binnenlokken. Prachtig! Hij is van het toneel verdwenen door fraude - iets met de verkoop van meubels of zo. Foert, hij had het hart op de juiste plek.

.... »Voor Patrick Dewael had ik ook veel respect. Anderen, zoals Hugo Weckx en Luc Martens, hebben de zaken vooral structureel aangepakt. Maar Bert Anciaux is een kolossaal dieptepunt. Dat is de mens van het Eurosongfestival, hè (Anciaux gaf subsidies aan de Vlaamse inzendingen Kate Ryan en Ishtar, red.). Een populist pur sang, niet te vertrouwen. Als hij ergens zijn handen aan vuil maakt, mislukt het. Slechter kan niet meer.»

HUMO Zelf ben je altijd in overheidsdienst geweest.

Hoet «Van nature ben ik een ambtenaar: ik doe het niet voor het geldgewin. Hier in Herford was ik in Dienstleistung. Omdat ik gepensioneerd ben, heb ik een bvba moeten oprichten: anders verloor ik mijn pensioen en dat wou ik niet. Jaja, ik heb een goeie boekhouder (lacht).»

HUMO Handig, in een (kunst)wereld waarin het geld vaak het laatste woord heeft.

Hoet «Commerce en kunst, hoe kun je die twee verzoenen? Gigantisch probleem. Hoe valt het te begrijpen dat men voor Lucian Freud dertig miljoen euro neerlegt? Voor Francis Bacon worden ook enorme sommen betaald, en Tuymans gaat ook voor een miljoen - voor een levende kunstenaar nota bene!

.... »Als pausen en koningen vroeger kunst bestelden, was dat vooral omdat het hun prestige ten goede kwam. Tegenwoordig gaat het ook om identificatie. Mensen kunnen zich minder met hun beroep vereenzelvigen: 't is vaak routine, en zelfs de hoogste functies worden maatschappelijk minder gewaardeerd dan vroeger. En dus vlucht men in de kunst. Zelfs een bérg geld zegt die mensen niks meer: zij zoeken iets hogers. Maar meestal vergeten ze dat ze met hun vele geld de kunst juist verzieken.

.... »'Ad absurdum' is daar een commentaar op, maar wat merk je? Er komt bijna geen kat naar kijken! Misschien had ik beter ‘Van Picasso tot Delvoye’ op de affiche laten zetten. Namen, namen! Dát zou volk trekken. Als je vroeger een onbekende Italiaan exposeerde, kwamen de mensen kijken omdat ze nieuwsgierig waren naar zijn werk. Nu brengen we een gast uit Stockholm, de mensen googelen wat, ze denken dat ze daarmee weten wat hij maakt en ze doen de moeite niet meer om naar het museum te wandelen. Musea zijn alleen nog goed voor het maandelijkse uitstapje van de ouden van dagen. Collectioneurs zie je er al helemaal niet meer, die kopen op de veiling. Die dromen van een museum binnen de muren van hun eigen huis.»

HUMO Conclusie: de musea kunnen beter hun deuren sluiten?

Hoet «Nee gij! Ze worden belangrijker dan ooit. Vooral met het oog op de toekomst: het is de enige plek waar je over tweehonderd jaar nog echt interessant werk terugvindt. De meeste werken gaan de markt op en verdwijnen. Er moet meer, véél meer geld in musea worden gestoken.

.... »Er is nog iets. De opeenvolgende museumdirecteurs drukken elk hun eigen stempel op het aankoopbeleid. Het is razend interessant om daar achteraf op te kunnen terugblikken.»

HUMO De voorzitter van de vzw Vrienden van het SMAK, Dirk Schutyser, kapte er na decennialang pionierswerk mee. Hij zei dat ze jouw levenswerk aan het vernietigen waren.

Hoet «Schitterende vent, maar daar heeft hij toch wat overdreven. Maar de nieuwe directeur, Philippe Van Cauteren, zou het museum moeten proberen uit te breiden. Het probleem is dat hij zich geen barst interesseert voor politiek. Een museumdirecteur moet zich ook met dorpspolitiek onledig houden.»

HUMO Daar weet jij alles van. Je bent uiteindelijk zelfs in de politiek gestapt om je museum te krijgen.

Hoet «Ik zei tegen burgermeester Timmerman, een socialist: ‘Als ik mijn museum niet krijg, ga ik de politiek in.’ Hij repliceerde: ‘Ge doet maar, ventje, maar niet in mijn partij’. (bulderlach)»

HUMO Jaren heb je er bij het Gentse gemeentebestuur voor gepleit om de functie van directeur open te stellen voor buitenlanders. Na jou kwam een Amerikaan van Oekraïense afkomst het even zeggen: Peter Doroshenko.

Hoet «De grootste ontgoocheling van mijn leven! Goede vrienden hadden me op het hart gedrukt dat ik absoluut geen kopie van mezelf mocht laten benoemen. Ik nam er dus één van wie ik dacht dat hij 180 graden anders zou zijn dan ik, maar zó anders, dat had ik nooit kunnen denken. Doroshenko heeft heeft werken aangekocht die eeuwig in het depot zullen blijven. Slechte werken, schaamteloos slecht! In de kunstwereld ontmoet je wel vaker praatjesmakers of charlatans, maar altijd zijn ze door de kunst bezeten. Hij niet. Meneer was directeur en schoof al het werk door naar zijn assistentjes. Een verschrikking, echt waar.»

HUMO Jan Fabre exposeert in het Louvre, Jan De Cock in het MoMa, Luc Tuymans zowat overal. Beleeft de Belgische beeldende kunst gloriejaren?

Hoet «Zo zou je het kunnen noemen. De internationale blik is weer gericht op België. Ons land is een beetje de motor van vernieuwing geworden.»

HUMO Is dat aan jou te danken?

Hoet «Natuurlijk niet! De kunst wordt niet door één persoon bepaald. Dat komt doordat de meeste mensen meer afgaan op hun oren dan op hun ogen. Als ze willen weten wat ze over kunst moeten denken, luisteren ze naar wat anderen daarover vertellen. En dan moet je naar véle anderen luisteren. Vandaar dat één man onmogelijk de richting kan bepalen.»

HUMO Ik mag je dus geen kunstpaus noemen?

Hoet «Voor het publiek ben ik dat, ja. Ik heb me voor de kunst uit de naad gewerkt, dat moeten zelfs mijn grootste vijanden me nageven.»

HUMO Doen de kritieken van Frank Van de Veire en Frans Boenders je nog iets?

Hoet «Ik ben ook maar een mens, hè. Als Boenders insinueert dat ik corrupt geweest zou zijn, ben ik behalve razend ook zwaar gekwetst. Ik ben niet corrupt. Nooit! Jamais! Erewoord! Niet één kunstenaar is ooit in mijn museum terechtgekomen door financiële of seksuele avances. Op dat vlak heb ik een loepzuiver geweten. Het werk en alleen het werk is van tel.

.... »Maar wat stel ik vast? Boenders gaf onlangs na jaren complete stilte een interview, waarin hij beweerde dat hij me niet meer zo zou aanvallen. Wie heeft er dan gelijk gekregen? Keffertjes hangen ook graag de grote hond uit, hè.

.... »Frank Van de Veire is een speciaal geval. Die is niet dwaas: zijn visie is niet de mijne, maar het is tenminste een visie. Wat niet gezegd kan worden van de mannekes van De Witte Raaf (kunsttijdschrift, red.): dat zijn nitwits, eeuwige studenten die maar wat keet schoppen. Ik geloof dat ze een boek over me aan het schrijven zijn: ik ben benieuwd, maar ik zal niet op mijn kop laten schijten.

.... »Het blijft me ook verbazen dat er tussen kunstenaars zoveel nijd bestaat. Vraag een succesvol kunstenaar hoe het gaat, en hij antwoordt: ‘Slecht. Lowieke De Cuyper verkoopt meer dan ik.’»

HUMO Kun jij nog altijd kunstenaars maken of kraken?

Hoet «Ik heb nooit gedacht dat ik mensen kon lanceren. Jamais ben ik vanuit die gedachte vertrokken. En never ever heb ik artiesten aan galeries opgedrongen. Alweer: erewoord. Maar als ik een naam liet vallen, sprongen anderen wel vaak op de kar. Toen ik tijdens de voorbereidingen van Documenta zei dat ik rond Bruce Naumann zou werken (Hoet was in '92 intendant van de biënnale Documenta IX in Kassel, red.), schoten de prijzen van zijn werk de hoogte in. Later hetzelfde verhaal toen ik over Mario Merz sprak. Ik wist niet dat er zoveel meelopers waren in de kunstwereld.»

HUMO Het SMAK heeft jarenlang een dominante rol gespeeld in de vaderlandse kunstwereld. Wie er niet mocht exposeren, telde niet mee.

Hoet «Tijdens mijn hoogdagen was de blik voortdurend op het SMAK gericht, dat klopt. Wat ik bracht, was plots super. Maar niet alle kunstenaars die ik bewonder zijn ook doorgebroken. Ik vind Franky DC bijzonder belangrijk, maar hij ploetert nog altijd in de marge. En omgekeerd: anderen schat ik minder hoog in, maar hebben het wél gemaakt. Jan De Cock heb ik ooit ‘een zeer goeie schrijnwerker’ genoemd - géén kunstenaar. Hij heeft verstand van kunst en hij heeft veel met kunstenaars gewerkt en van hen geleerd. Je kunt hem prijzen, maar moet je hem een genie noemen? Trouwens: als je de kunstwereld goed volgt, zie je uit welke hoek de wind waait. Waar waren de Amerikanen op De Cocks opening in het MoMa? Belgische bezoekers, die heb ik daar gezien, ja. Ik zwijg al, anders vinden ze me weer een ouwe zeur.»


Lees verder »
Hoet af: Naar de seksclub

HUMO Het verhaal gaat jij een sleutel hebt van ateliers van jonge kunstenaars over de hele wereld. Ga je bewust naar die beginnelingen op zoek?

Hoet «Ik ga nog altijd naar alle exposities van de laatstejaarsstudenten van de academies. Je komt er interessante jongens tegen, daar spreek je wat langer mee, ze stellen hun vrienden voor, hun voorbeelden, en zo raak je soms aan contacten.

»Voor Documenta ben ik zo naar Amerika getrokken. Daar kreeg ik vijf adressen van een student van Harvard. Na het vierde atelier was ik het kotsbeu, maar ik beet op mijn tanden, ik klopte aan bij nummer vijf, en dat was een wonderkind! Ongelooflijk! Maar zo werkt het.»

HUMO Wat maakt dat je zegt: díé heeft het?

Hoet «Je weet dat ik zelf een mislukte artiest ben. Of beter gezegd: ik heb gelukkig tijdig ingezien dat ik géén artiest ben. Als je dan zo’n jong manneke ontmoet die dat talent wél bezit en handig aanwendt, dan ben je aanvankelijk jaloers. Die ijverzucht combineer je dan met je intuïtie en je kennis, en dan zie je dat die kerel iets nieuws brengt. Dát is het! Dan heb je een kunstenaar ontdekt!»

HUMO Je contacten met kunstenaars verliepen niet altijd zo gesmeerd. Rui Chafes staat met een prachtig beeld in het MARTa, maar ooit gaf hij je een vuistslag.

Hoet «Een serieuze mep. Maar nu stuurt hij me mooie brieven, én zijn kunstwerken zijn geniaal.

.... »Er zijn ook kunstenaars met wie ik nog nooit gevochten heb maar die toch niet meer bij me willen exposeren. Jan Vercruysse is zo iemand. Triestig geval.»

HUMO Vercruysse riep destijds andere Vlaamse kunstenaars op om niet deel te nemen aan je Documenta omdat het een circus zou worden. Was je toen ontgoocheld?

Hoet «Nee. Volgens mij zat hij in een diepe crisis, anders kan ik het niet verklaren. Voor het eerst in zijn leven haalde hij de krant: hij was zélf een circus geworden.

.... »Ik blijf een groot bewonderaar van Vercruysses werk: ik ga het stiekem bekijken en ik zie dat het goed blijft. Maar als mens... Ik heb een brief van hem liggen, wacht. (Leest voor) ‘Beste Jan, ik wil je nu reeds danken voor je hulp. Tot vervelens toe, indien je een koper kan vinden, ik heb het erg nodig. Dan gaan we samen uit, naar de seksclub Maxims in Gent’. Die brief dateert van 1978. Zegt genoeg, hè? Vergeet niet dat ik Vercruysse ontdekt heb.

.... »Nogmaals: alleen het werk telt. Tegen échte artiesten zeg ik altijd dankjewel. Voor mij zijn dat supermensen. Ze moeten mijn vrienden niet zijn, ik moet er geen pinten mee gaan pakken, maar wát een energie kan een sterk werk me schenken. Daarvoor ben ik ze allemaal geweldig dankbaar, ook Jan Vercruysse (knipoogt)

HUMO Wie is momenteel de grootste beeldende kunstenaar in België?

Hoet «Na Broodthaers en Panamarenko: Luc Tuymans. Die plastische toets van hem is adembenemend. Hij steekt daar zo’n venijn in. (Fel) Maar ik hou mijn hart vast: zal hij in de toekomst nog van die meesterwerken kunnen maken? We zijn veel te kritisch voor Tuymans. Hij heeft iets losgemaakt in de schilderkunst, en daardoor zijn we op onze hoede. Zéér ten onrechte!»


Lees verder »
Hoet af: Beetje content

HUMO Vanaf je zestiende was je bezeten door kunst. Wat zou je geworden zijn zonder die passie?

Hoet «Een gangster! Maar een goeie, hè.

.... »Sowieso was ik een anarchist geweest, maar dan eentje zonder doel. Nu had ik een streefdoel: de kunst. Ik ben altijd een goeie leraar geweest, en misschien ben ik dat gebleven. Ik heb een mooi schilderij gekregen van Charlier - hij beeldt mij af als een priester die zegt: ‘C’est très facile l’art, je vais vous expliquer.’

.... »(abrupt) Ik ben gelovig, maar dan in de zin van Spinoza. Of het nu om God gaat of wat anders: hoe meer we weten, hoe minder we weten. In de volksmond zeggen ze: er is er nog niemand teruggekomen - (lacht) maar waarom zouden ze ook?»

HUMO Wat is, terugkijkend, het belangrijkste dat je gerealiseerd hebt?

Hoet «Chambres d’Amis uit 1986 (waarbij mensen thuis kunst tentoonstelden, red.). Daarop kan je nog altijd zelfs geen superklein kritiekje geven.

.... »Bij Documenta heb ik de perfectie betracht, en vastgesteld dat die niet te bereiken was. Het was een goede Documenta, ik word er nog altijd op aangesproken. Maar de perfectie: neen.»

HUMO Zou je je leven willen overdoen?

Hoet «Ik denk het niet. Eén keer is genoeg. Maar mocht het kunnen, ik zou hetzelfde doen. Ik heb mijn uiterste best gedaan, en ik ben toch een beetje content.»


Lees 'De 7 hoofdzonden volgens Jan Hoet': 'Iedere keer als ik in een museum kom, heb ik de neiging kunstwerken te píkken'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234