null Beeld

'Honderd jaar eenzaamheid': de klassieker van Gabriel García Márquez wordt 50

In maart 1967, terwijl een bleke pacifistenkliek zich opmaakte voor een zomer vol muziek en vrije liefde, publiceerde de Colombiaan Gabriel García Márquez een boek vol oorlog dat de wereld meer zou doen hallucineren dan alle drugs van alle hippies bij elkaar: ‘Honderd jaar eenzaamheid’, dat dit jaar 50 wordt, heeft net als zijn schepper en ettelijke van zijn personages het eeuwige leven. Kroniek van een onaantastbaar meesterwerk.

'Márquez gaf zijn job op om achttien maanden lang aan zijn klassieker te schrijven'

Het begin: de luisteraars van Radio 1, vermaard om hun meningen, riepen de openingszin van ‘Honderd jaar eenzaamheid’ in 2007 uit tot mooiste aller openingszinnen. Proef er eens van: ‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.’

Het einde: ‘Maar nog voordat hij bij het laatste vers was gekomen, had hij al begrepen dat hij deze kamer nooit meer zou verlaten, want het stond geschreven dat de stad van de spiegels (of spiegelingen) door de wind weggevaagd en uit de herinnering der mensen weggewist zou worden zodra Aureliano Babilonia de perkamenten tot het einde toe ontcijferd had – en dat alles, wat daarin beschreven stond, voor altijd en eeuwig onherhaalbaar was, omdat de geslachten, die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.’ Zou dit dan de langste aller slotzinnen zijn?

Daartussen: krijgen we honderd jaar eenzaamheid, zoals de titel al enigszins aangeeft. Al moet gezegd dat bij Zuid-Amerikaanse eenzaamheid een pak meer volk komt kijken dan bij de West-Europese variant: zes generaties afstammelingen van José Arcadio Buendía en Ursula Iguarán woelen en krioelen in ‘Honderd jaar eenzaamheid’ door elkaar in een mierennest dat de naam Macondo draagt en als een accordeon uitdijt van nederzetting tot stad en weer helemaal terug naar niets. En dan tellen we nog de slordige vijftig miljoen lezers niet mee die u zullen vertellen hoe ze de geschiedenis van Macondo, waar doden en levenden door en met elkaar leven, achteraf aan hun eigen eenzaamheid hebben vastgeknoopt. In een volle kamer toont zich de ware eenzaat.

De schrijver zelf zou dit jaar 90 geworden zijn, ware het niet dat hij in 2014 het tijdelijke voor het eeuwige heeft ingeruild. Hout vasthouden dat zijn geest zich bij wat volgt niet te veel in de debatten komt mengen.

Gabriel García Márquez «Daar zou ik maar niet te hard op rekenen, hombre.»

Slik. Welkom in Macondo!

null Beeld

'Toen ik de kolonel had gedood, heb ik twee uur liggen huilen'


36 EIEREN

In Vladslo, diep in de Westhoek, ligt een Duitse militaire begraafplaats waar wij op de middelbare school verplicht heen trokken om te leren dat het leven meer was dan lol en driehoeksmeetkunde alleen. Op dat kerkhof, opgesteld voor het graf van haar gesneuvelde zoon Peter, staat het ‘Treurend ouderpaar’ van de beeldhouwster Käthe Kollwitz. Een beeld dat er eigenlijk twee zijn, van een paar dat er eigenlijk geen meer is: de treurende moeder (Käthe) en vader (haar man) staan op een meter van elkaar opgesteld. Ze kijken naar het graf, niet naar elkaar. Je kunt zo tussen hen in lopen. Het beeld zegt (en ik kan u vertellen dat het een schok is om dat als 16-jarige scholier te moeten vaststellen): rouwen doe je alleen.

De eenzaamheid van de rouwenden dooradert dit verhaal, maar het is slechts één van de honderd soorten eenzaamheid die Márquez in zijn meesterwerk heeft verwerkt. Er is ook de eenzaamheid van de doden, die alleen al daarom contact blijven zoeken met de levenden. De eenzaamheid van het echtelijke bed. De eenzaamheid van de pionier, de rebel, de onderdrukte en de despoot. Van de zwerver én de blijver. De langdurige eenzaamheid van de oude dag, en de korte maar verschroeiende eenzaamheid van het gestrafte kind, dat achteraf op je schoot klimt om weer aansluiting te vinden met de wereld.

De man die al die soorten eenzaamheid in zich verenigt, is kolonel Aureliano Buendía, de man van de openingszin. Op de dag dat hij komt te gaan, maakt hij op zijn beurt zijn schepper eenzaam.

Márquez «Ik wist dat ik hem op een gegeven moment moest doden, maar ik durfde niet. En op een middag dacht ik: ‘Nu is het afgelopen met hem!’ Toen ik het hoofdstuk af had, ging ik trillend naar boven, waar Mercedes was (zijn echtgenote, red.). Toen ze mijn gezicht zag, wist ze wat er was gebeurd. ‘De kolonel is dood,’ zei ze. Ik ging naar bed en heb twee uur liggen huilen.»

De op één na eenzaamste man in dit boek is José Arcadio Buendía. De stamvader brengt de laatste jaren van zijn leven vastgebonden aan een kastanjeboom door, met als enige gezelschap de geest van een man die hij een eeuwigheid geleden vermoord heeft. Dat is in Macondo zo gek nog niet: op het moment dat de oude Buendía aan die boom wordt gebonden, hebben we al kennisgemaakt met een meisje dat alleen maar aarde eet en de beenderen van haar dode ouders overal in een zak met zich meedraagt; een zigeuner die terugkeert uit de dood omdat die hem te eenzaam was; een epidemie die iedereen in Macondo tot slapeloosheid veroordeelt; en een straaltje bloed dat het hele dorp doorkruist, van het oor van een neergeschoten zoon tot aan de keuken van zijn moeder, die op het punt staat 36 eieren te breken. De onpeilbare tragiek van ‘Honderd jaar eenzaamheid’ wordt aldoor gecounterd door surrealisme (‘magisch realisme’, hoor je te zeggen) en schiet met zo’n rotvaart voorbij dat je nauwelijks de tijd krijgt om te huilen. Incest, oorlog, overspel, corruptie, politiek, religie, een mespunt tederheid en kuipen vol geweld: het lijkt wel of de hele wereld in Macondo past.

Márquez «Er is in mijn romans niet één zin die niet op de werkelijkheid is gebaseerd. De realiteitszin van de Europese lezers verhindert hen echter te zien dat de werkelijkheid niet ophoudt bij de prijs van tomaten of eieren.»

O, en er wordt ook een baby met een varkensstaart geboren.


5 CENTIMETER

Vele jaren later, liggende op zijn sterfbed, moest Gabriel García Márquez denken aan die lang vervlogen middag, toen de muze hem dwong terug te keren van een reis naar Acapulco. De schrijver was op dat moment een hobbyist van 38 met een vijftal boeken op zijn naam. Zijn eigenlijke job van journalist gaf hij bij zijn thuiskomst op, om zich de volgende achttien maanden uitsluitend op het schrijven te kunnen toeleggen. Een snelle blik op ons laatste loonbriefje leert dat hij en zijn familie al snel tot bittere armoede vervielen.

Márquez «Het verhaal van hoe we die tijd overleefd hebben – Mercedes, ik en de twee kinderen – zou nog een beter boek opleveren. Ik weet nog altijd niet hoe zij erin is geslaagd elke dag eten op de tafel te krijgen.»

Van de vijf boeken die Márquez tot dan toe geschreven had, waaronder ‘De kolonel krijgt nooit post’, waren er nooit meer dan zevenhonderd exemplaren gedrukt.

Márquez «Toen mijn uitgever liet weten dat hij deze keer achtduizend exemplaren zou laten drukken, werd ik toch wat nerveus. Ik schreef vooral voor mijn vrienden, en ook ‘Honderd jaar eenzaamheid’ zat eigenlijk vol inside jokes. Ik wist perfect om welke alinea’s mijn kleine publiek zou moeten gniffelen.»

De schrijver vroeg zijn uitgever om het rustig aan te doen, maar de eerste druk was in het eerste weekend uitverkocht. Binnen het jaar lag de wereld aan zijn voeten; van dan af noemde iedereen in Latijns-Amerika hem bij zijn koosnaam Gabo.

Márquez «Na ‘Honderd jaar eenzaamheid’ overviel me de eenzaamheid van de roem.»

In de nasleep van het succes kreeg ook zijn oudere werk de aandacht die het verdiende, en werd met name ‘De kolonel krijgt nooit post’ onthaald als het puntgave meesterwerkje dat het was. Márquez zei daarover eens: ‘Ik heb ‘Honderd jaar eenzaamheid’ geschreven opdat de mensen eindelijk ‘De kolonel krijgt nooit post’ zouden lezen.’

Márquez zou nog een aantal geweldige boeken schrijven, waaronder ‘Kroniek van een aangekondigde dood’, het razend populaire ‘Liefde in tijden van cholera’ en de wild meanderende autobiografie ‘Leven om het te vertellen’. In 1982 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Márquez «Yes! Gewonnen!»

Toch is er niets in z’n latere output dat de vitaliteit en de brute verbeeldingskracht van dit boek evenaart. Het wordt weleens het belangrijkste Spaanstalige boek sinds ‘Don Quichot’ genoemd, en één iemand had het over ‘het enige boek sinds het boek Genesis dat werkelijk iedereen gelezen zou moeten hebben’.

Eén ding is zeker: nooit zat een boek zo barstensvol. Uit angst dat ons exemplaar op een dag openslaat als een staldeur bij noodweer en de hele populatie van Macondo de woonkamer vult, hebben wij het ingeklemd tussen een replica van Käthe Kollwitz en haar vent. We hebben ze gewoon wat dichter naar elkaar toe geschoven: ze staan nu op vijf centimeter van elkaar, met tussen hen in ‘Honderd jaar eenzaamheid’.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234