null Beeld

Howard Jacobson, met de 'J' van Joods

Er zit veel suggestie in ‘J’, de jongste roman van Howard Jacobson, en zelden is het de suggestie van iets goeds: de Joden zijn het uitverkoren volk – uitverkoren om telkens weer vernietigd te worden.

Jeroen Maris

'Het antizionisme is geïnfecteerd geraakt door het antisemitisme. Dat maakt me heel onbehaaglijk'

Ik ontmoet Jacobson (73), in wiens oeuvre vernuftige humor als sherpa fungeert bij de spannende beklimming van de gletsjer die de Joodse ziel is, in Soho, de Londense wijk waar de argeloze levenskunstenaars nu definitief verjaagd lijken door fatterige parvenukindjes. Maar u kan ook zélf tekst en uitleg krijgen van de Man Booker Prize-winnaar (in 2010, voor het geweldige ‘De Finklerkwestie’): zondag is hij te gast op het Eilandfestival, op ’t Eilandje in Antwerpen, waar de argeloze levenskunste... – ach, never mind. Goedbedoelde waarschuwing: hoe speels, aimabel en geestig formulerend Jacobson zich ook presenteert, nooit eerder heeft hij een roman geschreven die zo verstoken blijft van zonlicht.

Howard Jacobson «Mijn uitgever heeft het ook zo in de markt gezet. ‘Als je dacht dat je Jacobson kende: think again.’ Maar helemaal comfortabel voel ik me daar niet bij. Ondanks de doem en duisternis zit er volgens mij wél nog humor in ‘J’. Nu goed, dat heb ik wel bij elk boek: er wordt nooit helemaal over gepraat zoals ik het zelf zou willen. En het is ook wel waar: ik vond dat het tijd was voor een donkerder boek, want ik voelde me zélf ook donkerder dan enkele jaren geleden.»

HUMO Laten we toch maar beginnen bij de lichtheid: de passages waarin je de liefde van je hoofdpersonages vormgeeft, glimmen van tederheid.

Jacobson «Heel fijn dat je dat zegt, want ik vind ze zelf ook de meest tedere die ik ooit geschreven heb. In die mate dat ik mezelf nu afvraag waarom het tot voorbij m’n 70ste heeft moeten duren voor ik die liefde in mijn zinnen kreeg. Het is alleszins een duidelijke evolutie in mijn schrijverscarrière: met de jaren is er almaar meer tederheid gekomen. Als jonge schrijver had ik toch meer de neiging om ironiserend over de liefde te schrijven. Terwijl ik zelf nooit ironisch geweest ben: ik was altijd al een sentimenteel baasje. Maar die sentimentaliteit voelde als het geheim dat ik moest bewaken. Ik was het type dat in het veilige donker van het theater en de bioscoop zat te huilen, en zich daarbuiten heel stoer hield. Nu ben ik zo oud dat er niets meer hoog te houden valt.»

HUMO Het valt me altijd een beetje tegen als schrijvers killig tegenover hun eigen personages staan. Jij geeft in ‘J’ de indruk er net heel bezorgd om te zijn.

Jacobson «Ik ben een intense schrijver, en ik ben slecht in afstand. Zelfs wanneer ik grappig probeer te zijn, is het niet vrijblijvend. Dat besefte ik weer eens tijdens het schrijven van ‘J’: het sleurde me allemaal toch weer veel harder mee dan ik vooraf gedacht had. Schrijven is voor mij sowieso als een rat door een lange, donkere rioolpijp trippelen, en je afvragen wanneer het licht komt – ik weet vooraf nooit precies waar ik heen wil met een boek. Maar deze keer was de tocht door het donker opmerkelijk langer dan bij mijn vorige boeken.»

HUMO Aan het eind van ‘J’ staan je personages voor een verschrikkelijk dilemma.

Jacobson «Het was heel hard om dat op te schrijven. Het werd me bij momenten ook fysiek te veel – dan raakte ik zo geagiteerd door wat ik aan het schrijven was, dat ik de deur uit moest voor een wandelingetje. Of dat ik tegen mijn vrouw zei: ‘Kom, we gaan dineren, of we maken een fles wijn open.’ Op die manier moest ik mezelf eraan herinneren dat het leven, in tegenstelling tot mijn boek, wél een plezierige aangelegenheid is.

»Weet je, ik zag onlangs kort na elkaar ‘La bohème’ en ‘La traviata’. Ik hou al heel mijn leven van beide, maar plots realiseerde ik me dat ‘La traviata’ zo’n veel betere opera is! In ‘La bohème’ overkomt de personages iets tragisch, en dat is het – het blijft particulier drama. Maar in ‘La traviata’ krijgt het particuliere verhaal ook een wereldse dimensie: het gaat over de samenleving, over de wereld. Ik ambieer met mijn boeken hetzelfde.»

HUMO Gaat ‘J’ over de wereld van nu? Of, anders geformuleerd: zou het kunnen dat er ooit nóg een Holocaust komt?

Jacobson «Eén recensent schreef dat hij het tijdens het lezen een meesterwerk vond, maar dat hij daarvan was teruggekomen omdat hij zich nadien de bedenking had gemaakt dat zo’n Holocaust helemaal niet meer kán gebeuren in Groot-Brittannië. Dat vond ik een, euh, bijzondere kritiek. Bij Kafka verandert een man plots in een kakkerlak. Dat kan helemaal niet, dus is ‘De gedaanteverwisseling’ een hoop rommel?

»Dat mensen dat soort gruwel in onze huidige wereld volkomen uitsluiten, is trouwens je reinste debiliteit: alles wat ooit gebeurde, kan opnieuw gebeuren. En het is niet eens zover weg. Het boek was bij ons nauwelijks gepubliceerd toen die aanslag op het Joods Museum in Brussel gepleegd werd.

»De kiem van dit boek was: ik keek rond, stelde vast wat er in Europa aan het gebeuren is, en vroeg me vervolgens verwonderd af hoe het in vredesnaam mogelijk is dat er nog altijd zoiets als antisemitisme bestaat. Als dat gevoel nog altijd kan gedijen na wat er nog geen eeuw geleden gebeurd is, als het na zo veel gruwel niet verdwenen is, dan zal het nooit verdwijnen. Het is wat het is: we kunnen niet zonder mensen om te haten. En Joden blijken het beste geschikt voor haat. Ze voldoen aan alle eisen, in alle richtingen. Je kan ze bijvoorbeeld haten omdat ze Christus vermoord hebben, maar je kan ze ook haten omdat er zonder de Joden geen christendom geweest was. Joden zijn een passe-partout voor wie wil haten.»

HUMO Dat is bepaald geen vrolijke gedachte.

Jacobson «Het is zonder meer een schokkende vaststelling. Je kan er op twee manieren mee omgaan. Er zijn Joden die zeggen: ‘We moeten ophouden met erover na te denken. We moeten niet meer proberen om die Holocaust een betekenis te geven.’ Anderen zeggen dan weer: ‘Dat gaat niet. We hebben geen andere optie dan erover te blijven praten.’ Wat is het ziekst: wanhopig willen herinneren, of wanhopig willen vergeten? Dat is één van de grote vragen die ik opwerp in het boek.»

HUMO Jij kiest voor de herinnering.

Jacobson «Ja! Het kan niet anders, denk ik, ook al omdat ik geloof dat een mens voor driekwart uit herinnering is opgebouwd. Ik ben een grote fan van Milan Kundera, en zijn ‘Het boek van de lach en de vergetelheid’ betekent veel voor me. Maar ik schrijf boeken van de lach en de herinnering.»

HUMO Hoe ervaar je de sfeer tegenover Joden in het Londen van nu?

Jacobson «Daar zijn de Joden het zélf niet over eens. Sommigen zeggen dat het helemaal oké is. Dat Groot-Brittannië dan wel het eerste land was dat een pogrom organiseerde, in de 12de eeuw, maar dat we vierhonderd jaar later allemaal terug mochten komen, en dat er hier sindsdien geen vuiltje aan de lucht is. En dan zijn er anderen die beweren dat wat in Parijs en Brussel gebeurd is, net zo goed hier kan gebeuren. Je leest steeds vaker over Joden die naar Israël of Amerika emigreren. En op straat voel ik toch weer meer spanning. Op betogingen zie je mensen die beweren tegen het zionisme te demonstreren, terwijl ze in werkelijkheid gewoon tegen de Joden staan te roepen. ‘Hitler was right’: die slogan duikt weer op. En vaak wordt gezegd dat het allemaal niets te maken heeft met zeventig jaar geleden, dat het louter gaat om wat er zich nu afspeelt in Israël en Palestina. Maar dat klopt niet. Ik begrijp perfect waarom veel mensen niet akkoord gaan met wat daar gebeurt. Maar de intensiteit van het protest en het vileine van de haat tonen aan dat er méér aan de hand is – het antizionisme is geïnfecteerd geraakt door het antisemitisme. Dat maakt me heel onbehaaglijk.»

HUMO Jaren geleden werd het graf van je grootmoeder beklad met een swastika.

Jacobson «En daar werd door de autoriteiten toen nogal laconiek op gereageerd: ‘Ach, wellicht het werk van een groepje skinheads. Niet te veel belang aan hechten.’ Maar als iemand een swastika op een graf kliedert, betékent dat iets. Je doet dat niet zomaar, terloops, uit verveling of rellerigheid.

'Ik vind het geweldig amusant om overal de ondergang te verkondigen'

»Enfin, het is gewoon heel moeilijk om te achterhalen of het absurd is om bang te zijn, of dat het net absurd is om níét bang te zijn.»

HUMO Geloven dat de mens leert van zijn geschiedenis is een naïeve gedachte?

Jacobson «Ik verwerp ze niet per definitie, maar tegelijk werkt er ook een tegengestelde kracht. Wanneer iets verschrikkelijks als de Holocaust gebeurt, ontstaat er een soort nostalgie naar. Terwijl je natuurlijk net het omgekeerde verwacht: dat iedereen luid roept dat het nooit meer mag gebeuren. Het is een precaire psychologische kwestie, iets waar ik niet precies de vinger op kan leggen, maar je voelt dat er mensen zijn met een donker, onuitgesproken verlangen naar nóg een Holocaust en nóg een Hitler.

»John Gray, een filosoof die ik hoog heb zitten, vroeg zich eens af of de Joden de Holocaust ooit vergeven zal worden. Een provocerende vraag, maar ik snap ze wel: mensen voelen een naar sentiment bij die opgelegde onderdanigheid tegenover Joden, bij de verplichting om telkens weer ‘Sorry, sorry, sorry’ te zeggen. Waardoor er een sluimerend verwijt ontstaat, een jaloezie op de getraumatiseerde.»

HUMO Je bent zelf geen praktiserende Jood.

Jacobson «Ik heb nooit een bepaald type Jood willen zijn, ik wilde die hele identiteitskwestie overstijgen. Vergeleken met een diep religieuze Jood ben ik zelfs géén Jood. Maar als zo’n religieuze Jood me dat in het gezicht wreef, werd ik wel boos. ‘Ik denk Joods, ik schrijf Joods, ik adem Joods!’ Waarom werd ik daar zo boos om? Want het is waar: ik eet niet Joods, ik ga niet naar de synagoge. Maar toch vond ik het belangrijk om aan te stippen dat ik intellectueel gezien wél een Jood ben.

»Omgekeerd krijg ik van mijn seculiere vrienden het verwijt dat ik zo Joods ben. Gisteren nog zei een vriend: ‘Waarom wil jij de hele tijd over Israël praten?’ Ik moest hem het antwoord schuldig blijven.»

HUMO Probeer toch eens.

Jacobson «Allicht kom ik dan weer bij de Holocaust en het antisemitisme uit. Kijk, als op een bepaald moment eendrachtig besloten was dat het welletjes was geweest, dat er genoeg Joden over de kling waren gejaagd en dat we de Joden voor eeuwig en altijd met rust zouden laten, dan zou ik allicht stoppen met denken, praten en schrijven over Joden. Maar dat is niet het geval, en intussen ben ik ook verslaafd aan het probleem.»


Laat de zoon in je hart

HUMO Je hebt een zoon. Heb je hem uitgebreid onderwezen over de Holocaust?

Jacobson «Neen, maar dat heeft een eerder praktische oorzaak: gedurende een groot deel van zijn jeugd was ik er niet.

»Ik had een afspraak met mijn toenmalige vrouw: we zouden géén kinderen nemen. Zij was 25, ik 26: we waren er sowieso niet klaar voor. Maar zij nam haar eigen beslissing, als je begrijpt wat ik bedoel. Ze luisde me erin, ja. Dat was het einde van het huwelijk: ik kon niet samenblijven met iemand die me over zoiets wezenlijks voorgelogen had.

»Mijn zoon was 3 toen we uit elkaar gingen. Ik trok naar Australië, zag hem een heel aantal jaren niet. En toen het contact hersteld werd, was hij getrouwd met een meisje dat wél netjes in een klassieke, veilige haven opgegroeid was. Toen besefte ik dat ik niet het recht had om mijn zoon lesjes te doceren, dat ik afstand moest houden. We zagen elkaar nog wel, maar niet vaak, en de gesprekken bleven oppervlakkig. Tot op een bepaald moment de klop op de deur er toch kwam: ‘Kunnen we even praten, papa?’ En toen hébben we gepraat.»

HUMO Hoe is de relatie met je zoon nu?

Jacobson «Nogal... formeel. De jaren waarin ik hem niet zag, vallen niet weg te gommen. Het voelt alsof er nog altijd iets is wat we niet van elkaar weten. We ontzien elkaar een beetje, boren niet naar elkaars kwetsbaarheid. Mijn vader heeft me altijd kunnen vertellen wat hij dacht en voelde, hij zei het me gewoon als ik hem teleurstelde. Maar zelf kan ik dat onmogelijk doen bij mijn zoon. Ik heb het recht niet, vind ik, want ik was er al die tijd niet. Het natuurlijke give and take van een vader-zoonrelatie is beschadigd bij ons.

»(Denkt na) We zouden misschien toch wat minder respectvol moeten zijn voor elkaar, mijn zoon en ik.»

HUMO Leest hij je boeken?

Jacobson «Geen idee. Echt: geen idee.

»Mijn zoon heeft intussen zelf een dochter – ik ben dus grootvader. En blijkbaar schept zij op school graag op over wat voor bekende auteur haar opa wel is. Vraagt de leerkracht haar naar haar favoriete schrijver, dan antwoordt ze: ‘Mijn opa!’ Waarop die leerkracht haar er subtiel op wijst dat dat weinig geloofwaardig is, want dat 8-jarigen doorgaans nog niet matuur genoeg zijn voor een roman van Howard Jacobson (lacht).

»Weet je, ik geloof dat er mannen zijn die van nature vaders zijn, en mannen die van nature zonen zijn. Ik ben een zoon. En hoewel mijn vader dood is, ben ik daar nog altijd niet klaar mee. Als ik gewacht zou hebben met kinderen tot dat uit de weg geruimd was, zou ik nooit een kind gehad hebben. Want ik blijf snakken naar de goedkeuring en appreciatie van mijn vader. Dat is belachelijk, want die goedkeuring en appreciatie wás er altijd – op een heel gulle manier, zelfs.»


Twitter en Troje

HUMO Tussen ‘De Finklerkwestie’ en ‘J’ schreef je ‘Het uur van de dieren’, een roman waar enig cultuurpessimisme uit opwolkte. Voel je je niet comfortabel in deze moderne tijden van Facebook en Twitter?

Jacobson (beslist) «Neen. Neen. Helemaal niet. En ik word héél boos als ik daarom een grumpy old man word genoemd. Er hoeft heus niet meewarig gedaan te worden over oudere mensen die de sociale media bewust aan zich laten voorbijgaan. Er wordt altijd geklaagd wanneer er iets nieuws opkomt, ja, maar soms hebben de klagers ook gewoon gelijk. Ik hou geen krampachtige, conservatieve protestmodus aan. Nee, ik zit met veel gratie niet op Twitter, ik koester met veel klasse een lacherig dedain tegenover de jonge mensen die wel helemaal in die wereld verdwijnen. Want wat doen ze met die dingen? Niets. Hoe gebruiken ze hun macht? Niet. Ze doen er absolutely bloody nothing mee.»

HUMO Maar wat stoort je precies?

Jacobson «De sociale media zijn verantwoordelijk voor een hoop ellende. Voor een grove versimpeling: like of dislike, duimpje omhoog of duimpje naar beneden, eens of oneens. Ik heb een column in The Guardian, en op de website kan je aanduiden of je het eens dan wel oneens bent met wat ik schrijf. Maar ik wil helemaal niet dat mensen het eens of oneens met me zijn! Je kan het toch niet eens of oneens zijn met een mooie bloem. Kan je het eens zijn met een schilderij? Met een roman? Onder druk van de sociale media zijn we gaan geloven dat elke kunstuiting een statement is. De complexe natuur van kunst – met ironie, subtiliteit, ambiguïteit – wordt genegeerd. Dat is wat we de afgelopen jaren zijn kwijtgespeeld: subtiliteit. Facebook en Twitter zijn plaatsen waar mensen vertellen wat ze geloven. Maar wat mensen geloven is meestal rubbish. Literatuur is een plaats waar mensen iets kunnen ontdekken dat interessanter is dan het voorgevormde meninkje dat in hun hoofd zit. Een goede lezer leert iets dat tegen hemzelf ingaat, durft ook discussiëren met zichzelf. De sociale media bevestigen je alleen in je schreeuwerige grote gelijk.

»Je hebt mensen die geloven dat we ons in een permanente staat van vooruitgang bevinden, en je hebt er die geloven dat we in een voortdurende staat van verval zijn. Beide hebben gelijk.»

HUMO En jij...

Jacobson «...behoort momenteel tot de tweede categorie. Ik heb er aardig wat schik in om als een Cassandra door de straten te hollen en de ondergang van Troje te voorspellen. Je moet niet denken dat een onheilsprofeet per definitie een gekwelde, armzalige patheticus is. Nee, verdorie, ik vind het geweldig amusant om overal de ondergang te verkondigen! Ik geloof dat Cassandra er indertijd ook zo over dacht. Dat ze thuiskwam en zei: ‘Goeie dag gehad op de straat vandaag. Veel mensen gewaarschuwd, veel mensen bang gemaakt. En dan nu een lekker flesje wijn!’ Ja, laat mij maar dat soort energieke profeet zijn.»

HUMO Je bent 73.

Jacobson «En dat vind ik absoluut niet leuk. Ik ben gruwelijk bang voor de dood. Ik kan er simpelweg niet mee om. Het enige wat ik er tegenover kan stellen, is humor. Humor heeft véél met de dood te maken. Het gebeurt regelmatig dat iemand me vraagt waarom Joodse grappen altijd zo hilarisch zijn. Het antwoord is simpel: omdat ze zo vol dood zitten. De beste grappen vertrekken niet vanuit de premisse dat het leven een hoop lol is. In de écht goeie grappen zit bloed en dood.

»Ik wacht op de maturiteit van de personages van Shakespeare, die rustig en bezonnen klaar zijn voor de dood. Ik hoop dat het me ooit nog lukt, want ik wil niet op mijn sterfbed pathetisch ‘Nee, néé!’ liggen gillen. Maar voorlopig heb ik nog te veel appetijt: ik wil vandaag leven, en morgen weer, en overmorgen wéér.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234