Hugo Matthysen reageert op Maarten Boudry: 'Ik geloof in Sinterklaas, mijn excuses daarvoor'

Vorige week verscheen in De Morgen een opiniestuk van wetenschapsfilosoof Maarten Boudry met als titel ‘We springen te lichtzinnig om met de georganiseerde leugen van Sinterklaas’. Hugo Matthysen, die trouwe Humo-hond, probeert voorzichtig een antwoord te formuleren op die aantijging.

'Bestaat de schoonheid? Of is dat slechts een raar neuronensalvo in het hoofd van Peter De Roover?'

Even vooraf: ik heb zelf in een ver verleden wijsbegeerte gestudeerd, met enig succes. Weliswaar bij de tsjeven, een ware Gentse kritische blik heb ik dus nooit gehad, zoals zal blijken. Ik kreeg niet alleen een diploma, maar tevens het nederige inzicht dat ik het beroepshalve misschien beter ergens anders kon gaan zoeken. Met andere woorden: sindsdien heb ik diep respect, zoniet ontzag, voor professionele filosofen.

De kern van Boudry’s betoog is: sommige kinderen lopen stevige psychische schade op als ze tot het besef komen dat de Sint misschien niet helemaal bestaat. Ze zijn op de smerigste manier belogen. Wat zeg ik (enfin, wat zegt Boudry): georganiseerd belogen! Begin dan maar eens aan een zinvol, kritisch leven! Want zo’n gekwetst kind wantrouwt voortaan de wereld van de volwassenen, en het zal de realiteit ontvluchten door middel van drank, drugs, seksverslaving, gokken, joyriden en West-Vaamse hiphop. En wie is daar dan uiteindelijk verantwoordelijk voor? Ha, ja!

Er is een denkfout die ik níét zal maken, en dat is het herleiden van de denker tot zijn biografie. Nochtans geeft Boudry daar een mooie voorzet. Hij schrijft dat hij eerder laat dan vroeg tot het inzicht kwam dat die hele Sinterklaas niet klopte. Moeten we veronderstellen dat Boudry al 13 was toen hij de kille waarheid ontdekte? Dat hij jarenlang vanwege zijn geloof werd uitgelachen door zijn vriendjes? Hé, brillenkas, gij gelooft nog in de Sint of wa?! Nee, daar zullen we ons niet mee bezighouden. En ja, het is plausibel dat hij toen woedend (en in onze verbeelding door een schoorsteen) heeft geroepen: ‘Rot op, onbestaande smeerlap! Ik zal mij wreken! Later word ik wetenschapsfilosoof en zal ik de ene na de andere dubieuze onertuiging omverblazen met het dynamiet van de rede, hahaha!’ Nee dus. Psychologiseren is flauw en gemakkelijk. Daar doen we niet aan mee.

Zelf dacht ik altijd: op een leeftijd die men vroeger de jaren des onderscheids noemde, komt een kind tot nieuwe inzichten. Het krijgt vanaf dan een nieuwe plaats in het Sinterklaasgebeuren: het wordt zélf een beetje Sinterklaas, het mag de traditie mee gestalte geven. Het voelt zich, na de aanvankelijke schok, plots wat groter, er is sprake van een overgangsritueel. En later mag het misschien, als het eerst flink filosofie studeert of zo, af en toe wat dingetjes schrijven omtrent de heilige man. Maar dat is dus een grove misvatting.

Boudry haalt een boekje aan uit 1988, ‘De shock van Sinterklaas’. De centrale stelling is: als je te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat, kun je daarna nog in God geloven? Dat is een betonnen argument.

Nee, we mogen onze kinderen niet voorliegen. Je moet een kleutertje niet wijsmaken dat het mooi kan zingen, zo zul je het later een bittere ontgoocheling bij de audities van ‘The Voice’ besparen. Wil je 8-jarige ruimtevaarder worden? Wees dan eerlijk en maak hem duidelijk dat hij daar het IQ voor ontbeert. Want ruimtevaarders zijn allemaal topwetenschappers, hoor, Noahtje! En voeg er desgevallend aan toe: ‘Dat wil dan door het eindeloze heelal gaan zwerven, maar dat plast nog van schrik in bed als er geen nachtlampje brandt. Tsss!’ Is je kleintje verzot op K3? Dat mag zeker. Maar maak het kind ook duidelijk dat die meisjes hun liedjes niet zelf schrijven. Daar hebben ze het talent niet voor. En voeg er in de gauwte nog aan toe dat de knuffelbeesten waar je kind zich zo veilig bij voelt onbezielde stukken textiel zijn, gemaakt in Bangladesh, met alle gevolgen van dien.

Dan is er nog één dingetje dat we, systematisch als we zijn, moeten behandelen. Het hele betoog van Boudry valt natuurlijk aan diggelen als Sinterklaas wél bestaat. Hoe weten we of iets of iemand bestaat? Bestaat de liefde, of is dat een darwinistisch leugentje om voortplantingswil? En de schoonheid, is dat meer dan een raar neuronensalvo in het hoofd van de kunstkenner Peter De Roover? Bestaat Clement Peerens? Nee, zult u zeggen, dat is een fictieve figuur. Ho, maar! Een pientere scheefdenker merkt op: ‘Je kunt nog tickets kopen voor zijn nakende concerten in Trix en de Muziekodroom, de rest is uitverkocht.’ Als fictieve figuren niet bestaan, hoe kun je er dan tickets voor kopen? Bestaat Maarten Boudry? Ik neem aan van wél, maar moeten we ons niet een beetje wapenen voor de dag waarop blijkt dat zijn ontologisch statuut toch iets ingewikkelder ligt? Want hoe gaan we die klap dan verwerken?

U zult begrijpen dat het in mijn hoofd begint te duizelen bij al die vreemde perspectieven. Een solide conclusie mag u van mij dan ook niet verwachten. Ik dacht dat het geen kwaad kon, dat kinderen weten dat er een oude man is die belangeloos van hen houdt. Dat die man het fijn vindt dat kinderen tekeningen maken, liedjes zingen en samen spelen. Dat de stoombootvaarder er de nadruk op legt dat het eenvoudigste speelgoed vaak het fijnste is. En dat die ouwe graag op de daken vertoeft, omdat hij die beschouwt als de brug tussen de wereld van de slapenden en het heelal met zijn raadsels die we nooit zullen doorgronden. Ik geloof in die man, ik vind hem namelijk zinvol, mijn excuses daarvoor. Omdat ik nooit van dat geloof ben afgevallen, ben ik ook nooit mijn geloof in de mensheid kwijtgeraakt.

Misschien hadden we nog een andere figuur moeten verzinnen, die kinderen als de jonge Maarten kon troosten toen bleek dat de Sint... Och, het is maar een gedachte. En ik ben wel opgeleid om fatsoenlijk na te denken, maar intussen is het al lang niet meer dan een sukkelachtige hobby. En tot slot wil ik Maarten Boudry uitnodigen op de volgende intrede van de Sint. Niet om naar de blije kindertjes te kijken, want och, die idiootjes weten nog van niks, maar om na te gaan of er in de blik van die ouders iets te lezen valt als wrok, frustratie, woede of andere restanten van uit elkaar gespatte kinderdromen.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234