null Beeld

'Huilen met een kogelvrij vest aan' Dwarskijker over 'Wetenschap redt de wereld'

Ik hoop dat ik het merkwaardig droge geratel van een AK-47, als het zover is, kan onderscheiden van de uitbundig knallende resem rotjes waarmee ik als rekel weleens iemand uit z'n gewone doen heb gehaald.

'De tijd dat je aan presentatoren van wetenschappelijke tv-programma's kon zíén dat ze net iets te lang hadden doorgeleerd, is voorbij – je kunt het zelfs niet meer aan wetenschappers merken'


Wetenschap redt de wereld

Canvas – 23 november

Als de veiligheidsdiensten me op het hart drukken waakzaam te zijn, dan is dat aan geen dovemansoren gezegd. Om te weten hoe de populaire kalasjnikov precies klinkt, googelde ik ‘sound of an AK-47’, waarna ik op YouTube, het uitdijende geheugen van de dolgedraaide wereld, aan mijn gerief kwam. Ik hoop dat ik dat merkwaardig droge geratel, als het zover is, kan onderscheiden van de uitbundig knallende resem rotjes waarmee ik als rekel weleens iemand uit z’n gewone doen heb gehaald in mijn dagen van onschuld: ik herinner me in het bijzonder een grijsaard die zijn hoogbejaarde, veeleer bedlegerige teckel uitliet, of in ieder geval teder achter zich aansleepte. Hoe kon ik weten dat die man het aan zijn hart had? Na die reeks galmende knallen bleek zijn hondje aanzienlijk normaler te kunnen trippelen dan voorheen. Mirakel! Een geluk met een ongeluk! Vooral in deze tijd mag er al eens gelachen worden, want anders is het hele dagen huilen met een kogelvrij vest aan, ook in de weekends, en op zon- en feestdagen.

Laatst lachte ik dan weer minder toen ik me op een parterreplaats in de stadsschouwburg van een niet nader genoemde provinciehoofdplaats bevond. Terwijl ‘Geboeid/Prometheus’ van Bloet en De Roovers zich voltrok, had ik op gezette tijden last van een dwangvoorstelling waarbij een hoge vuurzee voor mijn geestesoog de theaterzaal in bulderde. Telkens weer waren er gedurende anderhalve seconde geen andere overlevenden dan ik, wat ik één seconde erg betreurde.

Na afloop zat ik met een oude vriendin, een actrice en tijdgenote, in de bar. De stemming was niet optimaal, want in de tang van de tijdgeest en onder het genot van een glaasje zagen wij de toekomst ineens wel heel erg somber in die avond. Terreur, de oeverloze vluchtelingenstroom, godsdienstwaanzin, rechts dat z’n kans schoon ziet om naar nog rechtser te rukken, het besluiteloze Europa, Poetin de potentieel Verschrikkelijke, malle Erdogan van wie ik geen tweedehands waterpijp zou kopen, laat staan dat ik ooit in de goede bedoelingen van dat dubbelhartige personage zou geloven. Het paradijs op aarde, dat mijn oude vriendin en ik als children of the revolution (O, T.Rex!) in onze jeugd bepaald scherp voor ogen hadden, was wel heel erg zoek. To be or not to be: we konden ons ineens levendig voorstellen dat je in sommige omstandigheden maar beter hartstikke dood kunt zijn – een kalifaat moesten Gods uitverkoren dwazen ons niet opleggen – waarna zich nóg een glaasje aan ons opdrong, om het vooral niet af te leren. Uiteindelijk leefden we stug door, en weldra hing ik als vanouds het vrolijke pessimisme aan, een overlevingstactiek als een andere. Uiteraard miste ik de laatste tram, tien over middernacht, wat voor een vrolijke pessimist als ik overigens in de lijn van de verwachtingen lag.

Over het fameuze levenseinde gesproken: enkele dagen later vernam ik uit de eerste aflevering van ‘Wetenschap redt de wereld’ dat de dood nog steeds een probleem is voor de meeste levenden, maar daar zou beetje bij beetje, en misschien wel sneller dan een leek zich kan indenken, verandering in kunnen komen. ’t Is te zeggen: ze zou op zo goed als algemene aanvraag kunnen worden uitgesteld. Ik laat de gemiddelde Syrië-vaarder in dezen graag buiten beschouwing. Ik zou zelfs willen dat hij niet bestond.

Afgaand op zijn uiterlijk zou Jeroen Buyse, de presentator van ‘Wetenschap redt de wereld’, evengoed in een gespecialiseerd tv-programma quads kunnen uittesten op bultig terrein in de Sierra Nevada; hij zou zich volgens mij ook dienstig kunnen maken in een reclamefilmpje voor aftershavelotion of spierzalf. De tijd dat je aan presentatoren van wetenschappelijke tv-programma’s kon zíén dat ze net iets te lang hadden doorgeleerd, is voorbij – je kunt het zelfs niet meer aan wetenschappers merken. Waar zijn ze heen, die zwaar brillende, professorale types die, gestoken in een niet geheel onbevlekte laboratoriumjas, weleens steels aan een erlenmeyer nipten en vervolgens, als in trance, met knerpend krijt een wildgroei van formules op een schoolbord begonnen te schrijven? Mogelijk hebben ze alleen maar in mijn verbeelding bestaan. Soms zou ik zelf ook alleen maar in mijn verbeelding willen bestaan.

We kregen in dit programma Aubrey de Grey te zien, een gerontoloog die eruitzag als een pope van de Russisch-othodoxe kerk. Met dat beate en ook wel serene voorkomen voorspelde hij dat ouderdom en het verouderingsproces in de niet eens zo verre toekomst niet meer zouden zijn wat ze ooit waren geweest. Professor Bart Braeckman en de bijbehorende onderzoekers waren erin geslaagd een rondworm zeven keer langer te doen leven dan normaal, door in te grijpen in het DNA van dat nauwelijks met het blote oog zichtbare aaltje.

Catherine Verfaillie, een autoriteit op het gebied van stamcelonderzoek, zei dat de wetenschap nu al celveroudering kan tegengaan. ‘Theoretisch kunnen we weefsel maken van alle organen,’ zei ze ook nog, en zieke cellen omprogrammeren tot gezonde cellen zou op de duur niet te veel gevraagd zijn. Er bestaan ook al 3D-printers die orgaanweefsel kunnen printen – ‘Hoe wonderlijk!’ roept een onverbeterlijke alfa als ik meteen uit. ‘Het stamcelonderzoek gaat ongelofelijk snel vooruit,’ voegde Catherine Verfaillie daar aan toe. En dan te bedenken dat er ook mensen bestaan die de AK-47 al een hoogtepunt van het menselijke vernuft vinden, terwijl ze niet eens kunnen uitleggen hoe dat apparaat precies werkt, misschien wel omdat ze meer mannen van de praktijk dan van de theorie zijn, want die laten ze liever aan God over. Dit programma begon veelzeggend met een gedachte van Max Planck, die in 1918 voor zijn ontwikkeling van de kwantumtheorie de Nobelprijs voor Natuurkunde kreeg: ‘We zijn deel van het mysterie dat we proberen te ontraadselen.’

Als eenvoudig, wellicht verwaarloosbaar deel van het mysterie, een warhoofd met een hang naar taal en letteren, leerde ik in dit programma iets over nanobots, over osseointegratie, over bionische vervangstukken en heilzame reorganisaties van DNA-strengen. Ik probeerde aan te nemen dat het lichaam van de mens ooit – en ooit ligt minder ver in het verschiet dan ooit tevoren – voor 60 tot 70 procent uit vervangstukken zal kunnen bestaan. Volgens de huidige stand van de wetenschap zou de mens, ondanks alle levensverlengende ingrepen, maximaal 120 jaar kunnen worden. De problemen die zo’n aanmerkelijk verlengde levensduur meebrengt, bleven in dit programma onbesproken, en ook de ethische, filosofische en ecologische benadering van de langlevende bevolking bleef uit. Aan het einde van dit programma vernamen we dat analoge mensen misschien in digitale vertaling eeuwig zouden kunnen voortbestaan, ooit. Toen pas klonk de vraag: ‘Willen we dat wel?’ De vraag ‘Willen we wel 120 worden?’ heb ik eerder in dit programma dan weer niet gehoord. Om over zulke kwesties te discussiëren, werden we naar een forum op het internet doorverwezen. Ik ging er niet heen, want tv-programma’s moeten zo autonoom mogelijk zijn en ondanks het allesoverheersende internet op zichzelf kunnen bestaan in mijn visie op een betere wereld.

Wetenschappelijke televisieprogramma’s waren vroeger vaak saaie colleges waarbij ik meteen van studierichting wilde veranderen. In ‘Wetenschap redt de wereld’ zit vaart, het programma oogt eigentijds en lijkt drempelverlagend, maar toch dacht ik aldoor dat ik in mijn eigen tempo beter iets zou lezen over de onderwerpen die erin aan bod kwamen. Al was het maar om vast te stellen dat ik er wellicht nooit het fijne van zal begrijpen. Onverbeterlijke alfa. En blij toe.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234