'Huizenjagers' op VIER: 'Aan wanhoop grenzend optimisme'

‘Het zijn net mensen’ is de gedachte die vaak terugkeert terwijl je zit te gapen naar de makelaars in ‘Huizenjagers’. Alsof je geconfronteerd wordt met een hond die voor de gein geleerd heeft om op zijn achterste poten te dansen. Het optimisme dat ze tijdens hun werkzaamheden aan dag leggen, en dat hen in staat stelt straal naast een vochtplek of de occasionele voorbijrazende trein in de achtertuin te kijken, is niet minder dan verblindend. Soms meen je er zelfs een lichte wanhoop in te herkennen. Of in elk geval iets wat goed pakt op beeld.

Het zou te ver gaan om te veronderstellen dat het kransje dat nu al vijf seizoenen in de eerste plaats met zichzelf te koop loopt in ‘Huizenjagers’ een staalkaart is van de gemiddelde Vlaamse huizenboer, maar dan rest de vraag of de makers van ‘Huizenjagers’ dan een voorkeur hebben voor zulke lui, of dat zulke types, wellicht met een gezwind aandikkende klandizie in het achterhoofd, zich gewoon vaker inschrijven. Het ene sluit het andere natuurlijk niet uit: afgaand op ‘Huizenjagers’ behoort een bijna suïcidale dosis zelfoverschatting tot het basispakket van de rechtgeaarde makelaar. Je wordt er óf stuntman mee, óf je begint iets in vastgoed.

Om maar te zeggen dat ook in het nieuwe seizoen van ‘Huizenjagers’ niet de gepresenteerde halfopen tot open bebouwingen centraal staan, maar de lui die ze proberen te slijten. Er hangt, zoals zo vaak, ook een wedstrijdje aan vast, maar zoals bijna even vaak is die competitievorm meer middel dan doel: de camera’s staan immers niet aan de meet, maar langs de piste, waar elke collegiale elleboogstoot tussen de ribben zo treffend mogelijk in beeld wordt gebracht.

‘Huizenjagers’ moet het dus hebben van de vogels die erin rondparaderen, en in de eerste week van dat nieuwe seizoen, dat zich afspeelde rond Hasselt, kwam de hoofdvogel aangevlogen in de pluimage van ene ­Walter: één van eerste erkende makelaars te lande, pochte hij, wat geleid had tot een gotspe die in die beroepsgroep vast vakmanschap verbeeldt. Walter speelde het spelletje van ‘Huizenjagers’ voortreffelijk: hij liet geen gelegenheid onbenut om z’n tegenstanders alle gebreken van de door hen opgeduikelde panden aan te wijzen, en te concluderen dat hun verkoopprijzen te exuberant voor woorden waren.

Niettemin lieten zijn twee vrouwelijke tegenstanders, die nochtans, zoals het programma voorschrijft, te allen tijde naast hem in een monovolume geprangd zaten, zich verrassend mild uit over hun pionierende collega. Zulke mildheid, vooral dan in afwezigheid van het gespreksonderwerp, is een zeldzaamheidje in ‘Huizenjagers’, maar daaruit afleiden dat er met het nieuwe seizoen ook een verandering van toon zat aan te komen, was voorbarig. Misschien ging het gewoon om mededogen.

Gezien de vakgroep waarrond het draait, wordt er in ‘Huizenjagers’ natuurlijk ook weleens een blik geworpen in een te koop staand huis, dat overigens meestal volledig bemeubeld in beeld komt, alsof het inwonende gezin gewoon even buiten staat te wachten. In één pand liep de kat zelfs nog rond. Op het vlak van vastgoed was de eerste aflevering al meteen de memorabelste: het betrof een grand-cru-editie, waarin het wandelende diminutief ­Patje ­Krimson en z’n gemalin ­Loredana op zoek bleken naar een nieuw dak boven hun hoofd. Het stel zocht een luxueuze loft, maar eiste tevens dat er om die te bereiken geen trappen te bewandelen mochten zijn, wat je deed vermoeden dat het immer kamerbreed grijnzende Patje tersluiks de draak stak met ‘Huizenjagers’. Zou Pat Krimson stiekem over een absurd gevoel voor humor beschikken? Dat Patje.

Hoewel er patserige woonsten op overschot bleken in het Limburgse, wat overigens niet tot een conclusie hoeft te leiden, vond geen van de drie makelaars een gelijkvloerse loft, waardoor je aan het eind, of toch als je gespeend was van makelaarsoptimisme, van een nuloperatie kon gewagen. Je ziet er wel meer voorbijkomen in ‘Huizenjagers’: op dat vlak, net als vrijwel alle andere, belooft het nieuwe seizoen dus geen noemenswaardige koerswijziging. ‘Huizenjagers’ blijft vooral wat het al was: een niet onvermakelijke karakterstudie van de homo immobilis en zijn prooi, zolang je er maar niet élke week voor gaat zitten. Wie zich interesseert voor huizen heeft er soms ook iets aan. (tr)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234