null Beeld

Humo en Radio Gaga bezoeken het rouwkamp van Missing You, waar kinderen leren omgaan met de dood en verlies

Op het eerste gezicht is het zomerkamp van Missing You er eentje zoals elk ander: als we aankomen op het terrein van Domein Roosendael, worden we bijna omvergevoetbald door een uitgelaten meute jongens. Na vijf kampdagen ruikt niemand nog lentefris en moet er dringend een luizenplaag worden bestreden. Maar krab het laagje modder en ketchupvlekken weg, en je komt aan de dieperliggende reden waarom veertig kinderen en jongeren hier deze week zijn: ze hebben allemaal iemand verloren. Op dit kamp is rouwen even belangrijk als zakdoekje leggen.

'Soms zie ik dat de kastdeur is blijven openstaan en dan weet ik: de kinderen zijn weer gaan ruiken aan de kleren van hun papa'


Meer info op www.missingyou.be. Met vragen over zelfdoding kunt u terecht bij Tele-Onthaal, op het nummer 106.

De vrijwilligersorganisatie Missing You werd in 2000 opgericht door een groep ouders van overleden kinderen, omdat ze steun zochten voor hun rouwende kroost. Ze organiseren ontmoetingsdagen en praatgroepen, maar één keer per jaar gaan ze ook op kamp. Bij Hans De Wachter, lid van de vzw, kwam het idee voor een rouwkamp twee jaar geleden opborrelen, tijdens een ‘Telefacts’-reportage over Camp Erin, een Amerikaans grief camp voor kinderen.

Hans De Wachter «Elk kind moest zich op het podium komen voorstellen met een grote foto van wie ze hadden verloren. En maar huilen en huilen. Dat soort Amerikaanse toestanden hoeven hier niet, maar de combinatie van rouwen en vakantie sprak me wel aan: het aangename aan het minder aangename koppelen. De kinderen vieren hier echt vakantie, en in die ontspannen sfeer gaan ze met hun rouw aan de slag.

»Ik vergelijk rouwen met roeien: je hebt twee riemen en die moet je allebei gebruiken, anders draai je in cirkels. Bij rouwen zijn de twee riemen verlies en herstel. Hier op kamp gebeurt dat herstel in de namiddag, wanneer de vzw Koning Kevin spelletjes met de kinderen speelt. Tijdens de voormiddagen zijn er activiteiten rond verdriet en verlies.»

Iedereen heeft z’n eigen manier van rouwen. Bij de jongste groep – tussen 6 en 11 jaar – pakken ze het speels aan, terwijl het bij de tieners soms oppassen is voor de groepsdynamiek: pubers hebben de neiging elkaar mee te trekken in hun verdriet en zo alles te versterken. Het is lastig rouwen als de hormonen door je lijf gieren.

De Wachter «Af en toe merken we dat een jongere zich terugtrekt uit de groep. Dan gaan ze onder hun favoriete boom in het bos zitten schrijven of tekenen. Gisteren nog zag ik een meisje dat het moeilijk had het bos in trekken. Opeens hoorden we een soort oerkreet uit het bos komen. Kennelijk moest die er even uit.»

undefined


VERDWIJNTRUC

‘Het is fijn om een paar dagen weg te zijn van de wereld,’ zegt Nicky. ‘Om gewoon even met Brecht bezig te zijn.’ Nicky (19) is hier samen met haar jongere zus Tine en broertje Tom. Haar broer Brecht stapte drieënhalf jaar geleden voor een voorbijrazende trein.

Nicky «Af en toe heb ik het hier wel zwaar. Er komen veel emoties los, maar het doet deugd die eruit te laten. Het doet nog altijd evenveel pijn dat Brecht er niet meer is.»

Nicky is één van de oudsten op het rouwkamp van Missing You. Ze doet ons haar verhaal samen met haar mama Christy.

Christy «Bij mij doet het nu méér pijn dan in het begin. Eerst ben ik op overlevingsmodus overgeschakeld. Pas daarna kwamen mijn gevoelens terug. Dat gebeurde heel plots, vorig jaar in juli. Toen besefte ik: ‘Ik wil verder zonder Brecht.’ Dat gevoel had ik voordien totaal niet, maar nu wil ik weer leven en ook mijn andere kinderen zoveel mogelijk een normaal leven geven. Want sinds het moment dat er plots een agent voor onze deur stond, was ons leven eigenlijk gestopt.»

Nicky «Brecht was net geen 15 toen hij stierf, ik bijna 16. Van de ene op de andere dag waren we hem kwijt. Mijn eerste reactie was ongeloof: ‘Het kan niet. Ze hebben zich vergist. Het is Brecht niet.’»

Christy «Ik zie de agent van slachtofferbejegening nog aan onze tafel zitten. Ik blééf maar vragen of het wel Brecht was die ze langs de sporen hadden gevonden. Toen haalde hij iets uit zijn zak en hij schoof het over de tafel naar mij toe: de portefeuille van Brecht. En nóg kon ik het niet geloven: ‘Hoe kom jij aan die portefeuille?’ Het is alsof je een muur optrekt tussen jezelf en de feiten.»

undefined

null Beeld

Nicky «Brecht is hier ’s ochtends vertrokken, maar in plaats van naar school te rijden, is hij naar de spoorweg gefietst. Het valt niet te snappen. Hij was mijn vrolijke, gekke broer.»

Christy «Hij had nog zitten vertellen wat een drukke week het zou worden – op school stond er een Valentijnsactiviteit gepland – en dat hij het volgende jaar naar de leiding van de Chiro zou overstappen. Hij zat vol toekomstplannen. En dan plots zoiets.

»Het moet een momentopname zijn geweest. Ik heb een tijdje gedacht dat hij een sms moet hebben gekregen vlak voor hij hier vertrok en dat die hem naar de spoorweg heeft gedreven. Maar toen ze zijn gsm terugvonden, stond er niks verontrustends op. Ook zijn computer hebben ze onderzocht: niets.»

HUMO Op school had Brecht last van pesters.

Christy «In de lagere school is hij erg gepest – boekentas in de vuilnisbak en dat soort dingen – maar het ging intussen beter. Zijn pester was zelfs zijn beste vriend geworden. Maar een tiental dagen voor het is gebeurd, had hij plots weer nachtmerries. We voelden dat er opnieuw iets aan de hand was. Niet lang voor zijn dood heeft hij voor het eerst in zijn leven ook gevochten met een jongen, omdat die hem niet op de bus wou laten stappen. Daarna voelde hij zich sterk. Hij had zelfs schouderklopjes gekregen: eindelijk had iemand het durven op te nemen tegen die gast. ‘Mama,’ zei hij, ‘ik laat me nooit meer vernederen.’ Ik had daar een goed gevoel bij – ‘Hij heeft zich herpakt’ – maar anderen denken dat hij daarmee al doelde op wat hij de week erna zou doen. We zullen het nooit weten.»

undefined

''Op een ochtend ben ik wakker geworden met het idee: 'Ik wil niet meer.' Wat er toen is gebeurd, weet ik niet meer'

HUMO Zijn jullie niet razend op zijn pesters?

Christy «Vanaf het eerste moment hebben we beslist niemand met de vinger te wijzen. Het heeft geen zin.»

Nicky «Ik ben er niet zeker van dat Brecht nog zo erg werd gepest, maar hij vond wel moeilijk aansluiting bij anderen. Hij liep vaak alleen op de speelplaats. Dan kwam hij bij mijn vrienden staan, maar ik stuurde hem weg: ‘Zoek je eigen vrienden.’

»Ik heb lang met een vreselijk schuldgevoel gezeten. Ik zag Brecht het vaakst van iedereen, omdat we samen op school zaten. Had ik iets moeten merken? Kennelijk trok hij het zich allemaal veel meer aan dan ik dacht. Hij was heel gevoelig.»

Christy «Maar hij toonde zelden hoe hij zich voelde. Hij was altijd aan het lachen en grappen aan het uithalen. Goocheltrucs, daar was hij heel goed in. Van zijn laatste verdwijntruc zijn we nog altijd niet bekomen.»

Nicky «Had ik het als zus moeten zien aankomen? Ben ik tekortgeschoten?»

Christy (sussend) «Neenee. Je was wél een goede zus. Plus: je zat zelf ook in je puberteit.»

Nicky «De eerste twee jaar had ik vooral het gevoel dat ik niet mocht tekortschieten voor Tine en Tom. Niet nóg een keer. Ik heb mijn gevoelens twee jaar lang opgekropt. Toen is het er plots allemaal uitgekomen. De feestdagen waren net achter de rug – voor de tweede keer zonder Brecht – en ik voelde me zo slecht. Op een ochtend ben ik wakker geworden met het idee: ‘Ik wil niet meer.’ Ik ben naar dezelfde plek gegaan als Brecht. Wat daar is gebeurd, weet ik niet. Was ik echt van plan om te springen? Toen ze me vonden, moeten er al verschillende treinen voorbijgereden zijn.

»Toen ik thuiskwam, vroeg mijn mama of ik naar het ziekenhuis wilde. ‘Ja,’ heb ik geantwoord. Ik ben een paar maanden in de psychiatrie gebleven. Het heeft veel tijd en gesprekken gekost, maar uiteindelijk ben ik daar wel tot inzicht gekomen: ik had er niets aan kunnen veranderen.»

undefined

null Beeld

Christy «De eerste dagen in de psychiatrie was ze vooral kwaad op Brecht: ‘Hij heeft het gedurfd en ik niet.’ Brecht wás een durver. Dat heeft zeker in ons nadeel gespeeld.»

Nicky «Ik ben blij dat ik het niet heb gedaan. Nog een keer een kind kwijt, dat hadden mijn ouders niet overleefd.»

Christy «Dat zeg ik de kinderen vaak: ‘Als ik er nog eentje verlies, dan kom ik jullie achterna.’ Maar ik neem Nicky niks kwalijk: ik heb ook een zelfmoordpoging achter de rug. Ik zat zo diep dat ik, in plaats van één slaappil te nemen, ben blijven slikken. Ik deed mijn ogen open en de hele kamer zag groen. Ik heb in paniek mijn man geroepen. Toen ze me met de ambulance wegbrachten, zei ik: ‘Het is oké, ik wil gewoon eventjes bij Brecht zijn.’ Maar dat gaat niet, hè. In het ziekenhuis heb ik de klik gemaakt: ik moet blijven gaan voor mijn kinderen. Zij houden mij in leven.»

undefined


GEEN RIJLESSEN

Nicky «Iemand van Slachtofferhulp vertelde ons over het rouwkamp van Missing You. Vorig jaar, toen het voor de eerste keer werd georganiseerd, waren we er al bij.»

Christy «De kinderen wisten niet precies wat het inhield, zo’n rouwkamp, maar ze wilden er alle drie per se naartoe. Elke voormiddag even met Brechtje bezig zijn, dat zagen ze wel zitten.»

Nicky «Omdat ik mijn verdriet twee jaar lang heb opgekropt, ben ik soms bang dat mijn vrienden raar zouden reageren als ik er nu over zou beginnen. Ik gooi de zelfmoord van mijn broer zelden op tafel.»

HUMO Hoe is het voor jou om op te groeien naast een overleden broer? Het kan niet anders dan dat zo’n gebeurtenis een schaduw op je jeugd werpt.

Nicky «Ik ben snel volwassen moeten worden. Als ik vrienden zie ruziemaken met hun broer of zus, denk ik: ‘Maak het maar snel weer goed, het kan zo gedaan zijn.’ En mensen die klagen over pietluttigheden, daar heb ik ook geen geduld meer voor.»

'Hans De Wachter van de vzw Missing You: 'De kinderen vieren hier echt vakantie, en in die ontspannen sfeer gaan ze met hun rouw aan de slag''

Christy «Onlangs begon een mama tegen me te klagen over de rijlessen van haar zoon: ‘Een ramp!’ ‘Wees blij,’ dacht ik, ‘jij kan je zoon tenminste nog rijles geven.’

»We hebben net een moeilijke periode achter de rug: Brecht zou dit jaar 18 zijn geworden. Al die dingen – zijn rijbewijs halen, afstuderen – had hij moeten meemaken. Hij zou dit jaar ook voor het eerst als leider zijn meegegaan op Chirokamp. Als ik zijn vroegere kameraden zie staan, dan komt het heel hard binnen.»

Nicky «Omdat ik na Brechts dood een jaartje heb verloren op school, stond ik dit jaar op de proclamatie waar hij ook had moeten staan, tussen zijn oude klasgenoten. Ik had het gevoel dat het zijn dag had moeten zijn. Gelukkig kreeg ik veel steun: ‘Nee Nicky, jíj moet nu genieten.’

undefined

null Beeld

»In de praatgroep van Missing You heb ik geleerd dat rouwen een slingerbeweging is: het ene moment kijk je naar het verleden, het volgende naar de toekomst. Af en toe blijft je slinger wat haperen, maar dan komt er toch weer beweging in. Dat besef heeft me al enorm vooruitgeholpen. Ik merk dat ik steeds meer met de toekomst bezig ben: ik ga straks studeren, ben net monitrice geworden bij Kazou, heb mijn rijbewijs gehaald. En toch denk ik soms: ‘Ik ben bang om groot te worden zonder Brecht.’ Het voelt oneerlijk dat ik straks ga studeren en hij niet.

»Ik vraag me soms af of Brecht ons nog kan zien. Als hij zou zien hoeveel verdriet we nog altijd om hem hebben, dan ben ik er zeker van dat hij er spijt van heeft, dat hij terug wil.»

undefined


AFSCHEIDSVLOOT

Op zaterdagavond staat een afscheidsmoment gepland op het rouwkamp. Bedoeling is dat de kinderen en jongeren een afscheidsbrief of tekening voor de overledene maken, die dan met punaises op een plankje wordt gemonteerd. Met een theelichtje erin wordt het lampionnetje plechtig te water gelaten.

De Wachter «Als ze het plankje loslaten, laten ze ook de overledene een beetje los. Dat moment gaat altijd gepaard met grote emoties.»

Het knutselen verloopt gemoedelijk: onder een gigantische sprookjesboom zit iedereen te schrijven en te tekenen. Met de grootste zorg spelt Sam de letters P-A-P-A.

Samen met zijn tweelingbroer is de 6-jarige Ike hier één van de jongsten. Met zijn onstuitbare energie heeft hij zich opgewerkt tot de mascotte van het kamp. Hij vertelt honderduit, tegen iedereen en niemand in het bijzonder. Eerst hoe hij een uil wil tekenen op zijn brief, maar dan opeens hoe een auto zijn papa uit de bocht heeft geduwd. ‘Hij lag te huilen op straat. Toen is er nog een camion over hem gereden: be-doenk, be-doenk.’ Terwijl de volwassenen aan tafel nog zoeken naar een gepaste reactie – wat zégt een mens hierop? – loopt Ike alweer weg om te spelen.

undefined

null Beeld

Als iedereen is uitgeknutseld, installeert Hans zich aan de waterkant. Eén voor één komen de kinderen hun lampionnetje op het water zetten. In een mum van tijd dobbert er een afscheidsvloot op het water. Naarmate de vloot groeit, zwelt ook het snikken aan. Iedereen valt elkaar in de armen. Niemand houdt het droog. Ook Christel niet, de mama van zusjes Sam en Fien.

Christel «Ik weet perfect wat die kinderen nu voelen: ik heb op mijn 11de mijn papa verloren door een auto-ongeval. Het was 6 december en de tafel stond nog vol met cadeautjes. Ik was kwaad: op zo’n dag hoor je je vader niet af te geven.»

undefined


JANKEN OP HET TOILET

Christel «Toen mijn dochters twee jaar geleden hetzelfde overkwam – mijn man Guy is plots overleden aan een hartinfarct – wist ik waar de kinderen voor stonden. Ik herinnerde me hoe de mensen reageren: ze kunnen niet om met verlies. Wat nog altijd op mijn netvlies staat gebrand, is het beeld van papa’s vrienden die de straat overstaken, toen ze me zagen aankomen. Dat was zo pijnlijk. Als je iemand mist, heb je vooral nood aan alles wat je doet denken aan die persoon. Voor mij hoorden de vrienden van papa daarbij. Ik wilde ze knuffelen, maar zij konden daar niet mee om.

»Na de dood van mijn man zag ik hetzelfde gebeuren. Mensen mijden ons huis, omdat ze het zelf moeilijk hebben. Daar word ik heel ongelukkig en boos van. Maar nu houd ik vol: ik blijf ze uitnodigen, blijf ze vragen of ze niet eens langskomen om iets met de kinderen te doen. Bij sommigen lukt dat, bij anderen niet. Sommigen nemen nóg meer afstand. Ons verlies doet bij hen oud verdriet opwellen.»

HUMO Hoe ben jij het verlies van je papa te boven gekomen?

Christel «Het heeft lang geduurd. Héél lang. Ik weet nog hoe ik me na zijn dood had voorgenomen om nooit meer te lachen. En dat dééd ik ook. Op een keer ging ik slapen bij een vriendinnetje thuis, waar de ouders net een feestje hadden. Iedereen stond te dansen en ik amuseerde me rot, tot ik opeens besefte: ‘Oei, ik sta hier vrolijk te wezen, maar mijn papa is dood.’ Toen heb ik mezelf twee uur opgesloten op het toilet om te janken.

»Ik denk dat ik als kind depressief ben geweest, alleen wist ik het niet. Omdat mijn papa enig kind was, had ik het gevoel dat ik mijn grootouders moest troosten. Daardoor pakte ik mijn eigen verdriet niet aan. Niemand had me ooit geleerd wat een rouwproces was. Nu bestaan er allerlei hulpmiddelen – boeken, praatgroepen, dit kamp – maar toen had je niks.

»Ik wilde niet dat mijn dochters ook alle plezier uit hun leven zouden bannen. Na het overlijden van hun papa heb ik hun meteen gezegd: ‘Jullie moeten van de goeie dingen van het leven blijven genieten.’ Vorig jaar hebben we nog een knaller van een lentefeest gegeven. Het was een gigantisch tuinfeest voor honderd mensen, mét livemuziek. Guy zou hebben gezegd: ‘Christel, het is erover!’ Maar ik vond dat het moest (lacht).»

undefined


IJSKOUDE SOFA

HUMO Het moet voor een kind zo moeilijk zijn om te begrijpen wat dat is, doodgaan.

Christel «De nacht dat Guy stierf, stond ons huis in een mum van tijd vol: dokters, ambulanciers, politie, buren. Onze jongste dochter lag tussen ons in te slapen toen Guy zijn hartinfarct kreeg, maar ze werd pas wakker toen de dokter het reanimeren van me overnam en ik haar naar beneden droeg. Toen bleek dat Guy het niet had gehaald, zei de dokter dat ik het meteen aan de kinderen moest vertellen. Geen idee waarom hij daarop stond, maar ik heb het gedaan. Terwijl al die hulpverleners op een rijtje stonden toe te kijken, zei ik: ‘Papa is dood.’ Andere woorden had ik er niet voor. ‘De schreeuw’ van Munch, beter kan ik de reactie van de meisjes niet omschrijven: ze keken me aan met hun mond wijd open, maar geluid kwam er niet uit.

'Mama, dit kunnen we niet aan. We moeten een nieuwe man vinden die in papa zijn kleren past'

»Hoe leg je uit aan kinderen wat een hartinfarct is? Ik snapte het zelf amper. Tot aan de crematie zijn de meisjes blijven hopen dat er nog iets aan gedaan kon worden. Elke keer opnieuw moest ik hen teleurstellen: ‘Nee, papa komt echt niet terug.’ Toen heb ik het gruwelijkste gedaan wat ik in hun ogen had kunnen doen: ik heb Guy laten cremeren. Ze hebben me gesmeekt het niet te doen, maar Guy was duidelijk geweest: als er ooit iets met hem zou gebeuren, dan wilde hij worden gecremeerd en uitgestrooid onder de treurwilg in de tuin.

»De mensen zullen het misschien niet begrijpen, maar ik heb de hele afscheidsplechtigheid laten filmen. Nu vragen de meisjes er nog niet naar, maar ik weet uit eigen ervaring: ooit gaan ze zich afvragen hoe het allemaal is gegaan. Ik heb ook foto’s genomen van Guy, toen hij opgebaard lag. Die staan veilig op een USB-stick. Zelf heb ik mijn vader nooit meer gezien na zijn dood: ik mocht niet.»

HUMO Het klinkt cynisch, maar de meisjes hebben ook wel geluk dat hun mama hetzelfde heeft meegemaakt.

Christel «Mijn oudste dochter, Sam, reageerde heel vreemd op het overlijden van Guy. Ze was pas 8 toen het gebeurde. De dag na zijn overlijden stond ik met haar in onze slaapkamer. ‘Mama,’ zei ze, ‘dit kunnen we niet aan, we kunnen niet met z’n drieën leven.’ Ze trok de kleerkast van Guy open en zei: ‘We moeten gewoon een man zoeken die in die kleren past.’ Ze wilde meteen vervanging voor haar papa. Dat heeft ze lang volgehouden. En omdat ze de oudste is, volgde de jongste haar voorbeeld. Kwam er een man over de vloer, dan gingen ze achter zijn rug staan wijzen: ‘Kan deze niet onze nieuwe papa worden?’ Ik werd er gek van. Ik heb hen echt moeten duidelijk maken: ‘Ik kan dit niet.’

»Het is nu twintig maanden geleden, maar als er ook maar een man naar me kíjkt, dan kijk ik boos terug. Natuurlijk mis ik het, een aai door mijn haar, een schouderklopje. Tv-kijken op een leren sofa is ijskoud in je eentje. Als je rouwt, dan heb je niet alleen verdriet om de overledene, maar ook om jezelf: ‘Verdorie, dit stond niet in mijn toekomstplannen.’ Ooit zal er wel weer plaats zijn voor iemand, maar nu nog niet.»

undefined


ALTAAR OP DE PIANO

Christel «Nog vóór de afscheidsplechtigheid had een vriendin op eigen houtje al een afspraak voor me gemaakt om te gaan praten met een therapeut. Ik had een half jaar eerder mijn mama verloren, dus ze redeneerde: ‘Dit is te veel voor haar.’ Met de eerste therapeut klikte het niet, maar met de tweede ging het al iets beter. Ik had beslist om ook de meisjes mee te nemen, dus zaten we daar elke week drie uur. Tegen 60 euro per uur per persoon is dat financieel niet vol te houden.»

HUMO Hadden de meisjes er iets aan?

Christel «Jawel. Voor hen was dat een veilige plek, waar ze de dingen konden vertellen die ze aan mij niet kwijt konden. Dat is het moeilijke: ik zette mijn verdriet opzij voor de kinderen, maar zij staken ook hun verdriet weg voor mij, om me te sparen. Kinderen zijn zo empathisch. Sam en Fien wilden in het begin ook per se vermijden dat ik muziek van Guy zou horen – hij was muzikant – maar dat leek me geen goed idee. We konden maar beter meteen de confrontatie aangaan. Als we alles van Guy wegstopten, dan verdween hij helemaal.

»Ik heb het wel moeten inperken. Op den duur was zijn vleugelpiano uitgegroeid tot een soort altaar: zijn bril, zijn accordeon, tekeningen, foto’s – alles stond erop. Elke dag zaten we daar met onze neus op. Nu heb ik de piano leeggemaakt en de herinneringen in een glazen kast gezet. Guy is er nog, maar hij is minder prominent aanwezig.

»Ik heb het ook wel moeilijk om Guys spullen weg te doen. Bijna alles is er nog, van sokken tot drumstokken. De kinderen hebben dat ook nodig. Soms zie ik dat de kastdeur is blijven openstaan en dan weet ik dat ze weer aan zijn kleren zijn gaan ruiken. Ook zijn auto moest absoluut blijven. ‘Als we die wegdoen,’ zei Sam, ‘dan doen we een stukje papa weg.’

»De jongste voelde zich na een tijdje schuldig, omdat ze niet zoveel huilde als wij. Ik heb haar moeten uitleggen dat iedereen het op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo verwerkt. Ik denk dat ze bang is om haar rouwproces aan te gaan. Daarom is het kamp van Missing You ook zo geweldig: ze zijn hier alleen, zonder mij, en ze kunnen hun gevoelens de vrije loop laten. Hier hoeven ze zich niet in te houden.»

Christel «Toen Sam en Fien hier vorig jaar voor het eerst kwamen, was hun papa ongeveer een half jaar overleden. Ik stond eerst niet zo te springen voor dit kamp – ‘Dan zit ik een week alleen in dat lege huis’ – maar uiteindelijk heb ik van die leegte gebruikgemaakt om onze slaapkamer te schilderen en anders in te richten. Elke avond bij het slapengaan deed ik die deur open en zag ik Guy weer op de grond liggen. Ik moest iets doen om dat beeld weg te krijgen.

»Sam en Fien wisten eerst niet wat ze van het kamp moesten verwachten: ‘We missen papa al, en dan moeten we jou ook nog een keer missen.’ Toen ik hen op het eind van de week kwam halen, dacht ik dat ik twee boze, huilende kinderen zou zien, die het me kwalijk namen dat ik hen had achtergelaten. Maar niks was minder waar: toen ze me zagen aankomen, zwaaiden ze even en speelden ze gewoon verder. Ze waren zo opgewekt. Thuis hadden ze nooit aan elkaar gehangen, maar plots stonden twee hechte zussen voor me.

»Ik stond versteld van wat ze hier allemaal uit de kinderen hadden gekregen. Als je met je kind naar een psycholoog gaat, dan voelt het toch altijd een beetje alsof je kind ziek is. Hier heb je dat gevoel totaal niet. Op school werd na een maand al verwacht dat ze weer vrolijk zouden meedoen met de rest: ‘Zeg, ben je daar nu nóg niet over.’ Hier vraagt niemand dat. Ze zijn omringd door lotgenootjes.

»Weet je wat ik ook dacht toen ik de kinderen hier vorig jaar kwam ophalen? ‘Ik wil óók zo’n kamp!’ Ik had zo’n zin om ook te knutselen en te tekenen, om bezig te zijn met mijn verdriet. Als je bevalt van een baby, dan doe je minstens honderd keer het verhaal van de geboorte en iedereen luistert altijd met evenveel aandacht. Maar als iemand sterft, dan moet je na een tijdje zwijgen. Hier moet dat niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234