null Beeld

Humo en 'Radio Gaga' gaan op zoek naar mirakels in Lourdes

Maandagochtend 5 uur, Brussels Airport: de moderne bedevaarder maakt het zich graag gemakkelijk en neemt niet de bus maar het vliegtuig naar Lourdes. De enige vorm van afzien die er nog bij komt kijken, is het goddeloos vroege uur waarop de TUI-vlucht het luchtruim kiest. ‘Radio Gaga’ gaat op zoek naar de katholieke Vlaming in Lourdes en Humo reist mee. ‘Het gevoel dat ik nadien heb, kan ik alleen maar omschrijven als puur geluk.’

'Er zijn nog altijd ziekenfondsen die Lourdesreizen terugbetalen omdat ze gemerkt hebben dat mensen gezonder terugkomen en minder medicatie nodig hebben'

Aan gate A67 maken we kennis met onze medebedevaarders. We schatten de gemiddelde leeftijd op 65, en de gemiddelde gezondheidstoestand is matig – van kwiek gepensioneerd tot rolstoelgebonden immobiel. We vallen meteen op tussen de grijze hoofden: ‘Gaat gij ook mee om te bidden?’ Dat we het eerlijk gezegd nog niet goed weten.

In het vliegtuig zitten we naast Marionne, een lieve vrouw uit Beernem. Ze is hier met haar man Robert en twee buren. Dit wordt haar tweede Lourdesreis – da’s alvast eentje meer dan wij. Ze raadt ons meteen de kaarsjesprocessie aan, die elke dag om 21 uur rond het heiligdom trekt: ‘Dat móét je zien! Dat doet echt iets met je.’

Dat Marionne nu naar Lourdes reist, heeft te maken met de prostaatkanker van Robert. Hij is intussen genezen, maar de 32 bestralingsbeurten hebben hun sporen achtergelaten. Ze wil Onze-Lieve-Vrouw graag bedanken.

Marionne «Op een bepaald moment gingen we eten met onze buren en die vroegen of we niet mee wilden. Toen dacht ik: ‘Dat is een teken van de Heer.’ En we hebben de reis geboekt. Mijn geloof heeft me geleerd geduld te hebben. We willen altijd ons eigen pad kiezen – ‘Ik wil dit! Ik wil dat!’ – terwijl we het veel beter aan de Heer overlaten. Dat ik hier nu naast jou zit, da’s ook geen toeval, hè. Ik weet zeker dat de Heer daar voor iets tussen zit.»

Marionne is niet altijd zo gelovig geweest.

Marionne «Ik herinner me dat ik als kind met mijn tantes meeging op bedevaart naar Oostakker en de Mariagrot van Maldegem-Kleit. Hoe zij baden, maakte grote indruk op mij. Maar als tiener heb ik het geloof aan de kant geschoven. Tot het slecht begon te gaan in mijn huwelijk: mijn man dronk veel, ik was verliefd geworden op Robert, en het kwam tot een scheiding. Toen ik volop in mijn verdriet zat, raadde een vriendin me aan hierboven hulp te zoeken. Ik ben met haar naar gebedsdiensten gegaan. Dat is echt fijn, samen bidden. Ze ging ook naar genezingsdiensten, waarbij ze in een kring rond je staan en met de handen op jou bidden. Maar daar geloof ik niet in. Het heeft me in elk geval niet van mijn migraine verlost.

»Soms doen mensen er lacherig over: ‘Gij met uw geloof!’ Maar toen ik zei dat ik naar Lourdes ging, vroegen ze me wél allemaal of ik een kaarsje voor hen kon branden. Ik denk dat ik één grote ga kopen, voor iedereen samen. Anders blijf ik bezig.»

We hebben amper ingecheckt in ons hotel, of de ijverigste bedevaarders snellen al door de straten met souvenirwinkels, recht naar de grot – snel even melden aan Onze-Lieve-Vrouw dat ze gearriveerd zijn. Voor de buitenwereld hangt de katholieke kerk al jaren in de touwen, maar hier kom je terecht in een bruisende bubbel, waarvan het middelpunt zich aan de grot bevindt. In een eindeloze rij schuifelen bedevaarders van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat langs de stenen waar Bernadette Soubirous bijna 160 jaar geleden maar liefst achttien keer een vrouw zag verschijnen die verdacht veel op Jezus’ moeder leek. Ze tasten, prevelen en leggen hun voorhoofd tegen de natte stenen. Pas als de wachtenden achter hen beginnen te dringen, rukken ze zich met tegenzin los van de rotswand.

’s Middags geeft onze reisleider een rondleiding door het stadje. Wandelend door Lourdes openbaren zich de beweegredenen van het reisgezelschap: het is een mix van diep geloof en gratuite vakantiepret. Als onze gids uitweidt over de penibele verkeerssituatie in Lourdes – grote toeristenbussen en smalle straatjes gaan niet goed samen – begint een Gents koppel te mopperen over het circulatieplan in hun thuisstad: ‘Trekt op niks! Complete ramp!’ Bus of tram zijn geen alternatief. ‘Om tussen de werklozen en de vreemdelingen te zitten, die niet eens moeten betalen en wij wél?’ De geest van Onze-Lieve-Vrouw is nog niet in iedereen gevaren.

Dan is Jeanine aardiger voor haar medemens.

Jeanine «Ik ben hier met een speciale reden: mijn kleinzoon Keano. Hij is 1 jaar, maar hij is geboren met luie darmen: de dokters hebben al 17 centimeter moeten wegnemen. Hij heeft nog altijd een sonde en mag bijna niks eten.

»Ik ga seffens kaarsen kopen. Thuis brand ik ook vaak een theelichtje, maar hier is het anders. Thuis blijf ik alleen met mijn verdriet zitten. Dan vloek ik eens op mijn mama die in de hemel is: ‘Allee, mama, kunt ge nu niks voor ons doen? Zitten jullie daar een potje te kaarten of zo?’ (lacht) Hier voel ik me nuttiger: ik ga naar de mis, ik loop mee in de kaarsjesprocessie… Maar naar de baden ga ik niet meer. Daar zie je de grootste miserie. Ik ben daar dan niet goed van.

»Voor mijn part hoeft niemand christelijk te zijn. Je mag gerust geloven in Allah of Boeddha. Zolang je maar in íéts gelooft. Mijn schoonzoon is niet religieus opgevoed, maar vorig jaar vroeg hij toch plots of ik voor hem een kruisje en een paternoster kon meebrengen uit Lourdes. Ik was daar blij om. Het stelt me gerust.»

Iedereen lijkt intussen z’n gezelschap te hebben gevonden, ook wie alleen reist. En opvallend: ver van huis klitten de Vlamingen samen. Het zet een West-Vlaamse dame aan het denken: ‘We klagen zo vaak dat de vreemdelingen altijd hun eigen mensen opzoeken. Maar da’s toch normaal: wij doen dat ook!’ Het eerste mirakel van Lourdes is geschied.


Verliefd op Bernadette

Wie wil bedevaarten, kan elke dag een religieus schema volgen: om halftien de Nederlandstalige mis met priester Mark, om halfelf de kruisweg, ’s middags eten in het hotel – iederéén heeft hier volpension geboekt –, om drie uur een rozenkrans bidden aan de grot, om vijf uur de eucharistische processie, om negen uur de kaarsjesprocessie. Wie denkt dat Maria hen dan nóg niet heeft gehoord, kan om elf uur een laatste mis bijwonen aan de grot.

’s Middags geeft priester Mark ons zijn eigen rondleiding door het stadje. Telkens als hij het over ‘Bernadetje’ heeft, beginnen zijn ogen te fonkelen. In de hospice, de laatste plaats in Lourdes waar Bernadette Soubirous verbleef voor ze op haar 22ste intrad in het klooster van Nevers, waar ze dertien jaar later zou overlijden, pinkt Mark een traan weg.

undefined

'De boodschap van Bernadette Soubirous staat minder ver van ons af dan je zou denken: ze gaat over werkloosheid, ziekte, armoede, uitbuiting'

HUMO Bent u een beetje verliefd op Bernadette?

Mark (lacht) «Misschien wel. Bernadette is altijd zichzelf gebleven. Ze had alle redenen om God de rug toe te keren – ze was straatarm en ziek – maar dat deed ze niet. (Wijst naar een foto) Ze was ook een mooi meisje, hè.»

HUMO U bent als jongeman ingetreden bij de oblaten van Maria.

Mark «Eigenlijk wilde ik missionaris worden, maar ze vroegen me om naar Lourdes te gaan om met de jeugd te werken. Ik stond er niet voor te springen. Ik was hier als 17-jarige geweest en Lourdes had toen helemaal geen grote indruk op me gemaakt. In die tijd draaide het hier allemaal nog rond Maria.

»Toen ik in 1985 toch besloot naar hier te komen, waren de reacties niet zo positief: ‘Lourdes? Da’s toch niet meer van deze tijd!’ Maar die tweede keer pakte het me wél: ik ontdekte het Lourdes van Bernadette. Haar boodschap staat minder ver van ons af dan je zou denken: ze gaat over werkloosheid, ziekte, armoede, uitbuiting. Ze gaat over óns, over het leven van elke dag.»

HUMO Twijfelt u nooit aan de echtheid van de verschijningen?

Mark «Nee. Ik weet niet wat er is gebeurd, maar er is íéts gebeurd. Nooit heeft Bernadette ook maar het kleinste detail van haar verhaal gewijzigd. Ze hebben haar duizenden keren ondervraagd – op den duur was ze het beu – maar ze bleef antwoorden en getuigen. ‘Bernadette, toon nog eens hoe Maria je leerde een kruisteken te maken.’ En dan deed ze dat: niet kleintjes zoals de meesten, alsof ze snel wat vliegen wegjagen, maar groot en vol overtuiging.»

HUMO Bent u niet bang voor aanslagen in Lourdes?

Mark «Nee. En ik heb de indruk dat het heiligdom minder bang is dan het gemeentebestuur of de staat. Maar er komen ook moslims naar het heiligdom. Meriam, zoals zij Maria noemen, is voor hen de moeder van Jezus, de profeet. Ook in de islam worden ze vereerd.»


Asbak met Maria

Intussen vertrekt buiten met veel kabaal le petit train de Lourdes. Voor de prijs van 7 euro brengt die de bedevaarders langs de bezienswaardigheden.

HUMO Stoort u dat nooit: de toeristen, de opdringerige restaurantuitbaters, de opzichtige neonlichten in de winkels?

Mark «Het bisdom Brugge heeft ooit bedevaarten van één dag naar Lourdes georganiseerd. Ze hadden een serieus programma uitgewerkt, maar al tijdens de eerste bedevaart zagen ze zich verplicht een deel ervan te laten vallen, omdat de mensen absoluut souvenirs wilden kopen. Ze moesten thuis kunnen tonen dat ze naar Lourdes waren geweest. Ik begrijp dat. Ik stoor mij niet aan die commerce. Maar asbakken met de beeltenis van Maria hoeven voor mij niet. Dan duw je je sigaret uit in Maria’s gezicht. Maar die tijd van smakeloze cadeaus is stilaan voorbij.»

undefined

null Beeld

undefined

'Priester Mark: 'Als alles goed ging, kwam mijn moeder naar Lourdes om te bedanken. Waren er problemen, dan kwam ze om raad te vragen.'

HUMO Hebt u hier in Lourdes niet een beetje de status van BV? Elke dag zijn er duizenden ogen op u en uw collega’s gericht.

Mark «Af en toe moet ik opletten voor vrouwelijke aandacht. Een Ierse heeft me een tijdlang elke avond om halfelf opgebeld om over haar problemen te praten. Ik veronderstel dat ze een oogje op me had. Op den duur was dat best lastig. »Er komen hier veel mensen die thuis nooit naar de mis gaan. En toch vind ik dat niet hypocriet. We moeten tegenwoordig de hele week hard werken, dus in het weekend zeggen we: ‘We nemen vrijaf.’ Mensen staan liever in de file naar de kust dan drie kwartier in de mis te zitten. Maar Lourdes is voor veel mensen een oord van rust. Ze hebben hier geen verplichtingen, ze kunnen hun religieuze gevoelens op hun manier beleven.»

HUMO Vertellen ze u waarom ze naar hier komen?

Mark «Mijn moeder zei altijd dat, als alles goed ging thuis, ze naar Lourdes kwam om te bedanken. Waren er thuis problemen, dan kwam ze naar Lourdes om raad te vragen. Dat geldt voor de meesten hier.

»Ik heb mijn ouders thuis nooit naar een film weten kijken – om tien uur ’s avonds hoort een mens in bed te liggen – maar hier gingen ze naar de cinema, naar de film van Bernadette (in Cinéma Bernadette, op de Avenue Monseigneur Schoepfer, staat slechts één film op de affiche: ‘Je m’appelle Bernadette’, red.). Ik heb die film al zo vaak gezien dat ik hem vanbuiten ken. En toch krijg ik elke keer weer tranen in mijn ogen.»

HUMO Het is aandoenlijk om de stroom rolstoelen naar de grot te zien bollen. Hier en daar zie je zelfs een ziekbed.

Mark «De meesten komen naar hier om kracht te putten om hun ziekte te dragen. Af en toe hoor je dat er iemand is genezen.»

HUMO Gelooft u dat Maria of Bernadette daar voor iets tussen zit?

Mark «Ik denk wel dat het te maken heeft met het geloof. In Nederland is er nog altijd een ziekenfonds dat zijn leden naar Lourdes laat komen. Ze zien zo’n reis niet als weggegooid geld, maar als een investering. Waarom? Omdat ze gemerkt hebben dat, als mensen naar Lourdes zijn geweest, ze gezonder terugkomen en minstens een tijdje minder medicatie nodig hebben.»

HUMO Wat als u straks zelf ziek wordt?

Mark «Ik zou doen zoals Bernadette: nooit vragen om te genezen. Zij is in haar leven vaak doodziek geweest, maar ze vroeg alleen: ‘Bid voor mij.’ Ik ben trouwens al 68. Het is stilaan mooi geweest.»


Maria redt

De misviering in de ondergrondse basiliek van Sint-Pius X is net afgelopen. Buiten is het kwik gestegen tot een broeierige 32 graden. Voor de souvenirwinkel aan de ingangspoort heeft zich een kleine menigte verzameld. Aan de kassa blijkt een man op de grond te liggen. De toegesnelde dokters doen hard hun best leven in de bleke borstkas te pompen, maar na een tijd worden de gordijnen van de winkel dichtgetrokken. Een Italiaanse vrouw komt hoofdschuddend buiten: ‘È morto.’ Maria redt, de hitte van Lourdes neemt.

In de drieëntwintig jaar dat hij bedevaarders begeleidt, heeft Robrecht al drie sterfgevallen van dichtbij meegemaakt. Hij was hier voor het eerst in 1959, om Maria te bedanken voor zijn onderwijzersdiploma. Na zijn carrière in het onderwijs is hij hier voor de orde van de montfortanen komen werken. Telkens spendeert hij een maand in Lourdes, om dan weer voor een maand naar vrouw en kinderen thuis te gaan.

Robrecht «Ik heb twee lieve vrouwen: eentje hier in de grot en eentje thuis.»

HUMO Wie ziet u het liefst?

Robrecht (denkt na) «De liefde deelt zich niet, de liefde vermenigvuldigt zich.»

In Lourdes heeft Robrecht zijn vaste ritueel: elke namiddag rond vier uur trekt hij naar de grot, met op zijn rug een witte zak met in blauwe letters ‘Montfort’.

Robrecht «Zoals je weet, wordt de grot 24 uur per dag gefilmd. Die beelden zijn live te bekijken op de website van het heiligdom. De zieke mensen die thuis zitten, kunnen me elke dag aan de grot zien staan op hun computerscherm. En ze weten dat hun naam op een briefje in mijn rugzak zit. Dat steunt hen enorm.

»Er worden veel grappen verteld over Lourdes. Over de gehandicapte die door de grot passeert. Buiten vragen ze hem of het nu beter gaat. ‘Ja,’ zegt hij, ‘mijn banden zijn opgepompt.’ (Haalt z’n schouders op) Mensen die dat vertellen, kennen Lourdes niet. Ik ken een vrouw in een rolstoel die hier al jaren komt. ‘Ik kom niet om te genezen,’ zegt ze, ‘ik kom om anderen te helpen.’ Dát is Lourdes: zelf in de miserie zitten, en dan nog aan anderen denken.»

Die avond lopen we Jeanine weer tegen het lijf. Ze vertelt dat ze een Duits dametje heeft geholpen. Ze heeft kaarsen gebrand en gebeden aan de grot. ‘En toen kreeg ik van mijn dochter een berichtje: ‘Mama, ik denk dat het al begint te werken. Onze Keano heeft vandaag al twee keer een héél klein beetje kaka gedaan’,’ zegt ze trots. Het tweede mirakel van Lourdes?


Het lijk op de bus

Aan een tafeltje voor hotel Christina zit Willy-Paul Carlier (77) in de zon. Willy is de pater familias van reisfamilie Carlier, beter bekend als De Blauwe Vogel uit Sint-Truiden. Het is zijn 405de Lourdesreis. Een grotere expert vind je nergens.

Willy-Paul Carlier «Tegenwoordig kun je overal naartoe. Maar van de jaren 30 tot in de jaren 70 had de Vlaming maar twee bestemmingen: de Azurenkust voor de mensen met geld, en Lourdes voor de mensen met geloof.

»In 1929 organiseerde mijn grootvader voor het eerst een reis vanuit België naar hier. De bus was een veredelde camion met een dekzeil en reed niet meer dan 30 km per uur. Dertien dagen lang moesten ze over dorpsweggetjes banjeren voor ze hier aankwamen. Over de terugreis deden ze acht dagen – dat ging kennelijk al wat vlotter (lacht).»

HUMO Herinnert u zich nog uw eerste keer?

Carlier «In 1946 was dat. Ik was een gamin van 6. Lourdes was toen nog een boerendorp – de meeste hotels zijn pas rond 1958 gebouwd, voor de honderdste verjaardag van de Mariaverschijningen. Sindsdien ben ik elk jaar blijven komen. Als tiener verdiende ik zakgeld door Schweppes te verkopen op de bus. In 1961 heb ik op zo’n bus mijn echtgenote Odette leren kennen. Niet veel later zijn we getrouwd en hebben we een dochter gekregen. We wilden ook nog graag een zoon. We zijn naar Lourdes gekomen en negen maanden later is mijn zoon geboren: in Lourdes gemaakt (lacht).

»Eén keer is één van onze reizigers overleden op de bus – een hartaanval, vermoed ik. Ze wisten niet goed hoe ze zijn lichaam thuis moesten krijgen, dus hebben ze die man terug op zijn plaats in de bus gezet, naast zijn vrouw, helemaal tot in Antwerpen.»

HUMO Waarom komt u nog naar Lourdes?

Carlier «Ik zou me ziek voelen als ik niet minstens een keer of vier per jaar naar hier zou komen. Het eerste wat ik altijd doe, is naar de grot gaan. Mijn vrouw ook: die is nog tien keer katholieker dan ik. Maar Lourdes is zich meer en meer aan het transformeren tot een toeristische attractie. Je kunt hier makkelijk elke dag van de week een andere uitstap maken zonder dat je ooit in de buurt van de grot komt. Dat was vroeger ondenkbaar.»

undefined

'Vroeger nam ik altijd souvenirs mee voor de kleinkinderen, maar nu krijgen ze elk een flesje wijwater. Ze drinken het direct op'

HUMO Zal Lourdes ooit verdwijnen?

Carlier «Nee. Lourdes zal altijd meer aantrekkingskracht hebben dan om het even welk ander bedevaartsoord. In elke Vlaamse familie is wel iemand ooit met De Blauwe Vogel naar Lourdes geweest. Maar de hoogdagen zijn voorbij: vandaag gaat maar een half procent van onze klanten naar Lourdes. Iedereen wil liever op cruise.»


Vitrinekast

Die avond komt er een nieuwe buslading bedevaarders aan. De reis is georganiseerd door Samana, de vroegere Ziekenzorg van de CM. Bij elke officiële stap die ze zetten, worden de troepen – de ene helft zit in een rolstoel, de andere duwt – begeleid door twee grote Samana-vlaggen. Iedereen loopt hier graag iets achterna: een vlag, een opgestoken paraplu, een Mariabeeld in een draagbare vitrinekast. Zo scheppen ze duidelijkheid in de internationale chaos.

Isabella duwt de 90-jarige Elza voort, die last heeft van de hitte en in haar rolstoel zit te puffen. Na een blitzbezoek aan de grot zoeken we een tafeltje uit op een terras. In haar sappigste Frans bestelt Isabella ‘deux Coca-Cola et een water broebel’. De ober begrijpt haar feilloos.

Als overtuigde Lourdesganger heeft Isabella zich al vaak laten onderdompelen in één van de zeventien baden met geneeskrachtig bronwater.

Isabella «Als kind had mijn dochter een probleem met haar darmen. Op haar 9de heb ik haar meegenomen naar de baden. Terug thuis gingen we naar de dokter. ‘Zijn jullie naar een andere dokter gegaan?’ vroeg hij verwonderd. ‘Nee,’ zei ik, ‘we zijn naar Lourdes geweest.’ ‘Oké,’ zei hij, ‘dan weet ik genoeg.’ Alles was weer normaal in haar buikje. Mijn geluk kon niet op.»

‘Ik weet niet of ik in mirakels geloof,’ zegt Nicole, ‘maar ik geloof wel dat bidden je de kracht kan geven om door te gaan.’

Nicole «Mensen denken soms dat geloof een wondermiddel is. (Gespeeld verontwaardigd) ‘Ik heb een kaars laten branden en hij is tóch gestorven.’ Als je geneest, dan heb je een goeie dokter. Als het tegenvalt, dan heeft hierboven het gedaan. Maar zo werkt het niet!

»Voor ons huis hebben wij een kapel gebouwd, waar mensen altijd kunnen komen bidden. Ooit kwam een koppel bidden voor hun gehandicapte kind. Een tijd later stonden ze daar terug: het kind was gestorven, maar ze wilden toch hierboven bedanken. Dát zijn pas gelovige mensen.»

undefined

null Beeld

undefined

'Robrecht: 'Zelf in de miserie zitten en dan nog aan anderen denken, dát is Lourdes.'


Pukkelpop

Ook Godelieve (72) heeft een kind verloren.

Godelieve «Toen ik mijn zoontje moest afgeven, heb ik me een hele tijd echt slecht gevoeld. Ik speelde zelfs met de gedachte om van ons woonblok te springen. Tot ik de medaille van de Wonderbare Maria ben gaan dragen (toont me het hangertje rond haar hals). Ze heeft mijn leven veranderd.

»Met het legioen delen we de medaille uit aan iedereen die ze wil hebben. We staan zelfs op de wei van Pukkelpop.»

HUMO Weet de Pukkelpopjeugd de Wonderbare Maria te appreciëren?

Godelieve «Daar zou je van verschieten! Als ik zeg dat ze met zo’n medaille de bescherming van Maria krijgen, dan zeggen ze: ‘Komaan, hang die maar rap rond mijn nek!’

»Mijn eerste Lourdesreis was in de jaren 60. Ik was nog nooit buiten België geweest. Vroeger nam ik altijd souvenirs mee voor de kleinkinderen, maar nu krijgen ze elk een flesje wijwater. Ze drinken het direct op. Wij drinken thuis ook veel Lourdeswater. Ik wil nu twee grote bidons meenemen.

»Ik ben ook al vaak in de baden geweest. Eerst helpen ze je met uitkleden en wikkelen ze je in een blauwe doek. Als jij aan de beurt bent, gaan de gordijntjes open en ga je via de stenen trapjes het bad in. Op het ogenblik dat je neerknielt in het water, trekken ze je met het laken dat ze rond je hebben geknoopt, achterwaarts in het bad. Daarna hoef je je niet eens af te drogen: je huid droogt op miraculeuze wijze vanzelf. En dan komen de tranen: je huilt en je huilt, en je weet niet waarom. Het gevoel dat ik heb als ik buitenkom, kan ik alleen maar omschrijven als puur geluk.»

HUMO Geneest het ook?

Godelieve «Ik heb mijn dochter eens meegenomen, omdat ze als tiener nog in bed plaste. Ik had een heel pak pampers meegenomen, maar het was niet meer nodig: ze ging in de baden en het was gedaan.»

HUMO Jij gelooft in mirakels?

Godelieve «O, ja! Op een ochtend was ik op weg naar de crypte, toen een meisje me op straat om een zakdoek vroeg. Op de trein hadden ze ons gewaarschuwd voor gauwdieven, dus ik durfde mijn tas niet te openen. Het meisje lachte heel vriendelijk en liep voorbij. Toen ik me omdraaide, was ze verdwenen. ‘Wie wás dat toch?’ dacht ik.»

HUMO Wie denk je?

Godelieve (met tranen in de ogen) «Ik weet het niet. Natuurlijk denk ik aan Maria, maar ik durf het niet te zeggen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234