Humo helpt u uit uw comfortzone: Onze Man wordt naaktmodel

Het is zeven uur, en ik spreek mijn ochtenderectie streng toe. ‘Nu mag het nog, Kevin. Maar straks gaan we dit niet doen.’ Ja, mijn piemel heet Kevin. Ik vind het óók een knullige naam, maar hij is nu eenmaal een echte Kevin – niets aan te doen. En straks mag Kevin niet steigeren, want dan zit ik in m’n blootste blootje voor de studenten tekenkunst van het RHoK – Rijks Hoger Onderwijs voor Kunst – in Woluwe: ik ben het naaktmodel dat ze vandaag in liefdevolle schetsen moeten vatten.

'Eigenlijk is het wel léúk om als een varkenslapje uitgestald te liggen in de toonbank'

Na de douche monster ik m’n eigen lichaam in de spiegel. Niets nieuws onder het badkamerpeertje: het is een vertrouwd lijf dat me niet helemaal lekker zit, maar me ook niet opzienbarend stoort. De brute kop met de geprononceerde kin, het litteken op de buik, het relatief korte bovenlijf en de lange benen, de van een sportieve jeugd geërfde gespierde dijen: ik kén dat lichaam, want ik leef er al 31 jaar mee. Maar vandaag kijk ik anders: ik sluit mijn ogen, open ze bruusk weer, en probeer mijn spiegelbeeld te zien met de ogen van een buitenstaander. Zoals de zeven mensen die me straks zullen tekenen, en zich zullen verdiepen in de plooien en golvingen, in de haren en verdwaalde sproetjes, in de nukkige geheimen van dat hoekige jongenslichaam. Ik wil er graag stoer over doen, zeggen dat het me niets doet, maar de kleverige bal in mijn maag verraadt m’n zenuwachtigheid. Straks is er geen textiel meer dat beschutting biedt, en kriebelen vreemde ogen over mij in m’n kwetsbaarste vorm. Het venijnige vetrolletje boven m’n heupen lacht me nu al uit: ‘Hier zijn ze, jongen, die zeven garnaalkroketten van gisteren in het bedrijfsrestaurant.’


WISKUNDE EN SEKS

O ironie: straks zal ik twee uur naakt en in weinig aan de verbeelding overlatende poses te kijk zitten, maar om mezelf uit te kleden moet ik naar de privacy van een geïmproviseerd kleedhokje. Ik aarzel. Er gaat me iets dagen: het grote probleem is niet naakt zijn, wel naakt worden. Ik herken het gevoel: het is de korte pauze in de opwinding net voor je voor het eerst met iemand slaapt. Er is genoeg gesuggereerd, zo meteen krullen jullie lichamen zich in elkaar, de kleren moeten nú uit, maar even ontsnapt je hoofd uit de roezige voorpret, en overvalt ze je: de existentiële schaamte voor je eigen lichaam.

Er speelt nog een andere factor. Eén van de studenten die me zal tekenen kén ik: Anna is een lieve collega. Bij Humo hebben we de gewoonte om tijdens de dagtaak onze lichamen te bedekken met textiel – zelfs naar mijn kuiten heeft Anna het raden. Zullen we onze ongecompliceerde gesprekjes vol subtiele genegenheid nog wel kunnen voeren zodra mijn full frontal nudity op haar netvlies geëtst staat?

'Het venijnige vetrolletje boven m'n heupen lacht me nu al uit'

De zeven studenten – vandaag zijn het vooral vijftigers, maar in principe komen ze uit alle leeftijdscategorieën – en hun leraar Roland hebben hun materiaal plechtig uitgestald, en ik kom uit het kleedhokje. De theorie: ik meet mezelf een tred aan die het midden houdt tussen trots en nonchalance. De praktijk: ik geef een workshop dronken stoethaspelen. En is dít nu het moment, Kevin, om neurotisch te gaan slingeren?

Liggend op m’n rug, lichtjes naar links gekanteld, steunend op m’n elleboog, de benen open: zo zal ik de volgende twintig minuten van mijn leven doorbrengen. Ik heb de pose samen met Roland uitgezocht. ‘Ik heb nog leraars gehad die het model echt kneedden,’ legt hij uit. ‘Die aan het wrikken en wringen waren met andermans lichaam. Zo’n model moest dan een onnatuurlijke pose aanhouden waar het gegarandeerd kramp van kreeg. Ik vond dat verschrikkelijk. Ik zeg altijd: ‘Probeer iets.’ En dan zoeken we tot we een comfortabele positie vinden waarin het model roerloos kan blijven zitten. Want dat is cruciaal: niet bewegen. Het gebeurt weleens dat een model doodleuk begint te telefoneren. Dat heb ik echt niet graag.’

Of ik dus comfortabel lig, vraagt Roland. ‘Ja,’ lieg ik, terwijl ik een nerveuze golfslag door mijn lichaam voel trekken. In mijn hoofd worden horrorscenario’s geschreven over oncontroleerbare flatulentie en dubieus lichaamsvocht op onverwachte plaatsen. En terwijl ik daar in die weerloze houding lig, komt plots de vraag aanhollen die ik niet had zien komen. De kwestie waar élke man mee schijnt te worstelen, maar waarvan ik dacht dat ik me er niet om bekreunde: ‘Is hij niet... Is hij niet heel kléín?’ Want Kevin, die sowieso al zelden aan yolo of swag doet en doorgaans wat apathisch hangt te treuren, lijkt me plots een wel erg minuscuul detail geworden. Een miezerige annex bij een bonkig lichaam. Een anorectisch krulletje.

'Een goeie, expressieve, wat mysterieuze kop helpt' Leraar Roland­ over wat iemand tot een goed naaktmodel maakt

Voor veel studenten is naaktmodel spelen een aardige bijverdienste. ‘Ze hebben doorgaans geen complexen over bloot,’ heeft Anna me verteld. ‘Het zijn veelal mensen die sowieso al erg met hun lichaam bezig zijn: acteurs, dansers, yogafanaten.’ Al herinnert Roland zich toch ook het model dat alleen tegen een muur wilde poseren. ‘Niemand mocht haar achterkant zien.’

De studenten lijken niets van m’n besognes te merken, en er wordt met ernst in de ogen getekend. Na twintig minuten krijg ik een tweede pose opgelegd die ik een halfuur moet volhouden: plat op m’n buik, enigszins naar rechts gekanteld, m’n hoofd rustend op m’n arm, kont in de lucht. Is het het straalkacheltje, waarvan de warmte mijn rug en billen aait? Zijn het de ijverige, prettig zenuwachtige blikken van de studenten, die verraden dat ze zich meer zorgen maken om hun werk-in-wording dan om het wit-weke jongensvlees voor hun neus? Of is het het stiekeme besef dat het eigenlijk wel léúk is om schroomloos begaapt te worden, om als een varkenslapje uitgestald te liggen in de toonbank, om hoogmoedig te zeggen: ‘Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam, en maak er liefst ook een flatterende tekening van’? Feit is dat al vrij snel het omslagpunt komt: schaamte wordt welbehagen, ongemak comfort. Ik voel me blij en ontspannen, en maak van het halfuur gebruik om in de donkere kamers van mijn hoofd het zilverwerk op te poetsen. En om een tukje te doen, dat ook.

Het heeft, bedenk ik me nadien, vooral te maken met Roland. Hij is een leraar die rust uitstraalt en vertrouwen cadeau doet. Telkens als hij één van de tekenaars met een zoete mildheid op een verloren gewandelde lijn of een uit z’n hengsels gelicht perspectief wijst, komt hij voor me staan om op enkele centimeters van m’n lichaam aan te duiden wat hij precies bedoelt. Ik ben meer studie- dan lustobject. Meer wiskunde dan seks. ‘Ik hamer op juistheid,’ zegt Roland daarover. ‘En dan wordt het gauw wiskundig, ja, met X- en Y-assen. Waar staat het hoofd ten opzichte van de navel? Welke lijnen zie je in het lichaam? Wat zijn de proporties?’

Wat maakt iemand tot een goed naaktmodel, wil ik weten. ‘Je moet uitstraling hebben,’ zegt Roland. ‘Met je lichaam alle aandacht opzuigen. De student moet denken: ‘O, dat wil ik absoluut tekenen.’ Dat kan met iets extravagants, maar evengoed op een intieme manier. En een goeie, expressieve, wat mysterieuze kop helpt natuurlijk ook.’

‘We zien graag rondingen,’ zegt Anna. ‘We hebben liever geen planken.’ En zo komen die zeven garnaalkroketten en dat beginnend A-cupje me dus tóch nog goed uit.


KARDASHIAN-KONT

Mijn masterpiece moet de derde pose worden: zittend op een stoel, linkervoet op de grond, rechtervoet op een taboeret. Alle gêne is nu weg. Mijn lichaam is geen vijand meer. En ik word heel nieuwsgierig naar wat de Zeven van Woluwe precies aan hun schetspapier toevertrouwen. Dat krijg ik een halfuur later te zien, wanneer ik m’n dingdingdongetje weer in m’n boxershort heb opgeborgen, en met het gezelschap cake eet en koffie drink. Er zitten kunststukjes bij, tekeningen waarop m’n roestige kop onverwacht jeugdigheid heeft teruggewonnen, en m’n lichaam merkwaardige complimenten krijgt. Er is een schets waarop ik de trotse bezitter ben van een Kim Kardashian-kont. Er is een tekening waarop Kevin schandelijk genegeerd wordt, en alleen m’n hoofd staat. En er zijn de kunstwerken van Anna. Ze zijn mooi, heel mooi, maar... Laat ik niet onnodig in detail treden en het hierop houden: ik had nooit gedacht dat ik ooit de woorden ‘Heb jij mij nu met een foef getekend, Anna?’ zou uitspreken tegen mijn eerbiedwaardige collega.

Anna bloost. Anna bloost altijd een beetje, eigenlijk, maar nu lijkt het alsof haar wangen nog net iets meisjesachtiger roze kleuren. Het heeft niets te maken met die drie stillevens van Collega met Blote Fluit, bezweert ze me. ‘Ik heb me wel afgevraagd of het niet gênant zou zijn. Maar dat was het totaal niet. Tijdens het tekenen zie je het lichaam, niet de persoon. En het is haast wiskundig centimeterwerk: dan is erotiek veraf. Ik let er ook altijd op dat ik het model niet in de ogen kijk. Hij of zij moet een object blijven.’ Maar we blijven wel mensen, en mensen kijken graag naar lichamen. ‘Er kan erotiek in de lucht hangen,’ erkent Roland. ‘Voor mij is dat helemaal geen probleem.’

Mét kleren stap ik op de tram. ‘Jezelf naakt en weerloos aan de ander presenteren is niet iets om bang voor te zijn,’ fluister ik mezelf toe. Kevin knikt, want dat mag hij weer.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234