Humo op het Filmfestival van Cannes: dit zijn de interessantste titels die we zagen

De afgelopen twee weken flaneerden onder meer Brad Pitt, Penelope Cruz en Matthias Schoenaerts over de majesteitelijke zeedijk La Croisette, naarstig op zoek naar een Gouden Palm. Opdat u door de palmbomen het bos nog kunt zien, gidsen wij u graag langs de interessantste titels van de 72ste editie.

21 films, van poëtische Wereldoorlog II-drama’s tot Braziliaanse sciencefictionwesterns, werden dit jaar overgeleverd aan de wellustige arendsblik van een indrukwekkende jury, bestaande uit onder meer actrice Elle Fanning (‘The Neon Demon’), regisseurs Pawel Pawlikowski (‘Cold War’) en Yorgos Lanthimos (‘The Lobster’) en voorzitter en Oscarwinnend cineast Alejandro G. Iñárritu (‘The Revenant’).


Back On Track

Enkele regisseurs van grote faam waren na tegenvallende langspelers in de afgelopen jaren vastberaden om hun blazoen in Cannes weer op te poetsen met een nieuw hoogtepunt. Quentin Tarantino bijvoorbeeld, kwam vier jaar na het routineuze ‘The Hateful Eight’ naar Cannes met ‘Once Upon a Time … In Hollywood’, wellicht de meest geanticipeerde première van deze jaargang. Believe the hype, want met deze razend entertainende pastiche op het Hollywood van de jaren 60, abrupt dooreengeschud door de Charles Manson-moorden, lost QT de hooggespannen verwachtingen helemaal in en keert hij terug naar zijn allerbeste vorm. De dialogen knetteren, de kleuren knallen en het centrale gouden duo Brad Pitt en Leonardo Di Caprio groovet dat de stukken erafvliegen.

Een pak ingetogener, maar even adembenemend is ‘A Hidden Life’, een drie uur durend Wereldoorlog II-drama van oude knar Terrence Malick, mét Matthias Schoenaerts in een gesmaakte bijrol. De enigmatische Malick (‘Days of Heaven’, ‘The Tree of Life’) slaagt er na enkele mindere films opnieuw in om met zijn kenschetsende poëtische stijl een diepgravend, emotioneel beladen pareltje af te leveren.

Evenzeer ontroerend is ‘Matthias et Maxime’, waarmee ook Xavier Dolan (‘Mommy’) opnieuw aanknoopt met zijn beste werk. De Canadese snotneus regisseerde in zijn amper dertigjarige bestaan niet minder dan acht langspeelfilms en die kwantiteit kwam de kwaliteit zeker de laatste jaren niet altijd ten goede. ‘Matthias et Maxime’, een vertederende verkenning van de grijze zone tussen liefde en vriendschap, toont Dolan weer op zijn best: sentimenteel maar oprecht, grotesk maar intiem.

Van een echte dip konden we bij Pedro Almodóvar dan weer niet spreken, maar zo goed als zijn nieuwste, ‘Dolor y Gloria’, maakt hij ze toch slechts eens in de tien jaar. De eigenzinnige en Oscarwinnende cineast sloeg opnieuw de handen in elkaar met Antonio Banderas voor zijn schets van een regisseur op leeftijd die geplaagd wordt door emotionele en fysieke kwellingen. Het goeddeels autobiografische portret weet de hoogdravende valkuilen van het genre te vermijden door de emotionele ingetogenheid en Almodóvars typerende uitmuntende cinematografie. Banderas kreeg de Prijs voor Beste Acteur, die hij terecht een bekroning voor zijn hele carrière noemde.


Verrassende hoogvliegers

De jonge regisseur Robert Eggers, opgeleid als productie- en kostuumontwerper, debuteerde enkele jaren terug met het gesmaakte ‘The VVitch’. Opvolger ‘The Lighthouse’, met de onvolprezen Willem Dafoe en de vermoedelijke nieuwe Batman Robert Pattinson, werd bescheiden buiten competitie geprogrammeerd maar ontpopte zich tot een van de meest besproken films van het festival. Twee mannen betrekken samen een vuurtoren in deze trefzekere en huiveringwekkende psychothriller, die ten overvloede bewijst dat het met uw vervelende huisgenoot allemaal nog wel meevalt.

In de Officiële Competitie wist de jonge Française Céline Sciamma (‘Girlhood’) hoge ogen te gooien met ‘Portrait de la jeune fille en feu’, een kostuumdrama, maar dan wel eentje zonder een droevig zuchtende Keira Knightley of bekakt aristocratisch gewauwel. Sciamma zet het genre probleemloos naar haar hand en stuwt haar twee hoofdrolspeelsters Adèle Haenel en Noèmie Merlant naar ijzersterke vertolkingen. Mond-tot-mondreclame veroorzaakte urenlange rijen voor ‘Portrait’ en de film groeide gaandeweg uit tot topfavoriet voor de Gouden Palm. Sciamma moest uiteindelijk echter genoegen nemen met een terechte prijs voor Beste Scenario en de twee actrices zagen de Prijs voor Beste Actrice vreemd genoeg gaan naar Emily Beecham, die de hoofdrol vertolkte in het voorts vergetelijke ‘Little Joe’.


Sociaal en politiek engagement

Op en rond de rode loper was er noblesse oblige een gezonde portie glitter en glamour in de mondaine badstad, maar op het grote doek zochten opvallend veel filmmakers de minder glanzende kantjes van onze samenleving op. Veel regisseurs zien de Zevende Kunst anno 2019 duidelijk niet enkel als een artistieke maar ook als een sociale en zelfs politieke aangelegenheid. Sommigen bedienen zich daarvoor van het beproefde sociaalrealisme, terwijl andere verfrissende en gedurfde prenten bewijzen dat urgente cinema ook opwindend, excentriek en zelfs surrealistisch mag zijn.

Voor de traditionele sociale cinema moest men dit jaar voor de tigste keer bij de ongekroonde keizers van de sociaal bewogen cinema zijn, de Britse Ken Loach en het Belgische broederduo Jean-Pierre en Luc Dardenne. Loach heeft het deze keer gemunt op de schijnzelfstandigheid en hoge werkdruk bij koerierdiensten in het verdienstelijke, maar weinig innovatieve ‘Sorry We Missed You’. ‘Le jeune Ahmed’ van de Dardennes biedt dan weer een genuanceerde blik op de radicaliseringsproblematiek, die helaas weinig plaats laat voor emotionele diepgang. Noch Loach, noch de Dardennes wisten een derde Gouden Palm te veroveren, al sleepten de Belgen wel onverwachts de Prijs voor Beste Regie in de wacht.

Meer peper zat er in ‘Les Misérables’, waarmee de Franse debutant Ladj Ly een Jury Prize in de wacht sleepte. De onvervalste banlieuefilm, waarin politie en jongeren lijnrecht tegenover elkaar komen te staan, blinkt niet uit in fijngevoeligheid of gelaagdheid, maar verraadt wel een onmiskenbaar krachtige visie en ambitie.

Evenzeer goed voor een Jury Prize was ‘Bacurau’ van Juliano Dornelles en Kleber Mendonça Filho, een pulpy sciencefictionwestern die zich afspeelt in een klein Braziliaans dorpje ‘a few years from now’. De waanzinnige plot heeft wat van ‘Mad Max’ en het brute geweld – inclusief afgeknalde schedels – komt recht uit ‘Kill Bill’, maar achter al de a- en immoraliteit schuilt een diepe sociale en historische kritiek. Een toekomstige cultklassieker.

Een andere Braziliaanse parel, ‘The Invisible Life of Eurídice Gusmão’, won oververdiend de hoofdprijs in de belangrijkste nevencompetie Un Certain Regard. De feministische familiekroniek van Karim Aïnouz volgt twee door het lot van elkaar gescheiden zussen die moeten opboksen tegen de uitwassen van de vrouwonvriendelijke samenleving in de jaren 50. De kleurrijke film blijft magistraal weg van overbodig sentiment en drama en trekt scherpe parallellen naar het huidige conservatisme in Brazilië en elders, waar verworven vrouwenrechten worden teruggeschroefd.

De Grand Prix, de officieuze bekroning voor de tweede beste film van het festival, ging naar ‘Atlantique’, een Belgische coproductie van de Frans-Senegalese regisseuse Mati Diop. In haar onconventionele benadering van de vluchtelingenproblematiek ziet de Senegalese Ada haar jeugdliefde vluchten naar Europa, enkele dagen voor ze trouwt met de man die voor haar is uitgekozen. Het verhaal vangt aan als een naturalistisch drama, maar ontvouwt zich via een bizarre opwindende wending tot een magisch realistische parabel. Dankzij de gedurfde scenariokeuzes, de ontzagwekkende oceaanbeelden en de stemmige soundtrack is de debuterende Diop de eerste Afrikaanse vrouw ooit die in Cannes in de prijzen wist te vallen.

De Gouden Palm ging uiteindelijk naar de Zuid-Koreaanse cineast Bong Joon-Ho (‘Snowpiercer’), wiens eigenzinnige sociale commentaar de jury het meest kon bekoren. Met het satirische ‘Parasite’ uit de regisseur scherpe kritiek op klassenongelijkheid, waarbij hij gretig maar zorgvuldig gebruikmaakt van de beste ingrediënten uit de Koreaanse cinematraditie: bloed, geweld en excentriciteiten. De sociale bekommernis en gewelddadige suspense versmelten tot een harmonieus resultaat dat Joon-Ho’s moed en vakmanschap rijkelijk etaleert. Met zijn huzarenstukje plaatst hij zichzelf ietwat onverwacht maar allerminst onverdiend tussen de groten uit de filmgeschiedenis.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234