Humo's cultboek van de maand: 'De buurt' van Ab Visser

Het juiste boek op het juiste moment, het is meer dan een kwestie van ‘De ontdekking van de hemel’ onder een te korte tafelpoot. De boekenclub van Uitgeverij Lebowski, Humo, de VPRO en honderd boekhandels heeft een vliegende start genomen.

‘De wandeling’ van Robert Walser, het relaas van een dwalende geest in een flanerend lichaam, is na vier weken al aan zijn derde druk toe. Het tweede lijfboek van de Lebowski Book of the Month Club is ‘De buurt’ van Ab Visser, de kroniek van een gelukkige jeugd in de havenbuurt van het Groningen van het interbellum. Visser, ruim dertig jaar dood, was een veelschrijver: hij haalde drieduizend woorden per dag, wat behalve een stroom krantenartikelen ook 75 boeken opleverde. De kwaliteit is bepaald wisselvallig, maar in elk geval had Visser een voorlijk gevoel voor de poëzie van de straat. Het in 1953 gepubliceerde ‘De buurt’ is daardoor een roosje op een mestvaalt, zo weet ook Vissers weduwe Margreet Hirs.

Margreet Hirs «Het boek ademt vrijheid. Ab heeft van zijn gelukkige jeugd een romantisch verhaal gemaakt, zonder sentimenteel te worden en zonder zijn familie al te herkenbaar neer te zetten. Van zijn vader, een brugwachter, heeft hij in ‘De buurt’ een politieman gemaakt. Die vader is ook niet met een klap van zijn voetstuk gevallen, zoals in het boek aan het eind gebeurt.»

HUMO Die gelukkige jeugd had ook als gevolg dat Visser altijd een beetje onvolwassen is gebleven.

Hirs «Eigenlijk heeft hij zijn leven lang geweigerd op te groeien, ja. Hij is een straatjongetje gebleven, plezier zoekend waar hij het kon vinden: feesten, drinken, bietsen, vrouwen versieren, lol maken. Hij was niet alleen een verwend nakomertje, hij werd ook vertroeteld toen een chronische gewrichtsziekte zich al vroeg begon te manifesteren. Ab kwam overal lachend mee weg, waardoor hij zich gesterkt voelde om zich te blijven amuseren.»

HUMO Ondanks die vreselijke ziekte van Bechterew, het gebrek aan erkenning als schrijver en allerhande ellende met vrouwen.

Hirs «Een ander zou misschien neerslachtig geworden zijn, maar Ab was iemand met een enorme power. Zelfs nog op het einde van zijn leven; na twee weken in coma en een dubbele longontsteking blies hij deuntjes op de mondharmonica. Hij had een enorme innerlijke drang, zoals ik van in het begin al kon ervaren.

»Ik was amper 17 toen ik een artikel las waarin hij Sandberg, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum, belachelijk maakte. Ik vond dat gemeen en dus stuurde ik ’m een brief op poten. Hij schreef me terug, op strenge toon, maar eindigde met een solliciterende regel: ‘Ik heb pas nog van een meisje van 18 gehouden, maar ze is nu al 19 en dus oeroud.’ Dat vond ik interessant. En algauw hoorde ik nog meer interessants: hij had een vrouw in Zuid-Frankrijk, hij schreef gedichten, hij gaf grote feesten. Die man wilde ik weleens zien. Dus schreef ik ’m een nieuwe brief: ik wil graag journaliste worden – dat was maar één van mijn ideetjes, filmster in Amerika leek me ook wel wat – en ik ben op zoek naar tips. Daarop nodigde hij me bij hem thuis uit: we deden een dansje op de fadomuziek van Amalia Rodrigues, ik kreeg inktvisjes geserveerd – nog nooit gegeten – en ik vertrok als in een droom met een dichtbundel van ’m onder de arm. Enige tijd later is het tussen ons begonnen.»

HUMO Niet bepaald de gedroomde betrouwbare levenspartner.

Hirs «Ik was niet op zoek naar een betrouwbare levenspartner. Als leuke jongens over trouwen begonnen, werd het me letterlijk zwart voor de ogen. Dat nooit, dacht ik. Goed, twee jaar voor zijn dood ben ik wel met Ab getrouwd, om medische redenen.

»Ik had als meisje maar één angst: om in een burgerlijk leventje terecht te komen. Daarom vond ik het allemaal érg fascinerend. En dan gingen we ook nog eens in een bordeel wonen. Spannend. Ook in bed hadden we het leuk met elkaar. Hij zei me: ‘Lichamen zeggen ja of nee tegen elkaar.’ Met mij zei zijn lichaam kennelijk ja.»

HUMO Intussen liet Visser wel na zijn onmiskenbare talent met zorg tot een groot schrijverschap te boetseren.

Hirs «Daar was hij niet op uit. Een carrière was in zijn ogen belachelijk, verwerpelijk en burgerlijk. Mensen met een carrière verachtte hij. Het hielp ook niet dat hij vaak langdurig op reis was. Daardoor verloor hij het contact met zijn thuisland en belandde hij als schrijver in een soort isolement. Maar goed, daarom pasten we zo goed bij elkaar. Ik droomde ook niet van een burgerlijk gezinnetje of een carrière. Integendeel. Net daarom hadden Ab en ik in die twintig jaar samen veel lol met elkaar (giechelt).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234