Humo's cultboek van de maand: 'De wilde detectives' van Roberto Bolaño

Slow reading, daar is het de Boekenclub van Humo, uitgeverij Lebowski & VPRO om te doen, en met de obese roman ‘De wilde detectives’ van Roberto Bolaño – ruim 500 bladzijden – bent u, langzaam lezende, een zomer zoet. Waarom Bolaño? Omdat u geïnteresseerd bent in hét literaire fenomeen van de jongste decennia.

De literaire roem die Roberto Bolaño als tiener al had gewild, arriveerde veel later: hij was 46 toen hij met ‘De wilde detectives’ de Premio Rómulo Gallegos won en zo in de Spaanstalige wereld doorbrak. Wereldwijd ging het vergelijkingen met de allergrootsten regenen – Joyce, Borges, Márquez: het kon niet op – toen de onvoltooide roman ‘2666’ verscheen, maar op dat moment was Bolaño al dood. Hij stierf in 2003, 50 jaar oud, terwijl hij wachtte op een levertransplantatie.

'Geen beter kussen dan een boek'

‘Zijn boeken maken de toekomst van het schrijven weer nieuw,’ aldus de Amerikaanse schrijver Jonathan Lethem. Bolaño’s werk komt hem vandaag zo onvermijdelijk voor dat hij zich afvraagt: hoe zijn we kunnen opgroeien zónder hem te lezen? Bolaño heeft op een heel eigen manier van zijn leven een literaire mythe weten te maken, en het duidelijkst doet hij dat in ‘De wilde detectives’. Uitgeverij Meulenhoff vertaalde ‘Los detectives salvajes’ in 2000 al een keer als ‘De woeste zoekers’. Hopelijk lukt nu de herkansing – in een mooiere uitvoering en met een betere titel – bij Lebowski.

Roberto Bolaño werd in 1953 in de Chileense hoofdstad Santiago geboren. Zijn vader was vrachtwagenchauffeur, thuis werd er niet gelezen. Dat belette Bolaño niet op te groeien als een heavy user van literatuur en een Mexicaanse (in 1968 verhuisde het gezin naar Mexico) Rimbaud. Bolaño – journalist en links activist – verkeerde daar vooral in dichterlijke milieus. ‘Mij ontroeren jongeren,’ zei hij nog aan het eind van zijn leven, ‘die slapen met een boek onder het hoofd. Geen beter kussen dan een boek.’

In ‘De wilde detectives’ draait het vooral om twee drugsdealende dichters: de Chileen Arturo Belano, een opzichtig alter ego voor Bolaño, en Ulises Lima, gemodelleerd naar zijn vriend Mario Santiago. Samen vormden ze een soort bende die het literaire leven terroriseerde. De romanfiguren Belano en Lima gaan op zoek naar een avant-gardedichteres uit de jaren 20, en verdwijnen daarbij zélf in de woestijn. De hoofdmoot van de roman bestaat uit tientallen getuigenissen van derden die de twee vagebonden nog gezien hebben in de periode tussen 1976 en 1996. Dat levert een swingend, picaresk verhaal op vol sex & drugs & literaire rock ’n’ roll.

‘Een liefdesbrief aan mijn generatie,’ heeft Bolaño ‘De wilde detectives’ genoemd; een liefdesbrief aan de wereldliteratuur zou je het ook kunnen noemen. Gevraagd naar zijn voorbeelden kon Bolaño nooit stoppen en citeerde hij namen uit allerlei continenten: Cervantes, Borges, Cortázar, Breton, Jarry, Perec, Kafka, Pound, Lautréamont, Blaise Pascal.

In 1977 verhuisde Bolaño naar Spanje. Als literator stond hij nergens, hij overleefde als vuilnisophaler, vaatwasser, nachtwaker en verkoper van juwelen. Zijn terugblik: ‘Het best was ik als nachtwaker op een camping dicht bij Barcelona. Nooit is er wat gestolen terwijl ik daar was. Ik heb enkele gevechten verhinderd die slecht hadden kunnen eindigen, en ik heb een lynchpartij verijdeld (al ging het om een kerel die ik zelf met plezier gelyncht of gewurgd had).’

Hij woonde in de badstad Blanes, boven Barcelona. Vroeg je hem of hij uiteindelijk Chileen, Mexicaan dan wel Spanjaard was, zei hij: ‘Ik ben Latijns-Amerikaan. Mijn enige vaderland zijn mijn kinderen, Lautaro en Alexandra.’ Intussen was er bij hem een ernstig leverziekte vastgesteld en om zijn kinderen wat na te laten, was hij als een gek gaan schrijven aan de boeken die hem zijn postume wereldroem zouden bezorgen.

‘Wat had je willen worden, was je geen schrijver geweest?’ werd hem gevraagd in zijn laatste interview, voor de Mexicaanse Playboy. Bolaño: ‘Veel liever dan schrijver zou ik een detective geworden zijn die moordzaken oplost.’

‘Wie wil je in de hemel ontmoeten?’ Bolaño: ‘Wat een verrassing als die zou bestaan. Ik zou me onmiddellijk inschrijven in één of andere cursus van Blaise Pascal.’

Het is nu nog wachten op de vertaling van ‘Antwerpen’, een tekst die hij op z’n 27ste schreef en waarvan hij beweerde: ‘Het is het enige boek waar ik me niet voor schaam. Misschien omdat het onbegrijpelijk blijft.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234