Humo's grote cadeauspecial: voor elke boom wat wils!

Als men u achter uw rug het epitheton ‘Bongo’ toebedeelt, weet dan dat het hoog tijd is om het kerstcadeaugeweer van schouder te veranderen. Ohm schiet te hulp: op deze pagina’s etaleren wij een handvol uitstekende tips uit de lees-, kijk- en luistersfeer om de liefde van uw naasten terug te winnen. De bijsluiters krijgt u er gratis bij.

'Zet 'Penny Lane' op en 't is lente, zelfs bij min 6'


The Beatles ‘1+’

Over The Beatles is alles gezegd; elke zucht en elke noot, zelfs de valse, is uitgebracht en al honderd keer gerepackaged. Maar nooit had dit zo’n zorgzaam, mooi, uniek hebbeding als deze ‘1’ tot resultaat. Nu werd ook ‘1’ – simpelweg alle nummer 1-hits die The Beatles gescoord hebben – al eerder uitgebracht. In 2000 was dat, op één enkele cd en dus zonder boek, zonder dvd’s, zonder zeldzame opnames en zonder bonuscommentaar van Paul McCartney en gefilmde intro’s van Ringo Starr die je enkel Ringo-esk kan noemen.

The Fab Four zijn de popgroep van de generatie van mijn ouders, dus ik kan het in tegenstelling tot ouwe hippies over de lippen krijgen dat ze ook weleens iets deden dat nu saai, middelmatig of zelfs potsierlijk klinkt of lijkt. Maar nog steeds is die lijst van 27 nummer 1’s indrukwekkend – zowel in kwantiteit (niemand deed ooit beter) als kwaliteit. Zelfs de in hun naïeve lieflijkheid borderline lichtzinnig lijkende vroege hits, zoals ‘Love Me Do’ en ‘She Loves You’, zijn zo ongelofelijk strak, to the point, aanstekelijk… Geen noot te veel, en je krijgt er geen speld tussen. De eerste song die deed vermoeden dat dit méér zou worden dan een perfecte bubbelgumpopgroep is wat mij betreft ‘Can’t Buy Me Love’: ook zomaar een deuntje, maar al een stuk complexer en minder voorspelbaar dan pakweg ‘She Loves You’.

Er zijn van deze box vijf versies, voor elke boom wat wils, maar wees niet zuinig en ga voor de ‘1+’.

Het was eerlijk gezegd maanden geleden dat ik nog iets van The Beatles had opgelegd. Misschien is daarom mijn enthousiasme zo groot. Aááh, die briljante intro van ‘Come Together’! Die samenzang in ‘I Feel Fine’! Dat onweerstaanbare refrein van ‘All You Need Is Love’ – oersimpel, ja, maar waarom hebt u het dan niet bedacht? De briljante zangers die Macca en Lennon waren – note perfect in dikwijls zeer ondankbare omstandigheden! ‘Lady Madonna’, dat maar wat heen en weer lijkt te stuiteren maar zoals alles wat de Fab Four deden naadloos in elkaar steekt.

En de glorieuze silliness in de filmclips (het woord ‘video’ bestond nog niet): de beste songschrijvers van hun en vele andere generaties fietsend, zwemmend, bellen blazend, poserend in een circustent, te midden van Hawaïaanse danseressen, omringd door klassieke muzikanten met valse neuzen of musicerend in kitscherige militair ogende nepuniformen… Eerder verwant met Monty Python dan The Stones. En zelfs hun visuele ideetjes werden later gejat door hele horden mindere goden, Oasis voorop.

Maar wat me nog het meest aan The Beatles bevalt is: ze waren een kracht ten goede – ze rockten zonder ooit stoer of cool te willen lijken, zij hadden géén sympathie voor de duivel. Elk van deze songs is positief, zinderend, levenslustig. Zet ‘Penny Lane’ op en ’t is lente, zelfs bij min 6. (ss)


Jeff Bridges ‘Sleeping Tapes’

Geen gat in de markt of iemand staat klaar met een bulldozer en de juiste hoeveelheid zand. Mogen zich bediend voelen: alle aan slapeloosheid lijdende Jeff Bridges-fans. Op zijn ‘Sleeping Tapes’ probeert The Dude u 43 minuten lang sussend in slaap te wiegen, met rustgevende ambient, gezellig gezucht en gemompel van Jeff, en ‘songs’ met titels als ‘Hummmmmm’, ‘A Glass of Water’ en ‘Goodmorning, Sweetheart’, te beluisteren via dreamingwithjeff.com. Het was dit jaar de favoriete plaat van Tim Vanhamel, én goed voor 7.8 op de schaal van Pitchfork. Geheel in dezelfde sfeer brengt het Belgische Slaapwel Records u wiegeliedjes deluxe op de plaat ‘Shift’ van Ghost And Tape. Voor wie de vieringen op oudejaarsavond uitgeslapen wenst aan te vatten.


David Bowie ‘Five Years 1969–1973’

Met enige regelmaat voelen kenners de aanvechting mij op de hoogte te brengen van hun mening dat ‘Bowie eigenlijk pas interessant wordt vanaf zijn Berlijnse periode’. Nog interessanter, ja, maar ‘pas’? ‘Five Years 1969-1973’ bewijst tien cd’s lang het tegendeel.

Goed, geen enkele ster heeft alleen maar briljante mijlpalen voortgebracht, en ook de prille Bowie sloeg de bal geregeld mis. Zo is ‘Pin Ups’ geen hoogvlieger: middelmatige covers terwijl zijn eigen werk al beter was – ook Bryan Ferry zou die vergissing een paar keer maken. Maar tenzij je een vooringenomen cynicus bent, beoordeel je een artiest op zijn beste werk. En dan spreekt dit op cd geperste cv voor zich.

Nu is het al tamelijk indrukwekkend dat een Britse zanger-componist twee weken voor (!) de maanlanding een plaatje uitbrengt (en het dus een jaar voordien schreef) over een verongelukkende astronaut. Toen al de vinger aan de pols van de tijd. En wie schreef dat jaar een betere popsong dan het sublieme en nog steeds niet verouderd klinkende ‘Space Oddity’? (Voor wie het nog niet zag: bekijk op YouTube absoluut de coverversie van Chris Hadfield!)

Deed iemand beter dan het na duizend beluisteringen nog steeds wonderlijke ‘Life on Mars’? Was Mick Ronson niet minstens even goed als Dave Davies en Pete Townshend? Waren er betere meezingers dan ‘All the Young Dudes’ en ‘Oh! You Pretty Things’? Betere riffs dan die van ‘The Jean Genie’, ‘Rebel Rebel’ of ‘Panic in Detroit’? Durfde een popster (toen nog vooral verafgood door jonge meisjes) eposjes als ‘The Width of a Circle’ of ‘Time’ aan, met het risico dat zijn fanbase zou afhaken? En vooral: was er iemand anders die ál die dingen tegelijk bood?

Maar een voorafschaduwing van Bowies echte genie (én dat van pianist Mike Garson) bleek naar mijn gevoel vooral uit de soundtrack bij Bowie-land: die unieke mix van pop, rock, soul, vaudeville, chanson en out there-franjes, zoals op ‘Moonage Daydream’, ‘Aladdin Sane’, ‘Cracked Actor’ en ‘Sweet Thing’ – perfect vermengd tot een show die in 1974 de concurrentie voor schut zette (op ‘Viva Roxy Music’ en ‘Rock ’n’ Roll Animal’ na). En da’s meteen het enige manco aan deze box: wél drie versies van de Ziggy Stardust-show, maar niet het muzikaal veel rijkere ‘David Live’, dat deze periode meesterlijk afsloot.

Waarom Bowie wel en zo veel mindere goden de glamrock níét overleefden, is simpel: de anderen plamuurden hun poriën dicht met make-up en hulden zich in verwijfde, androgyne en/of kitscherige scifikostuums, maar bleven dezelfde bubbelgumpop maken, terwijl Bowie en Roxy Music qua imago, sound, onderwerpen en shows de grenzen van de rock opzochten én verlegden.

Toegegeven, de twee ‘Re:Call’-bonus-cd’s met onuitgegeven demo’s, remixen en oddities zijn niet zo bijzonder. ‘Velvet Goldmine’ is een mooie song en ‘Ragazzo solo, ragazza sola’ heeft excentriek appeal, maar de rest is niet essentieel. En ‘Amsterdam’ bewijst dat Bowie als één van de weinigen toen al wist wie Jacques Brel was, maar zijn versie maakt enkel indruk als je het origineel nooit hebt gehoord.

Er staat een reeks Bowie-boxen op til – ik kijk geweldig uit naar box twee, die Bowie’s gruwelijk onderschatte souljaren en opkomst en ondergang van The Thin White Duke zal beslaan. En pas dáárna, beste kenners, trok hij naar Berlijn. (ss)


Big Daddy’s Flaming Lips Hot Sauce

The Flaming Lips heeft een eigen pikante saus op de markt gebracht, en dat is de organische samenloop van twee langlopende tradities: muzikanten met een eigen saus (Bad Brains, Lynyrd Skynyrd, Patti LaBelle, Joe Perry, Dexter Holland van The Offspring) en de dorst van de Lips naar vreemde merchandise (minifoetussen om in de kerstboom te hangen, iemand?). ‘Big Daddy’s Flaming Lips Hot Sauce’ verkoopt zichzelf met de aanbeveling ‘3 Drops of Death’ op het label, en voor slechts 5 euro en een vliegtuigticket extra komt opper-Lip en original tettenhek Wayne Coyne de saus persoonlijk over uw tepels smeren.


DJ-ruilkaarten

Voor wie de Panini-stickers ontgroeid is, maar niet zonder de kick van de perfecte ruil kan: het hippe Duitse elektronicalabel !K7 heeft zijn befaamde dj-ruilkaartenreeks eerder dit jaar nieuw leven ingeblazen. Hun eerste setje kaarten was er al in 1995, nieuwe kaarten zijn er nu – ter viering van de vijftigste editie van hun DJ-Kicks-platenreeks – voor onder meer Four Tet, DJ Koze, John Talabot en Actress. In dezelfde sfeer heeft iemand anders het klassieke gezelschapsspel ‘Wie is het?’ uitgebracht in een versie met alleen maar bekende rappers op de neer te klappen prentjes, wat prima aanleiding geeft tot vragen die anders te zelden gesteld worden: ‘Is hij al meer dan vijf keer neergekogeld?’, ‘Heeft hij minder dan vier gouden tanden?’ en ‘Is het die ene blanke?’


Electric Love Blueprint

Goed nieuws voor al wie zijn Karlheinz Stockhausens niet meer van zijn Brian Eno’s kan onderscheiden: webshop Dorothy heeft een overzichtelijke samenvatting van de belangrijkste vernieuwers, pioniers en grootmeesters van de elektronische muziek op posterformaat afgedrukt, in de vorm van het circuit board van een theremin. Van obscuur tot populair, via synthpop naar technopunk; bliep-krek-toeter u een weg van Harmonia over Pierre Schaeffer en Aphex Twin tot bij The Prodigy, met genoeg tijd voor pitstops bij LCD Soundsystem en The Human League.


Mini Record Player

Anno 2015 de voornaamste bezorgdheid van moderne ouders: ‘Wat als mijn kinderen later enkel naar van die vréselijke mp3’s zullen luisteren?’ Daarom, prima geschikt voor wie zijn kroost op vroege leeftijd tot vinylverslaafden wil omturnen: Third Man Records, het label van Jack White, verkoopt sinds vorige maand een platenspeler voor ukken. Het is vrolijk geel, makkelijk mee te dragen door kinderhandjes en brengt naar verluidt (redelijk) puntgaaf geluid voort. Compleet met compilatieplaat met kinderliedjes van Nina Simone, Carole King, Van Dyke Parks en Kermit de Kikker.


‘The Rap Year Book’

Zeer gewaardeerde en tot wild enthousiaste recensies nopende bestseller uit de Verenigde Staten: ‘The Rap Year Book’ ontleedt en becommentarieert één essentiële rapsong per jaar, van 1979 tot nu. Met overzichtelijke diagrammen, een voorwoord van Ice-T, tot welgemeende Yo!’s aanzettende tekeningen, diepgaande analyses en voldoende vrolijke onzin. ‘Fight The Power’, ‘Juicy’, ‘Big Pimpin’’: schrijver Shea Serrano stelde zijn boek met kennis van zaken en aanstekelijke hoeveelheden passie samen. Te koop in elke grote onlineketen.




Lego-gitaar

De Italiaanse houtsnijfirma Pavan is erin geslaagd iets te maken waar knutselende nerds allerhande al decennia lang hun hoofd en handen op breken: met Legoblokjes een perfect werkende, niet eens gatlelijk ogende en volgens (al dan niet omgekochte) experts zeer goed en warm klinkende gitaar bouwen. De nek is vervaardigd uit hout en de snaren zijn, euh, snaren, maar de rest bestaat uit bijna uitsluitend rood, blauw en geel gekleurde blokjes. Voor zover wij kunnen nagaan bestaat er van de Lego-gitaar maar één exemplaar, maar hey: voor geld is alles te koop. Haast u voor Slash ermee weg is!


Elly de Waard ‘Het jasje van Bowie’

‘Ik zou het nooit gemist willen hebben, en ik heb er mijn gehoor graag voor over gehad.’ Dat zei de bijna dove dichteres Elly de Waard (75) een paar jaar geleden in ‘Het uur van de wolf’ over de periode – van eind jaren 60 tot midden jaren 80 – dat ze popjournalist was voor Vrij Nederland en De Volkskrant. De Waard bundelde haar muziekartikels nu in het imposant uitgegeven ‘Het jasje van Bowie’, een dik, rijkelijk geïllustreerd boek in elpeeformaat dat het uitstekend zou doen als cadeau voor uw muziek-, beeld- en woordminnende geliefden.

'Ik was erg trots dat Humo een aantal van mijn artikelen uit Vrij Nederland heeft overgenomen'

HUMO Op de achterflap van het boek staat een foto van uw jonge zelf tussen de vinylplaten. U kijkt heel onvervaard.

Elly de Waard «Ik heb er indertijd voor geposeerd voor Eddy de Jongh, maar die foto is pas onlangs opgedoken, in het Fotomuseum. Ik was heel blij dat ik mijn kamer van vroeger terugzag. Dat vertrekje behoorde tot een huis dat twee jaar later is afgebrand, dus al die platen die je daar ziet liggen, had ik allang niet meer.»

HUMO U sprak in ‘Het uur van de wolf’ over die ‘machtige tijd waarin je het gevoel had dat je in een cultuur stond die bij jouw generatie hoorde.’ Dit boek is daar het document van?

De Waard «Het waren bepalende jaren, ook voor de muziek van nu. 90 procent van wat ik heb gepubliceerd, is in het boek opgenomen. Van de beschouwde stukken uit Vrij Nederland dan, de concertrecensies in De Volkskrant konden er echt niet meer bij – het boek weegt nu al 2,2 kilo (lacht).

»Ik ben er in de jaren 80 mee opgehouden omdat ik het gevoel had dat men het wiel van de rock-’n-roll aan het heruitvinden was, en ik wist intussen wel hoe dat wiel draaide. Maar die eerste twintig jaar had je echt een uitbarsting van muziek, die ook nog eens raakvlakken had met kunst. Dat geheel interesseerde me.»

HUMO ‘Wuthering Heights’ van Kate Bush noemde u een ‘jammerlijke verkrachting van één van de mooiste boeken in de literatuurgeschiedenis’.

De Waard «Ja, dat vond ik een beetje naar de kitsch getrokken. ‘Wuthering Heights’ is één van mijn lievelingsboeken, dus op dat punt ben ik misschien te gevoelig (lacht).»

HUMO Frank Zappa is goed vertegenwoordigd.

De Waard «Toen Frank Zappa voor het eerst interviews gaf in Nederland, was dat aan het blad Hitweek, waar ik ook aan verbonden was. Ik vond: ‘Dit moet in Vrij Nederland komen.’ Popjournalistiek bestond op dat moment alleen op tienerbladenniveau. Ik had van m’n leven nog geen interview gedaan, maar het werd meteen de coverstory. Zappa is daarna nog zeker acht keer weergekeerd, en ik heb hem zo veel mogelijk gesproken. Je kunt z’n ontwikkeling in het boek volgen. Dat geldt ook voor Lou Reed en Roxy Music

HUMO Keken jullie in Nederland eigenlijk naar Humo?

De Waard «Jazeker, ik was zelfs erg trots dat Humo indertijd een aantal van mijn artikelen uit Vrij Nederland heeft overgenomen.»

HUMO De titel van het boek verwijst naar het jasje dat u in 1974 stal van David Bowie in het Amstelhotel, waar Bowie een Edison kreeg uit handen van Ad Visser. U was boos: u had geen interview gekregen, de populaire pers wel. Ad Visser in zijn pas verschenen boek ‘Strange Days’: ‘Pas jaren later kom ik erachter wie het jack achterovergedrukt heeft. De achtenswaardige popjournalist van De Volkskrant: Elly de Waard.’

De Waard «Ach kom, alsof hij niet wist dat men in die jaren popmuzikanten de kleren van het lijf scheurde (lacht). Dat hij het weet, komt omdat ik het destijds zelf bekend heb gemaakt – dat kan je lezen in het interview dat ik later met Bowie deed. Ach, ik zag het als een soort grap. En die Ad Visser, nou ja, wat stelt die eigenlijk voor?» (kv)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234