Humo's grote examenexamen: hoe zo veel mogelijk bereiken met zo weinig mogelijk inspanning?

Anderhalf miljoen Vlaamse studenten zijn nog een diepe zucht van de zomer verwijderd. Hun kennis van vierkantsvergelijkingen en het baltsgedrag van knobbelzwanen scheert ongetwijfeld hoge toppen, maar wat weten ze eigenlijk over de examens zelf?

'De beste tip? Lees de vraag van achteren naar voren'


1. Gokken

Met evenveel voor- als tegenstanders is de meerkeuzevraag de Milow onder de examenvragen. Voorstanders houden van de overzichtelijkheid, tegenstanders gaan ten onder aan keuzestress. Meer dan om het even welk ander vraagtype nodigt de meerkeuzevraag uit tot gokken. Om dit verschijnsel tegen te gaan voerde men de giscorrectie in: bij elk fout antwoord verliest de student een deel van de punten. Niet antwoorden is volgens die logica beter dan fout antwoorden: dan ben je tenminste geen punten kwijt. Uit een onderzoek van de UGent blijkt de giscorrectie nadelig te zijn voor één bepaalde groep studenten. Welke?



A. Meisjes die hard studeren en weinig gokken.

B. Jongens die weinig studeren en graag gokken.

C. Poolse weeskinderen.

Het correcte antwoord is A.

Martin Valcke (professor onderwijskunde, UGent) «De gisbereidheid hangt vooral af van persoonlijkheidskenmerken. Jongens zullen van nature sneller gokken dan meisjes. Meisjes zijn ook gevoeliger voor loss aversion: ze zullen eerder mogelijke verliezen proberen te vermijden dan mogelijke winsten nastreven.

»Er zijn heel wat nadelen aan een meerkeuzevraag. Het is om te beginnen al een bundeling van vragen die men elk afzonderlijk moet beoordelen. Ze doet studenten ook anders redeneren. Ze beginnen antwoorden tegen elkaar af te wegen. Ze maken voortdurend berekeningen: hoeveel punten heb ik al? Hoeveel heb ik er nog nodig om het minimum te halen? Kortom: een meerkeuzevraag meet veeleer strategisch gedrag dan de kennis van een cursus. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een examen? Onze universiteit heeft de giscorrectie dan ook afgeschaft en raadt haar proffen bovendien aan om zo weinig mogelijk met meerkeuzevragen te werken.»

HUMO Hebt u desondanks nog tips voor de hard studerende, weinig gokkende meisjes?

Valcke «De beste tip die ik kan geven, is dat ze de vraag van achteren naar voren lezen: eerst de afzonderlijke stellingen en dan pas de inleiding op de vraag. Zo focus je meer op de essentie.»


2. Mentale vermoeidheid

Fysieke inspanningen vermoeien het lichaam, intellectuele inspanningen de geest. Hoeveel extra energie vraagt zes uur studeren?

A. Twee zakjes zoute chips, een fles Cola Zero, een Mars Ice Cream, zachte beertjes en een aardbei om moeder te plezieren.

B. 154 kilocalorieën.

C. Verwaarloosbaar.

Het correcte antwoord is C.

In tegenstelling tot wat we graag zouden geloven, brengt langdurige intellectuele activiteit geen bijzondere pieken teweeg in de energievraag van de hersenen. Het brein is een grootverbruiker. Een gemiddelde klomp hersenen weegt tussen 1 en 1,5 kilogram, maar slorpt wel 20 procent van onze dagelijkse energievoorraad op. Die gulzigheid is er sowieso, of je nu je hoofd breekt over een ingewikkelde berekening of naar kattenfilmpjes op YouTube zit te kijken. Hoewel extra denkinspanningen aantoonbaar meer bloed, zuurstof en glucose vragen, zijn die lokale oprispingen nog altijd verwaarloosbaar als je ze tegen het totale energieverbruik houdt. Volgens wetenschappers is de mentale vermoeidheid bij studenten vooral een selffulfilling prophecy: het willen geloven volstaat om als een zombie door de eerste zomerdagen te dwalen.

Dat betekent uiteraard niet dat voedsel en voldoende nachtrust niet belangrijk zijn tijdens het studeren. Dient het nog gezegd dat junkfood futloos maakt, en dat een normaal slaappatroon je prestaties ten goede komt?


3. Gezonde wedijver

In Europa hanteert zowat elke lidstaat zijn eigen schoolcijfersysteem. In Denemarken werkt men met cijfers van 2 tot en met 12, in Ierland met een cijfer- en lettercombinatie (van A1, A2, A3 tot en met F) en in Duitsland met cijfers van 6 tot 1, waarbij 6 ungenügend (onvoldoende) is en 1 sehr gut. België heeft zijn systeem van een ander land overgenomen. Waar haalden wij onze moutarde?

A. San Marino.

B. Frankrijk.

C. Rusland.

Het correcte antwoord is B.

De Franse notatie van 0 tot en met 10 is gebaseerd op het Ratio atque Institutio Studiorum Societatis Iesu, het officiële leerplan van de jezuïeten uit de 16de eeuw. Dat wilde de kwaliteit van het onderwijs opdrijven door wedijver tussen studenten en moest een intellectuele dam tegen het groeiende protestantisme opwerpen. Maar zaligmakend is het systeem niet.

Valcke «Onze oude, klassieke puntentelling is enorm gefixeerd op gemiddelden. In de Angelsaksische en Scandinavische systemen wil men eigenlijk maar één ding weten: is de student geslaagd of niet? Kent hij de stof of niet? Dat is ook de essentie van een toets. In onze evaluatie analyseert men het verschil tussen een score van 6,5 en 6,7. Dat is belachelijk. Het zegt niets over de werkelijkheid. In Vlaanderen zie je bovendien dat examinatoren geneigd zijn om naar het gemiddelde toe te quoteren. Als dat gemiddelde 10 op 20 is, dan zullen ze een goede student 13 of 14 geven, terwijl die misschien 16 of 17 verdient. Dat is eigenaardig en tegelijk jammer voor ons onderwijs.»

HUMO Als men beweert dat het onderwijs in Zweden beter is, omdat studenten daar betere punten halen, dan snijdt dat dus geen hout?

Valcke «Neen. Het heeft geen enkele zin om landen met verschillende evaluatiesystemen met elkaar te vergelijken.»


4. Unieke examens

In de examenperiode van 2013 werd het Nederlandse studentengild opgeschrokken door een uitzonderlijk voorval. Het centrale examen Frans voor 17.000 laatstejaars lekte uit, zodat de test enkele dagen uitgesteld moest worden. Een gelijkaardig probleem zal zich in België nooit stellen. Waarom niet?

A. In België organiseert men geen centrale examens.

B. Ons land draait als een Zwitserse klok.

C. Dat weten we niet. Bij een gelijkaardig lek in België zou de regering eerst een onderzoekscommissie oprichten, om na eindeloze debatten, een staking over een dispuut rond de kilometervergoeding en een procedure voor de Raad van State pas in 2024 tot een besluit te komen.

Het correcte antwoord is A.

België hanteert als enige land een gewoon eindexamen, zijnde de persoonlijke creatie van de leraar in kwestie. En dat blijkt niet eens zo’n slechte zaak te zijn.

Valcke «Op dat vlak zijn wij inderdaad uniek. In de rest van de wereld hanteert men een centraal, door de overheid opgesteld examen. Het grote nadeel daarvan heet ‘teaching to the test’. In Amerika, Duitsland of Frankrijk vind je tal van handboeken waarmee je je op je examens kunt voorbereiden. Er zijn technieken om ze te doorstaan, waardoor de nadruk meer op het systeem en minder op de inhoud komt te liggen. Een centraal examen creëert ook scholenrankings. In Nederland kun je bijvoorbeeld nagaan welke school de beste of de slechtste resultaten haalt op de Cito-toetsen (een eindexamen voor laatstejaars in het Nederlandse basisonderwijs, red.) Scholen trekken dus bepaalde leerlingen aan, waardoor er elite- en concentratiescholen ontstaan. Centrale examens hebben dus meer nadelen dan voordelen. België bewijst dat het anders kan. Ons grote nadeel is alleen dat ons onderwijs, door de autonomie van de scholen, minder snel kan reageren op wijzigende tendensen.

»Wat er in 2013 in Nederland gebeurde, is trouwens niet abnormaal. Elk systeem zal altijd geconfronteerd worden met fraude en lekken. Een leerling redeneert vaak als een homo economicus: hoe kan ik zo veel mogelijk bereiken, met zo weinig mogelijk inspanningen?»


5. Spiektips

De website spieken.be etaleert een wonderlijke reeks tips voor spiekers, gaande van een uitgekiende schoptechniek bij meerkeuzevragen tot een truc met potloodschilfers. Welke spiektip staat helemaal bovenaan het lijstje?

A. Schrijf op de onderkant van lat of gom.

B. Schrijf op je lenzen met Chinese inkt.

C.Lees tijdens een fake epilepsieaanval het formulier van je buurman. Waarschuwing: niet meer dan één keer per toets te gebruiken.

Het correcte antwoord is A.

De website adviseert: ‘Schrijf de belangrijkste dingen op de achterkant van je gom of lat. Komt de leerkracht in de buurt, doe dan of je een lijntje aan het trekken bent of iets aan het uitgommen bent.’ Verder wenst Humo zich uitdrukkelijk te distantiëren van alle mogelijke gevolgen die het naleven van dit advies kan veroorzaken.


6. Concentratie

Eind jaren 80 ontwikkelde de Italiaan Francesco Cirillo een tijdsmanagementmethode, de ‘pomodorotechniek’. Om in periodes van 25 minuten geconcentreerd aan een taak te kunnen werken, gebruikte hij een kookwekker. Op elke periode van hoge concentratie liet hij een pauze van drie minuten volgen. Na drie periodes van concentratie beloonde hij zichzelf met een langere pauze. Volgens de legende verwijst het Italiaanse ‘pomodoro’ naar de vorm van Cirillo’s kookwekker. Welke vorm had die?

A. Appel.

B. Tomaat.

C. Peer.

Het correcte antwoord is B.

Een wekker in eender welke vorm en een vast prestatieschema blijken de concentratie te verhogen en de geest te wapenen tegen afleiding. Uit een recente enquête van Teleblok bij 2.687 studenten uit het secundair en hoger onderwijs blijkt dat bijna twee derde langer dan een uur aan een stuk blokt. Eén op de zes wil zelfs langer dan twee uur doorgaan. Geen goed idee. Na 50 minuten geconcentreerd studeren neemt het concentratieniveau al een ferme duik. Je brein zoekt naar afleiding door het raam en vindt er de poes van de buren. Ze jaagt een vlinder na en maakt gekke buitelingen door het gras. Poes toch.


7. Probleemoplossend denken

Deze vraag is een klassieker in het basisonderwijs. Welk voertuig hoort niet in volgend rijtje thuis? Vrachtwagen – Auto – Vliegtuig.

A. Vrachtwagen, want dat is het enige voertuig waarmee je niet op vakantie gaat.

B. Auto, want dat is het enige voertuig dat in onze garage past.

C. Vliegtuig, want dat is het enige voertuig dat zich door de lucht beweegt.

Hoewel alle antwoorden logischerwijze correct zijn, zal men doorgaans alleen C goedkeuren. Zulke gestandaardiseerde vragen leren kinderen dat er voor elke vraag maar één juist antwoord is, terwijl in de realiteit een probleem meerdere oplossingen kan hebben. Tegenstanders van dit systeem, zoals de bekende Amerikaanse psycholoog Robert Sternberg, pleiten voor een creatieve revolutie: ‘Onze klassieke toetsen en examens zijn vermomde IQ-testen, ontwikkeld aan het begin van de 20ste eeuw om het verstand van een destijds homogene studentenpopulatie – blanke jongens uit hogere klassen – te meten. Gaandeweg is die populatie enorm gediversifieerd. Leerlingen uit allerlei culturen verzamelen in een school, maar toch gebruiken we nog altijd een stokoud, eenzijdig evaluatiesysteem. Het doodt de creativiteit en het kritische en probleemoplossende denkvermogen van het kind, precies de kwaliteiten die men nodig heeft om het in de 21ste eeuw te maken.’

Als alternatief voor het klassieke toelatingsexamen zette Sternberg, in samenwerking met een reeks Amerikaanse hogescholen en universiteiten, het Rainbow Project op. Aan 793 studenten die solliciteerden voor een plaats in het hoger onderwijs vroeg men om boven op de standaardvragen een kortverhaal te schrijven, een reclamecampagne te bedenken of een praktisch probleem uit te werken. Eén van de opvallendste conclusies van het project was dat de nieuwe, bredere aanpak de kloof tussen de resultaten van blanke en niet-blanke studenten aanzienlijk verkleinde.


8. Muziek maestro

Over het luisteren naar muziek tijdens het studeren doen de wildste theorieën de ronde. De meeste daarvan gaan terug tot de studie van de Amerikaanse professoren Rauscher, Shaw en Ky uit 1993. In een onderzoek naar het verband tussen muziek en ruimtelijk inzicht kwamen ze tot de conclusie dat het beluisteren van een welbepaalde artiest dat inzicht op korte termijn verbeterde. Hoe noemden ze dat verband?

A. Het Mozart-effect.

B. De Céline Dion-curve.

C. Het Rauscher, Shaw en Ky-quotiënt. De drie professoren speelden namelijk in een gelijknamig surfbandje. Na het beluisteren van hun debuut ‘Surf Surf Surf’ presteerden proefpersonen opmerkelijk beter in intelligentietests. Bovendien konden ze na afloop van het experiment ineens ook puntlassen en glasblazen.

Antwoord A is correct.

De studie van Rauscher en co. bracht een commerciële leerbeweging op gang met boeken en klassieke platen die het IQ van kinderen moesten verhogen. Latere studies toonden echter aan dat de betere prestaties van de proefpersonen niet te wijten waren aan klassieke muziek of Mozart, maar aan de appreciatie van de muziek en – nog belangrijker – aan het feit dat die net vóór het uitvoeren van de taak werd beluisterd. Door het ‘arousal and mood’-effect presteer je beter: je favoriete muziek heeft je in de juiste stemming gebracht. Een recent onderzoek aan de University of Wales toonde aan dat de aanwezigheid van muziek tíjdens een intellectuele opdracht wel degelijk een negatieve invloed heeft op de efficiëntie van de hersenen. Vooral zang en tempowisselingen zouden het leervermogen belemmeren. U mag dus gerust een minuutje moshpitten in de garage, zolang u daarna maar in alle stilte uw bureautje opzoekt.


9. Evaluatie

Naast de klassieke mondelinge en schriftelijke examens, bestaan er nog tal van alternatieve en aan populariteit winnende evaluatiesystemen. Alle onderstaande systemen bestaan echt, behalve:

A. Het take home-examen: een student krijgt enkele dagen de tijd om vraag of opdracht uit te werken.

B. Het drive thru-examen: studenten begeven zich naar een terminal op een parking waar ze via een praatpaal door een leerkracht worden ondervraagd.

C. Peer assessment: studenten evalueren elkaar.

Het correcte antwoord is B.

David Gijbels, hoogleraar opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, rondde in 2015 een studie af waarbij studenten pedagogie aan de Karel de Grote Hogeschool zelf mochten kiezen op welke manier ze hun examen aflegden. De resultaten vielen zo goed mee dat die keuzemogelijkheid vaste prik werd.

David Gijbels «Bij de meeste vakken krijgen studenten de keuze tussen twee evaluatiesystemen, bijvoorbeeld een schriftelijke casustoets of een mondeling examen. We zien dat studenten vooral kiezen voor de examenvorm die het best bij hun persoonlijkheid past. Weinig vlotte sprekers kiezen doorgaans niet voor een mondeling examen. Op die manier nemen we alvast een mogelijk discriminerend aspect van sommige klassieke examenvormen weg.

»Nieuwe systemen als take home of peer assessment vinden steeds meer ingang in onze hogescholen en universiteiten. De doelstellingen van ons onderwijs zijn de voorbije jaren alsmaar breder geworden en de toetsen evolueren logischerwijze mee. Willen we enkel kennis testen, dan blijven we beter bij de klassieke opstelling. Willen we probleemoplossend denken, leiderschap of groepswerk aanleren, dan gebruiken we steeds meer andere, alternatieve methodes. En die komen de resultaten van studenten aanzienlijk ten goede.»


10. Staking

In Brussel is een staking gaande. De kans dat een groen vakbondslid een bushokje vernielt is 20 procent. De kans dat een rood vakbondslid een bushokje vernielt is 30 procent. Wat is de kans dat beide vakbondsleden effectief tot vernieling zullen overgaan?

A. 100 procent. Zowel groene als rode vakbondsleden beroepen zich consequent op hun grondwettelijk recht om bushokjes te vernielen.

B. 50 procent.

C. 6 procent.

Het correcte antwoord is C.

Om de doorsnede van twee onafhankelijke gebeurtenissen te berekenen, moet je beide kansen met elkaar vermenigvuldigen. Verder heeft deze vraag niets met examens te maken, tenzij je Charles Michel heet.


11. Ontevreden

Studenten die niet tevreden zijn met hun examenresultaten kunnen zich wenden tot de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen. Hoeveel dossiers kreeg de Raad vorig schooljaar te verwerken?

A. 70.

B. 700.

C. 7.000.

Het correcte antwoord is B.

Jim Deridder, voorzitter van de Raad, ziet een opwaartse evolutie in het aantal dossiers.

Jim Deridder «Vóór 2005 ging het om zo’n 48 geschillen per jaar, maar in 2015 behandelde de Raad er 700. Die enorme stijging is enerzijds te wijten aan een duidelijke mentaliteitswijziging. De studenten van vandaag leggen zich minder makkelijk neer bij de beslissing van een instelling. Anderzijds hebben we meer bevoegdheden gekregen. Naast examenbeslissingen en examentucht behandelen we nu ook andere geschillen, zoals bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s, vrijstellingen enzovoort. Van de 700 dossiers gingen er 400 over de vraag tot teruggave van leerkrediet. Met andere woorden: studenten die door overmacht niet aan een examen konden deelnemen en het daarvoor ingezette leerkrediet willen terugkrijgen. In meer dan 90 procent van de gevallen werd dat leerkrediet ook teruggegeven.»

Overigens: studenten die het niet eens zijn met de uitslag van Humo’s Grote Examenexamen kunnen zich wenden tot Humo’s eigenste Raad voor Examenexamenbetwistingen, zodra deze opgericht wordt.


U hebt een score onder nul?

Proficiat! U bent werkelijk een stom kalf. Mocht een carrière in het bankwezen of de retail niet lukken, dan kunt u nog steeds het logo van een multinational op uw voorhoofd laten tatoeëren of uw organen verkopen op het dark web.


U hebt een score tussen 0 en 5?

Proficiat! Maar waarvoor precies, daarover dient de jury nog even te beraadslagen.


U hebt een score tussen 5 en 8?

Proficiat! U bent zo middelmatig dat zelfs een grijze trui kleur in uw leven brengt.


U scoort meer dan 8?

Proficiat! U slaagt cum laude in Humo’s master in de examenexamenkunde. Doorgroeimogelijkheden in richtingen zoals de toegepaste examenexamenkunde en politiek-sociale examenexamenkunde zijn maar een eerste stap in een ongetwijfeld succesvol bestaan. De Humo-redactie wenkt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234