Humo's Klassiekers van Nu: 'Wachten op de barbaren,' van J.M. Coetzee, deze week te koop bij Humo

In spaarzaam en vlijmscherp proza, dat nadien zijn handelsmerk geworden is, verkent J.M. Coetzee in 'Wachten op de barbaren' de relatie tussen barbarij en beschaving. Een provocerende allegorie, bijtend actueel en venijnig verontrustend, deze week te koop bij Humo voor maar 4,90 euro extra.

'Met intellectuele eerlijkheid en diep doorvoeld, in proza van ijzige precisie, heeft Coetzee het masker van onze beschaving laten vallen, en de topografie van het kwaad getoond.'

'Het beste boek ooit? 'Wachten op de barbaren'. Ik ken geen hedendaagse schrijver die de illusie dat lezen en schrijven de moeite waard zijn zo levend weet te houden als Coetzee.' Arnon Grunberg.

De flap van 'Wachten op de barbaren' van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee - deel vier in de reeks Humo's Klassiekers van Nu - is sober gebleven, maar we hadden er erg makkelijk de grootste loftuitingen op kunnen afdrukken.

Of Coetzee het zelf zijn beste boek vindt? We zullen het hem niet kunnen vragen, want de man is legendarisch zuinig met zijn contacten met de pers.

Op de VPRO-site is nog altijd integraal het legendarisch lastige gesprek te zien dat Wim Kayzer met hem voerde, vlak bij Kaap De Goede Hoop, voor de al even legendarische tv-reeks 'Van de schoonheid en de troost'. Een interview met indrukwekkende stiltes, en hier en daar ook wel een veelzeggend antwoord.

Kayzer: 'Hou je van mensen? Van je eigen soort?'

Coetzee: 'Houd ik van mensen? Ik weet niet zeker of ik van de menselijke soort houd. Ik ben zozeer gesteld op de grote satirici dat ik aanneem van niet.'

Waarom gedraagt Coetzee zich zo persschuw? Dat is wél makkelijk te achterhalen, want zijn zeldzame interviews gebruikt Coetzee nog het liefst om uit te leggen waarom ze zo zeldzaam zijn. Aan interviews, zo legt hij het uit in zijn boek 'Doubling the Point' (1992), is zowat álles onaangenaam. Negen keer op de tien is het een uitwisseling met een volslagen vreemde, maar wel één die zich van de normale fatsoensgrenzen die gelden onder vreemden weinig moet aantrekken en die de schrijver de controle over zijn woorden afpakt. 'Het interview is de beleefdere versie van een ondervraging in de gerechtszaal,' zegt hij, en anderzijds doet het hem ook denken aan een sessie bij de psychotherapeut: de verwachting is daar dat er wel een waarheid komt bovendrijven als je er maar wat dingen uitflapt.


JOHN MAXWELL COETZEE « Voor mij is waarheid verbonden met stilte, reflectie, het schrijven. Spreektaal is geen bron van waarheid maar een bleke, voorlopige versie van schrijftaal. En de degen van de verrassing die de magistraat of de interviewer hanteert, is geen instrument van de waarheid, integendeel, het is een teken dat erop wijst dat de transactie die daar plaatsvindt intrinsiek op confrontatie uit is.

» Had ik het allemaal enigszins voorzien, dan zou ik vanaf het begin journalisten helemáál uit de weg zijn gegaan. Maar nu is het te laat: het nieuws dat ik een ontwijkende, arrogante, in het algemeen onaardige kerel ben, heeft zich verspreid.»

Eet je worteltjes op

Zelfs toen hij in 2003 de Nobelprijs voor Literatuur won, wist Coetzee de regie zelf in handen te houden. Hij was alleen bereid naar Oslo te reizen als er géén persconferentie was. In zijn toespraak bij de uitreiking verschuilde hij zich achter een personage, Robinson Crusoe, en in een korte tafelrede voor de genodigden zei hij niet veel meer dan dat hij het betreurde dat zijn moeder er niet bij was.


COETZEE « Mijn moeder zou apetrots zijn geweest. Mijn zoon de Nobelprijswinnaar! En trouwens, voor wie anders dan voor onze moeder doen we dingen die ons de Nobelprijs opleveren? 'Mammie, mammie, ik heb een prijs gewonnen!' 'Prachtig, lieverd. Maar eet eerst even je worteltjes op, anders worden ze koud.' Waarom moeten onze ouders negenennegentig worden en allang in hun graf liggen, voordat we naar huis rennen met de prijs die alles goedmaakt wat wij hen aan last en verdriet hebben bezorgd.»

Slechts enkele media gunde Coetzee een kort interview. Eén daarvan was een klein tijdschrift dat de zaak van de dieren steunt, wat ook Coetzee doet. 'Ik heb geen huisdieren,' zei de Nobelprijswinnaar daar, en: 'Ja, ik ben vegetariër. Ik vind de gedachte om stukjes lijk door mijn keel te duwen nogal weerzinwekkend, ik ben verbaasd dat zoveel mensen dat dagelijks doen.'

Een jaar later mocht de Nouvel Observateur even met hem e-mailen; het is het laatste interview met hem dat ik terugvond. 'De Nobelprijs heeft me niet veranderd,' bekende Coetzee daar, 'die prijzen worden bijna altijd toegekend aan een schrijver die aan het eind van zijn leven is, wanneer zijn stijl al gestold is.'

En of men hem vergelijken mag met die andere grote schrijvers die opzichtig voor een isolement kozen: Salinger, Pynchon of Beckett?


COETZEE « Heeft Beckett zich echt zo marginaal opgesteld? Hij had vrienden, hij werkte actief voor het theater. Ik heb ook vrienden. En al dertig jaar geef ik les aan de universiteit. Mijn studenten zouden opkijken als ze vernamen dat ze in mijn buurt in een geheel aparte wereld leven!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234