Humo's Onweerstaanbare Studentenspecial: In de school van rector Jan

Jan De Cock, de kunstenaar van wie zowel het oeuvre, de impact als de muil gróót zijn, heeft driehonderd kinderen. Ze kwamen tot hem in 2014: toen stelde hij zijn atelier in Brussel open voor de kunsthumaniora van Sint-Lukas. Humo kreeg een rondleiding. En een paar Westmalle Tripels.

Jan De Cock is een multitasker par excellence. Terwijl hij me met stormachtige tred door zijn eigendom gidst, doceert hij me een lesje kunstgeschiedenis, laat hij een leraar weten dat die zich geen zorgen hoeft te maken over een nakende evaluatie, duwt hij me een Westmalle Tripel in de handen, discussieert hij met een buurtbewoner over een aantal vrijgehouden parkeerplaatsen, krabt hij zich uitbundig aan de zak, en verkondigt hij met veel aplomb dat ‘het museum dood is en de school failliet’. En dat het Brussels Art Institute (BAI), zoals hij de plek gedoopt heeft, daar misschien wel iets aan kan doen.

Al 25 jaar heeft De Cock hier in Kuregem, op wandelafstand van het Zuidstation, zijn atelier. Vorig jaar adopteerde hij ook de hoogste drie jaren van de kunsthumaniora van Sint-Lukas. Tot de verbouwingen in de school in Schaarbeek afgerond zijn – geschat wordt: nog een jaar of drie – krijgen zo’n driehonderd leerlingen hier les. Het BAI is een vrolijk labyrint waarin het prettig verdwalen is. Aan de ene kant van de straat liggen de theorielokalen, boven een jazzclub waar concerten en films geprogrammeerd worden. Aan de andere kant van de straat ligt het atelier van De Cock, omgeven door tentoonstellingsruimtes, open leslokalen, bureaus, een bar en een bibliotheek. En veelal, zo merk ik, zijn de ruimtes alles in één.

Jan De Cock «Ik doe niet aan aparte lokalen. In een keurig afgebakend klaslokaal leer je niets van de wereld. Kom, ik laat je zien hoe hier gewerkt wordt.»

Verspreid over de verschillende verdiepingen zie ik groepjes leerlingen les krijgen van uit de losse pols docerende leerkrachten. De Cock complimenteert een jongen met zijn fraai getekende maiskolf en vraagt aan een andere leerling van welk dier hij de onderkaak aan het tekenen is.

Leerling «Van een mens, meneer.»

De Cock «Blijven oefenen dan.»

‘Nog twee minuten, jongens,’ zegt een leraar gedecideerd, ‘maak er een meesterwerk van.’ De Cock, grijnzend: ‘Dat hoor ik graag.’


Kunstpoes

Dit is middelbaar onderwijs: leerlingen krijgen op Sint-Lukas het theoretische curriculum van een gewone school, met klassieke vakken als aardrijkskunde, biologie en Frans. Maar daarnaast zijn er dus ook de ateliervakken. Ze kiezen voor kunsten (met als opties vrije beeldende kunst, toegepaste beeldende kunst of architecturale en binnenhuiskunst), voor artistieke opleiding of voor vorming (met als opties audiovisueel, beeldend of architecturaal).

'Leren kijken is zo belangrijk. De prut uit je ogen halen, de shit uit je brein verwijderen' Siegfried Beyers, art advisor

De Cock denkt hardop na over een verlengstuk aan de opleiding.

De Cock «Een zevende en zelfs een achtste jaar. Of iets intermediairs, dat tussen humaniora en hoger kunstonderwijs hangt. Want hoger kunstonderwijs volgen is een drastische beslissing: je moet jaren intens werken zonder precies te weten waar je zult uitkomen. Het kan nuttig zijn om jonge mensen bedenktijd te geven, om ze nog wat dingen te laten proberen voor ze hun definitieve beslissing nemen.»

We lopen Siegfried Beyers tegen het lijf, door De Cock voorgesteld als ‘mijn rechterhand’. They go way back: De Cock was ooit een leerling van Beyers.

Siegfried Beyers «Toen al was hij een bijzondere jongen. Een heel attente, oplettende leerling die altijd voor een goeie discussie te porren viel. Echt een plezier om in je klas te hebben. We hadden een intens contact toen, en ook na zijn opleiding bleven we elkaar opzoeken.»

Nu is Beyers art advisor voor het educatieve luik van het BAI, en leraar kunstinitiatie en esthetica. Hij laat me aanschuiven bij één van zijn lessen in het vijfde jaar vrije beeldende kunst. Beyers doceert uit het blote hoofd over het maniërisme, rond de tafel zitten veertien leerlingen en één poes aandachtig te luisteren. De poes, op de schoot van een leerlinge, is strikt genomen niet ingeschreven op Sint-Lukas, maar Jan De Cock zei het al: ‘Dit moet een open school zijn.’

Na de les maak ik kennis met Rik Vonckx (17), Nour Aarabi (16), Absa Sissoko (17) en Tristan Van Garsse (16). Ik merk op dat het er losjes toeging. Met zijn mooie, lichtjes bezwerende stem hield Beyers iedereen probleemloos bij de les, maar op geen enkel moment dwong hij zijn leerlingen in een onderdanige rol.

Absa Sissoko «Je hebt hier een veel sterkere band met je lesgevers dan in het ASO-onderwijs. Ze communiceren met je, zijn geïnteresseerd, willen je leren kennen.»

Beyers «We proberen het hier allemaal wat individueler en menselijker aan te pakken, ja. Voor mij is de essentie niet: meetbare kennisoverdracht. Wel: iemand zien binnenkomen, hem of haar gepassioneerd lesgeven, en op een bepaald moment de déclic zien maken. Die déclic, dat is het moment waarop iemand loskomt, een persoonlijkheid wordt, voor zichzelf gaat denken.»

Absa «En dat gaat niet per definitie op de softe manier, hoor. Leerkrachten kunnen hier heel grof uit de hoek komen. Ik vind dat tof: straightforward, zonder veel versieringen.»

Absa, Rik, Tristan en Nour zijn niet in het kunstonderwijs geworteld: alle vier spendeerden ze hun eerste humaniorajaren in een klassieke ASO-school.

Beyers «Da’s niet uitzonderlijk: ik zie hier veel kinderen die een schoolcarrière van vallen en opstaan achter de rug hebben. Vaak zijn ze in het beruchte watervalsysteem beland, en voelen ze zich niet lekker. En even vaak zie ik dan hoe ze zich hier wél intuïtief thuisvoelen.»

Tristan Van Garsse «Klopt. In het ASO heb ik letterlijk gehoord: ‘Kunstonderwijs is voor wie niets kan.’ Daar werd fundamenteel op neergekeken, dat was het onderste stukje waterval. KSO, dat deed je alleen als je straatveger wilde worden. Dat beeld mag weleens bijgesteld worden. En jonge tieners moet veel meer de keuze gelaten worden.»

Beyers «Toen ik aan Sint-Lukas begon les te geven, in de prehistorie, zei een collega me: ‘Dit type school is een model voor de toekomst. Want jonge mensen worden hier op een humanere manier behandeld.’ 25 jaar geleden al, hè. En het is waar: in de klassieke humaniora doet een leerling de taken die hem opgedragen worden, na zes jaar volgt de beoordeling – en klaar. Hier krijgen leerlingen de kans om naar hun persoonlijkheid te speuren, naar het type mens dat ze zijn. We wakkeren hier niet alleen het brein aan, maar ook het hart, de creativiteit en de persoonlijkheid. Jammer genoeg zijn nog niet zo veel ouders in Vlaanderen ervan doordrongen dat een kind zich hier op alle vlakken kan ontplooien. Er wordt in Vlaanderen doorgaans niet avontuurlijk gedacht. Het zijn bange, conservatieve tijden: het klassieke schoolmodel wordt nauwelijks in twijfel getrokken. Het zijn de kinderen zélf die zeggen: ‘Pa, ma, ik wil naar de kunstschool.’»

Absa «Dan ben ik de uitzondering: ik ben thuis wél aangepord om naar een kunstschool te gaan. Mijn familie is altijd al erg met kunst bezig geweest.»

'In onze tunnel of love, met tweepersoonstoiletten, doen de leerlingen waar ze zin in hebben. Zolang de boel maar niet verstopt raakt' Jan De Cock

De Cock, die zich in zijn atelier teruggetrokken heeft om een aantal sculpturen voor zijn volgende tentoonstelling af te werken, loopt weer even langs en zet iedereen bier voor. De schooldag die afgesloten wordt met een Jambe-de-Bois: de kneuterige opvoedingshandboeken zijn hier verspild papier.

De Cock «Ik wil weer vrije tijd creëren. Letterlijk: tijd waarin je vrij bent, waarin leerlingen niet gehinderd worden door een burgerlijke moraal die allerlei restricties oplegt.»

Absa «Voor ons voelt dat heel bevrijdend aan. Niet dat er hier geen regels zijn, maar je wordt niet gestraft als je een boek vergeten hebt. Ik vind dat nogal belangrijk: ik wil niet als een kind behandeld worden. Dat bén ik namelijk niet meer.»

Nour Aarabi «We luisteren beter net omdát we die vrijheid krijgen. Hoe meer regels, hoe meer je ze wil bekampen.»

Tristan «Je moet hier wel je eigen regels maken. Want als je dat niet doet, val je.»

Nour «Die losse aanpak werkt ook alleen hier. Ik denk wel dat die vrijheid misbruikt zou worden als je ze ook op een ASO-school zou invoeren.»

Rik Vonckx «En je moet willen werken. Want anders haal je het niet.»

Absa «Ik heb hier meer discipline gekweekt, en ik ken mijn eigen grenzen beter dan vroeger.

»Veel mensen denken: KSO, da’s chill. Je moet er niks doen, je lummelt wat rond, je hangt een beetje de artistiekeling uit. Dat klopt dus niet. Als kunst niet je passie is, overleef je hier niet.»

De ASO-school zit de vier duidelijk niet lekker.

Absa «De dagen leken er tien keer langer te duren.»

Nour «Het was net wegwerponderwijs. Je stampt de leerstof in je hoofd, reproduceert ze op het examen, en daarna vergeet je ze. De dingen die je hier leert, gooi je níét weg.»

Absa «Je kunt hier ook gewoon zijn wie je wil zijn. Op mijn vorige scholen waren er de cool kids, de sukkels en de nerds. Dat onderverdelen in vakjes heb je hier niet.»

Rik «Ik kan zeggen dat ik echt graag naar school ga. Dat gevoel had ik op mijn vorige school toch niet.»

Nour «Ik heb het ook nooit over mijn klas, wel over mijn vrienden.»

Tristan «Ja: de school is de plek waar ik mijn vrienden ontmoet.»

Beyers «Jullie moeten wel opletten dat jullie het niet overromantiseren, hè. We hebben hier ook onze problemen. Het gebrek aan privacy, bijvoorbeeld, ergert mensen weleens. Het is niet voor alle collega’s even vanzelfsprekend om geconcentreerd les te geven als enkele meters verder een andere leerkracht ook druk aan het vertellen is.»

Absa «Het is hier soms wel een chaos, ja.»


Tweepersoonstoiletten

Ik werp op dat dit allicht de enige plek in België is waar je als leerling elke dag door het atelier van een gerenommeerde kunstenaar loopt.

'Ik ga niet luid roepen dat wat Jan De Cock maakt, keilelijk is. Maar het is niet mijn stijl' Absa Sissoko, leerling

Rik «Aanvankelijk bleef dat nogal abstract: we hadden niet goed door in wiens atelier we zaten. Nu begint het door te dringen dat dit echt wel iets bijzonders is.»

Beyers «Jan heeft ons uitgenodigd. ‘Kom maar naar mij!’ Ik ben ’m daar nog altijd heel dankbaar voor. Een kunstschool die haar thuis vindt in het atelier van een kunstenaar: dat is een absoluut uniek historisch gegeven. Wij zijn hier heel doordrongen van het bijzondere daarvan, maar ik weet niet of het genoeg naar buiten doorsijpelt. Het is meer dan een zot project van een zotte kunstenaar met zotte praat. Dit zou een model voor de toekomst kunnen zijn, eentje dat voor heel veel jonge mensen zou kunnen werken. Want ik zie het resultaat hier elke dag. Naar school gaan in het atelier van een kunstenaar, waar je hem elke dag ziet nadenken en creëren, dat doet iets met de breintjes van die jonge mensen hier.»

Juist: die kunstenaar. Wordt er hier elke ochtend een groet gebracht bij het borstbeeld van De Grote Leider?

Beyers «Integendeel: Jan krijgt stevig weerwerk. Als je jong bent, en je komt binnen bij een kunstenaar met renommee, dan ga je die niet blind adoreren. Nee, dan wil je die absoluut néérhalen. Ik vind dat een interessante dynamiek: de leerlingen die zich rellerig opstellen, Jan die daar energiek tegenin gaat. En ik die de go-between speel. Ze mogen hier zeggen dat Jan een dikke nek, een grote mond en veel te veel praatjes heeft, maar vervolgens mag ik ook zeggen dat ze eens aandachtig naar zijn werken moeten kijken. ‘Hoe zijn die opgebouwd? Welke referenties vind je erin terug? Wijst zijn werk naar de toekomst?’»

Absa «Ik ga niet luid roepen dat wat Jan De Cock maakt, keilelijk is. Maar het is niet per se mijn stijl. De vorm spreekt me niet erg aan. De betekenis vind ik mooier dan hoe het eruitziet.»

Nour «Je hoeft iets niet mooi te vinden om het te kunnen appreciëren. Mijn stijl is het evenmin, maar ik apprecieer het wel, en ik leer er iets van.»

Ter afsluiting troont De Cock ons mee naar ‘de bunker’ – een pracht van een bibliotheek. ‘Er is hier geen gsm-bereik,’ zegt De Cock trots. ‘Je kunt niet snel even naar Wikipedia: je moet het met de boeken doen.’

De Cock «Deze tijd zit me niet lekker – ik moet ’m uitzweten. De technologische revolutie heeft ons iets afgepakt: we kijken niet goed meer. We willen gezien worden op Facebook, terwijl ons verlangen net kíjken zou moeten zijn. Kijken naar een kunstenaar die aan een oeuvre bouwt, naar een ambachtsman die zich in iets kleins specialiseert, naar een denker die zich vastbijt in één obsessie.»

Beyers «Leren kijken is zo belangrijk. De prut uit je ogen halen, de shit uit je brein verwijderen.»

Nour «Ze vragen hier niet van me dat ik uit het hoofd leer wat in een boekje staat. Wel dat ik kijk, nadenk en een mening formuleer. Ik heb het gevoel dat ik hier meer over de wereld te weten kom, dat ik béter word voorbereid op het leven na de school.»

Rik «Ik word hier geconfronteerd met mezelf, leer mezelf kennen, en mag vervolgens ook gewoon mezelf zijn.»

Tristan «We zijn hier binnengekomen als blinde kinderen, en nu leren we kijken.»

Kijken moet, aankomen mag. Dat blijkt wanneer De Cock me tot slot een in felroze geschilderde gang binnenloodst. ‘De tunnel of love,’ legt hij uit. ‘Hier zijn de toiletten. Het zijn tweepersoonstoiletten, en de leerlingen doen er waar ze zin in hebben. Er is één voorwaarde: ze gooien niets in het toilet wat de boel kan doen verstoppen. Maar voor het overige doen ze hier wat ze willen.»

Absa «Nee, het gevaar op verveling loert hier niet om de hoek.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234