Humo's platen van het jaar 2019

Veertien TTT-recensenten hebben hun tien favorieten op een rij gezet, en na lang tellen konden we uit die lijstjes Humo’s Definitieve Top 20 van 2019 samenstellen. Hoe klonk 2019? 2019 klonk raar.


20. Kate Tempest: 'The Book of Traps and Lessons'

‘Stel je voor: je probeert al je hele leven goed te rappen, en wanneer je eindelijk kunt samenwerken met je muziekheld, zegt die doodleuk: ‘Stop met rappen!’’ Het overkwam dichteres Kate Tempest toen ze voor haar derde plaat werd bijgestaan door superproducer Rick Rubin. Hij plukte haar sound kaal tot er alleen nog een piano en een zucht overbleven. Het resultaat is fenomenaal, een verzopen litanie over een wereld waarin het water aan ieders lippen staat. Het ontroerendst zijn de hoopvolle songs, zoals ‘People’s Faces’ – eenzame Chadli’tjes in een verslagen Anderlecht.


19. Zwangere Guy: 'Brutaal'

Niet de enige artiest die met twee platen tegelijk in onze top 20 staat, maar wel de enige Belg. De Brusselaar van het jaar maakt de belofte waar: laidback is the new black. De beste Guy na Guy Mortier. Hij kan niet – komt-ie! – rap genoeg aan zijn derde beginnen.


18. Tyler, the Creator: 'IGoR'

In 2017 vloog Tyler, the Creator na jaren in de marginaliteit naar de top van de mainstream met zijn plaat ‘Flower Boy’. Met opvolger ‘Igor’ blijft hij op koers: kwetsbaar maar mysterieus, een wandelende paradox die erin slaagt avontuurlijk te klinken en toch naar Pharrell te ruiken. Dit jaar hebben we met Kanye één rapgod tijdelijk uit het pantheon der grootheden moeten schoppen: een plekje dat Tyler, the Creator met veel plezier warm houdt.


17. Aldous Harding: 'Designer'

De Nieuw-Zeelandse is in het rijke songwriteraanbod van topvrouwen dit jaar (Phoebe Bridgers! Weyes Blood!) misschien wel de bijzonderste loot aan de boom. ‘Designer’, haar derde plaat, is een toverbal van moderne folk. Haar muziek lijkt eenvoudig, tot je merkt hoe rijk de accenten zijn, en hoezeer haar muziek hedendaags én tijdloos is. Naar haar luisteren is constant onderdeel van het mysterie zijn.


16. Little Simz: 'Grey Area'

Het werd tijd dat iemand ons wakker kwam schudden. Simbiatu Abisola Abiola Ajikawo is 25, Brits en een brat met een lookadem. Op een slechte dag is ze even goed als Jay-Z, zegt ze, en op een nog slechtere dag evenaart ze Shakespeare. In haar raps herbeleeft ze stoute en foute dromen en ze doet dat stukken entertainender dan de concurrentie. Michael Kiwanuka speelt gitaar op ‘Flowers’, Kendrick Lamar en Lauryn Hill zijn fan, en ‘Grey Area’, tjokvol coming of age-verhalen, werd net als nummers 10 en 11 van deze lijst genomineerd voor een Mercury Prize. Olé!


15. Richard Hawley: 'Further'

Achtste soloplaat en wéér eentje om in te kaderen, naast de zeven andere die al aan de muur hangen in ons kleinste kamertje. Als Frank Sinatra loeiharde elektrische gitaar had kunnen spelen, dan zou hij misschien geklonken hebben als Richard Hawley. Oceaandiepe stem en veel emotie, maar ook lekker scheuren in de bochten, als de gitaren mogen janken: Hawley kan veel. ‘Further’ heeft een haast achteloze klasse, van de zenuwachtige opener ‘Off My Mind’ over de smaakvolle shuffle ‘My Little Treasures’ tot de merseybeat van afsluiter ‘Doors’. Een licht melancholisch feest vol heerlijke gitaren en georkestreerde zwijmelrefreinen.


14. Bon Iver: 'I, I'

Een man voor alle seizoenen, die met zijn vierde plaat weer een stukje van zijn eigenzinnige muzikale puzzel legt. Warme, subtiele songs met een overdaad aan geluiden en geluidjes, trucs en verrassingen, en als sluitstuk die wonderlijke stem die overal bovenuit steekt: een vuurtoren van hoop in de donkerste nacht. De intimiteit van zijn debuut (‘For Emma, Forever Ago’) heeft vele lagen gekregen, maar de sfeer blijft dezelfde: een zoekende man die prachtige platen maakt alsof hij er zijn hand niet voor hoeft om te draaien. Jaloers, dát zijn wij.


13. Purple Mountains: 'Purple Mountains'

Toen indiekluizenaar David Berman zomaar een comeback aankondigde, dachten we: zou het zijn jaar worden? Nou, dat werd het, maar niet op de manier die we hadden gewenst. ‘Purple Mountains’ is een meesterwerk, een definitieve staalkaart van zijn talent om glorieuze losers te bezingen. Maar kort na de release stapte hij uit het leven. ‘All My Happiness Is Gone’ heet één van de tracks op deze nu al klassieke plaat. Berman leek de wereld nog één keer te willen laten zien wat hij waard was. ‘Margaritas at the Mall’ is de beste single van het jaar: droefgeestig, briljant, hilarisch.


12. Angel Olsen: 'All Mirrors'

De gitaren knetteren en de violen zwellen aan tot een tsunami, maar het is de stem van Angel Olsen die in de grootse opener ‘Lark’ de adem beneemt. Het titelnummer is gotische disco en ‘Spring’ een prachtige dagdroom. Het afsluitende walsje ‘Chance’ doet u meteen op repeat drukken. Met ‘All Mirrors’ bewijst Angel Olsen zich na het meesterlijke ‘My Woman’ (2016) opnieuw als één van de beste songwriters van het moment.


11. Fontaines D.C.: 'Dogrel'

Vragen waarom Fontaines D.C. muziek maakt, is als vragen waarom een fles cola het op een spuiten zet als er een pepermuntje in gegooid wordt: het kan niet anders. De postpunk op hun debuut ‘Dogrel’ heeft geen zin in ironie en geen tijd om te wachten: Grian Chatten schrijft songteksten als plakkaten, over hebzucht en desillusie, en in het holst van de nacht gaat hij ze met zijn bandleden op de deuren van Dublin City spijkeren, de grootstad die zowel de inspiratie levert als de initialen in hun groepsnaam. Op ‘Dogrel’ is The Fall niet dood, de jeugd geen verloren zaak, en de muziek een nooduitgang.


10. black midi: 'Schlagenheim'

Live moesten deze Britse broekjes niemand meer overtuigen, maar in juni bleek dat ze ons ook vanuit de studio van de sokken konden blazen. Met geniaal geflipte pokkeherrie à la Trumans Water en math rock die aan ninetiesbands Polvo, Don Caballero en Rodan herinnert, doet Black Midi in zowat elke song alle haartjes op onze armen overeind komen. Riffs maken Messi-schijnbewegingen, tegendraadse drumsalvo’s schroeien onze trommelvliezen en ondertussen heeft ‘Schlagenheim’ lak aan alles – imago, voorspelbaarheid, refreinen. Een verademing.


9. Zwangere Guy: 'Wie is Guy?'

Net als Big Thief heeft Zwangere Guy twee platen uit in 2019, maar die tweede was net dat tikje te laat om onze lijst nog overhoop te gooien. Dus hebben we het hier over zijn solodebuut, en niet over ‘Brutaal’, de evenwaardige opvolger die op 6 december is verschenen. Op ‘Wie Is Guy?’ rekent Gorik van Oudheusden (als lid van STIKSTOF vorig jaar al aanwezig in deze lijst) af met zijn demonen – zijn moeilijke jeugd, de troebele relatie met zijn moeder, zijn jaren op straat en in de bouw – maar tussendoor mag er gedanst worden als zaten we in het jaar 20 na ‘1999’. Meer dan een uur vaderlandse hiphop van het allerhoogste niveau.


8. DIIV: 'Deceiver'

Toen hij nog een verwaande, aan heroïne verslaafde lapzwans was, maakte hij al uitstekende muziek. De ontnuchterde Zachary Cole Smith heeft meer focus, maakt duidelijker keuzes en nóg betere songs. ‘Deceiver’ laat het haar hangen als de vroege grunge en ruikt naar shoegaze zonder mottenballen. Voor wie zijn oren wil luchten en enkele luisterbeurten geduld heeft: DIIV is de opwindendste rockband waar niemand over praat.


7. Lana Del Rey: 'Norman Fucking Rockwell!'

Een elegant strijkje en een warme piano zetten de toon, maar de openingszin is heel wat anders: ‘Goddamn, man-child / You fucked me so good that I almost said ‘I love you’’. Je kunt ‘NFR!’ opleggen voor de sfeer, voor het bedwelmend trage tempo, voor de roes, de wendingen en de sobere, vrij klassieke productie, en onderweg gewoon de hoogtepunten aankruisen: de tien prachtige minuten van ‘Venice Bitch’ en de ontreddering in de finale van ‘Hope Is a Dangerous Thing for a Woman Like Me to Have – but I Have It’. Maar in Lana Del Reys zesde zitten ook wegwijzers: naar ‘Kokomo’ van The Beach Boys, naar Sylvia Plaths ‘De glazen stolp’, naar zoveel onbekender moois.


6. Kim Gordon: 'No Home Record'

Body/Head, het experimentele duo dat ze met Bill Nace vormde, klonk te hard als Sonic Youth, en Kim Gordons teksten waren onverstaanbaar. ‘No Home Record’ heet ons welkom in het tegenovergestelde: het hoogdringende hier en het kraakheldere nu. Gordon rapt boven een marimba in ‘Paprika Pony’. ‘Earthquake’ lijkt louter gesmacht, maar bevat ook de sneer ‘You want me to see you / Are you twelve?’. In de pletwals ‘Murdered Out’ spuit Gordon haar hart even matzwart als de BMW waarmee ze door L.A. rijdt, op zoek naar ontregelende slogans als ‘Get your life back, yoga’. Woord en klank lijken te komen met hetzelfde gemak als waarmee Gordon #YouDon’tOwnMe op een canvas borstelt.


5. Weyes Blood: 'Titanic Rising'

Die ‘hymnes voor de nakende apocalyps’ die muziekwebsite Pitchfork al in 2016 in de songs van Natalie Mering ontwaarde? Ze zijn er nu: ‘Titanic Rising’ is breedbeeldpop, duizelingwekkend geschakeerd en prachtig gezongen, waarover de klimaatcrisis donkere schaduwen werpt. De oorlog in Vietnam deed hetzelfde toen The Zombies, The Walker Brothers en The Beach Boys in de late sixties hun weelderigste liedjes de wereld instuurden. Het is dát barokke popgeluid dat Weyes Blood op weergaloze wijze nieuw leven inblies als tegengif voor moderne wanhoop en onzekerheid. ‘Titanic Rising’ is de overrompelendste wake-upcall die in 2019 te horen viel.


4. Nick Cave: 'Ghosteen'

Het niemandsland waar je niet wilt zijn, maar waar velen toch ooit naartoe zullen verhuizen: het land na de dood van een geliefde. De woestijn van onverwerkbare treurnis waarin Nick Cave sinds de dood van zijn zoon Arthur, nu vier jaar geleden, ronddwaalt – zijn Bad Seeds volgen op eerbiedige afstand – leidt tot prachtvolle muziek en de digitale schatkamer The Red Hand Files. Ze geven hem de status van een goeroe bij vele devote fans. Priesterlijk, haast: een zwarte kraai met een boodschap over liefde die de dood overwint, maar eigenlijk toch niet, als we daar eerlijk over zijn. Muziek mag dan een antwoord op veel vragen zijn, hier wordt het bloed alleen gestelpt. ‘Ghosteen’ is een volgende stap in het croonerschap van Cave: weg is de razernij. Je hoort een eenzame, zijn weg zoekende treurwilg op het toppunt van zijn muzikale kunnen. Een plaat in twee delen, met lange lappen van songs in het tweede deel, veel synths, violen, wat piano. Een vader die zingt over een ontmoeting die nooit meer komt. Ideaal om, als de tijd gekomen is, zelf de Hades mee over te steken.


3. Big Thief: 'Two Hands'

Minder dan zes maanden zaten er tussen de release van ‘U.F.O.F.’ en ‘Two Hands’, amper een paar dagen tussen de opnames van beide platen. Live opgenomen, minder zompig dan zijn voorganger, even diep snijdend en met een hit, ‘Not’, die weigerde er één te worden. Onze Man schreef in een profetische bui: ‘Wordt 2019 het jaar waarin er een groep op 1 én 2 staat in onze eindejaarslijst?’ Net niet.


2. FKA twigs: 'Magdalene'

Begin bij ‘Sad Day’. Koptelefoon op en volume op tien. Een ballad van porselein, breekbaar en majestueus, overdondert zoals de beste songs van Kate Bush of Björk dat kunnen. Kijk daarna naar haar uitvoering van ‘Cellophane’ bij Jimmy Fallon, waarin ze paaldansen laat troosten en ontroeren. FKA Twigs lijkt niet langer op een aards niveau te opereren. ‘Magdalene’ klinkt vooruitstrevend. Aan het einde van het decennium geeft ze ons een glimp van wat kan komen. Er zit van alles in haar muziek, van hiphop en industriële electro over pop tot gregoriaanse gezangen. Skrillex en Nicolas Jaar hielpen met de productie. Ondanks die herkenbare bouwstenen voel je in elke noot en elke zucht de uitgesproken aanwezigheid van Tahliah Debrett Barnett, de vrouw achter het enigma.

Ze heeft enkele moeilijke jaren achter de rug. Dokters vonden gezwellen in haar baarmoederwand, en toen ze brak met ‘Twilight’-ster Robert Pattinson, moest ze de onverzadigbare honger van de Britse tabloids trotseren. ‘Magdalene’ is de heropstanding na de val, de glorie na het verraad. Het voelt als een privilege dat FKA Twigs haar overwinning met ons, simpele aardbewoners, wil delen.


1. Big Thief: 'U.F.O.F.'

Plaat van het jaar! Onze Man riep het net niet toen hij ze een dik half jaar geleden besprak, maar hij had wel een vermoeden dat ‘U.F.O.F.’ hoog in onze eindejaarslijst zou eindigen: ‘Als de groep op haar volgende plaat nog eens zo’n zevenmijlssprong maakt, breekt Big Thief in 2020 door zoals The War On Drugs dat in 2014 heeft gedaan.’ Bij ons doet de groep uit Brooklyn dat dit jaar al. Waar The War On Drugs uit invloeden als Bruce Springsteen, Bob Dylan en Neil Young iets distilleerde wat we nooit eerder hadden gehoord, deed Big Thief iets soortgelijks met verre echo’s van Pavement, Uncle Tupelo en Sebadoh en lieten ze ons dingen voelen op plaatsen waarvan we dachten dat de zenuwbanen er in een grote boog omheen liepen.

‘U.F.O.F.’ is opgenomen ergens in een hut in Washington. Adrianne Lenker schreef de songs en hield het stuurwiel losjes tussen de vingers: afwijken mocht, afdwalen niet. Als kind zat ze samen met haar ouders in een religieuze sekte, op haar 13de nam ze haar eerste plaat op en werd ze bijna een kindsterretje, op haar 27ste schoor ze haar haar af en schreef ze ‘U.F.O.F.’. Intussen is ze tegen de debiele regels van de rock-’n-roll in gewoon 28 geworden. De tweede F in ‘U.F.O.F.’ staat voor friends, de andere letters staan waar ze altijd voor gestaan hebben. ‘U.F.O.F.’ is, sinds ze op 3 mei het levenslicht zag, een dierbare vriendin geworden.


Lees ook: Big Thief: dé groep van 2019!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234