Humo's Rock Rally 2016: het tweede juryverslag van Onze Man in Brugge & Mechelen

Zeven duo’s, vijf hiphopcrews, drie solomannen, vijf powertrio’s, heel veel onbestemds en hier en daar iets heerlijk ondefinieerbaars: amper twee weekends en vier preselecties ver en Benito zou al een boek kunnen schrijven over wat hij allemaal al gezien en gehoord heeft. In afwachting van een leuke uitgeverij die hem gratis drank en wulpse wijven belooft, houdt hij het vandaag bij een verslag van weekend nummer twee.


Cactus Club, Brugge

Vrijdag 22 januari 2016

Bekijk het sfeerverslag »

The Depressive Mammoths

Bij The Depressive Mammoths stond Davy Vercaigne aan het roer, een man die u zou kunnen kennen als Dandy Davy, het pseudoniem waaronder hij muzikaal ook solo opereert, zich waagt aan het beeldend kunstenaarschap en de grapjas uithangt (in 2007 probeerde Gunter Lamoot hem in de Comedy Casino Cup in humoristische banen te leiden). In de Cactus Club in Brugge deed hij met de ogen dicht bij momenten aan Julian Casablancas van The Strokes denken. Voor alle duidelijkheid: met ónze ogen dicht. Zijn stem werd voortdurend door een vervormer gestuurd en de groep in zijn rug toonde zich verre van een geoliede machine. Dat ze lofi gingen spelen, hadden ze op papier al aangegeven, maar of dat nu een excuus moet zijn om slecht te spelen, is nog maar de vraag. Begrijp mij wederom niet verkeerd: slecht waren The Depressive Mammoths niet, en hun tweede song was zelfs van het beste dat we in Brugge te horen kregen – dat het een cover was van ‘Mirror Kissers’ van The Cribs, temperde de vreugde dan weer enigszins.


Beluister de set en bekijk foto's »

Spit Fox

Spit Fox was een powertrio met een zingende bassist die visueel het midden hield tussen Bobby Gillespie van Primal Scream en de knotsgekke singer-songwriter Alexander ‘Skip’ Spence. Spit Fox zette de voet stevig op het gaspedaal en haalde hem er pas drie songs later weer van af. Het vloog voorbij, zat barstensvol energie, maar originaliteit leek niet iets wat bij het opstellen hunner manifesto bovenaan was beland. In het jurylokaal zorgde Spit Fox voor verdeeldheid: de één had een goeie livegroep gehoord, de ander wilde er nooit een plaat van horen. Twee dingen die in een ideale wereld perfect samen kunnen gaan.


Beluister de set en bekijk foto's »

Eye Con

Het eerste hiphopcollectief van het weekend heette Eye Con, had sweaters met zelf ontworpen logo meegebracht en was opgetrokken uit jongeren met artiesten-namen als daar zijn: Omi Wan Kenobi, B The Unknown, Dank Masta Frank en MC Adrianovich.

Acht rappers en één dj heb ik geteld, al kan het zijn dat ik er wat mc’s betreft een exemplaar of twee, drie naast zit, want aan stilstaan bezondigden zij zich niet. Aan vele andere dingen wel: gezwind buiten de maat rappen, tekstuele clichés spuwen, choreografische wanhoop tentoonspreiden. Bij aanvang kwamen ze één voor één het podium opgedruppeld over een backing track waarin iets gregoriaans doorschemerde. Eén voor één probeerden ze al rappend hun signatuur bloot te leggen, maar meer dan een soort parade van knikkende knieën en trillende stembanden leverde dat niet op. In de laatste rechte lijn werd er nog even op het Nederlands overgeschakeld, maar ook daar kwam niet echt een surplus van. Gemiddelde leeftijd bij Eye Con: 16. Schattig: extreem. Halve finale: neen.


Beluister de set en bekijk foto's »

Swap Meet

Swap Meet was bijna integraal genoemd naar een song van Nirvana (‘Swap Meat’) en was muzikaal een nagenoeg volle pot mosterd bij Pavement gaan halen. Prettig voor Swap Meet: geen jurylid dat Pavement géén warm hart toedraagt. Slechts één keer echter kregen ze de enkels van het grote voorbeeld in het vizier: ‘Infinite Bike Rides’, hun opener, was de enige song waarin de song het ook effectief haalde van de gimmicks. Gimmicks of gewoon onkunde, daar zijn we nog niet helemaal uit – feit is dat de begrippen ‘rommelig’ en ‘atonaal’ door Swap Meet herhaaldelijk een volstrekt nieuwe dimensie werden aangemeten. Ook in de teksten werd een poging ondernomen om Pavementiaans uit de hoek te komen. ‘I’m so glad with my tennis court,’ klonk het in slotsong ‘I Love Mulching’, en hoorden wij ze elders ‘Sometimes I wish I was Linkin Park’ zingen? Hun bio eindigen ze met ‘Lookworst zonder L is ook worst’, dus ik denk het wel.


Beluister de set en bekijk foto's »

Maladroid

Maladroid is, op voorwaarde dat je het op z’n Engels uitspreekt, geen slechte groepsnaam, en in zijn eerste song had Maladroid ook een goed idee te pakken, een idee evenwel dat werd uitgemolken tot er bloed in de melk zat. ‘Trust in Faith’ heette de song, en toen daarin na twee minuten alles gezegd was wat er te zeggen viel, emmerde Maladroid zich nog ruim drie minuten te pletter – met in minuut vijf, jawel: een gitaarsolo! Een strakke bende had Maladroid zich in die eerste song ook al niet getoond, maar het ergste moest nog komen, en had een naam: ‘On the Razzle Dazzle’. Als je de titel gewoon nog maar op papier ziet staan, hoor je vinger-nagels over een schoolbord krassen. Er gebeurde van alles in ‘On the Razzle Dazzle’, maar niets waaraan zelfs maar de schaduw van een piepklein touwtje kon worden vastgeknoopt. Versnellen, vertragen, gitaarpartijen die bij een andere groep leken te horen, en teksten die, zelfs al had de zanger ze gewoon gezongen in plaats van gehijgd, ons de rillingen over de rug deden lopen. ‘I’m waking up, hoping to feel the heat (…) The desire to touch your soft skin, and kiss your lovely lips’. Enzoverder. In Brugge.

Maladroid: de Heer weze geprezen als ik hen tegen het einde van 2016 weer helemaal vergeten zal zijn.


Beluister de set en bekijk foto's »

The Heavy Crown

Het tweede powertrio van de avond, en wederom met een zingende bassist. Hij had links op het podium postgevat, droeg een seventiesknevel die gezien mocht worden, en liet zijn linkshandige bas rechtshandig kletteren als metal on metal. Qua sound ging The Heavy Crown richting Queens Of The Stone Age en ander stonergerelateerd geweld, en toen er verderop in de set een streep hammondorgel bij geserveerd werd, verscheen als bij toverslag Deep Purple in ons geestesoor. ‘Deep Purple, dat is vijftig jaar geleden,’ liet een jurylid optekenen. Bijna, ja. En Deep Purple had songs, The Heavy Crown niet. Wat van hen het minst goeie powertrio met zingende bassist van de avond maakte.


Beluister de set en bekijk foto's »

Mellow

Mellow was vroeger een duo, maar sinds de dood van zijn kompaan staat Bregt Vanneuville er alleen voor. Geen idee hoe het er vroeger uitzag, maar in Brugge deed Bregt het vanachter de laptop. In loops kroop hij gezwind zijn eigen songs binnen: eerst de drums, dan de piano, gitaar en andere verfraaiingswerken, en pas dan begon hij te zingen. Geen grote zanger, Bregt, maar dat leek hij zelf ook te weten en dus liet hij de uithoeken van de toonladders voor wat ze waren en hield hij het simpel. Zijn songs hadden iets grofkorreligs, de eighties geprojecteerd door een viewmaster met vergeelde lens. Catchy in hun eenvoud, ietwat knullig in presentatie. Bregt stond er in zijn witte gebreide trui niet erg flashy en nogal statisch bij, en dat hij van die witte iPod-oortjes gebruikte maakte het er alleen maar huis-tuin-keukenachtiger op. En Mellow? Het was geen toeval dat die naam nog vrij was.


Beluister de set en bekijk foto's »

Modern Art

‘Not very modern, not very arty,’ luidde de conclusie van de jury na de doortocht van Modern Art. Er zijn ergere dingen dan een misleidende groepsnaam, maar ook die waren er bij Modern Art in overvloed aanwezig. In hun openingssong ‘Flame’ – an sich al niks om over naar huis te schrijven – ging het meteen grondig fout. Nadat de drums en de akoestische gitaar de zaak al bibberend in gang hadden gezet, probeerden zij iets met samenzang. Iets dat klonk als Crosby, Stills, Nash & Etienne met het Open Verhemelte. Crosby, Stills en Nash dienen hierbij om de vergelijking leuk te houden, want ik meen dat er bij Modern Art niemand was die juist zat. Zij probeerden dat in de drie songs die zij speelden, en niet één keer lukte het. Twee jaar om te oefenen, hun tijd gaat nu in.


Beluister de set en bekijk foto's »

Cleo

Cleo was Little Nemo van een week eerder in Leffinge, aangevuld met een groep. Een groep met alles erop en eraan, blazers incluis. En net als in Leffinge werd er begonnen met de song ‘Superman’, waarin die blazers al meteen een hoofdrol mochten spelen. Met fluks galopperende drums in de rug en de gitaar die elektrisch ging, stond Superman ineens veel vaster op de benen dan in Leffinge, en hadden de toeters het iets bescheidener gehouden en de song ondersteund in plaats van overwoekerd, dan had Cleo misschien wel een halve finale in het vooruitzicht gehad. Nu volgde nog een half degelijke song, ‘You Are Out of Reach’, die op demo krachtiger had geklonken, en een grande finale waarin frontman Nicolas Vlaeminck de grenzen van het potsierlijke aftastte en een gitaarduel aanging met zichzelf. Een strijd die enkel verliezers opleverde.


Beluister de set en bekijk foto's »

Almond Thins

Almond Thins zijn dunne, knapperige amandelkoekjes van hofleverancier Jules Destrooper, én de naam van de minst beklijvende verzameling muzikanten die in deze Rock Rally tot nog toe aan ons is verschenen. De drummer en de bassist probeerden iets wat wellicht een intro moest voorstellen, en het was al om zeep nog voor het begonnen was. Slecht gespeeld, slecht gezongen, alles slecht. ‘Stumbling for Words’ heette hun eerste song. Stumbling for music ook, stumbling for songs, stumbling for charisma. In hun bio gaven zij te kennen dat er in hun muziek invloeden van Prefab Sprout en Fleetwood Mac te horen zijn. Nog eens herbeluisterd, en: nee, hoor. Echt niet. Sorry.


Beluister de set en bekijk foto's »


Cultureel centrum, mechelen

Zaterdag 23 januari 2016

Bekijk het sfeerverslag »

Evil Pöny

‘Hibernation, frustration, humiliation, graduation, desperation – I need some new friends.’ Veel wijzer werden we niet van de eerste tekst die Evil Pöny ons voor de voeten wierp, maar in wijsheid leek het Mechelse duo dan ook niet te handelen. Ze droegen mouwloze T-shirts, de zanger sweat pants, en behalve een overstuurde elektrische gitaar hadden ze een computer meegebracht waaruit ze niet veel meer dan recht voor de raapse, doch zeer efficiënte drums lieten knallen. Net als bij de openingsgroep van een dag eerder, The Depressive Mammoths, werd de zang door een vervormer gejaagd. Het begon als een oerknal en het was gedaan voor het vervelend kon worden. Voor je het goed en wel had weten te plaatsen ook. In geen zes minuten had Evil Pöny gezegd wat het te zeggen had. In het jurylokaal vond de ene het plaatje helemaal kloppen, en snapte een andere er geen sikkepit van. Over één ding waren ze het eens: saai was Evil Pöny niet.


Beluister de set en bekijk foto's »

Aubin

Saaiheid, iets waaraan Aubin niet helemaal ontsnapte. Ze hadden songs geschreven waarin passie verscholen zat, maar omdat ze hun akoestische schoonheid zo nodig wilden koppelen aan elektronica, werden ze gedwongen om heel erg binnen de lijntjes van hun voorgeprogrammeerde klanken te kleuren, waardoor er een steriliteit ontstond die alle passie versmachtte. Goeie muzikanten, maar ze waren meer met zichzelf en met de eindmeet bezig dan met elkaar. In opener ‘Elektrolytes’ kwam de song nog enigszins bovendrijven, maar toen ook in die discipline de onbestemdheid toesloeg, hadden wij het van Aubin wel gezien.


Beluister de set en bekijk foto's »

Black Tolex

Wat Nicolas Vlaeminck in Brugge had gedaan, deed Milo Meskens in Mechelen: een week na zich als soloartiest te hebben gepresenteerd met een groep ten tonele verschijnen. En waar Meskens in de Gentse Vooruit nog als getormenteerd jongmens met akoestische gitaar zijn ziel had blootgelegd, was hij in Mechelen plots de frontman van een uiterst cool ogende bluesrockbende. Vier in lederen jekkers gestoken en van de juiste gitaren en attitude voorziene jongens met ongetwijfeld een hoop Facebookvrienden, maar daarmee is het goede nieuws wat Black Tolex betreft helaas integraal medegedeeld. Het puike instrumentarium ten spijt klonk het niet bijzonder together, en met het overschot aan derderangs Clapton-riffs waren zij stomweg vergeten songs te maken. Als we Meskens dit jaar nog terugzien, zal het zonder zijn vrienden zijn.


Beluister de set en bekijk foto's »

Equal Idiots

Opwinding dan, komende van het prettig gestoorde duo Equal Idiots, waarvan de groepsnaam na hun setje ineens een pak beter in de oren lag dan ervoor. Ze pasten bij elkaar, de zanger-gitarist die – tong meer in dan uit de mond – wild met het hoofd heen en weer zwiepte (een soort lateraal headbangen) terwijl hij in de microfoon whoopte en hollerde, en de drummer die als bezeten op zijn spullen mepte en daarbij een gezichtsuitdrukking tentoonspreidde die ons deed denken aan één van de beste drummermoppen aller tijden: ‘Hoe weet je dat het drumpodium waterpas staat?’ ‘Als het kwijl uit beide mondhouden van de drummer loopt.’ De drummer van Equal Idiots zat niet op het drumpodium maar ernaast, dicht bij zijn zotte maat aan de micro, zodat ze mekaar in het gezicht konden spuwen als er versneld moest worden (echt gebeurd!). Aan vertragen deden ze niet. Zeven minuten en ze waren weer weg. En wat hadden wij gehoord? The White Stripes op hun vuilst, stripped-down Parquet Courts: Equal Idiots in hun element.


Beluister de set en bekijk foto's »

Abudhabi VZW

Abudhabi VZW nam iets uitgebreider gebruik van de vijftien minuten die hen ter beschikking waren gesteld, en nam vriendelijk afscheid met de woorden: ‘Bedankt om te luisteren.’ Eerlijk? Het was een hele opgave, dat luisteren. Ik vermoed dat ze iets probeerden dat bij Future Islands of The Hold Steady had moeten uitkomen maar ik kan mij net zo goed compleet vergissen. De zanger kneep de ogen dicht en liet in zijn podiumact uitschijnen dat er diep in zijn binnenste een gevecht plaatsvond tussen twee niet-geïdentificeerde partijen. Waar het over ging of wat wij er mee moesten, werd op geen enkel moment duidelijk. In hun tweede song, ‘Talk Later’, belandde Abudhabi plots angstvallig dicht bij Counting Crows – op z’n best zeker geen slechte groep, maar dit waren Counting Crows op hun zagerigst en meest pretentieus, Adam Duritz met een snotvalling. Toen er in slotsong ‘This Devilish Town’ ook nog een potje geschreeuwd werd om het één of ander te onderstrepen, wist ik het zeker: hier snapte ik helemaal niks van. Dat de bassist – hij kon er zelf ongetwijfeld ook niets aan doen maar misschien wel een heel klein beetje – als twee druppels water op Sven Gatz leek, maakte de verwarring alleen maar groter.


Beluister de set en bekijk foto's »

Black Leather Jacket

Niets dan duidelijkheid bij Black Leather Jacket. Lederen jekkers droegen ze niet, maar dat ze RAWK zouden gaan spelen, droop er nog voor ze één noot hadden gespeeld in gulle stromen van af. Sympathieke jongens, daar twijfel ik geen seconde aan, maar zeggen dat ze zich hier en daar bezondigden aan clichés is een understatement van het kaliber ‘Lemmy lustte wel een neut’. Een powertrio dat zichzelf bezong in opener – helemaal juist! – ‘Black Leather Jacket’, daarna een song serveerde die – echt waar – ‘We Got the Rock and You Got the Roll’ heette (een flauw doorslagje van ‘Ace of Spades’ bovendien), en in slotsong ‘66 Miles’ alles afvinkte waaraan zij zich nog te bezondigen hadden. Een lauwe AC/DC-riff? Check! Route 66? Check! A bottle of Jack Daniel’s? Motherfuckin’ check! Black Leather Jacket heeft mij een paar keer aan het glimlachen gebracht, maar daarmee is ook werkelijk alles gezegd.


Beluister de set en bekijk foto's »

Psychonaut

Over Psychonaut kunnen we redelijk kort zijn. Twee jaar geleden deden ze ook mee aan Humo’s Rock Rally, ze stonden toen ook op de preselectie in Mechelen, en speelden nu nagenoeg dezelfde set (al valt niet uit te sluiten dat er andere songs in het spel waren, maar dat maakt bij Psychonaut niet zo veel verschil). Ik deel maar mee wat ik van de jury heb gehoord maar blijkbaar lieten ze ook exact dezelfde indruk na. Je gelooft ze, Psychonaut, en de groepsnaam dekt volledig de lading, maar behalve de mekaar aflossende en mooi contrasterende stemmen van de gitarist en de bassist, hadden zij niets in de aanbieding wat song, hook of goed genoeg voor een halve finale kon genoemd worden.


Beluister de set en bekijk foto's »

Soul’Art

Je moest het op z’n Engels uitspreken, maar in ’t Frans klinkt het beter, toch? Solaar. Hun leven, hun groep: zes jonge blacks uit Vilvoorde en Mechelen – één dj, vier mannelijke rappers, één vrouw, en wel een heel voorname. Dat ze kan acteren had de 20-jarige Martha Canga Antonio al bewezen als één van de hoofdrolspeelsters in ‘Black’, dat ze ook kon zingen, rappen, een livepubliek begeesteren én een wat doordeweekse hiphopcrew naar een hoger niveau tillen, bewees ze in Mechelen. Soul’Art was zonder haar het podium opgekomen, en ontstoken in een allegaartje waarin het Engels, Frans en Nederlands om de aandacht vochten, en het publiek werd aangemaand om de handen in de lucht te steken. Wat niet lukte. Met Martha erbij werd Soul’Art in de tweede song plots een andere groep. Dat die tweede song, ‘Lion Doesn’t Sleep’, veruit hun beste was, zal er ook wel voor iets hebben tussengezeten. De talen waren iets rechtlijniger verdeeld: Frans in de eerste strofe, Nederlands in de tweede, Engels in de refreinen. Terwijl haar vrienden een fond legden, kronkelde Martha er met hese stem wulps overheen: ‘In this mystic jungle…’. Plots kregen ook de beats een ander elan. Ik moest aan Lauryn Hill en The Fugees denken. Dat zij in hun derde song opnieuw onnodig met het publiek in de weer gingen, weze hen – voorlopig – vergeven.


Beluister de set en bekijk foto's »

Mobius Trip

In het inleidende interviewtje met presentatrice Sarah Vandeursen liet de bassist van Mobius Trip weten dat zij sinds kort een nieuwe zanger hebben, en dat dat voor de groep toch wel een serieuze upgrade betekende. Mobius Trip begon geweldig interessant, zonder zanger. Nijdige gitaren, goeie sound, hoekige withete rockgroove. En de eerste paar minuten nadat hij was ingevallen, deed die zanger – een neogrunger met een paardenstaart – ook nog best goed mee: een grofkorrelige, uit volle borst gebrulde grom die wonderwel paste bij wat de rest aan het doen was. En dan werd stilaan duidelijk dat dat alles was wat hij zou gaan doen: uit volle borst brullen, op de toppen van zijn tenen staan om boven de groep uit te komen. Wat voor ons, en ik vermoed ook voor hem, erg vermoeiend was. In slotsong ‘Medication For the Soul’ leek ik in zijn lichaamstaal opluchting te kunnen waarnemen: nog even en het is gedaan. Maar laten we niet alle schuld bij de zanger leggen: met het samenspel mocht het bij Mobius dan wel snor zitten, aan songs hadden zij een nijpend gebrek. ‘Why do I care all night long?’ werd er in de laatste rechte lijn gezongen. Wat gezien de gelegenheid dan weer wel een uitstekende vraag was.


Beluister de set en bekijk foto's »

Timbuktutu

Van Timbuktutu had ik gehoopt dat het veel slechter was, dan had ik hier kort en bondig kunnen besluiten met: boekentutu. Niet dat het zo fenomenaal fantastisch was, maar ze hadden tenminste geprobeerd om songs te schrijven, en in anderhalf geval waren ze daar ook min of meer in geslaagd. ‘Do You Wanna?’ en ‘Shake the Dust’ waren twee dingen die ze hadden voorzien van strofes en refreinen die langer dan vijf minuten op niet onprettige wijze bleven nazoemen. Hadden zij ter invulling van die songs de zak met muzikale clichés niet tot op de bodem geledigd en ware de zanger voorzien geweest van een stem met net dat tikje meer karakter en toonvastheid, dan hadden we het wellicht over een halve finalist gehad. Nu blijft er die onzekerheid.


Beluister de set en bekijk foto's »

Ik, Benito, neem afscheid en beloof u: als ik er zin in heb, ben ik er volgende week weer, met het verslag van gebeurtenissen in Hamont-Achel en Genk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234