Humo's Rock Rally 2016: Onze Man in Leuven en Maldegem

Als er eens een weekend geen hiphop te rapen valt, dan krijg je er in de eerstvolgende preselectie gegarandeerd een veelvoud van op je brood, zo gaat dat altijd. Ook een garantie volgens de eeuwenoude jury: het hardere werk in Maldegem. Uiteraard waren er de uitzonderingen die de regel bevestigden, een spreekwoord dat, als je er even bij stilstaat, eigenlijk helemaal nergens op slaat. Wat niet kan gezegd worden van Benito’s bikkelharde beschouwing van weekend nummer vier.


Het Depot, Leuven

Vrijdag 5 februari 2016

'Again & Again kan in één woord worden samengevat: ongedefinieerd'


Rewind Productions

Rewind Productions waren drie hiphoppende jongeren: driemaal 16 jaar, twee keer black, één keer bleek. Ze hadden een sweatshirt met de naam van hun groep aangetrokken en om de zaak op gang te trappen een klein choreografietje ingestudeerd. Kort samengevat: de eerste duwde de tweede tegen de derde, waarop het rappen een aanvang kon nemen.

Ze waren goed, die van Rewind Productions, hadden stemmen die het uitstekend met elkaar konden vinden, traden beurtelings op de voorgrond terwijl de anderen melodieus rugdekking gaven, en zorgden er al heen en weer hollend voor dat de conditie nog een beetje onderhouden werd ook. Hun beste track hadden zij voor het laatst bewaard: ‘Forward’, een popsong met bridge en alles erop en eraan, tot stand gebracht met enkel hun stemmen. Want de backing band, die stelde niet veel voor – als we dan toch iets negatiefs moeten zeggen. Maar eigenlijk hoeft dat niet.


Atilla

De bio van Atilla beloofde op de basgitaar ene Moreno Claes, twee jaar geleden met Five Days in dit concours winnaar van de zilveren medaille. Volgens de jury waren er twee mogelijkheden: of Moreno had zijn volledige deel van de winstpremie aan plastische chirurgie besteed, of hij liet zich vrijdagavond bij Atilla vervangen. We gokken op dat tweede, en kunnen niet zeggen dat hij node gemist werd. Atilla zat goed in elkaar, bezondigde zich niet aan overbodigheden, en ondernam niks waarvan zij niet eerst thuis hadden vastgesteld dat ze het onder de knie hadden. Het vizier stond stevig op pop ingesteld, en in hun eerste song belandden zij daar ook met beide voeten in. Ondanks het feit dat iemand aan Phil Collins had moeten denken, iemand anders aan Zornik, en ikzelf aan Wham! en Gotye, vond iedereen in het jurylokaal het een straffe song. Atilla etaleerde echter geen overschot aan charisma – om van star quality maar te zwijgen – en na dat eerste lichtpunt ging het met de songkwaliteit ook gezwind bergaf, waardoor het toch nog spannend wordt.


The Hipster Jugend

The Hipster Jugend: het had een tegendraads nevenproject van Tim Vanhamel kunnen zijn… but it wasn’t. Slordige elektronica die erg hobbelig uit de coulissen kwam gestrompeld en waaraan aarzelend wat echte instrumenten werden toegevoegd. Centraal achterin, met het toetsenbord als altaar, stond het 20-jarige zangeresje Linde Muylaert. Het duurde even voor ze haar stem op het juiste spoor had, maar toen ze daarmee klaar was, bleek ze het enige lichtpunt te zijn in een redelijk overbodige groep waarvan zij – als ik de bio goed begrepen heb – niet permanent deel uitmaakt. In zijn beste momenten belandde The Hipster Jugend soms anderhalve seconde in de buurt van Lamb of Portishead, in zijn slechtste gewoon in the middle of nowhere.


Citizens

Ook Citizens ontbrak het aan richtinggevoel. ‘Breaking My Own Back’ heette de eerste song, en zo klonk hij ook – helemaal toen de achtergrondvocalen er plots niet meer in slaagden zich op de achtergrond te houden en luidkeels de songtitel begonnen te brullen. Ja, dat was schrikken. De vreemdste song moest dan nog komen en heette ‘Slow Down’. Een akoestische gitaar trad onbestemd op de voorgrond, teksten werden ineens gedeclameerd in plaats van gezongen, psychedelische synths droegen bij tot de algehele verwarring. Nee, dat de gitarist in de laatste song alvast aan een nevenproject begon, daar keken wij niet meer van op.


Again & Again

Fischer-Z, The Waterboys, Green On Red: met Again & Again belandden we in Leuven pal in de gitaarpop van de jaren 80. Met een fout gecaste, zeer opdringerige synth erdoorheen. Ze zagen er ook uit alsof ze uit de jaren 80 kwamen, en de drummer alsof hij sinds de jaren 80 niet meer had geslapen. In tegenstelling tot de aangehaalde voorbeelden had Again & Again geen songs die naam waardig meegebracht. Geen hooks, geen refreinen, niets waarvan je eventueel, heel misschien fan zou kunnen worden. De stem van de zanger had iets karakteristieks, maar net zo goed iets vervelends. Again & Again kan in één woord worden samengevat: ongedefinieerd.


Lago

En dan werd er in Leuven een blik Brusselaren opengetrokken. Het eerste wat eruit kwam was Lago: twee zingende dames, nog een dame aan de cello, en een beatboxer op akoestische gitaar. Die laatste mocht bij aanvang van de tweede song even showboaten. De gitaar bleef stil en het Depot leerde dat je helemaal geen instrument nodig hebt om een beat neer te leggen. Hij kon het, dat was duidelijk, en wat hem helemaal sierde, was dat je hem een halve minuut later alweer vergeten was, terwijl hij wel nog altijd stond te beatboxen, in de schaduw der bescheidenheid. De focus bij Lago lag op de twee meisjes in het midden, waarvan er één de hele tijd zong, en de ander het zingen afwisselde met rappen. Als ze zong, stond ze in de Laïs-houding, sloeg ze aan het rappen dan werd ze plots Neneh Cherry, nam ze de microfoon uit zijn statief en plaatste ze er een vreemd huppeldansje bij. Die van Lago geloofden in wat ze deden, en wij geloofden hen, maar op het pad hunner folkrap waren zij voorlopig geen song tegengekomen, al moet van afsluiter ‘Spider Is Gone’ met wat knip- en plakwerk wel iets te maken zijn wat daarvoor kan doorgaan.


Tin Fingers

Nog even wat Vlamingen tussendoor: Tin Fingers uit Antwerpen. Hun zanger deed mij aan de jonge Michael Stipe denken, toen die nog een bos krullen had en in een opwindende rockgroep speelde. Amodieus interessant: onhip vormeloze jeans, T-shirt in de broek, bril op de neus, gitaar hoog om de nek. Ook zijn stem neigde naar die van Stipe: iets tussen keel- en neusklank in, maar niet onaangenaam in het oor vallend. De groep in zijn rug was niet R.E.M., in de verste verte niet. Iets wat zij, zo heb ik een vermoeden, ook helemaal niet ambiëren. Het kwam traag op gang met iets wat niet meteen bij het nekvel greep: een eenzame, wat doelloze zangpartij die enkel ondersteund werd door – en dat moet gezegd – de meest functionele synthesizers van de avond. Achteraf in het jurylokaal vond iemand dat Tin Fingers Pitchfork-muziek maakt, waarmee wellicht bedoeld werd dat Tin Fingers in geval van twijfel altijd de interessante boven de opwindende oplossing zal verkiezen. Wat met ‘Finally Feeling Alone’ een song had opgeleverd die interessant genoeg was om opwindend te zijn, en met slotsong ‘Swim’ een song die net dat tikkeltje te pretentieus was om interessant te zijn. Halve finale? Interessante vraag.


Fugitives

Terug naar het Hoofdstelijk Gewest, daar in Leuven. Fugitives, vier Franstalige Brusselaren, wilden vijf songs spelen, waaronder een cover van ‘A Girl Like You’ van Edwyn Collins. Wat zij, nadat wij hen fijntjes op het wedstrijdreglement hadden gewezen (maximaal drie songs, maximaal vijftien minuten), terugschroefden tot drie songs en een uit de kluiten gewassen intro. Ze hadden hun eigen neonreclame meegebracht – Fugitives, stond erop. Zo gevat zou hun muziek nooit worden. De drummer kon drummen, de bassist bassen, de gitarist gitaar spelen en de zanger zingen, en ook wat samenspel betreft, brachten ze het er veel meer dan behoorlijk vanaf, maar waarom de dingen die ze speelden het in het repetitiehok tot song hadden geschopt, was mij een raadsel. Op de allereerste riff na, was er niets waarbij ik mij kon voorstellen dat iemand om welke reden dan ook zou gezegd hebben: ‘Hey, speel dat nog eens!’ Het enige wat bleef hangen, was de tot in den treure herhaalde songtitel van hun tweede song, ‘Stuck in the Middle’, omdat het uit hun mond klonk als ‘ien de miedel’. En omdat dat een heel klein beetje grappig was. Fugitives was als het rockgroepje dat je in het decor van een doordeweekse jeugdserie ziet passeren: goed ogend, niet storend, en weer weg.


Bugsy

Bugsy is een Engelstalige rapper uit Brussel die het ook weleens alleen doet, maar in Leuven verscheen met drie gevaarlijk ogende vrienden in zijn kielzog. Gevaarlijk zoals in: Wu-Tang-gevaarlijk. Maar Bugsy en co waren Wu-Tang niet en liepen elkaar zowel visueel als auditief voortdurend voor de voeten. De goeie rhymes die we hier en daar hoorden, verdwenen al na een minuut of wat in een zee van chaos en kwamen nooit meer boven water. Er was er eentje wiens broek naarmate de set vorderde steeds verder naar beneden zakte. Net op tijd was het gedaan, al had het ook iets eerder gedaan mogen zijn. Bugsy doet het naar verluidt ook weleens met instrumenten in de rug, misschien was dat een beter idee geweest.


Mantra Suicide

Mantra Suicide: een geschiktere groep hadden wij ons niet kunnen wensen om de stekker uit het Leuvense feestje te trekken. De laatste Brusselaren van de avond serveerden pop in een saus van psychedelica, en goten dat laatste er in zulke potsierlijke lagen overheen dat hun pop bij momenten met het blote oor nauwelijks nog waar te nemen viel. Jammer, want die paar fracties van seconden dat de songs wel doorheen de flipperkast aan toeters en bellen kwamen piepen, moest ik aan Grandaddy en, in slotsong ‘Here Comes the Night’, aan Suicide én The Velvet Underground denken. Al eens aan een nevenproject gedacht, messieurs?


CC Den Hoogen Pad, Maldegem

Zaterdag 6 februari 2016

'Dat de gitarist van Citizens in de laatste song alvast aan een nevenproject begon, daar keken wij niet meer van op'


Doylu

Had Pathé Thiam de barre tocht vanuit Senegal ondernomen om in het verre Maldegem te komen deelnemen aan Humo’s Rock Rally? Ik ga ervan uit dat hij al wat langer in het land is, aangezien de Belgische muzikanten die hij om zich heen had verzameld bijzonder goed op elkaar, maar ook op Pathé, ingespeeld waren. Hij zong in het dialect van zijn thuisland, waardoor ik u over zijn teksten weinig wijzer kan maken. Doylu zou ‘trots’ betekenen. Tot zover. Muziek dan maar. De backings, verzorgd door twee Vlaamse deernes, deed sommige juryleden aan Laïs denken, en daar waren zij, als gezichtsuitdrukkingen boekdelen spreken tenminste, niet onverdeeld gelukkig mee. De rest kon wel op goedkeurend gegrom rekenen. De ritmesectie deed wat ritmesecties horen te doen – de zaak tight en op dreef houden, de gitarist deed bij momenten aan Frank Zappa denken (al had hij ook bij Television niet zo heel hard misstaan), en Pathéke die kon zingen. Geen idee of we hem in een halve finale gaan terugzien, maar zijn prestatie in Maldegem was er alvast één om doylu op te zijn.


Milpool

Milpool, prille twintigers uit Lede, zorgden in Maldegem voor een vroeg hoogtepunt van de avond. Ze deden in college rock, geen genre waarvoor wij doorgaans gezwind de loungezetel verlaten, maar brachten het dusdanig fris en met zoveel enthousiasme dat het klonk alsof zij de allereersten waren die het speelden. Aanvankelijk nog met hoorbaar knikkende knieën, maar gaandeweg steeds meer met het zelfvertrouwen van een groep die weet dat hij songs heeft die wel een kleine rammeling kunnen verdragen. Het is bijna jammer dat zij één van die songs binnenkort ergens door een cover gaan moeten vervangen.


Delta Crash

In Humo’s Rock Rally 2014 eindigde het verhaal voor Delta Crash in de preselecties – waren zij er in de afgelopen vierentwintig maanden zonder zonlicht met rasse schreden op vooruit gegaan? De jury knikte van ja, en ook ik mocht Delta Crash wel. Hun eerste song, ‘Fetch the Echoes’, was meteen een goeie, en gaf aan dat zij de mosterd in britpopland waren gaan halen, ergens op de grens van de graafschappen Suede en Oasis. ‘Day Breaks’ miste wat eigen smoelwerk om zonder Liam overeind te blijven, en in afsluiter ‘Fade Out’ werd duidelijk dat de nadruk bij Delta Crash misschien iets te nadrukkelijk op sound in plaats van songs lag. Iets. Niet veel.


Ampersand

Het kon niet goed blijven gaan in Maldegem. Ampersand bracht rock zonder roll en deed mij bij momenten aan Stereophonics denken, maar dan zonder straffe zanger en zonder songs. Ze openden met ‘Coldblooded’, waarin stemverheffingen werden verward met melodielijnen, en ze met nodeloze muzikale onderbrekingen stokken in de eigen wielen staken. Als we het bij Doylu over een goeie ritmesectie hadden, dan was dit er één die als voorbeeld kon dienen aan het andere uiteinde van het spectrum. De bas hier, de drums daar, en iedereen het bos in. Ampersand speelde ‘Coldblooded’ drie keer, met telkens een andere titel.


Mahler

Alles aan Mahler, naam inbegrepen, was uitermate gestileerd. Het begon met een oude bandrecorder die vooraan op het drumpodium ostentatief aan het draaien ging en een voice-over die ons allerhande filosofische dingen voor de voeten gooide. Het was al pretentieus nog voor het begonnen was – niet erg als je het vervolgens ook helemaal waarmaakt. Wat Mahler tot op zekere hoogte deed, al had ik de indruk dat zij het zichzelf te moeilijk maakten. Ze waren met z’n drieën: twee keyboardspelers aan weerszijden tegenover elkaar, een drummer in het midden achter de recorder, en af en toe kwam er ook een gitaar aan te pas. Alle drie de songs van Mahler begonnen goed – mooie melodie, stem die je meteen pakte – maar vervolgens slaagden ze er ook drie keer in om ons in slaap te wiegen. Alsof ze het interessanter wilden maken dan het hoefde te zijn, waardoor je als luisteraar na twee minuten wakker schoot en dacht: ‘Hey, waar is die song naartoe?’ Misschien houdt Mahler meer steek als je ze een tweede keer ziet. Maar willen wij dat?


Marta Rosa

Marta Rosa was een kwartet, en wel eentje waarin de focus – what’s in a bandname? – grotendeels op frontvrouwe Marta lag. Marta die overigens niet Rosa maar Del Grandi heet. Uit Italië, wel degelijk, maar sinds 2012 om onduidelijke redenen voornamelijk in Gent residerend en daar met lokaal volk aan het musiceren geslagen. In de eerste song van Marta Rosa ging het vlot twee minuten lang erg goed – haar stem lag meteen aangenaam in het oor en het spaarzame bedje van percussie en elektronica dat erbij werd geserveerd ging er ook best in – maar dan liet de gitarist plots de Carlos Santana in zichzelf los en ontstond er iets wat, welja, niet had hoeven te ontstaan. De verwarring in Maldegem werd er alleen maar groter op toen Marta Rosa in de tweede song plots een soort Mike Flowers Pops-versie van Moloko werd, en in de derde vijfderangs Julie London. Als ze erachter weten te komen wie of wat ze willen zijn, mogen ze misschien nog eens meedoen. Maar dit jaar wellicht niet meer.


Harpp

In de namiddagprogrammatie van een Jazz Bilzen-editie naar keuze ware Harpp wellicht geen al te storend element geweest, maar dit was Maldegem 2016, en voor zover ik het kon inschatten was er bij het publiek niet overdreven veel lsd in omloop. Harpp was een trio – bassist en gitarist aan weerszijden van de centraal gezeten, zingende drummer – dat begon met een jazzy, groovy bluesjam: allen met het hoofd naar beneden, musicerend op hun eigen, afzonderlijke eiland. En dan, als wij dachten het hele Harpp te hebben gezien, ontstaken zij plots alsnog in een song. Of toch iets wat ervoor moest doorgaan. Geen groot zanger, die drummer, van melodielijnen nauwelijks een spoor, en dat zij vonden dat het een song was, wisten we alleen omdat ze net tevoren zo nadrukkelijk géén song aan het spelen waren geweest. Harpp leek te hebben gedacht: ‘Als wij onszelf maar hard genoeg amuseren, zal het publiek vanzelf wel volgen.’ Iets waar je zonder lsd nooit van uit mag gaan.


RHEA

RHEA dan, voor twee vijfden opgetrokken uit leden van Black Tolex, de groep die zich in Mechelen rond singer-songwriter Milo Meskens had geschaard. RHEA had iets wat Black Tolex niet had: een song, geschonken door Jorge Van de Sande, frontman en schrijver van dienst. Geen wereldsong, maar wel iets dat langer dan vijf minuten in je hoofd bleef hangen en daar geen onherstelbare schade aanrichtte. ‘Never Out of Sight’ heette die, en er werd mee geopend. Slimme zet, want voor wij goed en wel in de smiezen hadden dat de macho powerrock die zij vervolgens serveerden weinig meer was dan een lege doos, zat hun setje er al op. Rhea: over twee jaar mag het net dat tikje meer zijn.


Shht

Eén van de gitaristen van RHEA was gewoon blijven staan om ook bij Shht zijn duit in het zakje te doen. Zij begonnen met een streepje humor en hadden het kenwijsje van Kijkwijzer een rock-’n-rolljasje aangemeten, om daarna te verzandden in een geluidsbrij waarin zijzelf volgens hun bio progressive rock menen te herkennen. Interessantige partijen aan elkaar geplakt, wat sludgemetal erdoorheen, de stem door Auto-Tune gestuurd, en klaar was Kees. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en Kees was niet om aan te zien. ‘Evil Superstars zonder de humor,’ zei iemand. Humor en nog van alles. Volledige lijst op aanvraag verkrijgbaar.


Evelyn Cools

Afsluiten deden we in Maldegem met Evelyn Cools, een naam waarachter geheel volgens de verwachtingen geen stonerrock schuilging. Evelyn had de ondankbare taak met haar akoestische gitaar te moeten aantreden voor een zaal die nog maar voor de helft gevuld was – net die helft die voor meer dan de helft gevuld was met alcohol, je zult het altijd zien. Evelyn begon eraan met ‘Beauty Unseen’, waarin niet veel meer dan een half deugdelijk refrein verscholen zat. Ze zong van ‘shooting stars’, ‘northerns lights’ en ‘tallest mountains’, niet wetende dat zelfs de beste song maar één cliché kan verdragen. Ze deed er nog twee bovenop, maar het probleem bleef hetzelfde: per song een ideetje of twee, drie te weinig. En dat is te veel.

Ik, Benito, ga slapen, want volgende week is een belangrijke: de laatste twee preselecties én de bekendmaking van de halve finalisten!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234