‘Nadat ik haar de moord op Nancy uit ‘Oliver Twist’ had voor­gelezen, kon mijn vrouw drie dagen niet slapen. Toen wist ik: dit zit goed.’ Beeld EBENEZER SCROOGE IN ‘A CHRISTMAS CAROL’ VAN CHARLES DICKENS
‘Nadat ik haar de moord op Nancy uit ‘Oliver Twist’ had voor­gelezen, kon mijn vrouw drie dagen niet slapen. Toen wist ik: dit zit goed.’Beeld EBENEZER SCROOGE IN ‘A CHRISTMAS CAROL’ VAN CHARLES DICKENS

SchrijverCharles Dickens

Humo sprak Charles Dickens: ‘In wat voor tijd leven wij als roddels niet enkel circuleren in boudoirs, maar ook in de pers?’

Alle schrijvers uit ons taalgebied verbleken bij het genie van Charles Dickens. Of kent u nog een auteur van niet één, maar een dozijn meesterwerken die wereldwijd zijn vertaald? Onze Man in het 19de-eeuwse Engeland trok naar de meester voor een onderhoud over het schrijverschap, sociale gerechtigheid en de tol van de roem. ‘High life, low life: een schrijver moet overal zijn oor te luisteren leggen.’

Provocateur Oscar Wilde zei eens: ‘Alleen een harteloze mens kan het tragische verhaal van Little Nell lezen zonder te huilen… van het lachen.’ Maar privé, in zijn brieven, gaf Wilde toe dat Dickens ‘een groot genie’ was. Enkel Victor Hugo was zijn gelijke – onze Hendrik Conscience was ook een tijdgenoot, maar vergeleken met Dickens een amateur. Dickens hekelde lang vóór Kafka de destructieve kantjes van de bureaucratie. En de algemene consensus is dat ‘A Christmas Carol’ meer goed heeft gedaan dan alle preken vanop alle kansels in het christendom. Wie vandaag ‘Merry Christmas’ wenst, beseft niet dat hij Dickens citeert.

Terwijl zijn hele leven lang leed aan hem vrat, schreef Dickens moedig voort, in een tijdvak zonder centrale verwarming, riolen, kunstlicht, tandheelkunde, ziekteverzekering, verdoving, auteursrecht, vulpen, tekstverwerker... Ondanks al die tegenslag bleef hij een onverbiddelijke optimist. Zijn boeken zijn anticynisch: ze ademen kinderlijke verwondering en ongebreidelde levenslust, en bieden zelfs de meest uitgebluste dakloze een perspectief.

Het is onder cynische postmoderne betweters bon ton om neer te kijken op historische romans en de bijbehorende kostuumseries, maar ‘Bleak House’, ‘Great Expectations’ en ‘Oliver Twist’ zijn tijdloos. Je kunt er net zo goed een hedendaagse maatschappijkritiek in zien: cynische bankiers, opportunistische advocaten, sensatiezuchtige media, schaamteloze fraudeurs, corrupte politici... Vergeet de kostuums, en je kijkt niet naar 1870, maar naar 2020. Ah, wat zou de meester hebben geschreven over een Osama, een Berlusconi, een Trump en een Poetin?

Humo’s toenmalige Engelse correspondent Art Simon sprak met Charles Dickens, ten huize van.

HARTAANVAL OP 17

We schrijven 5 juni 1870 als ik aankom in Gad’s Hill Place, de woonst van Charles Dickens in Higham bij Rochester. Om vijf uur stipt, want de schrijver zweert bij stiptheid. Dat Dickens hier woont, zegt veel over de man: 36 jaar geleden wees zijn vader de jonge Charles op dit majestueuze pand, als de belichaming van een voor mensen van hun lage komaf onbereikbare ambitie.

De butler vraagt me even te wachten. Dickens’ grootvader was butler, nu heeft hij er zelf één. De schrijver is brieven aan het verbranden in de tuin. Rond hem dartelt een bloedhond – geen overbodige luxe, want vannacht schoot de tuinman op een indringer, de zoveelste oververhitte bewonderaar.

Aan de muren zie ik schilderijen met scènes uit Dickens’ boeken: de sluwe roverhoofdman Fagin, de ijzige advocaat Mr Tulkinghorn, de in alcohol gemarineerde geldwolf Grandpa Smallweed, de charismatische psychopaat Bill Sikes, de gierige misantroop Scrooge, de verbitterde oude vrijster Miss Havisham, de kruiperige sluwe vos Uriah Heep... Ze katapulteerden zich stuk voor stuk in het collectieve geheugen.

Dickens is blijkbaar een onvermoeibaar briefschrijver. Op zijn ordelijke werktafel, naast de inktpot en enkele ganzenveren, ontwaar ik zelfs een brief naar zijn schoorsteenveger (‘Ik hoop dat u opnieuw in dialoog kunt gaan met mijn schoorsteen, die sinds uw vorige liefdesverklaring aan hem amechtiger ademt dan ooit tevoren’) en een pleidooi tegen straatmuzikanten (‘Ik word dagelijks belegerd door die even opportunistische als opdringerige handelaars in auditieve chaos, die ongevraagd mijn concentratie verstoren en daar ook nog voor betaald willen worden!’). Ernaast ligt het ingebonden exemplaar van ‘Oliver Twist’ waaruit hij op zijn tournees voorleest. In de marge zie ik zijn regieaanwijzingen aan zichzelf: ‘Mysteriously’, ‘slowly’ en ‘Terror to the end!!!’

Dickens is hartelijk en joviaal, maar ook ongeduldig en impulsief. De ooit zo vitale man oogt vermoeid, maar zijn levendige ogen – door een vriend ooit ‘danger lamps’ genoemd – priemen nog steeds. Op foto’s staat hij wat stuurs en stijfjes, maar dat komt door de lange sluitertijd: wie poseert, moet een minuut lang doodstil staan. In levenden lijve is de meester veel kwieker. Zijn flamboyante kleding in felle kleuren contrasteert fel met de foto’s in zwart-wit. Dickens praat gejaagd, en als hij iets kostelijk of geweldig vindt, roept hij: ‘Capital! Capital!’ Het hele gesprek lijkt hij mijn potentieel op te meten als toekomstig romanpersonage.

HUMO Op de trein zag ik niet minder dan zeven medepassagiers uw ‘A Christmas Carol’ lezen… in juni!

CHARLES DICKENS (glimlacht) «One must keep the Christmas spirit all year round: dat is mijn overtuiging, die blijkbaar wordt gedeeld door heel wat lezers. Níémand blijft onbewogen bij Kerstmis: ook Queen Victoria tuigt zélf de kerstboom op, het is zowat het enige dat ze niet door bedienden laat doen.

null Beeld ANP
Beeld ANP

»‘A Christmas Carol’ is een modern sprookje, een fabel en een levensles in één. Ik wilde een warmhartig, menselijk, idealistisch boek schrijven, een verhaal dat goedheid belichaamt. De cynische en egoïstische Scrooge wordt bezocht door de drie geesten van Kerstmis, als een soort generale repetitie van de dag des oordeels, waarna hij tot inkeer komt. En die boodschap komt blijkbaar aan. Vorig jaar nog vernam ik dat een Amerikaan na lezing van mijn boek zijn 8.000 arbeiders een extra dag kerstvakantie gaf. Dat volstaat natuurlijk niet: rechtvaardigheid is altijd beter dan liefdadigheid. Maar toch, zo heb ik de wereld verbeterd met een sluwe psychologische tactiek: want natuurlijk wil geen enkele bedrijfsleider in de ogen van zijn werknemers of zijn familieleden een asociale Scrooge zijn. In feite is Scrooge misschien wel de meest tragische exponent van onze kapitalistische maatschappij: een inhalige geldwolf die manisch streeft naar rijkdom, om daar vervolgens níét van te genieten omdat geld uitgeven hem haast fysiek pijn doet!»

HUMO Er is weinig geweten over uw kindertijd en jeugd.

DICKENS «Ik werd als armoezaaier geboren. Muizen en ratten waren onze huisgenoten. Mijn vader gokte en dronk. Hij maakte schulden en werd opgesloten in Marshalsea Prison, een gevangenis waaruit je pas werd vrijgelaten als iemand je schulden betaalde. Ik probeerde de gokschulden van mijn vader eerst zelf af te lossen door te gaan werken in een blacking factory, waar pek en schoensmeer werden vervaardigd en gifflessen werden gewassen, en waar de gemiddelde levensverwachting 29 jaar was. Ik was toen 12... Als we door Londen wandelden, maakte ik de weeskinderen van de fabriek wijs dat ik in een bepaald mooi huis woonde, ik belde daar zelfs aan om die illusie levend te houden.

»Ik heb uit die episode onthouden dat schulden dodelijk zijn, ze hypothekeren je hele bestaan. Zoals ik Mr Micawber in ‘David Copperfield’ laat zeggen: ‘Inkomen 20 pond, uitgaven 19 pond, 19 shillings en sixpence? Resultaat: geluk! Inkomen 20 pond, uitgaven 20 pond en sixpence? Resultaat: miserie!’»

HUMO Wat beschouwt u, terugkijkend, als uw ontwaken?

DICKENS «Ik zou kunnen zeggen: het ogenblik waarop ik wist dat ik schrijver zou worden. Ik was toen 6 jaar. Toen ik 9 was, schreef ik mijn eerste kortverhaal. En later natuurlijk het succes van mijn debuut, ‘The Pickwick Papers’, toen bleek dat mijn talent volstond om in mijn levensonderhoud te voorzien.

»Maar de dag die me het meest heeft getekend, is 7 mei 1837, het moment waarop Mary Hogarth ons ontviel. Het zusje van mijn vrouw was het kloppend hart van ons nest. Ze was amper 17 toen ze in mijn armen stierf aan de gevolgen van een hartaanval. Nu, 33 jaar later, hoor ik nog af en toe die ene droge, zakelijke tik van de begrafenisondernemer op de deur. Ik werkte toen aan ‘Oliver Twist’ en liet daarin Mary verrijzen als Rose Maylie. Toen Mary stierf, besefte ik: de dood is geen gentleman en geen democraat, het leven is onrechtvaardig en veel te kort, de klok tikt, en geluk en welstand moet je afdwingen.»

HUMO U betuigt uw steun aan radicale sociale hervormers en was één van de eerste prominente figuren die aan liefdadigheid gingen doen. Sinds 1843 sponsort u hospitalen en u zette een hulpfonds op voor daklozen.

DICKENS «Ik legde als eerste het verband tussen een ongelukkige jeugd, armoede, ontbering en gebrek aan onderricht enerzijds, en misdaad anderzijds. Is dat wereldnieuws? Mij lijkt het logisch. De kinderarbeid werd deels dankzij mijn petities en boeken teruggeschroefd en hopelijk binnenkort afgeschaft – het is onverantwoord om een kind van 8 jaar schoorstenen van binnenuit te laten poetsen of het te onderwerpen aan slopend werk in de mijnen.

»Op dit moment werken we aan een plan dat we ‘Scrap Kitchen’ noemen. Er wordt anno 1870 véél te veel voedsel verspild, mijn beste, en zelfs het afval daarvan kan verzameld worden. Als je het op een eenvoudige, hygiënische manier bereidt, kun je er uitgehongerde daklozen en weeskinderen mee voeden.

Charles Dickens. ‘Foto’s zijn wel handig: het is een nieuw procedé waarbij men massa’s kopieën van mijn beeltenis kan maken. Al verlang ik naar de tijd toen nog niemand wist hoe ik eruitzag.’ Beeld Bridgeman Images
Charles Dickens. ‘Foto’s zijn wel handig: het is een nieuw procedé waarbij men massa’s kopieën van mijn beeltenis kan maken. Al verlang ik naar de tijd toen nog niemand wist hoe ik eruitzag.’Beeld Bridgeman Images

»Naar mijn gevoel verkeer ik in een staat van oorlog met de uitbuiters, de Bumbles, de Squeersen en de Scrooges van deze wereld. Die mensensoort moet tot inkeer gebracht worden. Kinderarbeid, verwaarlozing, uitbuiting, slavernij, machtsmisbruik… Dat moeten we allemaal systematisch uitroeien. Dát is vooruitgang.

»Dat het goed gaat met de armen, is trouwens óók in het belang van de rijken. (Droog) Cholera verspreidt zich snel van Whitechapel naar Whitehall (van de Londense volkswijk naar het regeringskwartier, red.), en dat geldt ook voor rellen. Men noemt mij een radicaal. Naar mijn gevoel laat ik slechts het gezond verstand en de gerechtigheid zegevieren.

»Ik hecht overigens ook belang aan de psychologie van mijn personages. Ik voorspel dat binnen afzienbare tijd ook dokters en wetenschappers meer aandacht zullen hebben voor het psychische welzijn.»

BLOEDZUIGERS

HUMO Kunt u ons iets vertellen over het schrijfproces?

DICKENS «Van belang zijn licht en kleur, en mensen om me heen. Ik heb Londen nodig, ook al woon ik nu op het platteland. Ik heb de stad al duizend keer te voet doorkruist en sla alle markante figuren op in het museum van mijn geest. En ik moet namen hebben – ik kan niet beginnen vóór alle personages precies de juiste naam hebben. Een manuscript dat de werktitel ‘The Chronicles of Mudfog’ droeg, kwam pas tot leven toen ik van het weeskind Oliver Twist het hoofdpersonage maakte. Dat was een puur instinctieve beslissing, ik besefte helemaal niet dat ik het eerste boek voor volwassenen zou schrijven waarin een kind centraal staat.

»Mijn personages lijken mij vaak échter en vertrouwder dan mijn familieleden. Ik ben bezeten door hen. Het zijn bloedzuigers, ze zuigen alle energie uit me. Vaak doen ze niet wat ik vraag, maar dwingen ze mij om hen te beschrijven zoals zíj willen. Ik acteer ook altijd de scènes vóór ik ze definitief neerschrijf. Ik speel dan alle personages voor de spiegel, zodat ik kan uittesten welke gelaatsuitdrukking de andere personages zien als iemand slijmt of dreigt.»

HUMO Toetst u uw verzinsels aan het oordeel van een proeflezer?

DICKENS «De laatste tijd laat ik alles nalezen door mijn biograaf John Forster. Ik organiseer ook altijd een diner als een manuscript af is, dan lees ik het voor aan mijn vrienden. Vroeger las ik ’s avonds voor aan mijn echtgenote. Ik weet nog dat ze doodsbang was toen ik haar de scène uit ‘Oliver Twist’ voorlas waarin Bill Sikes zijn vriendin Nancy doodslaat. Mijn vrouw had daarna een slapeloze nacht. En nog één, en nog één. Toen wist ik: dit zit goed.»

HUMO Wat vindt u van de talrijke op uw werk gebaseerde toneelstukken?

DICKENS «Die zijn nuttig omdat zo ook de analfabeten mijn verhalen leren kennen. Het enige alternatief is dat iemand hun voorleest – ik hoorde over vijftien sleutelmakers die hadden samengelegd om één exemplaar te kopen, dat dan door de oudste aan de anderen werd voorgelezen. Maar ik vind dat de uitvoerders van die toneelversies ten eerste om mijn toestemming zouden kunnen vragen, en ten tweede dat ze zich moeten onthouden van het inkorten of aanpassen van mijn verhalen. En dat ze – misschien een detail – mij zouden kunnen betrekken bij het verdelen van de winst.

»Ik verdien ook geen cent aan alle souvenirs die handige zakenlui nu verkopen dankzij mijn romanpersonages: Little Nell-sigaren, Copperfield-hoeden, Pickwick-snuiftabak… In Chatham loopt een dubbelganger van me rond die daarvan leeft. Ik hoor net dat de Great Northern Railway speciale treinen inlegt om een daguitstap te maken naar Lucas de kluizenaar, die ik in een kortverhaal vereeuwigde als Mr Mopes the Hermit! En in Londen organiseren opportunisten gegidste wandelingen naar de schuilplaats van mijn Fagin uit ‘Oliver Twist’ – ook al bestaat die schuilplaats helemaal niet, Fagin is immers een fictief personage!

»En dan zijn er de uitgevers die kastelen bouwen met hun deel van de winst, maar mij slechts nipt genoeg uitkeren voor een huis. In Amerika circuleren honderden illegale drukken van mijn werken. Van ‘Oliver Twist’ waren al in het eerste jaar zes toneelversies in omloop, van ‘A Christmas Carol’ zeventien. Wat me ook irriteert, is dat die toneelversies vaak banaler en vulgairder zijn dan wat ik schreef. Nuance is voor die poenpakkers geen prioriteit.»

HUMO Met permissie: nuance lijkt ook niet altijd uw prioriteit. U lijkt een voorkeur te hebben voor karikaturen: u beschrijft extremen, vergroot mensen en situaties uit…

DICKENS «Leeft u wel op deze planeet en in onze tijd? Kijk rondom u, my dear sir! Kijk aandachtig naar alle mensen die uw pad kruisen, bestudeer hun uiterlijk, hun lichaamstaal, hun gedragingen, hun zenuwtics… Sommige mensen zíjn karikaturen!

»Mijn definitie van een schrijver is: one who misses nothing – iemand die álles ziet en het meedogenloos weergeeft. Ik gebruik mijn verbeelding, dat spreekt voor zich, maar ik beschrijf de realiteit. Je moet die realiteit natuurlijk wel willen zíén. Heeft u de ridicule bakkebaarden van mijn butler opgemerkt? Zag u de loopjongen die nu, as we speak, met mijn brieven naar het postkantoor rent? Hij stond daarnet met open mond te wachten, alsof hij zelf een brievenbus is! Herinnert u zich, toen u met de postkoets in het station van Rochester aankwam, die dwerg met het glazen oog? En de stationschef die vaak rochelt en per minuut minstens tien keer aan z’n oor trekt? Zijn vrouw converseert met planten! En zijn kinderen missen alle drie een been, hetzélfde, het linker! Wie verzint zoiets?! En zag u die zwerver? Hij weet niet wie ik ben – heerlijk! Ik maak soms een praatje met hem. Eén keer bromde hij: ‘U bent een ugly lazy devil, u zit alsmaar thuis, u hebt vast nog nooit werk verricht’. Capital

HUMO Uw verhalen bulken van de onwaarschijnlijkheden…

DICKENS «Onwaarschijnlijkheden! Is mijn personage Smike vergezocht? Ik bedacht hem toen ik op een kerkhof in Yorkshire de grafsteen zag van een jongen die in een kostschool was gestorven aan ondervoeding. Ondertussen weten we allemaal dat de beheerraad van zulke kostscholen bespaarde op het eten van de leerlingen, en met dat verduisterde geld grote sier maakte. Weet u hoeveel directeurs van zulke etablissementen een proces wegens laster tegen mij hebben aangespannen? Zestien! Omdat ze wéten dat wat ik schrijf waar is, proberen ze mij te intimideren.

»Is ‘Oliver Twist’ onwaarschijnlijk? Elke week wordt in Londen een dievenbende opgerold waarvoor een gangster weeskinderen en daklozen rekruteerde! Elke dag wordt in Hyde Park wel iemand de keel overgesneden, waarom denkt u dat alle gentlemen een zakrevolver of een wandelstok met degen meedragen?»

HUMO U krijgt ook het verwijt dat u sentimenteel schrijft: ‘Telkens als een verhaal van Dickens dreigt uit te doven, gooit hij nog een kind op het vuur,’ sneerde een criticus.

DICKENS «Wat ik schrijf, is de harde realiteit. The battle of life is meedogenloos. Melodrama en pathos maken deel uit van ons bestaan in dit tranendal. U weet zo goed als ik dat de kindersterfte in dit land anno 1870 nog verontrustend hoog is: op bijna de helft van alle begrafenissen wordt een kind jonger dan 10 jaar begraven! De doodsoorzaak is dan bijna altijd ziekte, ondervoeding, mishandeling of moord.

»In Clerkenwell stootte ik op een familie die aan het dineren was – aardappelsoep – terwijl naast hen het lijk van de grootvader lag. In Broadstairs vond ik op het strand een stervend doofstom kind dat daar was achtergelaten door zijn familie, voor wie het een blok aan het been was. Ik heb dat kind gered. Wij hebben zelf een kind verloren, onze Dora, amper acht maanden oud. Onze zoon Walter is ook al dood… En ik ben pas 58! Nu, ik mag niet klagen: de levensverwachting van een arbeider is nog steeds slechts 29 jaar. Vóór ik mijn maatschappijkritieken schreef, was het 22 jaar.»

HUMO U was de eerste schrijver die samenwerkte met detectives, met wie u crime scenes bezocht. U was ook de eerste die de sloppenwijken in trok om aan den lijve te ondervinden hoe mensen daar leven.

DICKENS «Ah, my walks! (Hoofdschuddend) In die wijken leefde een familie soms met honderd man in een huis van 60 vierkante meter – als je het een huis kunt noemen. Ik zag mensen copuleren op straat, daar was meer privacy dan binnenshuis! Men kan dat die mensen niet eens kwalijk nemen, my dear sir: bedenk dat seks het enige pleziertje is dat de armen rest.

»Als schrijver moet ik weten hoe een open graf ruikt. In Parijs heb ik de morgue bezocht om lijken levensecht te kunnen beschrijven. Dat een lijk iets heeft van een overrijpe vijg, de aantrekkingskracht van afstotelijkheid… Dat zou ik zonder zo’n bezoek niet geweten hebben. Mijn eerste lijken zag ik al vroeg: in mijn kindertijd was het nog de gewoonte dat de gehangenen aan de poort van de gevangenis van Newgate werden tentoongesteld, als waarschuwing voor anderen.

»High life, low life… Een schrijver moet overal thuis zijn. Helaas maakt mijn roem het mij onmogelijk om nog langer onzichtbaar te zijn: observeren wordt moeilijk als iedereen mij onophoudelijk aanstaart. Soms vermom ik mij.

»Ik ben al door duizenden mensen aangeklampt, maar mijn favoriete lezeres was een meisje van 12 dat me zei: ‘Ik lees ál uw boeken. Niet helemaal, natuurlijk. De lange saaie passages sla ik over. Niet de korte saaie, enkel de lange saaie.’ Capital

TREINRAMP

HUMO U was betrokken bij het ongeluk met de trein van Folkestone naar Londen, ter hoogte van Staplehurst.

DICKENS «Ik reisde alleen. Ik zat te lezen toen de trein ontspoorde. Het spoor werd daar hersteld en de voorman had de foute uurregeling bekeken: hij dacht dat onze trein pas twee uur later zou passeren. Een deel van de brug zakte in en zes van de zeven rijtuigen stortten in de diepte. Van het treinstel waarin ik zat, bungelde één uiteinde boven de afgrond. Eerst was ik versuft van de schok, daarna klom ik uit het kapotte raam en hielp ik beneden, aan de rivieroever, met het verplegen van zwaargewonde medepassagiers. Er waren minstens tien doden en ongeveer vijftig gewonden. Ik vulde mijn hoge hoed met water om hun wonden te wassen en hun dorst te lessen. Maar toen herinnerde ik me dat ik het manuscript van ‘Our Mutual Friend’ was vergeten. Dus klom ik terug in het treinstel, dat nog steeds vervaarlijk balanceerde. Ik recupereerde de bundel luttele seconden voor de wagon in de afgrond stortte.»

HUMO Meneer Dickens, sir, het is ongepast maar ook onvermijdelijk dat ik u deze vraag voorleg: al enkele jaren circuleren geruchten dat u een onverkwikkelijke affaire zou hebben met de jonge actrice Ellen Ternan. U heeft dat ontkend in een publiek schrijven…

DICKENS «Pray desist, sir. Meneer, komt het niet in u op dat precies dát al ten overvloede bewijst welk onrecht mij werd aangedaan? In wat voor tijd leven wij als geruchten en roddels niet enkel circuleren in het boudoir en op plekken waar vrouwen met te veel vrije tijd verzamelen, maar ook in de publieke sfeer, in de pers, die zich enkel zou moeten bezighouden met zaken van nationaal en publiek belang?! Hoe erg is het gesteld met die pers als iemand in mijn positie door de omstandigheden wordt gedwongen om zich publiekelijk tegen deze laster te verdedigen? En is het niet onredelijk dat, als ik mij kapot werk om de lezers ter wille te zijn en de sociale wantoestanden van ons tijdvak te verbeteren, er ook nog van mij wordt verwacht dat ik zoals Jesus Our Lord and Saviour ook nog eens privé een heilige ben, die zich alle overlast en roddel en misbruik moet laten welgevallen?

»Mevrouw Dickens en ik zijn, zo is helaas gebleken, vervloekt met karakters die totaal niet compatibel zijn. Ons samenzijn is miserabel en bezorgt ons stress die mijn werk als schrijver ondermijnt. Het is voor ons allebei een immens ongeluk dat de natuur ons heeft opgezadeld met temperamenten die constant botsen. Ik ben veel te impulsief en te ongrijpbaar voor haar, en zij is in mijn ogen ondraaglijk saai en zeurderig.»

HUMO U hebt geen begrip voor het feit dat uw echtgenote Catherine Hogarth in amper veertien jaar tíén kinderen heeft gebaard? Dokters hebben een nieuwe theorie ontwikkeld: er zou iets bestaan dat ‘postnatale depressie’ wordt genoemd en…

DICKENS «My dear sir, kinderen baren is de natuur en onze christelijke plicht. Dat kunt u mij toch niet verwijten? Bovendien heeft mevrouw Dickens geen warme band met haar kinderen. Het is haar zuster Georgina die voor de kinderen een steun en toeverlaat is. Onze kinderen begrijpen ondertussen dat een scheiding onvermijdelijk is. Ik zal vanaf nu alleen leven.»

HUMO Werkelijk? Een collega zei me: ‘Charles Dickens heeft vijf bedienden. Zes, als je zijn maîtresse meetelt.’

DICKENS (ijzig kalm) «Ik benadruk, upon my soul and honour, dat de jongedame wiens naam in deze ongenadig wordt belasterd, een superieur, deugdzaam en puur wezen is dat geen enkele blaam treft! Diezelfde kwatongen beweren ook dat ik een vleselijke verhouding zou hebben met mijn schoonzus, mejuffrouw Georgina Hogarth. Mijn advocaat heeft Miss Hogarth laten onderzoeken en de dokter verklaarde haar virgo intacta! U overschrijdt de grenzen van de welvoeglijkheid met deze vraag.»

HUMO Toen ik hier aankwam, was u in de tuin papieren aan het verbranden. Mag ik vragen waarom?

DICKENS (geïrriteerd) «Would to God that every letter I had ever written was on that pile! Ik heb gemerkt dat de privécorrespondentie van gerenommeerde figuren wordt ontvreemd en verkwanseld. Zelfs geldbeluste familieleden verkochten al schaamteloos, achter mijn rug om, mijn manuscripten en brieven! Ik draag daarom correspondenten op: ‘Vernietig deze brief na lezing, anders duikt hij vroeg of laat op in een roddelkrant, of bij één van die ellendige verzamelaars.’ Ook mijn dagboeken heb ik aan het eind van elk jaar vernietigd.

»(Zucht) Ik stel tot mijn verbijstering vast dat ik de eerste schrijver in de geschiedenis ben die nog tijdens zijn leven wereldberoemd werd – Shakespeare en Dante en Ovidius werden dat pas lang na hun dood. Ook de roem van Lord Byron verbleekt bij de mijne. Maar roem is een circus! Ik ben nu zó beroemd dat ik nergens meer kan komen zonder aangestaard, aangeklampt en gevolgd te worden. Er wordt van mij verwacht dat ik voortdurend de rol van De Legendarische Auteur speel. Gisteren nog hoorde ik een vrouw teleurgesteld mompelen: ‘Wat is hij klein…’ Op basis van mijn boeken en mijn roem had ze een reus verwacht. Capital!

»Als ik met een cheque betaal, wordt die vaak niet eens geïnd, omdat mijn handtekening meer waard is dan het bedrag op de cheque. In New York bleek mijn kapper per opbod lokken van mijn haar te verkopen. Ik schonk zelf ooit een haarlok aan een dame uit Massachusetts, op haar verzoek, in 1842. Als ik dat was blijven doen, dan was ik de voorbije dertig jaar continu kaal geweest! En ik heb een tunnel moeten laten aanleggen onder de straat die aan mijn domein grenst, zodat ik van mijn tuin naar mijn schrijfchalet kan wandelen zonder aangeklampt te worden.»

HUMO U ziet het schrijverschap als ‘een roeping’, maar u hecht blijkbaar geen waarde aan uiterlijk vertoon: toen Hare Majesteit Queen Victoria u in de adelstand wilde verheffen, weigerde u.

DICKENS «Ik sta erop dat ik word begraven zonder pracht of praal. Ik heb ook, beleefd maar vastberaden, ettelijke aanbiedingen afgewezen om mij te laten vereeuwigen in een standbeeld. Ik heb liever dat men, om mij te eren, een ander standbeeld neerhaalt dan er één van mij te plaatsen. Ik wens evenmin in Westminster Abbey begraven te worden, wel op een dorps kerkhofje, naast mijn geliefde Mary.

»Ik heb zeer tegen mijn zin geposeerd voor twee geschilderde portretten en enkele foto’s. Dat is allemaal ijdelheid en naast de kwestie. Nu, die foto’s zijn wel handig: het is een nieuw procedé waarbij men massa’s kopieën van mijn beeltenis kan maken, dan is iedereen tevreden en verlies ik geen tijd. Al verlang ik naar de tijd toen nog niemand wist hoe ik eruitzag en ik ontkennend kon antwoorden als dames mij vroegen of ik Charles Dickens was. Het moment waar ik met het grootste heimwee aan terugdenk, is toen ik op de trein zat en álle aanwezigen mijn ‘Oliver Twist’ zaten te lezen, zonder dat iemand leek te beseffen dat ik, de enige die níét las, de schrijver was! Dat is nu door die duivelse uitvinding onmogelijk geworden.

»(Kordaat) Good day, sir. U moet mij nu verontschuldigen. Ik moet dringend verder werken aan het manuscript van mijn nieuwe boek. Dat zal ‘Het mysterie van Edwin Drood’ heten en het wordt mijn beste werk, dat weet ik nu al. I shall finish, please God, next month

OPGEZETTE RAAF

Het manuscript van ‘Edwin Drood’ bleef onvoltooid: Charles Dickens overleed enkele dagen na dit interview. Volgens zijn lijfarts was de doodsoorzaak niet zozeer een hersenbloeding, maar wel ‘being Charles Dickens’. Vrij vertaald: wie aan dat tempo werkt en leeft, kan niet verwachten dat hij de 60 haalt – Sun Insurance weigerde om die reden in 1839 al om Dickens te verzekeren. Zelfs zijn concullega Henry Wadsworth Longfellow schreef: ‘Het is geen overdrijving om te zeggen dat de hele westerse wereld rouwt.’ ‘A Christmas Carol’ was toen al zo synoniem met het kerstfeest dat kinderen na Dickens’ dood vroegen: ‘Papa, wil dat zeggen dat het nooit meer Kerstmis wordt?’

Dickens’ nalatenschap werd geschat op 93.000 pond (nu 15 miljoen euro). Toen kort na zijn dood een deel van zijn inboedel bij Christie’s werd geveild, haalde zelfs zijn opgezette raaf Grip 126 pond, toen de prijs van een herenhuis. Meer dan 14.000 brieven bleven bewaard en worden nog steeds verhandeld. Ook voor Dickens’ haar, indertijd afgeknipt door zijn schoonzus Georgina, wordt nog steeds grof geld geboden.

Dickens werd, tegen zijn wens in, toch bijgezet in de eregalerij van Westminster Abbey. Zijn jarenlange maîtresse Ellen Ternan (18 toen ze de 45-jarige Dickens voor het eerst ontmoette) werd door de kinderen getolereerd op de begrafenis en overleefde haar minnaar 44 jaar. Zij inspireerde minstens vier hoofdpersonages in zijn latere romans en was bij hem tijdens het treinongeluk in Staplehurst. Dickens redde niet enkel zijn manuscript, maar in de eerste plaats Ellen en haar moeder uit het wrak, maar dat werd in de doofpot gestopt. In zijn testament liet Dickens Ellen Ternan een klein fortuin na. Alle correspondentie over hun relatie werd vernietigd.

Charles Dickens, ‘Scrooge en kleine Tim’, een bewerking van ‘A Christmas Carol’ door Serge Simonart, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts. Nu met korting te koop op humo.be/scrooge

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234