Humo sprak met Bart Verhaeghe: 'Ik ben uiteindelijk nog altijd een katholieke mens, denk ik'

De bulldozer noemen ze hem. Of, als ze vriendelijk zijn: de buldog. Projectontwikkelaar Bart Verhaeghe (50) heeft in het voetbal weinig vrienden gemaakt, maar nu hij als voorzitter van Club Brugge zijn eerste prijs heeft gewonnen – de Beker van België – lonkt de erkenning. En de titel is binnen handbereik.

Kaarten op tafel: Bart Verhaeghe en ik hebben een gemeenschappelijk verleden. Heel lang geleden streden we allebei in de blauw-witte armada van de Koninklijke Sport Club Grimbergen. Vijf jaar lang kleedden we ons om in de kleedkamer van het Prinsenbos en liepen daarna gezwind vijfhonderd meter door het bos om, twee keer in de week, te trainen in ondoorwaadbare poelen van modder en slijk. En in de zomermaanden: op weidse vlakten van stof en onkruid – de oefenvelden voor de jeugd. Op het hoofdveld van de club, een glanzende biljart in het bos, was geen ruimte voor de jongste voetballertjes. Zo ging dat in die dagen.

Ik was linksback bij de miniemen en kadetten. Voor wie het voetbal slechts op afstand volgt: die positie is ongeveer de laagste plaats in de pikorde van een elftal. Ik was dan nog een rechtsvoetige die, bij gebrek aan linksvoetigen, links achterin speelde. Iemand moest het doen. Want iemand moest de linksbuiten bedienen, de speler die er ver bovenuit stak, een dribbelkont die bij elke balaanname gevaar creëerde: Bart Verhaeghe.

Meestal stond hij, als een targetman, met zijn rug naar het doel te wachten op een bal in de voet. Mijn taak was: die bal zo goed mogelijk inspelen. En daarna met stijgende verwondering toekijken hoe makkelijk hij met een korte crochet van zijn tegenstander wegdraaide, zijn turbo aanzette, en op hoge snelheid recht op doel afstormde. Langs de lijn schreeuwde de trainer zich schor dat Bart de bal ook eens moest afgeven, maar dat deed hij meestal pas als het echt niet anders kon. Hij was in staat om in zijn dooie eentje een verdediging open te breken en een keeper te passeren, en hij testte dat vermogen graag uit. Een pass of een assist was in zijn ogen een zwaktebod.

Bart Verhaeghe was een vriendelijke kerel. Klein van gestalte, broske, eeuwige glimlach. Maar hij was vastberaden. Dat zag je aan zijn besliste tred. Dat zag je ook aan zijn focus: als het fluitsignaal van de scheidsrechter weerklonk, was hij in de wedstrijd. Een complete offday van hem kan ik me met de beste wil van de wereld niet herinneren.

Hij was ook listig. Ik weet niet of de historici van het voetbal de geschiedenis van de schwalbe hebben gedocumenteerd, maar het zou me niks verwonderen mocht Verhaeghe hem, halfweg de jaren zeventig, hebben uitgevonden. Niemand ging in het strafschopgebied met meer gevoel voor drama tegen de vlakte. Hij stuikte neer als stierf hij ter plekke, terwijl hij jankte van de pijn – een gevierendeelde maakte minder lawaai. We schrokken ons een ongeluk toen hij het voor het eerst deed, ook omdat hij na de tuimelperte nog een paar keer om zijn as over de grond tolde. Maar we merkten snel dat een strafschop hem op slag genas. Helaas wisten de scheidsrechters dat na verloop van tijd ook. Maar Verhaeghe bracht het zo goed dat je elke keer opnieuw ging twijfelen: ‘Zou het dan toch?’ We hebben met KSC Grimbergen veel strafschoppen versierd. En Bart heeft er veel omgezet.

'Ik, de ongekroonde koning van de schwalbe? Ja, maar ik werd ook veel gepakt. Zo verdedigt een aanvaller zich'

In zijn laatste jaar als kadet vertrok hij naar Hoger Op Merchtem, de club die alle jeugdig talent uit Vlaams-Brabant aantrok – en de allerbesten doorverkocht aan Anderlecht en RWDM. Sindsdien liepen onze wegen grotendeels uit elkaar. Bart Verhaeghe is geen profvoetballer geworden, wel voorzitter van Club Brugge. De voorzitter is bereid me te ontvangen voor een interview op zijn kasteel in Strombeek-Bever, een mooie heerlijkheid in de rand van Brussel, waar ook zijn bedrijf Uplace is gevestigd. Over zijn bouwactiviteit communiceert hij niet, dat is de afspraak. Uplace wil even verderop, onder het viaduct van Vilvoorde, een groot winkel- en ontspanningscentrum optrekken dat de natie verdeelt. Maar op deze prachtige lentedag zal Verhaeghe het dus uitsluitend over voetbal hebben.


Eerst het college

De ontvangst op het kasteel is hartelijk. Zijn broske is uitgedund, dat van mij ook, maar zijn glimlach is nog altijd kamerbreed. Geen spoor van de vierkante voorzitter die op de televisie soms een hooghartige indruk maakt. Hij is ontspannen, vrolijk en toch gefocust. Het is weer 1975.

HUMO Weet jij nog wat voor voetballer je was?

Bart Verhaeghe «Ik dribbelde te veel. Daar heb ik dikwijls voor op mijn donder gekregen. Maar voetbal was het enige wat ik buiten de schooluren deed: ik mocht er wat plezier aan beleven, toch?

»Mijn zus heeft stiekem mijn eerste paar voetbalschoenen gekocht, want in het begin mocht mijn vader niet weten dat ik voetbalde. Hij was, net als mijn broers, een hardloper: atletiek was de ware sport. Voetballen was gevaarlijk in zijn ogen. Hij vertrouwde het milieu niet, hij vreesde dat ik er slechte manieren zou krijgen.

»Het was de tijd voor Jean-Marc Bosman: spelers waren, hoe jong ook, nog eigendom van een club. Toen Merchtem me op mijn dertiende wilde overnemen, had ik daar niks over te zeggen. Ik herinner me het gesprek bij ons thuis aan tafel met de vertegenwoordigers van Merchtem. Mijn vader, een ambtenaar, wist niet in wat voor een wereld zijn zoon was terechtgekomen: clubs onderhandelden boven onze hoofden. ‘Nee,’ zei hij, ‘daar komt niks van in huis, dat manneke gaat eerst naar het college.’

»Het jaar daarop stonden de mensen van Merchtem er opnieuw. Nu beloofden ze te zullen instaan voor het transport van de school naar de club en thuis. Toen kon het voor mijn vader: ik werd voor vier jaar uitgeleend aan Merchtem, waar ik echt heb leren voetballen. Al heb ik het eerste jaar afgezien: ik hield de bal te lang bij me, zij voetbalden in één tijd. Maar ik heb me aangepast, en ik heb er vier mooie seizoenen beleefd: we zijn met de junioren zelfs kampioen van België geworden. Merchtem, een derdeklasser, die de eersteklassers afdroogde: ongezien! Het nadeel was dat ik, mede door het voetbal, mijn vijfde jaar op het college heb overgedaan.»

HUMO Is het waar dat jij in Merchtem linksachter bent geworden?

Verhaeghe (knikt) «Het klassieke voorbeeld van een omgeschoolde aanvaller. Maar ik haalde nog wel de achterlijn om een voorzet te trappen. Alleen, ik had geen rechtervoet, hè.»

HUMO Wel een hele goede linker.

Verhaeghe «Maar een hele slechte rechter. En ik was snel, ja. En ik had een goed uithoudingsvermogen. Maar ik was niet groot.

»Ik leerde voor het team spelen, ik werd aanvoerder, ik overlegde met de trainer – als het moest, bracht ik ook slecht nieuws. Onze trainer was Michel Sablon, de vaste assistent van de toenmalige bondscoach Guy Thys. Sablon was ook verantwoordelijk voor de nationale UEFA-junioren. Zo kwam het dat wij met Merchtem geregeld een oefenpartijtje speelden tegen de nationale jeugdploeg met Marc Degryse, Marc Emmers en Stéphane Demol. Meestal kregen we een pak slaag, maar we hebben ook één keertje gewonnen.

»Aan het eind van die drie jaar stond Grimbergen weer op de stoep: ze speelden inmiddels in vierde klasse, en ze wilden me terug. Maar ik ging in Leuven rechten studeren, en ik had geen wagen. Ik ben toch overstag gegaan, met als gevolg: één lang seizoen van degradatievoetbal, met mijzelf als enige diepe spits. Een verschrikking. Elke week in m’n eentje optornen tegen een verdediging van vier man. Ik liep ook de ene blessure na de andere op.»

HUMO Is het waar dat je, voor je terugkeer naar Grimbergen, hebt moeten kiezen tussen studie of profvoetbal?

Verhaeghe «Ik had een aanbieding van een profclub gekregen, ja. Na drie tests stelden ze een contractje van dertigduizend frank voor, maar ik zeg niet wie. In elk geval, mijn vader was daar niet gelukkig mee. Ik had me al ingeschreven aan de universiteit, en nu zou ik gaan voetballen? ‘Geen sprake van,’ zei hij. ‘Jij gaat naar Leuven.’

'Voetbal is geen mecenaat meer, maar een leisure-industrie'

»In mijn tweede jaar in Leuven heb ik bij de Zwarte Duivels van Heverlee en de universitaire ploeg gespeeld, maar daarna eiste Grimbergen me weer op – of het moest een smak geld krijgen voor een nieuwe uitleenbeurt. ‘Fuck,’ zei ik. ‘Ik kap ermee.’ Ik wilde voortaan rustig studeren.»

HUMO Je vader had gelijk?

Verhaeghe (blaast) «Toen hij dat contractvoorstel weigerde, was ik wel kwaad op mijn vader. Hij had het gewoon niet op voetbal begrepen. Hij kwam ook maar af en toe kijken als ik speelde.»

HUMO Als we thuis speelden.

Verhaeghe «Ja, als hij een rondje aan het hardlopen was. Dan passeerde hij even, niet zozeer om te zien hoe ik het er vanaf bracht, maar of ik me wel gedroeg. En als hij gerustgesteld was, liep hij verder (lacht). Ik had daar geen probleem mee: ik was de jongste van vijf kinderen, ik hoefde niet te veel aandacht, er waren nog vier anderen.»

HUMO Een brave jongen was je niet. Je durfde met de scheidsrechter in discussie te gaan en penalty’s uit te lokken. Je was de ongekroonde koning van de schwalbe.

Verhaeghe «Ik werd ook veel gepakt, hè.»

HUMO Dat is waar: je hebt veel stampen gekregen.

Verhaeghe «Voilà. Dus je gaat het sluw aanpakken. Zo verdedigt een aanvaller zich.»


Eye of the tiger

HUMO Nadat je gestopt was met spelen, heb je bijna twintig jaar niks met voetbal te maken gehad. Een harde tijd?

Verhaeghe «Ik was afgestudeerd in de rechten, maar ik wilde geen advocaat of rechter worden, dat was mijn ding niet. Ik heb even overwogen speurder bij de gerechtelijke politie te worden, maar bij toeval heb ik nog een jaar gestudeerd aan de Vlerick Management School, waar mijn ogen zijn opengegaan. ‘Misschien is ondernemen wel iets voor mij.’ En ik ben als een sportman in mijn werk gedoken.

»Ik ben from scratch begonnen. Eerst als werknemer bij KPMG, daarna op mezelf. Via een aantal tussenstappen ben ik bij de industriebouwer Luc Verelst beland, in wiens zaak ik me na acht maanden heb mogen inkopen. A chance of one in a million, die moest ik grijpen. Ik ben een zware lening aangegaan.»

HUMO Bij Luc Verelst heb je fortuin gemaakt. Je hebt er Eurinpro ontwikkeld, een bedrijf in logistiek vastgoed, dat je in 2006 voor 400 miljoen euro hebt doorverkocht. Verelst staat bekend als je zakelijke vader.

Verhaeghe «Hij zag wel iets in die snotneus van 27, maar hij was beenhard. Als voorwaarde voor onze samenwerking eiste hij een proefperiode van zes maanden: ‘Als het tussen ons niet klikt, heeft het geen zin.’ Ik moest presteren, van half zeven ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Als ik een week lang aan een dossier had gewerkt, waarop ik best trots was, zei hij: ‘Dat is rommel, hè jongen.’ Waarop ik: ‘Ik heb er wel een week aan gewerkt.’ – ‘Dat maakt het alleen maar erger (lacht).’»

HUMO Heb je de stijl van Verelst overgenomen?

Verhaeghe (wijst naar een foto met een paar tijgerogen aan de muur) «‘The eye of the tiger’, dat beeld uit India heb ik van Luc gekregen. Je kijkt naar je doel, je richt al je energie erop, en je wacht tot het moment rijp is. Het gaat erom je doel zo helder mogelijk te krijgen.»

HUMO Je bent naar het voetbal teruggekeerd om te bouwen – stadions.

Verhaeghe «In 2004 belde Bart Somers, de toenmalige Vlaamse minister-president. We kenden elkaar: we hadden samen in Leuven gestudeerd en ik had flink wat projecten ontwikkeld in Mechelen, zijn stad. Somers liet me weten dat Vlaanderen scholen wilde verbouwen en nieuwe stadions bouwen. ‘Doe jij nu een keer iets terug voor de gemeenschap,’ jende hij.

»Ik ging de challenge aan. En ik suggereerde voor de scholen het idee van een bevak, een collectieve investeringsvennootschap, met obligaties voor Jan Modaal. De overheid heeft er uiteindelijk, tien jaar later, een eigen soortgelijk investeringsvehikel van gemaakt. Bon, ik bedacht ook een model voor een nieuw voetbalstadion van KV Mechelen, vanuit de premisse van Somers: ‘De overheid heeft geen geld, de club ook niet.’ Mijn model was om naast het stadion voor vijftienduizend toeschouwers ook een winkelcomplex neer te zetten, met een gemeenschappelijke parking. Een investeerder mocht dus een grote winkel bouwen, maar hij moest er wel het stadion bijnemen. ‘In twintig jaar tijd is het afbetaald,’ zei ik.

'De stad Brussel heeft de Rode Duivels en het nationaal gevoel gebruikt om zijn stadionproject erdoor te krijgen. En de voetbalbond heeft zich laten gebruiken'

»Somers was blij met het resultaat. Hij ging ermee naar de Pro League, met als gevolg dat clubs me belden: ‘Kan je het model eens komen toelichten?’ Ik heb gesproken met Lokeren, Genk, Zulte, Anderlecht, Kortrijk, enfin, een club of twaalf. Meestal vroegen de bestuurders achteraf: ‘Wil jij het voor ons bouwen?’ – ‘Nee,’ zei ik, ‘ik zit in logistiek vastgoed.’ Maar Club Brugge, de club waarvoor ik al van kindsbeen supporter, was verder gevorderd met een project voor een nieuw stadion, weliswaar voor veertigduizend toeschouwers: ze hadden al een locatie, Loppem, en een milieueffectenrapport. De toenmalige voorzitter Michel D’Hooghe vroeg: ‘Wil jij het niet voor ons uitwerken?’ Ik deed dat, ik bezorgde een studie aan D’Hooghe. En ik voegde eraan toe: ‘Als je zo’n stadion bouwt, moet je de werking van de club wel professionaliseren: anders geven de banken je geen krediet. En de overheid zal je niks meer toestoppen, die tijd is voorbij.’ D’Hooghe knikte van jaja, maar ik voelde dat hij niet op dezelfde lijn zat. Hij is met het dossier naar de politiek getrokken, en daar is het gestrand.

»Het Brugse bestuur is vergeten de burgemeester (op dat moment Patrick Moenaert, red.) bij het project te betrekken.»

HUMO Maar je bent toch eigenaar en voorzitter van Club Brugge geworden om een stadion te bouwen?

Verhaeghe (hoofdschuddend) «Nee, zo is het niet gegaan. In 2010 vroeg de toenmalige voorzitter Pol Jonckheere me een doorlichting te maken: Club Brugge zat, ook al stond er twaalf miljoen euro op de rekening, in de rats. Ik maakte de doorlichting, en mijn conclusie was: ‘Club staat op een kantelpunt, het moet anders.’

»De raad van bestuur kon het dagelijks beleid niet meer waarnemen. Professionele managers moesten het werk overnemen. Oké, de raad van bestuur stemde daarmee in. Maar de leeftijd van die mensen was nog te hoog, en hun aantal te groot. Dus we hebben de raad afgeslankt en vervangen door jongere mensen uit het bedrijfsleven. En Vincent Mannaert, de general manager van Zulte Waregem, werd de nieuwe CEO. Ik was klaar, dacht ik.»

HUMO En toen botste het tussen Mannaert en Jonckheere?

Verhaeghe «Jonckheere kon het niet loslaten, en hij hield zich niet aan de gemaakte afspraken. Mannaert zei: ‘Zo kan ik niet werken, Bart.’ Hij zette me onder druk om het over te nemen. Ook de raad van bestuur vond dat het zo niet langer kon. ‘Oké,’ zeg ik, ‘ik doe het, tot de verandering is voltrokken.’»

HUMO Momentje. Omstreeks die tijd, 2011, zou Johan Timmermans, de voorzitter van KV Mechelen, ook naar jou zijn gekomen om een stadion te bouwen en zijn club over te nemen.

Verhaeghe «Dat voorstel is gekomen in de periode dat ik nog geen binding met Club had. Dat moet omstreeks 2007-2009 zijn geweest.

'Als we een duurzame club willen zijn, moeten we zonder Preud'homme kunnen, en zonder Verhaeghe. Wat als ik morgen tegen een boom rijd?'

»Bij Brugge hebben we met zijn tweeën, Vincent Mannaert en ik, de club van onderen af aan weer helemaal opgebouwd. Dingen gedaan die jarenlang waren verwaarloosd: douches geïnstalleerd waardoor spelers niet langer schimmel tussen hun tenen kregen, verwarming onder de oefenvelden aangebracht, verlichting geplaatst, een perszaal die naam waardig gebouwd – investeringen voor vijf miljoen euro. We hebben ook vijf miljoen euro uitgetrokken voor sportieve maatregelen: de transfers van onder anderen Víctor Vázquez en Lior Refaelov, een degelijk scoutingapparaat, een betere jeugdwerking, enzovoort. Maar na verloop van tijd kwamen we tot de vaststelling dat we vastzaten: het geld was bijna op, en we moesten nog een opleidingscentrum bouwen én een stadion. Als we een stadion van tachtig à honderd miljoen euro wilden bouwen, hadden we het grotendeels zelf moeten financieren. We hadden tegenover de banken moeten bewijzen dat onze cashflow groot genoeg was om te kunnen afbetalen. Op dat moment hadden we een omzet van 25 miljoen euro, zonder transfers – dat was niet voldoende. We moesten minstens naar 35 miljoen euro (het huidige omzetcijfer, red.) gaan, en het liefst naar 50 miljoen. Ik meldde dat aan mijn raad van bestuur: ‘We moeten verder professionaliseren.’ Ik ging het ook meermaals uitleggen aan de honderdvijftien leden van de vzw, het parlement van Club Brugge: ‘Voetbal is geen mecenaat meer, maar een leisure-industrie. We moeten zestig miljoen euro kapitaal verzamelen, in een eerste schijf vijftien miljoen, in een tweede vijfenveertig miljoen.’»

HUMO Waarvoor jij je borg hebt gesteld, op voorwaarde dat de vzw een nv werd en jij het overnam.

Verhaeghe «Ik wilde het als meerderheidsaandeelhouder doen, zonder parlement. Ik ben een ondernemer, ik wil vooruit. En 96 procent van de leden van de vzw heeft daarmee ingestemd.»

HUMO Ignace Van Doorselaere, CEO van lingeriefabrikant Van de Velde en ex-lid van de raad van bestuur, zegt: ‘Verhaeghe heeft met Club een koopje gedaan.’ Je hebt de club voor vijftien miljoen euro overgenomen, zonder de meerwaarde van transfers als Carlos Bacca te verrekenen. Of de merknaam.

Verhaeghe «Waarom hebben die 96 procent, waaronder ook The Blue Army (de supportersvereniging van Club, red.), dan geen bezwaar gemaakt? Transparanter kan een overname niet verlopen. We hebben die vijftien miljoen euro onmiddellijk in sportieve aangelegenheden geïnvesteerd. En we hebben voor de derde keer een dossier voor de bouw van een nieuw stadion opgestart: dat zal niet in Loppem of Chartreuse komen. De locatie ligt in handen van het stadsbestuur. Eind juni vragen we een milieueffectenrapport en vergunningen aan.»

HUMO Je zou dit jaar ook 45 miljoen investeren.

Verhaeghe «Da’s de volgende stap, om over twee jaar ook aan de bouw van ons opleidingscentrum in Westkapelle te beginnen. Een project van tien miljoen euro, waardoor onze jonge talenten niet meer naar Standard, Anderlecht of Lille hoeven te verhuizen. Eén jaar later moeten we het stadion gaan bouwen. Om het twee jaar later, in 2020, te openen.»


Niks Calimero

HUMO Laten we het nog even over stadions hebben. Je was één van de grote aanstokers achter het verzet tegen Steven Martens, de voormalige CEO van de voetbalbond. Met name het stadion dat hier, op het grondgebied van Strombeek-Bever, zal verrijzen, was je een doorn in het oog.

Verhaeghe «Ik heb me niet verzet tegen een stadion voor Anderlecht, wél tegen een stadion voor de nationale ploeg. En ik heb gelijk gekregen: het stadion blijkt geen nationaal stadion te worden, maar een stadion voor Anderlecht. De stad Brussel bouwt een stadion dat het tegen een marktconforme prijs aan Anderlecht zal verhuren.

»België heeft geen nationaal stadion nodig, net zo min als Nederland en Duitsland. In Frankrijk heb je er één, ja: het Stade de France, leegstaand en zwaar verlieslatend, een symbool van de grootheidswaanzin van Mitterand. Engeland heeft Wembley, dat grotendeels draait op hondenshows en jumpings. Moeten we ons daaraan spiegelen? De overgrote meerderheid van de nationale ploegen speelt in clubstadions tegen marktconforme prijzen.

»De stad Brussel heeft de Rode Duivels en het nationaal gevoel gebruikt om zijn stadionproject erdoor te krijgen. En de voetbalbond heeft zich laten gebruiken. Steven Martens heeft het dossier nooit op het Uitvoerend Comité ter goedkeuring voorgelegd. Ik heb het alleen post factum te zien gekregen. Zo doe je dat niet. Dat is niet professioneel, niet transparant, niet integer, niet in het belang van de clubs waarvoor je werkt. Daarom is het liedje uit.»

HUMO Tussen haakjes: Roland Duchâtelet, de voorzitter van Standard, was je grootste medestander in het verzet. Ga je hem aanpakken nu hij de facto twee clubs in eerste klasse heeft: Standard en Sint-Truiden? Het zet de deur open voor competitievervalsing.

Verhaeghe (knikt) «Als Sint-Truiden inderdaad niet meer van hem is, zal hij dat moeten aantonen.»

HUMO In juridisch opzicht zal hij dat ongetwijfeld kunnen, met zijn vrouw als eigenaar van de club.

Verhaeghe «De UEFA is streng in zijn regelgeving: als je meer dan drie spelers van de ene club bij de andere plaatst, heb je feitelijke inmenging. Heb je leningen bij elkaar lopen, geef je elkaar commissie, maak je gebruik van een gemeenschappelijke makelaar: inmenging. Het gaat niet over de strikt juridische aandeelhoudersstructuur, het gaat om beïnvloeding. Het grote probleem is: hoe dwing je de regels af? De UEFA schuift het sanctioneren naar de nationale bonden door, en dat is jammer. Zo ga je met twee maten meten.»

HUMO De relatie tussen Club en de voetbalbond is niet best. Hoe is het binnengekomen dat Timmy Simons, bijna-recordinternational, te elfder ure te horen kreeg dat hij niet in de selectie van Marc Wilmots voor het WK in Brazilië zat?

Verhaeghe (blaast)

HUMO Niemand van jullie mocht mee.

Verhaeghe «Omdat we niet goed genoeg waren, zeker?»

HUMO Een juiste inschatting?

Verhaeghe «Ik laat me niet over selecties uit. Alleen, in menselijk opzicht had ik het anders gedaan. Waarom zeg je zoiets niet open en bloot tegen iemand op wie je jarenlang hebt kunnen rekenen?»

HUMO Voelt Club Brugge zich de Calimero van het Belgisch voetbal?

Verhaeghe «Niks Calimero. Wij zijn gepassioneerde mensen met een langetermijnvisie. Wij gaan, in weerwil van wat iedereen zegt, geduldig op ons doel af.»

HUMO Bij Club Brugge ben je ongeveer alles geweest, behalve geduldig. Je bent er met de grove borstel doorgegaan.

Verhaeghe «Ik geef mensen kansen, maar ze moeten het ook waard zijn: ze moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Sommige mensen zaten op functies die te hoog gegrepen waren, maar is dat erg? Sven Vermant is geen technisch directeur meer, maar hij werkt intussen alweer voor Club, als jeugdcoach. De relatie met Henk Mariman, die een duo met Vermant vormde, is uitstekend. En dat geldt voor de meeste ex-medewerkers. Mensen mogen niet denken dat ze alles van de business kennen omdat ze op hoog niveau gevoetbald hebben. Luis Figo, de voormalige stervoetballer die nu – wellicht tevergeefs – hoopt FIFA-voorzitter te worden, zei me laatst: ‘It’s from scratch again, je moet helemaal opnieuw beginnen.’ Economie studeren, jezelf bijscholen en langzaam opwerken, zoals ook Karl-Heinz Rummenigge heeft gedaan. Anders val je na twee raden van bestuur door de mand.

»Ons plan was van meet af aan duidelijk, maar niet alle medewerkers waren op hun taak toegerust.»

HUMO Het plan leek me ook behoorlijk wazig, als je ziet hoeveel totaal verschillende trainers jullie hebben aangeworven: Koster, Daum, Leekens, Garrido, Preud’homme.

Verhaeghe «Oké, met de aanwerving van Georges Leekens heb ik een fout gemaakt.»

HUMO Het was jouw beslissing, naar het schijnt, Vincent Mannaert was het er niet mee eens.

Verhaeghe «Vincent stond daar neutraler tegenover, maar we beslissen wel samen.»

HUMO Heb je Leekens omwille van zijn naam gehaald?

Verhaeghe «Vanaf dag één na Koster hadden we contact met Michel Preud’homme, maar hij stond nog onder contract in Saoedie-Arabië. Vergeet niet: Michel staat in de top dertig van de beste Europese coaches, tussen de Mourinho’s van deze wereld. Het vreet aan hem dat hij hier niet het respect krijgt dat hij verdient.»

HUMO Waarom zegt hij dat in hemelsnaam? Ongeveer iedereen in België vindt hem top.

Verhaeghe «Ik probeer het hem ook uit te leggen.»

HUMO Ook een Calimero?

Verhaeghe «Nee, dat is als een topdokter tegen wie je zegt: ‘Je hebt een verkeerde diagnose gesteld.’ Dat heeft te maken met verregaande beroepsernst.»

HUMO Hoe lang loopt zijn contract nog?

Verhaeghe «Vorig jaar hebben we zijn contract voor vijf jaar opengebroken.»

HUMO Gaat hij blijven?

Verhaeghe «Ik ben hem erg dankbaar. Hopelijk is hij van zijn kant ook blij dat hij in een goed georganiseerde club kan werken.»

HUMO Kan Club zonder Preud’homme?

Verhaeghe «Dat is het doel, anders zijn we geen duurzame club. We moeten zonder Preud’homme kunnen, net zo goed als zonder Verhaeghe. Wat als ik morgen tegen een boom rijd? We moeten de opvolging garanderen, mensen zo veel mogelijk taken laten overnemen, waardoor ik weer nieuwe dingen kan doen.»

HUMO Je zit er wel bovenop. Als Víctor Vázquez zich tijdens de wedstrijd tegen Moeskroen blesseert, daal jij van de tribune af om poolshoogte te nemen.

Verhaeghe «Ik wist wat hij doormaakte: hij was net aan zijn knie geopereerd, en nu was er dit weer. Het zag er écht niet goed uit, had de staf me gesignaleerd. En ik ken hem. Ik ben hem indertijd gaan halen in Barcelona. Ik ken zijn vrouw, zijn moeder – ik weet wat ze hebben doorgemaakt. Víctor dacht dat zijn carrière voorbij was: hij zat daar te kermen van de pijn. Hij had me nodig.»

HUMO Was het bezoekje aan scheidsrechter Christoph Dierick daar het gevolg van?

Verhaeghe «De scheidsrechter kwam binnen, hoorde het tumult, en vroeg wat er scheelde. Dat heb ik hem even uitgelegd, maar dat had ik niet mogen doen. Het zag ernaar uit dat Vázquez’ voet was gebroken. Gelukkig waren alleen zijn ligamenten geraakt.

»Víctor heeft indertijd, bij de jeugd van Barcelona, zijn knie gebroken. Dat heeft hem bijna geknakt. Voor die breuk was hij beter dan Messi, hè.»

HUMO Toe maar.

Verhaeghe «Dat zeggen ze bij Barcelona: ‘Víctor Vázquez was het grootste talent van de club, tot zijn kniebreuk.

»Ik vind het niet zo vreemd dat ik Víctor op zo’n moment opzoek. Je leeft met je mensen samen. Dat is in al mijn bedrijven zo. Privé speelt een rol op het werk, natuurlijk wel. Je werkt ook niet meer nine-to-five. Je spreekt je problemen uit.»


Pa op eerste rij

HUMO Wat is er vorig jaar precies fout gegaan in Lokeren, waar je na de wedstrijd handgemeen raakte met een vrouwelijke steward?

Verhaeghe «Ik heb mijn zoon en die steward uit elkaar gehouden, meer kan ik daar niet over zeggen. De zaak komt nog voor op de politierechtbank (Verhaeghe kreeg in eerste aanleg vijf maanden stadionverbod en een boete van duizend euro, red.).»

'Natuurlijk komt Uplace er: iets wat de mensen willen, komt er altijd'

HUMO Hoe juist is het beeld dat van jou bestaat: hij wordt boos als hij zijn zin niet krijgt?

Verhaeghe «Fout. Ik krijg meestal mijn zin niet, namelijk. En dat is niet erg. Zo ben ik opgevoed: wees blij met wat je krijgt.»

HUMO Heb je geen natuurlijke behoefte aan weerstand, een muur die je moet slopen?

Verhaeghe «Nogmaals, veel mensen zouden schrikken als ze wisten hoe geduldig ik ben. Eurinpro is ontstaan uit een idee in 2003, dat we drie jaar later hebben uitgevoerd. Uplace is ontstaan uit een idee in 2004. We zouden het uitvoeren in 2012. Het is 2015, en het is er nog niet. Timing kan tegengevallen.»

HUMO Komt Uplace er?

Verhaeghe «Daar zouden we het niet over hebben.»

HUMO We zitten hier in het hoofdkwartier van Uplace.

Verhaeghe «Natuurlijk komt het er, iets dat de mensen willen, komt er altijd. Voor Club Brugge hadden we na het seizoen met Koster op drie jaar gerekend om te komen waar we wilden, al hebben we ons verkeken op de overexposure in de media. Maar zal Club Brugge in de toekomst nog veranderen? Het zal wel zijn! We draaien een mooi seizoen: bekerwinst, kans op de titel, kwartfinale Europa League. Dat is onderscheiding, maar nog geen grote onderscheiding.»

HUMO Waarom lijkt het nu eindelijk wel te lukken?

Verhaeghe «De mentaliteit om te willen winnen is terug. Die was er drie jaar geleden niet meer. Club was al blij als het een wedstrijd in de poulefase van de Europa League won. Nu willen we ons kwalificeren. Die drang geven mensen door, winnaars als Vincent en Michel. Michel wil elke match winnen. Elk spelletje op de training. Elk spelletje buiten de training. Leuk, maar vermoeiend (lacht).»

HUMO Gaat het lukken dit jaar?

Verhaeghe «Hopelijk. Het zal van details afhangen, blessures. Ik durf de afloop niet te voorspellen, maar ik heb – met enige moeite – geleerd te genieten van de wedstrijden. En dat doe ik, volop.»

HUMO Welke polsslag heb je tijdens een wedstrijd?

Verhaeghe «Ik heb ’m genomen in de laatste minuut van de jongste Club Brugge – Anderlecht: vierenzestig.»

HUMO Dat is bijna een polsslag in rust.

Verhaeghe «In rust is het zesenvijftig.»

HUMO Hoe lang blijf je nog voorzitter?

Verhaeghe «Zolang ze me niet buitendragen (lacht).»

HUMO Je gaat niet opstappen als het nieuwe stadion is opgeleverd?

Verhaeghe «Ik hoop dat ik op mijn 75ste nog naar wedstrijden kan. Met jonge mensen bezig zijn, houdt jezelf ook jong. Het zet je aan tot bewegen, tot zelf aan sport doen.»

HUMO Na de gewonnen bekerfinale tegen Anderlecht was je bijzonder emotioneel. Je droeg de overwinning op aan je overleden vader, bij leven ook een supporter van Club Brugge. Terwijl je daarnet vertelde dat hij helemaal niet zo gek op voetbal was.

Verhaeghe «Mijn vader was wel een sportman, een duursporter, een hardloper. Hij heeft zijn kinderen bijgebracht dat ze moesten doen wat ze graag deden, maar dat dan ook zo goed mogelijk. Mijn broer is in Harvard gaan studeren, mijn zus in Keulen. Mijn andere zus heeft gedoctoreerd. Eruit halen wat erin zit, dat hebben wij geleerd. En in de spiegel kijken en ons afvragen: ‘Kan ik er niet nog meer uithalen?’ En ons ma heeft ons ook geleerd te vragen: ‘Wat kan ik teruggeven aan de maatschappij?’ Voor die waarden ben ik mijn ouders dankbaar. Ze hebben me veel geluk in het leven gebracht.

»Hoe ouder mijn vader was, hoe milder hij in zijn oordeel werd. In de laatste twintig jaar van zijn leven heb ik een schitterende relatie met hem gehad: hij was mijn grootste supporter in alles wat ik ondernam. Hij, een risicoschuwe ambtenaar, moedigde me aan risico te nemen: ‘Je kunt dat.’ En mijn moeder ook: ‘Dat komt goed, jongen.’ Dat gaf mij wel een boost. Toen ik het bij Club Brugge overnam, zeiden ze precies hetzelfde: ‘We geloven niet wat ze allemaal over je vertellen, we weten wie je bent. Hou vol.’ Die bekerfinale is het bewijs dat volhouden loont. De aanhouder wint.

»Mijn broer en zussen, die ook in het stadion zaten, waren op dezelfde manier aangedaan. Ze zeiden ook: ‘Hij zal wel op de eerste rij genoten hebben.’ (Zwijgt) Ik ben uiteindelijk nog altijd een katholieke mens, denk ik.»

HUMO Ja?

Verhaeghe «Ik geloof dat er in het onbegrensde heelal, waarover ik graag in National Geographic lees, een voor ons nog onbekende, ordenende kracht schuilt. Oké, dat is nogal vaag en ver weg, maar de waarden van het katholicisme blijken achteraf wel het richtsnoer voor mijn leven te zijn geweest. Zo’n gebod als: ‘Doe niet wat gij niet wilt dat u geschiedt’, daar kom je toch een heel eind mee, in je relaties en in je werk? Dat heb ik uit mijn opvoeding meegekregen, van mijn overleden vader en mijn moeder.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234