Humo sprak met bliksemoverlevers: 'Overal kan de bliksem inslaan. Zelfs thuis, via de computer voor je neus'

Juni, juli en augustus zijn de maanden met de meeste onweders en bliksems in België. Eén tot vijf landgenoten worden jaarlijks dodelijk getroffen. Maar hoe is het als de bliksem je ráákt en je het nog kunt navertellen?

'Veel mensen geloven niet dat je een blikseminslag overleeft: volgens hen zijn we stomweg gevallen en hebben we de rest gefantaseerd'


Lees ook: Coup de foudre: bliksemoverlevers (deel 2) »

Het gemaaide grasland wisselt af met stukken bos. Er zijn smalle wegen, houtwallen, eiken en beuken. Dit is de Achterhoek, provincie Gelderland. Vorden is een dorp aan een spoorlijn. Leven en dood kwamen hier noodlottig samen op vrijdag 25 augustus 2006. Die dag sloeg de bliksem in. Op het harmoniegezelschap dat een lied wilde uitvoeren bij een graf.

Veearts Harmjan War-ringa stond erbij. De overledene, Gerrit Kornegoor, was zijn buurman.

Harmjan Warringa «De familie en de dragers stonden bij de kist en het open graf, en daarrond wachtte een kring van mensen die de laatste groet wilden brengen. De harmonie Sursum Corda stond een eindje achter ons. Gerrit was erelid, zijn medemuzikanten luisterden de uitvaart op.

'Niets wees op naderend onweer, en toen kwam die knal. Toen ik bijkwam, leken mijn schoenen in brand te staan'

»Het was die namiddag stil en broeierig weer. Maar niets dat op naderend onweer wees, geen gerommel, niks. Ik herinner mij ook geen flits, wel een hevige knal, werkelijk een enórme dreun. Meteen sloegen mensen gillend op de vlucht; anderen liepen om te gaan helpen. Alle muzikanten lagen omver onder een boom, sommigen krabbelden recht, vijf mensen bleven roerloos liggen. Eerlijk: ik dacht aan vijf doden. Eén kende ik goed, dat was Dick Boerstoel, mijn huisschilder. Op m’n knieën zat ik bij hem, zijn gezicht zag doodsbleek, bijna gelig. Hij lag op z’n rug en had gelukkig nog adem. Dan ging hij heftiger bewegen, met schokken en krampen, en natuurlijk ga je dan kalmerend praten: dat het voorbij is, dat het wel goed komt. De meeste consternatie was er rond die twee mensen die roerloos bleven. Toen kwamen de ambulances, politie en brandweer, en gelijk hing ook de traumahelikopter in de lucht.»

Gerrit de Niet (82) werd zelf neergebliksemd; hij was één van de muzikanten. Als ik hem thuis opzoek, stelt hij voor om naar de bewuste plek te gaan. Het is een stemmig kerkhof, honderddertig jaar oud, en het ligt in een bos zoals in de sprookjes. Lommerrijke bomen, dik mos en daartussen de stenen ruggen van de graven. En ook de overweldigende geur van hars, veldbloemen en de beginnende zomer. We wandelen tot bij het perk met de grotere familiegraven. Daar is het graf van Gerrit, en daar, hij wijst vijftig meter naar rechts, ‘daar onder die boom stonden wij.’ De oud-timmerman schat de boom zeker vijftien meter, een douglasspar.

'We stonden met dertig man onder de boom, iedereen lag omver na de inslag. Ik was wat verder gaan staan: dat redde mijn leven' Gerrit de Niet

Gerrit de Niet «Wij waren met zo’n dertig muzikanten. Trompet, trombone, tuba, waldhoorn, klarinet, saxofoon. Veel metaal en koper, ja. Heel die groep stond voor die boom geschaard. Ik stond nogal wankel op de wortels. Met een baritonsax van 8,5 kilo wil je stevig staan, dus ik zeg: ik ga op het pad. Dat afstand nemen heeft mogelijk mijn leven gered.

»De lijkstoet kwam over het zandpad aanstappen. De buren droegen de kist, als naar traditie. Tegelijk werd het stil. Doodstil. Je hoorde geen vogeltje meer. En normaal hoor je hier altijd vogels.

»Er was ruim honderd man, want Kornegoor was een bekend figuur. Trombonist en een heel loyaal lid van de harmonie. Wij stonden klaar om het lied ‘Veilig in Jezus’ armen’ te spelen. Bij een uitvaart een klassieker, achteraf gezien wel erg wrang. Ik zag de lucht grijs betrekken, dacht aan regen en dat we best voortmaakten met ons lied, en tóén kwam die knal. Alle dertig man op de grond – dat heb ik van horen zeggen.

»Ikzelf sloeg achterover en ben een paar minuten wég geweest. Toen ik bijkwam, leken mijn schoenen in brand te staan, zo heet waren mijn voeten. M’n harmoniekostuum was zwartgeblakerd. In mijn hemd zat een gat en op m’n borst had ik van die schroeiplekken in rare rode patronen. Alsof er vogelpootjes door de sneeuw hadden gelopen, zo heeft mijn vrouw het beschreven (de zogenaamde Lichtenbergfiguren, die de medische literatuur omschrijft als ‘sparrentakjes’, zijn huidreacties op de stroomstoot, red.).

»Wim lag achter mij. Die moet op slag dood zijn geweest. Ik hoor z’n zoon nog schreeuwen tegen hem, maar hij kreeg er geen leven meer in. Ook Sophie, die trompet speelde, moet gelijk dood zijn geweest. Ik heb dus veel geluk gehad.»

Hij wijst hun graven aan. Wim Wichers, 59. Sophie Wullink, 14. Ze had ’s morgens nog gezegd niet van begrafenissen te houden, maar uit plichtsbesef was ze toch gegaan.

We wandelen tot onder de boom met het eenvoudige gedenkteken, een koperplaatje met de datum en de krul van een solsleutel. In de schors zit nog een barst, het litteken van de bliksem. Die plek onder de boom was heel bewust gekozen, zegt Gerrit.

De Niet «De dag tevoren was Wim nog komen kijken, en die had tegen zijn zoon, de voorzitter, gezegd: onder die boom staan we hoger en ietsje van de mensen af, dat zal stemmiger klinken dan wanneer we in hun rug staan te blazen.»

Sotto voce. Ook de dood kiest haar partituur.


Dikke tranen

We rijden terug naar huis. Gerrits vrouw vertelt dat er steunbetuigingen waren uit heel Nederland; op repetities en concerten werden stiltes opgedragen aan Sursum Corda. En hoeveel hars er uit die barst in de boomschors sijpelde, ‘Het leken dikke tranen.’ En of ik het weet van Dick Boerstoel in de kliniek? In de nacht van 25 augustus brachten ze zijn vrouw daar binnen, ze is bevallen van een dochter, Merel. Een kind dat altijd zal verjaren met een vreemd verdriet bij de aanwezigen.

De Niet heeft drie dagen in de kliniek gelegen. Alle dokters kwamen kijken. Met dat ongeloof: dat jij hier nog zit! Hij zegt dat zijn longen een klap hebben gekregen, hij is nu veel sneller buiten adem.

De eerste jaren ging hij nog vaak naar die plek op de begraafplaats. Ook anderen leken die behoefte te hebben. ‘Eén keer zag ik Gerdien, de beste vriendin van Sophie. Ze zat op haar knieën onder die boom.’

Veearts Warringa belt Dick Boerstoel: of ik bij hem langs kan? Maar die moet geen journalist, die wil ‘door met zijn leven’. Een doorzetter, zegt Warringa. Enkele jaren geleden heeft hij op zijn trompet nog een stuk van Händel staan blazen, 70 meter hoog op de transen van de hoofdkerk in Zutphen. Zoiets durven niet alle bliksemslachtoffers.

En dat het drama nog gevoelig ligt na elf jaar. Zo voelt de familie Kornegoor zich schuldig omdat de tragedie gebeurd is op de begrafenis van hun vader. Een schuld die niemand hun aanwrijft, maar die ze wel op hun schouders hebben genomen. Zoon Jan Kornegoor ‘heeft het altijd over de vogels’. Hoe die zwegen, terwijl ze áltijd fluiten op dat kerkhof. ‘Volgens hem wisten die vogels heel goed wat er ging gebeuren!’

Veearts Warringa heeft als landman vele bliksemgevolgen gezien. Gespleten en uiteengespatte bomen, doodgebliksemde koeien en vaarzen, een molen die geraakt werd.

Warringa «Dat is me allemaal gepasseerd. Maar dit beklijft. Als er nu onweer komt, krijg je mij met geen stokken meer buiten.»

De veearts sprak mensen die de bliksem van op afstand zagen vallen.

Warringa «Hij kwam horizontaal, van de andere kant van het dorp, ging over het centrum, en dook dan met een haakse hoek op de begraafplaats.»

Na 2006 heeft de harmonie nooit meer op de begraafplaats willen spelen.

'De hemel was helderblauw, en plots lagen we op de grond. Onze bergbottines waren helemaal aan flarden' Emma en Jozef


Kleren aan Flarden

Jozef Schoenmaekers en Emma Hendrickx gaan al veertig jaar ‘naar de bergen’: Zwitserland, Oostenrijk, Italië. In 2003 waren ze in Kleinarl (Salzburger Land). Op 14 augustus reden ze van daaruit naar het Duitse Berchtesgaden om het Adelaarsnest van Adolf Hitler te bezoeken, een versterkte vesting op 1.834 meter.

Emma Hendrickx «Het was mooi weer. Zonnig en warm. Niet heet.»

Jozef Schoenmaekers «En de hemel was helderblauw! We hadden onze auto geparkeerd, en we wilden een wandelpad volgen van het bergrestaurant naar een hoger gelegen panorama. We kwamen aan een trapje en toen ging het licht uit. We weten van geen flits of knal.»

Emma «Ik werd wakker, zittend op de grond. Jozef lag naast mij, plat voorover op het beton.»

Jozef «Mijn gezicht helemaal toegetakeld door de val.»

Het vermoeden is dat de bliksem in de berg is geslagen en dat hij is uitgemond in het gewapende beton waarop ze liepen. Samen met een Spaans slachtoffer worden ze naar de kliniek van Berchtesgaden gevoerd.

Jozef «Daar hebben we een nacht op intensieve zorgen gelegen. Slapen kon niet. Ze waren constant met koorts en bloeddruk bezig, met infusen en een hartmonitor. En maar herhalen dat het een mirakel was dat wij nog leefden.

»Weet je nog dat ze ineens dat gordijn opentrokken?! En wat zagen wij: de bergtop waar we neergebliksemd waren.»

Emma «Dat gordijn moest terug dicht van mij.»

Jozef «Haar been was helemaal blauw en opgezwollen. Emma had soms wel drie dokters rond haar, en naar ze ons later vertelden, hebben ze toen overwogen om dat been te amputeren.»

Emma «Die wisten duidelijk niet wat te doen met ons. Gelukkig kreeg mijn been na een paar dagen terug kleur.»

Jozef «De bliksem moet via onze voeten zijn ingeslagen. Emma’s schoenen waren helemaal opengebarsten. Bij mij waren de naden kapotgescheurd, van beide schoenen was de zool losgerukt. En geen flutschoenen, hè, stevige bergbottines!»

Emma «Op één voet had ik ook een serieuze brandwonde. Bijna een centimeter diep, tot op het rauwe vlees.»

Jozef «Van mijn broek was de rechterhelft aan flarden. En haar broek en T-shirt waren aan de linkerkant gescheurd. De rug van mijn onderhemd was helemaal verzengd en onze beenharen waren weggeschroeid.»

Emma «Ik was compleet in de war. Ik kon mijn gedachten niet meer vasthouden, me niet meer concentreren. Het was alsof ik niet meer kon denken. Dat heeft een paar dagen geduurd.»

Ze zeggen dat ze ‘hun twee pollen mogen kussen’ dat ze er nog zijn. Waar ze wel hard van schrokken, was het ongeloof waarop ze stuitten.

Emma «Want ja, het kán toch niet dat je een blikseminslag overleeft. Veel mensen denken dat wij stomweg gevallen zijn, en dat we de rest gefantaseerd hebben.»

Jozef «Een tijd geleden had ik last van hernia en aan de specialist vroeg ik of dat van die bliksem kon zijn. Die man liet me mijn verhaal doen, en zei toen sceptisch: ‘Vertel dat nu nog eens?!’ Het kwam erop neer dat je zoiets volgens hem niet kón overleven. Daar sta je dan.

»Van sommigen kregen we ook bedekte verwijten: waarom hadden we ons daarboven gewaagd? Komaan: we waren op vakantie in de bergen en het was mooi weer! Wij waren ook absoluut niet alleen, er liepen nóg duizend toeristen. Het Adelaarsnest trekt zoveel volk aan dat je vooraf een tijdstip moet reserveren om het te mogen bezoeken. Er komen veel bergwandelaars met metalen drinkflessen en camera’s: allemaal dingen die wij níét bij ons hadden, en toch worden we geraakt.»

Het ongeloof is onterecht: bliksems komen voor bij een helderblauwe hemel, want ze kunnen inslaan tot op 22 kilometer van een onweerszone. En volgens een gespecialiseerde arts kon de hernia best een gevolg zijn van de inslag, als er een tussenwervelschijf is geraakt of verschoven is bij het vallen.


Zelfhulpgroep

Ik kan Steve Marshburn maar moeilijk bereiken. De man woont in North Carolina (VS) en is al dertig jaar voorzitter van Lightning Strike and Electric Shock Survivors International (LSESSI). Een ander LSESSI-lid vraagt geduld te hebben: ‘Steve en z’n vrouw Joyce staan al dertig jaar paraat; dag en nacht worden ze opgebeld door bliksemslachtoffers die hun verhaal willen doen. Dat ging ten koste van hun gezondheid. Daarom nemen ze minder makkelijk op.’

Ik krijg Steve aan de lijn. Rustige stem. Southern accent. En slechts één boodschap: Lightning? It can hit you anywhere!

steve Marshburn «Ik ben zelf getroffen in 1969. Ik was 25 en werkte bij een bank. Ik zat bij het glazen drive-inloket, met mijn rug naar het glas. Een bliksem sloeg binnen via de luidspreker en de luchtgaten in het loket. Hij ging dwars door mijn bureaustoel en trof mijn rug en voeten. M’n wervelkolom werd geraakt én ook mijn ruggenmerg, dat heeft mijn zenuwstelsel compleet overhoopgehaald. Sinds 1969 heb ik al 44 operaties moeten ondergaan, in rug, nek, armen, voeten en urineleiders; en dan spreek ik nog niet van m’n verschrikkelijke hoofdpijnen.»

'Overal kan de bliksem inslaan. Zelfs thuis, via de computer voor je neus'

Humo Ik las een aantal van jullie survivor stories. Van de 40 inslagen waren er 12 binnenshuis. Dat is véél.

Marshburn «De publieke opinie denkt vooral aan gevallen in openlucht. Maar uit de 4.000 getuigenissen die we met de jaren verzamelden, blijkt dat mensen ook worden getroffen in hun badkamer, living of bureau. Vaak via een open raam, door de luchtverplaatsing, maar evengoed komt de bliksem binnen via metalen raamkozijnen, de buizen van het sanitair of de elektrische leidingen. En evenzeer via een haardroger, de vaste telefoon, een gsm-oplader of de computer voor je neus. Via élk elektrisch apparaat kan-ie binnen. Dus altijd de ramen sluiten, elke stekker lostrekken en afstand houden van al wat elektrisch is. Of dat nu een schakelaar is of een fornuis.»


Karakterswitch

Marshburn «Als de bliksem buiten inslaat, zien we vooral dat zwemmers, surfers, kajakkers, hengelaars en andere watersporters het slachtoffer zijn. Vissers zijn ook al ’s winters getroffen. Ze zitten op een bevroren meer te ijsvissen, een zeldzaam winteronweer breekt los en ze worden geraakt.

»Ik heb maar één conclusie. It can hit you anywhere. Zelfs in je veilige auto – een kooi van Faraday! – kun je geraakt worden, als een raam of kofferdeksel openstaat, of als je bij een inslag metalen onderdelen of je autoradio aanraakt.»

Humo Vaak komen die slachtoffers terecht in ziekenhuizen waar de artsen niet weten wat ze moeten doen.

Marshburn «Zelfs in de VS, met een jaarlijks gemiddelde van minimum 30 doden en 270 gewonden, is dat nog dikwijls het geval. Ziekenhuizen vinden het niet lonend om hun personeel daarvoor op te leiden. Vandaar ook onze zelfhulpgroep. Daarin zitten overlevenden, maar ook familieleden van slachtoffers, en evengoed dokters en psychologen. De getroffenen vinden steun bij mekaar, en de medische wereld kan beroep doen op onze knowhow.»

Humo Overlevenden lopen kans op slapeloosheid, geheugenverlies, epileptische aanvallen, migraine, chronische pijn en vermoeidheid, duizeligheid, oorsuizingen, posttraumatische stressstoornis, een gamma van wel honderd fysieke en psychische gevolgen.

Marshburn «Bij sommigen zijn die gevolgen voorbijgaand, bij velen is het voor de rest van hun leven. Zo’n langdurige impact kan heel deprimerend zijn. De voorbije 28 jaar kregen we al te maken met 24 zelfmoorden. Mensen die het niet meer zien zitten: een combinatie van veel pijn, werkloos zijn en hun gezin niet meer kunnen onderhouden. Gelukkig hebben we ook zo’n twintig mensen van zelfmoord kunnen afhouden.»

Humo Sommige slachtoffers zouden een verandering van karakter ondergaan.

Marshburn «Op honderd getroffenen loopt tachtig procent zo’n karakterswitch op. Ik was vroeger heel opgeruimd: weinig kon mij uit m’n lood brengen. Na dat voorval begon ik mensen fout te begrijpen. Positieve opmerkingen zie ik vaak als negatief. Figuurlijke beeldspraak neem ik soms letterlijk. Mijn brein heeft een kwetsuur opgelopen. Tegelijk is mijn bekommernis om al die lotgenoten ontstaan, dat werk geeft me een goed gevoel, dus dat is een positieve switch.»

Omdat ik hem ’s nachts bel (vanwege het tijdsverschil) zit ik in een duister huis, en van zijn tragische voorbeelden krijg ik koude rillingen. Ik besef ineens welk risico ik liep toen ik in 2005 in Noord-Frankrijk een bliksemfotograaf volgde, drie uur lang in een hevig onweer. Opeens besloot hij – vanwege de regen – om vanuit de beschutting van zijn autokoffer de bliksems te fotograferen. Hij noemde de auto met die open koffer ‘een kooi van Faraday, maar met enkele tekortjes’. Daar ben ik goed weggekomen.

'Hij had altijd water bij zich om zijn haar te blussen' Ranger Roy Sullivan overleefde acht bliksem­inslagen


Acht keer getroffen

Steve Marshburn kent een vrouw uit South Carolina die zes keer getroffen is. En hij sprak ook met Roy Sullivan uit Virginia, die werd in zijn leven acht keer geraakt. Elke strike is officieel geregistreerd en zo is hij ‘wereldrecordhouder’. Zijn bijnaam: De Menselijke Bliksemafleider. Hij was park ranger en door die buitendienst liep hij een groter risico. Hij werd onder andere getroffen in zijn truck (met open raam), in zijn tuin, in het hoofdkwartier van de rangers, bij het hengelen en op een uitkijktoren waar hij brandwacht was. Hij hield er brandwonden en kneuzingen aan over. Vier keer schoot zijn haar in brand, wat maakte dat hij altijd ‘bluswater’ bij zich had. Hij kreeg op den duur de indruk ‘dat de bliksem hem zocht en dat onweerswolken hem volgden’. Hij klaagde ook dat mensen hem meden vanwege het ‘bliksemgevaar’. Eén keer werd zijn vrouw getroffen toen ze wasgoed ophing; Sullivan stond vlakbij maar werd niet geraakt. Hij stierf in 1983 op 71-jarige leeftijd. Hij werd gevonden met een schotwonde in zijn hoofd. Zelfmoord ‘vanwege een onbeantwoorde liefde’.


Bliksem treft Jezus

Sinds 1989 hou ik knipsels bij over de bliksem. Er zijn de algemene stukken: dat NASA-onderzoek uitwijst dat we door de klimaatopwarming meer onweders en dus meer blikseminslagen krijgen. En er zijn de vele knipsels over de soms bizarre omstandigheden waarin de bliksem toeslaat. Tijdens de opnames van Mel Gibsons controversiële film ‘The Passion of the Christ’ (2003) werd Jim Caviezel door de bliksem geraakt. De Jezus-acteur hing op dat ogenblik aan het kruis. Volgens om-staanders ‘lichtte hij op als een vuurbol’ en kwam er ‘rook uit zijn oren’. Het was al de tweede keer tijdens die opnames dat Caviezel door hemelvuur geraakt werd. Hij overleefde telkens. ‘Een teken van God’, aldus de acteur.

In 2010 werd een tiener getroffen op een Britse vliegtuigshow, als énige tussen 170.000 toeschouwers. Het was vrijdag de 13de, en hij was 13 jaar. De knaap overleefde. Het voorval gebeurde om 13:13.

In 1982 en in 1999 werd in een Londens park een vrouw doodgebliksemd. Op de borst vertoonden ze allebei brandwonden die precies de vorm hadden van de metalen beugel van hun beha. In Oslo (2003) werd het stalen bed van een Noors koppel geraakt, zijzelf bleven ongedeerd. In 2007 was een vrouw in Goirle (NL) onderweg naar de brievenbus met een rouwkaartje voor haar overleden buurvrouw. De bliksem trof haar, waarop ook zij overleed.

In Missouri (VS) kwamen drie mensen om toen de bliksem insloeg op een begrafenisstoet. In Blairsville (Georgia) richtte de dominee zich tot een rouwende familie met de woorden: ‘Wij weten nooit wie de volgende zal zijn’; daarop velde een dodelijke bliksem de kleinzoon van de overledene.

Ook sportwedstrijden kennen soms een noodlottige afloop. In 1979 werd een grensrechter gedood in Zutphen en in 2006 werden vier Deense voetballers geraakt, één van hen kon niet meer gereanimeerd worden. In het Duitse Wenden (2007) werden dertig aanwezigen gewond tijdens een voetbaltornooi en in Oslo (2008) werden negentig toeschouwers van een autorace gewond afgevoerd. De meest tragische inslag gebeurde in Congo (1998). Daar werd een volledig elftal gedood tijdens een wedstrijd in de provincie Oost-Kasaï. De thuisploeg bleef ongedeerd.


'Sinds de inslag ben ik volgens vrienden veranderd: gevoeliger, nerveuzer, opvliegender' François Gasiaux

Verlamd

Kort over de taalgrens ligt het terrein van Inter Jandrain, een vierdeprovincialer in Waals-Brabant. Veld, oefenveld en kantine liggen beschut tussen naaldbomen, maar verder zie je alleen wijde akkers met mijlenver graangewas. François Gasiaux speelde in september 2010 nog bij de eerste ploeg. Het begon te onweren tijdens de avondtraining.

François Gasiaux (toen 26) «Het echte bliksemen en regenen brak los ná de training. Iedereen liep naar de buvette (kantine, red.) om te schuilen. Ik ging twee kameraden naar huis brengen, en vanwege de gietende regen wou ik hen aan de kantinedeur oppikken. Terwijl ik naar m’n auto op de parking liep, kreeg ik een klap. Alsof iemand met een grote ketel op mijn hoofd sloeg. Het licht ging uit. Ik ben op de grond gevallen, en ik moet even wég zijn geweest. Daarna ben ik terug de kantine ingelopen, enfin, dat hebben ze mij verteld, ik weet het zelf niet meer. Ik hing vol slijk en ik ben tussen de stoelen op de grond gevallen. Ik kon niet meer rechtstaan, mijn benen waren verlamd.

»Ik had nergens brandwonden, maar mijn beide sportschoenen waren wel ontploft en aan flarden. De hiel hing los. Ze hebben de ambulance gebeld, die heeft me naar het ziekenhuis van Tienen gebracht. Daar kwam ik bij bewustzijn, maar ik kon me absoluut niks herinneren. En erger, ik kon mijn benen nog altijd niet bewegen. Ik voelde niks in die benen, geen pijn, geen kou, geen warmte, niks. Dat heeft bijna 36 uur geduurd. Ik was vreselijk bang, ik dacht dat ik heel mijn leven verlamd zou blijven.

»Pas na anderhalve dag voelde ik weer pijn. Eerst in mijn knieën, dan in mijn benen, en zo kwam alle gevoel terug en kon ik eindelijk weer gaan. Tot grote opluchting van mezelf én van de artsen; zij vreesden in stilte dat ik verlamd was voor de rest van mijn leven. Volgens de specialist was de bliksem langs m’n ruggenmerg gegaan, waardoor de zenuwen waren ‘gekneusd’ en mijn benen tijdelijk verlamd waren.

»Ik was echt niet goed van die slag. Ik voelde me beroerd. Slecht. Uit mijn lood geslagen. Dat heeft nog bijna een maand geduurd. Toen waren op het encefalogram geen stoornissen meer te zien en kwam ik weer enigszins op m’n plooi. Volgens de specialist heb ik oneindig veel geluk gehad: de bliksem moet me slechts inwendig ‘geschampt’ hebben. Van dan af zijn ook m’n herinneringen teruggekomen. Ik zag weer de kantine, de ambulance, en de spoedafdeling. Dat was allemaal uitgewist, dat wist ik alleen van anderen.

»Ik kreeg ook te maken met ongeloof. Veel mensen willen niet geloven dat je een blikseminslag kunt overleven. Volgens hen ben ik uitgeschoven en op mijn achterhoofd gevallen. Gelukkig weten mijn medespelers wél wat mij overkomen is. Door de bliksem is ook de stroom in de kantine uitgevallen, alle zekeringen waren kapot.

»Medisch heb ik er niets aan overgehouden. Maar vrienden en kennissen zeggen dat ik veranderd ben. Dat ik gevoeliger, nerveuzer en opvliegender ben geworden.»

Gasiaux was altijd gefascineerd door onweer, hij nam ook foto’s van bliksems. ‘Die fascinatie heb ik nog, maar nu aarzel ik om m’n camera te richten op wat me zo’n klap heeft gegeven.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234