null Beeld

Humo sprak met Charles Bukowski: 'Mijn enige filosofie is dat iedereen moet schijten en na het schijten zijn kont moet afvegen'

Charles Bukowski overleed op 9 maart 1994. In juli 1986 sprak toenmalig Humo-journalist Martin Coenen met de Amerikaanse auteur.

(Verschenen in Humo op 26-07-1986)

'De meeste Amerikaanse auteurs hebben keurig opgeruimde, cleane werkkamers. Ik zou er niet eens kunnen schrijven', zegt de Amerikaanse auteur Charles Bukowski terwijl hij vanop zijn terras uitkijkt op de haven van San Pedro, Los Angeles. Zijn werkkamer is een klein en nogal vunzig krocht; klerne hangen slordig op een hometrainer, de vloer ligt bezaaid met papier, in een hoek staat een oude, houten schrijftafel.

Het herinnert me aan de tijd dat hij alleen in undergroundmagazines en hippiekranten publiceerde; nu is hij in twaalf talen vertaald en in totaal zijn van zijn boeken 2,2 miljoen exemplaren verkocht. Zelden heeft een auteur zo echt de zelfkant weten te schetsen, die wereld van goekope hotels, bevolkt met pooiers, zakkenrollers, hoeren, rare vogels, bordenwassers en ander klein grut, waar het leven een beerput is maar waar het alvast niet stinkt naar kuiperijen en intriges; een jungle, maar zonder hypocrisie. Met 'The Post Office', 'Notes of a Dirty Old Man', 'The Days Run Away Like Wild Horses Over the Hills', 'Verhalen van alledaagse waanzin', 'Factorum', 'Love is a Dog From Hell' zal hij altijd één van mijn high shots blijven.

Bukowski «Ik ben veel, heel veel, verschuldigd aan mijn uitgever, John Martin. Hij is in mij blijven geloven, ook toen niemand iets in mij zag. Op een avond stond hij aan de deur, een kerel met vreemde ogen. Hij vertelde mij dat hij graag uitgever zou worden. Ik zei: 'Prachtig baby, pràchtig, prima. Uitstekend, fantastisch. Maar wat moet u van mij?' En hij antwoordde: 'U bent mijn held.' Ik zei: 'Als het zo zit, kom dan maar binnen.' In die obscure blaadjes had hij wat van mijn stuff gelezen en hij vroeg of ik nog meer had liggen. Ik wees naar een grote kleerkast en gebood hem de deur open te doen. Een immense stapel papier viel daar toen uit, duizenden en duizenden gedichten. Hij begon te joelen alsof hij hysterisch was geworden. Toen begon hij met een grove selektie. Hij zat op de vloer en links van hem legde hij de gedichten die hij niet goed genoeg vond, rechts van hem kwam alles waar hij iets in zag. Soms zei hij: 'Maar dit is een uitstekend gedicht, wat doet het in de kast?' Wist ik veel. Hij propte zijn tas vol met mijn gedichten en publiceerde er een boek mee. Tot dan dacht ik altijd dat ik het nooit zou kunnen maken als professionele schrijver. Niemand was in mijn shit geïnteresseerd geweest en om aan geld te geraken was ik vieze verhaaltjes voor seksbladen gaan schrijven. Stijl was niet belangrijk, het enige wat van mij gevraagd werd was dat er voldoende seks in het verhaal zat. Daarmee ben ik later bekend geworden: die verhalen werden toen gepubliceerd als literatuur (lacht).

»Om eerlijk te zijn: ik vind het leuker om aangevallen te worden en een slechte auteur genoemd te worden. Negatieve kritieken stimuleren mij meer dan diegene die het hebben over 'groot auteur', 'belangrijke schrijver' enzovoort. Dit succes heb ik nooit verwacht; ik heb er nooit van wakker gelegen om na mijn dood beroemd te blijven. Alles wat ik wilde was schrijven om de huur te kunnen betalen en iets te drinken te hebben. Gewoon een kwestie van overleven.

»Ik schrijf nooit zonder alcohol. Wijn is het beste, rode wijn. Met bier en wijn kan ik ùren doorgaan met schrijven. Whisky werkt niet. Het schrijven wordt overdramatisch, shitty. Whisky is gevaarlijk spul. Die drank getuigt wel van respect voor alcohol, maar je gaat er wél zienderogen van verwilderen. Als ik whisky drink, begin ik mij als een vechtersbaas te gedragen. Bovendien denk ik dan ook nog dat ik op dat vlak behoorlijk wat capaciteiten heb, maar ik heb wel altijd drie van de vier gevechten verloren.»

HUMO Bij de meeste auteurs is er enig ritueel vooraleer ze met schrijven beginnen.

Bukowski «De radio staat altijd aan, er zijn sigaretten, ik drink een paar glazen, steek het papier in de machine en it comes Ik hoor soms schrijvers vertellen hoe pijnlijk het is om te schrijven, maar dat is bullshit, het is het gemakkelijkste wat er bestaat. Het is zoiets als naar de film gaan: je gaat zitten en het komt op je af.»

HUMO En het probleem van het maagdelijk witte blad dat de schrijver aanstaart?

Bukowski «Heb ik wel eens gehad, ja, maar het is zo zeldzaam. Dan drink ik nog een glas en it comes, , it always comes...

»Mijn eerste roman, 'Post Office', heb ik geschrven in 19 nachten. Ik ging zitten, begon te drinken, wijn, Scotch, bier, het gaf niet wat, ik schreef en ik legde de vellen op de stoel. Wanneer ik 's ochtends wakker werd, gaf ik eerst over en liep dan naar de stoel om te zien hoeveel pagina's er waren. Ik had mij voorgenomen om tien bladzijden per nacht te schrijven, maar het waren er altijd 25. Het was niet moeilijk, want alles zat fris in mijn hoofd.

»Toen ik naar de Federal Building stapte om mijn ambt van postklerk neer te leggen, zei de vrouw aan de balie: 'Maar u bent vijftig jaar, meneer Bukowski.' Ik zei: 'Ja, dat weet ik zelf ook wel.' En toen ik mijn hospita vertelde dat ik besloten had schrijver te worden, zei ze: 'Oooh arme man. U moet toch wel gek zijn.' Haar echtgenoot kwam 's morgens aandragen met gepocheerde eieren, aardappelen, tomaten, radijsjes... Ze dachten dat ik zo gek was dat ik niet meer voor mezelf kon zorgen. Maar het waren erg vriendelijke mensen. Ze waren slechts tien jaar ouder dan ik, maar ze wilden mij zelfs als hun zoon adopteren. Ze zeiden: 'Onze eigen zoon is een smeerlap, hij kijkt niet naar ons om, maar hij bent een goede kloot.' Soms nodigden ze mij uit om met hen te drinken. Op de binnenkoer stond een grote koelkast en die stak vol literflessen bier. We dronken, zongen liedjes, praatten over domme dingen, maar het was er gezellig. Jaren nadien ben ik ze nog eens tegengekomen in een grootwarenhuis. Het was een warme zomerdag, maar de man droeg zijn dikke duffel die hij al had toen ik er nog woonde. Ze konden maar niet geloven dat het mij gelukt was schrijver te worden.

»Vorige week liep ik een oud-collega van het postkantoor tegen het lijf. 'Hey, Hank, how you're doing?' Ik zei: 'Alles ok baby. Ik ben schrijver.' Hij begon te lachen. 'Jij, schrijver?' Ik antwoordde: 'Maar godverdomme, dat zeg ik toch!' Zelf werkte hij nog altijd in het postkantoor. Alles was er bij het oude gebleven.

»Hoeveel nine to five-jobs ik voor 1970 gehad heb, weet ik niet eens meer. Bediende, klusjesman, klerk, barman. Altijd werd ik slecht betaald. Soms moest ik twaalf uur per dag werken. Ik was al dronken voor ik naar mijn werk ging. De drank hielp mij vergeten welk een miserabel bestaan ik had.»

We rijden naar East Hollywood, waar Charles Bukowski vroeger goedkope huurkamers betrok. Hij weet de dealer nog wonen die hem slechte cocaïne verkocht. 'Af en toe nam ik drugs, verslaafd ben ik nooit geweest.' Hij wil terug naar zijn vroegere stamkroeg Shaky's: 'Ik danse ten zong er boven op de tafels en de chico's applaudisseerden want ze dachten dat ik een bepaald performer was.' Vandaag houdt hij het rustig met een liter Budweiser-bier, waarin hij zout doet omdat het anders geen smaak zou hebben.

Bukowski «Dat heb ik hier leren drinken. In deze buurt heb ik àlles geleerd en meegemaakt waarover ik schrijf. Heel goor was het hier. Je hoorde het breken v an glas en wanneer je vlug genoeg keek, kon je nog juist iemand door een raam zien vliegen. Wanneer plots politie-auto's met sirenes en zwaailichten in de straat verschenen, kon je er donder op zeggen dat er weer iemand koud was gemaakt. Het krioelde hier ook van de hoeren, stuk voor stuk van die goedkope scheuren waar je gegarandeerd een venerische ziekte aan overhield. Ze pikten je op en ze brachten je naar een zogenaamd timehotel. Het kwam er op aan om zo vlug mogelijk klaar te komen, want die kamers werden per minuut verhuurd; de berekening gebeurde met een prikklok. Je tikte in, snelde de trap op, maakte vlug je nummertje, rende de trap af, je tikte uit en je betaalde. Het zou goed zijn voor een comedy, als het niet zo tragisch was. Dat was het leven hier, tragisch. Hier hokten de eenzamen en armoezaaiers bijeen, mensen die van het ene uitzichtloze baantje naar de volgende rotjob sukkelden. Ik hield van deze mensen. Daarom ging ik ook vrijwillig het vuilnis ophalen. Dan kreeg ik een paar flesjes bier of eten. Ze dachten dat ik een nog grotere sukkel dan henzelf was. Maar ik was gewoon een loser tussen de losers

* * *

Terug ten huize Bukowski. De avondvalt snel over L.A. In een Mexicaans restaurant aan de haven hebben we het diner gebruikt; Bukowski is één en al vriendelijkheid en voorkomendheid geweest. Maar totaal onverwacht begint hij nu zijn klassieke rol van homme terrible te spelen.

Bukowski «The interview is on my neck, isn't it? It has me by the balls, maar maak je maar geen illlusies: het gaat niet door.»

HUMO Misschien...

Bukowski «Doe toch geen moeite. Ik veranderde gewoon van mening. Sorry. Waarom zeg ik nu godverdomme sorry? Jij hebt om deze shit gevraagd, ik niet.»

Hij drinkt drie glazen wijn na elkaar op.

Bukowski «Waarom doe ik iets doms als dit? Puur tijdverlies is het. Ik ben een schrijver en het enige wat een schrijver moet doen, is schrijven. En dat doe je met je vingers op de schrijfmachine, niet met je mond. Wat uit je mond komt heeft niets te maken met wat je op papier zet. Wat wij hier doen is bullshit. Ik heb niets te zeggen.»

HUMO Laten we het over de paardenrennen hebben.

Bukowski «Ik heb niets te zeggen. Next question

HUMO U heeft een eigen systeem om te wedden ontwikkeld?

Bukowski «Mijn systeem is goed, ja, maar ik ga je niet vertellen hoe het is. Let's stop this, lul!»

HUMO Wat mij fascineert is waarin de kwaliteit van een goed paard schuilt.

Bukowski «De psychologie van de winnaars, dàt is de sleutel van mijn succes. Maar jij weet er geen reet van, domme motherfucker die je bent.»

Wijn, twee glazen.

HUMO Vertel mij eens waarom u begonnen bent met naar de paardenrennen te gaan.

Bukowski «Ik was net uit het ziekenhuis ontslagen. Bijna dood was ik. Het bloed vloeide uit mijn mond en mijn kont, ik kreeg baxters van bloed en glucose toegediend. Maar na een tijdje konden de dokters geen aders meer vinden en ik kon ook de rekening niet meer betalen en ik moest gaan. De dokter zei tegen mij: 'Als je nog ooit één glas alcohol aanraakt, ga je dood.' Ik nam de bus, ging bij Shaky's binnen en bestelde onmiddellijk een biertje. Er gebeurde niets maar ik was er toch niet helemaal gerust in en toen ik thuis was, zei ik tegen mijn meisje: 'Baby, wat moet ik toch beginnen? Als ik niet meer kan drinken, word ik stapelmesjogge.' Ze antwoordde: ' Er zijn toch paarden.' Ik zei: 'Wat is dat, paarden?' Waarop zij zei: ' Ze rennen rond in een circuit , zij rennen en jij wed erop.' Ik heb haar gezegd dat ik nog nooit zo iets vreselijks doms had horen vertellen, maar 's anderendaags ben ik toch maar een kijkje gaan nemen. Ik ben blijven gaan. Nu drink ik, én ik wed op de paardenrennen, elke dag.»

HUMO Behalve vandaag.

Bukowski «Omdat jij zo nodig een interview moest doen. Ik ben kwaad op je. Is dit het einde van mijn interview?»

HUMO Zullen we het na de paarden over de vrouwen hebben?

Bukowski «Funny! Straks ga ik je nog aardig vinden. Maar hell, wat moet ik over vrouwen weten?»

HUMO U schreef er een boek over 'Woman'.

Bukowski «Ik beken. So? Ik heb ook veel vrouwen gekend.»

HUMO Bij lezingen bestaat tweederden van uw publiek uit vrouwen.

Bukowski «Ze komen omdat ze met mij naar bed willen. Toen ik nog in de achterbuurten woonde, heb ik maar zelden een vrouw gezien. Vrouwen zijn alleen maar gefascineerd door winners. Kijk naar popsterren: als echte aasgieren bestormen de vrouwen hen. Haal de voorpagina van de krant en de vrouwen staan bij je op de stoep.»

HUMO De feministen zullen u niet graag bezighoren.

Bukowski «Dat interesseert mij niet. Ik zou wèl ongerust worden als de feministen van mij zouden houden. Veel vrouwen noemen zich feminist uit rancunes tegen hun eigen vent, waarmee ze het niet konden vinden. Verbitteringen en ontmoediging zijn altijd slechte motieven. Daardoor zijn feministische vrouwen doorgaans ook zulke dominerende moeders en alleen een oetlul weet dat je daardoor van een zoon vlugger een homoseksueel maakt. Indirekt heeft de vrouwenbeweging een hele generatie van homoseksuelen doen ontstaan. een tidjje heb ik rondgelopen met het idee om een mannenbevrijdingsbeweging op te richten, maar wanneer zou ik dan verdomme naar de paardenrennen gaan en wanneer zou ik nog tijd vinden om te schrijven? Iemand anders moet het maar doen. Daarbij: ieder zijn meug, maar ik vind het maar niets als ik iemand met zo'n hoge stem 'Hi, Hank, how are you doing?' hoor roepen. Ik wil alleen maar een leuk wijf in mijn bed.»

HUMO 'Woman' geeft de indruk dat voor u een vrouw niets meer is dan een kont en een paar tieten.

Bukowski «Come on, man. Ik beschrijf toch ook hoe ik in bed zat te huilen omdat ik door twee vrouwen was uitgenodigd om Thanksgiving Day te vieren, en ik niet kon kiezen: ik hield van beiden. En de relaties die ik heb gehad waren echt wel meer dan in een bed duiken, neuken, en vertrekken. Dat heb ik ook gedaan, ja, dat is wel zo, maar achteraf heb ik mij er altijd schuldig over gevoeld. Met menselijke gevoelens mag je niet spelen; als je dat toch doet, ben je een idioot. Nee, vrouwen zijn voor mij meer dan konten en tieten. Het is aardig voor een straffe uitspraak, dat weet ik wel, en ik zou een hele bink lijken, maar het is niet zo, wat men er ook altijd van beweerd heeft.»

HUMO Ik citeer een recensie geschreven door een psychiater: 'Bukowski is een gevangene van zijn zelf gecreëerde universum van de pik'

Bukowski «Oh Christus! Waarschijnlijk beschrijft die psychiater niet mij, maar zichzelf. Psychiaters emmeren altijd maar over problemen van anderen, maar het grootste probleem zijn zij zelf. Ik heb vroeger al eens gezegd dat er op de wereld niet één psychiater is, die een normaal mens is. En daar blijf ik bij.»

HUMO Maar in uw verhalen is liefde toch altijd synoniem voor seks?

Bukowski «Waar haal je dat gelul, baby? Love is a dog from hell, dat is alles. Liefde heeft zijn eigen vreugde, brengt zijn eigen pijn mee. Ik weet niet waar jij het haalt dat voor mij liefde synoniem voor seks zou zijn. Jij bent een klungelaar, weet je.»

HUMO Bedankt.

Bukowski «That's all right. Ik probeer altijd zo eerlijk mogelijk te zijn. (Een nieuw glas wijn.)

HUMO Er is een verhaal dat 'Fuckmachine' heet.

Bukowski «Mijn oom, Onkel Heinz, vertelde mij: 'Ik hou van al je verhalen, behalve van 'Fuckmachine'. Misschien is er een probleem met dat verhaal. Had jij er een probleem mee?»

HUMO Nee

Bukowski «Maar wat is dan je vraag?»

HUMO Ik had geen vraag. Ik vernoemde 'Fuckmachine' omdat het een voorbeeld is van het concept dat liefde syno...

Bukowski «Laat ik heel duidelijk zijn: ik ben er niet op uit om te neuken, te slapen, wakker te worden en weer te neuken. Dat komt neer op het consumeren van een leven wezen om het vervolgens weg te gooien; dar is niets eervols aan. Ik ben nog nooit naar bed geweest met een vrouw waar ik niet een beetje sympathie voor had. Het type jongen voor wie het enige belangrijke is neuken, rijden, aftrekken, kotsen, slapen - misschien zou ik zo wel willen zijn, het lijkt romantisch - maar zo ben ik niet. Maar misschien is het toch maar beter om niet te tornen aan mijn imago. Het doet mijn boeken verkopen.»

HUMO De openingszin van 'Woman': 'Ik was 50 jaar oud en in geen vier jaar met een vrouw naar bed geweest.'

Bukowski «Autobiografisch. Ik was het niet beu om met vrouwen naar bed te gaan, maar ik was het beu om ermee bezig te zijn een vrouw op te scharrelen; het rondlopen, het kijken, het slechte gevoel wanneer je er een vindt, ik pakte ermee. Vier jaar heeft mijn seksuele onthouding geduurd. Het was niet moeilijk. Ik werkte twaalf uur per nacht in het postkantoor en daarbuiten probeerde ik te schrijven; om te neuken had ik geen energie meer over.

»Ik was 23 jaar toen ik voor het eerst met een vrouw naar bed ging. Het was een hoer van 289 pond. Ik hees mij bovenop dat kolossale lijf en begon te pompen. Het bed wipte op en neer, het kraakte, de poten braken. Dat was mijn eerste thing. Triestig. Het ergste was: ik kon niet meteen mijn portefeuille vinden, ik beschuldigde haar van diefstal. Het arme mens. Toen ze weg was vond ik de portefeuille. Maar ik was in paniek, ik was al zo vaak gerold. Bestolen worden is nooit leuk, maar het is een ramp als je een arme werkman bent met drie dollar spaargeld.

»Een hoerenloper ben ik nooit geweest. Daarmee bedoel ik: iemand die naar de professionele hoeren gaat. De meeste vrouwen die ik heb gehad waren aan de drank en voor een fles wilden ze zelfs een moord begaan. Neuken bracht minder problemen met zich mee. Ik noemde ze hoeren omdat... Als je dronken bent, noem je een vrouw al vlug een hoer. Dat is mij zelfs met mijn lieve Linda gebeurd. Nu ja: hoer heeft ook iets romantisch....»

HUMO Iets helemaal anders: houdt u van kinderen?

Bukowski «Kinderen zijn dom, ze weten niets. Daarom kunnen ze ook strontvervelend zijn. Maar kinderen kunnen ook erg lief zijn. Er is een contradictie. Kinderen zijn onschuldig, ze hebben nooit iets verkeerd gedaan, ze hebben nooit iemand gemanipuleerd, ze lachen, ze zijn beminnelijk, hun ogen zijn lief, en toch zijn sommige moordenaars, verkrachters, dieven, valse presidenten, killers... Het duurt even voordat het eruit komt, maar het zit er al in. Daarom kan ik een kind niet knuffelen zonder erbij te gaan denken: 'Wat voor eentje zal jij later worden, baby?'

»Uit mijn eerste huwelijk heb ik een dochter. Zij heeft haar manier van denken, ik de mijne. Zij is cool, ik ben cool, we schieten op een vriendelijke manier met elkaar op. Een ouderwetse familieband heb ik nooit met haar gehad. Ik merk nu dat dat ook niet nodig is. We ontmoeten elkaar vijf, zes keer perj aar, en dat is genoeg. Familiebanden worden fel overdreven. Mensen worden kunstmatig bijeengehouden omdat ze toevallig van hetzelfde zaad gemaakt zijn. Bloedverwantschap heet dat. Er worden feestjes georganiseerd en het is je plicht om erbij te zijn. Ik heb het zo vaak meegemaakt en gezien dat er alleen maar haat is, en slechte gevoelens. De mensen zijn blij als ze weer de deur uit kunnen wandelen, hun eigen leven in.

»Veel kwaad in de wereld ontstaat door de familiestructuur. Je leert beschermen wat het dichtst bij je is: de moeder het kind; de broer het zusje. Later komt het neer op: ik bescherm jou, jij beschermt mij. Louche business. Maar die relatie kan je doortrekken van de familie naar de stad, van de stad naar de straat, van de straat naar de natie, van de natie naar oorlog, van oorlog naar de hel... Goddammned shit! Het échte zaad van dat alles is de familiestruktuur. Het is een natuurlijke reactie om beschermd te worden, maar het is dom. Het is maar beter om als kind zo vlug mogelijk met je ouders te breken, toch zeker als ze je proberen te vermoorden voor je volwassen bent. Het is een vreemde zaak: twee mensen die je eerst op de wereld zetten, willen je er weer àf. Ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben die dit heeft moeten meemaken.»

HUMO Henry Chinasky in 'Kind onder kannibalen' heeft erg te lijden van zijn vader.

Bukowski «Zijn vader is mijn vader. Mijn vader was een sadist, die niets liever deed dan mensen slaan. Ik was altijd de kleinste in de buurt en hij sloeg mij. Hij nam de scheerriem, vouwde die dubbel en liet het leer op mij neerkomen, opnieuw en opnieuw en opnieuw... Ik kon niets doen, hij was groter en sterker dan ik. het meest futiele en banale voorval was goed voor de scheerriem.»

HUMO In 'Hot Water Music' staat deze zin: 'Mijn vaders begrafenis was een koude hamburger'. Wie zoiets schrijft moet zijn vader wel haten.

Bukowski «Mijn vader was wreed, een geldwolf, een leugenaar, een lafaard, een onmens, maar ik haatte hem niet. Dat is mijn probleem: ik kan niet haten. Mensen doen mij walgen en ik wil weg van hen maar er is geen haat. Ook mijn vader haatte ik niet, ik wilde alleen maar van hem wegkomen, ontsnappen... en ik heb het gedaan ook. Toen ik toch terugkwam, was het weer het oude liedje: hij nam zijn scheerriem... maar ik was vlugger, ik sloeg hem in zijn gezicht, hij wankelde, ik trapte tegen zijn kont, hij stond op maar viel op de zetel. Ik wachtte tot hij weer zou rechtstaan om hem knock-out te slaan, maar hij deed het niet, hij bleef liggen. Ik was erg ontmoedigd, ik dacht: 'Deze man is een lafaard', maar ik dacht ook: 'Mijn bloed is zijn bloed. Misschien ben ik ook een lafaard'.»

HUMO Huilde u toen hij stierf?

Bukowski «Huilen? Ik huil nooit, baby.»

HUMO Nooit?

Bukowski «Ach, natuurlijk huil wel eens, maar bij zijn dood heb ik geen tranen gelaten. Niet dat ik plezier in zijn dood had, zo was het ook niet, maar na zijn sterven werd ik een ander mens. Ik voelde mij veel beter, ik lachte veel meer, ik was gelukkiger. Het was alsof ik bevrijd was. In één van mijn gedichten heb ik geschreven: 'Een vader is je meester, zelfs als hij weg is.' Hoerejong.... Hij is al in de hel, ik moet er nog naartoe. Ik zal hem dus opnieuw vinden en hem weer slaan.»


HUMO U bent in Andernach geboren.

Bukowski «Ja. Mijn vader was daar met het Amerikaanse bezetttingsleger, hij ontmoette haar, een frele Fraulein, en zij werden verliefd. Zo gaan de dingen toch. Ik weet niet zo zeker of het liefde was. Mijn vader stond in voor de ravitaillering en hij sloeg voedsel achterover dat hij naar dat kleine, mooie meisje bracht... Mijn Onkel Heinrich heeft mij dat allemaal verteld toen ik met Linda in Europa was. Hij was al negentig jaar, maar toen hij mij zag, kwam hij als een jonge man, met rechte rug, de trap afgestormd: 'Henry! Henry!' Ik heet Hank, maar ja... Hij is zo'n ijverige Duitse man, maar met weinig hersenen. Het was allemaal pijnlijk gênant. Hij wees naar de trap en zei: 'Henry, over die trap bracht jouw vader ons steaks. Jouw vader was een goed mens, een groot man.' En Onkel Heinrich vertelde hoe de Amerikaanse soldaten zich als beesten gedroegen. Ze aten niet maar ze vraten, en rondom stonden Duitsers met hongerbuiken die bedelden om de afgekloven botten. Ze kregen ze niet: de Amerikaanse soldaten gooiden ze in het vuur en lachten. Maar mijn vader, nee, die was zo niet, hij bracht malse steaks. Welk een mooie moraal toch? 'Bespring mijn dochter maar, meneer, maar geef mij een steak.' (lacht) Ik, Hank Bukowski, ben het gebroed van een steak!»

HUMO Wat vond u van Europa?

Bukowski «Goddamned motherfucker! Hamburg, Andernach, Parijs... Overal wilden de mensen weten wat ik van Europa dacht. 'Vindt u het leuk, meneer Bukowski?' Hell, no! Luister eens: mensen zijn overal hetzelfde, ze spreken alleen maar een andere taal. Overal moet je voor je maaltijd betalen, voor je auto, voor een hoer. Ik begrijp dus niet dat toeristen vol bewondering gaan staan gesticuleren en bewonderend zeggen: 'O look!' Overal is alles klote.

»New York, New Orleans, San Fransisco, Atlanta... Ik had geen job, ik was een zwerver, en soms was het alsof mijn verstand weg was, echt de klere, man. Ik kwam ook in heel vreemde situaties terecht. Ik zal nooit vergeten dat ik in Atlanta aanbelandde met 1 dollar 75 cent op zak. Zelfs een luizige hotelkamer was mij te duur. Ik vond een krot van planken en teerpapier. De huur was 80 cent per week. Er was geen behang, alleen maar krantepapier, en ook op de vloer waren er kranten. Aan de snijkant van een krant is er altijd een strook wit. Ik scheurde die er af, nam mijn pen en begon te schrijven. De allereerse zin was: 'Here I am, Hank Bukowski. Ik wil schrijver worden.' Nu ik eraan terugdenk: er is moed voor nodig om zoiets op te schrijven als je van de honger crepeert en bijna doodgaat.

»In de hoek van de keet stond een klein kolenkacheltje. Het was winter, bar koud, maar ik had geen geld om kolen te kopen. Meer dan een week heb ik zitten kleumen. Toen ik het niet meer kon harden, ging ik naar de hospita om wat kolen te vragen. Weet je wat ze zei: 'Fuck you, buddy, jij betaalt hier goddamned 75 cent huur per week en dan wil je nog dat ik je kolen leen!' Ik ging terug en ik zei tegen mezelf: 'Jij wil dus schrijver worden, hé maatje. Nou...' Ik ging mijn hok binnen, staarde naar de draad in het plafond, een peer was er al lang niet meer. Ik dacht: 'Hou je vingers aan die draad. Doe het, man!' Maar ik wachtte tot het ochtend werd, nam mijn pen en schreef woorden. Woorden, woorden, woorden! Ik was gedoemd om schrijver te worden, maar ik was niets, alleen maar een armoedige klerelijer in een godverdomd stronthok. Holy Shit! Hoe ben ik daar ooit uitgeraakt? Ja, ik nam de trein naar het westen en ik zie mij hier nu zitten: jij komt mij vragen wat ik denk, want ik ben een beroemd auteur. Praise the Holy Shit! Het is het enige wat telt: woorden neerschrijven op een blad papier.»

HUMO Een schrijver leidt een eenzaam bestaan.

Bukowski «Ik hou ervan om alleen te zijn. Ik wil als een kluizenaar leven; het is prachtig. Het beste wat in de wereld bestaat, is weg te komen van andere mensen. Dan is er geen pijn meer, geen gevecht. Maar vergeet de mythe van de lijdende auteur. Dat is een illusie. Aan het schrijven komt geen pijn te pas.»

HUMO Maar zou u nog terugwillen naar uw vroegere manier van leven: kleine, luizige kamers, honger.

Bukowski «Ik zou er niet om geven, nee, ik zou er helemaal niet om geven, zolang ik maar zou kunnen schrijven.»

HUMO Is rijk zijn leuk?

Bukowski «Rijk? Lieve Christus toch. Je mag mijn bankrekening checken: er is niets. Ja, ik heb 60.000 dollar, maar ben ik daarom rijk? Het interesseert mij ook niet. Alles wat ik wil doen is schrijven: het volgende gedicht, het volgende verhaal, de volgende regel... Waar ik woon, doet er niet toe.»

HUMO Nooit bang geweest dat al dat comfort uw schrijven zou aantasten?

Bukowski «Jazeker. Ik dacht: ik heb nu wel een huis en een BMW, maar mijn schrijven is geruïneerd. Maar de goden zijn gundtig gezind: het schrijven gaat beter dan ooit.»

HUMO Maar schokt de mensen niet meer.

Bukowski «Daar ben ik het volkomen mee eens. Alleen: ik heb nooit geproberd wie dan ook te schokken. Als het gebeurde, okay, maar ik schreef in de eerste plaats voor mezelf.»

HUMO Stel: in de buurt van Union Station wordt u aangeklampt door een jonge vrouw die om een dollar bedelt.

Bukowski «Altijd als ik een arme sloeber zie, reik ik hem mijn hand en geef een dollar, of 50 cent. Ik weet wat het is om een schooier te zijn, honger te lijden, bijna gek te worden. Je hoopt dat iemand je iets geeft, zonder dat je het moet vragen. Dan voel je je tenminste niet helemaal.... niets.»

HUMO Wat vindt u van de politiek van Reagan?

Bukowski «Niets. It bores me, dat is alles.»

HUMO Dat is toch tegenstrijdig met wat u net zei?

Bukowski «Dat is helemaal niet tegenstrijdig. Politiek is geëmmer, geouwehoer, gelul. Het heeft niet de minste zin om daar uitspraken over te doen. Het is gewoon gezeik. Je moet iets doen.

»Een paar dagen geleden zag ik in de stad een stokoude man, hij liep in lompen, had een dikke, kerskleurige neus. Ik zei: 'Voel je je goed?' Hij zei: 'Zoals u ziet.' Dat was een heel aardig antwoord. Hij stond daar maar, vroeg mij niet om geld. Ik gaf hem een dollar, hij nam hem zonder mij te bedanken, en dat was goed. Waarom zou een schooier een rijke stinker als ik moeten bedanken?

(Lange pauze) »Voor één keer zal ik eens iets zinnigs over Reagan zeggen. Hij is een gek, een idioot, een leugenaar. Hij beweert dat in Amerika geen honger geleden wordt, maar hier in L.A., in de buurt van de Fifth Street, liggen de straten vol mensen die stilletjes doodgaan. De natie is kapot.

»We vieren deze week de bicentennial. Vuurwerk, feestgedruis, lampionnen, de grootsheid van Amerika mag niet vergeten worden! Niemand heeft het recht om de grootsheid van een natie te vieren wanneer mensen drie kwartier in de rij moeten staan om een kop waterige soep te krijgen... Ik weet hoe godverdomd slecht die soep smaakt, en terwijl je die zooi naar binnen slindt, moet je ook nog naar godverdomd bullshit over goden en kerken luisteren. Maar nu krijg ik regelmatig brieven van mensen die mij schrijven: 'U redde mijn leven. U heeft mij geleerd dat het mogelijk is om ook in bergen stront te overleven.»

HUMO Is het de alcohol die u deed overleven? In 'Factotum' schrijft u: 'Dankzij alcohol voorkom je dat de wereld je de strot dichtknijpt.

Bukowski «Als je een rottige achturenbaan hebt, met een heel laag salaris, en je leeft in een kleine kamer, vol muizen, en je hbt geen toekomst... Is er in zo'n geval iets zinvolelrs dan een straffe borrel drinken zodat je je even goed voelt, zodat het even is alsof er toch geen ruimte voor de droom is? Natuulijk: 's anderendaags is er weer die luizige job, en...»

HUMO Het leven is een hel.

Bukowski «Als u het zegt.»

HUMO Het lijkt mij veeleer ùw filosofie te zijn.

Bukowski «Mijn enige filosofie is dat iedereen moet schijten en na het schijten zijn kont moet afvegen. Onthou dat. Niemand is beter dan een ander, alle mensen zijn hetzelfde. Behalve ik, of course. (lacht)

»Vijf jaar heb ik als een kroegloper geleefd. Dag en nacht hing ik in bars rond, van zeven uur 's ochtends tot twee uur 's nachts. Dan sliep ik twee, drie uur en dan ging ik weer naar de kroeg. Ik sloop naar de achterdeur en bleef daar net zolang staan schreeuwen en kloppen tot de barkeeper mij erin liet. Meestal dronk ik dan enkele glazen whisky, gratis. Ik was een meester in het bietsen en drankjes en sandwiches. Ik was de beste bietser van de stad, beter nog dan mijn vriend Barney. Op een dag zat ik met hem aan de toog toen we aan de overkant twee gasten opmerkten die voortdurend zaten te lachen. Barney zei: 'Ik ga hun dag verknallen.' Ik vroeg hem hoe hij dacht dat te doen. Hij zei: 'Da's eenvoudig, Hank. Ik vraag hen een buck.' En ik: 'So what!' Hij zei: 'Ze zullen mij die dollar niet geven, maar ze zullen er nadien wel over zitten te piekeren. En dan lachen ze niet meer.' Hij ging naar de overkant, kwam terug zonder geld, die venten keken mekaar aan, het was stil. Barney vroeg mij: 'En wat is de moraal van dit verhaal, Hank?' Ik dacht na en zei toen: 'Je kan ook lessen krijgen van mensen die het laagst gevallen zijn. Als ze je een dollar gegeven zouden hebben, zouden ze kunnen blijven lachen.' Barney begon te lachen. 'Goed geprobeerd Hank, maar de eigenlijke moraal is dat jij me een biertje moet.' (lacht) Barney was niet dom, maar hij was toch niet zo'n goede kroegloper als ik. Ik heb er een filmscenario over gemaakt, 'Barfly'. De Franse regisseur Barbet Schroeder zou het willen verfilmen.»

HUMO Over films gesproken: op basis van 'Tales of Ordinary Madness' heeft Marco Ferreri...

Bukowski «Ik was aanwezig bij de première en ik zei voortdurend: 'Dit is slecht gedaan, dit ben ik niet.' Toen zei iemand tegen mij: 'Waarom hou jij je mond niet?' Ik vloog uit: 'Waarom zou ik? Ik ben degene waarover deze film gaat en het is allemaal verkeerd, you fuckin' uncle shit.' Hij hield zijn kop.

»Het is een afgrijselijke film waar ik ook geen geld voor heb gekregen, maar dat is niet belangrijk. Mij was verteld dat die Ferreri een goede regisseur is, maar hij heeft àlles verminkt.»

HUMO Voor de Europese filmkritiek is het karakter van Henry Chinasku niet wreed genoeg geportretteerd.

Bukowski «Niet wreed genoeg? Het is niet écht genoeg, dat is alles. Die Henry Chinasky van de film komt terug van een lezing, schenkt zich een glas wijn in, gaat met zijn vriendin praten, drie, vier minuten lang, en al die tijd zou hij zijn glas wijn alleen maar vasthouden. Ik hou nooit een glas vast. Weet je wat ik ermee doe? Kijk.» (drinkt het glas leeg)

HUMO De jongste film van de Belg Dominique Deruddere is ook gebaseerd op uw werk, o.a. op het verhaal over de marginale figuren Bill en Tony die een jonge, dode vrouw gaan neuken.

Bukowski «Ik heb een stuk van de film gezien; die jongen is hier geweest. Toen ik de cassette in de video stak, ging hij naar buiten. HIj zei: 'Bukowski gaat hier niet van houden.' Ik dacht: 'Hij heeft gelijk. Ik ga er niet van houden.' Maar het is mooi gedaan, prachtig. Hij heeft talent.»

HUMO Hoe rauw kan een verhaal zijn? Het neuken van een dode vrouw...

Bukowski «Recent heb ik een verhaal geschreven dat nog veel rauwer is. Van Playboy kreeg ik te horen dat het mooi is geschreven, maar dat het te wreed is. Ik schijn dus een verhaal te hebben geschreven dat zo vreselijk is dat niemand het zal afdrukken. Vreemd is dag, want ik schrijf alleen maar wat écht gebeurt. Maar voor mezelf is het een bewijs dat ik nog altijd bekwaam ben om heel goed te schrijven. Ik ga achter mijn schrijfmachine zitten en de woorden komen eruit, gedrevener dan ooit voordien.

»Ik weet niet hoe het komt, maar plots wil iedereen mij hebben. The New York Quarterly, Madonna... Iedereen doet zo opgewonden, ik ben de nieuwe ster. Als ik zou toehappen kan ik maar beter onmiddellijk mijn eigen hoofd erafslaan. Als ik in deze bullshit zou geloven, is het morgen met mij gedaan. Maar ze kunnen mij er niet inluizen, daar ben ik te oud voor geworden. Ik pis erop.

»Je moet het hoofd koel houden, denken aan wat je moet doen. En dus kruip ik weer achter mijn schrijfmachine en begin te typen. Alsmaar meer woorden, meer mooie, machtige woorden! Over wat ik voel, wat ik denk, over alles... Soms word ik dronken en dan schrijf ik vijf, zes pagina's lange brieven...»

HUMO Drinkt u wanneer u schrijft of schrijft u wanneer u drinkt?

Bukowski «Dat weet ik niet, het heeft ook geen belang. Ik weet wel dit: to drink is much better than to think

HUMO Heeft u Malcolm Lowry's 'Under The Volcano' gelezen?

Bukowski «Heb ik gedaan. Het is stront.»

HUMO Waarom?

Bukowski «Waarom? Omdat er geen snelheid in zijn regels zit, geen leven, geen zonlicht. Als je schrijft moeten de woorden zo gaan: bim-bim-bim... bimbebimbebime.... bimbimbim. Elke lijn moet vol heerlik sap zitten, vol smaak, vol kracht. Je slaat de bladzijde om en het heeft je te pakken: bimbimbimbimbebimbe. Maar Lowry en consoorten schrijven zo: bla-bla-bla da-da-d-a. ze beginnen een scène op te zetten die de grote emotie moet brengen, maar wanneer het eindelijk zo ver is, is er geen emotie. Zij vergeten dat dit een ander tijdperk is. In het atomaire tijdperk moet elke regel zijn eigen kracht en gevoelens hebben, zijn eigen sap en smaak. Elke regel moet een eenheid op zichzelf zijn, moet energie zijn, er moet voltage in zitten.

»Je mag niet schrijven: 'Mevrouw McKilly zat in haar fauteuil, het was 3.30 u. in de namiddag, en Mister McKilly keek naar de vliegen en...' dat is dood. Van veel schrijvers val ik in slaap.»

HUMO Zijn er ook auteurs die u bewondert?

Bukowski «O zeker. Er is Céline, er is Céline en er is Céline. En Dostojevski natuurlijk, Toergenjev ook. Maar zo zijn er niet veel.»

HUMO Lowry stierf aan de gevolgen van zijn drinken.

Bukowski «Het is mooi om van alcohol te sterven, het is eervol. Maar als je domme stront neerpent, maakt het verder niet uit van wat je sterft. Je moet iets achterlaten, woorden, mooie woorden. Lowry kon niet eens drinken, hij stierf in zijn eigen braaksel. Ik ben een professionele drinker. Wanneer ik werkelijk dronken ben, leg ik mijn hoofd netjes naast de matras, zodat het braaksel op de vloer terechtkomt. God, heb je nóg meer vragen? Neem nog een Scotch en vergeet dit interview toch. Maar ik mag je wel. Je lijkt mij een eerlijk hart te hebben.»

HUMO U heeft herhaaldelijk in de gevangenis gezeten. Was dat wegens dronkenschap?

Bukowski «Tien of twaalf keer heb ik in de gevangenis gezeten, ik weet het niet precies meer. Kleine dingen. Ik sloeg mensen, een goede slag recht in hun gezicht, en dan was hun neus gebroken, of hun arm. Eén keer heb ik iemand zijn oogbal uit zijn kas getrokken. Het kwam door de drank, ja. Drinken en vechten, het is klassiek. Eén keer kwam ik uit een bar en liep een agent tegen het lijf, zo' n grote, domme man. Hij vroeg of ik dronken was. Ik zei: 'Fuck you man, dat zie je toch wel?'. Hij nam mij mee en sloot mij op. Dat was niet fair. Eén keer heb ik onschuldig gezeten, 17 dagen lang, in Philadelphia. Ik werd van verkrachting beschuldigd. Ik dacht dat het met mij gedaan zou zijn, want bij de ondervraging hadden ze het over vijf jaar. Maar toen vonden ze de dader, zo'n keurige man. Zo is het altijd: de schooiers worden eerst opgepakt. Nog meer vragen, klootzak?»

HUMO U weet hoe u met een granaat moet omgaan?

Bukowski «Ik héb het geweten, ja, omdat ze mij dat op Los Angeles High School geleerd hebben. Daar kreeg je een soort basistraining die ook een voorbereiding op het leger was. Gelukkig wilden ze mij daar niet hebben. Dat verliep nogal komisch. Ik moest bij de psychiater komen en hij vroeg mij of ik in oorlog geloofde. Ik zei van niet. En of ik bereid was om naar de oorlog te gaan? Ik antwoordde: 'Heel graag.' Ik weet niet of hij dat een stapelgek of een intelligent antwoord vond, maar ik hoefde niet naar het leger.

»Ik ben altijd een vreemde knaap geweest, vrees ik. Ik herinner mij nog goed dat op die school allemaal rijkeluiszoontjes zaten. Zij kwamen met hun eigen Cadillac naar school, ik had niet eens een fiets. Maar toch werd ik hun leider. Dat kwam omdat ik mij vanaf de eerste schooldag heel autoritair opstelde. Ik praatte met niemand, en wie in mijn buurt kwam, sloeg ik neer... Na verloop van tijd kwamen die ventjes mij vragen of ze met mij de lunch mochten gebruiken, ik die alleen maar een fiets had en een pokdalig gezicht.»

HUMO Heeft u erg geleden onder uw acne en uw puisten?

Bukowski «Ik heb ermee leren leven. Meer nog: eignelijk hou ik er nu van. Met een vriendin zat ik eens in de trein, of op de bus, dat weet ik niet meer, en er stapte een man op die nog diepere groeven had dan de mijne. Ik was jaloers. Ik dacht: 'Wat een mooie man!' Het is alleen maar hoe je er zelf tegenover staat. Maar vroeger had ik wel medelijden met mezelf, ja. Dat ik nooit met een vrouw naar bed zou kunnen gaan, en zo. Maar ik heb meer vrouwen gehad dan veel jongensm met mooie gezichten. Wat je ook hebt, je kan erover heen komen. Nog iets?»

HUMO U bent nu 66 jaar.

Bukowski «Ja, dat kan ik niet verhelpen.»

HUMO Bent u niet bang voor de dood?

Bukowski «Nee. Ik ben blij dat mijn dood naderbij komt.»

HUMO Waarom eigenlijk? U hebt het gemaakt als schrijver, u hebt een aardige vrouw.

Bukowski «Weet je: als je al zolang leeft, beginnen de dingen zich te herhalen. Altijd opnieuw dezelfde actie, dezelfde reactie, je wordt er moe van, je wordt moe van het leven. Daarom ben ik niet bang voor de dood, ik zou hem bijna willen verwelkomen. Ik hoop dat de dood mij naar een sympathieke duisternis voert, zoiets als de slaap. Als je slaapt weet je begot niet waar je bent, er is geen pijn, geen leven, je bent van alles weg. Wanneer je slaapt is er een ultieme vrede. Ik hoop en ik bid dat de dood net zo is als de slaap. Ik ben moe van een harde en een lange strijd. Ik hunker naar rust, en ik zou tegen de dood willen zeggen: 'Okay baby, it's time.'.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234