Humo sprak met Connie Palmen: 'Ik val op bange mannen'

Ze heeft ’m. Connie Palmen kreeg voor ‘Jij zegt het’ de Libris Literatuurprijs. Dat kon haast niet anders, want het is haar beste boek. Het verhaal over de iconische liefde tussen Ted Hughes en Sylvia Plath lag gewoon op Palmen te wachten.

'Iemand met verlatingsangst ruik ik op 5 meter afstand. Ik hol ernaartoe: 'Kom, kom maar bij Connie''

Aan de Amsterdamse Herengracht hangt Palmen me, soezend in de zon, over haar voor de helft opengeklapte voordeur op te wachten. Ze woont niet meer aan de Prinsengracht, maar koos definitief voor het huis van wijlen Hans van Mierlo. In de huiskamer stuit ik meteen op foto’s van Ischa Meijer. Ze laat ze niet los, haar allesomvattende liefdes.



Palmen serveert pindarotsjes, noten, water, een tafel vol. Ik feliciteer haar met haar prijs en voorspel dat die Fintro Literatuurprijs, de vroegere Gouden Uil, er over twee weken nog wel zal bij komen. Ik verwacht dat ze stuitert van plezier, maar ze zegt:



Connie Palmen «Het is me te spannend. Ik hou niet van spanning. Ik ben geen avontuurlijk iemand, reis ook helemaal niet graag. Ik leid het liefst van al een kloosterlijk leven, met zoveel mogelijk regelmaat.»

HUMO Terwijl ‘Jij zegt het’ zo adembenemend spannend is. Wat helemaal knap is als je een verhaal vertelt waarvan de afloop bekend is.

Palmen «En nog een monoloog ook. Ja, verhaaltechnisch was het niet eenvoudig om die spanningsboog zo strak te houden.»

HUMO Maar dat is dus zeer goed gelukt.

Palmen «Ja, waarschijnlijk omdat ik zo goed weet wat mij gespannen maakt. Ik weet hoe spanning werkt.

»Dat ik niet met spanning kan omgaan, is een zwakte die ik geërfd heb, denk ik. Mijn broers hebben het ook: ze kunnen niet tegen te veel drukte, te veel prikkels of impulsen. Thrillseekers, zoals dat nu heet, zijn wij helemaal niet. We liggen liever lekker op de bank met een boekje. Mijn moeder heeft ook heel veel baat bij orde, bekend terrein, niet te veel verrassingen. We waren vroeger ook allemaal nagelbijters. Weken voordat we op vakantie zouden vertrekken, kon ik al niet meer slapen. En dan ga je op den duur natuurlijk niet meer graag op vakantie.»

HUMO Ted Hughes houdt de wereld ook liever op een afstand.

Palmen «Ja. Hij gaat liever vissen: lekker uren naar een dobbertje kijken.»

HUMO Hij streeft niet naar roem en succes. In tegenstelling tot Sylvia Plath, die daar net naar verlangt.

Palmen «Hughes vindt roem heel onaangenaam: de zichtbaarheid, de oordelen en de bemoeienissen. Maar hij gaat veel naïever om met roem dan ik. Hij had kunnen weten dat die biografieën zouden verschijnen. Al is het natuurlijk heel kwalijk dat ze hem Plaths zelfmoord in de schoenen schoven. Maar ik zou mij toch meer gepantserd hebben voor wat er zou komen. Omdat ik weet hoe roem werkt: ik ben er bij wijze van spreken in afgestudeerd. Voor ‘De wetten’ (haar debuut, red.) heb ik uitgebreid bestudeerd wat roem met iemand doet, wat er gebeurt als iemand publieke eigendom wordt. Zie ook mijn scriptie: ‘Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates’. Socrates was vanwege een stomme roddel verplicht zelfmoord te plegen. Zo funest kunnen verhalen en lasterpraatjes zijn. Ik schreef die scriptie over het effect van roem omdat ik mijn eigen verlangen naar het publieke domein wilde begrijpen, en voorbereid wilde zijn voor wanneer het me te beurt viel.»

'Ontrouw of extreme trouw zijn beide oplossingen voor hetzelfde probleem: de angst je te hechten'

HUMO In ‘Geheel de uwe’ noemt u de zucht naar het publieke terrein ‘het drama van de theatrale persoonlijkheid’.

Palmen «Als de liefde van een kind voor zijn ouders ontkend wordt, raakt het geanonimiseerd: het wordt niet gezien. Die kinderen willen dat dan omkeren: in plaats van anoniem te zijn, worden ze openbaar. In bijna alle biografieën van sterren en beroemdheden komt die ontkende liefde terug. Allemaal hebben ze onbereikbare of afwezige vaders en zeer aanwezige, overbezorgde moeders. Maar van het publiek krijg je natuurlijk alleen anonieme aandacht, niet de persoonlijke, intieme aandacht die je eigenlijk wil. Je gaat als het ware in de verkeerde supermarkt boodschappen doen. Dat is het drama: de oorspronkelijke wond blijft schrijnen.»

HUMO Maar u wilde toch in de openbaarheid treden.

Palmen «In die tijd vond ik dat ik pas de moeite waard zou zijn als ik de stap naar het publieke domein gewaagd had met het publiceren van een boek. Ik moest een eigen stem en plek hebben.»

HUMO Dus u kent het verlangen naar roem van Sylvia Plath.

Palmen «Ik denk dat Plath niet genoeg heeft ingezien waaróm ze zo naar roem en succes verlangde. Ze heeft haar monsters niet diep genoeg in de ogen gekeken. Plaths vader is gestorven toen ze 8 was.»

HUMO De dag van haar verlossing, leest Hughes in haar dagboek, is de dag waarop hij de plaats van haar vader innam.

Palmen «Ja, dat doen vaderloze kinderen. Marilyn Monroe was net zo. Die noemde haar mannen daddy of poppa. Ik ben me nu even aan het verdiepen in Marilyn, want er komt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een grote tentoonstelling over haar en ze hebben mij gevraagd die te openen met een lezing. De langste relatie van Marilyn was natuurlijk die met Arthur Miller. Maar zij leest al snel na hun huwelijk in zijn dagboek, dat hij per ongeluk op tafel had laten liggen, dat hij haar geen engel meer vond, maar een hulpeloos kindvrouwtje. Toen zat de angel erin. Terwijl Miller waarschijnlijk juist voor haar had gekozen omdat ze zo broos was, omdat hij haar redder wou zijn.»

HUMO Wat betekende roem voor Marilyn Monroe en Plath?

Palmen «Voor Monroe viel haar roem samen met haar identiteit. Bij Sylvia Plath heeft het meer te maken met een gevoel dat ze iets moest goedmaken. Ze heeft voortdurend geleefd met het idee dat ze een offer moest brengen, omdat ze zich op een heel ingewikkelde manier schuldig achtte aan de dood van haar vader. Ze voelde zich in elk geval niet iemand die genoeg de moeite waard was om voort te leven. Dat is een onuitwisbare wond geweest bij Plath. En gooi daar dan nog eens een onvoorstelbaar veeleisende en ambitieuze moeder bovenop. Ja, dan ben je snel bevangen door het idee dat je voortdurend moet bewijzen dat je wél de moeite waard bent, dat je een schuld in te lossen hebt.»

HUMO Het huwelijk van Hughes en Plath begint idyllisch: ‘In het verslindende geweld dat liefde heet, had ik mijn gelijke gevonden,’ zegt Hughes.

Palmen «Liefde heeft nu eenmaal een heel woeste kant.»

HUMO Hún liefde toch. Of denkt u dat dat geldt voor liefde in het algemeen?

Palmen «Ja, ik denk dat liefde in het algemeen een verslindende kant heeft. Dat het echt een verlangen is de ander op te eten, in je op te nemen, weg te maken. Liefde heeft een heel dodelijke kant.»

'Ik geloof absoluut niet in eigenliefde. Iemand anders moet van je houden'

HUMO Er zijn ook mensen die minder woeste liefdes beleven, hoor.

Palmen «Dat wordt mij altijd gezegd, dus het zal wel. Maar met die ‘normale’ liefdes heb ik geen ervaring.»


Liefde is een keuze

HUMO De relatie tussen Plath en Hughes wordt alsmaar destructiever.

Palmen «Aanvankelijk is het een echt dichtersechtpaar. Ze proberen elkaars talenten te beschermen. Zij probeert zijn gedichten gepubliceerd te krijgen; hij probeert haar te bevrijden van haar focus op roem, zodat haar talent meer ruimte kan krijgen. Hij ziet dat talent niet terug in de vrij formele gedichten die ze schrijft, en doet alles voor haar – in de hoop dat ze zo makkelijker bij de bron van haar dichterschap kan komen. De ironie is dat dat Plath pas lukt aan het einde van haar leven, als Hughes weg is en ze noodgedwongen op eigen benen moet staan.»

HUMO Hughes zegt: ‘Haar pijn is mijn pijn, alleen reageren we er anders op.’

Palmen «Hughes worstelt ook met de angst niet te voldoen, omdat hij voelt dat hij in de ogen van zijn moeder nooit zijn broer heeft kunnen vervangen die naar Australië is geëmigreerd. Ja, dat herkennen ze in elkaar, dat verlaten gevoel, dat gat. Ze hopen dat de ander, die dat gat zo goed kent, het hunne zal kunnen vullen.

»Kijk, mensen met verlatingsangst herkennen elkaar in een oogopslag. Als twee Maagdenburger halve bollen klappen ze op elkaar en houden elkaar vast in die angst: verlaat me niet, blijf bij mij. Zo is het huwelijk van Hughes en Plath langzamerhand heel verstikkend geworden, vooral voor hem. Haar angsten werden alsmaar groter, waardoor zijn leefruimte steeds kleiner werd. Ze werd banger omdat hij meer roem had dan zij. Ze was jaloers. Ook op zijn talent, zijn dichterlijke vrijheid, zijn beeldenrijkdom. Zij krijgt minder reacties op haar gedichten en daardoor wordt haar afhankelijkheid groter. Ze denkt: blijft hij wel van mij houden als de wereld niet van mij houdt, als ik geen succes heb? En hij krijgt het zo benauwd dat hij vlucht in een verliefdheid. Zo raakt hun liefde vergiftigd.»

HUMO ‘Lucifer’ was ook al een analyse van twee mensen die elkaar het leven zuur maken, maar toch samenblijven.

Palmen «Ja, en dat is omdat ik het zo belangrijk vind te beseffen– dat schrijf ik ook in ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ (over haar leven met en afscheid van haar man Hans van Mierlo, red.) en ‘I.M.’ (over haar leven met Ischa Meijer, red.) – dat je niet valt op de dingen waar iemand goed in is, maar op de dingen waar hij níét goed in is. Dat de verantwoordelijkheid voor die keuze bij jou ligt, dat je ook trouwt met dat gebrek van die ander, dat je al lang ziet dat je met een schuinsmarcheerder trouwt, of iemand die zich moeilijk kan overgeven en hechten. Je kunt wel zeggen: ik ben op mijn gevoel afgegaan, ik was verliefd, maar het is een kéúze. Je kiest voor iemand zijn wond, zijn pijn.»

HUMO Waarom kiest een vrouw voor iemand die niet trouw is of zich niet wil hechten?

Palmen «Om je eigen angst voor de liefde te camoufleren. Om je eigen gebrek, je eigen wond te mogen behouden. Ik denk dat het nuttig is als mensen dat soort afschuwelijke dingen over zichzelf onder ogen zien: dat je baat hebt bij het onvermogen van een ander, dat je hem uitkiest omdat dat voor jou winst oplevert en dat je hem dat onvermogen dus niet mag verwijten.»

HUMO Maar Plath wordt helemaal panisch als ze tijdens een dubbelinterview de vraag krijgen of hun huwelijk er één is van tegenpolen, en Plath zegt dat ze hetzelfde zijn, terwijl Hughes juist zegt dat ze verschillen.

Palmen «Hun overlevingsstrategieën zijn tegenovergesteld: Plath wil samensmelten, Hughes vindt dat te eng en wil ruimte en afstand inbouwen. Terwijl Hughes denkt: eigenlijk wil ik dat versmelten ook, en Plath ook verlangt naar zijn autonomie. Daarom zoeken ze elkaar. Ze herkennen niet alleen elkaars pijn, maar bewonderen ook de manier waarop de ander ermee omgaat. Ontrouw of extreme trouw zijn beide oplossingen voor hetzelfde probleem: de angst je te hechten.»

HUMO In ‘De wetten’ zegt het hoofdpersonage Marie Deniet dat ze de paniek en de reddeloosheid bij sommige mannen kon laten verdwijnen. Dat was het enige wat ze te bieden had.

Palmen (lacht) «Die reddingsfantasieën heb ik minder dan vroeger. Ik heb nog steeds een heel grote gevoeligheid voor waar de wonden zitten bij iemand, maar ik denk niet meer dat ik die kan genezen. Nu, het is al heel wat als iemand anders ziet dat je die wonde hebt, dat die daarbij stilstaat en er rekening mee houdt. Dat hij die wonde ook als een verklaring ziet voor gedrag dat misschien minder aangenaam is. Als ik even te laat was, kon Ischa in extreme woede ontsteken, maar dan dacht ik altijd: ‘Die woede kan niet door mij veroorzaakt zijn. Die heeft te maken met iets waar ik niet schuldig aan ben, maar met iets van toen ik er nog niet was.»

HUMO Als iemand naar de hoeren gaat, zoals Ischa deed, verwijt u hem dat niet. De schuld daarvoor legt u bij uzelf.

Palmen «Ik ben er erg voor om daar schuld voor te dragen, om eerlijk te kijken waar de schuld ligt. Dat maakt een verhouding makkelijker, eerlijker, duidelijker.»

HUMO Dat is niet simpel. Dat hebt u moeten leren.

Palmen «‘De wetten’ is een verslag van hoe ik die inzichten heb verzameld. Het is een ontwikkelingsroman waarin een jonge vrouw zeven jaar lang naar haar identiteit zoekt. Eigenlijk vraagt ze aan elk van de zeven minnaars in dat boek: ‘Vertel me wie ik ben! Lees me! Duid me! Interpreteer me!’ Die mannen geven haar allemaal een andere naam en zij past zich aan, pleaset, veinst. Tot ze uiteindelijk bij een psychiater terechtkomt, zichzelf leert duiden en daarna haar scriptie schrijft. Ze neemt zelf het woord, vertelt zelf een verhaal en laat zich niet meer door anderen duiden. Ze gaat aan de slag met haar zelf gevonden identiteit. Dat zie je in het volgende boek, ‘De vriendschap’.»

HUMO Ze ontdekt in dat boek wel dat ze nog steeds snel afhankelijk is van mensen.

Palmen «Dat is nooit verdwenen. Ik beschouw het als een persoonlijkheidskenmerk. Je kunt niet aan alles ontsnappen. Je hoeft ook niet alles als een zwakte te zien. Soms moet je gewoon onder ogen zien hoe je in elkaar zit. In de vriendschap waar dat boek over gaat, ontstaat er een proces van manipuleren, aantrekken en afstoten. Dat had achteraf gezien veel met onze onzekerheid en onderlinge jaloezie te maken. Ik heb geleerd dat ik daar een afkeer van heb, en dat dat intimiteit in de weg staat.»

HUMO In zekere zin is ‘I.M.’ ook een verslag van een leerproces.

Palmen «Toen heb ik geleerd dat ik naar een symbiotische verhouding verlang. Dat ik afhankelijkheid eigenlijk heel goed verdraag – zowel mijn eigen afhankelijk zijn, als dat anderen van mij afhankelijk zijn. Dat moet je kunnen. Het is niet prettig afhankelijk te zijn. Het maakt dat je dat gebrek voortdurend bij jezelf voelt. Iets wat je zelf niet kunt opvullen, en iemand anders ook niet. Je bent voortdurend aan het hunkeren naar die ander. Dat is afhankelijkheid, die andere voortdurend in je nabijheid willen hebben.»

HUMO Het is toch vreemd dat u zegt niet van spanning te houden en toch voor iemand als Ischa kiest. Hij vocht tegen jullie liefde. ‘Ik vind het helemaal niet fijn dat ik zoveel van je hou, en jij vindt dat eigenlijk ook niet,’ zei hij tegen u.

Palmen «Zo is het. Maar ik begreep het zo goed. Dat is natuurlijk het middel om spanning te reduceren: inzicht in de ander, in jezelf, in het leven. Dat is een wapen dat je ontwikkelt om het leven met wie je bent aan te kunnen.

»Ischa’s verlatingsangst was enorm. Hij wilde zich binden, maar tegelijk ook helemaal niet. Ik begreep dat zo goed. Ik wist waarin ik hem vrij moest laten en niet kon hebben, maar ook waarin ik hem wel kon hebben. We hebben elkaar veel geleerd. Hij heeft mij geleerd minder bang te zijn voor het leven. Vóór hij mij kende, kon Ischa niet bij iemand blijven of van iemand houden. Dat lukte hem toen wel.»


Dappere dodo

HUMO Uw relaties zijn nooit destructief geworden.

Palmen «Waarschijnlijk omdat ik zelf al zo destructief ben. Mijn afhankelijkheid in de liefde is zo direct voelbaar dat de mannen in mijn leven altijd snel iets beschermends tegenover mij kregen. Wat ik altijd prettig vond, want al sinds ik 4 was redde ik het in mijn eentje, als een dappere dodo. Ik vind het heel prettig als ik mijn afhankelijkheid gewoon kan toelaten in een liefde.»

'Alle menselijke pijn komt voort uit de wanhopige pogingen van een kind om zijn ouders gelukkig te maken, en dat dat niet wordt gezien'

HUMO Als kind was u heel aanhankelijk. Uw moeder zei toen al tegen u: ‘Je moet leren je niet zo te hechten.’

Palmen «Omdat ze me wilde behoeden voor de pijn die erop zou volgen.»

HUMO Nadat uw moeder dat had gezegd, dacht u, zoals u in ‘De wetten’ schrijft: ‘Zonder te weten deed ik telkens iets verkeerd en daarmee berokkende ik mezelf verdriet; de vijand was onzichtbaar, want ik was het zelf.’

Palmen «Mooi, hè (lacht).»

HUMO Hoe zou Freud uw afhankelijke aard verklaren?

Palmen «Niet. Het is een persoonlijkheidskenmerk. Het heeft niks te maken met een ongelukkige jeugd.»

HUMO Al herinnert u zich wel pijn: ‘Machteloosheid, deernis, gek van medelijden worden als je je moeders verdriet ziet, en denken: ik moet dat oplossen.’

Palmen «Alle menselijke pijn komt daaruit voort: de wanhopige pogingen van een kind om zijn ouders gelukkig te maken, en dat dat niet wordt gezien.»

HUMO U zei net dat iedereen bij u thuis erg gevoelig was. Had uw moeder meer verdriet dan anderen?

Palmen «Ja. Dat had weer te maken met haar familie. Maar ik ga niet over mijn moeder praten. Dat vind ik moeilijk. Dat moet ik ooit een keer in een boek doen, of ik moet erover zwijgen.»

HUMO In ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ hebt u het over de hechtingstheorie van John Bowlby, over hoe kinderen behoefte hebben aan een veilige, langdurige, fysieke en emotionele intimiteit om een veilige, hechtingsstijl te ontwikkelen. Gebeurt dat niet dan word je een angstige hechter, iemand die zich vastklampt of iemand die intimiteit vermijdt.

Palmen «Ja, ik ben over die theorie gaan lezen omdat het een thema in mijn leven is, maar ik ben er pas echt in gedoken toen ik Hans leerde kennen. Om te beginnen zijn er veel overeenkomsten tussen Bowlby en Hans: allebei waren ze zeer gehecht aan hun kindermeisje en ze zaten allebei op kostschool. Toen Hans bijna 4 was, verliet het kindermeisje de familie. Later beschrijft hij dat als een verlies zo groot als het verlies van zijn moeder. Daarna moest hij meteen van huis en naar de kostschool. Ik ken Hans zijn familie als heel warm, maar kennelijk voelde hij zich nauwelijks aan zijn moeder gehecht en is er iets zó fout gegaan dat die ongelofelijke verlatingsangst is ontstaan.»

HUMO Hij ook al.

Palmen «En ik herkende het meteen. Iemand met verlatingsangst ruik ik op 5 meter afstand en ik hol ernaartoe: ‘Kom, kom maar bij Connie.’ Ik kan daar heel goed mee omgaan. Geef me een hond met verlatingsangst en ik krijg ’m ook tam (lacht).»

'Alle beroemdheden hebben onbereikbare of afwezige vaders en zeer aanwezige, overbezorgde moeders'

HUMO Er staat een heel ontroerend briefje van de jonge Van Mierlo afgedrukt in ‘Logboek’: ‘Ongeluk = besef van ontoereikendheid. Pas als ik de zekerheid zou hebben dat de pretentie terecht is en de middelen ontoereikend, zou ik kunnen/willen besluiten eruit te stappen.’ Hij was heel onzeker.

Palmen «Ja. Hij heeft me tijdens onze eerste ontmoetingen vaak verteld dat hij er lang geen idee van had hoe hij dit leven door moest komen, dat hij zich onvoldoende toegerust voelde. Dat raakte me zo. Ik val op bange mannen. Hans toonde veel moed in zijn politieke loopbaan, maar hij was heel bang voor verlies. Dat stelde mij gerust. Dat hij ook bang was, maakte mij minder bang. Erkennen dat je bang bent tegenover iemand is ook heel intiem. En opwindend.»

HUMO Hans heeft letterlijk gezegd: ‘Ik ben bang me aan je te hechten.’

Palmen «Ja. Mannen die eigenlijk nooit een goeie relatie hebben gehad, die gevallen krijg ik (lacht).»

HUMO En bij u lukt het dan wel.

Palmen «Ja. Ik kan iemand heel vrij laten. Jaloers worden, iemand verstikken zoals Sylvia Plath dat deed, dat zal ik nooit doen.»

'Mijn liefdes hebben altijd een verslindende kant, met de 'normale' variant heb ik geen ervaring'

HUMO Mannen zó vrij laten dat ze zelfs hoeren bezoeken, maakt u niet bang.

Palmen «Jawel, maar dat verdraag ik. De liefde is voor mij belangrijker. Ik gun iemand een eigen terrein waar ik niet in hoef. Ik heb ook zo’n terrein. Dat maakt mij sterk. Ik leef niet alleen voor de liefde, maar ook voor mijn werk. Daarin stop ik mijn liefde voor de buitenwereld – de wereld die ik niet zo nodig in moet wegens te spannend, maar die ik vanuit deze kloostercel wel kan bereiken via mijn boeken. Die liefde hoef ik niet fysiek terug, als mensen mijn boeken maar lezen.

»Ik heb wel heel hard gevochten tegen mijn afhankelijkheid. Ik ben er als kind om uitgelachen. Het wekte bij iedereen afkeer op. Daarom heb ik die sterke troef ontwikkeld: volledige onafhankelijkheid in mijn werk. Pas toen ik schrijver was, mijn eigen geld verdiende en mijn eigen roem had, durfde ik aan de liefde te beginnen. Mijn eerste boek ‘De wetten’ kwam uit, drie dagen later trof ik Ischa en ik was er klaar voor.»

HUMO Volstaat de liefde voor de buitenwereld nu?

Palmen «Ik ben heel gelukkig geweest met allebei mijn mannen. Ik ben nu heel gelukkig met de herinnering eraan. Ik heb vannacht nog gedroomd over Ischa, dat hij op een groot scherm de eerste zinnen uit ‘I.M.’ zag en daar heel erg om moest huilen en ik hem ging troosten. Tranen rolden over zijn wangen, omdat iemand zoveel van hem gehouden had. Een mooie droom. Ik leef nog steeds heel erg met hen.»


Negen gekken

HUMO Maar we hadden het net over John Bowlby en waarom u zich opeens in zijn hechtingstheorie bent gaan verdiepen.

Palmen «Dat was nodig om ‘Logboek’ te kunnen schrijven. De rouw die ik voelde, ging zo diep. Ik kon die enorme rouw alleen maar verklaren door in te zien dat die het gevolg was van een abnormale hechting, een verbintenis tussen Hans en mij die allengs symbiotisch was geworden. Vandaar die enorme identiteitscrisis na zijn dood. Als je je in de liefde zo helemaal aan iemand toont en je alleen door die persoon zo volledig wordt gekend, er echt niemand anders op de wereld is die jou zo kent, zo houdt van wie jij bent, en die persoon gaat dood, dan besta jij eigenlijk ook niet meer. Mijn liefste zelf was weg. En zelfverlies is heel akelig.»

HUMO Wat hebt u toen gedaan? Kon u die liefste zelf niet zelf graag zien?

Palmen «Ik geloof absoluut niet in eigenliefde. Die heb ik in ‘De wetten’ al eens afgekraakt op een manier die ik niet meer kan overtreffen. Nee, je moet van iemand anders houden en iemand anders moet van jou houden, dat moet je niet ook nog eens zelf doen. Wie houdt er nou van zichzelf zonder door een ander bemind te worden? Niemand toch?»

HUMO Behalve negen gekken na een assertiviteitstraining, voegde u er in ‘De wetten’ nog aan toe.

Palmen «Inderdaad. Ik vind wel dat er momenten van mededogen met jezelf en je lot mogen zijn. Dat mag je jezelf toestaan. Maar zonder je te laten gaan in zelfmedelijden en slachtofferschap. Trotse mensen zoals ik die die enorme onafhankelijkheid hebben verworven, staan zichzelf die compassie niet makkelijk toe. Want dat voelt dan alsof het hele bouwwerk waar je jezelf mee stut, elk moment kan instorten.»

HUMO U hebt de identiteit die u kwijt was wel teruggevonden. Hoe?

Palmen «Tijd. Je lot ondergaan. Ik ben ook na 49 dagen aan ‘Logboek van een onbarmhartig jaar’ beginnen te schrijven, en dat herinnerde me weer erg aan die andere poot van mijn bestaan. Niet dat het schrijven van ‘Logboek’ me gelukkig maakte, maar het maakte me wel sterker en het herinnerde me eraan: ‘O ja, dat ben ik ook nog. Die kant die ik zo koester en waarmee ik zo goed op mezelf kan bestaan, heb ik ook.’ Op een dag zal ik daar wel genoeg aan hebben, en dan zal ik het daarmee doen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234