null Beeld

Humo sprak met Daniël Van Avermaet

Redactie

Heerlijk is de geur van oud papier waarin kennis bezonken is. Boven de Stekerlapatte (Brussels dialect voor 'stekelbaars'), zijn restaurant in de Marollen, zit ik met Daniël Van Avermaet (60) in een kamer die van onder tot boven volgestouwd is met encyclopedieën en naslagwerken; desgewenst zou ik er het woordenboek Nederlands-Papiamento kunnen raadplegen, of taalgidsen over het Fins of het Arabisch, alsook de Penguin Dictionary of Clichés en 'Les curiosités étymologiques'. Mocht ik het bont willen maken, dan zou ik mij er een poos kunnen verdiepen in het standaardwerk 'Deutsche Redensarten'. Maar ik ben hier om te vragen hoe het met Daniël Van Avermaet gaat, die behalve restauranthouder ook filmproducent is. In de tweede helft van de jaren tachtig was hij de spelverdeler in de legendarische radioprogramma's 'De taalstrijd' en 'De perschefs', en een zomer lang speelde hij op de televisie voor gastheer in de talkshow 'Rond Daniël'. Daarna ging hij weer tot de orde van de dag over.

DANIEL VAN AVERMAET: Ik heb niet echt heimwee naar die tijd, want mijn ego wordt nog altijd voldoende gestreeld (lachje). En ik ben voor de televisie blíjven werken: voor TV Brussel maak ik al zeven jaar 'Salut aan de kost', een programma over eten en drinken en restaurants in de hoofdstad. Ik maak zo'n dertig uitzendingen per jaar.»

HUMO: In dat programma doe je niet meteen alsof je een strenge inspecteur van de Guide Michelin bent. De restaurants die je bezoekt, vind je zonder uitzondering goed.
VAN AVERMAET
: Ja, uit principe, want negatieve kritiek op slechte restaurants vind ik tijd- en geldverlies. Je kunt er dus maar beter over zwijgen, volgens mij. Vijf, zes mensen testen voor mij restaurants uit, en ik ga nooit naar een restaurant toe als die zes mensen mij niet hebben gezegd dat het er oké is. Ik hoef er zelf niet altijd te eten, maar ik wil wel weten hoe de keuken er in elkaar zit, en of de service deugt: daarover kan men mij niks wijsmaken, want ik zit zelf in de stiel.

Er kijken ook veel Franstaligen naar 'Salut aan de kost': via teletekst zijn mijn programma's in het Frans en in het Engels ondertiteld, en er komt veel respons op. Brussel is mijn territorium, en ik vóél me Brusselaar. Mijn vader was een Franstalige Brusselaar die ook het Brusselse dialect sprak: hij sprak dus ook een soort Vlaams, maar zonder dat te beseffen. Ik ben uiteraard ook een Vlaming - ik heb in het Nederlands gestudeerd, en mijn moeder is een Vlaamse - maar ik ben toch vooral een Brusselaar. Ik woon in de Marollen, en het wordt steeds duidelijker dat ook de Brusselaars, of ze dat nu willen of niet, stilaan vermengd raken met inwijkelingen. In deze buurt is zeventig percent van de bevolking van buitenlandse origine, máár: ze zijn Brussels, en ze spreken Frans met een Brussels accent, het zogeheten Beulemans-Frans.»

HUMO: Je maakt hier elke dag de multiculturele samenleving mee. Is ze een succes?
VAN AVERMAET
: In deze buurt wel. Over andere buurten in Brussel spreek ik me niet uit. De Marollen zijn altijd een dorp geweest, en daar heeft de komst van die migranten niet zoveel aan veranderd. Door de autochtone bevolking werd hier vroeger al veel op straat geleefd, en de allochtonen, hoofdzakelijk Marokkanen en de laatste vijf jaar ook veel mensen uit Centraal-Afrika, doen dat nog steeds. Onze postbode speelt hier een belangrijke rol: hij zorgt ervoor dat iedereen met iedereen praat. Toen ik hier een jaar of vijftien geleden kwam wonen, zag ik nooit autochtone kinderen met migrantenkinderen spelen. Nu wel. Dus: in deze buurt gaat het zeker vooruit. Er woont hier ook een heel fijne, heel moderne imam - zijn oudste dochter is gynaecologe - die ook een belangrijke rol speelt in het vreedzaam samenleven van verschillende culturen.»

HUMO: Ik merk dat ook mensen die als progressief bekendstaan, argwanender geworden zijn tegenover de goede bedoelingen van de islam. Hoe zit dat met jou? Ik herinner me ineens dat jij bij de jezuïeten van school werd gestuurd wegens acuut ongeloof.
VAN AVERMAET
: Sinds 11 september verwart men de islam nogal snel met terrorisme, vind ik, maar lang vóór die dag heeft Khomeini het imago van de islam ook al schade toegebracht door in Iran de scheiding tussen kerk en staat op te heffen. Dat moet natuurlijk altijd en overal vermeden worden. De vroegere chef van mijn restaurant, Hassan, een diepreligieuze Pakistaan, vindt terrorisme in naam van de islam openlijk verwerpelijk. Hij erkent wel dat er fanatieke leiders bestaan, die volgens hem bestraft moeten worden. Mijn opinie over de islam is niet veranderd, zoals mijn opinie over de rooms-katholieke godsdienst ook niet veranderd is: ik bén namelijk niet godsdienstig. Sommige moslims uit de buurt hebben daar moeite mee, maar ze tolereren mij.

HUMO: Volgens rapporten van de staatsveiligheid vinden sommige imams een ongelovige een soort ondier.
VAN AVERMAET
: In Saudi-Arabië zou mij ongetwijfeld een kort leven beschoren zijn (lachje).»

HUMO: Neen, dan Brussel. Is de Brusselaar tegenwoordig de Belg par excellence?
VAN AVERMAET
: Dat wordt weleens gezegd. In ieder geval ben ik echt tweetalig, en echte tweetaligen vormen stilaan een minderheid in dit land. Ik heb dus een moeder- én een vadertaal, wat je misschien typisch Belgisch zou kunnen noemen.»

HUMO: Leven je ouders nog?
VAN AVERMAET
: Mijn moeder wel. Ze is tweeëntachtig, wat vrij jong is als je in aanmerking neemt dat ik zelf al eenenzestig word. Met mijn vader heb ik altijd een moeilijke verhouding gehad. Ik wil hem geen slecht mens noemen of een foute man, maar ik vond z'n intelligentie een beetje gebrekkig: hij wist niet veel, maar hij deed alsof hij veel wist. Als je van iets geen verstand hebt, kun je er maar beter over zwijgen volgens mij, maar hij had de neiging over onderwerpen waar hij weinig of niets van afwist met een soort pauselijke autoriteit te spreken. Ik was een jaar of zestien, zeventien toen ik hem en zijn praatjes begon door te hebben, en het duurde niet lang meer of ik durfde tegen hem op te staan: 'Mais de quoi tu parles? De quoi tu parles? Je wéét het niet!' Hij was een mythomaan. Hij werkte bij de Brusselse Watermaatschappij, en als hij over één of andere kwestie op zijn werk sprak, was hij in die verhalen altijd de man die uiteindelijk gelijk had gekregen, die man die zelfs zijn baas ervan had kunnen overtuigen dat die dit of dat verkeerd had aangepakt en daarvoor door zijn collega's bewonderd werd. Ook dat begon ik als jongen van zestien intuïtief verdacht te vinden.

Dat hij niet de waarheid vertelde, was voor mij een verschrikkelijke ontgoocheling. Dat is mij parten blijven spelen, ook in zijn latere leven. Als hij bijvoorbeeld over politiek begon, werd ik ineens weer een kind dat dacht: 'Nu gaat hij mij iets leren, mij iets vertellen dat mij interesseert, iets dat juist is,' terwijl ik allang beter wist. Telkens weer liet ik mij vangen. Na een minuut wist ik alweer dat hij uit z'n nek aan het kletsen was. Zijn mythomanie stond me al met al meer tegen dan het tirannieke gedrag dat we thuis van hem gewend waren. Mijn ouders hadden een slecht huwelijk: behalve dat hij tiranniek was, permitteerde hij zich ook maîtresses. Hij heeft drie keer het gezin verlaten, en telkens weer is hij teruggekomen.»

HUMO: We zitten hier in een kamer die volgestouwd is met encyclopedieën en naslagwerken allerhande.
VAN AVERMAET
: Dat zal ook wel iets met mijn vader te maken hebben. Aan iedereen die mij iets vraagt, wil ik koste wat het kost juiste informatie geven. Maar ook ik heb wel mijn leugenachtige kantjes: iets niet weten en toch doen alsof ik het weet. Niet dat ik dan om het even wat zeg, maar ik heb het wel niet gecheckt. Ik heb daar een afschuwelijk gevoel bij, want op zo'n moment ben ik net mijn vader en vind ik mezelf dus onuitstaanbaar.»

HUMO: Heb je ooit gedacht: 'Ondanks alles moet ik van hem houden, al was het maar omdat hij mij verwekt heeft'?
VAN AVERMAET: Neen. Ooit heb ik zelfs gehoopt dat mijn vader mijn vader niet was. Mijn grootouders van moederskant waren in dienst in een kasteel in Rumst. Mijn moeder was daar ook. Tot in `44 maakten de Duitsers daar kwartier, en ik ben geboren in '41: ik hoopte dus dat mijn vader een Duitser was geweest.
Vorig jaar kreeg ik een probleempje aan mijn hart - fibrillatie, niks ergs. Ik heb toen een week in het ziekenhuis gelegen. De tweede dag reed een verpleger mij in een rolstoel een lift binnen waarin een spiegel hing, en op dat moment zag ik met een schok in dat ik fysiek op mijn vader leek. Dat was verschrikkelijk voor mij: 'Néé! Néé! Néé!' Ik ben mezelf blijven aanstaren, en ik dacht: 'Daar heb je hem.' Ik wílde dat niet inzien, maar ik kon niet anders.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234