Humo sprak met de doorsnee-Vlaming op de parking van de Aldi: 'Alle partijen doen hetzelfde: de kleine man kloten'

Na de brexit, de verkiezing van Donald Trump en het succes van allerhande populistische partijen klonk het overal: we hebben te veel mensen achtergelaten. En ‘we’, dat zijn dan de politici, de journalisten en de opiniemakers. Het establishment, quoi, dat niet meer luistert naar de gewone burger en het eigen kosmopolitische wereldbeeld als een hoekige suppo wil inbrengen. Hoe zit dat in Vlaanderen? Onze Man trok naar de parking van vier Aldi-supermarkten – waar kun je beter de onderbuik scannen? – gewapend met twee vragen: ‘Wat houdt u bezig?’ En: ‘Hebt u de vervaldatum van uw marshmallows wel gecheckt?’

'België is België niet meer: ik voel me een vreemdeling in eigen land'

‘Het is erg, erg, érg,’ zegt Emiel, een vriendelijke, kwieke man van 78. ‘Al die aanslagen: het zou eens mogen stoppen, hè.’ Ik ontmoet hem op de parking van de Aldi in Zemst, een gemeente die eeuwig ligt te middagdutten tussen Vilvoorde en Mechelen.

Emiel «Maar wat doe je eraan? Van jongs af aan hebben ze dat te horen gekregen: als ze sterven voor hun geloof, dan gaan ze naar boven en krijgen ze maagden en meer van die zever. Dat is het ambetante: ze gelóven het.»

Emiel woont zelf in een gekleurde wijk.

Emiel «Elke middag verzamelt daar een groep Marokkaanse jongemannen. ‘De buurt is van ons’: dat stralen ze heel erg uit. En dat hebben ze me ook al duidelijk gemaakt door een band van mijn auto kapot te steken.

»Ze kweken ook gelijk konijnen, hè. En de opvoeding is nul. Zo vaak zie ik jonge meisjes die vier of vijf nóg jongere meisjes naar school begeleiden. Waar zijn hun ouders?»

Er trilt veel verontwaardiging in Emiel, maar ik voel toch ook een zekere goedmoedigheid.

Emiel «Ik wil niet iedereen over dezelfde kam scheren. Mijn buurman is een oudere Marokkaan, en dat is een heel vriendelijke mens. Maar over de heikele onderwerpen spreken we niet. We geven elkaar een hand, zeggen goeiedag, praten over het weer. En hij noemt me amicaal Miel. Hoe ik hem noem? Euh, hij heeft een nogal moeilijke naam: ik kan ’m niet onthouden.»

'Eerlijk zijn: we leven hier goed. Het gros van de West-Europeanen kan zich een Porsche aanschaffen' Marc 'mayo' Nys

Dat ze tot de middag in hun bed liggen, heeft Emiel ook gezegd. Arbeidsethos is nog altijd van belang in Vlaanderen: een belegde boterham moet je verdienen. Ik merk het ook wanneer ik Ingrid (56) aanspreek: ze verantwoordt zich omstandig omdat ze in de namiddag haar boodschappen doet. ‘Ik werk in shiften, en had vandaag de vroege. Ik ben dus al heel lang uit de veren.’

Ingrid «Mij houdt het toch ook bezig, de integratie van nieuwe culturen. We moeten leren leven met nieuwkomers, akkoord, maar het lijkt er steeds meer op dat wij ons moeten aanpassen aan hén. Dat is toch niet logisch? Ik vind het oprecht spijtig dat ze zijn moeten vertrekken uit hun thuisland, ochot ocharme, maar het is toch beangstigend dat er geen grenzen meer zijn. België is België niet meer: ik voel me een vreemdeling in eigen land.»

En dan hoor ik voor de eerste en – zo zal blijken – niet voor de laatste keer het o-woord.

Ingrid «We zitten in een stille oorlog. Dat is toch de betekenis van al die aanslagen? We worden een beetje verdrongen.»

'Mensen die zeggen dat het vroeger beter was, hebben ongelijk' Prosper en Maria

Verschillende oudere mensen die ik aanspreek, zullen het me zeggen: dat er de afgelopen decennia toch véél veranderd is, dat ze fysiek wel in de gekleurde samenleving wonen, maar mentaal niet. Zou dat anders zijn voor jongeren die het Vlaanderen met de melkwitte kuiten nooit gekend hebben? Silke, een meisje van 19 dat schoonheidsspecialiste wil worden, zat op een middelbare school met veel jongeren met allochtone roots.

Silke «Maar daar had ik geen probleem mee. Eigenlijk ging dat heel goed. De moslims waren misschien iets opvliegender, iets feller, maar al bij al waren we toch vooral gewoon pubers onder elkaar.

»Met politiek ben ik niet bezig. Volgend jaar moet ik voor de eerste keer gaan stemmen, en ik heb geen idéé. Ik ben van plan om er eens met mijn ouders over te praten, en daarna te beslissen.»

Ik begin het prettig te vinden, dat antropologisch rond-slenteren op de Aldi-parking. Er is niet veel verbeelding nodig om van een aantal theoretische evoluties de praktijkvoorbeelden te zien. De verschuivende rollenpatronen? Ik tel evenveel mannen als vrouwen die boodschappen doen. De ver-SUV-isering van Vlaanderen? Voortdurend merk ik hoe supermarktgangers enige moeite hebben om hun brute bakbeest tussen de lijntjes van een parkeerplaats te knellen. Het nieuwe aperitieven in de verkaveling? In veel winkelkarretjes spot ik flessen cava en gin. De middenklasse die zich een automerk met standing kan veroorloven? In nauwelijks een halfuur zie ik twee keer de koffer van een Jaguar volgeladen worden met Aldi-inkopen.

Naast één van die Jaguars staat de Dacia Dokker van Flor (74). Of hij de actualiteit op de voet volgt? ‘Ik lees al tien jaar geen gazetten meer.’

'Ik heb het gevoel dat wij moeten schuiven voor wie naar hier gekomen is' Martine

Flor «Ik ben allergisch voor politiek. Of de ene partij eraan is of de andere, het maakt niet uit. Ze doen allemaal hetzelfde: de kleine man kloten. Neem nu de wegen hier in de buurt. Overal zijn ze aan het breken! Mijn vrouw neemt de bus naar haar werk in Antwerpen. Door wegenwerken doet ze daar nu anderhalf uur langer over dan normaal. Een schande is het!

»Voor vreemdelingen is België het land van belofte. Tot ze hier tien jaar wonen, en al een heel ander idee hebben. Neem nu het weer: daar word je toch depressief van? En de prijzen, natuurlijk. In Benidorm kan ik een huis met vijf slaapkamers, twee badkamers en een zwemdok voor negenhonderd euro per maand huren.»

Dat is dan ook het plan: verhuizen naar Spanje.

Flor «Nog drie jaar en mijn vrouw gaat met pensioen. Dan verhuizen we. We zijn al in Benidorm op prospectie geweest, maar dat beviel ons niet. Volgend jaar gaan we eens kijken op Tenerife – hopelijk vinden we daar iets geschikts. Voor de rest trek ik me niets aan van de wereld. Iedereen moet voor zijn eigen geluk zorgen. En voor mij betekent dat: leven als God in Spanje.»

'Hier wordt immigratie als een verrijking gezien, in West-Vlaanderen hoor ik 'dat ze ons geld komen afpakken' Amber


Indian Snack

Wat doet de Vlaming die zijn kop boven het maaiveld wil uitsteken? Zijn nummerplaat personaliseren, natuurlijk. Marc (55), die ik op de parking van de Aldi van Tienen ontmoet, vraagt of ik zijn familienaam kan raden – op zijn nummerplaat lees ik ‘MAYO’.

Marc «Nys, natuurlijk! Mayo-Nys!»

Marc ziet die gepersonaliseerde nummerplaat als een onderdeel van zijn levensfilosofie: nooit neen zeggen tegen iets dat je gelukkig kan maken.

Marc «Mijn vrouw is op haar 46ste gestorven aan kanker. Voordien was ik al iemand die gulzig in het leven stond, maar toen werd het allemaal nog iets dwingender. Voor haar dood hebben we nog zoveel mogelijk dingen van onze bucketlist gestreept. We huurden bijvoorbeeld de grootste mobilhome die we konden vinden, en reden daarmee naar Polen. We wilden absoluut Auschwitz en Birkenau gezien hebben, vandaar. En ik ben blijven reizen: ik ga waar ik wil gaan, ik doe wat ik wil doen, ik eet wat ik wil eten. Zonder extravagant te zijn: ik hoef geen helikopter.»

Hij volgt naar eigen zeggen steeds minder de actualiteit.

Marc «Door de overvloed aan miserie: aanslagen, en heersers die terug naar de middeleeuwen willen. Bovendien is politiek in het Westen toch altijd iets met twee snelheden. Er is wat verteld wordt en in de kranten komt, en er is wat bedisseld wordt in de achterkamertjes. De grote lijnen liggen vast, zonder dat we daar zelf inspraak in hebben. Weet je, ik speel weleens computergames waarbij je iets moet opbouwen – een stad, een land of zelfs een heel rijk. In alle handleidingen lees je hetzelfde: zorg er als heerser voor dat je volk niet te weinig heeft, want dan komt het in opstand. Maar ook: zorg ervoor dat het niet te veel heeft, want dan krijgt het kapsones. Zo gaat het in de echte wereld ook. Hoeveel moeten mensen werken, hoeveel mogen ze verdienen, hoeveel taksen moeten ze betalen? Daar wordt over nagedacht vanuit het ‘net niet te veel, net niet te weinig’-principe.

»Ik heb indertijd op Jean-Marie Dedecker gestemd, en daarvoor op Jean-Pierre Van Rossem. Niet omdat ik geloofde dat die gasten alles zouden veranderen. Wel uit protest. Van Van Rossem dacht ik bijvoorbeeld dat hij eens serieus in de emmer zou roeren. Maar ook hij werd snel monddood gemaakt.

»Ik denk dat die proteststemmen doorslaggevend zijn geweest bij de brexit en de verkiezing van Trump. Mensen wilden hun afkeer van het establishment duidelijk maken, en schrokken vervolgens van het resultaat.»

Zijn sympathie gaat op dit moment naar de N-VA.

Marc «Ik ben gecharmeerd door Theo Francken: ik vind dat hij een goed vreemdelingenbeleid voert. Maar ik maak me geen illusies. Hoe populair ook, er komt wel weer een moment dat hij iemand in de weg zit, en weggemanoeuvreerd wordt. Nee, ik laat mijn geluk zo min mogelijk bepalen door de overheid. En laten we eerlijk zijn: we leven hier goed. Het gros van de West-Europeanen kan zich een Porsche aanschaffen. Veel mensen zouden dan moeten beknibbelen op andere dingen, maar toch: het kán. Dan is er weinig reden tot klagen, toch?»

'Mijn vriendin woont in Turkije. Ik durf haar niet meer te schrijven of te mailen' Alice

Ook in Tienen bouwen mensen al een mentale schuilkelder voor wanneer straks de Derde Wereldoorlog uitbreekt. ‘Ik ben bezorgd, ja,’ zegt Michelle (60).

Michelle «Noord-Korea, Rusland, Turkije, het Amerika van Trump: gáát het een beetje, zeg? Er zijn recent zoveel ingrijpende dingen gebeurd die haast niemand had zien aankomen. Die combinatie van ingrijpend én onverwacht maakt het voor mij zo onheilspellend. Voor het eerst komen dingen op de helling te staan waarvan ik dacht dat het in West-Europa niet terug te draaien verworvenheden waren. Nooit meer oorlog, bijvoorbeeld: ik heb altijd gedacht dat we onze oorlogen achter de rug hadden. Niemand twijfelde toch aan de democratie? Maar met wat er nu gebeurt, besef ik dat alles relatief is. Het kan snel weer de verkeerde richting uitgaan. Daarom stem ik op een centrumpartij. Ik hou niet van extremen.»

De kerk mooi in het midden houden, dat is ook wat Prosper (69) en Maria (70) nu al zo’n vijf decennia lang doen. Ze zijn het soort koppel dat je zou moeten kunnen inhuren als grootouders: warm, en met een sprankelende joie de vivre.

Maria «Mensen die zeggen dat het vroeger beter was, hebben ongelijk. Als vrouw deed je niets anders dan wassen! Nu steek je je kleren in de machine, en een uur later is alles klaar. Mijn moeder heeft het altijd gezegd: ‘Kind, het was vroeger niet beter. Jullie gaan een veel schoner leven hebben.’ En ze had gelijk. Vanaf 1960 begonnen ze, de grote verbeteringen. En zo’n tijd zullen we niet snel meer meemaken.»

Prosper «Overal werk: als je dat wilde, kon je elke dag van job veranderen. Ik ben chauffagist geweest, heb in de suikerfabriek gewerkt, en ben dan naar de post gegaan. Daar ben ik tot mijn pensioen gebleven.»

Maria «Ik heb altijd het onderhoud gedaan in een instituut voor mensen met een handicap. Ik vond dat een heel interessante job. Was ik in deze tijd jong, ik zou gehandicaptenzorg studeren – onze dochter heeft dat gedaan.»

Prosper «Maar ik geloof niet dat haar generatie het nog zo goed zal hebben als de onze. Het moest ooit eens stoppen met de vooruitgang, hè. Die formidabele groei die wij gekend hebben, die komt niet meer terug.»

Prosper en Maria hebben een zoon en een dochter.

Prosper «Ik wilde nog wel een derde kind.»

Maria «Maar dan moest ik stoppen met werken, en dat wilde ik niet. In deze tijd is het sowieso geen optie meer, de vrouw die thuisblijft: beide partners moeten werken. Het heeft met ambitie te maken: jonge mensen willen nu alles, en wel meteen. Wij hebben alles stap voor stap gedaan. De generatie van nu wil én een mooi huis én kinderen én een comfortabel leven – en dat allemaal tegelijk.»

'Ieder mens wil vooruit. En ieder mens wordt kwaad als hij het gevoel heeft dat iemand in zijn weg staat'

Prosper «Dat vind ik wel jammer aan deze tijd: dat alles er altijd metéén moet zijn. Het is toch schoner om iets te bereiken nadat je er heel lang naar verlangd hebt?»

Maria «Maar ach: elke generatie heeft zijn levensstijl. Wij dachten ook anders dan onze ouders, hè. Deze tijd is niet beter of slechter dan de vorige: hij is ánders. Onze kleinkinderen leven een ander leven, en dat is prima.

»Wat ik wel een achteruitgang vind, is de opkomst van gsm’s en tablets. Zo onpersoonlijk! Al moet ik wel toegeven dat we zelf ook computerlessen hebben gevolgd, en dat ik op Facebook zit.»

Prosper «Ik vind Facebook een roddelblad.»

Maria «Ik heb een profiel aangemaakt vanwege onze kleinkinderen.»

Prosper «Ze controleert graag wat ze doen (lacht)

‘Elke dag het nieuws op tv en het dagblad’: Prosper en Maria volgen gedisciplineerd de actualiteit.

Maria «Ik zie op tv de oppositieleden van hun oren maken over de besparingen van de regering, maar daar zijn ze zélf verantwoordelijk voor. De vorige regeringen hebben het geld door ramen en deuren gegooid. Dat was niet houdbaar. Het is ook geen toeval dat de PS in Frankrijk net nog een serieuze veeg gekregen heeft. Niet dat ik iets heb tegen de socialisten, hoor: ze hebben ook hun nut gehad.»

Prosper «Ik ben ook nooit een socialist geweest, maar inderdaad: in de jaren 50 en 60 hebben ze veel goeds gedaan. Niet dat ik er veel van ken: de nationale politiek volg ik vanop afstand. Bart De Wever of Elio Di Rupo: die mensen kén ik niet. Dat zijn abstracte figuren voor mij, mensen die ik op de televisie zie passeren. Nationale verkiezingen zijn altijd een beetje vogelpik.»

En daar gaan ze, Prosper en Maria, twee mooie mensen in de Indian summer van hun leven.

Maria «Het heeft geen zin om te kankeren. De belangrijkste les in het leven: je moet het doen met wat je krijgt.»

Prosper «En wij hebben veel gekregen.»


Geld afpakken

Dat Gent nog een zeldzaam links bastion is in het overwegend rechtse Vlaanderen wordt duidelijk wanneer ik postvat op de parking van de Aldi van Ledeberg. Hier is de angst voor extreemrechts groter dan die voor de vluchtelingenstroom. De vaak geciteerde tweedeling tussen stad en platteland, tussen open en gesloten, wordt gesymboliseerd door Amber (21).

Amber «Ik ben bezorgd over de opkomst van extreemrechts, en mijn vrienden hier in Gent – ik studeer taal- en letterkunde – delen die mening veelal. Maar met mijn vrienden in West-Vlaanderen, waar ik vandaan kom, leidt het tot heftige discussies. Hier wordt immigratie als een verrijking gezien, in West-Vlaanderen hoor ik ‘dat ze ons geld komen afpakken’.

»Ik probeer om andere meningen te respecteren, en de mijne te staven met argumenten. Maar ik geef toe: soms wringt het wel. Toch blijf ik die vriendschappen koesteren. We zijn samen opgegroeid, speelden tikkertje met elkaar, hebben nog veel gemeenschappelijke interesses. Ik wil dat niet verwoesten omdat onze politieke meningen niet dezelfde zijn.»

Ook in Gent leeft bij sommige mensen het schrikbeeld van een nieuwe oorlog. ‘De toestand in Noord-Korea houdt me bezig,’ zegt Alice (75).

Alice «Als kind kwam de Korea-oorlog via de radio tot bij ons. Het spierballengerol van nu doet me daaraan denken: het komt allemaal toch weer een beetje dichterbij, hè.

»De toestand in Turkije baart me ook zorgen. Ik heb nog een jaar in Istanbul gewoond, omdat mijn man daar werkte. Een vriendin van me is met een Turkse man getrouwd, en ze woont er nog altijd. Ze is heel bang dat het zover komt als in Iran, toen de ayatollah daar de macht greep. Intussen durf ik mijn vriendin niet meer te schrijven of te mailen: stel dat ze in de gaten wordt gehouden? Ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat ze door mijn schuld opgepakt wordt.»

Er zijn twee soorten reacties op de immer wassende stroom van ongemakkelijk makend nieuws, merk ik: de ene mens probeert het allemaal nóg nauwgezetter te volgen en slorpt elk detail op, de andere doet een harnasje aan en neemt afstand. Hilde (45) behoort tot de tweede school.

Hilde «Ik probeer selectief om te gaan met de actualiteit: er is te veel ellende. Als je dat allemaal toelaat, loop je de hele tijd bang en boos rond.

»Ik vind het beangstigend dat iedereen zo overtuigd lijkt van zijn eigen grote gelijk. Terwijl het recept voor een perfecte wereld niet eens zo moeilijk is: van alles een beetje, en van niets alles.»

Nog een rode draad die zich doorheen de gesprekken vlecht: heel veel mensen poneren dat je je geluk zelf moet creëren, ver weg van alles dat ruikt naar politiek – niet zelden wordt het woord uitgesproken als betrof het een gênante geslachtsziekte.

Wouter (een schuilnaam) is zo iemand.

Wouter «Ik ben 30 jaar en ik heb geen tanden meer: dat heeft een reden, hè. Ik ben thuis vroeg weggegaan, en vervolgens op het slechte pad geraakt. Ik ben een redelijk grote gangster geweest, en ik heb daar ook een gepaste straf voor uitgezeten.

»Ik ben uit de criminaliteit nu, en voel me een heel ander mens. Het korte lontje van vroeger is weg. Ik ben blij dat ik de moed had om in de spiegel te kijken en een ánder leven te beginnen. Veel van mijn leeftijdsgenoten uit het milieu van toen liggen er al onder. En natuurlijk loert het gevaar ook nog voor mij. Maar ik ben sterker nu, en ik heb respect voor mensen.»

Geen half werk voor Wouter in het stemhok: hij kleurt alle bolletjes van alle partijen. Hij is niet de eerste die me zegt consequent ongeldig of blanco te stemmen. Meer nog: een meerderheid van de mensen die ik aanspreek, zou niet stemmen als dat niet verplicht was. De apathie is groter dan de rebellie.

Wouter «Als je iets wilt maken van je leven, moet je vooral de politiek níét volgen. Daar bestaat alleen maar hebzucht. De kloof tussen arm en rijk wordt bewust groter gemaakt. Als in Antwerpen de oude dieselwagens niet meer binnen mogen, wordt dat uitgelegd als een ecologische maatregel. Maar wie rijdt er met die auto’s? De arme mensen. Die worden weggepest.»

Wouter heeft vier kinderen.

Wouter «Ik probeer ze op te voeden tussen de mensen, met als belangrijkste les dat iedereen een kans verdient, en een twééde kans. Maar ik vrees dat mijn kinderen het nog moeilijker zullen hebben dan ik. Kijk naar de wereld: het betert er niet op, hè.»

'Dat vind ik jammer aan deze tijd: dat alles er altijd metéén moet zijn'


Naargeestig

Mijn laatste stop is de Aldi van Menen, het West-Vlaamse grensstadje waar veel Fransen wonen, en waar de allochtone bevolking de afgelopen jaren flink groeide. Ik vraag Patrick (65) naar wat hem bezighoudt, en krijg een afgemeten antwoord.

Patrick «De migratiestroom. Je ziet meer kleurlingen dan eigen volk op straat. Logisch: we hebben alles binnengenomen. Volstaat dat? Prettige dag nog.»

Er hangt een naargeestig sfeertje hier, alsof Menen een plek is waar je je geluk makkelijk verloren legt. Uit de ogen van Lieven (50) spreekt een doffe vermoeidheid.

Lieven «Als je dertig jaar geleden een vreemde zag, was het een geadopteerde. Nu zijn er straten waar alleen maar vreemdelingen wonen. Maar is dat erg? Pff, ik heb er niets op tegen. ’t Zijn ook mensen, hè. Er zijn er goeie en er zijn er slechte.

»Ik volg de actualiteit niet. Ik ben er gewoon niet mee bezig, net zoals ik in mijn eigen leven met niet veel bezig ben. Het enige wat ik verwacht van de toekomst is dat ik nog meer zal moeten betalen. Want blijkbaar vinden diegenen die er nu aan zijn dat ze ons nog niet genoeg afgepakt hebben. Ik zal in elk geval niet voor de N-VA stemmen. Die hebben de burger nu toch wel genoeg gekloot, nee? Ik snap het hele systeem ook niet. België is al zo klein, en toch kan ik niet voor iemand uit Wallonië of Brussel stemmen. Zo is er veel te weinig keuze! Nu maken ze een regering en daar zit dan een Waal in waar ik niet voor kon stemmen – dat klopt toch niet?»

Hij voelt zich niet echt thuis in de maatschappij, Lieven, en komt met een analyse die ik al uit veel monden heb gehoord: hebzucht en egoïsme zijn in opmars, warmte en behulpzaamheid in de verdrukking.

Lieven «Dat internet, dat is toch een vuiligheid? Mensen hebben duizend vrienden op hun computer, maar ze kennen er niet één écht. En als je in de miserie geraakt, is er niemand die je nog helpt. Terwijl vroeger iedereen voor elkaar klaarstond.»

En miserie, daar kent Lieven wat van.

'Je ziet meer kleurlingen dan eigen volk op straat. Logisch: we hebben alles binnengenomen[Patrick'

Lieven «Ik zou aan de ziekenbond moeten zitten, want werken gaat echt niet meer. Maar ja: er moeten zoveel mogelijk mensen van de ziekenbond gesmeten worden. Ik ben er eentje van: ik heb geen inkomen meer. En ik heb verdorie hard gewerkt, hè. Altijd zware arbeid, in verschillende sectoren – de beenhouwerij, bijvoorbeeld. Mijn lijf was een vuur, maar nu is het een uitgaand vlammetje.

»Ik probeer het hoofd boven water te houden, maar het is moeilijk: ik heb geen geld. Ik ben twee keer gescheiden, en twee keer ben ik gepluimd. Telkens is mijn vrouw met een ander gaan lopen. Ik had goed gespaard, maar al dat geld heb ik moeten afgeven. (Gepijnigde zucht) Ik ben veel te braaf. Voor iedereen proberen goed te doen, dat lijkt een mooie levensinstelling, maar het brengt je alleen maar ellende. Kon ik het allemaal opnieuw doen, ik zou minder braaf zijn – ik zou ruwer en egoïstischer zijn. Mijn vertrouwen in de mensheid is weg. Ik ben 50 jaar en ik heb niets. Of jawel: vier kinderen, maar daar mag ik er maar twee van zien. (Haalt de schouders op) Ik probeer gewoon om zoveel mogelijk buiten te komen. Want binnen komen de muren op me af.»

Dat leer je ook als je een paar dagen op de parking van een supermarkt doorbrengt: dat een oude dag niet per definitie boterzacht is. Marie-Thérèse is 80, en verloor vijf jaar geleden haar man.

Marie-Thérèse «Hij was 75. Dat is toch geen leeftijd? We waren 52 jaar getrouwd. Sinds zijn dood interesseert de wereld me niet meer. Van nature ben ik optimistisch, maar nu even niet: ik heb het allemaal een beetje gehad. Ik heb gelukkig wel goeie vriendinnen, en we doen veel samen: naar de cinema, uit eten, samen op draai gaan. Als ik dat niet had, nee, dan mocht het gedaan zijn.»

Ze wijst op de parasolvoet die ze net gekocht heeft in de Aldi.

Marie-Thérèse «Dat is het enige wat ik nog wil: onder mijn parasol zitten.»

Meer levenslust vind ik bij Pierre (79), een man wiens schaterlach decibelmeters flink in verwarring brengt.

Pierre «Ik heb genoten van de wederopbouw na de oorlog. Van de jaren 70 tot mijn pensioen is het werkelijk fantastisch geweest. Ik was verkoopdirecteur in een weverij, en ik mocht gaan en staan waar ik wilde: Nederland, Duitsland, Noorwegen, Denemarken. Er was een tekort, en als er een tekort is, dan verkoop je. Maar van die positie heb ik nooit misbruik gemaakt: ik verkocht altijd tegen een correcte prijs.

»Toen de textielindustrie het moeilijk kreeg, ging ook de firma waar ik werkte ten onder. Plots waren onze specialiteiten – tapijten, onder meer – niet langer gegeerd. De dokters droegen daar een grote verantwoordelijkheid voor. Op een bepaald moment kregen ouders van kinderen die een beetje hoestten allemaal hetzelfde advies: gooi je tapijten het huis uit, want je kinderen zijn allergisch. Wat een onzin!

»Mijn vader was fabrieksdirecteur in Wervik, en telkens als daar iemand op pensioen ging, viel die een paar maanden later dood. Ik was er dus van overtuigd dat ik na mijn brugpensioen ook onmiddellijk onder de zoden zou liggen. Daarom begon ik meteen iets anders: een restaurant. Dat is er intussen niet meer, maar ik heb nog altijd een café. Je moet eens afkomen. Dan kunnen we verder babbelen, met een glaasje erbij.

»Ik ben in Amerika geweest, in Australië – de hele wereld heb ik gezien. En nu wil ik nergens nog naartoe. Wat zou ik nog in een hotelkamer gaan zitten met geconditioneerde lucht als ik hier gewoon gelukkig achter mijn toog kan staan?»

‘Ik ben héél antipolitiek,’ zegt hij met iets van trots in zijn stem. Maar daar wil hij het liever niet over hebben. Nee, het leven moet gevierd worden, het liefst met een glas erbij. En een mop, gevolgd door een bulderlach met zware seismografische gevolgen.

Pierre «Ik hoor weleens van vrienden dat ze bang zijn voor wat er na hun pensioen volgt. Ik zeg dan altijd dat ze zich een negerin moeten zoeken. Dat zwart gat zal dan wel meevallen!»

Het kwam al een paar keer terug: voor het eerst is er een generatie die het allicht met minder zal moeten doen dan de vorige. Dieter en Joyce, een jong koppeltje, weten dat.

Joyce «Werk vinden, een huis kopen, kunnen sparen: voor de vorige generaties waren dat evidenties, voor ons uitdagingen. We huren nu een appartement, maar we zouden graag een huis kopen. De bank doet daar wreed moeilijk over. Terwijl we toch allebei fulltime werken.»

'Ik ben 50 jaar en ik heb niets. Of jawel: vier kinderen, maar daar mag ik er maar twee van zien' Lieven

Dieter «20 procent moet je zelf voorfinancieren. We sparen flink, maar dat volstaat niet. Wie van zijn ouders geen mooi cadeau krijgt, heeft het heel moeilijk om een huis te kopen.»

Joyce «Het ergert me dat onze generatie soms als gemakzuchtig wordt afgeschilderd. Wij werken alle twee heel hard, en we verwachten geen cadeaus: wat je krijgt, moet je verdienen. Nee, het zijn de tijden die veranderd zijn, niet de mensen. Wij willen ook maar gewoon een eigen thuis creëren waar onze kindjes later gemoedelijk kunnen opgroeien.»

De politieke actualiteit laten ze meestal lopen.

Joyce «De verkiezingen in Frankrijk heb ik wel gevolgd. Ik was blij dat Emmanuel Macron het haalde – in extreemrechts had ik geen zin. Volgend jaar moet ik voor het eerst gaan stemmen, en ik weet helemaal nog niet voor wie.»

Dieter «Ik heb al een keertje moeten stemmen, en ik wist het ook niet. Dus heb ik toen maar willekeurig iemand aangeduid. (Haalt de schouders op) Wat maakt het ook uit?»

Martine (60) is bezorgd om de toekomst van de jonge generatie – die van haar kleinkinderen.

Martine «Het is zodanig ver gekomen dat ik me afvraag of dit nog wel mijn thuis is. Ik heb het gevoel dat wij moeten schuiven voor wie naar hier gekomen is. Het is toch niet meer normaal? Zouden wij ginder zo welkom zijn?

»Mijn zoon zegt dat ik daar niet zo dramatisch over mag doen. Dat zijn kinderen – mijn kleinkinderen, dus – in die wereld geboren zijn, en er hun weg in zullen vinden. Misschien heeft hij gelijk. Misschien komen mijn kleinkinderen straks thuis met een, euh... Met iemand die niet van hier is. Je ziet het steeds meer, hè. Ik geef toe: dat is een serieuze knop die ik moet omdraaien. Ik ben in een ander Vlaanderen opgegroeid.»

Vraag mensen naar wat hen bezighoudt in de wereld, en twee onderwerpen dringen zich op: de multiculturele samenleving en sociaal-economische thema’s. Zo ook bij Martine.

Martine «Ik help in de huishoudens van mensen. En ik moet blijven werken, want met mijn zelfstandigenstatuut heb ik geen pensioen die naam waardig. Dat is wraakroepend, zeker als ik denk aan die man die ik zijn hele leven lang in zijn deurgat heb zien staan leunen – comfortabel op de dop. Eerlijk is dat toch niet, hè? Mijn ouders zijn geen 70 geworden. Dat is echt een schrikbeeld voor mij: een heel leven gewerkt hebben, en dan doodvallen.»

Samen met fotograaf Anton Coene loop ik de Aldi binnen. Hij heeft dringend een nieuwe douchekop nodig, en er is er net eentje in de aanbieding. De lappendeken van meningen en geen meningen, van betrokkenheid en apathie, van boosheid en gelatenheid, van hups geluk en marmeren droefenis, moet zich nog aaneenrijgen in mijn hoofd. Dé burger, hét electoraat: ze bestaan niet. Maar iets bindt ons toch, zei Martine bij het afscheid.

Martine «Ieder mens wil vooruit. En ieder mens wordt kwaad als hij het gevoel heeft dat iemand in zijn weg staat.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234