Humo sprak met de leiders van de Egyptische revolutie

Op dinsdag 25 januari 2011 overspoelde een gigantische massa anti-Moebarak-betogers het Tahrirplein ('Vrijheidsplein') in Caïro. Van buitenaf leek dat bijna vanzelfsprekend, na de succesvolle Jasmijnrevolutie in Tunesië eerder die maand. Maar geen enkele revolutie is vanzelfsprekend, en elke miljoenenmassa start met enkele vastberaden individuen. Dit is hun verhaal.

'Ik was vooral ongelofelijk kwaad. Hoe dúrft een overheid zo tekeer te gaan tegen vreedzame burgers?'

8 januari 2011. Asmaa Mahfouz, leidster van de April 6 Youth Movement, een oppositiebeweging, neemt een video op. De setting is weinig glamoureus, de belichting ondermaats. Op de achtergrond claxonneert Caïro. In één boze, emotionele gulp komt het eruit.

‘Vier mensen hebben zichzelf in brand gestoken in Egypte. Omdat ze dachten dat wij ook een revolutie konden hebben, zoals in Tunesië. Omdat ze dachten dat wij misschien ook vrijheid, rechtvaardigheid, eer en waardigheid konden afdwingen. Eén van hen is vandaag gestorven, en mensen zeggen: hij heeft een doodzonde begaan, voor níks.’

‘Ik ben gaan demonstreren vandaag. Ik had mensen opgeroepen om me te komen beschermen, maar er zijn er maar drie komen opdagen. En drie politiewagens.’

‘Ik ga opnieuw betogen op 25 januari. Ik ga mezelf níét in brand steken. Als je denkt dat je een man bent, kom dan de 25ste januari. Tegen wie zegt dat we met te weinig zullen zijn, zeg ik: het is jouw schuld. Jij bent een verrader, net als Moebarak en de veiligheidsdienst die ons in elkaar slaat. Breng vijf mensen mee, of tien mensen. Het zál een verschil maken.’

‘Ik ga op 25 januari naar Tahrir. Ik ga nee zeggen tegen de corruptie, en tegen dit regime.’

De protesten op Tahrir zagen er voor internationale waarnemers misschien uit als spontane uitbarstingen van volkswoede tegen de dertig jaar durende dictatuur van Moebarak, maar niets is minder waar. Dat zegt Ahmed Maher (30). Maher, een burgerlijk ingenieur die op een analytische, bijna emotieloze manier over politiek spreekt, is samen met Asmaa Mahfouz één van de drijvende krachten achter de April 6 Youth Movement. Tot een maand geleden was hij gewoon een slachtoffer van het regime: de voorbije tien jaar is hij vier keer gearresteerd en één keer gefolterd, en hij verloor zijn job toen hij in 2006 twee maanden achter de tralies belandde. Vandaag is hij één van de leiders van het nieuwe Egypte.

Maher legt uit hoe de protesten maandenlang minutieus werden voorbereid door een coalitie van jonge oppositiegroeperingen: April 6 zelf, socialistische jongeren, de Facebook-groep van Wael Ghonim, de jongeren van de oppositiepartij rond Mohammed ElBaradei en jongeren van de Moslimbroederschap. Die maakte er overigens een punt van om aan de organisatoren te melden dat de jongeren officieel niet namens de Moslimbroederschap deelnamen aan de protesten.

De betogingen van 25 januari waren niet opgevat als een revolutie, geven de aanstokers zelf toe. Met een oproep om het regime ten val te brengen was het hen trouwens nooit gelukt om zo’n grote massa op de been te brengen. Na dertig jaar Moebarak waren Egyptenaren politiek apathisch geworden. Er was zelfs een woord voor de wijdverspreide moedeloosheid: nafad, ‘laat maar’. Moebarak vertrekt toch nooit: ach, nafad.

Alleen een concreet geval kon de mensen uit hun huizen krijgen, en Khaled Said was zo’n geval. Said was een jonge ondernemer uit Alexandrië, de tweede stad van het land. Hij had een video gemaakt waarin te zien was hoe twee politieagenten een drugsdeal afhandelden. Op 6 juni 2010 werd hij door de agenten uit een internetcafé geplukt en op straat doodgeslagen. Zijn lichaam lieten ze achter. Het regime probeerde zijn dood nog te vergoelijken door te zeggen dat Said een ‘drugsdealer’ was, maar dat werd onmiddellijk weerlegd door de baas van het internetcafé, én door de video die Said had gemaakt. De foto’s van zijn murw geslagen gezicht gingen het land rond, en een uitbarsting van volkswoede volgde. Khaled Said werd een symbool voor alles wat misliep: de corruptie, de lamlendige economie, de brutaliteit van politie en regime.

25 januari 2011 – Police Day, een nationale feestdag in Egypte – zou een eerbetoon worden aan Khaled Said.


Weg met Moebarak

Succes was niet ingecalculeerd. In de weken voor de protesten ontstond er onder de organisatoren hevige discussie over de eisen die ze zouden formuleren. Ze raakten er niet uit, maar niemand zag dat als een prangend probleem. Het was niet de eerste keer dat oppositiegroeperingen het Tahrirplein probeerden te bereiken, en het was nog nooit gelukt. Het Vrijheidsplein was untouchable, en werd tijdens betogingen met man en macht afgegrendeld door ordetroepen.

Gigi Ibrahim (24) is opgegroeid in Californië. Ze is prettig om naar te kijken, heeft een helderwitte glimlach én een grote mond: geen wonder dat ze vorige week op de cover van Time stond als één van de gezichten van de revolutie. Op voorhand was ze onversneden sceptisch over de betoging, zegt ze. ‘Ik dacht: we zullen weer met dezelfde vijftig mensen zijn als altijd. En we zullen weer met dezelfde vijftig mensen in elkaar worden geslagen, gearresteerd en vernederd.’

Het eeuwige probleem van protesten in Egypte, legt Ahmed Maher uit, was dat ze nooit op gang kwamen. Keer op keer wisten de ordediensten de verzamelplek van de betogers te achterhalen. Dan vatten ze daar post om de toedruppelende demonstranten één voor één naar huis te knuppelen. Massaprotesten, zegt Maher, bleven uit bij gebrek aan massa’s.

Maar op 25 januari probeerden de oppositiegroepen een nieuwe tactiek uit. Ze bliezen verzamelen op vijf strategische plekken, in dichtbevolkte buurten van Caïro. Een paar uur voor de start van de demonstraties begonnen activisten in die buurten hevig te mobiliseren. ‘De bedoeling was om al met een massa volk op die plaatsen van afspraak te arriveren. En dat is fantastisch gelukt,’ zegt maher, nog nagenietend. ‘Vervolgens zijn we niet met één maar met vijf marsen naar tahrir getrokken. De ordediensten hadden eenvoudigweg geen antwoord op die tactiek.’

De overrompeling van tahrir kwam als een verrassing, ook voor de demonstranten zelf. Het ongeloof was groot: wordt dit dan écht iets? In alle haasten moesten ze alsnog eisen formuleren. ‘Ontsla de minister van Binnenlandse Zaken’, klonk het eerst: die is verantwoordelijk voor de gehate politiediensten. maar algauw werd dat: ‘Weg met het regime! Weg met moebarak!’

‘Aanvankelijk moest ik lachen toen mensen ‘Weg met het regime!’ begonnen te roepen,’ bekent Gigi. ‘Ik riep mee, maar met een tunesisch accent, weet je? Omdat ik dacht: niet te ambitieus, jongens.’


100 miljoen Arabieren

Hossam El Hamalawi was er niet bij op 25 januari. Ook niet de 26ste en de 27ste. Hossam zat in zijn appartement in Nasr City, een middle class buitenwijk: een grijsgeel woud van betonnen appartementsblokken met honderdduizenden schotelantennes op de daken.

Ook hij is enkele jaren geleden gemarteld, in de beruchte gevangenis aan het alghouzy-plein, het bolwerk van de staatsveiligheid. Naakt en geblinddoekt werd hij urenlang met vuisten bewerkt, terwijl zijn ondervragers ermee dreigden hem te laten verkrachten door een homoseksuele soldaat. Het is bij die ene keer gebleven – omdat hij zweeg. ‘Zwijgen geeft je immuniteit tegen martelen. als je praat, gaan ze je élke keer oppakken als er wat gebeurt op straat. Want dan weten ze: als we hem pijn doen, slaat hij door.’

Hossam is onder de naam @3arabawy uitgegroeid tot één van de invloedrijkste bloggers en twitteraars van Egypte. al is hij de eerste om dat te relativeren. Dit was géén twitterof Facebook-revolutie, benadrukt hij. ‘Dat ik invloedrijk ben, is niet omdat ik een blog heb met vierduizend lezers. Het is omdat die lezers journalisten zijn bij de massamedia: al Jazeera, associated Press, BBC World. mijn vierduizend lezers bereiken honderd miljoen arabieren. Dát heeft impact.’

En dus zat Hossam die eerste drie dagen thuis te bloggen en te twitteren, terwijl de hele dag de telefoon rinkelde met updates van het tahrirplein. Of hij de opwinding niet miste? Hij haalt de schouders op. ‘Natuurlijk. maar in een revolutie heeft iedereen zijn rol. De mijne was: zorgen dat de informatie de buitenwereld bereikte.’

Het grote wonder van 25 januari, zeggen Egyptische waarnemers, was niet zozeer dat het tahrirplein werd ingenomen. Het was het simpele feit dat er na die 25ste januari nog een 26ste januari kwam, zonder dat de betogers van het plein waren geranseld. De toevallige revolutie had een langere adem dan iedereen verwacht had. Ook, en vooral, het regime.


Het keerpunt

Het antwoord van moebarak volgde een paar dagen later, op wat inmiddels de ‘Vrijdag van de Woede’ is gaan heten. Die vrijdag, 28 januari, werd Wael Ghonim gearresteerd, de Google-manager uit Dubai die in het geheim de beheerder was van de Facebook-groep ter nagedachtenis van Khaled Said. tegelijk liet het regime een ongeziene golf van geweld los op het tahrirplein.

Sarah Abdelkamar is 23 jaar en theaterstudente – een meisje nog, met roze nagellak. De protestmars op 25 januari was haar allereerste ervaring met politiek activisme. Ze was op 25 januari, dik tegen de zin van haar ouders (‘nafad’, weet u nog wel), toch naar tahrir getrokken. Daarna was ze elke dag teruggekeerd. De chaos en de paniek op vrijdag 28 januari is moeilijk te beschrijven, zegt Sarah.

‘Ze hebben honderden bussen traangas op ons afgeschoten. Vervallen traangas. Het effect daarvan is veel erger dan gewoon traangas: je hebt echt het gevoel dat je gaat stikken, je raakt volkomen in paniek. Ze beschoten ons ook met rubberen kogels, die uit elkaar spatten voor ze je raakten. Een vriend van mij werd geraakt. We brachten hem naar een klaarstaande ambulance, maar een andere ambulancier schudde van ‘nee’ naar ons. Hij legde twee vingers op zijn schouders, om een epaulet na te doen. Hij bedoelde: pas op, die ambulancier brengt je niet naar het ziekenhuis, maar naar de politie.’

Gigi Ibrahim stond weer mee op de eerste rij die vrijdag. De brutaliteit van de politie was onbeschrijflijk, zegt ze. Op sommige plekken in Caïro werd met scherp geschoten op demonstranten. Ook in de kanaalstad Suez, een industrieel bolwerk waar activisten al jaren de arbeiders proberen te mobiliseren, greep het regime hardhandig in. Ver van het oog van de internationale camera’s rond tahrir werd een bloedbad aangericht.

Rond een uur of twee ’s middags was het moreel op het Tahrirplein tot onder het vriespunt gedaald, zegt Gigi. De veer leek gebroken. ‘maar om vier uur kwamen opeens, vanuit het niets, duizenden vrouwen, mannen en kinderen uit de voorstad Gizeh. De aflossing van de wacht!’

Ondanks de brutale repressie slaagden de demonstranten erin hun positie op het plein te behouden. Misschien dankzij de welkome versterking uit Gizeh, maar misschien ook uit boosheid, suggereert Sarah: ‘Ik was ongelofelijk kwáád die dag. Hoe durf je als overheid zo tekeer te gaan tegen vreedzame burgers?’

'Als je gemarteld wordt, moet je zwijgen. Want als je praat, gaan ze je élke keer oppakken als er wat gebeurt op straat' Hossam El Hamalawi

Om vijf uur trok de politie zich uiteindelijk terug van het plein: een capitulatie. Die nacht brandde het hoofdkwartier van de Nationale Democratische Partij, het bolwerk van het regime, op een paar honderd meter van het tahrirplein. Volgens de betogers heeft het regime gewoon zélf het gebouw in de fik gestoken: het zat tot de nok gevuld met dossiers en gevoelige informatie. En wie erlangs rijdt, moet inderdaad vaststellen dat de job uiterst grondig is uitgevoerd: élke verdieping van het betonnen gebouw is volledig uitgebrand.

‘28 januari was het keerpunt,’ zegt Wael Khalil. Hij is 45, een oldtimer in dit land waar de meerderheid min 25 is. Khalil bestrijdt het regime al bijna dertig jaar. Onder de twitternaam @wael heeft hij de revolutie mee gestuurd en aangevuurd.

Hoe brutaal de repressie van 28 januari ook was, zegt hij, onder het harde pantser bespeurden Egyptenaren zwakte en vertwijfeling. ‘Het regime was in paniek, en mensen voelden dat. Het geweld op het plein was buiten alle proportie.’


Foutmelding

Na een dag van bloedig politieoptreden gooide het regime in de nacht van 28 op 29 januari bruusk het roer om. In plaats van nog méér ordetroepen te sturen, trok het alle politie terug. Daarna doken er overal in Caïro bendes op om te plunderen en geweld te plegen op bur-gers – moebarak-gezind tuig, zeggen de opstandelingen. Ook het beroemde Egyptisch museum werd geplunderd.

‘De boodschap van het regime was duidelijk: zonder ons zal Cairo branden,’ zegt Wael Khalil. ‘alleen hebben ze zich verkeken op de reactie van het volk. Dat had door wat moebarak probeerde, en keerde zich tegen hem. In geen tijd hadden mensen burgerwachten georganiseerd. Op tahrir kregen we sms’jes van het thuisfront: blijf ginder, jullie huizen zijn veilig.’

Sarah, de revolutionaire debutante, is die nacht naar huis gegaan, enigszins tegenstribbelend. Haar broer was haar in de loop van de middag, nadat de eerste doden waren gevallen, persoonlijk van het tahrirplein komen sleuren. Het was de meest surrealistische 24 uur uit haar leven, lacht ze. ‘Overdag gooide ik traangasbommen in de Nijl, ’s avonds stond ik molotovcocktails te maken in onze keuken, om ons huis te beschermen tegen bendes. O, en mijn vader haalde een pistool boven! En de buren ook!’ Ze klinkt nog altijd verontwaardigd. ‘al die mensen hebben vuurwapens in huis, en ik heb dat nooit geweten!’

Het regime had inmiddels in de gaten dat de protesten werden aangewakkerd via blogs, twitter en Facebook. Diezelfde nacht trok het de stekker uit het Egyptische internet. Het land ontwaakte op 29 januari met een foutmelding in de browser: page not found.

Hossam, de blogger uit Nasr City, schudt het hoofd bij zoveel domheid. ‘Die zet heeft mensen écht boos gemaakt. Bovendien: al die mensen die de revolutie volgden op blogs, Facebook en twitter, zaten opeens zonder informatie. Dus wat deden ze? Zélf naar tahrir gaan.’ Hossam heeft die dag mee een massamars naar tahrir georganiseerd vanuit Nasr City: de groep is vijf úúr onderweg geweest. massa’s op de been brengen was geen probleem meer.

Algauw bleek trouwens dat het regime de internetban maar halfslachtig had doorgevoerd. De twee grootste internetproviders van Egypte lagen lam, maar er was nog een derde: Noor, een kleinere provider die vooral voor het bedrijfsleven werkt, en die onder meer de beurs van Caïro bedient. Hossam grijnst. ‘Het regime kon of wilde de beurs niet lamleggen. Opeens kreeg ik bericht van een vriendin: hé, ik heb nog internet via mijn werk! En we waren weer in business.’

Er kwam ook hulp uit onverwachte hoek. Omdat de demonstranten niet meer konden twitteren, zette Google een ‘call to tweet’-dienst op. mensen konden telefonisch inbellen met updates van de situatie, die dan door Google werden omgezet in twitterberichten.


De slag Der kamelen

De Egyptische staatstelevisie zou tot op het einde volhouden dat tahrir werd bevolkt door homo’s en Israëlische, amerikaanse én Iraanse spionnen, maar de demonstranten waren er inmiddels grotendeels in geslaagd om de harten en geesten van de bevolking voor zich te winnen.

Op dinsdag 1 februari bracht het regime zijn grootste kanon in stelling: een televisietoespraak van president moebarak. Hij beloofde grondwettelijke hervormingen, en kondigde aan dat hij niet meer zou opkomen bij de volgende presidentsverkiezingen, in september. Het was de eerste keer dat hij een dergelijke belofte over de lippen kreeg. Hij deed ook een emotionele oproep aan ‘zijn’ volk: ‘Ik heb mij al die jaren ingezet voor Egypte. Ik wil hier sterven.’

Vriend en vijand zijn het erover eens dat het een indrukwekkende vertoning was. ‘Zijn speech was goed geschreven,’ zegt Sarah, met de kennersblik van de theaterstudente. ‘Het was zijn bedoeling om medelijden op te wekken, en dat is grotendeels gelukt. mensen zeiden: ach, haram, de man is oud. Hij wil hier sterven, láát hem toch.’

De ochtend na de toespraak, op woensdag 2 februari, ging als bij wonder ook het internet weer online. Na een black-out van vijf dagen bleek ook dat een gouden zet van het regime. Vrijwel iedereen bleef die ochtend thuis, hongerig naar informatie over de demonstraties.

Moebaraks speech had bij een groot deel van de bevolking een snaar geraakt. Veel Egyptenaren oordeelden dat demonstranten zoetjesaan hun boeltje mochten pakken. In Caïro werden (al dan niet spontaan) pro-moebarak-betogingen gehouden. Het aantal demonstranten op het tahrirplein was geslonken tot zo’n vijftienduizend, zegt Gigi Ibrahim, een schril contrast met de gigantische massa’s die voordien op de been waren. De revolutie was in het defensief gedrongen door enkele slimme zetten van een oude vos.

In de loop van de voormiddag raakte een pro-moebarak-betoging van zo’n tienduizend mensen slaags met de resterende bezetters van het plein. De pro-moebarak-betogers waren, in tegenstelling tot de ongewapende bezetters, bewapend met messen, pistolen en stokken. Ze kregen bovendien versterking van een tiental ruiters te paard en op kamelen: boze gidsen van de piramiden van Gizeh, die hun inkomsten zagen opdrogen door de onrusten. De ordediensten grepen niet in. als demonstranten erin slaagden aanvallers te ontwapenen en op te pakken, liet het leger die weer los met de boodschap: ‘Vecht het maar onder elkaar uit, wij kiezen geen partij.’ De pro-moebarakbetogers vlogen er zwaar in, zegt Gigi. Er vielen doden en gewonden. ‘Het was een bloedbad. Héél beangstigend. Ik heb mensen voor mijn ogen zien sterven.’

Omdat het leger niet wilde ingrijpen, besloten de bezetters zelf een geïmproviseerde gevangenis te maken in het metrostation Sadat, onder het plein. Wat de betogers al vermoedden, bleek te kloppen toen ze de zakken van opgepakte onruststokers doorzochten, zegt Gigi: ‘Sommigen hadden identiteitspapieren bij zich: daaruit bleek dat het politiemensen in burger waren, en tuig van de Nationale Democratische Partij. Ze waren betaald om ongewapende betogers te vermoorden.’

De sfeer op het plein was wanhopig, zegt Sarah, die ondanks protesten van haar ouders toch weer naar tahrir was getrokken. Ook die woensdag leerde ze weer iets bij: straattegels in stukken hakken om naar de aanvallers te gooien.

Bijna veertien uur zou de slag om tahrir duren, en het grootste deel van die tijd zag het er slecht uit voor de betogers. Op een gegeven moment slaagden de moebarak-getrouwen er zelfs in om op de daken rond het plein te geraken. Van daaraf gooiden ze molotovcocktails op het plein.

Volgens Rowan El Shimi, een freelance journaliste die de hele dag berichten kreeg van vrienden op het plein, zouden sommige demonstranten op een gegeven moment de strijd hebben willen staken. De verliezen hakten er te diep in. alleen: de tegenbetogers hadden geen enkele toegang van het plein vrijgelaten. De betogers zaten ls ratten in de val en konden alleen maar vechten voor hun leven. ‘It was do or die,’ beaamt Gigi. ‘Erop of eronder.’

Pas rond vier uur ’s ochtends wisten de betogers de aanvallers terug te dringen naar de toegangen van het plein, en de strategische daken rond die toegangen te beveiligen. Ze trokken geïmproviseerde barricades op en richtten checkpoints op. De aanvallers dropen af.

Volgens het ministerie van Volksgezondheid lieten 11 mensen het leven in wat al snel bekend raakte als de Camel Battle. Enkele honderden raakten gewond. Vandaag – meer dan drie weken na de feiten – sterven nog steeds mensen aan verwondingen die ze die dag opliepen, zegt Rowan El Shimi.

Ahmed Maher blijft zijn analytische zelf bij de vraag of hij bang was om te sterven die dag. ‘Ik hád kunnen sterven. mijn neef is gestorven. maar zo gaat dat nu eenmaal. In elke revolutie vallen doden.’

Ook Wael Khalil wuift de vraag weg. ‘Ik weet niet of ik bang was om daar te sterven. Ik voelde wel dat ik er niet weg kon, of wilde. Er was iets aan de gang dat groter was dan onszelf. We hebben onszelf overstegen die dag.’

De dag na de Kamelenslag koos het leger eindelijk partij en besliste het de demonstranten in bescherming te nemen. Woensdag 2 februari begon als een pr-overwinning voor moebarak, maar eindigde met een gevoelige nederlaag op het terrein.

‘Ik weet niet of de Camel Battle een beslissing was van moebarak, of van overijverige elementen binnen zijn partij,’ zegt Khalil. ‘maar het was een fatale vergissing. tahrir was opeens niet meer die plek met de leuke spandoeken: het was een slagveld, waar martelaars waren gestorven.’

Wie vandaag over tahrir wandelt, kan nog altijd het resultaat van Sarahs harde werk zien: grote stukken van het rode trottoir zijn opgebroken. De honderdduizenden voetgangers die hier elke dag passeren, moeten tot hun enkels door het fijne witte zand sjokken. De Parijse soixantehuitards mogen trots zijn op hun Egyptische collega’s: hier ligt sous les pavés letterlijk la plage.


Broek op de enkels

Waarom stapelde het regime fout op fout? Het antwoord hangt af van de gesprekspartner.

Gigi zegt: ‘Moebarak was gewoon oud en slecht omringd.’

Wael Khalil – met de dialectische gereedschapskoffer van de marxist – ziet het anders. ‘telkens als moebarak en de zijnen het conflict op de spits dreven, keerde de publieke opinie zich tegen hen, gewoon omdat wij vreedzaam waren. En elke concessie die het regime deed, elke kop die rolde binnen het regime, was een cadeau van tahrir aan de bevolking. achteraf gezien denk ik dat we eenvoudigweg niet kónden verliezen.’

Hossam heeft weer een andere verklaring. Een autoritair regime wekt gewoon te weinig enthousiasme op, zelfs binnen de eigen rangen. ‘toen het promoebarak-tuig zag dat de mensen op het plein niet zouden wijken en dat ze zélf het risico liepen om gewond of gedood te worden, zijn ze gewoon gestopt met aanvallen. Dat heb je met huurlingen: die vechten niet met hun hart, maar met hun portefeuille.’

Hij heeft dat zelfs gemerkt toen hij gefolterd werd, enkele jaren geleden. ‘Sommige van mijn folteraars waren sadisten, dat voelde je. maar de rest waren gewoon flikken die hun job deden en om vijf uur naar huis sloften. Veel overtuiging kwam daar niet bij kijken. Precies de manier waarop het regime heeft gereageerd op de betogingen: slordig, dom, vertrouwend op een versleten routine.’

Het is waar dat er, ondanks het geweld, een soort klunzigheid aan het regime kleefde, beaamt Wael Khalil. Hij geeft een voorbeeld waarmee hij zelf al de kranten haalde. Zo’n jaar geleden was moebarak samen met andere arabische leiders uitgenodigd in het Witte Huis, bij Obama. Er werd een groepsfoto genomen. Enkele maanden later dook een gefotoshopte versie van die foto op in de staatskrant, om een conferentie in Sharm El Sheikh te illustreren. Moebarak stond nu niet meer aan de zijkant van de groep, maar prominent vooraan. Khalil grijnst kamerbreed bij de herinnering: ‘Het was slordig gedaan. Ik heb de twee foto’s naast elkaar op mijn blog gezet. Ik zag het zelf als een klein grapje, maar het werd frontpaginanieuws! In dat ene beeld zag je hoe het regime de laatste jaren in zijn eigen propaganda was gaan geloven, hoe ze het contact met de realiteit volkomen kwijt waren. Ze stonden te kijk, de broek op de enkels. Het was... zielig.’


Toeristische attractie

Nu het leger aan de kant van de betogers stond, kon het regime de opstand niet langer met geweld de kop indrukken. tahrir werd, naarmate de tweede week van de demonstraties vorderde, gaandeweg een toeristische attractie. In de ogen van jonge stokebranden als Gigi en Sarah ontaardde tahrir in een soort kermis. ‘Er doken kraampjes op, en straatventers. Het werd een braderij!’

Wael Khalil is toegeeflijker: ‘Neenee, het werd juist leuk op tahrir! Het werd een festival, en dat was een goed teken. Iedereen wilde de revolutie aanraken, fotograferen. mensen maakten er een familie-uitstapje van. De massa’s zwollen weer aan.’

Inmiddels zat de situatie muurvast, zoals dat dan heet. Het leger beschermde de betogers op het terrein, maar deed niets tegen moebarak. De betogers waren vastbesloten om te blijven zitten tot moebarak vertrok, maar die bleef zitten. maar terwijl de oude president alles te winnen had bij de status-quo, moesten de betogers de vaart in hun revolutie zien te houden. Buiten het plein klonken steeds meer negatieve stemmen over de betogers – zorgvuldig aangewakkerd door de staatsmedia. ‘mensen werden ongeduldig,’ zegt Gigi. ‘als ik ’s avonds naar huis ging, loog ik soms over het feit dat ik van tahrir kwam. Ik was trots op wat we deden, maar ik wist dat de mensen toch maar zouden zeuren: ‘Wat dóén jullie daar nog?’ Ze wilden dat alles weer normaal zou worden.’

Op 6 februari – een zondag, in Egypte het begin van de werkweek – openden de banken hun deuren, voor het eerst sinds het begin van de opstand. De stad haalde opge­ lucht adem. De patstelling leek compleet. Tot ze door het regime zelf werd doorbroken – met de vrijlating van Wael Ghonim, de blogger uit Dubai.


De egyptische Oprah

De vraag is: waarom liet het regime Wael Ghonim vrij, net toen het er alle baat bij had om te wachten?

Misschien onder druk van Mona Shasly, suggereren sommigen. Shasly wordt de Egyptische Oprah Winfrey genoemd. Ze heeft een spraakmakende dagelijkse talk­ show op de Egyptische satelliet­ zender Dream tV, die ze al jaren vult met hete hangijzers als cor­ ruptie en politiegeweld. anderhal­ ve week lang, sinds zijn arrestatie op 28 januari, vroeg Shasly elke dag live op antenne: ‘Waar is Wael Ghonim?’ Zoiets maakt indruk, in een land met vijftig miljoen schotelan tennes.

Dat Ghonim marketingmanager was bij de amerikaanse internet­ reus Google, zal ook wel meege­ speeld hebben bij zijn vrijlating. En misschien hoopte het regime dat het met deze concessie de laatste resten ontevredenheid – en daar­ mee de bezetters van het tahrir­ plein – kon wegspoelen.

Welke motieven ook gespeeld hebben, zijn vrijlating werd de duw die het toch al wankelende schip finaal deed kapseizen. Vrijwel on­ middellijk na zijn vrijlating kwam Ghonim live op televisie – bij Mona Shasly, vanzelfsprekend. Gecon­fronteerd met foto’s van de slacht­offers van de revolutie barstte hij in tranen uit. Egypte sloot hem massaal in de armen. De revolu­tie had van het regime een gewel­ dig cadeau gekregen: een gezicht. Een mascotte. Een leider, noemen de buitenlandse media hem zelfs, maar Hossam El Hamalawi hoont dat idee weg. ‘Westerse media zijn geobsedeerd door leiders. Eerst was ElBaradei de leider van de re­ volutie, daarna Wael Ghonim. Zeg mij: waar was Baradei toen wij de revolutie aan het plannen waren? (in Wenen; hij vloog pas op 27 ja­ nuari naar Egypte, red.) En Ghonim, wat heeft die gezegd nadat hij was vrijgelaten? Dat we allemaal naar huis moesten gaan! mooie leiders.’

De rest van de revolutie is ge­ schiedenis. Op donderdag 10 februari zei Moebarak dat hij niet zou aftreden. Op vrijdag 11 februari kon­ digde vicepresident Soeleiman aan dat Moebarak was afgetreden.


Sms’je van het leger

Vandaag mag Ahmed Maher zich één van de leiders van het nieu­ we Egypte noemen. Als één van de vertegenwoordigers van de zoge­ naamde Youth Coalition werkt hij samen met de Hoge raad van het leger aan een overdracht van de macht aan een burgerlijk bestuur. Ook Asmaa Mahfouz is bij die ont­ moetingen, net als Wael Ghonim, de jongeren van de partij van El­ Baradei en – wie we daar hebben – de moslimbroederschap.

Opmerkelijke afwezigen zijn mensen als Gigi Ibrahim, Hossam El Hamalawi en Wael Khalil. Dat is geen toeval, zeggen ze zelf: al­ ledrie noemen ze zichzelf onom­ wonden revolutionaire socialisten. Hun overtuigingen en visies wor­ den binnen het leger door weinigen gedeeld.

Het lijkt erop dat het leger zijn gesprekspartners zorgvuldig heeft uitgekozen. Om de moslimbroeder­ schap kon het leger eenvoudigweg niet heen, zegt Gigi. Hun invloed in Egypte is te groot. ‘maar de rest van de Youth Coalition draagt een overwegend rechtse stempel. Wael Ghonim leunde altijd al dicht aan bij het centrumrechtse gedachte­ goed van ElBaradei. als je de po­ litieke statements las op de Face­ bookpagina voor Khaled Said, viel altijd al op dat ze ideologisch heel nauw aanleunden bij de standpun­ten van ElBaradei. Hetzelfde geldt trouwens voor de april 6 Youth movement.’

Ahmed Maher bevestigt dat: het programma van april 6 is ‘veeleer centrum­rechts’.

En zo lijkt het erop dat de eerste barsten in het front van de jeugd aan de oppervlakte zijn gekomen. ‘Die Youth Coalition,’ klinkt het bij zowel Gigi als Hossam, ‘wie heeft die men­ sen eigenlijk verkozen? representa­ tief zijn ze in elk geval niet. Volgens mij is Wael Ghonim naïef en laat hij zich inkapselen door het leger.’

Het helpt ook niet dat de Youth Coalition zich afschermt van de pers. De enige communicatie over de gesprekken komt van het leger zelf, in de vorm van sms’jes die naar de voltallige bevolking worden gestuurd. Het zijn cryptische, Bond Zonder Naam­achtige vaagheden als: ‘Het is de verantwoordelijkheid van iedereen om verantwoordelijk­ heid te nemen en anderen daarop te wijzen.’ Die sms’jes van het leger zijn vooral een bron van vermaak geworden.

Wael Ghonim, die zelf al aangaf dat hij geen leidersrol ambieerde, is volkomen uit het beeld verdwe­ nen. Hij schijnt het werk achter de schermen te verkiezen boven een rol als politicus in het voetlicht. alsof hij nog altijd de anonieme beheerder is van een ondergrond­ se Facebookpagina, in plaats van het gezicht van deze revolutie.

Wael Khalil ziet voorlopig geen probleem met de samenstelling van de Youth Coalition. ‘De Youth Coalition is misschien niet volle dig representatief, maar ze is re­ presentatief genoeg,’ zegt hij. ‘De eisen van het Tahrirplein waren duidelijk. Níémand kan deze re­ volutie claimen. Wij ook niet. We moeten eerlijk zijn: wij hebben het startschot gegeven, maar daarna heeft de revolutie ons gewoon overspoeld. En dat is prima. Een maand geleden had niemand dur­ ven eisen dat de Staatsveiligheid zou worden ontmanteld, of dat po­ litiechefs in de gevangenis zouden vliegen. De ontmanteling van de Staatsveiligheid is nu een breed gedragen eis bij de hele bevolking. En enkele politiemensen zijn in­ middels gevangengezet voor hun misdaden tegen het volk.’

Wael Khalil heeft zich in die drie weken op tahrir voortdurend zor­ gen gemaakt, zegt hij. Zouden de demonstranten de moed niet ver­ liezen? Zouden ze niet te vroeg vic­ torie kraaien en genoegen nemen met halfslachtige, leugenachtige beloftes? Nu ziet hij dat die be­ kommernissen ongegrond waren. ‘Het was alsof het plein een eigen collectief brein had. als ik twit terde: ‘De arbeidersgroeperingen zouden nu in actie moeten komen en beginnen te staken,’ dan ge­ beurde dat de dag erna spontaan. als wij met een klein groepje oor deelden dat we de toestand moes­ ten laten escaleren, dan kon je er gif op innemen dat mensen elders op het plein tot precies dezelfde conclusie kwamen. Het was... fantastisch.’

De dag dat Moebarak opstap te, is er nog een groot volksfeest uitgebroken op Tahrir. Daarna is Wael Khalil naar huis gegaan. ‘Er was geen reden meer om te blij­ven. Ik wist: dit gaat niet meer ver­ loren. mensen nemen de revolutie gewoon mee naar huis. Het plein had zijn functie vervuld.’

Even sluit hij zijn grote, bruine ogen, en hij slikt iets weg. ‘Weet u, sinds ik zéstien ben is moebarak hier aan de macht. al mijn hele vol­ wassen leven ben ik aan het vech­ ten tegen die man en zijn hatelij­ke regime. tegen de corruptie en de folteringen, tegen de ellendige toestand in het land. En al even lang zeiden wij tegen elkaar met nieuwjaar: ‘Dít wordt het jaar.’ Op de duur zeiden we dat zelfs niet meer, omdat het een bittere grap werd. Nu maak ik het toch nog mee. En weet je wat het ergste is? Dat het zo makkelijk was.’ Hij schudt het hoofd. ‘Zo makkelijk.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234