Humo sprak met Jan Mulder

Twee dagen vóór de Rode Duivels de Verenigde Staten van Amerika tot hun juiste proporties terugbrengen, tref ik de gevierde Jan Mulder in een hoofdstedelijk hotel in de luwte achter de Muntschouwburg.

De ex-sterspeler van RSC Anderlecht en ex-Ajacied, tevens columnist, voetbalanalyticus en televisie-persoonlijkheid in Noord en Zuid, is in blakende welstand. Ook op deze buiige zondag draagt hij het soort aanstekelijke levenslust uit dat in zijn columns zindert – laat ik hem even citeren: ‘Je bent gelukkig thuis, de boel loopt gesmeerd, de toekomst lacht je toe, je bent op het toppunt van je kunnen, je wilt de rest van de wereld van je aantrekkelijkheid mee laten genieten, je hebt zelf ook zin (want in topvorm), alles lukt, ze komen als vliegen op de stroop af en je bent van de weeromstuit promiscue, allemaal dankzij die goede relatie. Zó zit het.’

Zijn goede relatie, die ook een haast mythisch personage in zijn columns is, heet Johanna. Ze is een dagje overgekomen uit Nieuwolda, hun woonplaats in de Nederlandse provincie Groningen. Jan heeft zijn vrouw net uitgewuifd en zegt: ‘Ik heb een weekendhuwelijk. En dat kan ik iedereen aanbevelen!’ Maar eerst even ernstig nu: tussen 1965 en 1972 zijn Johanna en Jan Mulder, zondagskinderen, erg gelukkig geweest in Brussel.

Jan Mulder «Ik ben in de loop van tientallen jaren als vaag toerist naar Brussel teruggekeerd, een toerist met een vervagend verleden bij RSC Anderlecht. Zo’n verleden waarvan je je steeds vaker afvraagt: ‘Wat wás dat nu precies?’ Maar nu ik hier één maand lang in een hotel in het centrum verblijf, is het alsof ik weer in Brussel woon. Gisteren liep ik hier met Johanna en ik zei: ‘Ach, Johanna, ónze stad!’ Johanna had hier wel willen blijven wonen – ze heeft nooit aan Amsterdam kunnen wennen. Ik dan weer wel. Maar goed, ik geniet hier overdag volop van de binnenstad en om vier, vijf uur ga ik naar mijn werk. Ik heb iets te doen in Brussel. Het leven heeft weer zin!»

HUMO In je boek ‘Chez Stans’ heb je je gouden jaren in Brussel hartstochtelijk en romanesk beschreven. Vind je nog iets terug van dat Brussel van toen?

Mulder «Ik wel. Ook als het er niet meer is, kan ik met plezier denken: ‘Ooit was hier een etablissement waar Johanna en ik altijd turbot sauce dijonnaise aten.’ Brussel is op z’n zachtst gezegd wel een klein beetje veranderd, maar ’t is ook verfraaid, zeker hier in de binnenstad. Prettiger straten dan vroeger.»

HUMO Jan, heb jij in je leven ooit iets met tegenzin gedaan, behalve in 1975 afscheid nemen van het profvoetbal, wegens een noodlottige knieblessure?

Mulder «Zelfs dat niet. ’t Zal wel met een soort trouweloosheid te maken hebben. Terwijl ik zó’n voetballertje was. Vanaf mijn zesde al. Ineens hield dat op. Ik moet er wel bij vertellen dat mijn afscheid van het profvoetbal een aanloop had: blessures, operaties, en dan met mijn goede mentaliteit – altijd vrolijk – weer beginnen te trainen in een hoekje van het veld, terwijl de andere Ajacieden zich op de wedstrijd tegen Club Atlético Independiente aan het voorbereiden waren. Voetbal ziet er vaak geweldig uit – neem nu gisteravond. Rodriguez van Colombia. Heb je het gezien?»

HUMO Neen.

Mulder «Ach man, er gebeurde iets wonderbaarlijks met die jongen. Iets van een grote schoonheid. Maar voetbal is hard. Het ziet er veel makkelijker uit dan het is. Een zware sport: schoppen krijgen, uitputting. Ik was blij dat ik daarvan af was.»

HUMO Je was een publieks-speler, en dat ben je nog steeds. Maar goed, in 1975 moest je het ineens zonder publiek zien te redden.

Mulder «Ja, ik was echt iemand van The Glory Game: het aanzwellende geluid van het publiek in het stadion bij een lange dribbel. Heerlijk. De bal hoefde er voor mij niet eens in, na zo’n lange dribbel (lachje).»

HUMO Kon je wel genieten van de reacties van het publiek als je je volop op het spel moest concentreren?

Mulder «Jawel, en ik was ook wel geconcentreerd, want voor de helft was ik ook een resultaatspeler. Als de anderen bij Anderlecht even de kop lieten hangen, dan begon Jan Mulder net harder te werken: die reputatie had ik toen. Ik was zogenaamd een winnaar, maar verliezen vond ik al even mooi. Als je verloren hebt, en je zit met geschaafde schenen in de spelersbus: óók heerlijk.»

HUMO Aan wat je nu zegt, herken ik je romantische en misschien wel dichterlijke kijk op je leven.

Mulder «Toen ik voorzichtigjes begon te schrijven, had ik meteen de neiging er een kleine romantische slag aan te geven. Dat geef ik toe. Maar toen ik in 1975 moest stoppen met voetballen, heb ik er al bij al geen last van gehad. Nadien heb ik thuis wel een tijdje zitten nadenken, al ging dat nooit van: ‘Hoe moet het nu verder met mijn leven?’ Er was iets veeleer ondefinieerbaars in het spel. Ik hield zielsveel van voetballen, en alternatieven drongen zich niet meteen aan me op. Dat schrijven begon pas een jaar later, omdat iemand me om een stukje had gevraagd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234