Humo sprak met Marilyn Monroe (71): 'Als ik in bed alleen Chanel No. 5 draag, is dat omdat ik totaal niet meer in mijn pyjama's kan'

Misschien was het omdat ze zo onzeker was over zichzelf dat de voormalige seksgodin in 1962 een overdosis nam die haar ei zo na fataal werd. Nadat ze uit het ziekenuis was ontslagen, nam ze de draad weer op en verbaasde weldra de critici met haar rol van Mrs. Robinson in ‘The Graduate’. Pas nu ze goed en wel op pensioen is, krijgt ze eindelijk de erkenning die ze altijd hebben wou.

Ik pas mooi in het rijtje van al de andere mannen die ooit, het hart kloppend in de keel, op Marilyn Monroe hebben zitten wachten. Mijn voorgangers heetten Billy Wilder, Clark Gable, Laurence Oliver. Het lange wachten was ooit één van de weinige manieren waarop grootheden hun respect voor de allergrootsen mochten tonen. Reeds in de jaren vijftig stonden mannen nerveus te ijsberen, af en toe korzelige blikken werpend op dure polshorloges, wachtend tot zij aan de beurt waren. Monroe heeft altijd beweerd dat het niet uit ijdelheid was dat ze steevast veel te laat in de deuropening van haar rijdende loge of haar appartement verscheen: ze was, zegt ze, bang voor de onmogelijke eisen die haar sterrenstatus stelde.

Het is nu drie decennia geleden dat President Kennedy ongeduldig stond te wachten op Monroe’s gezongen versie van ‘Happy Birthday’ tijdens dat beroemde feestje in Madison Square Garden, waar de actrice per ongeluk werd aangekondigd als ‘wijlen Marilyn Monroe’. In de loop der jaren heeft de voormalige ster zowat iedereen die ooit haar lief was – de Kennedy’s, ex-man Joe DiMaggio, acteur Montgomery Clift – zien verdwijnen. Na de overdosis die haar bijna het boekje om hielp, verdween ze jarenlang van het toneel om dan haar comeback te maken, als de vrouw die ze, naar eigen zeggen, al had moeten zijn toen ze voor het eerst een screentest aflegde bij Twentieth Century Fox, in 1946.

Marilyn Monroe stopte met acteren nadat de opnamen voor haar voorlaatste film ‘Something’s got to give’ voortijdig waren stopgezet. Eén week later vond men haar, meer dood dan levend en helemaal alleen in haar chique woning in Brentwood: ze had genoeg pillen geslikt voor een heuse coma. Kort tevoren was er een eind gekomen aan haar amoreuze relatie met Robert Kennedy, de toenmalige minister van Justitie, die enkele jaren later vermoord zou worden. Toen ze weer op de been was, liet ze meteen weten dat ze nooit meer wilde acteren. Toch was ze nog één keer op het witte doek te zien, toen ze in ‘The Graduate’ de wat belegen verleidster Mrs. Robinson speelde (haar tegenspeler was Dustin Hoffman). Het vakbladVariety had eerste verontwaardigd geschreven dat Monroe voor de rol van Mrs. Robinson een ‘absurd idee’ was, maar ze bracht het er uitstekend van af. Blijkbaar had Monroe geen moeite om haar imago van suikerzoete blonde scharrel te ruilen voor dat van een keiharde, manipulatieve vrouw; haar rol leverde haar zelfs een oscar op – de enige die haar ooit te beurt viel. Daarna hield ze het filmwerk voor bekeken.

Marilyn Monroe is nu 71, en woont in Manhattan. Ze heeft een eigen bedrijfje, waarmee ze kunstzinnige low-budget films produceert, en houdt zich verder onledig met het schrijven van haar autobiografie en met een stichting voor kinderen van geestezieken. Regelmatig zet ze een stapje in de wereld aan de arm van Tom Wolfe of Woody Allen; die kon trouwens op Monroes steun rekenen toen hij overhoop lag met zijn ex Mia Farrow. Maar meestal houdt Marilyn zich gedeisd en schuwt ze de openbare belangstelling: de wintermaanden brengt ze door in haar apartment in Rome, ‘waar niemand me kent en waar ze me met rust laten’.

Ik heb maar drie kwartier moeten wachten: ze is dus zo goed als stipt op tijd. De vrouw die de kamer binnenkomt, is stevig gebouwd en blond. Ze heeft sproeten, ze glimlacht en haar haar zit in een warrige grijsblonde knoet bovenop haar hoofd. Ze is mooi op een prettige, doodgewone manier: het is duidelijk dat ze zich nooit heeft laten strikken door de dieetrage, de plastische-chirurgietrend of de liposuctiewoede. In de buurt van haar mondhoeken is haar huid wat slap. Tussen haar wenkbrauwen lopen twee diepe rimpels. De vrouw die vroeger een hekel had aan onhandige jurken met opgestikte pareltjes en strass-tranen, loopt er nu gewoon gekleed bij: lange broek, een los topje met bloemetjesmotief, platte schoenen. Als ik haar zo zie – zonder make-up, met ongekamde haren – moet ik meteen denken aan het andere uiterste: de steeds zeer opgetutte Elizabeth Taylor.

- Mevrouw Monroe, na een aantal grote successen in de jaren ’50 en het begin van de jaren ’60, bent u plots gestopt met acteren. Waarom eigenlijk?

Marilyn Monroe «Eén van de verstandigste dingen die men over me heeft gezegd, is dat ik nooit echt geïnteresseerd ben geweest in acteerwerk. Nooit. Lee Strasberg, de grote baas van de Actor’s Studio in New York heeft geprobeerd me zijn beroemde methode aan te leren. Hij zei tegen iedereen dat acteren me wél interesseerde, maar dat zei hij alleen om mij te verdedigen. Toen ik op de Actor’s Studio zat, had ik het verschrikkelijk moeilijk met de techniek en met de acteursdiscipline.»

- U vond het echt niet leuk?

Monroe «Ik had vooral moeite om voldoende belangstelling voor het acteren te blijven opbrengen. Voor mij ging het er alleen maar om een echte filmster te worden, en zo te ontsnappen uit de melige wereld waarin ik was opgegroeid. Ik wilde vooral bewonderd en een beetje gerespecteerd worden. Pas toen het veel te laat was, besefte ik dat de filmindustrie me lager en lager inschatte naarmate ik rijker en beroemder werd als sekssymbool. Bovendien kreeg ik ook steeds meer een hekel aan mezelf. Ik heb nooit echt willen acteren; ik wilde schitteren en ik wilde dat de mensen van me hielden.»

- Kwam u dan zoveel liefde tekort?

Monroe «Weet je: ik ben in Hollywood opgegroeid. Wat ik me uit mijn jeugd herinner, was dar ik nu weer eens in het ene, dan in het andere gezin werd gedropt. Mijn moeder was ofwel veel te ziek, ofwel veel te arm om echt voor me te kunnen zorgen. Ik was een buitenechtelijk kind, weet je? Het enige wat ik kon doen, was mijn ogen sluiten voor de werkelijkheid en al mijn aandacht richten op die fenomenale droomfabriek, die, op enkele stappen van mijn voordeur, de ene glitterdroom na de andere de wereld instuurde. Soms maakte ik mezelf en de mensen wijs dat mijn moeder bij de film was en dat mijn natuurlijke vader een steracteur was geweest.»

- Uw vader: wie is dat?

Monroe «C. Stanley Gifford. Een kerel die nooit de moeite heeft genomen om me te leren kennen, zelfs jaren later niet, toen ik hem best een pak geld had kunnen toestoppen. Ik had toen poen zat – ik neem aan dat hij me dus écht niet wilde zien!»

- In ‘Some Like It Hot’ speelt u de rol van Sugar Kane en zegt u die bekende repliek: ‘Ik ben niet bijster snugger en laat me altijd afschepen met het afgesabbelde eindje van de lolly…’ Voelde u zich echt zo, toen u op het toppunt van uw carrière stond?

Monroe «Ja. Of toch… Nee. Ik weet he niet. Het was allemaal erg verwarrend. Ik vond het vreselijk dat ik altijd maar het stereotiepe domme blondje moest spelen, maar tegelijk was dat domme blondje ook mijn hoogstpersoonlijke vluchtroute. Darryl Zanuck heeft altijd beweerd dat ik een dom wicht zonder hersenen was – en dat verbeterde er natuurlijk niet op toen ik weigerde met hem naar bed te gaan. En toch bleef hij me bestoken met voorstellen voor allerlei rare films die hij perse met mij wilde maken. Ik had er de pest in, maar tegelijk was ik eraan verslaafd – ik bedoel: ik had die aandacht echt nodig. Het werd steeds erger, tot ik op een dag op het randje van een depressie stond. Tjonge… Ik vind het echt moeilijk om over die beroerde tijd te praten.»

- Maar u was toch invloedrijk genoeg om te zeggen: 'Dat scenario doe ik en met DAT scenario wil ik niets te maken hebben’? Of niet?

Monroe «Scenario’s goedkeuren of afkeuren? Het enige wat ik kon doen was gewoon niet komen opdagen voor scènes die me de strot uitkwamen. Als ik vond dat een lipstick de verkeerde kleur of de verkeerde smaak had, bleef ik gewoon weg. Er was een deel van mijn persoonlijkheid dat daar wel bij voer, omdat Hollywood soms een eindeloze oceaan van van liefde en bewondering leek; maar tegelijk waren er de kerels van de studio, die steeds maar bleven zeggen dat ik achter mijn tieten moest lopen en met mijn kont moest draaien. En dan had je Lee Strasberg en een boel andere kerels die vonden dat ik maar beter Lady Macbeth kon spelen. Maar ik wist drommels goed dat het spelen van grote klassieke rollen niet aan me besteed was. Kom nou: dat wist toch iedereen! Maar ik deed toch mijn best en werkte ik me in het zweet: het was allemaal erg pathetisch. Ik slikte Nembutal en ik liet me vrolijk vollopen, om me niet de vraag te hoeven stellen: ‘Wie ben je nou eigenlijk?’ Het was een belangrijke vraag, en ik had het gevoel dat ik de enige was die er geen zeg in had.»

- Toen u die overdosis nam, werd verteld dat u dat deed omdat Inge Morath, de vrouw van Arthur Miller, zwanger was geworden, amper één jaar nadat u en Arthur gescheiden waren.

Monroe «Ik hield echt van Arthur. En het klopt dat ik echt in de put raakte toen ik erachter kwam dat hij, zo kort na ons huwelijk, een kind zou krijgen bij iemand anders. Maar ik was in die tijd volledig verdoofd. Er was niets dat me nog kon schelen. Als ik terugdenk aan die periode is het één warrige boel, een heksenketel van afspraken bij dokters, sessies bij zielenknijpers, urenlang naar het plafond staren in hospitaalkamers. Ik denk dat al die behandelingen en remedies uiteindelijk een vreemde vorm van verslaving waren geworden.»

- Een soort bevestiging dat mensen om u gaven?

Monroe «Wellicht. En een soort verzekeringspolis.»

- Tegen welk onheil?

Monroe «Het spook van de waanzin. Ik was gewoon bang dat ik gek zou worden, dat ik zou flippen. Omdat zowel mijn moeder als mijn grootmoeder problemen met hun geestelijke gezondheid hadden gehad, raakte ik er stilaan van overtuigd dat alle Monroes mafkezen waren. Eén van mijn allereerste jeugdherinneringen is die aan mijn oma Della, die me probeerde te verstikken met een hoofdkussen terwijl ik bij haar thuis op de bank lag te soezen. Ik was toen vier! Mijn moeder liep van het ene sanatorium naar het andere. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat het me vroeg of laat ook wel eens zou overkomen. Toen ik dan in psychoanalyse ging en met al die privé-dokters begon te praten, zeiden ze me meteen dat ik vreselijk ziek was, dat ik neurotisch was, dat mijn relaties daarom steeds weer op de klippen liepen. Een dagje Marilyn Monroe draaide steevast uit op een soort wereldcongres psychiatrie. Na die geschiedenis met die overdosis pillen werd ik plots wakker in een hospitaal en besefte ik… Nou ja, ik weet het niet precies… Ik wist dat het probleem er voor een groot deel in bestond dat ik veel te veel met mezelf bezig was. Ik had niet nog eens een reeks sessies nodig bij een therapeut nodig; ik moest gewoon maar eens een tijdje ophouden met me af te vragen hoe goed ik nu eigenlijk was, en wat andere mensen wel van me zouden denken, en wat mijn fans nu weer wilden horen of zien. Zo angstaanjagend was acteren voor mij.

»Als ik het nu zie wat voor getalenteerde vrouwen er na mij zijn gekomen – Jane Fonda, Vanessa Redgrave, Meryl Streep – dan denk ik… Hemeltjelief, wat een fantastische meiden! Wat een talent! En als ik nu Michelle Pfeiffer of Susan Sarandon bezig zie, dan zie ik ook wel dat ze talent hebben, dat ze zo anders zijn. Alhoewel, die kleine Stone, die zou best wel eens gefrustreerd kunnen kunnen raken… Ik maak me wel eens zorgen over haar… En als ik die meiden hun werk vergelijk met mijn gestuntel… Ik, de platinablonde vamp met de trillende volle lippen… ‘De nieuwe Jane Harlow’ noemden ze me, weet je nog?»

- Welke goede raad zou u Sharon Stone geven?

Monroe «Afgezien van het feit dat ze er beter aan zou doen haar slipje aan te houden, bedoel je? Ik zou haar zeggen dat het beter is om opgemerkt te worden omdat je goed werk geleverd hebt, dan omdat je iemand aan de kook hebt gebracht. En geloof me: platte verleiding en acteerprestaties gaan nooit samen.»

- U vindt dus niet dat u een betekenisvolle bijdrage hebt geleverd aan…

Monroe «Ik? Een bijdrage? Laat me niet lachen! Ik kijk nooit meer naar mijn films van vroeger. Het is meer dan dertig jaar geleden dat ik nog naar ‘Gentlemen Prefer Blondes’ heb gekeken heb. Die films waren al oudbollig toen ze pas uit waren! In het begin van de jaren ’60 was er al volop sprake van nieuwe vormen van seksualiteitsbeleving en van bevrijding en zo, maar voor die geile apen van de studio’s moest ik nog steeds rondhossen in dat keurslijfje van verleidelijke onschuld, met veelal neergeslagen oogleden. Het was compleet waanzinnig: ik mocht wat rondscharrelen in jurken die echt alles lieten zien, zolang maar niet duidelijk was dat ik een seksueel wezen was. Voor reclamefoto’s moest ik weer hagelblanke spulletjes aantrekken: de maagdelijk-zuivere seksbom, stel je voor! Toen ik Nathalie Wood aan het werk zag ik ‘Splendor in the grass’ of de films van James Dean bekeek, huilde ik als een kind. Waarom mocht ik nooit eens zo gewoon modern doen? Liz Taylor kreeg ‘Cat on a Hot Tin Roof’ en ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’, maar ik moest het stellen met ‘Let’s Make Love’. Daar moet ik toch geen tekeningetje bij maken?»

- Dateert die rivaliteit tussen u en Liz Taylor uit die periode?

Monroe «Kom, kom… Die rivaliteit is gewoon buiten elke verhouding opgeblazen. Ik heb geen enkel probleem met Liz Taylor. Heel af en toe komt haar ‘Koningin van Hollywood’-gedoe me lelijk de strot uit, dat is alles. Joe DiMaggio noemde Hollywood altijd Phoneyville: Wassen-Neuzenlaan 1. Telkens als Liz Taylor zich in het openbaar vertoont, moet ik Joe weer eens gelijk geven. Zie ze daar lopen, die flinke jongens uit Hollywood, die o zo gretig hun portefeuille trekken als ze geld mogen geven voor aids of voor kanker of voor andere goede doelen. Het is één van de meest ontregelde plekken op deze aardbol.»

- Waarom?

Monroe «Omdat Hollywood zo verdomd handig is in het vermalen van talent en omdat het zo in eeuwigdurende aanbidding ligt voor al wat naar geld ruikt. Maar niet omdat Hollywood de ene psychopaat na de andere afscheidt. Als de rechtse rakkers het ooit voor het zeggen krijgen in Hollywood, dan ga je pas iets meemaken.»

- Laten we het nog eens over uw overdosis in 1962 hebben. Men neemt algemeen aan dat u hoopte dat Robert Kennedy, die toen uw minnaar was, zijn vrouw zou verlaten. Toen u vernam dat hij dat niet zou doen, ging u compleet overslag…

Monroe «Ik wil er niet over praten. Toen president John Kennedy en Minister van Justitie Robert Kennedy werden doodgeschoten, heb ik beloofd dat ik er nooit over zou praten. Ze waren allebei heel fatsoenlijke mannen. Heel ongelukkig, maar heel fatsoenlijk.»

- Ongelukkig?

Monroe «En of. De ene was getrouwd met een Katholieke pilarenbijter; de andere met een fetisjiste die bloedgeil werd van zijn behangpapier. Hoe zou je zelf zijn?»

- Aan uw relatie met de Kennedy’s wordt nu niet meer getwijfeld. Ik vraag me af…

Monroe «Er is daar veel te veel onzin over geschreven. Er wordt nog steeds verteld dat ik op de avond van de 45ste verjaardag van John F. door de ene aan de andere Kennedy werd overhandigd, als een soort zwerfkat die ze ergens in een steeg hadden gevonden. Allemaal flauwekul! Zo zie je maar hoe de mensen over me dachten, in die tijd. Ik was een ding, een leuke knuffel, die je na gebruik in de schoot van een ander kon dumpen. Iemand schreef ooit dat ik een kind van Bobby Kennedy had laten aborteren. Denk je nu echt dat ik daar, na drie huwelijken, zelfs maar aan had kunnen denken? In die tijd zou ik om het even wat gedaan hebben om een kind te kriijgen.»

- Er zijn mensen die Clinton als een soort nieuwe Kennedy zien…

Monroe «Bill Clinton is best een gave vent. En Hillary is exact het soort vrouw dat ik had willen zijn. Goed opgevoed, verstandig. Echt iemand die ik kan bewonderen, geloof me.»

- Hij krijgt wel een heleboel over zich heen, hé?

Monroe «Tja… Misschien is hij wel een beetje loslippig of onvoorzichtig geweest, maar ik weet zeker dat hij er de man niet naar is om zomaar vrouwen lastig te vallen of te bepotelen. Mannen met grootse ideeën, die vallen voor vrouwen… In mijn tijd deden we daar helemaal niet zo druk over. Je kon er geen rooie duit aan verdienen als je ze voor de rechtbank sleepte. Ik ben blij dat ik niet langer tot dat ras van vrouwen behoor dat het moet hebben van hun mooie snoetje en presidenten moet opgeilen om aan de bak te komen.»

- Wat bent u dan wél geworden?

Monroe «Nuchter, schat. En evenwichtig.»

- En feministe?

Monroe «Mja… Nee, niet echt.»

- In de jaren ’70 was u dik bevriend met Gloria Steinem en de andere kopstukken van de vrouwenbeweging in New York.

Monroe «Ik had toen pas mijn oscar gekregen voor mijn rol als Mrs. Robinson. Na mijn ongeval met die pillen, wilde ik me vooral bezighouden met mijn productiemaatschappij, een vennootschap dat ik al in ’53 had opgericht en die een slapend bestaan had geleid. Maar ik was er, heel diep in mij, heel zeker van dat ik ècht kon acteren. Ik wist dat ik een mooi rolletje had neergezet in ‘The Misfits’. Nou ja, je moet al wel een geweldige kluns zijn om een script van Arthur Miller te verknoeien, en John Huston had de regie, dus… Maar toch kwam ‘The Misfits’ nooit echt van de grond. Toen dan Mike Nichols een geweldig risico nam en me de rol aanbood, wist ik het meteen. We gingen samen lunchen en hij zei me waar het op stond: ik moest de rol spelen van een gretige, hongerige, gefrustreerde, verveelde volwassen vrouw. Alles wat met bekoorlijkheid en verleiding had te maken, moest het raam uit, samen met mijn zoete stemmetje. En toen het zo ver was, waren al die dingen dan ook gewoon weg – gesmolten van pure dankbaarheid, van pure opluchting. Voor het eerst mocht ik voor het oog van de camera een complex, volwassen personage met levenservaring neerzetten. Toen ik dan de oscar kreeg, schreef Gloria me een briefje, we maakten een afspraak en we hadden een paar fijne gesprekken. Ze had een hele duidelijke visie op een heleboel toestanden. Ik heb toen een aantal feministische publicaties gelezen die Gloria me had aanbevolen. Ik leerde ook haar vrienden en vriendinnen kennen. Op den duur kwam een hele bende van het tijdschrift The Village Voice hier over de vloer: we zaten met z’n allen op het tapijt en maar praten. Over alles en nog wat, en over hoe de dingen aan het veranderen waren voor vrouwen…

»Aanvankelijk voelde ik me een beetje schuldig: tenslotte was ik mijn leven lang een onderdeel van het hele vrouwonvriendelijke raderwerk geweest. Een radertje in de onderdrukkingsmachine. Maar uiteindelijk was ik ook niet veel meer dan een oud, verroest radertje, dat er zich plots rekenschap van gaf dat het in het leven om meer gaat dan bij mannen in de smaak vallen en blijven zoeken naar de perfecte echtgenoot. Die vriendschap deed me goed. Ik had eerder al wel vriendinnen gehad, maar dat waren dan ofwel echte moederfiguren, of anders personeel, meisjes die voor mij werkten. En tal van mijn vriendinnen werden uiteindelijk vreselijk jaloers. Op een keer probeerde Joan Crawford me te versieren…»

- Echt waar?

Monroe «Zeker weten – maar daarna begon ze te zeuren: ik was verantwoordelijk voor de verloedering van de morele normen bij de jeugd, omdat ik zulke spannende jurken durfde dragen. Hoe het ook zij: Gloria stelde voor dat ik zou kappen met acteren en me vooral zou toeleggen op produceren. Ik begon plots in te zien dat ik helemaal geen dom gansje was; alleen ondervond ik dat ik minder bedreigend overkwam als mensen me als een kneusje mochten behandelen. Neem nou Arthur Miller: die heeft altijd beweerd dat ik geen enkele belangstelling had voor de politiek, maar des te meer voor politici. En dat was dan de man van wie men zegt dat hij me het meest respecteerde!»

- Maar u bent nooit echt actief geweest in de politieke aspecten van de vrouwenbeweging…

Monroe «Na een tijdje voelde ik me weer ingesloten: het leek wel alsof mijn vriendinnen plots een nieuwe kring van raadgevers om me hadden gevormd. Ik wilde in geen geval opnieuw iemands mascotte worden – zelfs niet van een groep intelligente feministische meiden.»

- En de echte partijpolitiek? Men vertelt dat iemand u ooit vroeg wat een communist was en dat u antwoordde: ‘Nou, dat zijn toch die lui die voor het volk zijn, niet?’ Terwijl u toch naast Arthur Miller mocht zitten toen hij moest voorkomen voor dat comité van senator McCarthy, het Comité voor Anti-Amerikaanse Activiteiten? Kon u, midden in die anticommunistische heksenjacht, echt zo naïef zijn?

Monroe «Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoiets stom zou hebben gezegd. Het klinkt helemaal als één van die leugens die de studio’s door hun journalisten lieten verspreiden. Ze vonden het leuk me als een domme gans voor te stellen. Ik was er me echt wel bewust van dat ik een democraat was, en geen republikein, en ik ben nog altijd lid. Nancy Reagan heeft wel honderd keer geprobeerd om me uit te nodigen voor één van haar theekransjes op het Witte Huis, met al die dunne, graatmagere dames van haar goede werken. Maar ik heb nooit toegezegd. Joe DiMaggio zei altijd al: ‘Het enige wat telt is dat je verdomd goed moet weten voor welke ploeg je nu eigenlijk speelt’ Ik weet ook wel dat ik voor de soldaten in Korea ben gaan optreden. Ik heb me zelfs met mijn hoofd naar beneden door een helikopter laten optakelen, om hen een plezier te doen. Maar toen ze me later vroegen om in Vietnam hetzelfde te gaan doen, heb ik nee gezegd. Nixon heeft me toen een gebrek aan vaderlandsliefde verweten, maar dat kon me geen zak schelen.»

- U bent zich dus niet met politiek gaan bezighouden om Arthur Miller een plezier te doen, omdat u toevallig zijn vrouw was?

Monroe «Ben je gek?Ik ben met Arthur getrouwd omdat ik vond dat hij een genie was, maar binnen de kortste keren werd hij mijn oppas. Hij schreef bijna niets meer toen we samen waren. Daar voelde ik me echt schuldig over. Bovendien voelde ik me steeds meer inferieur naast die superintellectueel die Miller was – hij was de man die mijn mentor had moeten zijn, de man die me had moeten redden. Toen ons huwelijk op zijn laatste benen liep, kon ik niets eens meer werken: ik was ofwel dronken, of ik zat onder de pillen. Ik was altijd te laat. Bij de opnamen van ‘Some Like It Hot’ kreeg Billy Wilder een regelrechte hekel aan me. Met mij werken, zei hij, is zoals in een vliegtuig zitten met een krankzinnige aan boord. Hij zei me in mijn gezicht dat ik me moest schamen.»

- Ook met Tony Curtis kreeg u herrie, op de set van ‘Some Like It Hot’

Monroe «Ja. Zeker die keer toen hij zegde dat het leuker was Hitler te kussen dan Marilyn Monroe.»

- En was het leuk om Tony Curtis te kussen?

Monroe «Wat ik je wel kan vertellen is dit: hij mag dan al hebben lopen zeuren over die hoge hakken die hij op de set moest dragen, hij hield ze toch maar lekker aan tijdens de lunchpauze. En kijk hem nu eens! De mensen interpreteerden me helemaal verkeerd als ik overal te laat op het appèl verscheen. Kay Gable, de weduwe van Clark, heeft me er zowat van beschuldigd dat ik verantwoordelijk was voor de dood van haar man. Het was mijn fout, zei ze, omdat ik hem zo vaak voor aap had gezet en hij zo dikwijls op me had staan wachten, midden in de woestijn van Nevada, toen we ‘The Misfits’ draaiden. Maar toen zat ik helemaal in een knoop. Ik slikte kilo’s barbituraten en kende een hoop trucs om die pillen sneller te doen werken. Toen gebeurde dat ongeluk met die overdosis, en daarna kreeg ik langzaam alles weer onder controle. Jarenlang was ik stilletjes weggezakt in een stinkende modderpoel van bewondering en complimentjes. Paula Strassberg zei me dat ik populairder was dan Jezus Christus en ik denk dat ik het op den duur nog geloofde ook.»

- In 1962 bent u dan naar New York verhuisd. U kocht er dit appartement…

Monroe «Juist. Het begin van een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Daarna ging ik op reis in Europa, waar ik bij vrienden en familie terecht kon.»

- Filmvrienden?

Monroe «Ik bleef bijna zes maanden logeren bij Prins Rainier en Prinses Grace van Monaco. Pas als je een hele ploeg butlers om je heen hebt die je onderbroekjes netjes op hun plaats leggen krijg je een betere kijk op de Amerikaanse Pretenties… Daarna logeerde ik een tijdje bij Ava Gardner in Londen: ze had er al een tijdje een appartement gekocht waar ze later wilde terugtrekken. Toen ik dan eindelijk Marilyn Monroe Productions opnieuw opstartte, was ik helemaal genezen. En er was geen vent bij me in de buurt.»

- U bent toch een tijdje met Omar Sharif uit geweest. En u hebt Warren Beaty zo’n beetje bemoederd. En u werd in het gezelschap van Sinatra gesignaleerd, na zijn scheiding van Mia Farrow. Maar getrouwd bent u nooit meer, na Miller.

Monroe «Toen ik eenmaal wist dat ik nooit kinderen zou kunnen krijgen, zag ik geen echte reden meer om te trouwen. Ik had mijn leven lang getracht me ervan te overtuigen dat ik verliefd was en dat wie me hielp of die vriendelijk tegen me was, ook wel verliefd op mij zou zijn.»

- Bent u dan nooit echt verliefd geweest?

Monroe «Al mijn liefdesrelaties staan bol van het narcisme. Al de mensen waar ik ooit van hield moesten deel uitmaken van mijn persoonlijke mythe. Joe DiMaggio bijvoorbeeld was één van Amerika’s nationale helden, bijna in dezelfde mate als ikzelf; maar toch waren we niet tevreden samen. We maakten voortdurend ruzie. Hij was ongelooflijk jaloers. Echt een Italiaanse macho.»

- Men vertelde dat DiMaggio u wel eens hardhandig aanpakte. U droeg toen vaak een zonnebril.

Monroe «Dat was omdat mijn pupillen even groot waren als desertbordjes. Nee hoor… Joe was best een fijne vent. Maar jaloers! Vijf minuten voor we ergens heen moesten, kon hij plots roepen ‘Godverdomme Marilyn! Het moet nu maar eens uit zijn met je tieten aan iedereen te laten zien. Je bent godverdomme mijn vrouw. Je loopt erbij als een ordinaire soldaten-pin-up…’ En dan moest ik eten, heel veel eten, zodat ik veel te vet werd. Hij wist drommels goed dat ik moest lijnen, maar mijnheer bakte van die sappige reuzensteaks, voor het ontbijt, stel je voor! Ik denk dat hij hoopte dat die lui van Hollywood op me uitgekeken zouden raken, dan was ik helemaal van hem alleen. Ik had een naaister in dienst die voltijds bezig was mijn jurken te verbreden…»

- Maar geen enkele van uw echtgenoten heeft u echt slecht behandeld?

Monroe «Nee hoor. Maar ze hadden wel hun handen vol met me! Ik stond erop dat ze me voortdurend zegden dat ik mooi was. Dat moesten ze wel vijftig keer per dag doen. Arthur Miller werd er compleet kierewiet van, maar ikd acht dat ik hem fysieke schoonheid verschuldigd was, dus wilde ik op dat punt erg vaak gerustgesteld worden. De keerzijde van de medaille was dat ik me vaak in de spiegel bekeek en me dan afvroeg waar ze zich toch zo druk over maakten. Toen we ‘Some Like It Hot’ draaiden, moesten ze me letterlijk in mijn jurken naaien. Ik puilde uit van het vet, ik kon niet eens gaan zitten of alles scheurde open. Mijn kont was reusachtig groot, mijn maag puilde uit,… Oh God… Mijn idee van elegantie was Lauren Bacall, niet het soort opgeblazen schoonheidskoningin dat ik moest voorstellen.»

- Maar alle mannen waren toch echt gek op u?

Monroe «Ze waren gek op de illusie. Maar de werkelijkheid stelde hen erg teleur. Ik heb eens ooit een boekje gevonden waarin Miller had geschreven dat hij met een engel getrouwd was, maar dat hij zich bekocht voelde. Was ik ontgoocheld, zeg… Omdat ze een soort droomvrouw van me gemaakt hadden, kon ik alleen maar een ontgoocheling zijn voor de mannen die voor me vielen.

»Ik was echt opgelucht toen ik weer alleen was. Op het eind van de jaren ’60 vroeg Coco Chanel me eens of ik geen reclamecampagne wilde doen. Ik had namelijk ooit eens gezegd dat ik in bed alleen Chanel No. 5 droeg. Maar ik heb tegen ze gezegd: kijk nou eens hoe ik eruit zie. De enige reden waarom ik alleen Chanel No. 5 draag als ik naar bed ga, is dat ik geen pyjama’s meer vind die groot genoeg zijn.»

- Zijn er dingen waar u spijt van heeft?

Monroe «Tuurlijk; jongen… Begin maar te schrijven. Jimmy Dougherty (Monroe’s eerste man), Joe, Arthur, Joe en Buddy, de hele psychoanalysetoestand, het zelfbedrog, de panische angst. En al die verloren tijd. (Lacht) En dit interview, waar maar geen einde aan lijkt te komen.»

- En het feit dat u nooit een kind heeft gehad?

Monroe «Nou, daar heb ik nu minder last van. Tenslotte ben ik zowat gedurende de helft van mijn volwassen leven zelf een kind geweest. Dat was mijn manier van werken: ik zorgde ervoor dat de mensen zich op alle mogelijke en onmogelijke manieren uitsloofden om het kleine meisje te plezieren. Iedereen behandelde me als een Shirley Temple-achtig kindsterretje mét tieten en ik speelde die rol. Tot ik op een dag begreep dat ik ermee moest stoppen. Een tijdlang dacht ik dat ik volwassen zou worden als ik zelf een kind kreeg. Maar in plaats van aan een nieuw leven te werken, begon ik met de dood te flirten. Zo! Mooi zinnetje om mee af te sluiten. Kunnen we hier stoppen?»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234