Humo sprak met Renaat Landuyt (SP.A), minister van Mobiliteit

Met een bizarre mix van bijtende ironie, zelfrelativerende kwinkslagen en eigengereide handigheidjes houdt Renaat Landuyt (SP.A) nu al bijna vijftien jaar stand in de Wetstraat. Toen hij op 24 november 1991 met een gelukje in de Kamer van Volksvertegenwoordigers belandde, vroeg zijn vader - gepensioneerd varkenshandelaar en nuchtere West-Vlaming - wat dat nu precies was, 'het parlement'. En ook nu nog loopt de minister van Mobiliteit graag even langs in het ouderlijk huis: 'Als mijn ouders zeggen: ge zijt goed bezig, Renaat, zie je ze denken: maar Leterme toch ook.'


HUMO: U bent nu bevoegd voor superboetes en nachtvluchten: veel arbeidsvreugde kan er het afgelopen jaar niet bij geweest zijn, of vergissen we ons?

RENAAT LANDUYT « Ik heb me zelden zo geamuseerd als het laatste jaar. Ik heb natuurlijk twee aartsmoeilijke dossiers geërfd, maar ze geven me wel veel voldoening. Ik moet oplossingen proberen te vinden via de juridische weg: daar heb ik altijd op gekickt.

» Toen ik eind jaren zeventig student-assistent was aan de universiteit van Leuven, werkte ik samen met de meest conservatieve professor die daar rondliep. Hij gaf een aantal grote bedrijven tips om zo weinig mogelijk belastingen te betalen, ik had nog lang haar en hing radicaal-linkse ideeën aan. En toch konden we het uitstekend vinden: we begrepen mekaar op technisch-juridisch vlak.»


HUMO: Hoe verzeilt de zoon van katholieke West-Vlaamse middenstanders in godsnaam in langharig-linkse kringen?

LANDUYT « Ik ben politiek bewust geworden op 11 september 1973: die dag werd de Chileense president Salvador Allende vermoord. Ik had een grote bewondering voor die man: ondanks alle CIA-machinaties koos hij nooit voor geweld en bleef hij sociale hervormingen nastreven. Zijn dood heeft een diepe indruk op mij gemaakt, ze gaf me een soort wrok waar ik altijd op ben blijven teren.

» Ik zat toen op een Don Bosco-college, dat heeft ook meegespeeld: bij de salesianen was sociaal engagement véél belangrijker dan bij de jezuïeten. Iets later waren ze zo vriendelijk mij op 'strafweekend' te sturen naar een bijeenkomst van Christenen voor het Socialisme. Daar werd ik ingewijd in de ideeën van Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologen: ook dat heeft me sterk beïnvloed.

» En toen ik naar Leuven ging, nodigde Louis Tobback de studenten uit op de vergaderingen van de socialisten. De BSP was toen nog een echte vrijzinnige partij: onze profs werden gék van Tobbacks initiatief, maar ik was helemaal verkocht. Zijn praktische benadering van de politiek charmeerde mij enorm, al ben ik op ethisch vlak nooit zo conservatief geweest als Louis. Uiteindelijk ben ik lid van de socialisten geworden op de dag van mijn huwelijk: dat leek me wel mooi, qua symboliek (lacht)


HUMO: Nog meer helden, behalve Allende en Tobback?

LANDUYT « Mikhail Gorbatsjov: wegens zijn methode. Hij klom op door de oude, communistische structuren, bleef wachten en wachten, maar toen hij eenmaal aan de top zat, schafte hij het hele systeem af. En dan vertrok hij: prachtig! Dat is echt strategie uit de boekjes: je moet pas spreken als je iets te zeggen hebt.»


HUMO: En dus zwijgt u in de ministerraad vooral, naar verluidt.

LANDUYT « Ik kan zéér goed zwijgen: als ik mijn standpunt al eens gehoord heb, voel ik niet de behoefte het nog eens te formuleren. Dat is een Brugse reflex: zo'n vergadering hoeft niet langer te duren dan nodig (lacht). Het heeft ook zijn voordelen: soms weten de anderen niet wat mijn mening is.»


HUMO: Het is geen opportunisme?

LANDUYT « Dat ik zwijg, wil niet zeggen dat ik geen mening heb. In het partijbureau zit ik meestal naast Johan (Vande Lanotte, red.): als mij iets opvalt, zeg ik dat tegen hem. En dan hoor ik het wel terug in zijn interventie. Wie mij kent, weet dat ik geen opportunist ben.»


HUMO: Maar soms wel een zonderling: uw collega's in de Vlaamse regering trokken vaak grote ogen omdat u - terwijl zij discussieerden - met de voeten op tafel zat te tokkelen op uw draagbare computertje.

LANDUYT « Ik besef dat mijn nonchalance in de Vlaamse regering soms iets te ver ging: na verloop van tijd heb ik een beetje moeten inbinden. Zelfs de meest opgewonden discussies kon ik daar in grote rust aanschouwen. Dat was ook de rolverdeling met Steve Stevaert: als hij een signaal gaf, kwam ik tussenbeide en stuurde ik de discussie volledig in de war (lacht).

» Toen Steve partijvoorzitter werd en ik Vlaams vice-premier, is er - tot verbazing van mijn collega's - een andere Landuyt opgestaan: ik moest plots praten, ik kon me niet langer wegsteken. (pretoogjes) Ik heb enorm veel last van bescheidenheid.»


HUMO: U gedraagt zich graag als een outsider: op SP.A-congressen bent u meestal ergens achter in de zaal te vinden, leunend tegen een deurpost.

LANDUYT « Vroeger had ik zelf ook nooit veel respect voor de mensen op de eerste rij. In mijn jeugd was ik altijd 'de tegendraadse', 'de abnormale': naar leiders heb ik altijd gekeken met een lichte spot. Dat is niet veranderd nu ik er zelf één ben. De laatste tijd doe ik wel mijn best om vooraan te gaan zitten: veel mensen aanvaarden niet dat je lacht met je ministerschap. Maar het blijft wennen. Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor Louis Paul Boon: hij lachte met alle mensen, met de kleine maar óók met de grote.»


HUMO: Straks gaan ze in de partijtop nog denken dat u er een Gorbatsjov-agenda op nahoudt.

LANDUYT (lacht) « Dan zet ik ze wéér op een dwaalspoor.»

Voor het volledige interview, zie Humo 3410.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234