Humo sprak met Rik Coolsaet: 'Wie Syriëstrijders wil begrijpen, heeft meer aan 'Mad Max' dan aan de Koran'

Al een decennium of vier valt er in Vlaanderen niet over oorlog en vrede na te denken zonder op de achtergrond het bedaagde, lichtjes door een grote snor gedempte geluid van Rik Coolsaet te horen. ‘Ik ben ongerust dat een oorlog dichterbij komt.’

Nog voor hij de deur van de Gentse universiteit op 1 oktober definitief achter zich dichttrekt, zoeken we hem thuis in Jette op: hoe heeft hij, behalve zijn carrière, de Zomer van de Terreur beleefd?

HUMO ‘Een echte soixante-huitard, met een intens geloof in de maakbaarheid van de samenleving’, zo werd u in de krant door collega Carl Devos uitgewuifd.

Rik Coolsaet «In die maakbaarheid geloof ik volop, maar om een 68’er te zijn ben ik iets te jong. Op mijn 17de was ik met muziek bezig, niet met politiek. Ik was deejay. Dat twintig minuten lange nummer van John Lee Hooker: héérlijk. De klik kwam er pas in 1973, 1974, met de acties tegen minister van Landsverdediging Paul Vanden Boeynants, die een beroepsleger wilde en 30 miljard wilde besteden aan de vervanging van de F-16, en met de betogingen tegen het Griekse kolonelsregime… Alle nieuwe sociale bewegingen van die tijd, de vredesbeweging, de milieubeweging, de beweging voor internationale solidariteit, dát is mijn echte kweekvijver.»

HUMO U stond met André Van Halewyck aan de wieg van de progressieve uitgeverij Kritak, maar daar ging u na een jaar of zeven lopen.

Coolsaet «Ik had mijn buik vol van de jaarlijkse Frankfurter Buchmesse. En ik had vooral zin om mijn eigen boeken te schrijven in plaats van de boeken van anderen uit te geven. Je had toen de rakettenkwestie. Ik ben naar Louis Tobback, fractieleider van de SP in de Kamer, gestapt met de vraag: ‘Zal ik een jaar bij u komen werken om een vredesplan voor Europa uit te werken?’ Een paar maanden later werkte ik op de socialistische studiedienst SEVI, en ik ben nooit naar Kritak teruggekeerd.»

HUMO In uw vroege boeken ging het alsmaar over de overgrote militaire macht van het Amerikaanse leger na 1945. Bestaat die boosdoener vandaag nog?

Coolsaet «Anti-Amerikaanse gevoelens waren nooit mijn drijfveer, wel de wapenwedloop, de Koude Oorlog en de daarmee gepaard gaande onderdanigheid van de Europeanen ten opzichte van de VS. De Amerikaanse president Eisenhower had ooit de term ‘militair-industrieel complex’ gelanceerd, en ook ik ging er aanvankelijk van uit dat de militaire industrie ervoor zorgde dat de wapenwedloop bleef voortduren. In de loop der jaren heb ik begrepen dat die industrie dat alleen kan doen als de politiek daar ruimte voor laat. Kijk maar hoe Obama het heeft aangepakt: hij stond helemaal niet te springen om nieuwe oorlogen te beginnen na het Bush-tijdperk.»

HUMO Als ideoloog van de vredesbeweging hebt u alvast uw werkgever Louis Tobback weten te overtuigen van het dreigende gevaar: ‘Ik ben zeer pessimistisch,’ zei die in 1983 in de Kamer, ‘we zijn slechts een luciferlengte van de catastrofe verwijderd.’

Coolsaet «Tobback hoefde niet overtuigd te worden. Hij voelde die tijdgeest als geen ander aan en wou daartegen ingaan. Achteraf kun je zeggen dat het echt een worstcasescenario was, maar toen verwoordde hij een algemeen gevoel, omdat een aantal dingen samenkwamen. Ronald Reagan kwam aan de macht en met Brezjnev aan de Sovjetkant flakkerde de Koude Oorlog op, en de militaire technologie veranderde: de grote vrees was dat de Sovjets en de Amerikanen hun conflict in Europa zouden uitvechten met een nieuwe generatie kernwapens, terwijl ze zelf buiten schot bleven.»

HUMO De paddenstoel van de vernietigende kernbom was toen een alomtegenwoordig beeld. Vandaag is dat beeld weg, maar het gevaar is misschien reëler: je hebt terroristen die de beschaving genoeg verachten om een vuile bom te droppen.

Coolsaet «Die angst voor ‘de bom’ is weggeëbd omdat je niet langer de situatie hebt waarin twee supermachten het hele wereldgebeuren beheersen. Toen hoefde er maar één van beide een verkeerde beslissing te nemen om een Hiroshima op wereldschaal te krijgen. Het gebruik van een vuile bom door een terroristische groepering zou vandaag plaatselijk een gruwel zijn, maar niet het einde van de hele wereld.»


Een komma van Coolsaet

HUMO Vanaf 1988 werkte u als adjunct-kabinetschef op een aantal socialistische kabinetten, te beginnen met dat van minister van Defensie Guy Coëme (PS). Wikipedia herinnert zich maar één wapenfeit, uit 1991: de wereldencyclopedie noemt u ‘de architect van de dubbele Belgische weigering om tijdens de Golfoorlog granaten te leveren aan de Britten’.

Coolsaet «Denkt Wikipedia dat een Vlaamse socialist zoveel macht zou kunnen hebben op een kabinet van Franstalige socialisten, en dan nog op een ogenblik dat Guy ‘Dieu’ Spitaels partijvoorzitter was? Enfin, mij niet gelaten.»

HUMO Wat kunnen we dan aan Wikipedia als wapenfeiten voorstellen ter vervanging?

Coolsaet «In twee gevallen, eind jaren 80, had ik het gevoel mee een komma geschreven te hebben in de geschiedenis van de diplomatie. De Amerikanen en de Sovjets waren toen aan het onderhandelen en maakten ook afspraken over Europa. Op het kabinet van Defensie vonden we dat niet alleen de twee groten over het lot van Europa mochten beslissen. Wij, kleine Belgen, wilden ook een rol spelen. En tegen de wil van minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans in hebben we toen een parallelle dialoog met het Hongaarse en het Tsjechische leger opgezet – ‘een gestructureerde militaire dialoog’ noemden we dat (lachje), om de spanning tussen beide blokken te doen afnemen.»

HUMO En de tweede komma?

Coolsaet «Toen de Amerikanen en de Sovjets in 1988 besloten de middellangeafstandsraketten te verwijderen, gingen bij de NAVO stemmen op om de korteafstandswapens te moderniseren. De Belgische regering was daar geen voorstander van, want zoiets druiste in tegen de prille sfeer van ontspanning en wapenbeheersing, die gegroeid was met de nieuwe Sovjetleider Michail Gorbatsjov. Ik had intussen al vele jaren contact met Egon Bahr, de rechterhand van de voormalige Duitse bondskanselier Willy Brandt, ik heb hem ook op het kabinet uitgenodigd. De Duitse socialisten zaten toen weliswaar in de oppositie, maar Bahr had dagelijks contact met de toenmalige Duitse minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher. Bahr bracht ons vanwege Genscher de volgende boodschap: ‘Als jullie, Belgen, het verzet tegen de modernisering van die wapens kunnen volhouden, zullen wij Duitsers jullie binnen de NAVO níét openlijk steunen en zullen jullie alle shit over jullie heen krijgen, maar ik garandeer wel dat we na zes maanden jullie standpunt zullen volgen.’ Het werden lastige maanden voor de Belgische diplomaten, maar uiteindelijk is het zo gelopen: de modernisering was van de baan.»

HUMO En hoe bevielen de ministers van Buitenlandse Zaken waar u vervolgens voor werkte?

Coolsaet «Willy Claes was een blokbeest. Wanneer ik in het vliegtuig al eens sliep, bleef hij zijn dossiers bestuderen. Hij kende ze beter dan al zijn adviseurs samen, wat soms frustrerend was. En zijn kracht was dat hij de reële machtsverhoudingen kon opsnuiven: wat kunnen we doen, wat niet? Daarom kon hij in de Joegoslavische crisis boven zijn gewicht spelen en meedoen in het koor van de groten.

»Frank Vandenbroucke was een heel ander soort politicus. Als ik op Buitenlandse Zaken iets heb gedaan, was het vooral de uitwerking van een nieuwe Afrika-nota. Claes was daar niet in geïnteresseerd, terwijl Vandenbroucke in zijn allereerste week al besliste die oefening in gang te zetten. In de acht maanden dat hij buitenlandminister was, heeft hij de krijtlijnen voor een nieuw Afrikabeleid laten uittekenen, die vandaag nog altijd gelden. Zoals hij kon denken in termen van perspectief: wow!»

'Zoals Frank Vanden­broucke kon denken in termen van perspectief: wow!'

HUMO Is het een foute indruk dat ons ministerie van Buitenlandse Zaken in recentere jaren aan belang heeft ingeboet?

Coolsaet «Als je maar twee grote mogendheden hebt, kunnen kleine landen altijd wel kieren vinden waar ze zich doorheen kunnen wringen om zich te affirmeren, maar in de multipolaire wereldorde van vandaag is het spel veel ingewikkelder geworden. Kleine landen hebben aan macht en invloed ingeboet. België zat vanaf 2007 bovendien in een aanslepende politieke crisis: als je binnenlandse draagvlak instabiel is, kún je gewoon geen buitenlands beleid voeren. Als je in Congo goed bestuur gaat promoten, zeggen ze daar: ‘Ja, maar hoelang zal België nog bestaan? Breng eerst je eigen bollenwinkel in orde.’ Die crisis heeft de facto tot 2011 geduurd en we dragen er nog de gevolgen van. Onder Didier Reynders (MR) is er veel geïnvesteerd in het moderniseren van het apparaat, maar er ontbreekt een visie op wat in de huidige internationale context onze vitale belangen zijn.»

HUMO Midden jaren 90 kreeg u, als germanist uit Leuven, van de Gentse universiteit het hoogleraarschap internationale betrekkingen aangeboden: niet zo gebruikelijk in de academische wereld, dacht ik.

Coolsaet «Zoiets was toen makkelijker omdat er een nieuwe faculteit politieke wetenschappen werd opgericht: dan krijg je een nieuwe dynamiek. Dat ik van de KU Leuven kwam, heeft wel voor wrijvingen gezorgd. Professor Helmut Gaus had me op het kabinet opgezocht omdat hij voor de afdeling internationale betrekkingen iemand verkoos die de theorie en de praktijk van de diplomatie kon combineren.»

HUMO En het afscheid van de politieke wereld viel u licht?

Coolsaet «Ik was een jaar of 40, ik wou weleens iets anders. Ik was ook aan herbronning toe: de wereld was na 1989 ingrijpend veranderd. De expertise die ik in de jaren van de Koude Oorlog had opgebouwd, was minder nuttig op het kabinet.»

'Ik heb de dynamiek van Fouad Belkacem onderschat, toen hij met een steeds geweld­dadiger discours jongeren ging verzamelen.'

HUMO Aan het einde van uw academische carrière zegt Carl Devos, de voorzitter van uw vakgroep: ‘Uit het academische fabriekje rolt er geen Coolsaet meer.’ Een geëngageerd hoogleraarschap is een uitzondering geworden?

Coolsaet «Mijn uitgangspunt is altijd geweest: je wordt betaald door de gemeenschap, dus moet je iets teruggeven aan die gemeenschap. Maar mijn soort curriculum kan vandaag niet meer. In een boek als ‘De geschiedenis van de wereld van morgen’ heb ik uit alle menswetenschappelijke disciplines geput. Jonge academici worden in een specialisatie op de vierkante centimeter geduwd en horen daarbij te blijven. Het aantal A1-publicaties in wetenschappelijke tijdschriften is het heilige meetinstrument voor je academische carrière en is belangrijk voor de financiële middelen die je onderzoeksgroep krijgt – schrijf je er te weinig, dan straf je je groep. In de VS komt men terug van die fixatie op A1-publicaties, en ook Rik Torfs, de rector van de Leuvense universiteit, pleit daarvoor. Er komt dus wel een tegenbeweging – ooit.»


Cadeautje voor IS

HUMO Sinds 9/11 bent u vooral bekend als terrorisme-expert, en wel van het relativerende soort. Toen de golf van jihadi-terrorisme nog op gang moest komen, schreef u: ‘Al Qaeda is dood.’ Uw boek uit 2004 heette ‘De mythe Al Qaeda’. Terugblikkend: ongelukkige woordkeuzes?

Coolsaet (zucht) «Ja, want sommigen lazen nooit verder dan de titel. Maar wie wel die moeite wou doen, wist onmiddellijk waar dat op sloeg. In ‘De mythe Al Qaeda’ schreef ik dat de organisatie, onder meer door de Amerikaanse interventie in Afghanistan, niet langer wereldwijd terreuraanslagen kon plegen, maar ik voegde er meteen aan toe dat de mythe Al Qaeda voortleefde, en dat dat veel gevaarlijker is: zij inspireert lokale groepen en individuen tot doe-het-zelfterrorisme.»

HUMO U plaatste de huidige terroristische golf ook voortdurend in een historisch perspectief: er zijn niet méér aanslagen. Dat soort relativering wordt steeds minder gepikt. Een NRC-journalist die onlangs een stuk van soortgelijke strekking schreef, kreeg het halve land over zich heen. De ombudsman van die krant schreef: feiten bestaan vandaag niet meer in de opinievorming.

Coolsaet «Helemaal mee eens. Daarom is mijn suggestie in het hele debat over de islam en het terrorisme dat men beter zijn tong zeven keer omdraait en een keer diep ademhaalt voor men een mening begint te twitteren. Ik doe niet aan Twitter. En onmiddellijk na een aanslag geef ik bijna nooit commentaar.»

HUMO Was een relativering ook gepast toen Sharia4Belgium in de schijnwerpers kwam? In een interview in Knack in 2010 werd u ondervraagd over de kordate aanpak van de toenmalige Antwerpse burgemeester Patrick Janssens, inclusief dwangsommen, en het blad kon noteren: ‘Professor Coolsaet slaakt een zucht…’ Verkeerde reactie, zei u, overdreven hetze tegen een marginaal groepje. Sindsdien leverde Sharia4Belgium menige strijder voor het kalifaat.

Coolsaet «Bij de eerste groep Syriëgangers van 2012-’13 zaten inderdaad leden van Sharia4Belgium. Ik heb de dynamiek onderschat die Fouad Belkacem heeft ontwikkeld, toen hij op een systematische manier met een steeds gewelddadiger discours beïnvloedbare jongeren ging verzamelen. Voor die jongeren was religie niet zo belangrijk, wel het gevoel van eigenwaarde dat Belkacem hun bezorgde, de sfeer van broederschap, net zoals IS vandaag met succes doet. Was Syrië geen magneet voor buitenlandse strijders geworden, dan had die groep misschien aanslagen in Europa gepleegd.

»Als ik toen zuchtte, was het om iets dat vandaag nog altijd speelt, bijvoorbeeld in het boerkinidebat: het hardnekkige geloof dat terrorisme het gevolg is van een orthodoxe beleving van de islam. Een moslim die zijn geloof heel diep beleeft, is geen potentiële terrorist: er is géén verband. Ik zou zelfs zeggen: integendeel.»

'Een moslim die zijn geloof heel diep beleeft, is geen potentiële terrorist. Ik zou zelfs zeggen: integendeel'

HUMO Wie er een godsdienstoorlog in wil zien, werd anders goed geholpen tijdens de zomer van de terreur: een moslim die een katholieke priester de keel doorsnijdt, dat was een krachtig signaal.

Coolsaet «En geloven we dan maar dat er inderdaad twee groepen mensen bestaan, moslims en niet-moslims, zoals IS ons wil doen geloven? Gunnen we ze dat cadeau? Spelen we dat spel mee, zodat zij hun rekruteringsbasis weer kunnen vergroten, of gaan we daartegen in? Ik vond het een ontzettend mooi moment toen de lokale moslims en christenen in Saint-Etienne-du-Rouvray in elkaars kerk en moskee gingen bidden. Dát is het wapen tegen IS, en niet de strijd tegen de boerkini’s op de stranden van de Côte d’Azur.

»Oog in oog met de grote migratiegolf sinds de jaren 70 heb je twee mogelijkheden: of je zet de verschillen in de verf, the Trump-way, of je zet de gelijkenissen in de verf, the Obama-way. Zoals Obama in 2008 diversiteit een kracht noemde en op een menselijke manier over de illegale migrant sprak, dat zie ik geen enkele politicus hier hem nadoen.»

HUMO Al wie de afgelopen dertig jaar de angst voor migratie en islam heeft aangewakkerd, is mee verantwoordelijk voor wat er nu gebeurt, schreef u in De Standaard. Luckas Vander Taelen noemt dat in zijn boek ‘De grote verwarring’ ‘een hallucinante, schandalige beschuldiging, een toppunt van zelfkastijding: de echte terroristen zijn wij zelf…’ Hij vindt het ook een oproep tot zelfcensuur.

Coolsaet «Ik roep helemaal niet op tot zelfcensuur. Ik pleit voor inlevingsvermogen. Wat moet die mevrouw voelen, een gewezen airhostess van 36, die op het strand van Nice voor de ogen van haar dochter en onder boegeroep van velen door agenten wordt verplicht haar tuniek af te nemen? En dat soort vernedering is niet nieuw. In mijn lessen toonde ik weleens een cover van Figaro Magazine uit 1985, met een gesluierde Marianne en de titel: ‘Serons-nous encore français dans 30 ans?’ Zo lang al krijgen vrouwen te horen dat ze een probleem zijn als ze een sluier dragen, als ze moslima zijn. Ook in België wordt moslims al drie generaties lang duidelijk gemaakt dat ze niet echt deel uitmaken van onze samenleving. Ga praten in moeilijke wijken met veel migranten en je zult altijd en overal horen: ‘Hoezeer we ook ons best doen, we worden nooit geaccepteerd als volwaardige Belgen.’ Dat ze zich dan harder als moslims gaan affirmeren, is precies dezelfde reactie als Vlamingen hadden toen ze zich vernederd voelden door de Franstalige bourgeoisie – of de 16de-eeuwse geuzen door de Spaanse bezetter.

»En dat allemaal terwijl we eigenlijk de harten en geesten van al die moslimfamilies moeten winnen, want we hebben ze nodig om een einde te maken aan het terroristische gedrag van een stel individuen.»

HUMO Opiniemaakster Mia Doornaert onthoudt andere dingen uit het boerkinidebat. Al na de Brusselse aanslagen op 22 maart liet zij weten: ‘Polariseren is nodig en heilzaam.’ Want het zou nu wel degelijk ‘wij tegen zij’ zijn, verdedigers versus aanvallers van de seculiere samenleving.

Coolsaet «Sommige opinies steunen niet meteen op wetenschappelijk onderzoek. Er is onderzoek gedaan naar de beleving van religie in België en in Europa. Uit peilingen bij de Marokkaanse en de Turkse gemeenschap bij ons blijkt dat al onze basiswaarden – respect voor de democratie, de gelijkheid tussen man en vrouw, de vrije meningsuiting – hen even na aan het hart liggen als de samenleving in het algemeen. Wat valt het meest op als je hun godsdienstbeleving bekijkt? Niet de radicalisering, maar de individualisering. Moslims beleven hun godsdienst steeds individueler. De islamkenner Olivier Roy heeft daar voor de Europese Commissie onderzoek naar gedaan, en hij concludeert heel contra-intuïtief: de secularisering heeft gewonnen.

»Ik huldig een simpele basisregel: wetten gelden voor iedereen en op dezelfde manier. Maar in het dagelijkse leven ontstaan wrijvingen bij de ongeschreven regels: een geweigerde handdruk, de boerkini. De vraag is of je die verschillen dan moet exploiteren. Je kunt er ook met elkaar over in gesprek blijven, zonder ze te verdoezelen. En een beetje respect voor elkaar kan die discussies alleen maar vooruithelpen.»

HUMO Als het geen religieuze radicalisering is die de terroristen anno 2016 motiveert, wat dan wel? Merk je een patroon na de zomer van de terreur?

Coolsaet «De beste samenvatting is die van de Franse onderzoeksrechter Marc Trévidic, die zich al heel lang met antiterrorisme bezighoudt: in deze IS-generatie heb je te maken met jongeren voor wie religie niet de aandrijfriem is, zegt hij: misschien 10 procent heeft religieuze motieven, maar voor 90 procent gelden heel persoonlijke motieven. Sommigen zoeken het avontuur, anderen voelen zich niet thuis of weten niet wat met hun leven aan te vangen. Ze zijn gefrustreerd en zoeken wraak. Er zit van alles tussen, ook psychopathische gevallen die anderen imiteren.

»De vroegere Al Qaeda-generatie was goed opgeleid, de huidige IS-generatie daarentegen heeft een zeer oppervlakkige religieuze en politieke bagage. Denk aan die kerels uit Manchester, die vlak voor ze naar Syrië vlogen een ‘Islam for Dummies’ bestelden. Dikwijls gaat het om kleine criminelen die graag aansluiting vinden bij de supergang IS. Wie hen wil begrijpen, heeft meer aan ‘Mad Max’ dan aan de Koran. Ze zoeken de gruwel, ze kicken op geweld. De kracht van IS is het bezit van een grondgebied: ze kunnen al die mensen meteen iets aanbieden.

»Ik heb ermee geworsteld wat een noemer zou kunnen zijn voor die verscheidenheid qua motivatie van de buitenlandse strijders: naast netwerken met een crimineel verleden heb je evengoed te maken met meisjes van 14, 15 jaar die zich ineens aangetrokken voelen door Syrië zonder goed te weten waar het ligt. Stuk voor stuk intrieste verhalen. Wat bindt beide groepen? Het beste wat ik gevonden heb, is dit: ze hebben allemaal het gevoel hier geen toekomst te hebben. Hans Bonte, de burgemeester van Vilvoorde, heeft wel dertig jongeren zien vertrekken en heeft de meesten persoonlijk gekend. Hij zegt: ze zitten allemaal slecht in hun vel.»

'Zoals Obama in 2008 diversiteit een kracht noemde en op een menselijke manier over de illegale migrant sprak, dat zie ik geen enkele politicus hier hem nadoen'

HUMO Als ik Luckas Vander Taelen nog eens mag citeren: hij roept links in het algemeen en u in het bijzonder op te stoppen met het fabeltje dat er een verband is ‘tussen een vermeende maatschappelijke achterstelling van Brusselse jongeren met een allochtone achtergrond en de aantrekkingskracht van het terrorisme’. Die redenering is gevaarlijk en bovendien fout, zegt hij, het volstaat te kijken naar de achtergrond van Jihadi John en menige Brusselse terrorist om dat te beseffen.

Coolsaet «Op dat punt hoef ik me niet te verdedigen, want dat zeg ik al sinds 2004: een sociaal-economische achterstelling is geen oorzaak van terrorisme. Wel zul je zien dat het voor groepen als Sharia4Belgium makkelijk is mensen te rekruteren in achtergestelde buurten met veel werklozen. Er is een verband, maar geen direct verband. Veel directer is de link met de no future-subcultuur. Dat is de echte motor achter de Syriëgang.»


Koning in Molenbeek

HUMO Na de aanslagen van 22 maart zei u: ‘En nu willen de terroristen dat we overreageren.’ Heeft de overheid dat gedaan?

Coolsaet «Als ik het vergelijk met Frankrijk, heeft Charles Michel heel gematigd gereageerd: niet met de oorlogstaal van François Hollande en Manuel Valls. Aan Vlaamse kant heeft men ook de boodschap begrepen dat men de mensen moet proberen te integreren op een zachte manier in plaats van de radicale Franse weg te volgen – het soort dingen als: ‘Stop alle geradicaliseerden in de gevangenis!’ Dat is trouwens de beste manier om ze verder te laten radicaliseren.»

HUMO Bart De Wever is nog niet uitgepraat, denk ik, over zijn gewapend bestuur, de Patriot Act.

Coolsaet «Dat staat allemaal haaks op wat zou moeten gebeuren. Er is zonder de minste twijfel veel angst bij de bevolking. Je kunt daar dan op inspelen, roepen dat we in oorlog zijn en pleiten voor een gewapend bestuur: militairen op straat, harde repressie. Maar dan speel je in de kaart van de terroristen en verzorg je hun public relations. We zijn níét in oorlog, we worden geconfronteerd met een terreurgolf zoals er eerdere waren. En of die terroristen dan succes hebben of niet, hangt af van hoe je erop reageert. Onze reactie, daar is het de terroristen om te doen. IS zal worden uitgeschakeld, maar als dat no future-gevoel bij velen blijft leven, kunnen er over tien jaar of nog eerder nieuwe opportuniteiten zijn voor een terreurbeweging of een internationaal crimineel netwerk om daarop in te spelen. De enige echte oplossing is de reële angsten van de mensen kanaliseren in een gemeenschappelijk streven om iedereen het gevoel te geven dat ze erbij horen.»

HUMO Dan is er nog de bijdrage van SP.A-voorzitter John Crombez aan het debat. Hij liet weten de toon kotsbeu te zijn waarop sommige jonge moslims vertellen wat hier de norm moet zijn.

Coolsaet «Is dát de grote bedreiging? Dat een aantal arrogante jongens die zichzelf moslim noemt, vindt dat de wereld anders georganiseerd moet worden? Dat Crombez dan met hen discussieert. Maar waarom een bepaald arrogant gedrag bestempelen als symptomatisch voor een gemeenschap, en niet het gedrag van mensen die perfect geïntegreerd zijn? Ik begrijp ook niet waarom hij zegt dat links te soft is geweest. De hele politieke klasse heeft de impact van de migratie sinds de jaren 70 onderschat, dat is een collectieve verantwoordelijkheid.»

HUMO Wat doet het een ex-socialistische cabinetard als dat soort partijlijn wordt uitgezet?

Coolsaet «Dat doet pijn. De linkerzijde zou zich van extreemrechts moeten onderscheiden met positieve doelstellingen, met genuanceerde visies. Ik vind meer nuance en gezond verstand bij politiemensen, veiligheidsdiensten en het gerecht dan bij veel politici: het zijn die praktijkmensen die voor meer preventie pleiten, die de beperkingen van een repressieve aanpak signaleren. Wat dat betreft, leven de politici op een andere planeet: ze kennen alleen maar elkaar. Ga eens naar een wijkcomité in Molenbeek, denk ik dan. Zoals koning Filip het Huis van Culturen bezocht en op die manier erkende dat er in Molenbeek ook positieve dingen gebeuren. Dáár moet een politicus op inspelen, vind ik. Wil je de angstgevoelens en dus de polarisering vergroten of wil je ze dempen: dat is de ideologische tegenstelling van deze tijd. Politici die mensen tegen elkaar opzetten, vergiftigen de samenleving.»

HUMO Problemen benoemen in plaats van verbloemen kan een deugdelijk startpunt zijn.

Coolsaet «Juist. Laten we onze samenleving eens bekijken: 10 procent is zo rijk dat ze zich uit die samenleving kan terugtrekken in omheinde enclaves, 15 procent leeft in een vierde wereld zonder perspectief op verbetering. En de grootste groep, de middenklasse, staat onder constante druk, is ongerust over wat de dag van morgen brengen zal en vreest naar beneden gezogen te worden. Wat doet de politiek dááraan? Moeten progressieven niet dringend beginnen aan een project dat de verbinding maakt tussen die 15 procent onderaan en de grote, ongeruste middenklasse?»


Europees leger

HUMO Een onzekere middenklasse, de economische crisis, de ontwrichtende globalisering, populistische antwoorden en no one in the cockpit: het valt op hoeveel mensen op basis van die cocktail al eens laten vallen dat een oorlog dichterbij komt. Deelt u die ongerustheid?

Coolsaet «Ja, maar ik wil er niet aan toegeven. Het goede nieuws is alvast dat oorlogen tussen staten historisch gezien in aantal afnemen – ondanks Syrië. Maar als gevolg van de multipolariteit is er een heel onstabiel internationaal klimaat, zoals in de 19de eeuw. Wat kan dan verhinderen dat het net als toen uitmondt in een wereldoorlog? Je moet ervoor zorgen dat de verschillende grote machten vitale belangen met elkaar delen, dat ze van elkaar afhankelijk zijn en gemeenschappelijke doelstellingen nastreven. En dus moet je, of je nu een groot of een klein land bent, werken aan een gemeenschappelijke agenda: de strijd tegen de financiële instabiliteit, het terrorisme, het broeikaseffect, de eindigheid van fossiele brandstoffen, het welzijn van de mondiale middenklasse… Was ik vandaag adviseur van de minister van Buitenlandse Zaken, dan zou mijn pleidooi zijn: maak van de Europese Unie opnieuw een hefboom om te zoeken naar vormen van global governance, een wereldpolitiek.»

HUMO Sorry, maar de Europese Unie hangt net in de touwen na de brexit.

Coolsaet «De brexit is een tegenvaller omdat de EU structureel minder machtig wordt in de wereld, maar het kan ook een opportuniteit zijn. Kijk naar de bijeenkomst van de Italiaanse premier Renzi, bondskanselier Merkel en president Hollande: het kan een mogelijkheid zijn voor een positief project. Als mijn bitterste ontgoocheling zou ik eerder het falen van de EU noemen om solidariteit tot een sleutelbegrip van de wereldpolitiek te maken, omdat alle energie al jaren opgeslorpt wordt door interne problemen en elkaar opvolgende crisissen.»

'Men zou beter zijn tong zeven keer omdraaien en een keer diep ademhalen voor men begint te twitteren'

HUMO In een onveiliger wereld, zo gaan er nu stemmen op, moet er meer geld naar bewapening gaan.

Coolsaet «Vind ik ook. We moeten meer geld besteden aan defensie, maar dan in het kader van de Europese Unie. België alleen telt niet meer mee.»

HUMO Wat denkt de jonge vredesactivist van de jaren 70 en 80 in u van dat standpunt van professor Coolsaet?

Coolsaet «Om de meest vredevolle politiek echt te kunnen ondersteunen, heeft Europa militaire middelen nodig. Dat is me duidelijk geworden tijdens de Golfoorlog van 1991. De Europese Unie speelde niet meer mee zodra het een militaire kwestie werd. Dat werd nog eens bevestigd tijdens de Rwandese crisis, toen ik op het kabinet van Buitenlandse Zaken zat: had Europa toen een militair instrument gehad, dan had het misschien de genocide kunnen verhinderen.»

HUMO Uw laatste les in Gent eindigde, naar verluidt, zonder groot slotwoord. Zal ik in dit geval zelf een aardige quote uit de knipselmap serveren: ‘Roepen in de woestijn is nuttig’?

Coolsaet «Ja, omdat ik geloof dat de woestijn groener gemaakt kan worden. Ook de woestijn is maakbaar (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234