Humo sprak met veelvuldig gelauwerd regisseur Ivo van Hove: 'Ik heb de doodsangst in de ogen van David Bowie gezien'

Ivo van Hove is één van de beroemdste toneelregisseurs ter wereld, en de laatste Zomergast van dit seizoen. In 2015 werkte hij aan de muziektheatervoorstelling 'Lazarus', door David Bowie gezien als het sluitstuk van zijn leven. In 2016 sprak Humo-journalist Rudy Vandendaele met de man Ivo van Hove. Herlees hier het interview.

(Verschenen in Humo 3967 op 12 september 2016)

'De onmacht van de leiders, waar ook ter wereld, om met de huidige problemen om te gaan, is een levensgroot probleem'

Het heeft Zijne Majesteit de Koning behaagd Ivo van Hove, toneel- en operaregisseur en directeur van Toneelgroep Amsterdam, tot Commandeur in de Kroonorde te benoemen. In zijn sobere directiekamer in de Stadsschouwburg Amsterdam laat hij mij de missive zien waarin het hof hem die eer te kennen gaf. Om onderscheidingen zit Ivo van Hove (57) overigens niet verlegen: voor zijn regie van ‘A View from the Bridge’ van Arthur Miller kreeg hij in New York een Tony Award, de belangrijkste Amerikaanse theaterprijs. En in Londen viel hem voor diezelfde regie een felbegeerde Olivier te beurt.

Het was vast ook een eer om in New York de musical ‘Lazarus’ van David Bowie te mogen regisseren, die uitgerekend in die tijd sterfelijker bleek dan wij, zijn bewonderaars, hadden voorzien. En in juli ging ‘Les damnés’ in première op de 70ste editie van het festival van Avignon, een stuk naar de film ‘The Damned’ van Luchino Visconti dat Van Hove bij de Comédie-Française heeft geregisseerd – de tv-registratie ervan kun je integraal zien op comedie-francaise.fr. Ivo van Hove, die ook nog eens ereburger van de gemeente Ham is, telt mee op het wereldtoneel, maar hoe ziet hij van daaraf de echte wereld?

Ivo van Hove «Als de doos van Pandora die opengaat? Ik ben pas terug uit New York, waar ik voor een deel van de tijd woon. Ik leef dus in twee werelden: die van Trump en die van de terroristische aanslagen in Europa. Een Pakistaanse acteur zei me onlangs: ‘Misschien moet alles eerst grondig afbranden, zoals bij een bosbrand, opdat we helemaal opnieuw zouden kunnen beginnen.’ Tabula rasa maken: zulke gedachten ontstaan in deze tijd. De onmacht van de leiders, waar ook ter wereld, om met de huidige problemen om te gaan, is op zichzelf al een levensgroot probleem.»

HUMO Wat doe je als regisseur met dit tijdsgebeuren?

Van Hove «Om te beginnen blijf ik erin geloven dat theater, en de kunsten in het algemeen, ook in deze tijd anders op de wereld kunnen reflecteren dan de media. 9/11 heeft me duchtig wakker geschud. Ik was zodanig door die gebeurtenis aangedaan dat mijn werk er op een vanzelfsprekende manier politieker van is geworden.

»In de jaren 80 en 90 hield ik me vooral met familiedrama bezig, maar nu maak ik ‘The Fountainhead’, naar het omstreden boek van de ultrakapitalistische denkster en schrijfster Ayn Rand, en ‘Kings of War’, over leiderschap, aan de hand van ‘Henry V’, ‘Henry VI’ en ‘Richard III’ van Shakespeare.

»‘Les damnés’ eindigt met een man die een machine-geweer op het publiek richt. In Frankrijk dacht het theaterpubliek daarbij meteen aan de slachting in Le Bataclan, terwijl ik daar niet expliciet naar verwees. In Amerika zou het publiek vast meteen aan Orlando hebben gedacht. Zo werkt theater nu eenmaal: beelden gaan, onder invloed van de actualiteit, een eigen leven leiden.»

HUMO Je bent intussen een flink gevorderde vijftiger. Hoe beleef je je huidige levensfase?

Van Hove «Ik heb weleens gehoord dat het leven herbegint op je 50ste. Ik leefde gewoon dóór, maar nog niet zo lang geleden overviel me voor het eerst een helder besef van eindigheid, terwijl ik lichamelijke noch geestelijke klachten heb.

»Je weet dat ik aan het eind van zijn leven met David Bowie heb gewerkt. Anderhalf jaar geleden wist ik al dat hij ongeneeslijk ziek was, maar ik merk dat ik nog steeds niet in het reine ben met zijn dood. Die heeft diep in mij iets aangetast. Het gekke is dat ik uit het besef dat Bowie doodziek was, heel veel energie heb geput terwijl we met ‘Lazarus’ bezig waren. Toen ik voor het eerst met hem en Enda Walsh, de schrijver van ‘Lazarus’, aan tafel ging zitten, had ik het script niet gelezen. Bowie stond erop me het script voor te lezen, wat me nogal beklemde, want ik zou ter plekke moeten zeggen wat ik ervan vond. Zodra hij begon te lezen, voelde ik al aan dat die tekst van existentieel belang was voor hem. Het ongelofelijke is dat hij toen nog niet wist dat hij ziek was. Het zou zeker nog een halfjaar duren vooraleer hij me zou zeggen: ‘Morgen kom ik niet naar de workshop want – je mag het aan niemand vertellen – ik ben ernstig ziek.’ Dat stuk was geen voorafspiegeling van zijn dood, maar is dat wel geworden.»

HUMO Luister je nog vaak naar ‘Blackstar’?

Van Hove «Neen. Dat valt me te zwaar. En de video van ‘Lazarus’ kan ik niet bekijken, hoe vertrouwd ik ook met dat nummer ben: het is de titelsong van het stuk. Zonder mij bestond ‘Lazarus’ niet, want ik vond dat het stuk structureel nog een song miste die het hoofdpersonage, gespeeld door Michael C. Hall, al bij het begin ten voeten uit zou tekenen. Dat is dan ‘Lazarus’ geworden. Maar die video? Neen. Na enkele seconden zet ik ’m al af. Hoe nadrukkelijk theatraal die clip ook mag zijn, ik kan niet anders dan er de echte stervende David Bowie in zien.

»Misschien moet ik stilaan toegeven dat ik nog steeds aan het rouwen ben. Wat belachelijk is, want Bowie en ik waren geen vrienden, geen intimi. We hebben wel anderhalf jaar intens met elkaar samengewerkt en iets heel serieus gemaakt. Ik denk dat ik doodsangst in zijn ogen heb gezien, maar misschien is dat mijn interpretatie van zijn blik. ‘I hope I will be there on opening night,’ heeft hij me ooit ge-sms’t. Toen wist ik genoeg. Eén week voor zijn dood heeft hij zijn producer Toni Visconti nog demo’s laten bezorgen. Het kan niet anders of hij putte nog altijd troost uit het maken van dingen. In dat opzicht deed hij me aan Dennis Potter denken, die, hoezeer kanker hem ook te pakken had, tot zijn laatste snik is blijven schrijven.»

'Ik denk dat ik de doodsangst in de ogen van David Bowie heb gezien'

HUMO Trek je daar een les uit?

Van Hove «Ja: ‘Zo moet het.’ Al weet ik niet of ik er zelf toe in staat zou zijn.»

HUMO Je hebt de afgelopen jaren buitengewoon hard gewerkt, zowel bij Toneelgroep Amsterdam als in buitenlandse theaters. Er zijn mensen die enorm hard werken om doodsgedachten de pas af te snijden.

Van Hove «Behalve mijn partner, Jan Versweyveld, heb ik kind noch kraai. Er is niets dat me van werken afhoudt. En theater overstijgt in mijn geval ‘werk’: ik kan me er helemaal in uitdrukken, zodat het voor mij dan ook van existentieel belang is. Maar mijn werkdrift zal ook wel met mijn grote schrikbeeld te maken hebben: op straat komen te staan, aan lagerwal raken. Telkens als ik daarover begin, zegt Jan: ‘Ivo, hou daar nu eindelijk eens over op.’ Maar ’t is sterker dan mezelf. Als ik in New York daklozen zie – ik heb de indruk dat ze steeds jonger worden – vraag ik me altijd af: ‘Wie ís die man of die vrouw? Zijn of haar leven moet eigenlijk nog beginnen, en ’t gaat al grondig fout. Hoe kan dat nu?’»

HUMO Ik heb altijd gedacht dat je erg ondernemend was, dat je je leven als één groot stappenplan zag en dat je je beroepsleven stevig in handen had.

Van Hove «Totaal niet, maar wat dat betreft heb ik zo te zien mijn imago tegen. Mijn critici zien mij als een carrièreplanner. Toen ik als directeur van Toneelgroep Amsterdam aantrad, zeiden ze: ‘Die blijft niet langer dan twee jaar.’ Ik ben hier intussen al zestien jaar, want ik ben loyaal, of nog beter: trouw. Ook in mijn privéleven. Ik ben al 36 jaar bij Jan.»

HUMO Ik herinner me dat je in de vroege jaren 80 in Antwerpen een café dreef, De Illusie, waarmee je je theaterprojecten probeerde te financieren.

Van Hove «Dat was een vriendenclubje: Jan en Peter van Kraaij, nu dramaturg bij Toneelgroep Amsterdam, waren er toen ook al bij. Nu móéten we van de overheid ondernemen in de theaterwereld, maar ruim dertig jaar geleden ondernamen we ook al. De houding van die tijd – dat weet je vast wel – was: ‘Fuck you.’ Met de overheid wilden we helemaal niets te maken hebben. Met het bestaande theater nog minder, en alles moest nieuw zijn. Twee jaar lang hebben we zonder één frank subsidie theater gemaakt. We verdienden niets, maar we leefden letterlijk van het café: we aten en dronken er. Alleen de acteurs werden betaald.

»De ouders van Jan hadden een kaarsenfabriekje dat gespecialiseerd was in kaarsen die ten bate van de missies werden verkocht. Ik weet nog dat we te eigen bate een partij paaskaarsen hebben gemaakt die één van ons in de week voor Pasen bij de kerken ging verkopen. We hadden een kostuum voor hem gekocht en hij verplaatste zich in een Volvo Amazone. Hij zag er dus tamelijk betrouwbaar uit. En met het geld van die paaskaarsen maakten wij dan subversief toneel (lachje).»

HUMO Je hebt ondertussen een internationale reputatie. Denk je nog aan je begintijd als je er niet naar gevraagd wordt?

Van Hove «Ik koester die jaren. Na de première van ‘Les damnés’ zei Jan me: ‘Het is één van onze beste voorstellingen, misschien wel de beste.’ Maar ook: ‘’t Is alsof we teruggaan naar onze beginjaren, naar de tijd van de ruwe en rauwe beelden waar wij ons niet voor schaamden.’

»Ik wil me blijven herinneren waar ik in artistiek opzicht vandaan kom. Op de tv heb ik weleens een interview teruggezien van toen ik 20 was: ik was rustig en wijs toen, en ik sprak zo traag en bedachtzaam als Obama. Dat kan ik nu niet meer, want ik denk voortdurend dat ik tijd tekortkom. Maar ik sta nog altijd achter wat ik toen zei. Behalve achter een uitspraak als: ‘Stukken van Arthur Miller en Tennessee Williams zijn ouwe koek, die moet je niet meer opvoeren.’ Daar ben ik ondertussen helemaal van teruggekomen.»


De grote leider

HUMO Wanneer heb je voor het eerst gevoeld dat het theater van grote betekenis zou kunnen zijn in je leven?

Van Hove «Als kind waren mijn broer en ik vaak bij onze grootouders, mensen die geen auto, geen telefoon en geen centrale verwarming hadden, 19de-eeuwers. Ik ben blij dat ik hun manier van leven nog heb meegemaakt. Daar organiseerde ik op woensdagnamiddag al optredens: ik hing een doek op en ervoor liet ik mijn twee jaar jongere broertje van alles spelen. Hij had daar meestal weinig zin in (lacht). Mijn grootouders kwamen kijken en applaudisseerden: héérlijk.

»Maar dé grote stap was in mijn middelbareschooltijd in het Klein Seminarie van Hoogstraten, waar ik zes jaar lang deel heb uitgemaakt van het schooltoneel. Ik heb er de warmte van het theater ontdekt: die raadselachtige wereld binnen de wereld. Ik vond het fenomenaal om met elkaar iets te mogen bedenken in een bijna geheimzinnige omgeving. Daar treed je op den duur mee naar buiten, en als het goed gaat, krijg je er applaus voor.

»In die school bleek ik ook een initiatiefnemer te zijn: ik heb er bijvoorbeeld een ondergronds krantje opgericht, Engelenbrood, waarin ik vlammende stukken schreef over de noodzakelijke aanvaarding van homoseksualiteit. De jaren 70, hè? Toen werd ik me ervan bewust dat ik iets te zeggen had. Ik ging rechten studeren en midden in het derde jaar ben ik daar van de ene dag op de andere mee gestopt, want ineens werd mijn roeping duidelijk: het theater.

»Ik ben toen naar het RITCS gegaan. Dé vonk, dé openbaring van wat ik wilde gaan doen, is ‘Het liefdesconcilie’ van Oskar Panizza geweest, in de regie van – ere wie ere toekomt – Franz Marijnen. Dat antiklerikale stuk was zowel inhoudelijk als vormelijk als op het gebied van acteren een schok in 1976. Ik moet toen gedacht hebben: ‘Dat kan ik ook.’ Maar nog meer: ‘Dit ís het.’ ’t Is goed om de naam Franz Marijnen nog eens te vermelden.»

'Dat David Bowie mij uitverkoren heeft, gaf mij een ontzettend goed gevoel, maar tegelijk wist ik: 'Hij wil de beste regisseur ter wereld, en ik mag hem vooral niet teleurstellen.'

HUMO Dat vind ik ook. Daarnet noemde je jezelf een ‘initiatiefnemer’. Je levensgezel en vaste scenograaf Jan Versweyveld zei dat je gefascineerd was door leiderschap. Hij zei ook dat je veel las over het leven van grote leidersfiguren en dat het gestaag verbeteren van je eigen leiderschap zelfs ‘de kern van je bestaan’ was. En nu jij weer.

Van Hove «Leiderschap is vooral: visie hebben. Antwoorden proberen te formuleren op de vraag: ‘Waar gaan we heen?’ Daar ben ik erg mee bezig. Op school was ik een haantje-de-voorste, en in mijn beroeps-leven ben ik al vaak de baas geweest: het zal dus wel in me zitten.

»De kapitale fout die je als leider kunt maken is: ‘Ik zie het allemaal helder voor me, ik weet waar we heen moeten, en jullie moeten me nu volgen.’ Zo gaat het niet. Een goed leider moet altijd bereid zijn om zijn visie tien, twintig keer uit te leggen. Hier heb ik van meet af aan gezegd: ‘Ik vind Toneelgroep Amsterdam niet alleen Amsterdams en Nederlands, het moet ook een internationaal gezelschap zijn. Dat was vloeken in de kerk, merkte ik al snel. Zelfs de meesterlijke acteur Joop Admiraal – hij is er al tien jaar niet meer – zei op een acteursvergadering: ‘Ivo, waarom moeten wij in godsnaam naar Parijs als we híér kunnen spelen?’ Dat zelfs een open geest als hij niet kon begrijpen dat in het buitenland spelen ons veel zou bijbrengen, betekende voor mij dat er werk aan de winkel was. Ik heb vijf jaar nodig gehad om het gezelschap van mijn visie te overtuigen. Ik ben een doorzettertje. Als een acteur me zegt: ‘Ik heb een gezin, ik kan niet zomaar naar het buitenland,’ dan ga ik eerst goed naar die acteur luisteren, en als het kan, zal ik voor omstandigheden zorgen waardoor hij wel in het buitenland zou kunnen spelen. Maar ik pas de kern van mijn beleid niet aan.»

HUMO Zie je Jan Versweyveld als een deel van je talent?

Van Hove «Ongetwijfeld. Soms is het niet meer duidelijk wie ontwerpt en wie regisseert. Jan is vanaf seconde één bij een nieuwe productie betrokken, en dus ook bij de keuze van een tekst. Als scenograaf is hij niet geïnteresseerd in beelden op zich, want beelden zijn altijd inhoud voor hem. En hij is de ideale toeschouwer van mijn voorstellingen, altijd buiten-gewoon onbevooroordeeld. Van hem krijg ik geregeld te horen: ‘Niet goed genoeg, Ivo.’»

HUMO Zou je nog voorstellingen zonder hem kunnen maken?

Van Hove «Daar wil ik zelfs niet aan denken.»

'Tijdens het eerste gesprek met Jude Law voelde ik me meteen op m'n gemak: hij hield ook van een goed glas wijn'


Culturele Nederlander

HUMO Hoe gelukkig ben je?

Van Hove «Ik woon en werk samen met degene naast wie ik na 36 jaar nog altijd graag wakker word ’s ochtends. Jan en ik kunnen heftige meningsverschillen hebben over theater, maar die nemen we niet mee naar huis. Er zijn weleens mensen die denken dat we aan het ruziën zijn, en dan moet ik uitleggen dat het om louter artistieke onenigheid gaat. Die meningsverschillen lossen we wel op, maar nooit door een compromis te sluiten. We gaan ervan uit dat de beste visie het zal halen. En reken maar dat we samen al voor hete vuren hebben gestaan. De eerste voorstellingen op Broadway, werken met David Bowie, werken met Philip Glass, de première van ‘Les damnés’ op de Cour d’Honneur in Avignon: dat is de hel, want je weet dat de internationale theaterkritiek toekijkt. Maar goed, ondertussen kunnen we ontzettend goed met dat soort druk omgaan.»

HUMO In bijna alle interviews zeg je dat je je als kind in het dorp Kwaadmechelen, nu een deelgemeente van Ham, een buitenstaander voelde. Hoe kwam dat?

Van Hove «Als zoon van de dorpsapotheker was je niet bepaald populair bij de kinderen van boeren en Italiaanse mijnwerkers. Die voelden een soort klassenverschil. Ik moest al erg goed voetballen om door de andere voetballertjes geaccepteerd te worden. ’t Was niet tragisch, maar ’t heeft me wel gevormd. In mijn leven heb ik alles in het werk gesteld om ertoe te doen, om gezíén te worden. Waarom zou ik anders toneel maken? Daar komt nog bij dat ik homoseksueel ben, waardoor ik al vanzelf een outsider was.»

HUMO Onderzoek en statistieken spreken het tegen, maar ik hoor tegenwoordig geregeld dat de homofobie toeneemt.

Van Hove «We leven in een samenleving waarin je alles ongefilterd kunt zeggen. Het is toegelaten om – bàf! – je buikgevoel meteen te uiten, tot in de wereldpolitiek toe. Kijk maar naar Donald Trump. In Amerika vinden miljoenen mensen datgene wat Trump zegt, volslagen acceptabel. Alle sociale media zijn op impulsieve reacties gericht. Ook fysieke impulsen lijken weer te mogen. Als homo’s op straat gepest of zelfs bedreigd worden, is er zelden iemand die ingrijpt. Men kijkt de andere kant op.

»Ik heb twintig jaar in Antwerpen gewoond en ik heb er de verrechtsing meegemaakt, met alle homofobie van dien. Tijdens de hoogtijdagen van het Vlaams Blok dacht ik: ‘Eén op de drie mensen wil mij weg.’ Dat was de sfeer. Nu ik al zeventien jaar in Amsterdam woon, maak ik híér de verrechtsing mee. De zogenaamde tolerantie van de Nederlanders is al lang ontmaskerd. We leven nu in een wereld waarin de hekken weer overeind worden gezet. Er wordt weer volop afgebakend. Ik woon en werk al een eeuwigheid in Nederland – ik ben een culturele Nederlander – maar nog steeds vindt men het hier nodig om het nadrukkelijk over de Vlaming of de Belg Ivo van Hove te hebben. En dan te bedenken dat zowel ‘culturele Nederlander’ als ‘Vlaming’ als ‘Belg’ maar facetten van mijn identiteit zijn.»

HUMO We zouden haast vergeten dat de ene wereldreligie nog net ietsje minder tolerant is voor homo’s dan de andere.

Van Hove «Religie is irrationeel en dan ook erg verwant aan het buikgevoel. Of ik dat nu wil of niet, ik ben nog altijd doortrokken van mijn katholieke opvoeding – dat christendom wis je niet zomaar uit, maar het choqueert me als ik een president van de Verenigde Staten op de Bijbel zie zweren. Er zijn massa’s Amerikanen die geen christenen zijn. Zijn die dan van het presidentschap uitgesloten?»

HUMO Ben je hier in Amsterdam laatst naar de Gay Pride geweest?

Van Hove «Neen. Geen denken aan. Zó gay ben ik niet (lachje). Bovendien heb ik wel wat beters te doen dan aldoor met mijn homoseksualiteit bezig te zijn. Ik ben ook nooit uit de kast gekomen, om de simpele reden dat ik er nooit in heb gezeten. Ik wist vanaf mijn 11de dat ik homo was, en daar heb ik voor de rest nauwelijks problemen mee gehad. Nu ja, ik ben in mijn jeugd eens naar Louis De Lentdecker gebracht, die toen journalist was bij De Standaard. Hij zei: ‘Het gaat wel voorbij, het geneest wel.’ ’t Was als griep, volgens hem. Hij raadde me ook aan normaal te doen. Eigenlijk vond hij dat homoseksualiteit niet bestond. Ik was daar ontzettend door geschokt, omdat ik toen al zeker wist dat homoseksualiteit één van de vele facetten van mijn identiteit was.»

HUMO Weet je ook waarom de gerechtsjournalist De Lentdecker toen deskundig werd geacht op het gebied van homoseksualiteit?

Van Hove «Hij publiceerde er geregeld over. Maar goed, als ik ben wat ik ben, ga ik helemaal niet zijn wat ik niet ben. Dat gold toen al, en het geldt nog steeds.»

'Ik ben trouw: ik ben al 16 jaar bij Toneelgroep Amsterdam en al 36 jaar bij Jan'


Ivo de Tony

HUMO Terug naar het theater. Je hebt er als buitenstaander alles aan gedaan om gezien te worden, zei je daarnet. Je werk wordt nu gezien, overal ter wereld zelfs. Voel je je nu nog steeds een buitenstaander?

Van Hove «Ja. Mijn missie in het toneel is: de meest persoonlijke, meest extreme, meest compromisloze voorstellingen maken voor een zo groot mogelijk publiek. Dat streven blijkt paradoxaal te zijn, maar in New York zijn er vorig jaar 350.000 mensen naar voorstellingen van ons komen kijken. Veel, hè? Dat krijgen we voor elkaar zonder het publiek te willen behagen. Pas op, entertainment mag van mij, maar ik vind het theater geen geschikte plek voor louter amusement.

»Tijdens het festival van Avignon vroeg een taxichauffeur me wat ik voor de kost deed. ‘Toneelregisseur. Mijn werk is hier in het Palais des Pâpes te zien.’ ‘Het moet fantastisch zijn,’ zei die man, ‘om iets terug te geven aan de maatschappij.’ Dat moet je dan uitgerekend van een taxichauffeur te horen krijgen. Ik wil erbij horen door iets terug te geven. Ik pretendeer dat mijn hoogstpersoonlijke kijk op theater met heel veel mensen gedeeld kan worden.»

HUMO Je hebt succes op wereldschaal: je hebt een Olivier gewonnen, een Tony, in Nederland ben je uitgeroepen tot invloedrijkste cultuurmaker van het land, en daarbovenop ben je ook Commandeur in de Kroonorde en, niet te vergeten, ereburger van Ham.

Van Hove «Ik ben zeer gelukkig met al die onderscheidingen, maar één dag na de uitreiking zit ik alweer in een repetitie-lokaal. Toen ik die Tony was gaan ophalen, hebben ze me bij de Comédie-Française tijdens de repetitie van ‘Les damnés’ één dag lang met Tony aangesproken. Die wereldwijde erkenning zorgt ervoor dat ik doorga. Ik heb nooit cynisch gedaan over prijzen, want ik zie ze vooral als de erkenning van het belang van theater in de samenleving. Dat David Bowie mij uitverkoren heeft – iedere regisseur had ‘Lazarus’ willen maken – gaf mij een ontzettend goed gevoel, maar tegelijk wist ik: ‘Hij wil de beste regisseur ter wereld, en ik mag hem vooral niet teleurstellen.’»

HUMO Komt er dan faalangst in je opzetten?

Van Hove «’t Is vreemd, maar daar heb ik nooit last van gehad, ook al sta ik oog in oog met grote sterren. David Bowie is wel wat, hè? Hij is altijd mijn idool geweest. Maar op weg naar hem heb ik mezelf streng toegesproken in het vliegtuig: ‘Hij zit niet op een groupie, maar op een medewerker te wachten.’»

HUMO Met Jude Law in een hoofdrol ga je ‘Obsession’ maken, een voorstelling naar ‘Ossessione’ van Visconti, een film die gebaseerd is op de roman ‘The Postman Always Rings Twice’ van James M. Cain.

Van Hove «Ik wist dat hij mijn voorstelling ‘A View from the Bridge’ had gezien. Ik wilde graag met hem werken, en mijn agent kende de agent van Jude Law. Ik had toen nog geen idee van wat ik precies wilde maken, maar op een dag zat ik in een vliegtuig naar Rome, waar ik een lunchafspraak met hem had. Intuïtief had ik het script van ‘Ossessione’ meegenomen. Ik voelde me onmiddellijk op m’n gemak tijdens ons gesprek: hij bleek ook een bourgondiër te zijn, die van een goed glas wijn houdt. En hij was meteen voor ‘Ossessione’ te vinden.»

HUMO Je hebt al vaker toneelvoorstellingen gemaakt die op filmscripts zijn gebaseerd. Waarom doe je dat?

Van Hove «Omdat het een uitdaging is theater te maken dat tegen iconische filmbeelden op kan. In filmscripts vind ik ook thema’s die ik niet in toneelstukken vind: een paar jaar geleden heb ik ‘Rocco en zijn broers’ gemaakt, naar de gelijknamige film van Visconti: een prachtige tekst over immigratie en integratie. We zouden dat stuk nu opnieuw moeten spelen – de tijd is er meer dan ooit rijp voor.»

HUMO Wat kun je zeggen over jouw manier van regisseren?

Van Hove «Ik weet vrij snel wat acteurs en actrices van mij willen, hoe ze door mij aangesproken willen worden. Er zijn acteurs die ik bijna niet regisseer: ik geef ze een paar aanwijzingen en that’s it. Terwijl ik andere acteurs juist onder informatie bedelf, zo van: ‘Je zet dat glas dáár op de tafel en op slag word je boos.’ Ik ben verre van een goeroe, want ik heb geen systeem: hoe ik iemand regisseer, hangt af van de persoonlijkheid die ik voor me heb. Het is puur mensenwerk, met alle humeuren en temperamenten van dien.»

HUMO In haar column schreef Halina Reijn, een vooraanstaande actrice bij Toneelgroep Amsterdam, hoe stikjaloers ze op Juliette Binoche was toen jij die Franse actrice ging regisseren in ‘Antigone’: ‘Nu Ivo ontdekt is door de rest van de wereld, zal ik hem moeten leren delen. De vanzelfsprekendheid van onze samenwerking wil ik niet kwijt. Wat of wie ben ik zonder hem?’ Ze noemt je meestal ‘mijn regisseur’ in haar stukjes.

Van Hove (lacht) «Halina en ik hebben al jarenlang een heel goede verhouding. Zij is een actrice zoals ik actrices en acteurs het liefst heb: onbevreesd voor welke gedachtegang dan ook en open voor alles wat je maar wil onderzoeken in het theater. En allebei hebben we de neiging om het subversieve in het theater te vieren. En we praten ook buiten het theater heel vaak met elkaar.»

'Ik heb wel wat beters te doen dan aldoor met mijn homoseksualiteit bezig te zijn'

HUMO Maar wat vind je van een existentieel klinkende vraag als: ‘Wie of wat ben ik zonder hem?’

Van Hove «Ach, in een column is alles dikker aangezet, hè? Maar dat ze jaloers was op Juliette Binoche, is helemaal waar. Nadat het nieuws bekend was geraakt dat ik Juliette Binoche ging regisseren, stond Halina’s gezichtje bepaald zuur toen ze de repetitieruimte binnenkwam. Ik heb haar voorgesteld om ’s middags met z’n tweeën in mijn bureau te lunchen in plaats van allemaal samen, zoals gewoonlijk. Daar was ze meteen voor te vinden (lacht). En we hebben alles uitgepraat, wat we heel goed kunnen met elkaar. Omdat ze ook heel serieus is, hoe springerig ze ook mag overkomen. Een heel diepe persoonlijkheid.»

HUMO Die ook schreef: ‘Acteren voelt negen van de tien keer aan alsof je je zonder huid, gevild en wel, voor de ogen van negenhonderd mensen volledig belachelijk moet maken. Dat kan ik alleen onder leiding van iemand die ik diep respecteer en volledig vertrouw.’ Hoe vaak krijg je met het schaamtegevoel van acteurs te maken?

Van Hove «Nog het meest heb ik zelf last van schaamte.»

HUMO Ik denk nu aan een orgiastische scène uit ‘Les damnés’, waarin Denis Podalydès, de acteur die baron Konstantin von Essenbeck speelt, bepaald lang erg naakt op het toneel staat. Er is niets waarachter deze niet-atletisch gebouwde man van middelbare leeftijd zich kan verbergen.

Van Hove «Ik zou het nooit durven. Die scène duurt vijftien minuten. Daar sta je dan, voor tweeduizend man. Daar komt nog bij dat hij zowat de bekendste toneelacteur van Frankrijk is. Ik wist het niet, maar in Frankrijk staat hij bekend om Louis de Funès-achtige rollen. Doordat ik niet door voorkennis gehinderd was, heb ik hem de rol van Von Essenbeck gegeven. Ik ben als regisseur doorgaans een man van weinig woorden en in dit geval heb ik alleen gezegd: ‘Ik wil een bacchanaal.’ Dat woord was voor Denis voldoende. Na drie uur stond die scène er helemaal. Ik zag hem naar z’n medespeler kijken met een blik van: ‘Gaan we het doen?’ En daarna: ‘Natuurlijk doen we het!’ Daarna hebben we die scène alleen nog technisch gerepeteerd: ‘Hou je broek maar aan, Denis.’»

HUMO De Comédie-Française is altijd een bolwerk van het traditionalistische theater in Frankrijk geweest. Ik neem dan ook aan dat ‘Les damnés’ er een veeleer ongewone productie is.

Van Hove «Ik kreeg van de acteurs al na drie dagen repetitie te horen: ‘Hier hebben we jaren op gewacht.’ En ook: ‘Voor het eerst voelen we ons vrij.’ Ik denk dat de geest uit de fles is.»

HUMO De grote Orson Welles, van oorsprong een bevlogen theaterman, zei in 1967 in een interview dat theater een anachronisme was. ‘Theater is niet meer van deze tijd en veel toekomst zit er dan ook niet in.’

Van Hove «Met alle respect voor meneer Welles, die ik één van de grootste kunstenaars van de 20ste eeuw vind, beweer ik dat theater dé kunstvorm van de 21ste eeuw is. In een wereld waarin de virtuele beleving de overhand dreigt te krijgen, zullen we meer en meer de behoefte voelen aan het livegebeuren dat theater altijd is geweest. Onze televisieschermen en de bijbehorende geluidsinstallaties worden almaar groter en beter: binnenkort hoeven we niet meer naar de bioscoop om optimaal van film te genieten. Maar het genoegen van theater is niet vervangbaar: samenkomen op één plek om iets unieks mee te maken dat zich alleen maar díé avond zal voltrekken, want elke voorstelling is anders.

»Ik ben diep doordrongen van het belang van theater, maar dat belet me niet om, waar dan ook, tegen mijn acteurs te zeggen: ‘Er staat wel veel op het spel, maar het is maar toneel, geen kwestie van leven en dood.’ En dan voeg ik er telkens weer aan toe: ‘Maar ’t moet wel het allerbeste toneel ter wereld zijn.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234