Humo sprak met Willy Courteaux: 'Ik heb géén geschiedenis gemaakt'

Altijd wel zal ik de beste herinneringen hebben aan het tableau de la troupe van de Humoredactie in de jaren tachtig: een sterk staaltje van biodiversiteit. Aan het ene uiterste van dat spectrum bevond zich de TTT-redactie, waar ik, in de vinyltijd van mijn leven, tot mijn genoegen deel van mocht uitmaken: enkele jongens tussen mal en dwaas, maar au fond zo schrander als wat, die de volwassenheid zo lang mogelijk probeerden uit te stellen, liefst met veel klank. Aan het andere uiterste zetelde Willy Courteaux, die Dwarskijker schreef, de brievenrubriek Open Venster verzorgde, en ondertussen pijp rookte. Hij zag ons hoofdschuddend aan, maar altijd wel met sympathie.

Zo nu en dan liet hij ons weten dat hij niet het minste heil zag in popmuziek, of rock-’n-roll, of hoe wij die geluidsoverlast ook mochten noemen. Hij vertelde dat hij in zijn jongere jaren ooit zitting had in het panel van een programma dat ‘Pro of contra’ heette. Daarin moest hij nieuwe plaatjes beoordelen, en op een keer had hij er The Beatles een gebrek aan toekomst in voorspeld. Daar moest hij nu om monkelen, maar hij bleef erbij: er is geen popmuziek die deugt. Ooit beschreef hij mij iets Duits dat hem op de radio getroffen had: nogal snel begreep ik dat het om ‘Halber Mensch’ van Einstürzende Neubauten ging, een Berlijns ensemble dat muziek maakte met een instrumentarium dat je doorgaans op bouwwerven aantreft. Ik leende hem die plaat uit, en achteraf zei hij me dat hij ze interessant had bevonden. Ik bespeurde evenwel geen ironie.

In een parallel leven was Willy Courteaux gerenommeerd als vertaler van het toneelwerk van William Shakespeare, The Swan of Avon. Er is een nieuwe editie van zijn vertaling uit – elf banden in een cassette – die ter gelegenheid van de Literaire Lente feestelijk wordt voorgesteld in de Vooruit in Gent, op acht april aanstaande.

Op een ochtend ontvangt Willy Courteaux me in zijn werkkamer in Brussel. Ter aanduiding van die werkkamer kun je maar beter het Engelse woord study gebruiken: het is een bolwerkje van een beschaving waarvan je hoopt dat ze nog niet helemaal uitgestorven is; een luwte waarin alleen de geest waait. Er brandt mij een vraag op de lippen: ‘Is ’t eedler voor de geest, de slingerstenen en pijlen van ‘t kwaadaardig lot te dulden, of ‘t zwaard te heffen tegen een zee van plagen en door verzet ze t‘ eind’gen?’ Maar eerst vraag ik iets anders.

HUMO Willy, je bent autodidact. Wat betekent dat voor jou?

WILLY COURTEAUX «Dat ik geen universitair diploma heb, en dat ik dus als Shakespearevertaler niet op een academische background prat kan gaan. Maar ik was al met literatuur bezig sinds mijn dertiende.»

HUMO Wat ongewoon vroeg is.

COURTEAUX « Zoals alle kinderen las ik eerst jongensboeken, en Vlaamse Filmkens, maar nogal snel begon ik te denken dat zulke lectuur niet volstond. Daardoor ging ik in mijn vaders bibliotheek snuisteren: daar vond ik hoofdzakelijk boeken over de geschiedenis van Aalst, waarin hij zich had gespecialiseerd, maar ook Multatuli’s ‘Max Havelaar’, en ‘Meneer Serjanszoon’ van Herman Teirlinck, ‘Het bolleke’ van Cyriel Buysse, en ‘De wandelende jood’ van August Vermeylen. Ik denk dat ik nauwelijks dertien was toen ik die boeken las.»

HUMO Waren er toen nog meer kinderen in je klas die boeken als ‘Max Havelaar’ lazen? Of was je een uitzondering?

COURTEAUX « In het tweede jaar van de Grieks-Latijnse – vóór mijn jezuïetentijd zat ik in het gemengde atheneum – kreeg ik les van Herman Uyttersprot. Die is later professor aan de universiteit van Gent geworden, een Kafka-specialist. Hij gaf ons de opdracht een werk te maken over ‘Max Havelaar’. De meisjes van de klas waren altijd het ijverigst, en ook wel de beste leerlingen, maar Herman Uyttersprot zei: ‘Dames, ik moet jullie teleurstellen, want dit keer is het Courteaux die het beste werk heeft gemaakt.’ Ik vertel dit eigenlijk om je te zeggen dat ik niet de enige van de klas was die als dertienjarige ‘Max Havelaar’ had gelezen.»

HUMO Je vader liet toe dat je in zijn bibliotheek snuisterde.

COURTEAUX « Hij belette mij dat niet.

» Ik heb nog altijd scherpe herinneringen aan die boeken zoals ik ze toen las. Op zolder stond een zwarte kist vol: restanten van mijn grootvaders bibliotheek – mijn grootvader was, net als mijn vader, onderwijzer. Zo rond mijn zeventiende ging ik in die kist snuisteren, en ik trof er een uitgave van de verzamelde essays van Macaulay aan – ik had in die tijd al wat Engels geslikt op school. Ik herinner me dat ik een essay over Lord Byron heb gelezen, en ook één over Samuel Johnson. Ik wilde méér over die figuren weten, maar Engelse boeken waren er voor de rest niet te vinden bij mij thuis. Maar we hadden een buurman, een leraar aan een vakschool, die amateurschilder was, en ik modderde in die tijd ook wel wat aan met waterverf. Ik ging bij die man aan huis, om iets van schilderkunst te leren, maar ik zag ondertussen dat hij veel boeken had, wat mij eigenlijk meer interesseerde. Hij had voornamelijk Duits en Engels werk. Die man heeft mij boeken van Byron en Samuel Johnson uitgeleend, en wellicht is toen mijn liefde voor het Engels, en meteen ook voor de Engelse literatuur ontstaan.»


Kloos in ‘t diepst van zijn gedachten

HUMO Maar hoe ontstond je liefde voor Shakespeare?

COURTEAUX « Toen ik in Aalst bij de jezuïeten zat, mocht ik meespelen in de schoolvertoning van‘Hamlet’. Hamlet werd gespeeld door een oud-leerling, want wij waren kennelijk te jong voor hoofdrollen. Die oud-leerling was Albert De Smaele, de latere directeur van De Standaard. Ik speelde twee kleine rollen: Rosencrantz en Osrik. Het duurde niet lang of ik kende ‘Hamlet’, in de vertaling van Burgersdijk, grotendeels uit het hoofd. Ik weet dat ik Shakespeare toen al uitermate bijzonder vond, meer nog: zijn werk overrompelde mij.»

HUMO Dat begrijp ik, maar was dat toen al een reden om hem zelf te gaan vertalen?

COURTEAUX « Voor mijn eenentwintigste verjaardag gaf mijn toenmalige verloofde mij het verzameld werk van Shakespeare cadeau: een oorlogsdruk op grauw papier. Ik zat te wachten op mijn oproepingsbrief van het leger – een lege periode – en toen heb ik die verzamelde Shakespeare van de eerste tot de laatste pagina gelezen, als het ware in één ruk.»

HUMO Dat iemand de hele Shakespeare achtereen uitleest is opmerkelijk.

COURTEAUX « Dat vind ik nu ook. Gewoonlijk lees je fragmenten: dít uit ‘Hamlet’, en dát uit ‘King Lear’, en dát uit ‘Macbeth’, maar toen was er in mijn geval toch wel sprake van bezetenheid.»

HUMO Heeft het werk van Shakespeare je ook aangezet om te schrijven?

COURTEAUX « Als scholier moesten we voor het vak Nederlands gedichten schrijven: bijvoorbeeld een sonnet over de herfst, waarvoor ik dan in het stadspark ging zitten...»

HUMO Om ‘m in al z’n finesses te doorgronden.

COURTEAUX «Ja, maar ik betrapte mezelf erop dat ik Willem Kloos imiteerde, kortom: ik had geen eigen toon – als dichter kon ik het dus wel vergeten. Later, in de prille jaren vijftig, ben ik ook begonnen aan een roman: ik had een aantal pagina’s klaar, waarvan ik al snel dacht: ‘Dit wordt niks.’ Ik heb daarna nog eens een poging gedaan, en na een paar hoofdstukken begon ik te denken: ‘Hoe zou Graham Greene dit nu hebben afgewikkeld?’ En toen ik me op díé gedachte betrapte, dacht ik: ‘Je kunt er maar beter mee stoppen.’

»Ik wou iets dóén, maar wat? Tijdens een schoolvakantie – ik verveelde me – had ik ooit ‘The Rivals’ van Sheridan vertaald, een komedie uit de late achttiende eeuw. Dat vond ik plezierig, meer nog: het voldeed me. Ik begon me dus af te vragen: ‘Wie zou ik nog eens vertalen?’ Shakespeare was natuurlijk de grootste uitdaging. Door mijn journalistieke bezigheden ontmoette ik theatermensen, van wie ik te horen kreeg dat de negentiende-eeuwse vertaling van Burgersdijk niet meer voldeed. Ik was gefascineerd door de figuur van Falstaff, en daarom ben ik in 1953 begonnen met ‘Henry IV’, een stuk in twee delen waarin dat personage voorkomt. Ik heb een proefvertaling naar De Nederlandsche Boekhandel gestuurd. Binnen de kortste keren liet die uitgever mij weten dat hij geïnteresseerd was, en van het ene kwam het andere.»

HUMO Was je je toen bewust van de omvang van dat werk?

COURTEAUX « Ik denk het wel. Al had ik er geen idee van of die vertalingen ook zouden aanslaan. Maar in De Standaard besprak Manu Ruys mijn werk positief. De uitgever heeft me toen meteen opgebeld: ‘Ga ermee door.’ Natuurlijk heb ik veel moeten leren: ik heb zo’n vijftien jaar aan die vertaling gewerkt, en al die tijd heb ik niets anders gelezen dan boeken die op Shakespeare betrekking hadden. En ik heb ook veel geleerd in de praktijk: mijn vertalingen werden vooral in de KVS in Brussel gebruikt – Vic De Ruyter was toen directeur. Door te horen hoe goede acteurs met mijn vertaling omgingen, door intensief met hen samen te werken, heb ik teksten leren maken die goed overkwamen. Daardoor heb ik mijn eerste vertalingen ook grondig omgewerkt zodra ze een tweede druk kregen.»

HUMO In tegenstelling tot Burgersdijk heb je je gehouden aan het dramatische werk van Shakespeare. Zijn poëzie heb je niet vertaald.

COURTEAUX « Neen. Dat is een heel ander soort werk, waar ik liever van afblijf. In zijn stukken gebruikt Shakespeare natuurlijk veel rijmen: ‘Love’s Labour’s Lost’ is zelfs grotendeels op rijm. Wel, dat was zwoegen. Maar het móést.»

HUMO Wat is over het algemeen de grootste moeilijkheid bij het vertalen van Shakespeare?

COURTEAUX « Zijn woordspelingen: het spel met to lie en to lie, liggen en liegen, komt bij hem permanent voor. Met liggen en liegen, die ook in het Nederlands een beetje op elkaar lijken, kun je nog spelen, maar herhaaldelijk kon ik geen volwaardig alternatief vinden. In een komedie maakte ik dan zelf weleens een woordspeling, maar in een tragedie kun je je dat niet permitteren, vind ik. Je kunt de inhoud niet laten varen, en daarom moet je vaak de woordspeling laten vallen.

» Vertalen betekent voor mij: een tekst naar de lezer brengen, niet de lezer naar de tekst brengen. Bert Voeten heeft eind jaren vijftig een vertaling van ‘Hamlet’ gemaakt. Ik heb die niet gelezen, maar in een bespreking las ik dat het leek alsof die tekst van Shakespeare vandaag geschreven was. Toen dacht ik: ‘Maar het ís geen tekst van vandaag!’ Nu ja, je moet natuurlijk wel de taal van je eigen tijd gebruiken. Eén of andere Nederlandse kierewiet heeft onlangs een stuk van Shakespeare in de taal van Vondel omgezet. Dat slaat nergens op! Shakespeare gebruikte de taal van zíjn tijd, en in die tijd was die taal niet archaïsch.

» Nu mijn vertalingen opnieuw worden uitgegeven, heb ik de gelegenheid gehad om in mijn teksten – in totaal vierduizend bladzijden in te grijpen. Daar kreeg ik twee maanden voor: ik ben er van ’s ochtends tot ’s avonds mee bezig geweest. Ik heb vastgesteld dat sommige termen in die vijftig jaar bepaald archaïsch zijn geworden. Een woord als feil bijvoorbeeld, in de betekenis van fout of vergissing, of koen in de zin van dapper.»

HUMO Hoe evolueert Shakespeare? Wordt hij in de loop van zijn oeuvre beter, volgens jou?

COURTEAUX « Hij wordt subtieler. En zijn metier neemt in alle opzichten toe. Het Elizabethaanse Engels heeft een volle klank, ’t is welluidend, terwijl het Nederlands vanzelf al veel doffer en harder is. En toch moet je dat Elizabethaanse klankpatroon proberen te benaderen: als je er geen oor voor hebt, zit je er al naast.»


Broodschrijver

HUMO Over het leven van de mens Shakespeare is nauwelijks iets bekend: het weinige wat we van hem weten is gebaseerd op vijftig zakenpapieren en documenten als de geboorteakte van zijn kinderen. Wat voor man treedt er volgens jou uit zijn werk naar voren?

COURTEAUX « Wat mij treft is dat hij door tijdgenoten gentle wordt genoemd, onder anderen door zijn concurrent Ben Jonson. Gentle is een dubbelzinnig begrip: het betekent tegelijk vriendelijk en aristocratisch. Dat is voor mij een aanwijzing, maar ik kan er geen hele constructie uit afleiden. Ook al omdat zijn stukken verre van gentle zijn.»

HUMO Ik vind het fantastisch dat hij een broodschrijver was.

COURTEAUX « Ja, en daar is hij welgesteld van geworden. Racine maakte theater voor het Franse hof, maar Shakespeare heeft altijd theater voor het hele volk gemaakt, voor het brede publiek, zeggen we in deze tijd. De groundlings, de mensen op de goedkope plaatsen, waren analfabeten, maar ook de meer ontwikkelde mensen en de adel kwamen op Shakespeare af. Hij moest dus iederéén behagen, en dat heeft hij ook gedaan: in elke tragedie, zélfs in ‘King Lear’ en ‘Macbeth’, zit iets luchtigs. Hij zorgde ook voor actie: zijn stukken zijn dynamisch, ze bewégen, en er wordt ook vaak in gevochten. Dat alles verklaart waarom hij zo levendig is gebleven. Wordt Racine nog vaak opgevoerd? Ik geloof het niet.»

HUMO In de Lage Landen krijg je nog maar zelden een integrale opvoering van een stuk van Shakespeare te zien. Een breed publiek is er wellicht niet meer voor te vinden.

COURTEAUX «Dat is waar. Gerrit Komrij had zich voorgenomen de complete Shakespeare te vertalen. Hij werkte telkens in opdracht van een theater: hij is ermee gestopt omdat hij geen opdrachten meer kreeg.

»Het vreemdste wat ik inzake bewerkingen heb gezien, is van de hand van – het spijt me dat ik het moet zeggen Hugo Claus. Die wel beter kan. Hij heeft een bewerking van ‘Richard III’ gemaakt, ‘Richard Everzwijn’ heet ze, in de taal die ze nu in de soaps gebruiken. Ik herinner er me nog één zinnetje van: ‘Zijde nu content?’ Ik geloofde mijn oren niet.»

HUMO In het reclamefoldertje voor de nieuwe uitgave van je Shakespearevertalingen staat een citaat van Hugo Claus: ‘Als ik Shakespeare vertaal zit Willy Courteaux op mijn schouder.’

COURTEAUX «Hij heeft me destijds in Gent op straat ook al gecomplimenteerd. Nu, ik waardeer die man hogelijk, en ik vind hem ook sympathiek, maar dat taaltje in zijn ‘Richard Everzwijn’ begrijp ik niet.

»De meeste bewerkers nemen gewoon de verhaaltjes over, de plot, waarbij ze één ding vergeten: dat Shakespeare bijna al zijn plots ergens geleend heeft. Van zijn zevenendertig stukken zijn er maar drie met een originele plot. Maar rond die geleende plots heeft hij bijna altijd een schitterend nieuw werk geschreven. Een schitterend nieuw werk op basis van Shakespeare schrijven moet volgens mij nog gebeuren.»


Verkomrijd

HUMO Toen je aan je Shakespearevertalingen begon, was je ook journalist. Hoe kon je al dat werk combineren?

COURTEAUX « Overdag werkte ik voor Dupuis, eerst bij Humoradio en daarna bij Humo, en ’s avonds vertaalde ik élke avond, gedisciplineerd. Op zaterdag en zondag vertaalde ik van tien tot twaalf, en daarna van twee tot vijf, en ’s avonds van zeven tot halfelf.»

HUMO Had je toen nog wel een privéleven?

COURTEAUX « Jawel, want ik was avond aan avond thuis (lacht).»

HUMO Akkoord, maar ik vermoed dat je niet uit je concentratie gehaald wilde worden.

COURTEAUX « Ik heb er geen problemen mee gehad. Er zat niets anders op dan hard doorwerken, want hoeveel decennia had ik anders niet nodig gehad om de klus te klaren? En ach, ik ben altijd een binnenhuisman geweest, nog steeds eigenlijk. Ik heb nooit aan sport gedaan. Toen Churchill in de tachtig was, vroeg men hem hoe het kwam dat hij zo lang in leven bleef: ‘Omdat ik nooit aan sport heb gedaan,’ antwoordde hij. Die uitspraak bevalt me. Daar komt nog bij dat ik rook en drink, maar alles met mate. Dat gold ook voor Churchill (lacht).»

HUMO In de inleiding tot je Shakespearevertalingen schrijf je: ‘Het onderdrukken van de eigen persoonlijkheid is de eerste plicht die de vertaler zich oplegt.’ Heb je je eigen persoonlijkheid moeten onderdrukken?

COURTEAUX « Neen, want ik had er geen. Kijk, Komrij, die dichter en schrijver is, heeft de taal van de Shakespearepersonages verkomrijd. Hij heeft, naar mijn smaak, zichzelf te veel naar voren gedrongen. Ik zal nooit beweren dat ik altijd de beste vondsten heb gedaan, en Komrij is een veel virtuozer schrijver dan ik, maar die virtuositeit is vast moeilijk te bedwingen. ’t Mag niet als jalousie de métier klinken, maar ik hoor te weinig Shakespeare in zijn vertalingen.»

HUMO Er is vast niemand die durft te beweren dat Shakespeare géén genie was. Zijn daverende oeuvre maakt het ons zelfs moeilijk om andere schrijvers geniaal te noemen, vind ik.

COURTEAUX « Hij is als het ware het imago van het genie. Bernard Levin, een journalist van onder andere The Times wiens werk – acht bandjes ik nog steeds graag herlees, heeft eens geschreven: ‘In de muziek zijn er twee fenomenen die niet te verklaren zijn: Schubert en Mozart.’ Daar ben ik het helemaal mee eens. Bach en Beethoven kun je nog begrijpen, je kunt inzien waarom ze zo goed zijn. Maar is Shakespeare in de literatuur van dezelfde orde als Schubert en Mozart in de muziek? Ik weet het niet. Van Schubert en Mozart weten we ongeveer wat voor mensen ze waren. Shakespeare is een schim, wat natuurlijk bijdraagt tot de mythevorming.»

HUMO Er zijn nog altijd geleerde mensen die volhouden dat het werk van Shakespeare door iemand anders is geschreven: door Francis Bacon, door Christopher Marlowe, door Edward de Vere, de 17de hertog van Oxford. En aangezien niets te gek is, beweerde iemand van wiens geleerdheid ik geen idee heb in de jaren zeventig dat Shakespeare niemand minder dan een Antwerpenaar was.

COURTEAUX « Ik heb zelfs nog met die man gedebatteerd!

» Af en toe duikt er iemand op, meestal een Amerikaanse professor, die een onbekend stuk of gedicht van Shakespeare ontdekt: zo’n man haalt dan het wereldnieuws, maar veertien dagen later wordt er al niet meer over hem gepraat, omdat hij tegen die tijd allang op onzin is betrapt. Als ik dan een uittreksel uit dat ‘nieuwe’ stuk lees, weet ik meteen dat het niet van Shakespeare kan zijn, want ik hoor er met de beste wil van de wereld z’n muziekje niet in.

» Een tijd geleden publiceerde Manteau de brieven van Gerard Walschap. Walschap mocht graag Shakespeare citeren. Bij de uitgeverij, die die brieven wilde annoteren, wisten ze niet waar die citaten precies vandaan kwamen, en daarom riepen ze mijn hulp in. Ik stelde om te beginnen vast dat Walschap nogal vaak fout citeerde. Ik kon ze allemaal thuisbrengen, op één citaat na: iets waarin ik de muziek van Shakespeare volstrekt niet hoorde. Volgens mij ging het niet eens om een tijdgenoot. Ik vermoedde dat het iets van Yeats was, en dat wás het ook. De poot van Shakespeare is onmiskenbaar.»


Vlaams-nationalist

HUMO Even iets anders. In een interview las ik dat je je hele leven een Vlaams-nationalist bent geweest. Hoe moeilijk is dat in deze tijd?

COURTEAUX « Een professor zei ooit over zichzelf: ‘Ik ben een verstandsflamingant.’ Daar kan ik me in vinden. Natuurlijk heb ik geen uitstaans met het Vlaams Belang, want ik ben links, hè. Maar anderzijds vind ik het onverstandig om elke aanhanger of politicus van het Vlaams Belang af te doen als dom of schurkachtig of verderfelijk. Filip Dewinter flapt er natuurlijk stuitende dingen uit: ‘Ik ben islamofoob’ en dat soort onzin. Dat kan niet door de beugel, wat nog niet betekent dat je als weldenkend mens niet kritisch mag zijn voor de islam. Kijk, ik ben niet religieus georiënteerd. Wat ik over het katholicisme van vroeger dacht en zegde, mag ik nu toch ook over de islam denken en zeggen? Of niet?»

HUMO Bedenkingen bij de islam worden nogal snel als racisme ervaren, heb ik de indruk. Dat hebben we wellicht ook aan het Vlaams Belang te danken.

COURTEAUX « Ik heb hier indertijd nog propagandablaadjes van het FDF in de bus gekregen, waarin Olivier Maingain de naarste dingen over Vlamingen schreef. Als je het woord ‘Vlamingen’ in die teksten door ‘Marokkanen’ zou vervangen, dan zou dat ongetwijfeld racistisch zijn.

»In het begin van de jaren zestig heb ik de Vlaamse marsen op Brussel meegemaakt. Ik zie die tienduizenden francofonen nog altijd langs de weg staan; ze hielden borden op waarop bijvoorbeeld stond: ‘Keer naar uw dorp!’ Hun idee van Nederlands. Dat is toch precies hetzelfde als tegen Marokkanen roepen: ‘Ga terug naar Marokko!’ Uit dat profiel van Vlaanderen dat de RTBf onlangs heeft uitgezonden, bleek ook dat racisme tegen Vlamingen hier nog altijd geoorloofd is. Volgens mij zal de Vlaamse televisie nooit zo’n toon aanslaan in een programma over Wallonië.

» Vorige week las ik in Meervoud, een Vlaams-nationalistisch én links tijdschrift, een stuk van Jef Turf (voorheen kopstuk van de Kommunistische Partij van België, red.). Die schrijft dat het Vlaamsnationalisme en de linkse opinie aan elkaar kleven, en daar ben ik het mee eens. Maar goed, het beeld van Vlaams-nationalisme is beschadigd, waardoor het heel moeilijk is om het met links te associëren. Er zullen wel belgicisten zijn die vinden dat Ierse of Koerdische nationalisten deugen, maar Vlaams-nationalisten zijn op z’n minst verdacht.»

HUMO Geloof je in separatisme?

COURTEAUX « Neen. Sommige linkse flaminganten denken dat Brussel, in het geval dat België zou uiteenvallen, de kant van Vlaanderen zou kiezen, omdat daar meer centen zitten. Daar geloof ik niks van. Andere stemmen roepen dan: ‘Brussel kan de pot op!’, en van die houding ben ik ook al geen voorstander. Ik vind dus dat het confederalisme moet worden doorgevoerd.»

HUMO Ben je nu op een andere manier links dan vroeger?

COURTEAUX «In die zin dat ik met mijn linkse opinie nergens meer terecht kan. Na mijn pensionering ben ik zes jaar actief geweest in Regenboog, een politieke beweging die onderdak bood aan communisten, trotskisten en progressieve partijlozen. Dat is op niets uitgedraaid, wat ik nog steeds teleurstellend vind. Ik zie de globalisering van het kapitalisme met lede ogen aan, en ik weet geen raad met dat onbehagen. Eigenlijk weet ik niet meer waarvoor of voor wie ik moet stemmen. Bij gemeenteraadsverkiezingen kies ik hier in Brussel dan maar voor een personage waar ik niet al te veel bezwaren tegen heb.

»In Nederland hebben ze de SP van Jan Marijnissen, een partij die ook nog eens succes heeft. Mochten we hier een equivalent van die partij hebben, dan zou ik daar meteen achter staan. Ik vind dat we slecht bestuurd worden. Dat is gedeeltelijk te wijten aan het feit dat de PS op Belgische schaal de macht heeft.»


Dwarskijkers onder mekaar

HUMO We moeten het, al was het maar for old time’s sake, ook eens over televisie hebben. Ik weet nog dat de BBC eind jaren zeventig de volledige Shakespeare heeft verfilmd. Die serie werd toen ook door de BRT uitgezonden, en jij was de inleider.

COURTEAUX « Ja, en ik heb toen ook de ondertitels gemaakt. Vandaag waagt zelfs de BBC zich niet meer aan zulke projecten. Het enige dat mijn vrouw en ik nog bekijken is ‘Judge John Deed’ en ‘The Inspector Lynley Mysteries’ – we hebben ook die boeken van Elizabeth George gelezen. En af en toe een goede film. Voor haar zestigste verjaardag heeft mijn vrouw een dvd-speler van haar kinderen gekregen, en ook een televisieserie over het werk van Dickens: ‘The Charles Dickens Collection’. Daar kijken we nu naar: schitterend.

»Voor het overige heb ik nooit echt behoefte gehad aan televisie. Nu iets meer dan vroeger, want anders zou ik van ’s ochtends tot ’s avonds boeken lezen. Naar het toneel ga ik ook niet meer, omdat ik er een paar keer diep in teleurgesteld ben: ik herinner me een Tsjechov waarin de personages van het begin tot het einde tegen elkaar stonden te schreeuwen.»

HUMO ’t Was misschien een Tsjechov voor doven en slechthorenden.

COURTEAUX « ’t Was vooral géén Tsjechov.

»Als oude man heb je de neiging om te vinden dat vroeger alles beter was, maar dat de televisie erop achteruit is gegaan, meen ik objectief te kunnen vaststellen. Als twee toppolitici in een showprogramma de hansworst gaan uithangen omdat er verkiezingen in het verschiet liggen, dan slaat dat, wat mij betreft, alles. Zie je dat de vorige politieke generatie doen? Ik niet.»

HUMO Ben je over het algemeen pessimistisch?

COURTEAUX « Dat ben ik nooit geweest, maar ik merk de jongste jaren dat ik pessimistisch word. Nog niet zolang geleden drong een vraag zich aan mij op: ‘Denken wij nu echt dat de wereld én de mensheid eeuwig zijn?’ Alles wat een begin heeft, heeft ook een einde: dat is me wel duidelijk. En ik merk steeds meer dat dat einde bespoedigd wordt. Dat zal wel niet voor overmorgen zijn – ik denk niet dat ik het einde van de wereld nog zal meemaken, maar het wordt steeds meer voorstelbaar. De opwarming van de aarde is daar nog maar één voorteken van. Ik twijfel niet aan de mens als ik hem als individu bekijk – hier in de buurt ken ik heel veel sympathieke individuen maar als ik aan de menselijke soort denk, heb ik zo mijn bedenkingen.»

HUMO Had je, toen je nog televisiecriticus was, de indruk dat je één of andere invloed had op de kwaliteit van de televisie?

COURTEAUX «Dat is moeilijk te meten. Ik had wel de indruk dat ze bij de televisie gevoelig waren voor wat ik schreef. Enkele jaren geleden ben ik naar het feest ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de openbare omroep gegaan. Rik Van den Abbeele, die toen programmadirecteur was, kwam daar aan, en het eerste wat hij me zei was: ‘Ha, de man die zulke lelijke dingen over ons heeft geschreven.’ ’t Was dus toch blijven plakken.»

HUMO Televisie is ondertussen een totaal ontluisterd medium, een keukenapparaat als een ander. Ik heb dan ook steeds meer het gevoel dat meningen over televisie ongeveer hetzelfde zijn als meningen over het weer. Ik bedoel: je verandert er het weer niet mee, laat staan dat je het zou verbeteren.

COURTEAUX « Dat zie je nu toch te eng: volgens mij verander je door televisiekritiek toch iets aan de mentaliteit van de kijkers, en dat is al heel wat.»


Treurige jeugd

HUMO Hoe ervaar je tegenwoordig de gewaarwording tijd?

COURTEAUX « Na mijn pensionering heb ik acht jaar lang, samen met de classicus Bart Claes, het werk van Euripides vertaald. Ik was dus bezig, zodat ik de tijd eigenlijk niet voelde. Nu is dat anders. Niet dat ik aldoor het gevoel heb dat ik in de schaduw van de dood leef – zover gaat het net niet – maar ik ben er wel diep van doordrongen dat mijn laatste episode aangebroken is.»

HUMO Je hebt in ieder geval goede genen: je vader is vijfennegentig geworden, en je mag er volgens mij stilaan van uitgaan dat je naar je vader aardt. Ingrid De Bie heeft voor Humo ooit een merkwaardig interview met je vader gemaakt. Daarin zei hij: ‘Onze Willy heeft een treurige jeugd gehad.’ Hij had het daarbij over de vroege dood van je moeder: je was drie toen ze stierf. Heb jij je jeugd ook als treurig ervaren?

COURTEAUX « Achteraf bekeken is het voor me duidelijk dat ik iets heb gemist, maar dat heb ik op het moment zelf nooit zo aangevoeld. Ik denk dat ik nogal taai ben, een overlever, maar vooral de laatste jaren besef ik dat ik de herinnering aan mijn moeder moet missen. Ik kan niet aan haar terugdenken, want ik heb ze nooit gekend.»

HUMO Je bent goeddeels opgegroeid bij je tante Elza, de tweelingzus van je moeder – de andere helft van een eeneiige tweeling dan nog wel. Eigenlijk heb je een goed idee van hoe je moeder eruitzag, hoe ze bewoog ...

COURTEAUX « Dat wel, maar mijn tante zei zelf dat zij en haar zuster heel verschillende persoonlijkheden waren. Ze zei dat haar zuster levendiger en plezieriger was dan zij.»

HUMO Hoe stel je je de dood voor?

COURTEAUX « Als een definitief afscheid van de mensen die mij na zijn. Ik zou heel graag mijn moeder eens ontmoeten, en mijn vader terugzien, en nog een aantal andere mensen uit het verleden, maar als je niet in het hiernamaals gelooft... Het blijft natuurlijk een mooi beeld, en ik kan ook begrijpen dat er heel veel mensen zijn die daar geen afstand van kunnen doen. In het einde van het leven zit geen hoop meer, hè, het stopt gewoon. Maar ook geen wanhoop.»

HUMO Toen je in 1989 met pensioen ging, heb ik je gezegd dat je je memoires moest schrijven.

COURTEAUX (lacht)

HUMO Toen moest je daar ook al om lachen, en je wimpelde dat idee meteen weg.

COURTEAUX « Ik ben heel erg op mijn privacy gesteld – ik weet dat ik door die houding tegen de stroom inga, want in deze tijd lijkt iederéén graag uit te pakken met de meest geheime hoekjes van z’n psyche, en hoe ze seks beleven, enzovoorts. Wel, dat vertik ik dus. Voor de blindenbibliotheek – dat is nog een activiteit die ik heb – ben ik nu de memoires van Wilfried Martens aan het inlezen. Als ik dát soort leven zou hebben geleid, zou ik misschien het nut van memoires inzien, want dan zou ik kunnen denken dat ik in dit land mede de geschiedenis heb helpen maken. Ik heb geen geschiedenis gemaakt.»

HUMO Daar ben ik niet zo zeker van. Je bent van 1949 tot 1989 journalist geweest: daar zit toch al veertig jaar Vlaamse persgeschiedenis in. Bovendien had je hier een zeker intellectueel gezag.

COURTEAUX «Ach, dat is een groot woord. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die zeggen: ‘Ik zou weleens willen weten hoe het toeging op de redactie van die Humo.’ Ik heb niet de minste behoefte om die mensen te bedienen.»

HUMO Wat is het belangrijkste dat je tot nog toe van het leven hebt geleerd?

COURTEAUX « Kijk, mocht mijn leven een boek zijn, dan zou ik er geen enkele bladzijde uit wegknippen, ook de zwarte bladzijdes niet. Het leven is een eenheid, een geheel waarin alles met alles samenhangt. Zoals het verlopen is, zo moest het verlopen. En als je dat fatalistisch noemt, dan vind ik dat niet meer dan een etiket.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234