null Beeld

I Love Techno (en we hopen van u hetzelfde): Paula Temple

Paula Temple (Britse, woont in Berlijn) debuteerde meer dan tien jaar geleden als technoproducer, maar voor ze d’r status van belofte kon upgraden, sloeg ze een zijpad in. Pas in 2013 kwam ze weer boven water met de fantastische ep ‘Colonized’, op het Gents-Londense R&S-label.

Even backspinnen naar het prille begin: waar en wanneer is Temple eigenlijk besmet geraakt met het muziekvirus?

Paula Temple «Ergens tussen mijn 5de en 6de verjaardag, vermoedelijk. Vroeger kan niet, want de eerste vijf jaar van mijn leven was ik doof. Mijn moeder had het al een tijdje door, maar het duurde even voor de dokters mee waren; één operatie en een implantaat later was het probleem opgelost. Nu ja: ik heb ook spraaktherapie gevolgd, maar daar herinner ik me niks van. Wat ik wél weet, is dat ik met open mond naar Kate Bush luisterde. Mijn ouders waren geen muzikanten, maar ze kochten wel veel platen: Motown-stuff, maar ook Pink Floyd en Kraftwerk. Ik was er echt door geobsedeerd – eigenlijk luisterde ik liever naar muziek dan naar mensen. En ik wilde niks anders dan platen verzamelen. Kerst, verjaardag, goed rapport: platen, platen, platen. Toen ik oud genoeg was voor een baantje – een krantenronde – spendeerde ik al mijn centen aan vinyl. Op mijn 16de ging een oude droom in vervulling: ik kon aan de slag in de lokale platenwinkel, die een heuse schatkamer was. Aan de ene kant verkochten ze indierock, aan de andere dance, en in de opslagruimte lag nog eens een half miljoen platen – de eigenaar wist eigenlijk zélf niet wat voor schatten daar allemaal lagen, en als ik er mocht grasduinen, schrok ik me vaak rot. De zeven jaar dat ik er werkte waren ronduit hemels; ik kan gerust zeggen dat ik mijn muzikale opvoeding daar heb genoten. Sonic Youth, Nine Inch Nails, Aphex Twin: allemaal daar ontdekt.»

HUMO ’t Is niet omdat je zot bent van muziek dat je ook muzikant wil worden: wanneer kon je de knagende scheppingsdrang niet meer negeren?

Temple «Oh, ik heb nooit het onderscheid gemaakt tussen luisteren en maken. Als ik naar een plaat luisterde, wilde ik gelijk meedoen. Ik heb als kind trouwens een tijdje in het schoolorkest gespeeld – ik was natuurlijk zo onnozel om een instrument te kiezen dat twee keer zo groot was als ikzelf: tenorhoorn, zo’n gigantische koperblazer.»

HUMO No offence, maar had je daar wel voldoende longinhoud voor?

Temple «Gek genoeg wél: ik was er zelfs redelijk goed in, en alleszins goed genoeg om mee te spelen met het Lancashire Orchestra. Tot ze me vroegen als solist: ik was hopeloos verlegen, dus ben ik er meteen mee opgehouden. De idee van in de spots te staan kon ik niet aan.

»Op mijn 16de kocht ik een synthesizer en rommelde daar wat mee aan, maar het echte breekpunt kwam er toen ik een lokale dj – ik zal z’n naam nooit vergeten: Ed – ‘Nurture’ van LFO hoorde mixen met een nummer dat ik vergeten ben. Dat je iets nieuws kon maken door twee aparte tracks in elkaar te laten vloeien, dat was... pure magie. Ik wilde op slag dj worden. En ik rolde er snel in: in onze platenwinkel hingen voortdurend organisatoren van feestjes rond, of café-uitbaters, noem maar op. Het ging me goed af, en ik deed het supergraag: ik verkondigde tegen iedereen dat ik op mijn 80ste nog altijd zou dj’en (lacht). Andermans plaatjes opleggen was een veilige manier om creatief te zijn: ik kon me wel uitleven, maar ik hoefde me niet bloot te geven met mijn eigen tracks. Die knutselde ik thuis trouwens voortdurend in elkaar, maar ik dacht niet dat er ook maar íémand in geïnteresseerd zou zijn. Tot ik Chris McCormack van het technolabel Materials leerde kennen: hij wilde per se mijn nummers horen, en hij bleek ze nog goed te vinden ook. En hij niet alleen: voor mijn eerste ep ‘Speck of the Future’ kreeg ik complimenten van dj’s die ik zelf bewonderde, en Jeff Mills wilde ’m uitbrengen in Amerika. Toen de grote John Peel me wilde interviewen en me zelfs uitnodigde voor een Peel Session, werd het nog een tikje surrealistischer. Ontkennen had geen zin meer: plots was ik technoproducer.»

HUMO Lang heeft het niet geduurd, want na je eerste ep ging je intensief meewerken aan de ontwikkeling van een MIDI-controller voor dj’s, en daarna was het zelfs over en uit met muziek. Je ging lesgeven aan kansarme jongeren, tot je daar vanwege een relatie met een vrouwelijke collega moest opstappen: behoorlijk heavy verhaal, wel.

Temple (blaast) «Zeg dat wel. Het begon met één workshop voor kansarme jongeren, en het duurde niet lang voor ik een hele organisatie runde. ’t Was stressen, maar het liep geweldig. Tot één van de stafleden – een vrouw – me op een mooie dag hand in hand zag met mijn vriendin: ze ging compleet over de rooie, met een kettingreactie van homofobe uitspraken tot gevolg. Ik dacht eerst: ‘Waait wel weer over, dit is per slot van rekening de 21ste eeuw.’ Maar het ging net van kwaad naar erger: ze begon mij zwart te maken bij de rest van de stafleden, en samen probeerden ze mij de teugels uit handen te nemen én mijn vriendin te ontslaan. Op een bepaald moment kon ik niet anders dan mijn ontslag indienen. Maar ze bleven maar leugens in het rond strooien, zelfs tegen de jongeren met wie ik had gewerkt. Toen had ik er genoeg van: ik heb ze voor het gerecht gedaagd. Achttien lange maanden heeft de procedure aangesleept: een eeuwigheid, want er werd serieus met modder gegooid. Zelfs in de rechtbank dachten ze nog altijd dat ze ermee weg zouden komen. Maar dat was buiten de rechter gerekend: in zijn vonnis noemde hij de tegenpartij ‘kwaadwillig’ en ‘deprimerend’, en daarmee was de kous af. We kregen geen schadevergoeding, maar daar was het me ook niet om te doen: ik wilde gewoon dat íémand mijn aanvoelen zou bevestigen – dat je iemand niet zomaar kunt kapotmaken vanwege je eigen fucked up beliefs.»

HUMO Eén voordeel: je herontdekte de vreugde van muziek maken.

Temple «Inderdaad. Ik was totaal in shock, maar ik dacht ook: ‘Fuck it all, ik ga mijn zin doen.’»

HUMO Ik begrijp nu ook beter waarom ‘Colonized’ klinkt alsof er een konvooi trucks geladen met semtex tegen een blinde muur te pletter rijdt.

Temple (lacht) «Voor alle duidelijkheid: woede was níét mijn voornaamste drijfveer toen ik de nummers schreef. ’t Voelde eerder alsof ik m’n eigen krachten had herwonnen, en het enthousiasme om dingen te scheppen. Soms zat ik de hele tijd te giechelen, gewoon van puur geluk. Ik heb de nummers naar R&S gestuurd, en Renaat (Vandepapeliere, oprichter en bezieler van het label, red.) was meteen enthousiast – hij is één van die mensen die geen fuck geeft om trends, hij volgt gewoon zijn gevoel.»

HUMO Gaf jouw gevoel je in dat je Engeland moest inruilen voor Berlijn?

Temple «Ja, en ik ben blij dat ik de stap heb gezet. Ik heb het gevoel dat ik hier helemaal mezelf kan zijn, en bovendien is het de perfecte plek voor wie geïnteresseerd is in elektronische muziek. Niemand beschouwt mij hier als een concurrent, laat staan als een indringer; ze willen zelfs allemaal met me samenwerken. En niet alleen technovolk: heerlijk, dat genregrenzen niet van tel zijn. Het enige nadeel is dat iedereen voortdurend een bomvolle agenda heeft: geen idee of er van die wilde plannen ooit wat in huis komt.»

HUMO Hoe maak je nummers als ‘Ful’ of ‘Deathvox’ eigenlijk? Gewoon ’s ochtends je machines aanzetten en aanmodderen tot je iets hoort waarop je kunt voortbouwen, of weet je op voorhand al min of meer waar je naartoe wil?

Temple «Voor ik ‘Deathvox’ maakte, had ik letterlijk maanden zitten prutsen zonder dat er iets uit voortkwam. Tot ik eind vorig jaar plots een interessant geluid maakte op basis van mijn eigen stem en...»

HUMO Wacht even: die angstaanjagende, door merg en been gaande didgeridoo-achtige klank is jouw eigen stem?

Temple «Angstaanjagend? Opbeurend, zul je bedoelen (lacht). Serieus: ik voelde dat ik iets in handen had waaruit een geweldig nummer zou groeien – die zelfzekerheid was me nooit eerder overkomen. Sindsdien weet ik dat ik elke dag netjes naar mijn studio moet trekken, en dat de mindere dagen er gewoon bijhoren. Ik heb alleszins een pak nieuwe tracks gemaakt, en een remix voor een artiest op Ninja Tune – ik verklap nog niet wie, je zult wel zien. Het gaat de richting uit waarvan ik had gedroomd.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234