null Beeld

Ich bin ein latente Limburger: Dwarskijker over Canvas Pukkelpop

Rudy Vandendaele

Inmiddels ben ik een dusdanige teenager op jaren dat ik me liever niet meer op festivalweiden vertoon, uit vrees dat ik er de aanblik zou bieden van een verwarde man die niet meer weet waar hij zijn koelbox heeft gelaten.


Canvas Pukkelpop

Canvas – 16 augustus

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, met inbegrip van alle rottigheid die ongetwijfeld met dat verschiet samenhangt. ‘Optimism is a moral duty’, liet een optimist zich ooit ontvallen op een feestje waar iederéén te veel gedronken had. Paul Peyskens, de netmanager, klonk zorgelijk en beteuterd tegelijk toen ik hem onlangs op de radio hoorde zeggen dat de kijkers van Canvas gemiddeld 57 jaar zijn. Dat hebben ze gemeen met het mannelijke patiëntenbestand van de gemiddelde uroloog. Vergrijzing is geen opbeurend gezicht, ook niet als je er onder het mom van een regelmatige kleurspoeling deel van uitmaakt.

Behalve van verjonging is Canvas uiteraard ook altijd van verbetering gediend, maar de eerlijkheid gebiedt mij om te schrijven dat ik al bij al niet te klagen heb van Canvas: ik vind bij die zender vaker mijn gading dan bij – bijvoorbeeld – de for old times’ sake nogal overschatte BBC. Auntie Beeb is allang geen toonbeeld van kwaliteit meer, laat staan dat die oude theeleut nog een voortrekkersfunctie zou hebben – voor mij hoeft ze dan ook niet langer als richtsnoer te dienen. Nu ja, zoals menigeen die ik hoog heb zitten, was ik verzot op de geheel aan muziek gewijde vrijdagavonden op BBC Four, want er gaat nu eenmaal geen kunstvorm boven muziek. Het geval wil dat het Telenet behaagd heeft die zender niet meer aan te bieden. Het hoeft geen betoog dat een bedrijf als Telenet vergeven is van gevlerickt managerstuig dat alleen maar oog heeft voor z’n zakelijke streefdoel en dan ook stekeblind is voor onbecijferbare kwaliteit. Voorwaar ik zeg u: de schoonheid gaat aan zulke overgewaardeerde cijferaars ten onder. Almaar een zo ruim mogelijk publiek willen opvrijen, kan alleen maar tot niets bijzonders leiden, en erger. Nu ik dat voorwaar heb gezegd, knoop ik weer vloeiend bij Canvas aan, een zender waarop ik laatst ‘Canvas Pukkelpop’ zag: een gelegenheidsprogrammaatje waarin connaisseurs in hun persoonlijke leefomgeving de affiche van het boeiendste en naar mijn smaak ook sympathiekste festival van België – ich bin mogelijk ein latente Limburger – selectief doorlichtten.

undefined

'Ineens vond ik, als was ik godbetert een talentscout, dat de inspirerende breedspectrummuzikant Mauro Pawlowski voor Canvas een muziekprogramma zou moeten maken én presenteren'

Inmiddels ben ik een dusdanige teenager op jaren dat ik me liever niet meer op festivalweiden vertoon, uit vrees dat ik er de aanblik zou bieden van een verwarde man die niet meer weet waar hij zijn koelbox heeft gelaten; of van een vader op zoek naar zijn dochter: die dekselse meid had thuis haar insulinespuit vergeten. Of van een undercoversmeris die zich in iets te jeugdige kleding heeft gestoken, een outfit die drie en een half jaar geleden min of meer hip was. Los van mijn wankel zelfbeeld, ben ik nog steeds een muziekliefhebber die blij is dat Canvas hem in staat stelt om een thuisblijvende festivalganger te zijn. Ik ben een dusdanige teenager op jaren dat ik – ik plaats mezelf even op de tijdbalk – uitkijk naar ‘Crosseyed Heart’, de nieuwe soloplaat van Keith Richards, Rolling Stone bij uitstek, Human Riff, roverhoofdman, zigeunerkoning en piratenkapitein in een voordeelverpakking. En gentleman – iemand die de as van zijn vader heeft gesnoven, moet wel een heer van stand zijn waar de modale aristocraat nog een puntje aan kan zuigen. Nieuwe muzikale helden die tegen Keith opwegen, zullen mij wel niet meer te beurt vallen, maar ik laat me wel nog altijd graag nieuwe muziek aanpraten, niet het minst door Mauro Pawlowski, een wonderlijke Pools-Italiaanse entente, die thans het ambt van curator van Pukkelpop vervult. Hij was er al bij toen Pukkelpop nog een idee was dat ter hoogte van het garnizoensstadje Leopoldsburg ineens in jeugdhuis De Pukkel opwiekte uit een samenzijn van humanistische jongeren, onder leiding van Chokri Mahasinne. Gezeten in een doorzonkamer, en vóór een laptop, herinnerde Mauro zich in ‘Canvas Pukkelpop’ dat er toen zo goed als historische woorden aan Chokri waren ontsnapt: ‘Pukkelpop mag nooit belangrijker worden dan jeugdhuis De Pukkel!’ Mauro herinnerde zich ook hoe zijn opmerkelijke band Evil Superstars, die ter gelegenheid van deze editie van Pukkelpop even de vergetelheid voor bekeken hield, destijds te werk ging: ze repeteerden volgens de legende hooguit een kwartier. Hij schreef een nummer en zette het op cassettes die hij vervolgens met de fiets, de bus of te muildier naar de bandleden in Heusden of Zonhoven bracht of naar plekken die enigszins buiten de officiële aardrijkskunde vielen. ‘Ik belde aan,’ zei hij, ‘en als het bandlid niet thuis was, gaf ik de cassette aan zijn ouders af.’ Om die zin moest ik erg lachen. Benevens een bewonderenswaardige veelkunner is Mauro ook nog eens geestig: hij beweegt zich achteloos in het spanningsveld tussen ironie en zelfspot, en de rest is onvoorwaardelijke liefde voor muziek, of ze nu verregaand elektronisch is of ambachtelijk werk met gitaar, bas en drums. Door zijn toedoen heb ik me op het internet in Hate & Merda verdiept. ‘Ik dacht,’ zei Mauro, ‘hate én merda, dat stront betekent in het Italiaans: dat kan niet slecht zijn.’ We zagen twee Italianen met een beulskap op, een drummer en een gitarist, in zwart-wit een hard, ontregelend en desolaat geluid voortbrengen – razernij en hulpgeroep tegelijk, gezwoeg ook, in ieder geval auditief théâtre de la cruauté. En een geluid dat aan Evil Superstars op hun hardst herinnerde. Hate & Merda woonde ergens op het Italiaanse platteland, in een negorij waar geen hol te beleven viel. Ja, je kon er al houthakkend je woede koelen, en zulke bijlslagen kregen we in een clip ook te zien. Het duo Hate & Merda was ook moeilijk bereikbaar, volgens Mauro: ‘Wifi is er niet 100 percent,’ voegde hij er langs de neus weg aan toe, en ook dáár moest ik welgemeend om lachen. En passant gaf Mauro ook een muzikaal-esthetisch beginsel prijs: ‘Een goeie riff, iemand die staat te schreeuwen, en instrumenten die je niet van elkaar kunt onderscheiden. Dat heet dan gelukkig zijn.’ Waarna hij ons ook naar bands als Fat White Family en Pissed Jeans leidde. Iemand die één van z’n bands Hitsville Drunks heeft genoemd, zal wel bepaalde eisen aan een bandnaam stellen. Hij vestigde ook onze aandacht op zijn neef, de uitstekende drummer van The Sore Losers, waarbij de vreemde woorden famiglia en solidarność me te binnen schoten. Er ging mij een licht op tijdens dit programmaatje, wat me nu ook weer niet elke dag overkomt als ik in het duister klem zit voor de televisie. Ineens vond ik, als was ik godbetert een talentscout, dat de inspirerende breedspectrummuzikant Mauro Pawlowski voor Canvas een muziekprogramma zou moeten maken én presenteren. ‘Er wordt altijd goede muziek gemaakt,’ zei hij, ‘elke dag. Sinds altijd.’ Ik geloof in zijn geloof in de veelvormigheid en grenzeloosheid van muziek. Ik geloof helaas ook dat gevlerickt managerstuig het bij de openbare omroep meer voor het zeggen heeft dan loslopende, onbezoldigde en zeer occasionele talentscouts die een hekel hebben aan gevlerickt managerstuig. It’s a sad sad planet, maar lachen is nog steeds niet verboden.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234