IDLESBeeld Dave Benett/Getty Images

IDLES in de Botanique: de onweerstaanbare drang om de boel af te breken

Het Britse IDLES (hoofdlletters verplicht) kwam in de Botanique niet zomaar alles geven, ze staken nóg een extra tandje bij. Joy Is an Act of Resistance heet hun tweede plaat. En inderdaad, er zit woede in hun verzet. Maar ook vreugde, lol, spel- en rondspringplezier, én de onweerstaanbare drang om de boel af te breken. Van bij opener ‘Colossus’ tot aan de krakende en piepende afsluiter ‘Rottweiler’ sloeg die opstandvreugde over op een nokvolle, bij momenten kolkende Orangerie. 

In salontafelboeken met foto’s van gestileerde punks, rockers, mods, goths, nozems of provo’s zullen die van IDLES niet gauw opduiken. Ze hadden wel al iets meer kleren uit de Kringwinkel aan dan in Werchter. Dat wil niet zeggen dat het er losjes aan toe ging: de vuisten waren gebald, de nekspieren gespannen, de songs in de set bijna allemaal retestrak, de gitaren messcherp, de drum en de bas superefficiënt, de melodieën beestig.

Er moet bijvoorbeeld nogal wat lucht zijn samen geperst om de bas van opener ’Colossus’ aan te drijven. Zanger Joe Talbot zingt dat-ie zijn vaders zoon is en dat diens schaduw een ton weegt: hij laat alles rustig borrelen en voegt er net voor het overkoken een treiterig “It goes and it goes and it goes and it goes” aan toe. De song komt overigens in twee delen, de tweede helft doet aan Iggy Pops ‘Lust for Life’ denken.

IDLES is een bassist met een rosse Walter Van Beirendonck-baard, een drummer die op de IT-afdeling werkt, een nar van een besnorde gitarist die niet kan blijven stilstaan, en een meer introverte gitarist die gewoon af en toe het publiek in moét springen. Maar IDLES is nog het meest frontman Joe Talbot, die verdomd lang in het duister moet hebben getast voor hij al zijn demonen eindelijk kon terugsmijten richting goegemeente, machthebbers en slappe elektronische dansmuziek.

Er valt behoorlijk wat klein en minder klein leed te sprokkelen in Talbots levensloop. Ouders gescheiden voor hij één jaar werd. Fuckin’ klompvoet. Zijn moeders eerste hartaanval kwam toen hij zestien was. Talbot moest voor haar zorgen, en bleef altijd als laatste hangen op feestjes om niet aan de volgende dag te moeten denken. Zijn moeder stierf uiteindelijk net voor het verschijnen van IDLES’ debuut Brutalism. Niet lang geleden stierf ook Talbots eerste kind bij geboorte. Aan het begin van dit jaar heeft hij zijn alcoholisme gewoon gecoldturkeyd. Dat laatste ging vanzelf.

In ‘Never Fight a Man With a Perm’ zit een knipoog naar Nancy Sinatra: “He said ‘these boots are made for stomping’ / one of these days these boots are gonna stomp all over you.” IDLES klinkt nu - en het zal niet de laatste keer zijn - écht als Sleaford Mods met gitaar, bas en drums.

‘Mother’ is een nog harder en nog gebalder oplawaai. Er zit boekenwijsheid van een beleefd postpunkgroepje à la Interpol verstopt in de tekst - “men are scared women will laugh in their face / whereas women are scared it’s their lives men will take” - maar de “mother / fuck her” komt van iemand met een mes in een achterafsteegje. In een onmiddellijk aansluitend ‘Faith in the City’ heeft iemand kanker en drinkt iemand anders zich te pletter aan goedkope wijn. In ‘I’m Scum’ is Talbot een brutaaltje uit de lower class: “I’m lefty, I’m soft / I’m minimum wage job / I am a mongrel dog / I’m just another cog / I am a Sleaford Mod / I’m scum.” En dan deze er nog bij in het refrein: “This snowflake’s an avalanche.” Haha! Als je je met dat vaak door rechtse ballen gebruikte scheldwoord in een hoek schildert, om er je daarna op zo indrukwekkende wijze uit te vechten: hoed af!

De Danny Nedelko uit ‘Danny Nedelko’ bestaat echt, is de Oekraïnse frontman van het bevriende Heavy Lungs, en hij krijgt in de song alle letters van zijn naam gespeld. De song is een statement tegen racisme, maar na zo’n zinderende versie zal niemand nog “snowflake” of “cheer up you miserable bastards” naar hen durven te roepen.

‘Divide & Conquer’ komt met een bas zo straf als die van ‘Human Fly’ van The Cramps en gaat over Talbots moeder, die door de besparingen van de rechtse regering haar ziektefacturen niet kon betalen - “
A loved one perished at the hand of the barren-hearted right.” Hier wordt de vreugde opgeraapt in een schreeuw die echt van heel diep komt.

‘Samaritans’ wordt aangekondigd als een song over je gevoelens tonen als man. “Ik ben een feminist”, zegt Talbot, en hij doet heel de zaal meebrullen met “This is why you’ll never see your father cry” en “I kissed a boy and i liked it”.

Songs als ‘Television’, ‘Great’ en ‘Love Song’ zijn dat ietsiepietsie minder straf, maar worden geselecteerd op ritme en pogopower. De vraag ‘Hoeveel Belgen kunnen we op een podium krijgen?’ leidt tot een ware overrompeling, maar één waarin niemand ook maar één schram lijkt op te lopen. Een vrouw krijgt van de ene gitarist een gitaar in handen, de andere gitarist speelt alweer verder vanuit het publiek. De gitaristen staan hals tegen hals één luttele herhaalde hoge noot te spelen. Met gitaarband en gitaar wordt er touwtjegesprongen. Een jas met luipaardmotief die vooraan op het podium lag en door de drummer werd gedragen wordt teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

IDLES wil naar verluidt niet horen van het etiket punk, en inderdaad: ‘Cry To Me’ van Solomon Burke werd met de plichtplegingen van àlle harde muziekgenres ontvangen.

De vragen die in de finale opduiken in ‘Well Done’ vatten de sfeer van de groep. 1. Een gewone vraag: “Waarom zoek je geen job?” 2. Een kwinkslag: “Waarom win je geen medaille?” 3. Een vraag waarin absurdisme een goddelijke deugd wordt: “Waarom hou je niet van reggae?”

Het voorlopig enige goeie nieuws in verband met de Brexit is dat er aan de kant van de remainers en de stayers ginds een paar behoorlijk boze groepjes zijn bij gekomen. Sleaford Mods was eerst. Shame was een verrassing. Maar IDLES gaat dit jaar winnen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234