'If You Can Believe Your Eyes and Ears' van The Mamas & The Papas: Humo's hall of fame viert meesterwerken van 50

Het lijkt gek, maar ook in 2016 zijn er weer een trits meesterwerken die hun 50ste verjaardag vieren. Zo komt het bijvoorbeeld dat we deze week een goed ingesmeerde Marc Didden onder de zon van Californië terugvinden, samen met zijn vrienden van The Mamas & The Papas. ‘If You Can Believe Your Eyes and Ears’!

'In nauwelijks 18 maanden namen ze drie elpees op die mee de sixties definieerden.' (v.l.n.r.) Denny Doherty, Cass Elliot, John Phillips en Michelle Phillips

Ook in de donkere tijden toen de dieren nog spraken – naar het schijnt was het West-Vlaams toen meteen al de rigueur – stonden op ongeveer deze plaats in het nu nog steeds fantastische weekblad Humo prachtige opstellen die handelden over de lading langspeelplaten die toen wekelijks afgeleverd werd bij het huis van de heer Dupuis, aan de Livornostraat 97 te 1050 Brussel.



Lofzangen, jazeker, maar als het moest ook een forse portie pek en veren. Altijd in correct Nederlands gesteld door het kleine leger muziekkenners dat zich verborgen hield achter de nom de plume Karel de Knagger, wat u mits enige moeite ook kan beschouwen als een anagram voor het toen in de rock-’n-rollwereld erg gevreesde fenomeen De Werkgroep.



Wij zaten zelf nog met één bil op de schoolbanken toen De Knagger geregeld zijn snijtanden zette in het oeuvre van de nog altijd onderschatte Beach Boys, die hij zo mooi ‘het beste mannenkoor ter wereld’ noemde. Maar ook ten voordele van die andere parel aan de Californische kroon, The Mamas & The Papas, bespeelde hij met brio alle kleppen van de loftrompet. Mutatis mutandis waren The Mamas & The Papas op hun beurt dan ook zonder twijfel het beste gemengde koor van het Westen.

In dat werkelijke wonderjaar 1966, toen de al vermelde Beach Boys hun magnum opus ‘Pet Sounds’ loslieten en The Beatles ons ‘Revolver’ schonken – om nog maar te zwijgen over ‘Aftermath’ van de Stones en Frank Zappa’s ‘Freak Out’ of Dylans ‘Blonde on Blonde’ – kwam het kwartet dat bestond uit John en Michelle Phillips, Denny Doherty en Cass Elliot, uit het niets om de hoek kijken met hun debuutelpee, die enigszins onbescheiden ‘If You Can Believe Your Eyes and Ears’ heette. De titel was bedacht door hun ontdekker en tevens producer Lou Adler, die achteraf meermaals verklaarde dat dat precies weergaf wat hij dacht toen hij het flink door de folkwol geverfde viertal voor het eerst zag en hoorde. Hij lokte hen de studio in om daar samen met de geweldige studiowizard Bones Howe (Jerry Lee Lewis! Elvis Presley! Tom Waits!) die sound vol zonlicht en zeelucht te ontwerpen, die ons nog bijna dagelijks bereikt wanneer de onverwoestbare singles ‘California Dreamin’’ en ‘Monday, Monday’ langs de radiogolven passeren. Die singles zijn er, samen met een rist opvolgers als ‘Creeque Alley’, ‘Dedicated to the One I Love’ of ‘I Saw Her Again’, een beetje de oorzaak van dat The Mamas & The Papas (op de hoes van hun debuut nog ‘mama’s’ en ‘papa’s’ mét apostrof) nog vaak weggezet worden als een in nostalgie gemarineerd hitgroepje uit de zomer van de liefde.


Achttien maanden geluk

Wie in de jaren ’66 en ’67 genoeg geld had om zich elpees aan te schaffen, wist wel beter. In een tijdspanne van nauwelijks achttien maanden slaagde de groep erin om niet minder dan drie langspelers te maken die de sixties mee hielpen definiëren. Ze heetten, in omgekeerde chronologische volgorde, ‘Deliver’, ‘The Mamas And The Papas’ en ‘If You Can Believe Your Eyes and Ears’. Laat die laatste nu net de schijf zijn waar we het vandaag over willen hebben. En laat het ook knap vijftig jaar geleden zijn dat ik bij het schrijven van het woord ‘schijf’ nog aan muziek moest denken en niet aan mijn gehavende knieën.

Om maar meteen duidelijk te zijn: als een onversneden meesterwerk klinkt ‘If You Can Believe’ vandaag niet. Daarvoor heeft de tand des tijds hier iets te nadrukkelijk bijtsporen nagelaten. Maar un petit chef-d’oeuvre is het dan weer zeer zeker wel.

Al zou je dat op basis van de wat suffe hoes zeker niet vermoeden. Want daarop zitten de vier groepsleden wat sjofel samengedrukt in een doordeweeks ligbad, terwijl ze doelloos in de lens van fotograaf Guy Webster kijken. Rechts van hen gaapt bovendien nog een alvast niet tot mijn verbeelding sprekende banale kakpot. Die triestige troon zorgde overigens in de toch als ruimdenkend te boek staande jaren 60 voor zoveel controverse dat de platenfirma Dunhill Records alras besloot om hem op latere persingen weg te gommen, of te maskeren door er een sticker op te kleven: ‘Including ‘California Dreamin’ and ‘Monday, Monday’’.

Die twee monsterhits staan inderdaad ook telkens als eerste track van beide kanten van deze fijne debuutplaat te blinken. Maar ook veel minder bekende originelen als ‘Go Where You Wanna Go’, ‘Straight Shooter’ en ‘Hey Girl’ zijn het beluisteren waard. Het zijn alle drie mooie voorbeelden van de engelachtige soort softpop die The Mamas & The Papas eigenhandig uitgevonden hebben en die na de vroege ontbinding van de zanggroep – ze hebben de jaren 70 nooit écht gehaald – meteen en ook voorgoed verschwunden was. Evenwel niet zonder dat ze ons ‘Got a Feelin’’ nalieten, misschien wel hun allermooiste song. Meesterlijk geschreven door de mannelijke leden van de band en samen met de vrouwen op welhaast bovennatuurlijke wijze gezongen.

Waar The Mamas & The Papas ook goed in waren, was in het creatief omgaan met de kunst van de cover: ze waren niet bang van een snuif Lennon/McCartney (hun versie van ‘Call Your Name’ is écht helemaal oké) en deden ook iets moois met Bobby Freemans altijd al aanstekelijke ‘Do You Wanna Dance’. Toch gebiedt de eerlijkheid ons wel u te melden dat ze met Leiber en Stollers ‘Spanish Harlem’ helemaal en royaal de mist ingingen, ook al had Ben E. King zes jaar eerder al getoond hoe die song wel gezongen moest worden.


Creeque Alley

Dat doet in het geheel niets af van de stellige zekerheid dat dit viertal zijn plaats in de Rock and Roll Hall of Fame dubbel en dik verdiend heeft en dat een aantal van hun songs in gulden letters bijgeschreven mogen worden in de canon van alles wat dit leven de moeite waard maakt.

Heel even waren The Mamas & The Papas een sprookje, en als u zich even de moeite getroost om Peter, Paul And Mary’s een beetje vreemde hitsingle ‘I Dig Rock and Roll Music’ te beluisteren, zal u ook een idee krijgen van de magie die John en Denny en vooral Michelle en Cass veroorzaakten ‘when they were really wailing’.

Ze wisten zelf ook wel hoe goed en bijzonder ze waren, want op hun derde elpee ‘Deliver’ hielden ze 3 minuten en 45 seconden vrij om hun eigen kroniek te schrijven, en wel in de vorm van het erg charmante ‘Creeque Alley’, waarbij ze ook niet nalieten ook hun collega’s uit The Byrds en The Lovin’ Spoonful een liefdevolle namecheck te schenken.

Waar liep het dan allemaal mis? Tja, wat dacht u? Drank en drugs natuurlijk, en te veel geld en altijd maar zwellende ego’s. En op of onder malkanders vent of wijf kruipen, wat de obese Cass Elliot (vrouw van Denny Doherty) ooit tegen de bloedmooie Michelle Phillips (vrouw van groepsleider John) deed zeggen: ‘Michelle, je kon om het even welke man op aarde krijgen, waarom moest het dan de mijne zijn?’

Drie vierden van The Mamas & The Papas liggen inmiddels al onder de zoden en dus doet alleen de eeuwige glimlach van de nu 71-jarige Michelle het ’m nog. Als we haar ooit tegenkomen en ze vraagt ons wat wij er allemaal van denken, dan antwoorden wij vlotweg: ‘California Dreamin’ Über Alles!’ Waarvoor veel dank.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234