'Ik spreek niet graag over mijn Covid-besmetting, ik wil geen aansteller zijn, zo van: kijk, ze komt op tv en heeft ook iets voor. Het is niets in vergelijking met patiënten die in het ziekenhuis belandden.'

VTM-nieuwsankerBirgit Van Mol

'Ik ben enorm blij dat mijn man het einde van het jaar heeft gehaald'

'Ik spreek niet graag over mijn Covid-besmetting, ik wil geen aansteller zijn, zo van: kijk, ze komt op tv en heeft ook iets voor. Het is niets in vergelijking met patiënten die in het ziekenhuis belandden.'Beeld Carmen De Vos

2020 was bepaald geen kabbelend jaar. Ook niet voor VTM-nieuwsanker Birgit Van Mol (52). Haar echtgenoot verkeerde in kritieke toestand door zijn auto-immuunziekte, zelf kreeg ze al in maart corona. ‘Wat telt is hoe je ermee omgaat. Daarin heb je de keuze.’

Een grijze decembernamiddag in Antwerpen. Misschien wel de meest grijze van het jaar. De paar mensen op straat sloffen diep verscholen in hun winterjas langs ons. Nog drie dagen en dan is de kerstmaand voorbij. Niemand die nog buiten wil komen tijdens dit allerlaatste staartje van het vermaledijde 2020. Op een paar pendelende zielen na

Birgit Van Mol, nieuwsanker bij VTM, is er zo een. Voor haar deze week geen verlof, dus moet ze wel de deur uit. ‘Maar dat is juist fijn, de afwisseling van thuiswerken en op de redactie tussen collega's zitten.’

Was het voor de meesten onder ons een kwal van een jaar, dan heeft Birgit Van Mol ook wel haar portie gehad. Ze kreeg zelf corona - en niet zo'n beetje - en verloor ei zo na haar Nederlandse echtgenoot René Brouwer (66) met wie ze al sinds mensenheugenis door het leven gaat. René heeft een ongeneeslijke auto-immuunziekte die hem al verschillende keren bijna fataal werd. Daarbovenop kreeg hij longkanker. Waarmee het thema gezondheid een behoorlijk prominente plek inneemt in het bestaan van het gezin Van Mol/Brouwer.

‘Iedereen is blij dat het jaar voorbij is, maar ik heb op een aantal nieuwjaarskaartjes geschreven: 'Laten we het goeie van 2020 meenemen’’, steekt Birgit van wal in de kantine van het DPG Media-gebouw, hartje Antwerpen. Ze ziet er goed uit. Rustig. Type no-nonsense, zo blijkt tijdens het gesprek.

BIRGIT VAN MOL «Want er zijn, in de miserie, ook veel goeie dingen gebeurd. Vriendschappen die groeiden. Heel wat familieleden, vrienden en collega's hebben me gesteund. Soms kwam de steun uit onverwachte hoek. Iemand die een maaltijd aan de deur zette of een bloemetje kwam brengen. Die vriendschappen wil ik ook dit jaar koesteren.»»

- Ze kunnen ook weer afzwakken, eens het normale leven opnieuw op gang komt.

VAN MOL «De wandelvriendschappen die ontstaan zijn, wil ik onderhouden. Ik ben dan ook van plan om te blijven wandelen. We hebben een hond, dat maakt het makkelijker natuurlijk. Zo leerde ik mensen kennen die ook een hond hebben en spreek ik vaker met vrienden af om samen te wandelen.»»

- Zijn de gesprekken anders als je door de natuur struint? Minder smalltalk?

VAN MOL «Wandelen is therapeutisch. Daarom doen we het zo massaal tegenwoordig. In Japan schrijven dokters het zelfs voor. Tijdens mijn uitstappen met de hond heb ik tijd om na te denken, en telkens kom ik vrolijker en lichter thuis.

»Toen een van mijn zussen vorige week belde en zei dat we elkaar fysiek een heel jaar niet hadden gezien, schrok ik. Was het al zo lang geleden? Maar voor haar is het anders, ze werkt al maanden thuis en ziet amper iemand. Ik kom genoeg volk tegen. Nu, thuiswerken heeft ook voordelen, maar vaak heb je de neiging om bezig te blijven. Het stopt niet, de grenzen vervagen. Je bent tussendoor met je kinderen bezig, gaat om een boodschap en daarna werk je weer verder. Zelf was ik op die manier vaak tot elf uur 's avonds bezig.»

- Hoe ben je het afgelopen jaar doorgekomen?

VAN MOL «De eerste maanden waren oké. Tot ik Covid kreeg. Ik ben op 12 maart jarig en al diezelfde week voelde ik me soms doodmoe, totaal leeg was ik. Waarschijnlijk heb ik het op het werk opgelopen, waar ik rondhing in de buurt van iemand die achteraf besmet bleek. Een maand ben ik thuisgebleven, waarvan drie weken geïsoleerd in een kamer. Op het ene moment had ik barstende hoofdpijn, alsof ze met breinaalden in iedere groef van mijn hersenen staken. Waarna de pijn plots naar mijn keel of mijn neus trok. Of ik voelde een zware druk bovenaan mijn luchtpijp waardoor ik een paar uur moest hoesten. En dan sprong het virus weer naar mijn darmen. Het wisselde constant.

»Ik verwachtte dat die verplichte opsluiting de hel zou zijn, maar eigenlijk was dat niet zo erg. Ik mocht één keer per dag samen met mijn man en mijn zoon Otis eten, op heel grote afstand uiteraard en onder strikte voorwaarden. Het was raar om de mensen die ik het liefste zie niet te kunnen vastpakken. Alleen mijn hond kon ik nog knuffelen.

»Na een maand was het voorbij. Ik heb de draad van mijn leven meteen weer opgepakt, ik ben niet iemand die te lang bij de dingen blijft stilstaan. Het is voorbij en je moet vooruit. Ik begon te sporten, bouwde mijn conditie weer op en ik was vertrokken.»

- Sleepte die vermoeidheid dan niet aan?

VAN MOL «Dat wel. Nog steeds. Ik heb net een weekje vrij gehad en ik voelde dat ik veel slaap nodig had. Sinds oktober was het heel druk op het werk, onder andere door de Amerikaanse verkiezingen die maar niet stopten. Ik kreeg opnieuw spierpijn, raakte stilaan doodop.

»Eigenlijk spreek ik er niet graag over, ik wil geen aansteller zijn, zo van: kijk, ze komt op tv en heeft ook iets voor. Het is niets in vergelijking met patiënten die in het ziekenhuis belandden of - veel erger - eraan stierven. Maar achteraf vertelden mijn huisarts en apotheker dat ik het toch ook flink te pakken had. Terwijl ik zelf vond dat ik bij de gelukkigen was.»

- Ik las dat je tong ook permanent verbrand aanvoelde. Is dat intussen beter?

VAN MOL «Het heeft tot vorige week aangesleept. In het begin kon het echt pijn doen, alsof er een rasp overheen ging. Lange tijd kon ik alleen nog iets proeven via het puntje van mijn tong. Ook warmte en kou voelde ik niet. Maar sinds een week kan ik plat water drinken zonder dat het brandt. Mijn smaakvermogen is grotendeels terug en ik kan weer genieten van eten. Ook mijn reukzin is terug. Freek (Braeckman, collega-nieuwsanker, red.) gaat naar een neus-, keel- en oorarts om opnieuw te leren ruiken.»

- Dat kun je leren?

VAN MOL «Je hersenen kunnen opnieuw leren om geuren op de juiste manier te interpreteren.»

‘Mijn zoon zei ooit dat het leven niet eerlijk was. Waarom moest zijn vader zo ziek zijn? Maar heeft er ooit iemand beloofd dat het leven eerlijk zou zijn?’Beeld Carmen De Vos

- Je was nog niet lang genezen of je man werd zwaar ziek.

VAN MOL «Dat was van de zomer. De toestand van mijn man was heel kritiek. Door zijn ziekte valt het immuunsysteem zijn eigen lichaam aan. Het was heftig, we konden hem elk moment verliezen, wisten niet of het die middag, avond of nacht zou gebeuren. Ik ben een tijdje thuisgebleven om voor hem te zorgen en uiteindelijk is hij er toch weer doorgesparteld. Daarom vind ik 2020 geen slecht jaar, integendeel. Ik ben ontzettend blij dat hij het einde van het jaar heeft gehaald. Zijn arts in Nederland die de ziekte heel goed kent, heeft hem er al twee keer door gehaald. Nu, het is op zich al een heel uitzonderlijke ziekte, en mijn man heeft dan nog de meest zeldzame en zwaarste variant. De ziekte zorgt ook voor hartproblemen. Intussen heeft hij een defibrillator, dat is toch wel een opluchting.»

- Hoe gaat het nu met hem?

VAN MOL «Hij kwakkelt, maar kwakkelen is fantastisch, zeg ik altijd. Zo gezond als hij vroeger was, zal hij nooit meer worden. Eigenlijk zit hij al vijf jaar in extra tijd. Vijf jaar geleden hebben ze tijdens een onderzoek toevallig ontdekt dat hij longkanker had. Het was een heel kwaadaardige vorm, zijn long moest worden weggehaald. Volgens de statistieken overlijdt 95 procent eraan, hij behoort dus tot de 5 procent die blijft leven.

»Er is bijna nooit sprake van een normale dag. De ziekte is heel wispelturig, altijd is er wel iets dat ons verrast. Met de hond wandelen kan René niet meer. Boodschappen doen lukt dan weer wel, dat is fantastisch. Hij kookt ook voor ons. Soms in etappes, maar het gaat. En zo heeft hij een doel in zijn leven, heel belangrijk. Hij gaat nog naar de bibliotheek, maar verder ziet hij weinig mensen. De kinesist komt aan huis, en er is de poetsvrouw, dan hebben we het zo ongeveer gehad.»

- Jullie leven al jaren in een lockdown light. Wat doet dat op den duur met je?

VAN MOL «We zijn jaren niet op reis geweest. Tot deze zomer, toen we een kleine week naar Zeeland trokken. René ging niet mee wandelen langs de dijk, maar we konden bijvoorbeeld wel een terrasje doen. Dat was genieten, echt. En daar gaat het tenslotte om. Je leert leven van dag tot dag, er is geen andere optie. Je kunt niets plannen, dus ja, wat er nu op macroniveau gebeurt, doen wij op microniveau al heel lang. Je leert blij te zijn met kleine dingen, zoals een terrasje op een mooie dag. Samen iets eten, de slappe lach krijgen, een spelletje spelen. Gewoon in harmonie leven, dat is het eigenlijk.

»Nu, door corona ben ik nog meer gaan relativeren. Ik zie genoeg anderen die het zwaar hebben, overal is er wel iets. Wat telt, is hoe je ermee omgaat. Daarin heb je de keuze. Dat klinkt natuurlijk gemakkelijker dan het is. Er zijn momenten geweest dat ik klaar was om mijn man los te laten. Momenten waarop hij zo ziek was dat het onmenselijk was om te verwachten dat hij zou blijven volhouden. Om dan in de betere periodes weer zo blij en dankbaar te zijn dat hij er nog is. Die hoogtes en laagtes vergen veel van een mens. Qua veerkracht heb ik heel wat bijgeleerd. Vragen stellen als 'waarom wij?' heb ik nooit gedaan, het is pure energieverspilling. Ik heb geleerd om de aandacht de juiste richting uit te sturen. Mijn zoon zei ooit eens dat het leven niet eerlijk was. Waarom moest zijn vader zo ziek zijn? Toen heb ik gezegd: 'Heeft er ooit iemand beloofd dat het eerlijk zou zijn?' Dat jaar had hij twee klasgenootjes die hun vader of moeder verloren hadden. 'Jij hebt hem nog', zei ik.»

- Komt zoiets binnen bij een tiener?

VAN MOL «Ja, al keek hij eerst wel raar op. Hij is vijftien jaar, natuurlijk is het niet evident, met zo'n zieke vader. Hij had hem al kwijt kunnen zijn toen hij tien was. Al die extra jaren zijn heel belangrijk voor hem.»

- Hoe gaat je zoon om met de lockdown?

VAN MOL «Hij mag om de twee dagen naar de klas. Voor hem werkt dat perfect. Hij ziet zijn vrienden nog, maar hij hoeft niet elke dag de wekker om zeven uur te zetten. (lacht) Vorig jaar kon hij nog wel eens sakkeren op een bepaalde leerkracht. Nu hij niet meer elke dag tegenover hem moet zitten, voelt dat als een bevrijding. De vrijheid gaat hem goed af, hij bepaalt zelf wanneer hij zijn huistaken maakt en pauze neemt en hij vindt het fantastisch.»

- Is hij zwaar aan het puberen?

VAN MOL «Ik denk het niet, ik merk er in elk geval weinig van. Hij lost veel op met humor, net als mijn man. Dat blijkt een goed medicijn, een ideale manier om het allemaal vol te houden. Mijn stiefzoon, de zoon van René, is nu 33. Toen hij in de puberteit kwam, maakte ik de vergissing dat ik sommige zaken te persoonlijk nam. Daar heb ik uit geleerd, ik ga nu relaxter met mijn zoon om. Dank aan mijn stiefzoon voor die levensles.»

- Ik las dat jij en je zoon samen boksles volgen.

VAN MOL «Klopt, al zijn de lessen tijdelijk gestopt. Het is superleuk, er doen hele gezinnen mee met die kickbokslessen tegenwoordig. Ik kijk er enorm naar uit om straks weer te beginnen. Want ik heb echt nood aan beweging, ik word gek als ik lang moet stilzitten. Meestal sta ik 's morgens vroeger op om minstens een halfuur met de hond te wandelen voor ik naar het werk vertrek.»

- Je bent ruim 20 jaar nieuwsanker. Op welke manier is de job veranderd?

VAN MOL «Toen ik in '98 bij de nieuwsdienst van VTM begon, hadden we geen gsm's, wel een bieper. Op de redactie stonden overal encyclopedieën en woordenboeken. Je moest constant zaken opzoeken. De telexen van de officiële persbureaus en lokale correspondenten waren toen enorm belangrijk, maar het verliep uiteraard allemaal veel trager dan nu. Al bestond de druk van de deadlines toen ook al, zo zag je vaak een journalist door de gang rennen met een cassette om een item op tijd in de regie te krijgen. Of de printer ging stuk, waardoor we onze teksten voor de live-uitzending niet hadden.»

- Plus: sociale media bestonden nog niet.

VAN MOL «Vroeger kwam er wel eens een brief met de post, maar nu ben je nog niet van de set of mensen hebben al vragen over wat je hebt gezegd. Of commentaar, zowel positief als negatief. Ze willen weten wie je kapper is, welke kleren je draagt... De druk van de sociale media is enorm.»

- En de technologie raast maar door.

VAN MOL «Inderdaad. Ooit kregen we op een seminarie een beeld te zien van een journalist die live ging met de smartphone en een selfiestick. We moesten lachen. Zonder cameraploeg of klankmensen? Dat zou toch niet lukken... Maar intussen gebeurt dat toch geregeld. Ook door het thuiswerken hebben we nieuwe mogelijkheden ontdekt. Technologische ontwikkelingen spelen daar een gigantisch grote rol in. Die evoluties zullen mee bepalen hoe onze job evolueert de komende jaren.»

- Ga je het net zo lang volhouden als Martine Tanghe?

VAN MOL «Geen idee, ik heb nooit iets gepland en ik weet ook niet waar ik zal eindigen. Ik zie het wel, zo heb ik het altijd gedaan. Al moet ik zeggen dat ik een programma als Hart voor mekaar (waarin onbekende mensen in de bloemetjes werden gezet, het liep van 2009 tot 2011, red.) nog wel zou willen doen. Maar er komt altijd wel iets op mijn pad. Bovendien heb ik al zoveel gedaan. Van avontuurlijke toestanden als diepzeeduiken en parapente tot koninklijke huwelijken, een talkshow en de radio. Ik pieker niet over wat mijn werk in de toekomst zal brengen. Meestal lossen de dingen zich vanzelf op en ben ik achteraf blij dat ik er geen slapeloze nachten over heb gehad. Ik lig alleen maar wakker als het heel slecht gaat met mijn man.»

- Denk je ook aan een toekomst zonder hem of schuif je dat voor je uit?

VAN MOL «De dood is soms zo dichtbij dat je er wel mee bezig moet zijn. Intussen is René er nog altijd. Soms zijn er momenten dat hij er puur op wilskracht doorkomt, dat hij het volhoudt voor Otis en voor mij. Die drijfveer is zo sterk. Een collega van me kreeg kanker op hetzelfde moment als René, maar hij had nog 20 procent overlevingskans. Ik herinner me dat ik dacht hoeveel geluk hij had, 20 procent was veel in vergelijking met de 5 procent van mijn man. Intussen is die collega al vijf jaar dood, zijn vrouw heeft een nieuwe vriend. Je ziet dus dat er wel een soort toekomst mogelijk kan zijn. Maar het zal zwaar zijn, we zijn al bijna dertig jaar een koppel.»

- De man van je leven.

VAN MOL «Echt. En dat is wederzijds. Dat koesteren we heel hard. Wat wil je, als je samen op de bodem hebt gezeten.»

- Heb je plannen voor 2021?

VAN MOL «Het jaar doorkomen. Dat is de allergrootste wens. En als we af en toe eens een weekendje weg kunnen, graag.»

- Ben je van plan om het jaar gezond te beginnen, minder te drinken, te eten?

VAN MOL «Ik leef sowieso gezond, ik drink niet vaak en rook niet. Vlees en alcohol verdraag ik niet goed, dus ben ik vegetariër geworden. Mijn man en zoon eten wel vlees, we maken er een soort fusion-keuken van.»

- Laten we afsluiten met een filosofische vraag: zou het kind dat je ooit was fier zijn op de persoon die je nu bent?

VAN MOL «Dat kind zou in ieder geval bevriend kunnen zijn met mijn huidige ik. Ik was een soort Pippi Langkous, zat graag in boomhutten, maakte zelf karren waarmee ik de heuvel afreed, ik leefde erop los. Die hang naar onafhankelijkheid komt niet uit het niets. Mijn overgrootmoeder stierf een week voor ze 109 zou worden. En mijn moeder, die twee kankers overwon, is op haar 82ste nog altijd een vrolijke, levenslustige vrouw. Dat inspireert. Om los te laten wat niet belangrijk is. En mee te nemen wat er wel toe doet. Al de rest is ballast.»»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234