'Ik ben gefascineerd door dingen die anderen afstotelijk of gênant vinden.' PJ Harvey stelt 'The Hope Six Demolition Project' voor

Vijf jaar zijn voorbij sinds het meesterlijke, aan de slachtoffers van oude oorlogen opgedragen ‘Let England Shake’, en al die tijd hebben u, wij en vermoedelijk ook zijzelf het zonder nieuwe PJ Harvey-plaat moeten doen. Die rustperiode kwam van pas, zij het alleen om te bekomen van de beklijvende gruwel waar ze over zong. Maar nu zijn de kruitdampen opgetrokken, de doden begraven, de wonden gelikt en dichtgenaaid. Tijdelijk, toch: eind deze week kunt u uw oren laten vollopen met ‘The Hope Six Demolition Project’, waarvoor Harvey alweer nieuwe loopgraven indook. Over tweeënhalve maand op Rock Werchter, dit weekend bij u thuis: de PJ van 2016.

'Ik ben een wat rare vrucht tussen een hoop appelen'

Harvey is nooit dol geweest op interviews, en over ‘The Hope Six Demolition Project’ praat ze al helemáál niet. Mogelijk omdat 1) ze diep vanbinnen altijd een bedeesd plattelandsmeisje is gebleven en liever haar songs het woord laat voeren, 2) ze praten onnodige afleiding vindt en na vijf plaatloze jaren sowieso even geen tijd te verliezen heeft, 3) ze in het verleden te vaak verkeerd begrepen werd en ook nu – nog vóór de plaat in de winkels ligt – alweer aangevallen wordt, en 4) geilogende journalisten haar een keer te vaak gevraagd hebben wanneer ze ‘haar befaamde roze catsuit nog eens denkt aan te doen’. Soit. Volgende week is ‘The Hope Six Demolition Project’ uit, nu moeten we het nog even met de vooruitgeschoven singles doen: het machtig stompende ‘The Wheel’ en ‘The Community of Hope’.



Op ‘Waar is Wally?’ hebben we ons één keer te veel scheel gestaard, het is tijd voor: ‘Wil de echte Polly opstaan?’



In dit David Bowie-exitjaar is het woord ‘kameleon’ al een keertje te veel in druk verschenen, maar Polly Jean Harvey kan er ook wat van. Ze was in het verleden afwisselend het aan Dylan verslingerde indiegitaarmeisje, de uit een instelling ontsnapte psychote, de wereldwijze vamp, de ijlende Victoriaanse geest, en – de laatste jaren – de politiek geëngageerde topartieste. Eén keer heeft iemand haar omschreven als ‘Glenn Danzig gereïncarneerd als femme fatale uit een oude film noir’ – het klonk nog aannemelijk, ook. Alles samen is dat a whole lotta Polly voor haar 1,62 meter. Maar het zijn heel zelden bewust gekozen alter ego’s: het is niet zo dat ze zich – voor het verrassingseffect – achter telkens nieuwe muzikale schuttingen probeert te verbergen. Haar veelzijdigheid echoot alleen de snelle evolutie van haar eigen rijpende karakter.

'Onzekerheid is creativiteit'

Diezelfde ontwikkeling is de reden waarom ze, na al die jaren, weinig goeds te zeggen heeft over haar in radiohits grossierende plaat ‘Stories from the City, Stories from the Sea’ (2000). ‘Het greep te veel terug naar wie ik vroeger was. En stilstaand water wordt snel brak.’ Een Humo-collega schreef er destijds nochtans dit over: ‘Ze klinkt relaxed, soms uitbundig, heeft haar donkere impulsen steeds meer onder controle, lijkt heel verliefd op het leven, en misschien zelfs gelukkig’ – en dat klopte óók.

Maar over veelzijdige en intimiderend ogende artiesten ontstaan gauw misverstanden. In het geval van Harvey is ‘Ze doet erg d’r best om haar omgeving in de war te brengen’ het grootste. Klopt niet: ze wil eerst en vooral zichzélf uit het lood slaan. Om dat uit te leggen permitteert ze zich zelfs een rijm: ‘Onzekerheid is creativiteit.’ Dat de verwarring af en toe naar haar publiek overslaat, is gewoon mooi meegenomen. De voorbije jaren hebben we twee keer gezien hoe een zaal vol Harvey-fans na een snijdende liveversie van ‘On Battleship Hill’ (uit ‘Let England Shake’, 2011) een paar seconden onzeker om zich heen stond te gapen. Want wat is de gepaste reactie na een pijnlijk onbeschroomde song die frontsoldaten omschrijft als rauwe lappen vlees? Idem voor ‘The Glorious Land’: kunnen applaus en gejoel nog wel, als een minuut eerder de vraag ‘What is the glorious fruit of our land?’ beantwoord werd met ‘Its fruit is deformed children’? Voor dít soort situaties heeft Facebook dus die polyvalente reactieknoppen uitgevonden.


Plattelands-Patti

Die consternatie was er al bij het krieken van haar carrière: in de song ‘Rid of Me’ beveelt Harvey ons haar benen te likken, maar tegelijk stampt ze iedereen weg die te dichtbij komt.

PJ Harvey «Een Amerikaans blad vroeg me ooit om een zelfportret te tekenen. Ik beeldde mezelf naakt af – mijn ouders hebben me opgevoed in het besef dat naaktheid volkomen natuurlijk is – maar dat tijdschrift wilde het niet afdrukken. Ze vonden dat ze me tegen mezelf in bescherming moesten nemen (lacht).»

'Ik ben gefascineerd door dingen die anderen afstotelijk of gênant vinden – dáár wil ik over schrijven'

De rapper Kool Keith blafte ooit: ‘I represent the hair under my testicles.’ Ook PJ Harvey vertegenwoordigt niets of niemand. Net als Björk, Shirley Manson en Alanis Morissette werd ze in de jaren 90 door de media en haar platenfirma in de riot grrrrl-mal geduwd – ‘Een sterke vrouw in deze mannenindustrie? Halleluja!’ – maar zelf werd ze daar misselijk van. Als kind wilde ze een jongen zijn, en haar hele leven lang verkiest ze het gezelschap van mannen. Feministische statements mijdt ze dan ook als de pest in haar muziek.

Harvey «Ik ben gefascineerd door dingen die anderen afstotelijk of gênant vinden – dáár wil ik over schrijven. Het laatste wat dan in me opkomt, is de behoefte om mijn geslachtsorganen daar een hoofdrol in te geven.»

Af en toe hoor je in haar songs een Britse plattelandsversie van Patti Smith, ja, maar veel vaker put ze inspiratie uit het werk van mannen. Uit de platencollectie van haar ouders plukte ze onder meer bluesknakkers Robert Johnson, Howlin’ Wolf en Lead Belly (van wie ze heeft geleerd een rasp in haar stembanden te verstoppen), Jimi Hendrix (zie: het vermogen om elke zin als seks te laten klinken), Captain Beefheart (les: waarom altijd rechtlijnig als het ook via twintig bochten kan?) en Dylan, Waits en Cave. Uit al die invloeden is PJ Harvey – eerst de naam van haar driekoppige band, pas daarna gewoon die van zichzelf – geboren. Eén Amerikaan schreef: ‘Harvey zingt de blues zoals Nick Cave de gospel – vreemder, ongepaster en met meer overspel en moord dan je je herinnert van de lessen esthetica.’

Moord? We zijn weer in 2016 beland, bij ‘The Hope Six Demolition Project’, een titel die verwijst naar de ‘HOPE VI’-plannen in de States, waarbij vervallen sociale woningen vernietigd worden om plaats te maken voor betere huisvesting. Het destructieve neveneffect is dat veel wijkbewoners zich hun oude appartement niet langer kunnen veroorloven en daardoor weggejaagd worden. Een fatale aanslag op het sociale weefsel van een wijk, merkt Harvey op.

Eén van de nieuwe songs heet overigens ‘The Orange Monkey’, wat in een bescheiden primatentraditie kadert. Zo coverde PJ ooit ‘Monkey Gone to Heaven’ van Pixies. Nick Cave zong in zijn ‘West Country Girl’ over haar ‘monkey glands’, ‘haar apenklieren’. ‘The Orange Monkey’ zou trouwens over Donald Trump kunnen gaan, maar dat krijgen we voorlopig niet bevestigd.

Wat ons naadloos bij Polly’s apenjaren brengt – de vormende, zij het vervelende periode die haar naar de muziek dreef. De oudere Harvey omschrijft de tiener Polly als ‘chronisch getormenteerd, altijd op iedereen kwaad, zonder aanwijsbare reden’. En ook: heel ambitieus. Ze was naar Londen getrokken om het daar ‘helemaal te gaan maken’, maar de stad beviel haar niet en ze is pas goeie songs beginnen te schrijven toen ze weer thuis was. En thuis, dat was heel lang de schapenboerderij van haar ouders, in het landelijke Dorset, aan de Engelse westkust. In 1993 deed ze, tijdens één van haar eerste primetimemomenten op de Amerikaanse televisie, in ‘The Tonight Show’ met Jay Leno, uit de doeken wat het leven daar inhoudt: ‘Zoals iedereen die op een boerderij woont, heb ik een paar vaste taken. Eén ervan is ‘ringing lambs’ testicles’.’ In de praktijk bleek dat neer te komen op het aanspannen van een elastiekje rond de teelballen van lammeren. ‘Twee weken nadat de bloedtoevoer op die manier wordt afgesneden, vallen hun klootjes gewoon vanzelf af in het gras.’ Haar voornaamste vrienden in die tijd: de rondscharrelende kippen. ‘Ze hadden allemaal een naam, de ene dag waren we samen aan het spelen, de volgende dag lagen ze op mijn bord.’

'Ik beschouw al mijn platen als mijn eigen kleine privétentoonstellingen, en de ene werkt niet zonder de andere'


Werk in uitvoering

Terug naar ‘Hope’, met de vraag: hoe maak je een politieke plaat in een gek jaar waarin op korte termijn bijna alles – elk gesprek, elke mening, elke verre reis – politiek geworden is? Waar zoom je op in? Harvey koos voor de oorlogszones Kosovo, Kaboel en Washington D.C., waar ze telkens ter plaatse de kruitdampen is gaan opsnuiven. Collega-wereldkijker Billy Bragg: ‘Bob Dylan is in de jaren 60 niet zelf in elkaar geslagen tijdens de Civil Rights-protesten, maar hij had in de kranten de naam Medgar Evers zien staan en bouwde daar een eigen wereld rond. Polly is veel meer een war artist. Ze duwt haar neus in de smeulende brandhaard, en neemt die geur mee naar huis en in haar songs.’

Minstens vier jaar heeft ze aan ‘The Hope Six Demolition Project’ geschreven. Ze reisde eind 2012 al door Kaboel, in Afghanistan. Een relatief luwe periode: een decembermaand waarin, na een bloedige zomer, ‘slechts’ veertien mensen stierven door autobommen en kamikazes. Ze was er anoniem, enkel vergezeld door de Ierse fotojournalist Seamus Murphy (die voor ‘Let England Shake’ ook al een reeks kortfilms had gemaakt) en een chauffeur, en met een volgekrabbeld notitieboekje op de schoot. Uit een foto van Murphy van enkele mensen aan een overheidsgebouw – het ministerie van Arbeid, Sociale Zaken, Martelaren en Gehandicapten – puurde Polly dit zinnetje: ‘An amputee and a pregnant hound sit by the young man with withered arms’, dat later in een gedicht (‘The Beggars’) en in een nieuwe track (‘The Ministry of Social Affairs’) zou belanden. Dat maakt van haar niet noodzakelijk een politiek activist: ze schrijft weinig échte protestsongs. Producer Flood verwoordt het zo: ‘Polly is niet bang om in deze verwarrende tijden eerst te registreren en daarna naar diepgang te zoeken. En doorgaans zonder er een oordeel aan vast te knopen. Ze acht haar luisteraars volwassen genoeg om zelf conclusies te trekken.’

De nieuwe song ‘The Community of Hope’ is een uitzondering: daarin stelt ze de bouwkundige wantoestanden in Washington D.C. aan de kaak, omschrijft ze de bewuste regio (Ward 7) als een ‘drug town’ bewoond door zombies, en Benning Road als een ’pathway of death’. Ze is erdoor onder vuur komen te liggen van verontwaardigde politici, die haar verdiensten voor de muziekwereld vergeleken met die van de illegaal telefoongesprekken afluisterende journalist Piers Morgan voor de nieuwsberichtgeving.

Hoe zal ‘The Hope Six Demolition Project’ tussen de rest van haar werk passen? Ze mag het zelf uitleggen:

Harvey «Ik beschouw al mijn platen als mijn eigen kleine privétentoonstellingen. Ze passen allemaal bij elkaar. De ene werkt niet zonder de andere. Het zijn treden. Het is: werk in uitvoering.»

De treden die in het verleden het verst uit elkaar lagen, zijn die tussen ‘Uh Huh Her’ (2004, haar op veilig spelende ‘bloederige steak met frieten’-plaat) en ‘White Chalk’ (2007, etherisch, ijl, moeilijk). Toen hoorde je voor het eerst mensen zeggen: ‘Tiens, ze heeft het niet meer.’ De tijdelijke fans heeft ze ondertussen van zich afgeschud. Ze heeft de status ‘topartieste van deze wereld’ nu onbetwist in handen. Ook als ze geen muziek maakt: volgens Vogue is ze een mode-icoon. We vonden ook een 1.200 woorden tellende vergelijkende studie tussen vroege PJ-single ‘50 Ft Queenie’ en ‘Let It Go’, de sleutelsong uit ‘Frozen’. PJ Harvey is tussendoor onderscheiden als Member of the Most Excellent Order of the British Empire (MBE), en wist als enige ooit twee Mercury Prizes te winnen. Ze is altijd net raar genoeg gebleven om buiten de mainstream te blijven, maar kent wereldwijd aanbidders en bewonderaars – al werd ze tijdens haar tour door Washington D.C. rondgeleid door een Washington Post-journalist die geen idee had van wie PJ Harvey was. Quote: ‘Dit is nu al de tweede keer dat me dat overkomt! De vader van een kameraad van mijn zoon was vroeger drummer bij Fugazi, maar dat ben ik pas te weten gekomen nadat ik al twee jaar lang met hem had staan keuvelen op buurtbarbecues en schoolfeestjes. Daarna zei iemand me: ‘Weet je dan niet dat hij een van de beste drummers ter wereld is?’’

Omdat ze de donkere randfenomenen van het leven niet schuwt in haar teksten, heeft dat in de loop der jaren een vals beeld gecreëerd van een ernstige, teruggetrokken, enkel in de schaduwen vlot bewegende Polly – maar voor ‘The Hope Six’ heeft ze deuren en ramen opengegooid. Letterlijk: tijdens de voorbereidingen en de verkennende repetities hebben zij en haar entourage het nieuwsgierige publiek uitgenodigd om het work in progress van op de eerste rij te volgen. Elke dag twee sessies van drie kwartier, waarbij telkens een veertigtal fans vooruitgang, impasses en al dan niet vruchtbaar geklooi konden begluren van achter spiegelglas. Er was koffie en er lagen croissants. Producer Parish: ‘Een moedige zet. Polly aanvaardde daarmee dat mensen getuige konden zijn van hoe wij en zij er, op zoek naar iets echts, een rommeltje van maakten. En we hébben in de knoop gelegen. Vaak.’

Die mensen waren vroege getuigen van Harveys slappe koord, dat hangt tussen ruw en gearrangeerd. Het scheelde trouwens niets of dat koord was destijds nooit uit de voorraadkast geraakt. Een piepe Polly begon – na een poos als saxofoniste bij Automatic Dlamini, een plaatselijk groepje met Parish als frontman – haar solocarrière in de vroege jaren 90 onder de armen van Too Pure, een spannend label met beautiful freaks als Stereolab en Th’ Faith Healers, maar helaas ook met financiële problemen. Een tijdelijk tekort aan slappe was maakte dat het PJ-debuut ‘Dry’ er bijna nooit was gekomen. Redder in nood: Ivo Watts-Russell van 4AD, die fluks extra geld in Too Pure pompte.

PJ Harvey was toen nog de naam van een groep, een gruizig klinkend powertrio. Polly was al duidelijk de ster in wording, en over de bassist en drummer werd luidop gefluisterd dat ze de klok wel hoorden luiden, maar daarbij te vaak de klepel tegen de kop hadden gekregen. Ze waren erbij toen Polly tijdens een vroeg Humo-interview gevraagd werd hoe ze precies haar muzikanten had gekozen. Zij keken haar vol blijde verwachting aan, maar in plaats van de verwachte complimentjes kwam er een kurkdroog ‘op basis van aardrijkskunde’ uit haar mooie mond. ‘Waar ik vandaan kom, wonen zo weinig muzikanten dat alle muzikanten van alle genres elkaar persoonlijk kennen. Deze twee kerels waren toevallig in de buurt.’ Na de lastige opnames voor ‘Rid of Me’ namen ze afscheid van elkaar.

Sindsdien doet Harvey graag een beroep op krachten die ze kent en vertrouwt. Zo ook voor ‘The Hope Six Demolition Project’, waaraan onder meer drummer Jean-Marc Butty, de onder auspiciën van Nick Cave gepokte Mick Harvey en producer Flood (losvaste troepen sinds ‘To Bring You My Love’) en John Parish (al een compagnon de route toen de weg nog aangelegd moest worden) hebben meegewerkt. Dat Harvey graag voor oude bekenden kiest, is deels door een kloek ontwikkeld gevoel voor loyauteit, maar ook omdat ze heeft vastgesteld dat nogal wat andere muzikanten raar gaan doen in haar omgeving. Bloemlezen uit de verzameling Sprekende Voorbeelden levert waarheden op (Courtney Love zei over Polly Harvey dat ze de enige rockster is die haar heeft doen inzien dat ze shit maakte), maar ook heel veel vreemde zinnen. Zoals: ‘Elke vrouw is een hoer, Polly is de uitzondering’ (ex-producer Steve Albini). ‘Al haar oude songs gaan volgens mij over bloeden of neuken. Het liefst hoor ik die waarin beide voorkomen’ (ex-rockster Elvis Costello). ‘Polly heeft de warmste lippen en de koudste handen in de rock’ (ex-lief Nick Cave).

Zelf spreekt Harvey zich zelden uit over de concurrentie: ‘Je kunt geen appelen met citroenen vergelijken, en ik beschouw mezelf toch als een, euh, wat rare vrucht tussen een hoop appelen. Een passievrucht: ziet er wat vreemd uit, maar is heel apart en erg lekker.’ En straks is ‘The Hope Six Demolition Project’ er eindelijk. Smakelijk!


Bekijk hier een voorsmaakje van 'The Hope Six Demolition Project':

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234