'Ik had me al neergelegd bij mijn dood' 1 jaar na 'Charlie Hebdo' & de gijzeling in een drukkerij

Op vrijdag 9 januari, vijfenveertig uur nadat de broers Chérif en Saïd Kouachi de redactie van ‘Charlie Hebdo’ hebben uitgemoord, duiken ze plots op aan een drukkerij in Dammartin-en-Goële, 40 kilometer buiten Parijs. Ze dragen een kalasjnikov en een raketwerper, en de baas van de drukkerij, Michel Catalano, moet hen binnenlaten. Hij blijft anderhalf uur gegijzeld.

'Duizenden agenten hadden naar die twee gezocht. En plots stonden ze voor mij.' Michel Catalano, de baas van de drukkerij

Twee weken na die fatale negende januari sta ik voor drukkerij CTD. Ik zie dranghekken, politielinten, schijnwerpers en dreunende generatoren die stroom leveren. De ingang is een voorlopig staketsel, de ramen zijn vervangen door wapperend plastic: bij de inval van de GIGN (Groupe d’Intervention de la Gendarmerie Nationale, red.) zijn granaten gebruikt. Vensters, meubilair en machines zijn onherstelbaar beschadigd. Als Michel Catalano en Lilian Lepère om vijf uur hun werkplek verlaten, wil ik me voorstellen. Ik heb hen gemaild en een brief gestuurd en ik wil ze persoonlijk vragen of een interview mogelijk is. Van de security moet ik bij m’n auto blijven en vanop afstand roepen wat m’n bedoeling is. Lepère schudt nee, Catalano komt zeggen dat hij ooit wel wil spreken, maar dat hij er nog niet klaar voor is. Zijn drukkerij ziet eruit ‘alsof het oorlog is geweest’, en zondag zal hij president François Hollande ontmoeten en hopelijk over financiële tegemoetkomingen kunnen spreken: z’n verzekering doet moeilijk over die terreurschade.

Ik zeg dat een vriend van me gegijzeld is geweest in Somalië, en dat ik al vaak over ‘overlevers’ heb geschreven. Catalano wil dit al wel vertellen: ‘Ik was extreem kalm. Ik sta er nog altijd versteld van hoe koelbloedig ik was. Duizenden agenten hadden naar die twee gezocht. En nu stonden ze voor mij. En ik was niet bang. Ik beefde niet. Ik stotterde niet. Ik was in staat om rustig en weloverwogen te spreken.’

Die rust bleef. Ook toen hij moest toezien hoe het tweetal het vuur opende op een gendarmeriepatrouille die de drukkerij naderde. En ook toen hij de gendarmes telefonisch moest inlichten dat er een gijzeling aan de gang was ‘en dat ze mij in hun macht hadden’.

Kort daarop werd de industriezone volledig omsingeld. Omliggende bedrijven en 900 scholieren van nabije scholen werden geëvacueerd. De 8000 inwoners van Dammartin moesten binnenblijven en er werd een stalen ring van politie en strijdkrachten aangelegd rond de drukkerij. De media werden geweerd, het verkeer werd omgeleid en boven het dorp dreunden helikopters.

Catalano zet intussen koffie voor de broers en hij biedt aan om een verband te leggen op de halswonde van de oudste die kort tevoren getroffen was door een schampschot: ‘Ik deed alles om ze in mijn buurt te houden zodat ze niet gingen rondneuzen en Lilian zouden vinden. Het was alsof ik op een hoger niveau van bewustzijn kwam. Ik zag elk gebaar, elke trek van hun gelaat. En op alles wist ik bedachtzaam te reageren. Ik kon met uiterste precisie afwegen wat ik moest zeggen en hoe ik me moest gedragen. En dat vraag ik me nu af: ik ben een drukker, ik heb elke dag dezelfde routine, hoe kon ik zó kalm zijn terwijl je in geen miljoenste van een seconde op zoiets bent voorbereid?’

Hij heeft anderhalf uur oog in oog met de terroristen gestaan, maar hij zegt dat Lilian veel meer heeft afgezien. ‘Lilian zag hen niet, hij kon geen inschatting maken van hun reacties. Hij was alleen maar bang om ontdekt te worden. Zo heeft hij op een bepaald moment een gerucht gehoord, alsof ze mij vastpakten, en daarna was het lange tijd stil. Toen vreesde hij dat ze mij hadden omgebracht om hun handen vrij te hebben. Die gedachte had hem zwaar te pakken, die gedachte blijft hem achtervolgen. Want uiteraard denk je dan dat jou hetzelfde lot te wachten staat.’


Ik ga vandaag sterven

Het verdere jaar hou ik behoedzaam contact. De drukkerij verhuist naar een tijdelijk onderkomen en naar Catalano stuur ik vertaalde uittreksels van een Humo-interview uit 2005. Daarin spreek ik met Laurence Gonzales, een Amerikaanse auteur die tientallen survivors heeft geïnterviewd. De extreme kalmte van Catalano wordt daarin uitgelegd als survival by surrender: ‘Sommige overlevers komen zo dicht bij de dood dat ze zich overgeven. Ze kijken de dood in de ogen, ze hebben er vrede mee dat het moet gebeuren, en daardoor overstijgen ze de angst voor de dood. Er is niks dat hen verlamt, ze kunnen constructief en actief blijven.’

'Drie keer hebben ze gevraagd of ik écht wel alleen was. En drie keer heb ik met een uitgestreken gezicht 'ja' geantwoord'

Als we uiteindelijk op 18 december tot een afspraak komen, vraag ik of hij zich inderdaad had neergelegd bij z’n dood.

Michel Catalano «Dat was zo. Toen ik niet vluchtte, toen ik bleef staan en Lilian gebood zich te verstoppen, toen wist ik meteen: ik ga vandaag sterven, ik haal het einde van de dag niet. Dat ik mijn dood accepteerde, gaf me een enorme rust en kalmte. Ik had nog maar één streven: één van ons moet blijven leven, dus ga ik zorgen dat ze Lilian niet ontdekken.»

HUMO Die mentale sterkte kan ook van uw voorgeschiedenis afhangen. Hebt u in uw leven al bruuske veranderingen of dramatische gebeurtenissen ‘overleefd’?

Catalano «Ik ben een kind van Italiaanse immigranten, m’n jeugd is niet gemakkelijk geweest. Ik heb ook hockey gespeeld, heb zware blessures gehad waardoor ik me na lange tijd terug in het team moest knokken. Dat maakt je sterk. En de week voor de inval kreeg m’n vader een zware bloeding die ik moest stelpen. Dat zal allemaal wel meetellen als mentale weerbaarheidstraining.»

HUMO U leek ook makkelijk met ze te praten.

Catalano «Ik heb altijd overweg gekund met harde gasten van de banlieue. Hockey is in Frankrijk, zoals in België, een vrij elitaire sport. Ik ben van gewone afkomst, mijn club is ook geen elitaire club, maar je traint weleens op citéveldjes waar agressieve gasten je soms komen omsingelen, één keer met een getrokken mes. Omdat ikzelf uit de basse classe kom, weet ik hoe ik ze moet aanpakken. Het is alsof je brein al die ervaringen bijeenpakt en aan je lichaam en geest een briefing geeft: zo moet je praten, zo moet je handelen.»


Pin-ups

Catalano «Ik was ook opgelucht dat ze me vanaf het begin aanspraken met ‘u’ en ‘meneer’. Dat gaf hoop, dat wees op enig respect. Na hun overrompeling wilden ze mij op m’n gemak stellen en boden ze me een flesje water aan: ‘Hier, drink een beetje.’ Ik heb het niet aangenomen. Ik heb gezegd: ‘Zal ik koffie zetten?’ Ik heb ze zelfs uitgelegd hoe het apparaat werkte, voor als ze later nog koffie wilden. Voor mij was dat tijd winnen, maar volgens de onderhandelaars van de GIGN was dat veel meer. Door die koffie-instructie draaide ik de rollen om en moesten zij luisteren. Dat is heel miniem, die counter. Maar daarmee win je respect en red je misschien wel je leven. Als je slaafs onderdanig bent, dan gaan ze je niet meer als mens, maar als object zien. En dan hebben ze minder scrupules om je af te maken.»

HUMO Was de omgang heel de tijd zo menselijk?

Catalano «Nee. Soms zag ik hun gezicht verstrakken. Dan werden het weer soldaten met een missie. Dan begonnen ze over het Westen en de gewone burgers die gedood werden in Syrië. Ze raadden me ook aan de Koran te lezen. En me niet met slechte dingen bezig te houden, en dan wezen ze op deze kartonnen display met die pin-ups uit 40-45. Dat bord met dat beetje bloot vonden ze godslasterlijk, en toen ze dat naar de muur draaiden, keken ze me staalhard aan, met de kalasjnikov op mij gericht. Dan zag ik de spanning oplopen. Le visage crispé. Le regard vide. Op die momenten begreep ik dat ik niet meer ‘u’ of ‘meneer’ was, maar hoogstens iets dat in de weg kon staan. Sinds de bloedbaden van 13 november weet ik heel zeker dat je in hun ogen niks méér bent dan een vijand, iets om uit de weg te ruimen. Dat was bijna tastbaar, dat gevoel. Ik denk ook dat we met twee minder kans op overleven hadden gehad. Twee mensen lopen meer in de weg dan één.

'De Kouachi's hebben op de snelweg de eerste afrit genomen en zo zijn ze in deze industrie­zone en hier bij mij terecht­gekomen. Puur toeval.' Michel Catalano

»Op een bepaald ogenblik zette één van hen zijn kalasj tegen de muur en ik keek naar dat wapen. Waarop hij direct reageerde: niet de held uithangen, hè! Jouez pas au héro. Ik had absoluut niet de intentie om dat wapen te grijpen, maar je zag hun militaire training: er ontging hen niets.

»Op drie verschillende momenten hebben ze ook gevraagd of ik écht wel alleen was. Alsof je aan de leugendetector werd gelegd, zo kil was die vraag. En drie keer heb ik met een uitgestreken gezicht ‘ja’ kunnen zeggen. Even onverhoeds vroegen ze of ik een Jood was. Ik ben geen Jood, maar stel dat ik geaarzeld of gehakkeld had, wat zou dan hun reactie zijn geweest?»

HUMO Hebt u de spanning soms met humor willen doorbreken?

Catalano «Om negen uur kwam hier een leverancier die ik zo snel mogelijk moest afwimpelen. Toen ik nadien de deur sloot, wilden zij dat die open bleef met de deurklem. ‘Ja maar,’ zei ik, ‘de verwarming staat hier wel aan.’ Waarop zij glimlachten: ‘Ah, dát vindt u nog van belang…’ Ik had het niet humoristisch bedoeld. Dat was de zuinige zelfstandige in mij. De routine die even opdook in een realiteit waar energiefacturen een onnozele bijkomstigheid zijn.»

'Dat kartonnen bord met die pin-ups vonden ze godslasterlijk. Ze hebben het naar de muur gedraaid met de kalasjnikov op mij gericht'


13 november

HUMO Op uw website herdenkt u de slachtoffers van 13 november. Die vrijdag moet u hebben teruggeworpen in de tijd.

Catalano «Ik was laat terug van het werk en thuis zag ik de eerste beelden op tv. Op slag hoorde ik hun voetstappen weer op de metalen trap. Hun bivakmutsen, hun kalasj: alles was er terug. Ik heb m’n smartphone uitgezet en op tv heb ik een komische film gezocht, maar dat helpt niks. Die flashbacks nemen de overhand. Die herinnering komt op je af, die komt je halen, en die sleurt je terug naar toen. Het is alsof je een geestelijke wonde hebt waar men ineens heel hard op duwt. Alle pijn komt terug, alle angst. Alsof er géén tijd overheen is gegaan, alsof die wonde nog rauw en open is.

»Zo zijn er nog triggers. Elke vrijdag sinds die negende januari heb ik me slecht gevoeld. Ook elke negende van de maand is moeilijk. Je wilt dat niet. Je zegt tegen jezelf: ‘Hou op met die flauwekul.’ Maar het is niet tegen te houden. Het zit daar om nooit meer weg te gaan. Ik heb levenslang gekregen.

»Soms, als het werk me heel hard opslorpt, is die vrijdag weg. Door een oud automatisme ben ik ineens weer de kleine ondernemer die druk telefoneert en afspraken regelt en grapjes maakt tegen z’n medewerkers. Ik kan zelfs glimlachen. Je betrapt je daarop. Je denkt: ‘Hé, dat was m’n vroegere ik, die wil ik terug.’ Maar direct is die ‘betovering’ doorbroken en zit je weer met die slagschaduw in jezelf.

»Ik heb het moeilijk om mij te amuseren, ik heb het moeilijk met lachen en grappen maken, omdat die tragedie boven mij blijft hangen. Een donkere wolk die niet voorbij wil schuiven.

»Vooral avonden en weekends zijn verraderlijk. Dan heb ik vrije tijd, dan nemen de gedachten hun vrije loop, dan is er altijd het risico dat m’n geheugen ‘hervalt’.

'De industriezone werd volledig omsingeld, en er werd een stalen ring van politie en strijd­krachten aangelegd rond de drukkerij.'

»Ook mijn vrouw en mijn twee kinderen van 20 en 22 krijgen flashbacks. Ik ben niet de enige die doodsangsten heeft uitgestaan. Ook zij hebben urenlang gevreesd dat ik zou doodgaan. Het is een gezinstrauma, anders kan ik het niet noemen.

»Buitenstaanders zeggen: ‘Besef dat je gered bent. Geniet toch van het leven.’ Maar zo werkt het niet. Ik vergelijk het met een bijna-botsing. Je kan zo’n tegenligger met een uiterste reflex nog ontwijken, je gaat tollend op de vangrail af, je vreest de klap maar al bij al loopt het goed af. En nadien trillen je handen. Die trillende handen, die zijn er nog altijd. Die psychosomatische naschokken, die zijn nog niet weg.»


Immens schuldgevoel

Ik voel een zekere schroom bij dit gesprek. Ik besef immers de wanverhouding: hoe weinig weegt de kortstondige gijzeling van twee westerlingen op tegen wat hele gezinnen en dorpen in Syrië, Afghanistan en Irak dagelijks meemaken door oorlogsterreur. En toch wil ik dit schrijven: ook zo’n korte gijzeling leert hoe diep de angst kan schuren. En wat is een oorlog anders dan lang en latent gegijzeld zijn.

Ik vraag Catalano of hij nog contact heeft met Lilian.

Catalano «Ik zie Lilian nog geregeld, maar wij spreken nooit meer over die kwestie. Hij wil dat niet, dus ik respecteer dat. Maar dit heeft hij me toevertrouwd. Al die jaren dat hij hier werkte, is hij beducht geweest voor ‘iets’ en al die jaren wist hij: als er ‘iets’ gebeurt, dan verstop ik mij in dat keukenkastje. Wat hij dus gedaan heeft.»

HUMO Kon hij u en de gijzelnemers horen spreken?

Catalano «Die kantine is op dezelfde verdieping als m’n bureau, maar er is een gang tussen, dus hij hoorde wel gepraat en gerucht, maar verstaan kon hij het niet.»

HUMO U bent na anderhalf uur en na drie keer vragen vrijgelaten. Dat was een moeilijk moment; alsof u Lilian in de steek liet.

Catalano «Dat was heel traumatiserend en dat is nog altijd wat me het meest bezwaart en wat me nachtmerries en slapeloze nachten bezorgt. Want ik was niet zinnens hem achter te laten, ik had een heel ander verloop voor ogen. Al heel gauw zegden de gijzelnemers mij dat ze vechtend wilden sterven. Toen ze zich ’s nachts in dat bos verstopten, hadden ze dat vuurgevecht al verwacht. Ze werden echter niet ontdekt. Toen hebben ze de snelweg genomen, daar waren files: ze kozen de eerste afrit en zo zijn ze in deze industriezone en hier bij mij terechtgekomen. Puur toeval. Het slot, het laatste vuurgevecht, zal hier plaatsvinden, zeiden ze, en dat het geen dag meer zou duren. Dus ik dacht: als ze mij loslaten dan is dat hét moment om naar de deur te komen en om uit te breken. Ze wisten dat heel de wereld live naar die gijzeling keek, en op dat podium moest het gebeuren.

»Ik zag mijn vertrek dus als de oplossing: zij zouden beginnen te schieten, het zou hun einde betekenen, en Lilian zou bevrijd zijn. Ze hebben me ook tot de deur begeleid met hun kalasjnikov, maar ze zijn níét beginnen te schieten. En toen overviel me een immens schuldgevoel: ik had mijn hachje gered, maar Lilian zat nog binnen.

»C’était l’horreur totale. In je hoofd raast het ene fatale scenario na het andere. Ze doorzoeken het gebouw, ze vinden Lilian en ze schieten hem dood. Vervolgens hoor je geen schoten, nee, want die gasten hebben natuurlijk messen, die weten hoe ze iemand geluidloos moeten doodsteken, zie maar naar de onthoofdingen op tv. Enzovoort.

»Ik weet dat Lilian leeft en gered is, maar ’s nachts beginnen die kwaaie scenario’s opnieuw door m’n kop te spoken. Je geest kent de einduitslag, maar veel meer onthoudt hij de angsten die daaraan vooraf zijn gegaan. Zoals een seismograaf. Die registreert vooral de schokken en veel minder dat de aardbeving voorbij is.»



'Dat vraag ik me nu af: hoe kon ik zó kalm zijn terwijl je in geen miljoenste van een seconde op zoiets bent voorbereid?'


Laatste woorden

HUMO U zat in een gebouw tegenover de drukkerij, samen met de GIGN. Was er dan niemand om u bij te staan en te kalmeren?

Catalano «Ik werd begeleid en ik kon hén zelfs helpen, maar… ook daaraan til ik zwaar. De GIGN bereidden een inval voor en ze vroegen mij hoe ze het best konden binnendringen, hoe de drukkerij was ingedeeld en waar Lilian verborgen zat. Ik heb met hen een grondplan bestudeerd en ik heb gezegd dat hij zich onmogelijk in de keuken kon verbergen, ‘want daar is niks’. (Zwijgt) Het was hun aanvankelijke plan om via de kant van de kantine met veel geweld binnen te vallen. Gelukkig is toch nog anders beslist.»

HUMO Het weerzien met Lilian moet heftig zijn geweest.

Catalano «Hij heeft eerst z’n vader omhelsd en is mij dan komen omarmen. Hij zei: ‘Je hebt mijn leven gered.’ Maar ik ben pas in huilen uitgebarsten toen hij zei dat ik de juiste beslissing had genomen. Dát was heel belangrijk voor mij. Want als je iemand opdraagt zich te verstoppen, en hij komt er niet levend uit, dan worden die laatste woorden een hel voor de rest van je leven.

»Veel langer had het voor hem ook niet kunnen duren. Hij had zo’n krampen dat hij schrik had om het uit te roepen van de pijn.»

HUMO Hebt u de lichamen van de broers Kouachi gezien?

Catalano «Ja, op de parking (zwijgt).»

HUMO U was de laatste die hen sprak. Hebben ze het over hun aanslag op Charlie Hebdo gehad?

Catalano «Pas une seconde. Maar wel over wat hen dreef. Dat ze Franse staatsburgers waren en op een Franse school hadden gezeten, en dat ze zijn grootgebracht als enfants de la République, maar dat de Franse regering te veel onder invloed staat van Israël en de Joden.»

HUMO Spraken ze over een martelaarschap?

Catalano «Heel duidelijk. Nous, on veut mourir. Et sur un maximum de mécréants. Ze wilden sterven en namen liefst zo veel mogelijk ongelovigen mee de dood in.»

HUMO Het vuurgevecht met de broers Kouachi duurde amper een minuut. Hoe komt het dan dat de drukkerij zo zwaar is vernield?

Catalano «Zo gauw die twee dood waren, stormde de GIGN binnen langs een raam. En ze vuurden in alle richtingen stun grenades om mogelijke medeplichtigen tijdelijk uit te schakelen. Ze wilden geen enkel risico nemen. Toen ik ’s morgens belde om te zeggen dat er een gijzeling was, vroeg de gendarmerie met hoeveel ze waren. Zij staken twee handen op, wat mij deed zeggen dat ze ‘met meerdere mensen’ waren. Toen ik vrijkwam, heb ik gezegd dat ze met z’n tweeën waren. Maar de politie heeft me niet geloofd, vermoed ik. Zij zijn er mogelijk van uitgegaan dat ik ben vrijgelaten op voorwaarde dat ik zou zeggen dat ze ‘maar met z’n tweeën’ waren. Zij moeten daar een manoeuvre in hebben gezien, en hebben dus het zekere voor het onzekere genomen. Granaten, gerichte explosies, lichtspoorkogels, echte kogels: dat is allemaal door dat gebouw geboord. Ze hadden Lilian kunnen raken. Ook dat maalt ’s nachts nog door mijn kop: dat ik gered ben en dat hij tóch gedood wordt door kogels van de GIGN.»


Uitgeput

Catalano «In de drukkerij is alles kapot. Meubels zijn vernietigd door granaten, machines zijn doorboord door kogels, en in de dakvensters waren explosiegaten die twee weken onbedekt zijn gebleven en waarlangs regenwater binnen is gegutst. Ook zijn alle ramen twee weken open blijven staan. Allemaal in het belang van het onderzoek, maar dat heeft de schade wel groter gemaakt. Pas vorige week heb ik met de aannemer samengezeten om te zien hoe we de wederopbouw kunnen aanpakken.»

'Ze wilden sterven en namen liefst zo veel mogelijk ongelovigen mee de dood in'

HUMO Lilian was hier kind aan huis, hij heeft hier zeven jaar gewerkt, maar toch heeft hij z’n ontslag gegeven.

Catalano «Lilian is altijd een wat stille werker geweest. Geen veelprater. De weken na die negende trok hij zich meer en meer terug. Hij meed de drukkerij, en hij meed de klanten die altijd maar vragen stelden. Hij werd nog stiller dan voorheen en op den duur meed hij z’n werk en bleef hij vaker en vaker thuis. Uiteindelijk is hij komen zeggen dat hij ‘eruit’ wou en iets compleet nieuws wilde beginnen.

»Ik mijd ook nog veel. De foto’s van dat tweetal (hij noemt nooit hun naam, red.) heb ik nog altijd niet kunnen bekijken. Ook het relaas van Lilian in het tv-journaal heb ik heel lang niet willen zien. Ik was bang dat het nog meer nachtmerries zou losweken. Nochtans heb ik duizenden mails en sms’en gekregen na zijn tv-relaas, allemaal mensen die mij bedankten dat ik zijn leven had gered, maar ik bleef dat uit de weg gaan. Pas eergisteren, na een jaar aandringen van m’n vrouw en m’n kinderen, heb ik het durven te bekijken. Als je ziet hoe sereen en ontspannen hij zit te praten in die tv-studio, dan denk je dat hij geen psychische schade heeft opgelopen. Het moet de adrenaline van de eerste dagen zijn geweest. Nadien is hij alleen maar stiller en meer teruggetrokken geworden.»

HUMO Helpt het u om erover te kunnen spreken?

Catalano «Het blijft een opgave. Na mijn eerste interviews was ik uitgeput, alsof ik een marathon had gelopen. Nu gaat het beter. Ik ben nog bekaf, maar het is geen marathon meer, het is maar 3.000 meter.

»Ik heb het ook nog moeilijk met vrijdagen. Die vrijdag 9 januari was er een feestje gepland. Ik was op 7 januari jarig geweest, maar we zouden dat feestje vrijdag na het werk houden. En dan komt die vrijdag en in luttele seconden wordt je leven compleet overhoop gegooid. Dat feestje zou ik na een week vergeten zijn. Die gebeurtenis draag ik een heel leven mee.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234