'Noem het een roeping, of een drang: dit zal dan toch mijn taak zijn op deze aardkloot'Beeld Wouter Van Vooren

ActeurTom Van Dyck

‘Ik heb al vaak overwogen of ik niet beter zou stoppen met spelen’

'Het geld moet meer naar de basis. Naar de acteurs.' Tom Van Dyck (48) heeft een plan om de hele theaterwerking om te bouwen. Volgens hem is dat hard nodig. 'Misschien gaan mensen hier kwaad over worden. Dan is dat maar zo.'

Ons gesprek kan hij niet hebben afgeluisterd. Daarvoor was hij veel te druk met koken en vertellen aan zijn gasten wat het verhaal is achter elk gerecht. Als Willem Hiele op het einde van de avond even aan onze tafel komt staan, kan hij dus niet weten dat hij met zijn zinnen het hart aanraakt van wat Tom Van Dyck de voorbije uren met vuur heeft bepleit.

‘Ik wil u bedanken’, zegt de chef aan de acteur. ‘Om u zo in te zetten voor de podiumkunsten. Het is een sector die mij inspireert en voeding geeft. Ik heb er veel vrienden, en de schrijnende verhalen die ik de laatste tijd van hen hoor, doen mij pijn. Dank dus voor uw engagement.’ Van Dyck zwijgt even en slikt iets weg, misschien is het een stukje taart, maar glimlacht dan en zegt: ‘Ik moet u bedanken. U hebt me geraakt. Met uw woorden van zonet, en met uw eten.’

Over dat eten moeten we eerst nog iets zeggen. Want wie Van Dyck nog steeds met vlees en bloed verbindt, vergist zich. Vis eet hij nog af en toe, zoals vanavond, maar vlees heeft hij voorgoed verbannen. 

TOM VAN DYCK «Ik ben me te bewust geworden van dierenleed. De meeste varkens staan bijvoorbeeld hun leven lang in een hok en komen nooit buiten. Terwijl het geweldig intelligente dieren zijn. Alles waar een varken in kan uitblinken, nemen we af. En daarna eten we het op. Of neem de fokkerijen waar kippen met 200.000 op elkaar gepropt zitten. Waanzin. Ook de impact van de vleesindustrie op het klimaat was een reden om te stoppen. En gezondheid. Wat ze allemaal in die dieren pompen tegenwoordig, niet te doen.»

Maar goed, we zijn hier niet om over de voedingsindustrie te praten (en ook niet over onze honden, hoewel het niet veel scheelde), wel over de toekomstplannen van Van Dyck. Want opnieuw had hij een comeback in het theater gepland, na zestien jaar afwezigheid in de zaal. Een comeback die in januari 2019 al had moeten gebeuren, maar toen abrupt geannuleerd werd en nu misschien opnieuw gedoemd is om een droom te blijven.

VAN DYCK «Het plan was om vanaf september een heel seizoen toneel te gaan doen. In de agenda van mij en Alice (zijn vrouw Alice Reijs, eveneens actrice, red.) stonden 200 voorstellingen genoteerd. Zij zou verder toeren met de voorstellingenreeks ‘Ans en Wilma’, die ze met Ariane van Vliet gemaakt heeft. Ik ben door Tom Dewispelaere gevraagd om mee te spelen in ‘Wachten op Godot’ van Olympique Dramatique, samen met Koen De Sutter en Nico Sturm. En Alice, Ariane, Lucas Van den Eynde en ik gingen ‘EX’ brengen, van theatergroep Carver. Pas in de zomer van 2021 zou ik weer beginnen met opnames voor een televisiereeks. De vraag is wat er van die theaterplannen gaat overblijven.»

- Voorstellingen die eerst binnenshuis geannuleerd werden, en nu ook in openlucht: de cultuursector is het voorbije seizoen al erg zwaar getroffen door de coronacrisis. Hoe hard is het voor u en uw vrouw geweest?

VAN DYCK «Rampzalig, zoals voor iedereen. Alice had toen ook voorstellingen staan van ‘Ans en Wilma’, ik ging in mei en juni normaal gezien draaien voor een tv-serie, maar alles werd geannuleerd. Voor zelfstandigen zoals wij houdt het dan ineens gewoon op.

»Dat we tijdens de lockdown teruggeworpen werden op ons nest, heeft veel in gang gezet bij mij. Zoals zoveel mensen begonnen ook wij op te ruimen en te schilderen en te repareren. Ik ben niet alleen gaan nadenken over ons eigen huis, maar ook over het huis waarin mijn werk zich situeert. Omdat ik zoveel collega's hoorde die donkere dagen meemaken. Alice en ik hebben de voorbije decennia gelukkig genoeg kunnen maken en spelen, zodat we een buffer hebben om op terug te vallen. Maar als je hoort dat heel veel acteurs bijna in pure armoede terechtkomen, is het tijd om eens na te denken of onze sector nog wel op de juiste manier in elkaar zit. (lacht) Ik zal je al verklappen dat het antwoord nee is.

»Wat corona duidelijk heeft aangetoond, is dat de acteur niet meer centraal staat in de podiumkunsten. Meer zelfs, hij staat er volledig buiten. Degenen die vandaag de dag onderdak gevonden hebben bij een theaterhuis - en dus kunnen rekenen op ondersteunende mechanismen als technische werkloosheid - zijn mensen die de programmatie of publiekswerking doen, de zakelijke leiders, de financiële medewerkers, de productieleiders. Er zijn zelfs huizen die nu door corona hun financiële put gevuld zien, omdat ze geen kosten moeten maken voor producties maar wel inkomsten krijgen via steunmaatregelen. Voor de duidelijkheid: ik wil niet zeggen dat de financiële hulp hun niet gegund is, maar ik constateer dat tegelijkertijd de meeste acteurs op zwart zaad zitten, omdat ze zelden bij een huis horen en niet met een langdurig contract werken. Dat klopt niet. Ik pleit ervoor om het systeem te herdenken, zodat de acteur weer het middelpunt is van de podiumsector. Want dat zou hij moeten zijn. Zonder acteur geen voorstelling, toch?»

'Het huidige versnipperde overaanbod aan makers vereist veel te veel geldverslindende structuren.'Beeld Wouter Van Vooren

Corona heeft alles nog eens op scherp gezet, maar eigenlijk maakte hij zijn bezinning vorig jaar al mee, zegt hij. Begin 2019, net voor hij aan de tournee van zijn solovoorstelling Het beest in u zou beginnen, ging het licht uit bij Van Dyck. Hij was het podium van de Arenbergschouwburg opgestapt, waar hij een eerste try-out zou houden van zijn stuk, wist plots niet meer waar hij was, stamelde nog 'Dames en heren, hier stopt alles' tegen het publiek, verdween in de coulissen en brak in honderdduizend stukken.

VAN DYCK «Daarna heb ik maanden thuis gezeten om na te denken over waar ik mee bezig ben. En ik kwam tot de conclusie dat het gemakkelijker is om te floreren als je tot een goede groep behoort. Mijn monoloog was vooral mislukt omdat ik alles alleen had willen doen. Ik had iedereen weggeduwd. Ik was daar zo hardnekkig en koppig in geweest, dat het mij genekt had. Al die bedenkingen van vorig jaar flakkerden weer op door mijn collega's te zien lijden tijdens corona. En toen Tom Dewispelaere mij ook nog eens vroeg om mee te spelen in ‘Wachten op Godot’, was ik er helemaal van overtuigd dat het anders moet.»

Wat nu volgt, beste lezer, is de bekentenis van een misdrijf. En de hoop dat de bevoegde instanties clementie zullen tonen. Of, indien niet, dat de feiten op zijn minst verjaard zijn. Van Dyck was 15 jaar. Hij volgde een technische richting op school omdat zijn vader hoopte op een opvolger voor de familiezaak, maar hij voelde zich daar niet echt thuis. Hij hield van boeken, zat op de academie, ging naar theater en had posters op zijn kamer hangen van Els Dottermans, Louis Paul Boon en Samuel Beckett. Van Dyck was dol op Beckett. Maar geld om de toneelstukken van de Ierse schrijver te kopen durfde hij niet te vragen aan zijn ouders. Toen hij in de bibliotheek van Herentals, waar Van Dyck is opgegroeid, het verzameld werk van Beckett ontdekte, zag hij dus maar één oplossing: het boek onder zijn jas steken en mee naar buiten smokkelen. ‘Ik heb het nog steeds’, lacht hij vandaag. ‘Mijn oprechte excuses aan de bibliotheek van Herentals, ik wil het gerust teruggeven, maar het staat vol met aantekeningen ondertussen, en ik vrees dat het ook ietwat bevlekt is.’

En nu, 33 jaar na de diefstal, gaat Van Dyck dus eindelijk ‘Wachten op Godot’ opvoeren. Voor de allereerste keer. Meer zelfs, behalve ‘Drie zusters’ van Tsjechov bij De Tijd, heeft hij geen enkele klassieker gespeeld. 

VAN DYCK «Terwijl ik er als 15-jarige jongen niet alleen van droomde om acteur te worden, maar ook om al die oerstukken te spelen. Ook dat heeft me aan het denken gezet de voorbije weken. Kijk, ik ben een groot wielerliefhebber. En weet je waarom zo'n Remco Evenepoel geniaal is? Omdat hij door een grote familie is binnengehaald en daarin is kunnen groeien. Er is tegen hem gezegd: doe rustig, oefen maar, je krijgt hier tijd. Een coureur wordt beter door alle klassiekers te rijden, en dat geldt ook voor jonge acteurs. Maar waar kunnen zij hun klassiekers nog spelen? Voor mij is ‘In de gloria’ mijn vorming geweest, en Woestijnvis het gezelschap waarin ik sprongen kon maken. Ik durfde geen series te schrijven, maar het waren Erik Watté en Wouter Vandenhaute die zeiden: jawel, je gaat dat doen, het is niet erg als het mislukt.»

Jonge acteurs hebben die mogelijkheid tot groei niet meer, vindt Van Dyck, omdat iedereen lijdt aan wat hij 'maker-itis' noemt. Toen hij in 1994 afstudeerde aan het Conservatorium van Antwerpen, kreeg hij nog telefoon van NTGent, KVS en KNS (Koninklijke Nederlandse Schouwburg, wat nu Toneelhuis is, red.). Bij alle drie kon hij een contract krijgen. 

VAN DYCK «Dat is vandaag ondenkbaar. En omdat je niet gevraagd wordt door een huis, moet je als jonge acteur dan maar proberen zelf een voorstelling te maken, zonder middelen weliswaar, in de hoop dat je toch nog opgemerkt wordt op een podium hier of daar. Maar behalve die jonge garde is ook de oude garde volop stukken aan het maken, want ook zij kunnen niet meer rekenen op een vast contract. Gevolg: er is een overaanbod aan producties - meestal monologen of dialogen, want die kosten het minste geld om te maken - waardoor de programmatie van de culturele centra stampvol zit en de meeste stukken hooguit vijftien keer gespeeld worden. Daarna zijn ze weg. Wat een zonde. Van energie en kwaliteit. Niet verwonderlijk dat theater zo weinig impact heeft vandaag. Er gaat zoveel goeds verloren.»

- U vindt dus dat het anders moet. Hoe dan?

VAN DYCK «De grote Herman Teirlinck, van wie mijn leermeesteres Dora van der Groen een leerling was, zei: 'Theater is simpel. Zet een acteur op scène en er kijken mensen naar.' Dat is de essentie. Daar moeten we weer naartoe.

»Laten we van de drie grote theaterhuizen - KVS, NTGent en Toneelhuis - opnieuw écht grote theaterhuizen maken, waar vijftien à twintig acteurs vast aan verbonden zijn. Acteurs, bedoel ik dus, geen gezichten of makers, zoals nu het geval is. Zorg er ook voor dat er diversiteit heerst in die families. En laten we vervolgens bekijken wat er nodig is aan financiële en logistieke structuur om elk gezelschap te ondersteunen.

»Nu geldt het omgekeerde. In de meeste theaterhuizen werken al heel veel mensen nog voor er één acteur op scène staat. En plots blijkt dan dat er geen geld meer is voor die acteur. Wij zijn degenen die met contracten van drie of vier maanden moeten werken, terwijl de mensen in de ondersteunende functies wel jaarcontracten krijgen. Dat klopt niet. Dat ligt niet aan die mensen; het huidige versnipperde overaanbod aan makers vereist gewoon veel te veel geldverslindende structuren.»

- Betekent dit bijvoorbeeld dat De Roovers zullen moeten opgaan in Toneelhuis?

VAN DYCK «Niet noodzakelijk. De kleinere of middelgrote gezelschappen kunnen volgens mij ook veel meer samenwerken op zakelijk gebied. Elk gezelschap zijn eigen zakelijk leider en administratie, dat is niet meer haalbaar. We zullen op organisatorisch vlak aan schaalvergroting moeten doen, juist om de eigenheid te behouden.

»Kijk, in november en december heb ik mee op de barricaden gestaan om te protesteren tegen de cultuurbesparingen van 5 miljoen euro voor projectsubsidies die toen in de lucht hingen (en in april alsnog grotendeels werden teruggeschroefd door bevoegd minister van Cultuur Jan Jambon, red.). Dat protest zal niet meer nodig zijn in de toekomst. Want de harde realiteit is dat er door corona geen cent op overschot zal zijn. Elke sector, ook de onze, zal het met minder moeten doen.

»Dus kun je maar beter voorbereid zijn en bedenken hoe je je kunt herorganiseren om het beschikbare geld in de toekomst meer naar de basis te laten gaan. Naar de acteurs, dus.»

- Mensen die uw plan niet genegen zullen zijn, gaan misschien vinden dat het een economische logica uitdraagt waarin cultuur nog rendabeler moet zijn, terwijl het cultuurbudget al maar een klein aandeel inneemt in de Vlaamse begroting.

VAN DYCK «Ik vind het flauwekul dat er in de culturele sector niet over het economische luik mag worden gepraat. Wij werken met overheidsgeld, er is niks mis met bekijken hoe we die middelen efficiënter kunnen besteden. Het resultaat van mijn voorstel zal trouwens zijn dat acteurs juist meer gaan kunnen focussen op het inhoudelijke en zich weer volop zullen kunnen wijden aan hun echte metier, namelijk spelen dat de pannen van het dak vliegen.»

- Gaat er in uw systeem van vaste acteurs nog genoeg ruimte zijn voor experiment?

VAN DYCK «Natuurlijk. Ik denk zelfs méér. Want wie durft er nu nog te experimenteren, als je nauwelijks gezien wordt? Bovendien kunnen die makers dan ook veel meer in hun eigen zaal spelen in plaats van in de overbevraagde culturele centra. Hoe vaak staan onze stadsschouwburgen leeg? Je zou daar toch elke dag naar het theater moeten kunnen gaan?»

- Hoe zeker bent u van uw stuk?

VAN DYCK «Ik heb al een en ander zitten becijferen, en een aantal zaken uitgetekend met iemand die midden in het veld staat. Ik denk dat mijn financiële plaatje klopt. Samen met een paar anderen zou ik het nu graag technisch verder uitwerken.

»Op zijn minst is het een goede basis om het er met de acteurs over te hebben. Daarom geef ik ook dit interview. Ik wil het debat opengooien. Ik besef dat het vloeken in de kerk is, en dat ik een flinke knuppel in het hoenderhok gooi. Maar ik kan me dit permitteren, denk ik. Omdat ik dit niet voor mezelf doe. Ik heb al twintig jaar geen subsidiedossier meer ingediend, en ik ben vrij. Ik ben een van die gelukkige troubadours die zijn camionette in emotionele handelswaar overal mag parkeren. Het is uit bekommernis voor de sector dat ik hiermee bezig ben.

»Misschien overschat ik mijn poging en gaan mensen hier kwaad over worden. Dan is dat maar zo.»

- Het beeld van de piemelzwaaiende subsidieslurper werd tijdens de heisa over de projectsubsidies weer gretig bovengehaald. Kunt u als lid van de culturele sector nog op tegen die karikatuur?

VAN DYCK «Er zijn ongelooflijk veel mensen die naar onze series kijken en naar theater gaan. Cultuur is dus niet voor de happy few, in tegenstelling tot wat sommigen beweren. En er is voor elk wat wils. Wat Studio 100 met zijn musicals doet, reken ik ook tot cultuur. Het loopt ook allemaal veel meer door elkaar dan mensen denken. Ik werk zonder overheidsgeld, maar nu ik even in een Toneelhuis-voorstelling ga spelen, kom ik wel weer in het gesubsidieerde circuit terecht. Hetzelfde geldt morgen misschien voor een Studio 100-medewerker. Het is dus onzin om zowel de vrije als de gesubsidieerde sector als een monolitisch blok te beschouwen.

»Het gebeurt geregeld dat mensen me allerlei vragen stellen over mijn werk of onze sector. En ik zeg dan altijd dat ik mijn hart en ziel leg in alles wat ik maak. Net zoals een meubelmaker dat doet. Of een chef als Willem Hiele. Hij wil dat zijn gasten een fijne avond beleven. Mijn ambitie is dezelfde. Ik wil de mensen vermaken, voeden, hen misschien doen nadenken.

(zwijgt even) »Weet je, ik heb al vaak overwogen of ik niet beter zou stoppen met spelen. Zeker vorig jaar. Maar eigenlijk weet ik dat ik móét spelen. Noem het een roeping, noem het een drang, maar als mensen mij komen bedanken voor een rol die ik gespeeld heb, denk ik: dit zal dan toch mijn taak zijn op deze aardkloot.

»Ik hou gewoon heel hard van verhalen. Of dat nu op het podium is, of in muziek, beeldende kunst, fotografie, film, literatuur, mode of koken. Hoewel, aan extreem dure restaurants kan ik geen geld geven. Dan knaagt mijn geweten. Tenzij iemand anders betaalt. (schatert) Nee, ik wil geen exuberant bedrag spenderen aan iets wat er de volgende dag gewoon weer uitkomt, wetende dat de helft van de wereldbevolking in armoede leeft.»

'Onze oudste dochter Lola is 18 en gaat in september verder studeren. Dat is wel wat, ja. Ineens denk je: hola, wacht even...'Beeld Wouter Van Vooren

- U lijkt een groot verantwoordelijkheidsgevoel mee te dragen.

VAN DYCK «Dat is zo, vrees ik.»

- Dan staat u vast niet altijd even licht in het leven.

VAN DYCK «Klopt. Mensen hebben de neiging om te denken dat ze goed met mij kunnen lachen, maar ik kan flink last hebben van weltschmerz.»

- Wie naar uw series ‘Van vlees en bloed’, ‘Den elfde van den elfde’ en ‘Met man en macht’ kijkt, ziet de wroetende, ploeterende mens in al zijn glorie. Kunt u van uzelf toegeven dat u ook zo'n mens bent?

VAN DYCK «Heel zeker. Het is een universeel gegeven, en ik vorm daar geen uitzondering op. Alleen heb ik die mens in mijn series altijd onder de kerktoren geplaatst. Daar heb ik wel eens kritiek voor gekregen. Omdat het stedelijke Vlaanderen er niet in gerepresenteerd zou worden. Ik ben het daar niet mee eens. Het dorp is nu eenmaal het milieu dat ik het beste ken. En de besloten gemeenschap waarin van alles pruttelt en suddert is echt geen sentiment uit het verleden. Ga maar eens rondkijken in de Kempen of West-Vlaanderen of Limburg.

»Onlangs zag ik de HBO-serie ‘Succession’ (over de familie Roy, die eigenaar is van een wereldwijd mediaconglomeraat, red.), en ook in de haute finance spelen precies dezelfde mechanismen. Zelfs de verhalen van de CEO's in mijn kennissenkring gaan over kleine jongetjes die roepen 'Kijk eens, papa, zonder handen, aai over mijn bol en zie mij graag.' Het decor is anders, maar de essentie bestaat uit hetzelfde koningsdrama. Het nest waaruit je komt, bepaalt zoveel. In welk milieu dat ook is.»

- Volgen uw ouders uw werk?

VAN DYCK «Ze zijn enthousiaste volgers, jazeker. En dat is het belangrijkste, ook al hebben we andere leef- en denkwerelden.»

- U wordt altijd omschreven als Kempenzoon, maar bent u dat nog?

VAN DYCK «Ik ben blij dat je dat vraagt. Alice en ik delen al 21 jaar hetzelfde huis in Antwerpen, dat is langer dan ik bij mijn ouders in de Kempen heb gewoond, want op mijn 18de ben ik op kot gegaan in Antwerpen. Het gekke is dat je op die leeftijd zo snel mogelijk weg wilt van het gezin waarin je bent opgegroeid, en dat je in een mum van tijd toch je eigen nest creëert. Een nest waarin je het anders wilt aanpakken, maar waarvan later blijkt dat je eigenlijk krek hetzelfde als je ouders hebt gedaan, of juist niet, maar dat dat evenmin per se een goed idee was. (lacht)

»Onze oudste dochter Lola is 18 nu en gaat in september verder studeren. Dat is wel wat, ja. Ineens denk je: hola, wacht even, ik weet nu pas hoe het moet, en je rugzak zit nog niet vol, ik wil er nog een paar ervaringen en gesprekken en boeken in steken. En je vraagt je af: ben ik wel een goede vader geweest?»

- Wat is uw antwoord op die vraag?

VAN DYCK «Ik weet het niet goed. Op sommige vlakken had ik het anders gewild. Toen de kinderen klein waren, was ik heel hard met mezelf bezig. Filmen, acteren, maken, ik was zo vaak aan het werk. Niet dat ik een compleet afwezige vader was, maar ik denk niet dat ik elke stap van mijn kinderen bewust heb meegemaakt.

»Toen Alice en ik aan kinderen begonnen, nam mijn carrière tegelijk een hoge vlucht. Ik kreeg zoveel mooie aanbiedingen. Voor Alice was het helemaal anders. Zij is Nederlandse, en dat was blijkbaar een obstakel voor de Vlaamse theatermarkt. Maar we moesten wel geld verdienen, want we hadden een huis af te betalen en kinderen te onderhouden, en dus zei ik ja op al die aanbiedingen. Op den duur stond mijn agenda zo vol dat er bijna geen ruimte meer was voor Alice. Dat was heftig. Ze heeft daar hard onder te lijden gehad.

»Sowieso denk ik dat vrouwen het zwaar hebben in onze sector. Voor vrouwen boven de 40 is het nog steeds veel moeilijker om aan de bak te komen dan mannen. Weet je, van de culturele sector wordt altijd gedacht dat het een heel vooruitstrevende omgeving is, maar niets is minder waar. Ik vind het er vaak heel conservatief aan toegaan. De openheid die gepredikt wordt voor anderen is niet altijd evenredig met de openheid die er intern heerst.

»Ik heb bijvoorbeeld aan den lijve ondervonden hoe Alice heeft moeten vechten om haar zeg te kunnen doen op de filmset, die nog steeds vooral een mannenwereld is. ‘Den elfde van den elfde’ hebben we van begin tot eind met z'n tweeën gemaakt, en toch gedroegen sommigen zich compleet anders tegenover haar dan tegenover mij. Ofwel moest ze machistische opmerkingen incasseren, ofwel werd ze genegeerd. Vreselijk.

»Of ik daar dan wat van zei? Wees maar zeker. Ik zou heel kwaad zijn op mezelf mocht ik dan níét van mijn oren maken.»

- Toen Panamarenko stierf, van wie u een grote fan bent, zei u: 'Zo prachtig, dat je een leven kunt leiden waarvan je van a to z kunt denken: I did it my way.' Kunt u dat ook van uw eigen leven denken?

VAN DYCK «Nee. Ik heb de keuze gemaakt om te trouwen en kinderen te krijgen, en ik ben daar heel blij mee, maar het is wel een ander verhaal dan dat van Panamarenko. Artiesten, cineasten, schrijvers, kunstenaars die enkel voor hun vak kiezen en daar geen enkel compromis in dulden, kunnen geen gezinsleven hebben, tenzij ze er totaal geen rekening mee houden.»

- Stel dat u niet voor een gezin gekozen had?

VAN DYCK (lacht) «Dan was ik in elk geval een veel onaangenamere man geweest. Alice heeft mij veel socialer gemaakt.»

- Was u zo asociaal dan?

VAN DYCK «Een vlotte kerel kon je mij toch bezwaarlijk noemen. Sociale contacten kostten mij veel moeite. Zonder Alice was ik zonder twijfel ook een 'zware' mens geworden. Wat ik aan lichtheid en openheid ken, heb ik te danken aan haar. Zij heeft me altijd bewust gemaakt van die facetten van het leven.

»Ik ben ook heel blij dat ik kinderen heb. Het is een torenhoog cliché, maar anders had ik nooit die onvoorwaardelijke liefde gekend. Ik vind het ook mooi dat ik een bijdrage kan leveren aan het leven van iemand anders. En dat er mensen zijn in wie je je helemaal herkent - omdat ze dezelfde gevechten, twijfels en humor hebben als jij - en toch compleet anders zijn.

(zwijgt even) »Weet je, ik heb al een aantal mensen moeten afgeven. Te veel naar mijn goesting. Mijn goede vriend Christophe Lambrecht vorig jaar. Enkele andere vrienden die ik ben kwijtgeraakt. Het doet je wel nadenken. Als ik ooit zelf op mijn sterfbed lig, zullen het niet de dvd-boxen van mijn televisiereeksen of foto's van mijn voorstellingen zijn die ik ga omarmen. (lacht) Ik hoop wel dat Alice, mijn kinderen en een paar vrienden daar zullen staan. Ik heb mijn werk heel hard nodig, maar uiteindelijk gaat het over de mensen met wie je heerlijke avonden beleeft, goede gesprekken hebt en een glas wijn kunt delen.»

- Laten we eindigen met de toekomst. Er zijn ontelbare essays en boeken geschreven over wie of wat Godot is. Wat is uw idee daarover?

VAN DYCK «Wel, hopelijk kan alles doorgaan zoals gepland en ga ik het veertig keer kunnen spelen. Kom het mij dus na de laatste voorstelling nog eens vragen, misschien ken ik dan het antwoord. (lacht) Serieus, dit is hetzelfde als vragen wat de betekenis van het leven is, en wie kent daar het antwoord op? Ik zou zeggen: koester het leven, en geniet van de liefde en de vriendschap. Opnieuw een gigantisch cliché. Maar het is wel waar."

- Misschien moeten we wat minder bang zijn voor clichés. En van de grote verhalen.

VAN DYCK «Absoluut. Vandaar ook mijn pleidooi voor repertoire. Over twintig jaar zullen we nog altijd stukken spelen over moeilijke families en onmogelijke liefdes. De context zal veranderd zijn, de acteurs zullen van een andere generatie zijn, maar het prutsen van de mens blijft van alle tijden. Het is ook de reden waarom we ons allemaal volop blijven laven aan vertolkingen van dat gepruts, of het nu in theater, muziek, kunst, film of boeken is.

»Maar om die grote verhalen te kunnen blijven vertellen, moeten we vandaag wel dringend de dekens opschudden die over het theater hangen. In zijn fantastische Kapellekensbaan schreef Louis Paul Boon dit: 'Over al het geschrevene daalt het stof der tijden neer, en ik peins daarom dat het goed is als er om de 10 jaar een andere een kruis trekt over al die oude dingen, en de wereld-van-vandaag opnieuw uitspreekt met andere woorden.' Daar valt niets meer aan toe te voegen. Beter dan dit kan ik het niet verwoorden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234