'Ik hoef geen DNA-test om te bewijzen dat ik de zoon van prins Bernhard ben. Trouwens: de erfenis is verdeeld, ik geloof niet dat er nog iets te rapen valt (lacht)'

Oscar van den Boogaard (53) is sinds deze week de auteur van de heerlijke historische roman ‘Kindsoldaat’. Maar het grote publiek zal misschien iets anders onthouden: hij is die schrijver die beweert de zoon van prins Bernhard te zijn.

Heeft hij, vraag ik Oscar van den Boogaard in een hotelbar in Antwerpen, met dat luide schot voor de boeg niet zijn eigen roman weggeblazen? Het gaat nu alleen nog over de kwestie van het vaderschap.

Oscar van den Boogaard «Totaal niet. Ik móést vooraf even iets zeggen, opdat het daarna weer over literatuur kon gaan. Had ik mijn mond niet opengedaan, dan zou toch de vraag komen: waarom duikt prins Bernhard in je roman op? Voor het effect? En dan zou ik toch met de waarheid tevoorschijn moeten komen. Want ik weiger te liegen, dat zou totale zelfondermijning zijn.

»‘Kindsoldaat’ zal zijn weg vinden als roman, dat weet ik zeker. Het is mijn beste boek, ik vraag me zelfs af of de boeken die eraan voorafgingen nog moeten bestaan. Hier zit alles in, mijn voorgeschiedenis, mijn verbeelding, mijn gevoeligheid, mijn literaire ziel. Dit is mijn DNA, dat voel je toch?»

HUMO Als ik goed tel, liep je al vier decennia rond met dat grote geheim.

Van den Boogaard «Ik herinner me deze heel concrete situatie: ik ben een jaar of veertien en ben met mijn moeder op een huisconcert in een kasteel. Ik woonde sinds kort met haar alleen, mijn vader was naar Suriname vertrokken, ze hadden een slecht huwelijk. Ze was nog meer gaan drinken dan voordien, en kwam bijna het huis niet meer uit. Maar op deze uitnodiging was ze ingegaan.

»Ik was onder de indruk toen ik prins Bernhard in levenden lijve zag, want hij was in ons huis een zeer aanwezige figuur. Er waren zijn foto’s, maar ook de verhalen. Van mijn vader, die heel trots was dat hij in de staf van de prins gewerkt had, en van mijn moeder over wat ze aan het hof van koningin Juliana beleefd had. Ze was daar halfweg de jaren 50 geïntroduceerd door een hofdame, de vrouw van de burgemeester van Utrecht, voor wie mijn moeder toen werkte.

»Ik zag hoe de prins mijn moeder begroette, hoe hij recht op haar afliep, haar als een verloren dochter omhelsde. Het was overduidelijk: hier was héél veel aan de hand. Ik zag zijn blik, ik hoorde zijn vragen aan mij: hoe het was met Bernhard de Beer, zijn geboortegeschenk aan mij, en of ik me de reuzenschildpadden uit Suriname nog herinnerde. Blijkbaar had hij mijn leven op afstand gevolgd. En dan fluisterde er nog iemand in mijn oor: ‘Je weet ook niks van jezelf, hè?’ Dat is nogal wat als het je als puber van veertien overkomt.

»Ook mijn moeder was compleet overstuur, en op weg naar huis heeft ze het me verteld: ‘Bernhard is je vader.’ Maar ik moest het wel geheim houden, zei ze meteen, anders zou ik ons gezin kapotmaken.»

HUMO En daar hield je je aan?

Van den Boogaard «Ik was bang om het gezin op te blazen. Ik had behoefte aan mijn vader, ook al was hij nu weg, en ik wilde mijn oudere zussen niet kwijtraken. En je had me moeten kennen toen ik veertien was… Ik bestond gewoon niet. Ik was een volslagen weerloos kind van een alcoholiste, opgevoed als slaaf. Beschadigd. Mijn vader leefde alleen overdag, hij ging heel vroeg naar bed, stond op als de zon opkwam. Mijn moeder leefde ’s nachts, kroop dan bij mij in bed, hield me wakker. De nacht heeft een ander bewustzijn dan de dag, dat heb ik toen geleerd. Ik had een dagkant, het kind dat naar school ging en speelde met zijn zusjes, maar ik had ook een nachtkant, het leven met mijn moeder, en die twee kanten kreeg ik niet bij elkaar. Ik ben toen in tweeën gespleten.

»Ook toen mijn vader na de staatsgreep in Suriname in 1980 weer in Nederland was, kon ik met hem niet over die kwestie beginnen. Hij zou een kogel door zijn kop gejaagd hebben, dat weet ik honderd procent zeker. Het pistool lag in zijn nachtkastje.»

HUMO Je ontmoette prins Bernhard nog een aantal keren samen met je moeder. Hoe gedroeg hij zich?

Van den Boogaard «Hij wist dat mijn moeder me ingelicht had. Hij zei dingen als: ‘Wees goed voor je vader,’ of: ‘Je vader is je vader, ik ben je prins.’ Hij heeft erop gegokt dat het geheim bewaard zou blijven, ook al had hij me niet in de hand. En ik was niet bij machte om hem ermee te confronteren. Was ik iemand met een beetje weerstand geweest, dan was het een ander verhaal geworden.»

HUMO Je had met je moeder gesprekken over de prins. Kon je je een beeld van hun relatie vormen?

Van den Boogaard «Mijn moeder heeft van de prins gehouden, voor haar was het grote liefde. Toen ze elkaar ontmoetten, had zij al twee verlovingen afgebroken. Ze schrok terug voor een nieuwe vaste relatie, dit was helemaal wat ze wilde: een man die níét beschikbaar was, iemand met wie ze soms een bergtop kon delen, meer niet.

»Ze is dan in een situatie gemanoeuvreerd met mijn vader. Die kwam uit de wereld van Bernhard, en ze werd aan hem voorgesteld. Ze was op weg naar de afgrond, ze was veel te gevaarlijk bezig. Mijn vader was een gezonde man, echt een militair. Die zei: ‘Hou op met drinken.’ En: ‘We gaan kamperen in plaats van naar een duur hotel.’ Ze heeft even geloofd dat hij haar redding zou zijn. Ze zijn getrouwd, hebben twee kinderen gemaakt. Mijn moeder is prins Bernhard af en toe blijven zien. Ze is zwanger geraakt van hem en wilde dat kind gewoon houden.

»Ik denk dat de prins na mijn geboorte met haar heeft gebroken. Eerst heeft hij ons naar Suriname gestuurd, vervolgens zijn we teruggekomen en ontmoetten ze elkaar nog af en toe, maar was dat geen echte liefdesrelatie meer. Ik zal er nooit achter komen of mijn vader heeft geweten dat ze nog seks met elkaar hadden.»

HUMO In het boek suggereer je dat je vader, Jim in de roman, wel degelijk wist hoe de vork aan de steel zat.

Van den Boogaard «Ik dénk dat hij het wist, maar kan dat niet hardmaken.

»Militairen hadden het daar met elkaar niet over. Kun je je iets voorstellen bij hun soort leven? Mijn vader kwam terug uit Indië, had daar gevochten voor de vrijheid, was tijdens de oorlog in Schotland opgeleid tot paracommando, vervolgens was hij in Ceylon tegen de jappen gaan vechten, is daar rubberplanter geworden en dan teruggekomen naar Nederland. De prins was na de oorlog opperbevelhebber van het Nederlandse leger, en verzamelde op een landgoed in de buurt van Hilversum alle oorlogshelden, alle Engelandvaarders en paracommando’s die terugkwamen uit Indië. Dat was een mannenwereld, daar bestonden codes waarin kameraadschap boven alles ging. Ook boven de vrouw. Kameraden leenden hun appartement aan elkaar uit.

»Ik voelde in de omgang met mijn vader wel dat ik het kind van een ander was. Hij kon geen contact met me maken. Hij heeft zich altijd opgesteld alsof hij geen recht op me had, en mijn moeder deed er ook alles aan om hem dat gevoel te geven. Ik vond het verschrikkelijk voor hem.»

HUMO Je verwekker komt opmerkelijk makkelijk weg in je relaas. Hij had ook nog elders buitenechtelijke kinderen, die laat je buiten beschouwing.

Van den Boogaard «Ik heb daar niet veel onderzoek naar gedaan. Hij heeft een paar dochters erkend. Mij kon hij niet erkennen zolang mijn vader leefde, en mijn vader heeft hem ver overleefd.

»Waarom hij zo makkelijk wegkomt? Omdat ik het heel goed begrijp. Ik begrijp wat een geheime relatie is. Ik begrijp dat je vrijheid nodig hebt om je leven te vervolmaken, en dat zie ik als iets positiefs, óók de perversiteit van de situatie. Ik voel me het slachtoffer van het geheim, maar niet van de losbandigheid.»

HUMO Die dingen hangen wel samen: zijn vrijheid is jouw trauma geworden.

Van den Boogaard «Maar ik geef hem daar de schuld niet van. Ik ben blij door íémand verwekt te zijn, dat ik dit kán beleven, ook al is het een trauma. En ik vind het fijn de vrucht te zijn van een passie tussen twee mensen die lak hadden aan alles.»

HUMO Je maakte ook het laatste bezoek van de prins aan je moeder mee.

Van den Boogaard «De laatste maanden van haar leven had ik de tijd om mijn moeder te verzorgen. Zij lag met botkanker op de begane grond in een bed, in de kamer op zolder schreef ik mijn eerste roman. Door een babyfoon hoorde ik haar kreunen, ze sprak alleen nog over pijn. Ik had mijn eerste cd-singletje gekocht, van Kylie Minogue, ‘Better the Devil You Know’. Dat hoorde ik een halfjaar lang permanent door een koptelefoon – pure verdringing.

»Ze had de prins laten weten dat ze stervende was, denk ik. Hij stond als een gebroken man aan dat bed, totaal schuldig en sprakeloos. Ik was ook sprakeloos. Inmiddels was ik een jongen van 25, maar nog kon ik de kwestie niet ter sprake brengen. Toen is het geheim voorgoed klem komen te staan.»

HUMO Ook de prins had zijn verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Van den Boogaard «Heeft hij niet gedaan. En ik heb dat niet opgeëist. Misschien vond ik het toen wel comfortabel dat de situatie bleef zoals ze was. Nu mijn moeder er niet meer zou zijn, wou ik verder kunnen gaan met mijn vader. Ik heb op hem gegokt, heb met hem een band gesmeed. Daar was geen ruimte meer voor Bernhard. Ik was met die kwestie niet meer bezig, heb ze weggestopt.»

'Ik zag hoe prins Bernhard op mijn moeder afliep, haar omhelsde. Het was overduidelijk: hier was héél veel aan de hand'


In het moment

HUMO Dat heb je vele jaren volgehouden, uitstekend functionerend als schrijver, als levenskunstenaar.

Van den Boogaard «Het verbaast mij ook, en het verbaast anderen. Maar dat is eigen aan een trauma: het komt soms pas laat in je leven naar boven. Mijn vader is in 2013 gestorven, toen is er iets in mij gebeurd. Tot dan heb ik heel hard geprobeerd hem in stand te houden, hem een plek te geven in de stukken die ik schreef en als een soort spiegel te gebruiken. Toen hij stierf, ging ik een nieuwe fase in.

»Dat liep parallel met nog iets anders, met wat ik meemaakte op het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten, red.) in Gent. Ik was er sinds 2011 artistiek directeur en kwam langzamerhand in een afschuwelijke situatie terecht, waardoor ik niet meer kon slapen en me bedreigd voelde. Het HISK zit in de gebouwen van de Leopoldskazerne, en ik moest elke keer weer naar mijn werk door een militaire poort. Net als mijn vader ooit, die lang enorm depressief was. Die overeenkomst voelde ik in die crisisperiode sterk aan. Ik beleefde die kazerne als mijn vroegere thuissituatie.»

HUMO Wat was er dan wel aan de hand in dat HISK?

Van den Boogaard «Toen ik er uiteindelijk wegging, heb ik het allemaal opgeschreven in een evaluatieverslag van wel tien pagina’s. Het is zoveel ellende dat ik het niet opnieuw kan vertellen, omdat ik er spontaan ziek van word. Ik heb daar nooit de macht gekregen om dingen te veranderen, alle misbruiken werden er onder de mat geveegd, al het nepotisme, al het seksisme, al het grensoverschrijdend gedrag. Het is een heel smerig verhaal. Ik heb mijn verslag aan de raad van bestuur bezorgd, die heeft me nooit willen horen.

»Maar waar het me hier om ging: ik wilde na alles wat daar gebeurd was een roman schrijven over een heel boze artistieke leider, en ging daarom dingen opzoeken in mijn verleden. Dan dacht ik vooral aan het verleden van mijn vader, de militair, maar daar bleef het niet bij. Al gauw zat ik bij mijn grootouders, en nog verder terug, in het familiekasteel in Noord-Limburg.»

HUMO Ik ontwaar nog geen spoor van prins Bernhard in de wordingsgeschiedenis van je roman. Ik dacht net dat je die vanuit de kwestie Bernhard had geconstrueerd. Dat je Bernhards naziverleden bijvoorbeeld in je stamboom verankerd had door een nazivoorvader op te voeren.

Van den Boogaard «Het wonderlijke was dat Bernhard tijdens het schrijven plots naar boven kwam, terwijl ik helemaal niet met hem bezig was. Ik had mijn moeder op een bergtop gebracht, zag iemand naar boven komen in een skiliftje. Dat bleek Bernhard te zijn. Ik vond toen de beelden om de skivakantie met de koninklijke familie, waar mijn moeder me over verteld had, op papier te zetten. Als het me alleen om prins Bernhard te doen was, hoe zou ik dan de 350 pagina’s die eraan voorafgaan volgehouden hebben? Strategie moet je bij mij niet zoeken. Ik denk niet als ik schrijf, en dan kan er van alles gebeuren. Dat is de essentie van mijn schrijverschap.»

HUMO ‘Kindsoldaat’ is je eerste historische roman.

Van den Boogaard «Nu zie ik dat het een historische roman is, daar was ik me niet van bewust. Ik ga achter mijn bureau zitten, en dan gebeurt het allemaal vanzelf. Research heb ik nauwelijks gedaan, daar heb ik geen tijd voor. Het staat me in de weg, het breekt het tempo. Ik heb dit boek in een heel korte tijd geschreven, nog geen jaar. Het is eruit gevloeid, het is pure levensenergie.

»Gaandeweg heb ik ontdekt dat ik me goed kan verplaatsen in mensen die lang geleden hebben geleefd. Ik had er plezier in om de mensen uit wie ik voortvloei tot leven te brengen, ze klinken in mij door. Mijn familie was zeer zelfbewust, alles werd overgedragen. De verhalen, de meubels, alles kwam ergens vandaan. Ik heb in Latem een 17de-eeuwse kast staan, ik ken de hele geschiedenis daarvan, ik gebruik ze sinds de dood van mijn moeder. Ik heb nog het speelgoed van vier generaties terug, ik speel er zelfs mee. Zo’n omgang met het verleden voelt voor mij als heel hedendaags aan, ik vind het een deel van in het moment staan. Dat sluit aan bij mijn spirituele kijk op de dingen: ik geloof dat tijd niet bestaat.»

'We lijken op elkaar, Bernhard en ik, toch? Ik ben geen rosse dwerg die plots roept dat de prins zijn vader is'

HUMO Dat is voor een volgende keer. Hou het even bij die vandaag zo populaire uitdrukking: ‘in het moment staan’. Wat betekent dat voor jou?

Van den Boogaard «Ik ben daar erg in veranderd. Er was een tijd dat ik probeerde in een absoluut hedendaagse wereld te leven, waarin het verleden niet meer bestond, compleet was opgelost. Daarom had ik me op de hedendaagse kunst geworpen. Wat ik ambieerde, was altijd weer daar te zijn waar de sprong voorwaarts werd gemaakt, een soort avant-gardistisch moment, en dat te delen met anderen, daar woorden voor te vinden. Dan voelde ik de last van het verleden niet. Maar die last was alleen een last omdat hij nog onverwerkt was, en nu heb ik dat verleden een plaats gegeven.

»Ik dacht vroeger dat je kunst moest maken op een heel abstracte plek, midden in de woestijn. Nu begrijp ik dat het historische en het hedendaagse samenhangen, je moet de tijdslagen die onder het moment zitten meetrekken: dát is in het moment leven. Ik heb veel hedendaagse kunst verzameld, maar ben daar op een bepaald moment mee opgehouden. Nu verzamel ik 16de- en 17de-eeuwse portretten.»

HUMO Nieuw is ook dat je je zo in je familie bent gaan verdiepen. Vroeger heette het gewoon: ik ben niet goed in familie.

Van den Boogaard «Het is waar dat ik voordien nooit over mijn familie geschreven heb. Ik heb het woord aristocratisch één keer in de mond genomen, daarna nooit meer. Maar het is een bijzondere familie, en voor het schrijven van dit boek heb ik vele dingen cadeau gekregen.»

HUMO Het verhaal begint bij een bron bij een kasteel. Dat bestaat allemaal?

Van den Boogaard «Dat kasteel bestaat, je kunt er logeren, het is een vijfsterrenhotel. En er is een bron, de Snelle Sprong. Een ver familielid produceerde er wel degelijk limonade, tot in de jaren 1930 de vraag inzakte. Heb ik allemaal niet hoeven te verzinnen. Tot en met het jongetje dat jarenlang geen woord zei, tot het plots vroeg: ‘Salz bitte!’ En op de vraag waarom hij nog nooit wat gezegd had, antwoordde: ‘Bis jetzt war alles in Ordnung.’ Dat heeft mijn grootmoeder zo vaak verteld! Ik heb trouwens zelf heel lang niet kunnen praten, vanwege die vreemde situatie thuis. Misschien kom ik daarom nu pas met dat verhaal over prins Bernhard: ik ben een enorme laatbloeier, ik kom laat aan het woord.»

HUMO Je voert ook een tweeling op, van wie eentje – Nol – met je grootmoeder trouwt, en de ander – Max – kinderen bij haar verwekt. Allemaal waargebeurd?

Van den Boogaard «Mijn grootvader heette inderdaad Nol, en op zijn 18de kreeg hij de punt van een floret in zijn oog. Hij is half verlamd geraakt. Dat woog zwaar in de familie, omdat hij een heel intelligente man was. Hij schreef een proefschrift, en de knappe stellingen die ik in de roman opvoer, zijn de zijne.

»Omdat hij steeds meer verlamd geraakte, heeft mijn grootmoeder een kind gemaakt met zijn broer. En dat is door Nol, die wist dat het zijn kind niet was, in blijdschap aanvaard. Misschien is het net zo gelopen met mijn vader. Hij was in elk geval niet de eerste die het meemaakte. It runs in the family. Ik denk dat gebeurtenissen in het verleden worden aangekondigd en voorbereid: daarom vond ik het interessant in mijn familiegeschiedenis af te dalen.»

'Met mijn wettelijke vader kon ik over die kwestie niet praten. Hij zou een kogel door zijn kop gejaagd hebben. Het pistool lag in zijn nachtkastje'


DNA-test

HUMO Ik wil nog even terug naar prins Bernhard: was het ooit een optie om hem níét in de roman te hebben?

Van den Boogaard «Ik heb nog serieus overwogen om het bij ‘een generaal’ te houden, ja. Want ik hoorde natuurlijk al de cynische stemmen in de verte: ‘Hij had het koningshuis nodig voor het effect!’»

HUMO En de verkoop!

Van den Boogaard «Geloof me: ik zoek geen effect. Ik zoek een verhaal dat met mijn archetypische wereld samenhangt: dit boek zit vol sprookjesachtige figuren, kasteelheren, aartsbisschoppen. Dat is helemaal mijn wereld. En Bernhard hoort daarbij: hij is niet om het even wie, hij is voor veel generaties Nederlanders een collectieve vader. Ik kon hem niet wegschrijven.

»Ik heb mezelf gedwongen hem in het boek te houden. Omdat ik het mezelf gun dat verhaal te vertellen. Ik besef nu dat ik in de loop van mijn leven veel vriendschappen heb opgegeven omdat het geheim, ook al was ik me er niet de hele tijd zo bewust van, soms toch een struikelblok werd. Ik was er soms niet echt bij in die vriendschappen, niet totaal. Te lang heb ik mezelf nooit écht aan iemand kunnen voorstellen. Ook in vroegere gesprekken met jou had ik het gevoel dat ik half uit beeld stond, dat ík het niet was achter deze ogen. Ik voelde me krachteloos. Ik voelde me onbegrepen. Nu heb ik mezelf begrijpelijk gemaakt.»

HUMO Heb je zin om je lotgenoten te ontmoeten, de twee buitenechtelijke dochters die Bernhard verwekte én erkende?

Van den Boogaard «Geen interesse. Die genetische verwantschap doet me niets. Voor mij is een man meer dan een zak zaad.»

HUMO Delphine Boël beweegt hemel en aarde om erkend te worden als dochter van onze ex-koning Albert II. Het is opmerkelijk dat jij expliciet níét naar erkenning hengelt.

Van den Boogaard «Ik ben een schrijver, ik ben een soeverein iemand, ik ga niet op de knieën om ergens anders te komen dan waar ik ben. Ik voel me langzamerhand heel sterk, een volwassen, onafhankelijk wezen. Ik heb aan mijn eigen waarheid genoeg. Daar wil ik voor staan, daar wil ik mijn kracht uit putten. De rest interesseert me geen bal. Trouwens: de erfenis is verdeeld, ik geloof niet dat er nog iets te rapen valt (lacht).»

'Ik ben een enorme laatbloeier. Misschien kom ik daarom nu pas met dat verhaal over prins Bernhard'

HUMO Onlangs slaagde een Spaanse mevrouw er nog in om Salvador Dalí uit zijn graf te laten opdelven voor een DNA-staal.

Van den Boogaard «Is dat juridisch afgedwongen? Dat lijkt me wel spectaculair, om de crypte van Bernhard te lichten (lachje). Nee, laat maar. Bij soeverein zijn hoort voor mij ook dat ik hém erken, en niet omgekeerd. Het risico dat ik dan voortaan, zoals je zegt, de schrijver ben die gelooft dat hij de zoon van prins Bernhard is, vind ik helemaal niet erg. Het gaat erom dat ik er zelf van doordrongen ben. En ik vind het belangrijk dat ik dit verhaal langzamerhand kan delen met de mensen om me heen. Geloven ze me niet, dan is dat hun probleem.»

HUMO Ik geloof op z’n minst dat jij het gelooft: heb je daar wat aan?

Van den Boogaard «Ik verwacht geen geloof van anderen. Als dat wel zo zou zijn, moest ik maar een DNA-test afdwingen. Dat journalisten vanuit een gezond wantrouwen kritische vragen stellen, vind ik normaal. Zoals toen ik bij Eva Jinek zat: de vraag of dat vaderschap van Bernhard waarheid dan wel fictie is, was eigenlijk haar enige onderwerp. Niet dat ik dat soort wantrouwen aangenaam vind, want ik ben zelf iemand die vanuit vertrouwen leeft. Maar eigenlijk dringen die vragen niet tot me door, het is dan alsof we niet communiceren met elkaar.

»Vind jij het geen wijze gedachte dat je op een gegeven moment je eigen waarheid wel kent? Ik ben geen gek; ik ben beginnen te schrijven vanuit een non-identiteit, maar ben geleidelijk aan in balans gekomen. Ik erken mijn waarheid, ik omarm ze, ik zet ze in. Ik voel me krachtig vandaag.

»En je ziet dat we op elkaar lijken, toch, de prins en ik? Als kind zag ik het niet, maar in de loop der jaren is het me gaan opvallen. Ik ben toch geen rosse dwerg die plots roept dat de prins zijn vader is? De Telegraaf publiceerde al foto’s waarop onze gelijkenis verbluffend duidelijk is. In Amsterdam werd ik meteen herkend door een kroegbaas, door een taxichauffeur. Vind ik oké, dat wil ik wel delen, ik ben ook een mens.»

HUMO De Rijksvoorlichtingsdienst laat zich niet door portretten overtuigen: die liet weten over ‘geen enkele aanwijzing’ te beschikken dat je bewering klopt. Stel: het Nederlandse koningshuis vindt het maar lasterlijk wat je verkondigt, en vraagt zelf een DNA-onderzoek. Doe je dan mee?

Van den Boogaard «Je overvalt me met die vraag, maar het zou best kunnen. Gedwongen worden zou me zwaar vallen, het zou mijn soevereiniteit in het gedrang brengen, maar ik vind het een overweging waard. Laster is mijn verhaal overigens niet. Met mijn waarheid breng ik noch de koninklijke familie, noch de monarchie in diskrediet. Het is een verhaal over de liefde!»

HUMO Hoe denk je dat je halfzus Beatrix dit alles bekijkt?

Van den Boogaard «Ik denk dat een familie het heel onprettig vindt als zoiets gebeurt. Ze zitten daar absoluut niet op te wachten. Ik kan me ook de angst voorstellen dat ik het juridisch hard zou proberen te maken. Maar op een emotioneler niveau is er aan die kant misschien toch ook een beetje nieuwsgierigheid? Ik zou Beatrix wel willen ontmoeten, ook al heb ik haar door de hele situatie tot nu toe altijd een enge vrouw gevonden.»

HUMO Je bent ooit van haar weggelopen.

Van den Boogaard «Ja, ik stond in een rij om haar een hand te geven, maar vóór het zover was, ben ik gevlucht. Ik kon het niet opbrengen ‘Majesteit’ te zeggen, ik had het gevoel dat ik mezelf voor de zoveelste keer zou verloochenen.»

HUMO Maar een roman over haar schrijven, getiteld ‘Majesteit’, kon je wel opbrengen?

Van den Boogaard «Ja! Wat een toeval, hè, dat was de kans van mijn leven. Er zou een film over Beatrix uitkomen in september 2010. En uitgeverij De Geus zocht een schrijver om een romaneditie te maken naar de film. Ik had die zomer vrij en ik heb dat gedaan. Ik zat wel vast aan het scenario, maar heb geprobeerd te tonen dat een mens vanbinnen anders is dan vanbuiten, en het amuseerde me om me op die manier in haar te verdiepen.»

HUMO Het verrast me eigenlijk dat je nu zoveel met Oranje te maken blijkt te hebben. Ik zou uitspraken kunnen voorleggen waarin je zei elk nationaal gevoel te ontberen.

Van den Boogaard «Dat weet ik. Ik heb een grote ontwikkeling doorgemaakt. Vroeger ben ik hard weggelopen van nationaliteit, omdat ik het enorm confronterend vond. Ik wilde ontnationaliseren, ik wilde Europa. Vandaag woon ik in België én Nederland én Duitsland, en ik voel me ook nog altijd deel van een groter verhaal dan het Nederlandse. Dit boek heb ik in Berlijn geschreven.»

HUMO Ooit zei je me: aan twee borden heb ik genoeg. Intussen heb je drie huizen, één in Amsterdam, één in Berlijn, één in Sint-Martens-Latem. Word je daar niet gek van?

Van den Boogaard «Gék? Ik vind het een enorme rijkdom om parallelle levens te kunnen leiden. En ik wil een vierde plek, ik heb al iets op het oog.»

HUMO Al bij al is er veel veranderd sinds we elkaar voor het eerst spraken, in 1996. Toen kon ik boven het stuk de kop zetten: ‘Ik weet niet wie ik ben. Ik zou willen dat er een term voor me wordt bedacht, zodat ik wat rustiger kan ademhalen.’ Intussen geef je zelfs levenslessen, in columns, en via je personages ook in ‘Kindsoldaat’.

Van den Boogaard «Dat is veranderd, ja. Ik vind dat we elkaar moeten opvoeden. Ik voed iederéén op. Ik hou me iets meer in, maar bemoei me nog altijd met andere mensen. Ik loop in restaurants nog altijd naar andere tafels toe om te zeggen dat het wat zachter moet, en ik bemoei me soms ook met de opvoeding van kinderen van anderen.»

HUMO Je observeert graag mensen, benadert graag vreemden. Wordt dat niet steeds minder gewaardeerd?

Van den Boogaard «Dat valt mee. Wat ik doe is nooit seksueel gericht, en ik breng nooit onderdrukking, maar altijd verlichting (lacht).»

‘Kindsoldaat’ is uit bij De Bezige Bij.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234