Jeroen Brouwers, 2017, schrijverBeeld Saskia Vanderstichele

interviewJeroen Brouwers wordt 80

'Ik kan nauwelijks nog lopen, ik heb geen adem meer, mijn ogen zijn niet goed meer en de tanden vallen uit mijn bek'

Laatste plicht’ heet het nieuwste boek van Jeroen Brouwers (78). Humo reisde naar Lanaken om te zien of daar een lier aan de wilgen hangt. Dat bleek niet het geval, maar we vonden wel een bul van een kersverse doctor honoris causa van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Ik heb die rector gezegd: ‘Waarom kom je er godverdomme nú mee aan? Had je me die bul dertig jaar geleden verleend, dan zou ik colleges zijn komen geven, reken maar!’’

HUMO ‘Laatste plicht’, dat rijmt verdacht goed met ‘laatste geschrift’.

JEROEN BROUWERS «Er komen nog wel dingen, maar die vat ik niet op als een plicht. Een hommage brengen aan mijn dierbare vriend Hans Roest was iets dat móést.»

HUMO Hans Roest, een cultuurmens die erg bedrijvig was in de Nederlandse pers, is voor de meesten een nobele onbekende, en zelf vond hij zijn leven niet interessant genoeg voor memoires.

BROUWERS «Dat weet ik, maar mij interesseert zijn aanwezigheid in míjn leven. Noem het dus maar een plicht ten opzichte van mezelf.»

HUMO Die hommage is geschreven met de klasse van altijd: de vrees van de bejaarde schrijver dat zijn schrijfkrachten tanen, regeert hier niet?

BROUWERS «O, die heb ik wel, hoor. Er is een roman in de maak, en daar zit ik toch wel tegen aan te hikken. Heeft die nog de kwaliteit van eerder werk? Kan ik mezelf nog overtreffen? Daar ben ik niet meer zeker van. Als ik voel dat het niet meer gaat, hou ik ermee op. Ik kan nauwelijks nog lopen, ik heb geen adem meer, mijn ogen zijn niet goed meer, de tanden vallen uit mijn bek – ik had nooit gedacht dat ik de dood zovéél voorschotten zou moeten betalen. Maar tot vandaag draait mijn geest nog op volle toeren. Daar valt mee te leven.»

HUMO Je noemt Hans Roest je mentor en je beste vriend. Ooit las ik een andere ranking: Julien Weverbergh heette toen je belangrijkste vriend te zijn.

BROUWERS «Die vriendschap bestaat niet meer, daar is roest op gekomen – zoals op andere grote vriendschappen uit die tijd. Maar Hans Roest is twaalf jaar na zijn dood nog altijd in mijn hart aanwezig.»

HUMO Ben je goed in vriendschap?

BROUWERS «Jawel, ik ben trouw en loyaal. Ik ben ook een goeie echtgenoot, echt waar. Maar soms lopen de dingen anders dan je zelf had voorzien. Ik lijd daar ook onder, een mislukte vriendschap is een faillissement.»

HUMO Ben je goed in vijandschap?

BROUWERS «Nee, ik ben niet rancuneus. Er kan een verschrikkelijke vete ontstaan, maar als de dingen uitgesproken zijn, is dat ook echt van de tafel geveegd en kan er weer aangeknoopt worden.»

HUMO Je hebt met je polemische geschriften ongetwijfeld veel vijanden gemaakt. Zag je je slachtoffers ook echt als vijanden?

BROUWERS «Welnee! Jan Siebelink is mijn vijand toch niet als ik het een keer over zijn theemutsproza heb? Dat is een ergernisje. Daar ben ik te chic voor, om er vijanden op na te houden.»

HUMO De net verschenen selectie uit je eenmans-tijdschrift ‘Feuilletons’ herinnert eraan dat het bewaren van dingen je in de recentste decennia dierbaarder was dan dingen afbreken.

BROUWERS «Dat is altijd zo geweest. Ja, eens in het jaar schiet je eens uit je slof, en dat is dan een polemiek, maar mijn oeuvre bestaat toch niet uit louter polemieken? Het klimaat is er trouwens niet naar. Ilja Leonard Pfeijffer, die kan nog weleens een dreun uitdelen, ja, maar er is geen echokamer meer. Schrijvers beoordelen elkaar nauwelijks nog, de vriendelijkheid regeert. Ze aaien elkaar over het kopje, in die zin is het goed dat ik er minder en minder bij hoor. Ik ben de oude hond die ze allemaal ziet huppelen en dartelen, ik trek dan een oor op en laat het weer zakken.»

HUMO Je poot ertegen zetten en ze eens goed bezeiken is er niet meer bij?

BROUWERS «Nee. Ik kan het nog wel, hoor. Als ik de verschrikkelijke clichémanier merk waarop Oek de Jong schrijft, word ik even kwaad en schrijf ik een mooi stuk. Maar wat is de reactie? Hij laat eens een boertje in een interview in Vrij Nederland. Is dat polemiseren? Als ik Herman Brusselmans verwijt dat hij polemiek verwart met horkerige vulgariteit, komt er alleen het slappe antwoord dat hij ‘dat laatste kutboek’ van mij gelezen heeft. Dat is toch geen polemiek?»

HUMO Nog even over ‘Laatste plicht’: die voert ons terug naar je bescheiden begindagen in de wereld van het schrift. In het zog van bijdragen aan het soldatenblad ‘Salvo’ en ‘De katholieke kruidenier’ interviewde je sterretjes voor het blad ‘Romance’.

BROUWERS «Ik hou wel vol dat ik daar verdomd veel heb geleerd, hoor.»

HUMO Het was een katholiek blad en je moest voortdurend synoniemen bedenken: ‘tongkus’ moest ‘innige omhelzing’ worden. Misschien is zo de rijke Brouwersstijl ontstaan?

BROUWERS «Dat zou verdomd goed kunnen (lacht). ‘Ik vermoord je’: dat mocht zéker niet. Dat werd: ‘Dit is mijn laatste waarschuwing!’ Echt waar!»

HUMO Je carrière als schrijver startte traag. Speelde mee dat je schrijvers als Louis Paul Boon, Harry Mulisch en Hugo Claus zozeer bewonderde dat je erdoor verlamd werd?

BROUWERS «Nee, zo heb ik het nooit aangevoeld. Wel op muzikaal gebied: ik besefte dat die vonk van genialiteit die ik bij Mozart of Bach voelde, bij mezelf ontbrak. Zelfs Franz Lehár haalde ik niet.»

HUMO Zijn er schrijvers bij wie je vandaag nog voelt: dat niveau haal ik niet?

BROUWERS «Dat heb ik niet meer. Wat Goethe kan, kan ik ook, denk ik nu. Dat heeft niks met hovaardij te maken: ik lees hem niet meer met de onbevangenheid van een twintiger. Als vakman zie ik inmiddels met welke trucs hij een prachtige roman maakt.»

HUMO Vanaf 18 oktober mogen we je doctor honoris causa noemen: doet dat jou wat?

BROUWERS «De bul ligt hier al, de decaan van de letterenfaculteit en de rector van de Nijmeegse universiteit hebben hem gebracht, want ik kan zelf niet naar die plechtigheid gaan. Ik ga daar niet lullig over doen en zeggen dat het me niks doet, ik ben best verguld met zo’n blijk van erkenning. ‘Wat stelt het eigenlijk voor?’ heb ik hun gevraagd. ‘Dat je echt doctor in de letteren bent,’ was het antwoord. ‘Je mag colleges geven als je dat wilt, je mag deel uitmaken van een jury voor een doctoraat, en je mag ‘dr.’ voor je naam zetten.’»

HUMO Staat er dan Dr. Brouwers op de cover van je volgende boek?

BROUWERS «Ben je gek? Misschien één keer, voor de lol. Ik heb die rector wel gezegd: ‘Waarom kom je er godverdomme nú mee aan? Had je me die bul dertig jaar geleden verleend, dan zou ik colleges zijn komen geven, reken maar!’»

HUMO Kunnen er in de tijd die nog rest ook memoires af?

BROUWERS «Ik heb al zoveel geschreven over een aantal periodes in mijn leven. Ik was 7 jaar toen we terugkwamen uit Nederlands-Indië, en toen zijn we neergestreken in Den Bosch, het geboortestadje van mijn pa. Mijn jongetjesjaren daar, tot mijn 10de, toen die verschrikkelijke kostschool opdoemde, dat moeten wel mooie jaren geweest zijn. Dat zou nog een thema kunnen zijn.»

HUMO Je bent op vele plekken neergestreken in je leven. Waar heb je het liefst gewoond?

BROUWERS «In Zutendaal, 24 jaar lang, van 1993 tot 2017. Ik was daar zeer gelukkig in dat huisje in het bos, alleen. Het waren vruchtbare jaren, ik heb daar véél geschreven: vanaf ‘Geheime kamers’ kwam er een stroom op gang. Misschien waren dat wel mijn gelukkigste jaren.»

HUMO Je illegale huis moest afgebroken worden. Ben je nog bitter over de verbanning naar dit huis in Lanaken?

BROUWERS «Verbitterd niet, wel teleurgesteld. Ik voel me weggejaagd, en ik weet nog altijd niet waarom: tot vandaag barst het in dat bos van de illegale woningen, alleen mijn huis moest per se weg. Ik denk dat ze een voorbeeld zochten: een bekende man zonder macht.

»Toen ik dat huis voor het eerst zag, dacht ik: hier wil ik te zijner tijd sterven. Het heeft ook iets romantisch, die naam: Zutendaal. Ik ben er nog één keer geweest sinds het terrein aan het bos is teruggegeven. Mijn huis, mijn erf, mijn vijvertje met vissen, mijn lievelingsboom, het is allemaal weg, je ziet er niks meer. Ik voelde me heel treurig.»

HUMO Ik bewaar een opdracht van je in je boekje over Jean Améry: ‘Moeten we leven?’ Heb je op je zeer rijpe leeftijd een bevredigend antwoord gevonden?

BROUWERS «Een plezier is het leven maar zeer ten dele, het is een plicht die je opgedragen is. Maar als je dan toch leeft, maak er dan wat van, vind ik. En dat ‘er wat van maken’ kun je dan plezier noemen.»



Jeroen Brouwers, ‘Laatste plicht’ en ‘Feuilletons – Een selectie uit tien afleveringen’, Demian/Atlas Contact

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234